Humbug

Nu heb ik de kapotte lampjes in de veranda vervangen. Kostte een lieve duit, en natuurlijk waren de lampjes niet exact hetzelfde. De vorige waren drie volt met stekker en weerstand, deze waren 12 volt, geen stekker, geen weerstand. En niet dat ik het verkeerde product besteld had, welnee. Dit waren gewoon de opvolgers. En opvolgers, dat lijkt allemaal heel goed en noodzakelijk en zo, maar het dient natuurlijk geen enkel doel. We hadden nu nog prima met windows 95 afgekund, het enige doel is het vergroten van de omzet van de fabrikant. Zo is het met deze lampjes ook. Als ik heel eerlijk ben, is dat natuurlijk niet het enige doel. De fabrikant heeft nog een doel, en dat is het treiteren van mij. Want als ik gewoon exact hetzelfde lampje kon bestellen, hoefde ik slechts het stekkertje aan te sluiten en klaar. Dat wil die fabrikant niet. Die wil dat ik wanhopig word, dus die veranderen enkele nutteloze dingen. Maar het is gelukt, homo’s!

Verder probeer ik mijn gazon weer een beetje netjes te krijgen. Drie weken geleden kocht ik turbograszaad, supersnel ontkiemend, maar ik heb nog niet het geringste grassprietje op zien komen. Ondanks mee aangesmeerde mest, kalk en verticuteerhark. Dit zal ook wel weer graszaad 3.0 zijn of zo, en dat zal wel weer anders werken dan gewoon graszaad. Waarschijnlijk had ik elk zaadje eerst moeten afpellen voor een nieuwe en totale grasbeleving.

Onze hele economie is gebaseerd op groei door gebakken lucht, niet op duurzaamheid. Omdat de welvaart steeds groter moet worden, wordt er vraag gecreëerd die er niet is. Er is dus geen thee meer, maar smaakjesthee, of verse muntthee voor vrouwen. Er is geen koffie meer, maar allerlei pads in verschillende verpakkingen die de suggestie van iets anders moeten wekken. Je moet in elk geval iets anders hebben dan een ander, zodat je je kunt onderscheiden. Ten faveure van een ander natuurlijk. Het kan niet zo zijn dat jij als met de economie meebewegende yup, betrapt wordt op het gebruik van iets dat vijf jaar geleden ook al bestond. Je dient dus tegen een ander te kunnen zeggen dat wat hij doet, niet meer van deze tijd is, om zo je zelfbeeld wat op te krikken.

En om exact die reden, maken bedrijven het je moeilijk. Niet vanwege technologische vooruitgang, dat is slechts onzin die we helemaal niet nodig hebben. Het moet maar eens klaar zijn met al dat ge-uitvind van mijn belastinggeld. Nu ga ik naar mijn nieuwe lampjes kijken. Wat een verschil in licht! Echt veel beter. Die oude lampjes zijn toch niet meer van deze tijd!

Hoe Amerika zichzelf in een crisis stort

Ik werk voor een Amerikaans bedrijf dat al precies weet hoe de crisis gaat verlopen. Werd het eerste kwartaal nog glorieus afgesloten, nu, twee weken verder, moet er ineens 20% van het personeel uit. Daar kan ik ook bijzitten, alleen de CEO is zeker van zijn baan. En niet dat het bedrijf in gevaar komt, er dreigt slechts minder winst, en dat is voor de aandeelhouders niet zo leuk. Begrijpelijk dus dat ze mensen op straat gaan zetten. Het is immers niet leuk als je van je dividend een Mercedes had willen kopen maar het kan nu slechts een Volvo worden.

Wetten die werknemers in Europa beschermen zijn dan ook uiterst vervelend voor ze. Die negeren ze liever en kwakken er wel wat extra geld tegenaan. Dat extra geld komt immers toch niet ten laste van het bedrijfsresultaat, ebitda, maar wordt in een keer als bijzondere last genomen. Hun bonussen worden berekend over ebitda, dus die komen dan gelukkig niet in gevaar.

Werknemers worden onder druk gezet om hun vakantiedagen allemaal op te maken. Dat is een boekhoudkundige truc om de winst te verhogen. En als we dit allemaal doen, dan zijn er volgend jaar waarschijnlijk geen nieuwe kostenbesparingen nodig. In veel andere situaties noemt men dit chantage. Managers onder het hoogste niveau, maar boven ons gaan zich ook nog eens gedragen als kapo’s. Dan krijg je een mail als: the message from executive management was very clear, take your holidays so that no further measures need to be taken. Het zou mij niet verbazen als zo’n kapo nog een extra bonus krijgt als het hem lukt om iedereen zijn vakantiedagen te laten opnemen.

