Tuinlamp

In mijn tuin staan drie lampen. Die stonden er al toen we hier kwamen wonen, en het heeft even geduurd voordat ik wist hoe ze aan moesten. Er hangt trouwens ook nog een lamp in de tuin die aangaat als het donker wordt en waarvan ik geen idee heb hoe die uit moet, maar dat is niet zo’n probleem. Één van de drie lampen was omgevallen, zo leek het, maar bij nadere inspectie was hij afgebroken. Een dikke kabel die onder de grond naar de lamp liep hield hem nog vast. Ik toog naar de DHZ winkel die precies één soort geschikte tuinlamp had, maar ik hoefde er ook maar één. Ik rekende 40 euro af en spoedde weer naar huis. De stroom was eraf, dus ik kon veilig aan het werk.

Maar wat was dit nu weer voor onzin? Aan de lamp zat een snoer met stekker. Die je zo in het stopcontact moest doen. Dat was niet de bedoeling! Er komt een kabel uit de grond, en daarop moet hij aangesloten worden. Omdat ik niet voor één gat ben te vangen, knipte ik de snoer door en maakte hem met kroonsteentjes vast. Ik zou later wel kijken hoe ik dit waterdicht moest maken. Ik deed de stekker in het stopcontact en bam, de andere twee lampen brandden, maar de nieuwe niet. Ik pakte mijn enig overgebleven en armzalige spanningszoeker maar zag diens lampje niet gaan branden. Ik testte de spanningszoeker in het stopcontact in de garage en omdat het daar wat donkerder was zag ik een heel vaag lampje. Maar buiten in de zon was het onmogelijk waar te nemen. Toch kreeg ik het idee dat er geen stroom op de kabel meer stond. Had ik die afgebroken lamp nu toch maar eerst even getest.

Ik riep hulptroepen in, want ik kwam er niet uit. Als er geen stroom op de kabel stond had ik een groter probleem. Want hoe liep die kabel wel niet helemaal tot achter in de tuin? De hulptroepen konden niet dus ik dacht verder. Een loze kabel zo uit de grond kon ook wat gevaarlijk worden. Ik zette er in elk geval weer een kroonsteentje op. En toen kreeg ik een ingeving. Wat als dit nu een 12-volts kabel was? Dat kon toch haast niet? Die zijn toch niet zo dik? Ik propte het kleine halogeenlampje met de twee lange pinnetjes in de andere kant van het kroonsteentje. Ik deed de stekker erin en had een prachtig licht. Raadsel opgelost. Ik zocht op internet en bestelde een tuinlamp op 12 volt. Vijfentwintig euro. Die andere veertig naar de gallemiezen.

Kan een afbeelding zijn van buitenshuis

Zoekende

Toen ik nog jonger was dan dat ik nu ben, laten we zeggen, ik was een jaar of 18, zat ik op school en vanwege problemen die ik had, had ik wekelijks een gesprek met de decaan. Zij zag in mij een talent om leraar te worden, iets wat mij vreselijk leek. De angst om voor de klas te staan weerhield mij. Tegenwoordig zegt mijn vrouw hetzelfde, maar haar neem ik niet serieus. Waarom zou ik ook, ze werkt immers op een school en leraren zijn haar collega’s, wat weet zij ervan? Zij baseert het op de rustige manier waarop ik dingen aan mijn kinderen kan uitleggen als ze iets niet begrijpen. Psycholoog, dat leek me eerder bij me passen, bovendien, met al die wappies tegenwoordig loop je dan binnen.

Misschien ben ik ook wel geschikt als mediator of relatietherapeut al heb ik moeite dat als beroep te zien. Ik heb er momenteel twee onder behandeling, een collega die ik probeer te laten inzien dat haar relatie reddeloos verloren is en een vriendin die een punt achter haar relatie wilde zetten heb ik kennelijk op andere gedachten gebracht. Bijna twintig jaar getrouwd en ineens kwam de shit naar boven. Al anderhalve week leefden zij en haar man gescheiden. Ze leek er klaar mee, en had dat al min of meer door laten schemeren naar haar man en naar haar familie. Ik hoorde in haar verhaal iets wat me vertelde dat ze er nog niet klaar mee was. Inmiddels hebben ze weer gepraat en is er een opening. Waarom ik in hemelsnaam boekhouder was geworden, vroeg ze zich af.

