Pubers

Als vervolg op mijn vorige logje over het ouder worden, ook nog even dit. Mijn vrouw vindt pubers leuk. Ik niet. Tot een jaar of tien, dat vind ik leuk, daarboven worden ze irritant. Nu vind ik mijn eigen puber wel leuk, maar die kan ik aanpakken als het te gortig wordt. Maar die vriendjes die hij meeneemt! Vrouwlief vindt het allemaal leuke jongens, ik vind het irritante praatjesmakers. Als ze binnen komen is er geen eentje die zegt: “Goedemiddag heer Mack, hoe maakt u het?” Welnee, het komt binnen en het begint gelijk op luidruchtige wijze de aandacht op te eisen met dom gebral op te luide en te lage toon. Dan kun je aanhoren dat het allemaal aan de school ligt, maar toch zeker niet aan hen. Bovendien zijn ze bezitter van een volstrekt misplaatste zelfverzekerdheid die hen laat denken dat alle vrouwen in zwijm vallen als ze langs lopen.

Goed, dat had ik zelf allemaal ook, behalve dan als ik ergens binnenkwam. Dan had ik respect voor de heer des huizes. Ongeacht of dat vader of moeder was. Ik begaf me in hun territorium dus het was altijd weer even aftasten of ze in een goed humeur waren, en als dat zo was kon ik dingen vertellen. Als dat niet zo was, dan hield ik mij gedeisd. Nu ben ik de heer des huizes, maar niemand die zich lijkt te realiseren dat dit mijn territorium is. Welnee. Ik mag blij zijn als ze “hoi Jack” zeggen, want ze nemen alles van elkaar over, en mijn zoontje (13) noemt mij Jack.  Nou ja, waarschijnlijk verdedig ik mijn territorium niet hard genoeg. Bovendien verdedigt mijn vrouw niet mee. Nee, die vindt het allemaal leuk, die pubers. Oh oh, wat een lol. Binnenkort komt er een stel van die schreeuwers op haar verjaardag. Ik ben wel even naar het bos met de hond rond die tijd. Hooligans.

 

 

Vulpotlood

Mijn vrouw noemt mij Scrooge, en dat is een naam die ik met trots draag. Ze doet het niet omdat ik gierig ben, maar omdat ik een chagrijn word. Het toeval wil dat ik van oude chagrijnen houd. Fred Schuit (gespeeld door Rijk de Gooijer) is mijn lichtend voorbeeld. En verder vind ze dat ik met mijn tijd mee moet gaan. Tenminste, dat zegt ze, maar ze bedoelt dat ik niet van die steekhoudende argumenten moet inbrengen tegen vernieuwing. Het is kennelijk de bedoeling dat ik kritiekloos alle moderniseringen toejuich. Ik weet al niet eens meer waarom ze dit allemaal zei, maar ik geloof dat het was omdat ik zat te zeiken over juryleden van TVOH, waar de kandidaten the stage moesten ownen en moesten deliveren. Nou ja, doet er verder niet toe, maar toen ik nieuwe vullingen voor mijn vulpotlood ging halen, haalde zij haar gelijk. Want ze denkt dat ik nog één van de drie laatste Nederlanders ben die een vulpotlood gebruikt. Vroeger gebruikte ik hem nog veel vaker, maar sinds mijn werk zich volledig op de pc afspeelt, gebruik ik hem alleen nog voor cryptogrammen, want pennen werken ondersteboven niet. Ik cryptogram altijd op mijn rug.

Als ik dit zelf zo lees, dan neigt het ook wel naar het verhaal van een oude zak. Maar ja, wat moet ik er aan doen? Als ik ergens allergisch voor ben dan is het wel voor oude mannen die net doen alsof ze geen oude zak zijn. Die met hun tijd meegaan en daar eindeloos over reutelen. Terwijl het gewoon allang over is, en de enige reden dat we nog in leven zijn is omdat we eten kunnen kopen in een winkel. Verder merk aan alles dat ik ouder word. En dat is vooral te danken aan mijn scherpe waarnemingsvermogen. Ik merk dat mijn spierkracht afneemt, dat mijn testosteronniveau afneemt, mijn snelheid, mijn lusten, mijn scherpe zicht, alles gaat langzaam kapot.  En niemand hoeft mij wijs te maken dat het niet zo is. Mannen gaan na hun veertigste kapot.