Het salaris wordt dit jaar niet geïndexeerd en er mogen geen personeelsuitjes meer. Tijdelijke dienstverbanden worden niet verlengd en er wordt niemand meer aangenomen. Over het inleveren van bonussen door het management heb ik niets gehoord. Wat ook nog een uiterst grappig detail is, is dat er sinds deze week nieuwe mensen in lage lonen landen worden gevraagd door ons bedrijf.

Kortom, je wordt op alle mogelijke manieren genaaid. Het is ook niet gek dat Amerika zo’n enorme werkloosheid heeft gerealiseerd sinds de crisis. Complete gewetenloosheid en enorme hebzucht zijn hier de oorzaken van. En dan lukt het ze ook nog om alle niet getroffenen monddood te maken. Kapitalisme van de bovenste plank als je het mij vraagt. Maar mij vragen ze het niet, en het is ook beter je gedeisd te houden nu. Stel dat zo’n kapo je in de smiezen krijgt. Het is me nu duidelijk dat kapitalisme in crisistijd de crisis nog erger maakt dan nodig. En dat gaat Amerika het meest merken.

Deur

Ik klus zoveel mogelijk zonder nieuwe spullen te kopen. Met goed gereedschap kan iedereen het namelijk. Deze keer moest een binnendeur geverfd worden, want die was niet heel mooi. Ik ga dan geen kleur uitzoeken, ik neem gewoon verf die ik nog heb. Grijs, dat was nog over van de muren. Het resultaat van mijn werk met gebruikte rollers en kwasten was heel behoorlijk. Slechts een paar hele kleine plekjes die even bijgewerkt moesten worden, maar wat mij niet helemaal beviel was dat dit geen hoogglans was maar muurverf. Dat voelde nogal grof aan.

Gelukkig had de vorige bewoner ook een emmer verf achtergelaten. Ik ging kijken wat het was. Hoogglans en grijs! Wat wil een klusser nog meer. Er zat inmiddels een keihard geworden bovenlaag op de verf, ik moest er met een schroevendraaier op in steken om het kapot te krijgen. Daarna flink roeren. Het was iets donkerder grijs, maar geen probleem, ik had nog een potje wit. Nadat ik de boel gemengd had was het nog steeds niet het grijs van de muur, maar grijs is grijs, en hoe meer tinten, hoe mooier vrouwen het vinden. Deze verf was echter veel serieuzer dan mijn muurverf, dat bleek onder andere toen ik de roller wilde schoonmaken. Mijn handen werden helemaal grijs, net als het aanrecht. Kreeg het er ook amper af. Tot overmaat van ramp werd de kleur afgekeurd. Dit was meer groen volgens Linda, het is algemeen bekend dat vrouwen vaker kleurenblind zijn dan mannen.

Deze verf droogde ook niet snel, maar ondanks dat begon ik met het afschrapen. Ik trok gelijk nog twee of drie lagen mee, en ben uren bezig geweest met afschrapen en opruimen. Met het plamuurmes schreef ik ‘kut’ in de verflaag, frustratie over hoeveel moeite het kostte om de verf eraf te krijgen. Toen ik klaar was, de hele boel weer geschuurd had en opnieuw begon te verven, zag ik nog steeds het woord ‘kut’ in de deur staan. Ik verwijderde de verf weer, ik schuurde en plamuurde, maar de hele deur is nu naar de galemiezen. Overal krassen van mijn plamuurmes en op de deur zag je precies waar ik twee, drie of vier lagen verf had kunnen verwijderen.

Dus nu verfde ik hem weer grijs (de roller van gisteren kon ik weggooien omdat ik dacht dat die wel een nachtje in het bakje met verf kon laten liggen) en nu gaan we sparen voor een nieuwe deur. Wat ik hiervan geleerd heb. 1. Als ik tevreden was geweest met de eerste poging was het resultaat nu stukken beter dan het eindresultaat. 2. Besparen op de juiste materialen kan je een nieuwe deur kosten.

