Met een natte vinger

Wij hebben een oven. Net als u. Maar die van ons viel onlangs gedeeltelijk uit elkaar. Het is veel te ingewikkeld om uit te leggen hoe dat zat. In elk geval, ik zette hem weer in elkaar, maar er stak nu een metalen rand uit wat eerst een strak geheel was. We hebben twee weken tegen die rand aangekeken, en ondanks dat de ovendeur weer stevig vastzat, was het toch geen gezicht. Het leek erop alsof de rubberen schroeven waarmee het glas in de deur zat waren doorgescheurd en dat ik nieuwe nodig had.

Ik keek gisteren nog eens goed wat het probleem nu precies was. Rubber schroeven, bestaan die wel? Toen zag ik dat het geen schroeven waren maar uitsteeksels die door een gaatje vielen. En dat die meer dienden als stootblokken dan om het glas vast te zetten. En dat het geheel gewoon gelijmd zat en dat de lijm had losgelaten. Nieuwe hoop gloorde aan de horizon.

Ik scheurde naar de hubo en liep naar de lijmafdeling. Ik werd teruggestuurd want ik moest een mandje pakken. Met mondkapje en dus beslagen leesbril zocht ik de lijm uit. Advies, daar doet deze klusser niet aan. Ik las op de tube: glas, gladde metalen, en hittebestendig. Precies wat ik nodig had. Bonnetje? Nee hoor, niet nodig.

Thuis las ik de gebruiksaanwijzing. Na tien minuten vormt zich een hechtrand. Zal wel. In de voeg aanbrengen en met natte vinger uitsmeren. Moest dat geen lijmen zijn? Kleur: zwart. Hoezo kleur zwart? Het drong tot mij door, dit was geen lijm, dit was kit. Naar zuur stinkende kit. Een goede klusser geeft zijn fout toe en gaat terug. Ik ben geen goede klusser en gebruik dan de kit als lijm. Bisonkit is ook lijm tenslotte. Na vijf minuten de boel te hebben aangedrukt, liet ik de boel los. Geen spoor van enige hechting. Mijn opperbeste stemming werd al slechter. Ik klemde de boel vast en ging met de hond naar het bos. Na een uur was er hechting. Voor vijf seconden, toen viel het glas er alweer uit. Mijn stemming werd wanhopig. Ik klemde de boel weer vast en verbood iedereen in de buurt van de oven te komen.

De volgende dag bleef het glas vast zitten. Ik durfde hier niet op te hopen en ik durfde ook niet te testen hoe vast precies. Linda vroeg of ze de oven mocht gebruiken, en ik dacht dat dat wel kon. Ik had immers gelezen dat de kit na 24 uur hittebestendig zou zijn. Het was pas 18 uur of zo, maar ze houden vast veiligheidsmarges aan. Claims enzo. Het glas hield en het houdt nog steeds. Straks krijg ik er nog echt vertrouwen in. De echte klusser was teruggegaan. Ik niet. Dit bevestigt alleen maar mijn vermoeden dat de lijmfabriek slechts één soort lijm maakt, maar die als twintig verschillende soorten verkoopt. Maar ik trap er niet in. Ik ben niet met een natte vinger te lijmen.

De terreur van verjaardagen.

Ik kwam aan de praat met mijn eega. Normaal vraag ik altijd: “hè, wat lief, “ maar nu volgde ik het gesprek ook, sterker, ik deed eraan mee. Ik was namelijk onderwerp van gesprek, het ging erover dat ik zo’n kluizenaar word.

Dat ik het was, dat wist ik wel, maar dat ik het word? Kennelijk valt haar iets op waardoor het erger lijkt. Misschien dat ze gemist heeft dat er Corona heerst? Ik geef toe, die maatregelen komen me wel goed uit. Linda heeft een hekel aan het kussen bij verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoopt dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik heb een hekel aan verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoop dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik vind verjaardagen een terroristische aanslag op je vrije tijd. Je hebt er als je niet uitkijkt al gauw 20 per jaar. Ze zijn ook allemaal tijdens Formule 1 of voetbal. Je zit overal in een kring te luisteren naar dom gelul. En zo redeneer ik, waarom zou je als je vijftig bent geweest, jezelf nog steeds straffen door dingen te doen waar je eigenlijk geen zin in hebt? Als op televisie een of ander cool persoon zegt: je moet doen waar je zin in hebt, vinden we dat geweldig, totdat ik het ga doen, dan is het ineens een probleem.