Was ik nog maar boekhouder denk ik dan. Al vijf jaar doe ik iets anders. Iets onbetekenends. Dat houdt ook een keer op, dat red ik niet tot aan mijn pensioen. Dan moet ik weer iets anders zoeken, en kan ik dat wel? Ik doorzie tegenwoordig zoveel bullshit dat ik bijna niet meer mee kan acteren in het toneelstuk wat het bedrijfsleven is. Soms moet ik bijna overgeven als ik LinkedIn lees.

Voor een ander weet ik het allemaal prima, maar zodra ellende mijzelf treft zie ik het allemaal niet zo helder en beland ik onherroepelijk in een spiraal van negativiteit. Dan blijft er weinig van me over.

Avontuur

Als ik een film zie die zich in Amerika afspeelt, het liefst in de tijd van de cowboys, maar anders in het pré DNA/cameratoezicht/gezichtsherkennings-tijdperk, dan heb ik het idee dat daar meer geleefd werd dan hier en nu. Natuurlijk, onze levens zijn makkelijker, gemakzuchtiger wellicht, maar dat leek mij toch het echte leven. Een enorm groot land, dunbevolkt en niet overal winkels tot je beschikking. Je trok op je paard door de woestijn en je moest je maar zien te redden. Soms kwam je dagen niemand tegen. Je vroeg je niet af wat je vanavond zou eten, maar of je vanavond zou eten.

Omdat ik ook gemakzuchtig ben zou ik dan kiezen voor de jaren zeventig of tachtig. Dat je met je dikke V8 over de highway toert, en dat je kan stoppen bij zo’n typische hamburgertent. En dat je dan niet zou hoeven werken, tenminste niet in vaste loondienst, maar dat je allerlei mensen ontmoette waar je verder niks aan verplicht was, en dat je ’s avonds in een motel sliep en dat je geen idee had waar je de volgende dag terecht zou komen.

Om het echt een leuke film te maken moet je natuurlijk wel in een gevecht terechtkomen, en een barkruk op iemands hoofd kapot slaan. En zelf door de ruit heen naar buiten worden geslagen. Of als je er een thriller van wilt maken, schiet je er eentje dood en begraaf je hem in het bos. Vandaar dat ik begon met het tijdperk vóór Dna, gezichtsherkenning en cameratoezicht, anders zou het avontuur al afgelopen zijn voordat het begon. Zoals wij nu in Nederland leven eigenlijk. Ik begon goed hoor, als kind in de jaren zeventig. We bouwden hutten op geheime plekken en we rookten stiekem de weggegooide shag van anderen. Het avontuur was wel begonnen, maar het duurde tot aan de middelbare school. Toen was het wel over.

Met een natte vinger

Wij hebben een oven. Net als u. Maar die van ons viel onlangs gedeeltelijk uit elkaar. Het is veel te ingewikkeld om uit te leggen hoe dat zat. In elk geval, ik zette hem weer in elkaar, maar er stak nu een metalen rand uit wat eerst een strak geheel was. We hebben twee weken tegen die rand aangekeken, en ondanks dat de ovendeur weer stevig vastzat, was het toch geen gezicht. Het leek erop alsof de rubberen schroeven waarmee het glas in de deur zat waren doorgescheurd en dat ik nieuwe nodig had.

Ik keek gisteren nog eens goed wat het probleem nu precies was. Rubber schroeven, bestaan die wel? Toen zag ik dat het geen schroeven waren maar uitsteeksels die door een gaatje vielen. En dat die meer dienden als stootblokken dan om het glas vast te zetten. En dat het geheel gewoon gelijmd zat en dat de lijm had losgelaten. Nieuwe hoop gloorde aan de horizon.