De grote patstelling

De wereld die we vier weken geleden verlieten zal nooit meer hetzelfde worden. Zoiets hoorde ik zeggen, en het zou mij niet verbazen als het een uitspraak van onze veelgeprezen premier was. En waarschijnlijk heeft hij een punt. Misschien moet er in de toekomst nagedacht worden over wat er hier nu met de wereld gebeurde. Want dat was niet niks. Of toch wel?

Andere epidemieën hebben de wereld ook niet ingrijpend veranderd bij mijn weten. We wisten niet beter, de dood hoorde bij het leven. We waren niet onverschillig maar de acceptatie dat een ramp krachtiger was dan wijzelf, was wijdverbreid. Men steunde elkaar, als je tenminste van dezelfde kerk was en niet teveel uit de pas liep, en na de dood was er immer het hiernamaals. Dat maakte het allemaal zinvoller en makkelijker om te dragen. Je moest verder ook niet nadenken over wat je dan de hele dag ging doen in dat hiernamaals, gewoon het besef dat het er was en dat als je het maar bereikte, was genoeg.

Nu is het lastiger. We moeten anderhalve meter uit elkaar omdat er een virus is dat ons probeert te vernietigen. Nou ja, het virus probeert niks, er is een natuurlijk proces aan de gang. Wij verzetten ons daartegen met maatregelen. Anderhalve meter zal ons op de lange duur ook schaden. Eenzaamheid, afstandelijkheid, verharding, vervreemding. Alles om maar niet in de greep van het virus te komen. De kwantiteit van leven neemt toe, en u raadt het al, de kwaliteit neemt langzaam af.

We hebben aanraking nodig. Het maakt een hormoon in ons vrij dat ons mens maakt. Dit kunnen we niet jaren volhouden. We kunnen ook niet doen alsof er niets aan de hand is, want dan riskeren wij de dood, die tegenwoordig niet meer bij het leven hoort. De dood is een uitzondering en moet ver van ons blijven. Het hiernamaals is veelal weggeredeneerd door geleende en vermeende kennis en door welvaart, dus de dood past lastig ons toekomstplaatje. We zouden kunnen concluderen dat de wereld die we kenden al heel lang geleden is veranderd.

Dat virus gaat niet weg heb ik begrepen, dus zitten we in een patstelling te wachten tot de wetenschap ons een vaccin brengt. We weten niet hoe lang dat duurt. We zijn bereid een jaar van ons leven vast te zitten mits dat vaccin er komt. Ons overlevingsinstinct verzet zich tegen het virus dat ons aantal naar beneden wil brengen. Dat is net zo goed een gegeven. Je kunt niks met de constatering dat er te veel mensen zijn. Die zijn er eenmaal, en ze gaan niet weg door je constatering. Evenmin gaan we niet ons aantal drastisch verminderen, dus we zijn met zeven miljard + en dat aantal neemt, jammer genoeg, nog elke dag toe. En alles wat we leren van deze crisis zal ons sterker maken. Zodat ons aantal nog verder toeneemt, en de toekomstige problemen groter worden. Waarmee onze redding onze nieuwe bedreiging wordt. En we ons nog meer in de nesten werken, hoe dan ook. Vanaf het moment dat de eerste mens op aarde verscheen, was het al gedoemd mis te gaan. De gevolgen van het bestrijden van een catastrofe zijn catastrofaal, van leven ga je dood en lucht stroomt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.

Allemaal dingen waar je je niet gek door moet laten maken. Je kunt alleen iets met geloof, hoop, liefde, humor, en acceptatie. Eigenlijk is het best grappig dat we hier in een uithoek van het reusachtige heelal, waarin zover we weten verder geen leven is, ons druk aan het maken zijn over eventuele problemen die zouden kunnen ontstaan. Een ijsbeer maakt zich er niet druk over dat hij een bedreigde diersoort is. Hij is er en doet wat ijsberen doen, tot hij erbij neervalt. Wij niet, wij gaan ijsberen. 