Nou ja, ik vier m’n eigen verjaardag niet, dat scheelt al een stomvervelende dag. Waarom schaffen we verjaardagen vanaf 17 jaar niet af? Ik denk dat mensen die iets te vertellen hebben sowieso wegblijven van verjaardagen anders konden ze niet zo stomvervelend zijn.

Op mijn werk hebben we een groepsapp voor mijn team. 13 verjaardagen. Dan hoef je alleen maar te typen: happy birthday, die en die. Zelfs dat irriteert me al. Dat dwangmatige ervan. Ik schrijf het maar even van me af, ik kom hier uiteraard niet mee weg. Maar ik snap Jehova’s getuigen uitstekend!

Het oude normaal

Als de terrassen straks weer open zijn ga ik er een week lang zitten, ongeacht het weer, schreef iemand. Mensen zijn de lockdown zat, en willen hun oude leven weer oppakken. Ik herinner me nog een idioot op het journaal, net nadat de eerste lockdown tot een einde kwam en hij weer het terras op mocht, en stamelend uitbracht: dit hebben we zo verdiend! Ikzelf behoor tot de minst getroffenen van Nederland. Mijn leven is niet ingrijpend gewijzigd en eigenlijk waren de voordelen groter dan de nadelen. Er mocht namelijk niet meer gevlogen worden wat inhield dat allerlei zinloze bijeenkomsten op mijn werk geen doorgang konden hebben (ik hoefde niet naar Budapest) en dat allerlei Amerikanen moesten blijven waar ze waren. Voor mij betekent dat, dat ik beter werk lever. Op zulke momenten kan ik de kar pas echt trekken. En ’s avonds, als ik met de hond buiten loop en het is zo stil op straat, ik denk dat ik dat nog wel ga missen straks.

Er zijn natuurlijk ook nadelen voor mij aan de lockdown. Zo moet je soms een mondkapje op, kan ik niet meer badmintonnen en is het afwachten of de zomervakantie in Frankrijk doorgebracht kan worden. Verder zie ik ook dat veel mensen die mij na staan, wel getroffen zijn door hun opsluiting en door de economische gevolgen, wat ik vervelend vind voor ze. Met name als het ze economisch treft. Op zeker moment komen we hier weer uit, hebben we afweer en is corona verworden tot een griepje. Terrassen gaan weer open en na drie dagen zijn we weer gewend aan het oude normaal. Ik zal daar iets langer voor nodig hebben.

Dingen die belangrijk zijn.

Ik denk er sterk aan, het is al 99% zeker, om niet te gaan stemmen deze keer. Ik vind het niet verantwoord dat het doorgaat. De coronacijfers stijgen weer en als je massaal Nederland laat uitlopen om te stemmen is dat vragen om problemen. Tenminste, zo was het wel met andere evenementen of feesten. De verkiezingen worden het feest der democratie genoemd, en feesten zijn niet toegestaan. Wat heb je trouwens aan een nieuw kabinet als je toch dood ligt te gaan aan de beademing van de intensive care?

Ik overdrijf in lichte mate. Hoewel exact dezelfde redenering wel vaak werd gehanteerd als iemand zich niet aan de coronamaatregelen hield. Het doorgaan van de verkiezingen riep bij mij toch vraagtekens op. Waarom mag dit gewoon doorgaan en wordt zelfs de avondklok tijdelijk later ingesteld om dit feest door te laten gaan? Waarom hoor ik geen politicus zich hardop afvragen of dit wel slim is? Zijn de eigenbelangen nu toch te groot geworden en kunnen we het risico op totale overbelasting van de zorg nu wel op de koop toe nemen?

Overigens zou ik wel per brief hebben willen stemmen. Maar daar ben ik niet oud genoeg voor. Niet dat ik weet op wie ik zou stemmen, ik kan al wel wat partijen uitsluiten. Maar daar kom je er niet mee. Uiteindelijk maak ik vaak op de laatste dag een keuze. Niet uit volle overtuiging, maar meer van ‘dan moet het maar.’ Ik kan geen enkele partij serieus nemen namelijk. Maar het land moet toch geregeerd worden. Vroeger had ik dat wel aan de koningin willen overlaten, maar de huidige koning dicht ik niet heel veel talent toe.