Ik scheurde naar de hubo en liep naar de lijmafdeling. Ik werd teruggestuurd want ik moest een mandje pakken. Met mondkapje en dus beslagen leesbril zocht ik de lijm uit. Advies, daar doet deze klusser niet aan. Ik las op de tube: glas, gladde metalen, en hittebestendig. Precies wat ik nodig had. Bonnetje? Nee hoor, niet nodig.

Thuis las ik de gebruiksaanwijzing. Na tien minuten vormt zich een hechtrand. Zal wel. In de voeg aanbrengen en met natte vinger uitsmeren. Moest dat geen lijmen zijn? Kleur: zwart. Hoezo kleur zwart? Het drong tot mij door, dit was geen lijm, dit was kit. Naar zuur stinkende kit. Een goede klusser geeft zijn fout toe en gaat terug. Ik ben geen goede klusser en gebruik dan de kit als lijm. Bisonkit is ook lijm tenslotte. Na vijf minuten de boel te hebben aangedrukt, liet ik de boel los. Geen spoor van enige hechting. Mijn opperbeste stemming werd al slechter. Ik klemde de boel vast en ging met de hond naar het bos. Na een uur was er hechting. Voor vijf seconden, toen viel het glas er alweer uit. Mijn stemming werd wanhopig. Ik klemde de boel weer vast en verbood iedereen in de buurt van de oven te komen.

De volgende dag bleef het glas vast zitten. Ik durfde hier niet op te hopen en ik durfde ook niet te testen hoe vast precies. Linda vroeg of ze de oven mocht gebruiken, en ik dacht dat dat wel kon. Ik had immers gelezen dat de kit na 24 uur hittebestendig zou zijn. Het was pas 18 uur of zo, maar ze houden vast veiligheidsmarges aan. Claims enzo. Het glas hield en het houdt nog steeds. Straks krijg ik er nog echt vertrouwen in. De echte klusser was teruggegaan. Ik niet. Dit bevestigt alleen maar mijn vermoeden dat de lijmfabriek slechts één soort lijm maakt, maar die als twintig verschillende soorten verkoopt. Maar ik trap er niet in. Ik ben niet met een natte vinger te lijmen.

De terreur van verjaardagen.

Ik kwam aan de praat met mijn eega. Normaal vraag ik altijd: “hè, wat lief, “ maar nu volgde ik het gesprek ook, sterker, ik deed eraan mee. Ik was namelijk onderwerp van gesprek, het ging erover dat ik zo’n kluizenaar word.

Dat ik het was, dat wist ik wel, maar dat ik het word? Kennelijk valt haar iets op waardoor het erger lijkt. Misschien dat ze gemist heeft dat er Corona heerst? Ik geef toe, die maatregelen komen me wel goed uit. Linda heeft een hekel aan het kussen bij verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoopt dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik heb een hekel aan verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoop dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik vind verjaardagen een terroristische aanslag op je vrije tijd. Je hebt er als je niet uitkijkt al gauw 20 per jaar. Ze zijn ook allemaal tijdens Formule 1 of voetbal. Je zit overal in een kring te luisteren naar dom gelul. En zo redeneer ik, waarom zou je als je vijftig bent geweest, jezelf nog steeds straffen door dingen te doen waar je eigenlijk geen zin in hebt? Als op televisie een of ander cool persoon zegt: je moet doen waar je zin in hebt, vinden we dat geweldig, totdat ik het ga doen, dan is het ineens een probleem.

Nou ja, ik vier m’n eigen verjaardag niet, dat scheelt al een stomvervelende dag. Waarom schaffen we verjaardagen vanaf 17 jaar niet af? Ik denk dat mensen die iets te vertellen hebben sowieso wegblijven van verjaardagen anders konden ze niet zo stomvervelend zijn.