Prinsjes en prinsesjes

Voor wie denkt dat het hier in ons nieuwe huis alleen maar rozengeur en maneschijn is, die komt bedrogen uit. Ik zeg het met een voorlopige knipoog, maar onze buren zeg! Superaardig kwamen ze in het begin gelijk langs om een bloemetje te brengen, maar dit zijn mensen die hun kinderen de hele dag antwoord geven. Gisteren loopt hij het gras te verticuteren (met een machine, waar ik het vorige week met een hark deed) en alsof dat apparaat nog niet genoeg herrie maakt, blijven zijn kinderen hem onderwijl vragen stellen die hij maar blijft beantwoorden. Papa doet dit, papa doet dat, papa haalt het mos uit het gras, want waar het mos groeit, groeit geen gras, en als papa het mos weghaalt, groeit er gras voor terug, bla bla bla bla bla. Geen vijf seconden hield hij zijn muil. Jengelkinderen zijn het. Ik heb helemaal niks tegen spelende kinderen maar als ze de hele tijd hysterisch huuuhuhuuuuhuuu roepen wordt het een ander verhaal. Pak ze godsamme bij hun lurven!

Gisteren, ik sta de voortuin te doen, komt de overbuurman naar me toe, die had kritiek op onze Hans, die had ik de oprit laten vegen, en geheel terecht zei hij dat dat vegen van hem niet opschoot. En dat was ook zo, het leek nergens op. Hij zette geen kracht, hij sleepte die bezem achter zich aan, dus moest ik het zelf nog maar een keer doen. De overbuurman zei dat zolang hij de noodzaak niet voelde en zijn vader het alsnog deed, hij het nooit zou leren. Toen begon zijn kind te jengelen. Ook een jaar of drie. Met z’n skelter tegen z’n zusje aan rijden, hysterisch schreeuwen, en vader maar in discussie met hem terwijl hij met mij aan het praten was. Ik heb er toch al zo’n hekel aan als mensen met mij staan te praten en hun kind vliegt er dwars tussendoor en dat het nog antwoord krijgt ook. Ik ga daar niet op staan wachten, en ging weer door met m’n tuin.

Wat is dit? Waarom geef je je kind de hele tijd antwoord? Dat wordt straks zo’n irritante paardenlul die denkt dat de wereld om hem draait. Spreek hem op z’n minst bestraffend toe! Welnee! Willem-Jan, papa vind het niet leuk als je dat doet! Pissig word ik ervan!

Melkboer

In januari 1983 zag ik hem voor het eerst. Ik weet het nog precies, want wij waren net verhuisd vanuit Drunen naar hier, en hij kwam langs met zijn VW bus + aanhanger. Waarom ik dat onthouden heb is omdat hij gelijk vrolijk zwaaide (naar z’n potentiële nieuwe klant). En een goeie klant, dat werden wij. We kregen al snel door dat de melkboer van het allerstrengste gereformeerde soort was dat je in Nederland kunt vinden. Dus geen televisie, acht kinderen, ’s zondags twee keer naar de kerk. Één keer heb ik hem en zijn gezin een ommetje zien maken op zondag . Ze liepen door onze straat, hij in een zwart pak, en ik voelde me betrapt omdat ik op de oprit aan het tafeltennissen was.

Ik kon uitstekend met deze man overweg. Hij was altijd vrolijk, behalve op zondag dan, en toen ik op de middelbare school zat kocht ik toch zeker twee keer in de week een grote zak drop bij hem. Ik praatte ook veel met hem en leerde het een en ander over de gereformeerde kant van het leven, en in het begin vroeg ik aan hem of hij wist ‘wat of wij waren’. “Jullie zijn Rooms,” zei hij, en Rooms werd bijna uitgespuugd. Ik wist niet beter dan dat we katholiek waren, en ik wist zeker niet dat katholieken zo geminacht werden door zijn soort. Toch waren de gesprekken zelden ongemakkelijk. Een keer vond ik het wel ongemakkelijk, toen hij bijna bij mij te biecht ging. Hij was ergens toe in de verleiding gekomen, ik weet niet meer wat het was- ik wilde alleen weg- en hij zei: “toen heb ik mijn armen ten hemel gespreid en gezegd: Heer, alleen voor U wil ik leven.” De duivel had hem daar even te pakken, vertelde hij mij. Ik was een jaar of zestien en wist bij God niet wat ik daarmee aan moest.

Gelukkig praatte hij ook heel veel over economie, en hij beschouwde mij als autoriteit omdat ik naar de Meao ging. Toen ik bij een accountantskantoor ging werken kon ik helemaal niet meer kapot.