Het wordt in elk geval weer een coalitie, wat betekent dat partijen bepaalde standpunten moeten laten vallen. Dat zijn dan meestal de extreemste standpunten, waardoor je uiteindelijk weer een zacht gemiddelde krijgt dat lijkt op het zachte gemiddelde van de vorige keer. En oppositie staat weer in de banken, moord en brand te schreeuwen in de hoop op persoonlijke doelpunten. Poppenkast.

De dingen die ik belangrijk vind in het leven worden grotendeels niet door de politiek geregeld. Die worden door helemaal niemand geregeld. Ik wil bijvoorbeeld weer strenge winters, ik wil wolven, ik wil heel veel minder mensen in Nederland, ik wil minder strenge straffen op snelheidsovertredingen, ik wil een verbod op de VAR, ik wil een verbod op blaaskaken, ik wil een verbod op foute informatie, een verbod op oeverloos geouwehoer, ik wil een verbod op alles met Mol, op de Toppers, op slechte humor, op onrecht, op dierenmishandeling, op zinloze technologie, weet je, eigenlijk heb ik geen idee. Doe maar wat, ik pas me wel aan.

Sneeuwval

In 1978 werden wij op een ochtend wakker en lag er dertig centimeter sneeuw. Mijn vader op zijn pantoffels naar het schuurtje achter in de tuin om de laarzen te halen. Het zal mij niet gebeuren morgenochtend. Ik heb mijn snowboots al klaar gezet in de keuken. Ik verwelkom de sneeuw. Een paar weken terug was er ook even die dreiging van sneeuw. Toen heb ik de oprit en het terras geveegd en de tuin aangeharkt. Net als vandaag. De sneeuw moet in een nette tuin vallen. Niet op tientallen takjes en stapels blad. Niet op larixnaalden of op stukjes mos die van het dak zijn gevallen. En zeker niet op speeltjes van de hond die her en der door de tuin zwerven. De sneeuw zal nu genoeg zijn om alles te bedekken, maar de wetenschap dat het onder die witte laag een zootje is maakt de beleving minder.

Tot nu toe is het weinig wat er gevallen is. Als de weermannen mij nu weer in de steek laten, geloof ik ze nooit meer. Ik had vanavond al gehoopt op een rondje met de hond door de sneeuw. Honden vinden het vaak fantastisch, zo’n laag verse sneeuw. Ik ook trouwens. Morgen als ik opsta is de hond jarig. Zeven wordt ze dan. Sneeuw voor haar verjaardag. Dat zal ze leuk vinden.

In verzet.

Ik was wat lamlendig de laatste tijd, door tinnitus vooral, waar ik nogal moe van word. Ik weet inmiddels precies hoe het ontstaat als gehoorschade de oorzaak is, al weet ik niet of dat bij mij ook de oorzaak is. Ik hoor nog steeds scherp en tot 13000 herz ongeveer, waar ik vroeger 19000 haalde. Maar vroeger is voorbij. Vandaag heb ik afscheid moeten nemen van het laatste symbool van mijn jeugdigheid, en dat waren mijn gladde wenkbrauwen. Al een tijdje vragen de kapsters of ze mijn wenkbrauwen moeten bijknippen, maar dan draai ik naar ze toe en vraag triomfantelijk: is dat nodig dan? Dan moesten ze beamen dat het niet nodig was. Ik was de laatste der éénenvijftigers met jeugdige wenkbrauwen. Tot vandaag. De kapster zag een haartje dat een andere richting opgroeide en knipte het weg. Mijn wereld stortte in. (Ja, ik was illegaal bij de kapster vandaag)

Als een verslagen oude man reed ik naar huis. Ik overwoog een Volvo 340 aan te schaffen en wellicht een hoed. Thuisgekomen keek alleen de hond mij nog verwachtingsvol aan. Ik zocht mijn wandelstok maar bedacht me dat ik die nog niet heb. Dan maar zonder naar het bos. Ik liep ver, heel ver. Tenminste, voor een oude man. Ik kwam de mensen met de Huskies van een paar logjes geleden weer tegen, nu waren het er zes, vorige keer vier. De fysiotherapeute die vorige keer een stukje met me meeliep, groette me enthousiast. Dat hielp een beetje.