Op mijn werk hebben we een groepsapp voor mijn team. 13 verjaardagen. Dan hoef je alleen maar te typen: happy birthday, die en die. Zelfs dat irriteert me al. Dat dwangmatige ervan. Ik schrijf het maar even van me af, ik kom hier uiteraard niet mee weg. Maar ik snap Jehova’s getuigen uitstekend!

Het oude normaal

Als de terrassen straks weer open zijn ga ik er een week lang zitten, ongeacht het weer, schreef iemand. Mensen zijn de lockdown zat, en willen hun oude leven weer oppakken. Ik herinner me nog een idioot op het journaal, net nadat de eerste lockdown tot een einde kwam en hij weer het terras op mocht, en stamelend uitbracht: dit hebben we zo verdiend! Ikzelf behoor tot de minst getroffenen van Nederland. Mijn leven is niet ingrijpend gewijzigd en eigenlijk waren de voordelen groter dan de nadelen. Er mocht namelijk niet meer gevlogen worden wat inhield dat allerlei zinloze bijeenkomsten op mijn werk geen doorgang konden hebben (ik hoefde niet naar Budapest) en dat allerlei Amerikanen moesten blijven waar ze waren. Voor mij betekent dat, dat ik beter werk lever. Op zulke momenten kan ik de kar pas echt trekken. En ’s avonds, als ik met de hond buiten loop en het is zo stil op straat, ik denk dat ik dat nog wel ga missen straks.

Er zijn natuurlijk ook nadelen voor mij aan de lockdown. Zo moet je soms een mondkapje op, kan ik niet meer badmintonnen en is het afwachten of de zomervakantie in Frankrijk doorgebracht kan worden. Verder zie ik ook dat veel mensen die mij na staan, wel getroffen zijn door hun opsluiting en door de economische gevolgen, wat ik vervelend vind voor ze. Met name als het ze economisch treft. Op zeker moment komen we hier weer uit, hebben we afweer en is corona verworden tot een griepje. Terrassen gaan weer open en na drie dagen zijn we weer gewend aan het oude normaal. Ik zal daar iets langer voor nodig hebben.

Dingen die belangrijk zijn.

Ik denk er sterk aan, het is al 99% zeker, om niet te gaan stemmen deze keer. Ik vind het niet verantwoord dat het doorgaat. De coronacijfers stijgen weer en als je massaal Nederland laat uitlopen om te stemmen is dat vragen om problemen. Tenminste, zo was het wel met andere evenementen of feesten. De verkiezingen worden het feest der democratie genoemd, en feesten zijn niet toegestaan. Wat heb je trouwens aan een nieuw kabinet als je toch dood ligt te gaan aan de beademing van de intensive care?

Ik overdrijf in lichte mate. Hoewel exact dezelfde redenering wel vaak werd gehanteerd als iemand zich niet aan de coronamaatregelen hield. Het doorgaan van de verkiezingen riep bij mij toch vraagtekens op. Waarom mag dit gewoon doorgaan en wordt zelfs de avondklok tijdelijk later ingesteld om dit feest door te laten gaan? Waarom hoor ik geen politicus zich hardop afvragen of dit wel slim is? Zijn de eigenbelangen nu toch te groot geworden en kunnen we het risico op totale overbelasting van de zorg nu wel op de koop toe nemen?

Overigens zou ik wel per brief hebben willen stemmen. Maar daar ben ik niet oud genoeg voor. Niet dat ik weet op wie ik zou stemmen, ik kan al wel wat partijen uitsluiten. Maar daar kom je er niet mee. Uiteindelijk maak ik vaak op de laatste dag een keuze. Niet uit volle overtuiging, maar meer van ‘dan moet het maar.’ Ik kan geen enkele partij serieus nemen namelijk. Maar het land moet toch geregeerd worden. Vroeger had ik dat wel aan de koningin willen overlaten, maar de huidige koning dicht ik niet heel veel talent toe.