Goed, allemaal gelul van de bovenste plank. Ik ga voortaan met mijn tijd mee. Ik koop een hardloopoutfit, ik neem een tattoo, een beugel, en ik ga fakking anders praten. Ik zet op Linkedin hoe geweldig ik ben, in het Engels uiteraard, en volgend jaar ga ik naar Vrienden van Amstel Live. En ik praat gewoon wat meer en harder. En ik schrijf minder. Want als er iets voor oude mannen is, is het wel schrijven. Zeker met een vulpotlood.

Stof tot bloggen

Als iemand je stof tot bloggen geeft, dan moet je bloggen. Het zou een uitspraak van mij kunnen zijn, en dat is het ook. Het was Karin van Raam Open, die me vroeg of zij ook één van de aanstellerige dames was, en waarom ik moeite heb met het volgen van andere bloggers. Het zijn twee vragen waar ik even op in zal gaan.

Om met de eerste te beginnen: Karin moet gezien hebben dat ik bij vriendin Yukiko reageerde door te zeggen dat ik een lijstje bijhield van aanstellerige vrouwen en dat zij daar niet op voor kwam. Ik ken Yukiko inmiddels vrij goed, en ik vind haar een bijzondere vrouw die dingen kan waar ik veel bewondering voor heb. Eén van de dingen die ik bewonder is haar vermogen om haar mening niet op te dringen aan anderen in deze opdringerige tijden. Ze heeft absoluut meer dingen die ik bewonder, maar we geven elkaar slechts één keer per jaar een compliment, dus ik laat het hierbij.
Dat lijstje hou ik uiteraard niet echt bij, maar zou ik het doen, dan heb ik geen reden om je erop te zetten, Karin. Voor wat het waard is. Overigens, in blogland zitten veel minder aanstellers dan op FB/Twitter en wat er allemaal aan meuk is. En aansteller is slechts door mijn ogen gezien, het zegt verder niets.

Het andere punt, ik schreef bij Karin in de reacties op een blogpost, dat ik moeite heb met het volgen van een ander. En dat riep niet alleen bij haar vragen op, maar ook bij mij. Het zit zo: niet alles wat een ander schrijft interesseert me en al snel verslapt dan mijn aandacht en heb ik geen idee wat ik zojuist gelezen heb. Vaak zit dat in de lengte van een blogje, maar het hoeft niet. Terwijl ik mijn eigen bloghistorie wél moeiteloos lees. Egocentrisch misschien wel. Maar ik snap meestal nog waar het over ging en de hoofdpersoon ben ik meestal zelf. Kennelijk vind ik mezelf interessant. Aan de andere kant kon ik bij wijze van spreken ook het telefoonboek lezen. Ik las de meest saaie wetteksten in bed. Contracten in het Engels, ik kan ze lezen. Ik heb ook vaak radio 1 aan in de auto, maar soms denk ik: waar zit ik nu in godsnaam naar te luisteren? Een muizenplaag in Friesland? Geluidsoverlast op Texel? Dalende aandelenkoersen in Brazilië? Het is zelden spectaculair.

Ik vind het lastig om leuke blogs te vinden. Maar komt dat nu werkelijk omdat de blog van een ander niet over mij gaat? Ben ik dan echt zo’n egotripper? Of is het iets volkomen normaals dat je een ander niet altijd leest? Ik voel me er ook wel eens schuldig over en soms dwing ik mezelf om in elk geval even bij de mensen die ik gelinkt heb te lezen. Soms moet ik weer opnieuw beginnen om het verhaal te snappen. En als ik het dan snap, dan reageer ik ook wel. Maar blogs waarin je gelijk iets van jezelf herkent zijn het mooist, maar ook het zeldzaamst. Ik heb ook gemerkt dat het met doorzetten te maken kan hebben. Als ik iemand maar vaak genoeg lees, wordt het vanzelf vertrouwd en herkenbaar. Als ik met een blogger ook buiten het bloggen om contact heb, dan wordt de herkenning ook makkelijker. En sommigen schrijven eenmaal erg goed of weten veel waardoor het interessant wordt. Meestal link ik ze dan, en niet voor de eerste keer houden ze er dan na een week mee op. Normaal vermoed je dan geen verband, maar als het vaker gebeurt, dan roept dat toch vragen op.