Ik had alleen ontbeten, het was al vijf uur en ik voelde me hongerig en een beetje slap in m’n benen en moest nog best een eind. Maar omdat het redelijk stil was in mijn hoofd, stiller dan de laatste twee maanden, had ik nieuwe energie gevonden. Ik durfde niet te hopen maar liep door zonder te vertragen om deze flow en stilte vast te houden. Ik was door mijn slapte heen gelopen en kon nu door blijven gaan op reserves. Dat voelde goed, die nieuw aangeboorde energie. De hond liep in hetzelfde tempo mee, trots sjouwend met een grote stok.

Ik had meer dan twee uur gelopen en thuisgekomen ging ik nog even door zonder op de bank te ploffen. Ik gaf de hond eten, ruimde de vaatwasser uit, en stelde voor om Chinees te gaan halen omdat ik Linda’s verbale tegenzin om te gaan koken na twintig jaar feilloos herken. En zo geschiedde. Ik was eerder op de dag nog afgeschreven, maar kennelijk ging mijn diepere zelf daar niet mee akkoord. Waarschijnlijk een stuiptrekking. Een laatste krachtsinspanning om mijn jeugdigheid te behouden. Een protestactie van mijn innerlijke ik.

Rebel

Soms vraag ik me af of ik geestelijk iets mankeer. Want buiten dat mijn verstand het op bepaalde gebieden best goed doet, bekijk ik zaken vaak anders, en daarmee bedoel ik niet te zeggen dat ik ze origineler bekijk en dus beter nadenk. Of out of the box om maar eens een stupide term te gebruiken. Neem nu de rellen van afgelopen week. Die worden door iedereen afgekeurd. En wees niet bezorgd, door mij ook. Maar dat over elkaar heen vallen op social media om te laten zien hoe erg je het afkeurt, daar kan ik niet tegen. Echt totaal niet. Net als dat gelul dat je je laat vaccineren. Val me er niet mee lastig! Ik laat me ook vaccineren, als ik tenminste nog aan de beurt kom, en als iemand anders dat niet doet zal me dat een rotzorg wezen. Of dat eeuwige geëmmer dat we van hulpverleners moeten afblijven. Ja, natuurlijk! Als ik zou zien dat een ambulancebroeder tijdens zijn werk werd lastig gevallen zou ik waarschijnlijk mijn uiterste best doen om zijn belager tegen de grond te werken. Dit zou ik zelfs doen als het een politieagent betrof, en ik heb niet eens een hoge pet op van politieagenten. Maar ik ga ze niet lopen prijzen alsof ze helden zijn. Ze doen ook maar hun werk.

Die constante behoefte van mensen om zich maar te profileren op Facebook, ik hoor daar niet bij. Ik ben een dwarspaal en sommigen denken dat ik het expres doe om dwars te liggen. Echt niet, ik voel pure afkeer. Ik klap voor de zorg, stay home, ik laat me vaccineren, ik ben goed, en als jij niet denkt zoals ik ben jij slecht. Dat is eigenlijk wat er wordt bedoeld. Ik heb er een aantal moeten ontvrienden of hun berichten uit moeten schakelen om het enigszins leefbaar te houden voor mezelf.

Ik begrijp die behoefte tot streven naar een perfecte wereld ook niet. Ten eerste is er niet zoiets als een perfecte wereld en ten tweede zou ik me stierlijk vervelen in een perfecte wereld. Ik gedij juist uitstekend in moeilijkere omstandigheden mits die omstandigheden voor iedereen gelden. Enorme sneeuwval, onbegaanbare paden, mislukte computermigraties, pandemieën, stroomuitval, extreme hitte, afgelast carnaval, alien-invasies, onbegonnen werk, ijdele hoop, dames in nood, nou ja, wat raar wellicht. Ik hoop niet dat ik u afschrik.