Het wordt in elk geval weer een coalitie, wat betekent dat partijen bepaalde standpunten moeten laten vallen. Dat zijn dan meestal de extreemste standpunten, waardoor je uiteindelijk weer een zacht gemiddelde krijgt dat lijkt op het zachte gemiddelde van de vorige keer. En oppositie staat weer in de banken, moord en brand te schreeuwen in de hoop op persoonlijke doelpunten. Poppenkast.

De dingen die ik belangrijk vind in het leven worden grotendeels niet door de politiek geregeld. Die worden door helemaal niemand geregeld. Ik wil bijvoorbeeld weer strenge winters, ik wil wolven, ik wil heel veel minder mensen in Nederland, ik wil minder strenge straffen op snelheidsovertredingen, ik wil een verbod op de VAR, ik wil een verbod op blaaskaken, ik wil een verbod op foute informatie, een verbod op oeverloos geouwehoer, ik wil een verbod op alles met Mol, op de Toppers, op slechte humor, op onrecht, op dierenmishandeling, op zinloze technologie, weet je, eigenlijk heb ik geen idee. Doe maar wat, ik pas me wel aan.

Sneeuwval

In 1978 werden wij op een ochtend wakker en lag er dertig centimeter sneeuw. Mijn vader op zijn pantoffels naar het schuurtje achter in de tuin om de laarzen te halen. Het zal mij niet gebeuren morgenochtend. Ik heb mijn snowboots al klaar gezet in de keuken. Ik verwelkom de sneeuw. Een paar weken terug was er ook even die dreiging van sneeuw. Toen heb ik de oprit en het terras geveegd en de tuin aangeharkt. Net als vandaag. De sneeuw moet in een nette tuin vallen. Niet op tientallen takjes en stapels blad. Niet op larixnaalden of op stukjes mos die van het dak zijn gevallen. En zeker niet op speeltjes van de hond die her en der door de tuin zwerven. De sneeuw zal nu genoeg zijn om alles te bedekken, maar de wetenschap dat het onder die witte laag een zootje is maakt de beleving minder.

Tot nu toe is het weinig wat er gevallen is. Als de weermannen mij nu weer in de steek laten, geloof ik ze nooit meer. Ik had vanavond al gehoopt op een rondje met de hond door de sneeuw. Honden vinden het vaak fantastisch, zo’n laag verse sneeuw. Ik ook trouwens. Morgen als ik opsta is de hond jarig. Zeven wordt ze dan. Sneeuw voor haar verjaardag. Dat zal ze leuk vinden.

In verzet.

Ik was wat lamlendig de laatste tijd, door tinnitus vooral, waar ik nogal moe van word. Ik weet inmiddels precies hoe het ontstaat als gehoorschade de oorzaak is, al weet ik niet of dat bij mij ook de oorzaak is. Ik hoor nog steeds scherp en tot 13000 herz ongeveer, waar ik vroeger 19000 haalde. Maar vroeger is voorbij. Vandaag heb ik afscheid moeten nemen van het laatste symbool van mijn jeugdigheid, en dat waren mijn gladde wenkbrauwen. Al een tijdje vragen de kapsters of ze mijn wenkbrauwen moeten bijknippen, maar dan draai ik naar ze toe en vraag triomfantelijk: is dat nodig dan? Dan moesten ze beamen dat het niet nodig was. Ik was de laatste der éénenvijftigers met jeugdige wenkbrauwen. Tot vandaag. De kapster zag een haartje dat een andere richting opgroeide en knipte het weg. Mijn wereld stortte in. (Ja, ik was illegaal bij de kapster vandaag)

Als een verslagen oude man reed ik naar huis. Ik overwoog een Volvo 340 aan te schaffen en wellicht een hoed. Thuisgekomen keek alleen de hond mij nog verwachtingsvol aan. Ik zocht mijn wandelstok maar bedacht me dat ik die nog niet heb. Dan maar zonder naar het bos. Ik liep ver, heel ver. Tenminste, voor een oude man. Ik kwam de mensen met de Huskies van een paar logjes geleden weer tegen, nu waren het er zes, vorige keer vier. De fysiotherapeute die vorige keer een stukje met me meeliep, groette me enthousiast. Dat hielp een beetje.