Ik probeer mijn eigen blogs kort te houden, meestal korter dan deze omdat ik weet dat kort het prettigst leest. Behalve in een boek natuurlijk, maar dat is weer een heel andere kunst. Vroeger had ik het trouwens steevast over logjes en niet over blogs. Geen idee waarom dat veranderd is. Goed. Dan weet u dit ook weer, als u tot hier bent gekomen.

Mijn echte leeftijd.

Meestal ben ik wel de mening toegedaan dat als je een zekere leeftijd hebt bereikt, je normaal moet gaan doen. Dat je gewoon te oud bent om nog uit de band te springen omdat dat er eigenlijk vrij belachelijk uitziet. Je moet je gewoon neerleggen bij je leeftijd en vooral niet gaan denken dat je nog met de jonkies mee kan, want dat leidt onherroepelijk tot zware teleurstelling, vernedering en afgang. Dit is een hele wijze raad van mij, die u allemaal voor niks krijgt. Vijftig is absoluut niet het nieuwe dertig, en als een bejaarde zielige man als Emile Ratelband zijn leeftijd wil laten veranderen bij de rechtbank omdat hij zichzelf nog een jonge god vindt, prima, alleen zullen we hem zware antidepressiva moeten gaan voorschrijven na een tijdje.

Ik was gisteren op een jongerenfeestje waar de gemiddelde leeftijd zo 25 jaar was. Ik werd door de moeder van de jarige de dansvloer opgetrokken tussen al het dartele spul en ik probeerde er weer zo snel mogelijk weg te komen. Ik zei dat ik mij ernstig ongemakkelijk voelde op de dansvloer. Ik zei dat ik dankzij haar en haar man nog niet totaal ingekakt was, omdat ze nog wel eens een feestje geven tot diep in de nacht. Tot zover mijn principes. Toen viel mijn oog ineens op een prachtig jong meisje dat vrolijk aan het dansen was. Mijn instinct ratelde aan alle kanten. Aan de ene kant omdat ze een heel mooi meisje was, en aan de andere kant riep het keihard in mijn oor dat het er triest uit zou zien, ik, bijna vijftig dansend met een jonge hinde. En toch, ik kon het niet laten, ik liep langs haar en zei haar dat ik haar wel een heel mooi meisje vond. Ze lachte en zei dat ze mij een hele leuke man vond. En toen moest ik er wegblijven natuurlijk, want ik ging al te ver. Ik denk dat ik navolging van Ratelband ook mijn leeftijd ga laten verlagen met twintig jaar. Ik ben tenslotte wel geboren in ’69, maar dat is eigenlijk het enige. Voor de rest is mijn geestelijke en lichamelijke leeftijd 29. Dat is nu wel duidelijk.

Vast

Mijn moeder heeft haar verzameling LP’s en cassettebandjes aan mij cadeau gedaan. Ik heb een platenspeler op zolder staan, die veel beter is dan de digitale platenspeler in onze huiskamer. Mijn moeder heeft in geen dertig jaar nog een plaat gedraaid. Het zijn ongeveer 100 LP’s, waarvan ik er veel nog aan de hoes herkende. Het is vast geen kostbare verzameling met “alle dertien goed” ertussen, maar toch. Ik ben al dertig jaar op zoek naar de naam van een klassiek stuk. Ik kan het zo fluiten, maar ik heb het nooit meer gehoord. Soms twijfel ik of het nummer wel echt bestaat of dat ik het zelf verzonnen heb.

Ik ben tien elpees verder, maar ben het nog niet tegengekomen. Ik weet ook niet of het er tussen zit. Ik had gedacht van wel, maar begin de hoop een beetje te verliezen dat het raadsel ooit nog opgelost wordt. Ik begin gelijkenissen te vertonen met mijn opa, die veertig jaar naar een boek opzoek is geweest. Tijdens zijn leven vond ik het en kocht ik het voor hem, maar hij herkende het niet. Na zijn dood vond ik pas het juiste boek. Het raadsel werd voor hem postuum opgelost. Nu moet ik deze noot toch eerder zien te kraken. Bijnamen die ik op mijn werk kreeg gedurende mijn carrière waren onder andere pitbull en Agent 001, vanwege mijn vermogen om me in dingen vast te bijten en te speuren. De Hengst van Vaassen was ook een bijnaam die ik even had, maar dat was een grapje.