Don’t know much…

Dankzij mijn kinderen leer ik weer dingen die ik al vergeten was. Goniometrie bijvoorbeeld, maar vandaag ook hoe het ook alweer werkt met plaatsbepaling op aarde door middel van coördinaten. Noorderbreedte, zuiderbreedte, westerlengte, oosterlengte. Nederlands en economie beheers ik nu waarschijnlijk beter dan op de middelbare school, net als geschiedenis, al nam ik daar snel afscheid van. Geschiedenis is nu trouwens veel zwaarder dan dertig jaar geleden, er is tenslotte dertig jaar bijgekomen. In Engels ben ik véél beter dan dat ik ooit op school was en dat geldt voor Frans ook, zij het in mindere mate. Dat ik wiskunde op Havo niveau heb weten te halen vind ik met terugwerkende kracht knap. Ik ben blij dat mijn kinderen niet op het VWO zitten, anders had ik toch op een gegeven moment moeten afhaken en dat is niets voor mij. Als ik begin met haken, dan haak ik het ook af.

Als ik over mijn huidige werk moet vertellen ben ik altijd beschamend snel klaar. Dan klinkt het alsof het helemaal niets voorstelt. En het mooier maken dan het is, is ook niets voor mij. Toch vergt het soms het uiterste van mijn kunnen. Spitten in archieven, zoeken naar bewijzen, onderhandelen met klanten of met andere afdelingen, zoeken naar contracten, clausules daaruit vinden, procedures begrijpen en volgen, rekenen, veel rekenen. En fouten herstellen, veel fouten herstellen. Incasseren, geen geld maar voornamelijk gezeik.

Soms noem ik het ongeschoold werk, maar dat is omdat ik opgeleid ben om financiële administraties te voeren en daar zit wat frustratie bij. Maar Engels, Nederlands, Frans, Duits, economie, aardrijkskunde, rekenen, recht, maatschappijleer, handelswetenschappen, typediploma, informatica, de hele rimram komt toch weer van pas. Alleen natuurkunde, biologie en scheikunde, daar zie ik niks van terug. Dat voelde ik instinctief aan, dat ik die vakken met een gerust hart kon laten vallen. Daar heeft een beetje boekhouder helemaal niks aan.

Soep met ballen.

Ik heb al wel eens genoemd dat wij gedwongen worden om onze vrije dagen op te nemen. Wettelijk niet toegestaan maar onder dreiging van ontslag. Niet zo fraai maar aan de andere kant ben ik na de zomervakantie al twee weken vrij geweest en morgen gaat mijn derde week in. Nu maakte ik mij al wel een beetje zorgen over het werk dat af moest, maar aan de andere kant, niet mijn probleem. Dan loopt het maar in de soep, het was niet mijn idee.

Mijn baas is deze week vrij, zelfde reden, maar ik ga morgen toch maar werken ondanks dat ik vrij ben. Dan kun je concluderen dat ik plichtsgetrouw ben, of dat ik hart voor de zaak heb, of dat ik ons team niet in de steek wil laten, maar je kunt ook concluderen dat ik de ballen niet heb om het eens goed in de soep te laten lopen. Of dat ik mijn bonus niet mis wil lopen, al is het dat laatste absoluut niet.

De waarheid is dat ik wel blij ben dat ik morgen geen vrij neem vanwege een achterstand. Stel nu dat ik zoveel vrij was en er ontstaat geen achterstand, wat zegt dat over mijn werk? Moet je toch ook niet aan denken.

Dood door schuld

Er lag een roodborstje op de oprit. Dood, dat heeft de kat gedaan. Ik zag het liggen op z’n zijkant, niet zichtbaar gehavend, maar met zo’n spijtige uitdrukking op z’n kopje. Ik moet die kat niet, ze flikt dit elke keer. Pak dan een rat of iets van je eigen formaat.

Ik raapte het beestje op in een papiertje en wikkelde het in. Ik deed de groencontainer open en keek bedenkelijk naar het rottende fruit wat op de bodem lag. Zat het nu nog vol met droog gras, dan had ik het wellicht gedaan, maar ik voelde het dode, zachte beestje in mijn hand, dit kon ik niet over mijn hart verkrijgen.

Ik heb een schop gepakt en hem in de tuin begraven. Ik sloeg nog net geen kruisje. En dacht aan hoe ik wel eens denk over de dood. Dat het toch allemaal niet zoveel uitmaakt hoe je begrafenis verloopt. Dat mensen zich daar enorm druk over maken omdat ze denken dat ze het meekrijgen. Onzin, denk ik soms.

En nu bij dat vogeltje dacht ik: ik zal je netjes begraven, ik wil niet dat je oneerbiedig wegrot in de gft-bak, je bent al dood door mijn schuld, straks ben je dubbel teleurgesteld.