Ik had alleen ontbeten, het was al vijf uur en ik voelde me hongerig en een beetje slap in m’n benen en moest nog best een eind. Maar omdat het redelijk stil was in mijn hoofd, stiller dan de laatste twee maanden, had ik nieuwe energie gevonden. Ik durfde niet te hopen maar liep door zonder te vertragen om deze flow en stilte vast te houden. Ik was door mijn slapte heen gelopen en kon nu door blijven gaan op reserves. Dat voelde goed, die nieuw aangeboorde energie. De hond liep in hetzelfde tempo mee, trots sjouwend met een grote stok.

Ik had meer dan twee uur gelopen en thuisgekomen ging ik nog even door zonder op de bank te ploffen. Ik gaf de hond eten, ruimde de vaatwasser uit, en stelde voor om Chinees te gaan halen omdat ik Linda’s verbale tegenzin om te gaan koken na twintig jaar feilloos herken. En zo geschiedde. Ik was eerder op de dag nog afgeschreven, maar kennelijk ging mijn diepere zelf daar niet mee akkoord. Waarschijnlijk een stuiptrekking. Een laatste krachtsinspanning om mijn jeugdigheid te behouden. Een protestactie van mijn innerlijke ik.

Rebel

Soms vraag ik me af of ik geestelijk iets mankeer. Want buiten dat mijn verstand het op bepaalde gebieden best goed doet, bekijk ik zaken vaak anders, en daarmee bedoel ik niet te zeggen dat ik ze origineler bekijk en dus beter nadenk. Of out of the box om maar eens een stupide term te gebruiken. Neem nu de rellen van afgelopen week. Die worden door iedereen afgekeurd. En wees niet bezorgd, door mij ook. Maar dat over elkaar heen vallen op social media om te laten zien hoe erg je het afkeurt, daar kan ik niet tegen. Echt totaal niet. Net als dat gelul dat je je laat vaccineren. Val me er niet mee lastig! Ik laat me ook vaccineren, als ik tenminste nog aan de beurt kom, en als iemand anders dat niet doet zal me dat een rotzorg wezen. Of dat eeuwige geëmmer dat we van hulpverleners moeten afblijven. Ja, natuurlijk! Als ik zou zien dat een ambulancebroeder tijdens zijn werk werd lastig gevallen zou ik waarschijnlijk mijn uiterste best doen om zijn belager tegen de grond te werken. Dit zou ik zelfs doen als het een politieagent betrof, en ik heb niet eens een hoge pet op van politieagenten. Maar ik ga ze niet lopen prijzen alsof ze helden zijn. Ze doen ook maar hun werk.

Die constante behoefte van mensen om zich maar te profileren op Facebook, ik hoor daar niet bij. Ik ben een dwarspaal en sommigen denken dat ik het expres doe om dwars te liggen. Echt niet, ik voel pure afkeer. Ik klap voor de zorg, stay home, ik laat me vaccineren, ik ben goed, en als jij niet denkt zoals ik ben jij slecht. Dat is eigenlijk wat er wordt bedoeld. Ik heb er een aantal moeten ontvrienden of hun berichten uit moeten schakelen om het enigszins leefbaar te houden voor mezelf.

Ik begrijp die behoefte tot streven naar een perfecte wereld ook niet. Ten eerste is er niet zoiets als een perfecte wereld en ten tweede zou ik me stierlijk vervelen in een perfecte wereld. Ik gedij juist uitstekend in moeilijkere omstandigheden mits die omstandigheden voor iedereen gelden. Enorme sneeuwval, onbegaanbare paden, mislukte computermigraties, pandemieën, stroomuitval, extreme hitte, afgelast carnaval, alien-invasies, onbegonnen werk, ijdele hoop, dames in nood, nou ja, wat raar wellicht. Ik hoop niet dat ik u afschrik.