Ik ben hem uit het oog verloren toen ik het huis uit ging. Ik heb hem eigenlijk nooit meer gezien. Totdat ik een paar maanden geleden (nu ik weer in dezelfde wijk woon) langs zijn huis kwam en merkte dat hij er nog steeds woonde. Er stond nog steeds die rare spreuk in sierlijke letters op zijn huis waarvan ik vroeger vermoedde dat het een gereformeerde spreuk was waaraan gelijkgestemden hem zouden herkennen. Maar nu zag ik pas dat het Frans was, en dat er gewoon “buitenrust” stond. Ik zag ook dat hij in zijn voortuin bezig was en een hippe spijkerbroek droeg. Ook had hij nu een hip baardje. Uiteraard was hij wel grijs geworden.

Van de week, ik liet de hond uit en hij maakte een ommetje. Ik zag niet direct dat hij het was, pas toen hij heel dichtbij was (maar wel anderhalve meter) herkende ik hem. Hij had een donkere zonnebril op, waarmee hij haast onherkenbaar was als hartstochtelijk aanhanger van de streng christelijke leer. Het is dat ik hem onlangs een keertje had gezien, anders had ik hem echt niet herkend. “Goeiedag”, zei hij vrolijk en liep door. Ik zal me binnenkort eens aan hem bekend maken.

But also the soul

“The virus doesn’t touch only the body but also the soul” zei mijn Milanese collega, naar aanleiding van het eenzaam overlijden van de vader van haar collega, en het daarna niet kunnen bezoeken van de begrafenis.

Ondanks kritische geluiden uit het buitenland, bekruipt mij een trots gevoel als ik de Nederlandse virologen en specialisten hoor. Andere landen kunnen soms doen alsof wij hier de situatie volledig onderschatten en verkeerd beoordelen, maar ik krijg steeds meer vertrouwen in onze aanpak. Het hoofd van een ic afdeling die in tegenstelling tot een afdeling in Italië onbeschermd de afdeling opkomt, zolang hij achter een lijn blijft is hij veilig. Gaat hij er overheen, dan trekt hij ook een beschermend pak aan. Hij voelt zich nog prima na drie weken intensief werken. De IC patiënten die het hier niet redden, hoeven niet alleen te sterven. De familie mag er (met beschermende kleding) gewoon bij zijn. Verder vertelde hij dat je in Nederland alleen op de IC terecht komt als dat een redelijke kans van slagen heeft. In Italië gaat iedereen erheen, wat dan ook leidt tot veel hogere sterftepercentages op de IC. Een Italiaanse arts noemde ons keuze beleid verwerpelijk en hij zou nooit de afweging op leeftijd willen hoeven maken. Wij vinden het alleen laten sterven van een corona patient dan weer een stap te ver.

En zelfs de sterftecijfers in verschillende landen zeggen niet zoveel. In Italië zijn ze hoog door ondercapaciteit op de IC’s, in Nederland zijn ze hoog doordat vaak de keuze wordt gemaakt om iemand niet naar een IC te brengen, en in Duitsland zijn ze laag, doordat ze daar iedereen naar een IC brengen en genoeg capaciteit hebben. Duitsland heeft het dus het beste voor elkaar, zou je zeggen. De vraag is alleen, hoe is iemand eraan toe die in Duitsland genezen wordt verklaard? Als hij 24 uur coronavrij is verklaard, dan geldt dat misschien als genezen, maar hoeveel schade is er aangericht en hoe lang leeft iemand daarna nog?

Omdat Italië harder is getroffen dan Nederland, heb je de neiging te denken dat de Italianen er wel meer kijk op zullen hebben. Dergelijke geluiden hoor je dan ook veel in de Nederlandse media. Ik was in elk geval blij met de uitleg van het hoofd van de IC van een Nederlands ziekenhuis. Vanavond komt de rapportage levenslucht over de IC’s op NPO 1.

Mexicaanse griep

https://mackwebber.blog/2009/10/26/strijdbaar/

In 2009 schreef ik één keertje over de Mexicaanse griep, waar we toen ook bang voor waren en er verhalen rondgingen van stervende kinderen. Het feit dat ik er maar één keertje over schreef geeft ook aan dat we (ik) er niet écht bang voor waren. Toch vielen er toen wereldwijd 13.000 doden en kregen landen te maken met restricties. Heel veel stelde het achteraf niet voor.

Vijftig!

Het schijnt nogal lastig te zijn voor een aantal mensen om geen feestjes meer in hun leven te hebben. De politie moest gisteren weer een einde maken aan een aantal feestjes. Het laat zien hoe een leeg leven die mensen hebben. Het is voor niemand leuk, de huidige crisis, maar als je je nu nog niet een poosje kunt bedwingen, dan ben je best een triest geval.