Ik speur weer verder. In 2010 schreef ik er ook al eens over, maar nog steeds niet gevonden. Maar de oplossing is niet ver weg meer. Als ik hem heb, hoort u van me. Ondertussen bijt ik me ook nog vast op de bende van Nijvel.

Kippenhok

Er valt hier niet veel te melden, ik doe alleen nog routinematige dingen. Alles wat afwijkt moet wijken. Saai maar stabiel. Geen feesten, geen sportprestaties, geen vakanties. Ik help de kinderen met hun huiswerk, ik plak eens een band, ik rij naar voetbal, we kijken tv en ik werk. Ik ben de laatst overgeblevene van het bedrijf waar ik werkte sinds het is overgenomen. Dat zegt ook wel wat. Dat ik het eigenlijk beter naar mijn zin heb nu. Het voelt nog steeds raar dat ik geen finance meer doe, maar ik ben nu één van de twee mannen in een team van louter vrouwen. Het is wel een hecht team, vind ik. Geen gedoe met haantjes, maar ondertussen kan ik wel de haan uithangen. Mijn baas zegt ook als ze met vakantie gaat: I leave you alone with all the chicken. Ik ben ook in het jaar van de haan geboren, dus die rol is me op het lijf geschreven. Maar voordat u denkt dat ik een beetje stoer loop te doen, nee. Maar ik voel me kiplekker doordat ik allerlei vragen op me afgevuurd krijg, en ik het tot de bodem kan uitzoeken.

En dan rij ik ook nog drie dagen per week over een vrijwel filevrij traject, en werk ik twee dagen thuis. Eigenlijk heb ik niks te klagen, en als ik niks te klagen heb, dan gaan er dingen knagen. Zo van, klopt dit eigenlijk wel? Salaris goed, vrijheid goed, werk goed, ik kan in spijkerbroek naar mijn werk, geen baas in mijn nek, iets klopt er niet met vroeger. Vroeger had ik nog wel eens een pak aan om iets belangrijker te lijken, maar dat hoeft helemaal niet. Binnenkort is er weer een teamuitje, en zoals u misschien weet hou ik daar niet van, maar de dames vinden het geweldig. Die praten alleen over wijn drinken en chocola eten. Terwijl ik meer van bier en voetbal ben. Maar ik kan natuurlijk niet voor niets zo goed met vrouwen werken. Wenen, gaat het worden. Het kippenhok stuurt elkaar al mailtjes over het uitje. Ik hou me afzijdig. We zien het wel. Ben ik al 67?

Typisch Mack

Wij hebben in de tuin zo’n bak waar de AH moestuintjes in zaten. Het was zaaien, maar nooit oogsten. Onze tuin was vorig jaar zomer overwoekerd als het kasteel van Doornroosje. Op een gegeven moment was ik het zat en heb ik alles eruit gehaald. De pompoenen groeiden vijf meter verderop, terwijl hun wortels in de bak zaten. Ik wilde eigenlijk de hele bak weghalen, maar halverwege werd mij een halt toegeroepen.

De winter ging voorbij en de hond gebruikte de bak steeds vaker als buitenmand. Toen dacht ik dat het wel aardig zou zijn om er gras in te zaaien. Ik ben gek op gras en dan zou ik weer één vierkante meter terug hebben. Ik ging naar de bouwmarkt en haalde daar het laatste pak graszaad dat ze hadden. Ik vroeg of ze ook nog een kleiner pak hadden, want ik vond 16,95 wel duur, maar dat was er niet. Toen ik afrekende moest ik 24,95 betalen waarop ik zei dat dat niet klopte. Bleek dat mijn grote pak in het schap van de kleintjes had gestaan, en dus inderdaad 24,95 kostte. Omdat ik het een afgang vond om het pak dan niet te nemen, en omdat mijn dochtertje erbij was en graag wilde helpen, kocht ik het. Ik gaf mijn kluskaart, en het af te rekenen bedrag was ineens nul. Ik was helemaal in mijn nopjes.

Nu heb ik die doos die voldoende was voor zestig vierkante meter in zijn geheel uitgestrooid op mijn ene vierkante meter. Water erbij en afwachten. Ik controleer ieder uur of ik de groene waas al zie ontkiemen. Het enige waar ik niet aan gedacht heb, is een grasmaaier. Zo’n zitmaaier, dat lijkt me wel wat. Typischer Mack dan dit wordt het niet.