In ons gezin is Hans degene die er het meeste last van heeft. Hij is niet meer in contact met zijn vrienden, hij fietst niet meer naar school, hij kan niet meer voetballen en ook de betaald voetbalcompetitie -voor hem een bron van inspiratie om mij te whatsappen- ligt stil. Het leidt tot gespannen situaties met onze puberjongen. Linda is Linda, die bezweert elke crisis door zich er eerst flink druk over te maken op een manier die iedereen raakt, om hem vervolgens te lijf te gaan met actie waardoor de rust wederkeert. Dochterlief vermaakt zich met tiktok, en speelt nog met vriendinnetjes of op straat.

En voor mij verandert er niet heel veel. Ik ben kluizenaar in hart en nieren. Ik werk nu thuis, wat mij prima afgaat, ik loop in het bos in de hoop niemand tegen te komen, ik ga op bezoek bij mijn moeder, en ik zit op internet. Het enige dat niet meer lukt is badminton, nou ja, dat komt wel weer. Dat er geen bezoek komt, daar lig ik niet wakker van.

Ik durf zelfs te stellen dat ik gisteren een van de betere dagen uit mijn leven had. Ik klom op het garagedak, met behulp van slechts een keukentrap, dus ik moest mij hijsen, en veegde het dak schoon. Linda had de trap zelfs weggehaald, maar dan kom ik er zonder trap wel weer af. Vijftig! Ze had op mijn verzoek een verticuteerhark en benodigdheden voor het onderhoud van het gras meegenomen. De man van de verticuteerharkenwinkel had nog bezorgd gekeken of ons gazon niet te groot was, want het zou zwaar werk zijn. Maar ik hou niet van herriemakende apparaten in de tuin, dus kom maar op met die hark! Het was inderdaad zwaar, maar wat moet dat moet. Daarna strooide ik kalk, mest en graszaad. Het zijn mijn specialiteiten. Ik was een aantal uren bezig in de tuin, en daarna ging ik met de hond naar het bos. Acht kilometer. Vijftig!

’s Avonds hebben we gegourmet en daarna keken we een film. RED 2. Dochterlief lag tegen mij aan. Of de film goed was weet ik niet, want ik ben halverwege naar bed gegaan. Vijftig!

Niks.

Inmiddels ben ik een klein beetje verder in het begrijpen van Covid-19. In het vorige logje begreep ik nog niet helemaal hoe het kwam dat ondanks dat het aantal doden en geïnfecteerden dat tot nu toe in het niet valt bij de jaarlijkse griepslachtoffers, toch zo’n onevenredig beslag legt op de ziekenhuizen en de intensive care. Als griep iets harder toeslaat dan normaal neemt zo’n epidemie er nog met gemak het aantal slachtoffers van de huidige coronacrisis bij. Daar merken we normaal niks van bij die ziekenhuizen. Dat komt dus doordat bij griep veel minder vaak een ziekenhuisopname volgt, omdat het lichaam het zelf moet oplossen. Beademen is niet nodig met griep, soms heeft iemand extra zuurstof nodig, maar meestal geen kunstmatige beademing.

Het lijkt erop dat corona een overdreven reactie van het afweersysteem kan geven en ook gezonde delen van de longen kan aantasten. Daarom krijgen zoveel mensen ademproblemen. Dat verklaart in elk geval de overbelasting van de zorg. Wat het nog niet verklaart, is de pagina’s vol overlijdensadvertenties in Italië. Maar dat zou ook een niet helemaal kloppend bericht kunnen zijn.

Hoe het verder moet weet ik niet. Maar ik vraag me af wat er nu gebeurt als de toename van het aantal besmettingen tot staan is gebracht, en we geven het openbare leven vrij, wat gebeurt er dan? Volgens de informatie die we tot nu toe van het RIVM hebben gekregen begint het dan van voor af aan. Dus zou dat betekenen dat het openbare leven nooit meer vrij gegeven kan worden. In dat geval zou het middel erger dan de kwaal worden. Misschien krijgen we per provincie een lockdown, om zo het virus te langzamer te verspreiden, totdat die groepsimmuniteit is bereikt. Waarvan ook nog niet helemaal zeker is of die bestaat, hoor ik net op de BBC. Eigenlijk, weet ik niks.