3e persoon enkelvoud

Ik lees best graag in de archieven van deze blog. Dat komt omdat ik de hoofdpersoon goed ken, en mij goed in hem kan verplaatsen. Hij is een aardige gast, heeft best humor en draagt zorg voor zijn lezers. Hij raakt bij mij de juiste snaar. Omdat ik hem erg goed ken, weet ik bijna hoe hij zich voelde toen hij het schreef. Soms was hij wat onzeker, of zelfs angstig om zijn mening te geven. Hij was wat bang dat u hem zou doorzien, dat u zag wat er werkelijk in hem omging, wat zijn dromen, zijn ideeën en zijn verlangens waren. Maar hij gaf hem toch, omdat hij dat op dat moment belangrijk vond.

Maar als ik het zo lees, nu die onzekerheden zijn weggeëbd doordat er tijd is verstreken en er andere onderwerpen met bijbehorende emoties de revue passeerden, ziet het er eigenlijk helemaal niet zo vreemd uit, wat hij deed. Het is allemaal veel gematigder dan hij destijds dacht, hiervoor word je door geen rechter veroordeeld. Nog niet eens aangeklaagd waarschijnlijk terwijl hij bij zichzelf dacht: guilty as hell. Sommige van zijn blogs zouden zo als column kunnen verschijnen als je het mij vraagt. Maar dat komt wellicht doordat ik hem goed ken, en me goed in hem kan inleven.

One man went to mow

Ik werd getipt over het programma “Wheelers dealers” waar ze bezig waren met een oude Alfa Romeo 164 3.0 V6 uit 1991. Ik zie het programma niet zo vaak, simpelweg omdat ik er niet aan denk. De presentator gaat op zoek naar een goedkope oude auto, schat in wat een goede prijs is en samen met zijn monteur proberen ze hem weer in goede staat te krijgen voor weinig geld. De monteur is meestal de klos, want die moet meestal de motor eruit halen en vele onderdelen vervangen. In dit geval was er olielekkage, de remmen waren slecht, de stuurbekrachtiging deed het niet goed, maar met 36 manuren en $1500 aan reparatiekosten verkochten ze de auto met winst, even afgezien van de manuren.

Automonteurs inspireren mij vaak, en zeker degenen die weten waar ze het over hebben. Deze haalde de motor eruit, verving alle riemen, de waterpomp, de koppelingsplaat, en alles met het grootste gemak. Van die prachtige momentsleutels hebben ze, elk stuk gereedschap dat ze nodig hebben is er, en heel specialistisch werk wordt uitbesteed. Als ik het allemaal over mocht doen zou ik automonteur worden.

Nu had ik toevallig een grasmaaier waarvan één wiel zwaar liep. Geïnspireerd door de automonteur ging ik aan de slag en schroefde het ding uit elkaar. Ik begon voortvarend, maar in tegenstelling tot de monteur wist ik niet precies waar de schroeven en bouten voor dienden, dus drie schroeven en een paar bouten verder zat het wiel nog net zo vast als eerst. Uiteindelijk kwam ik er na heel lang hard draaien aan een plastic afdekkapje achter dat het afdekkapje eraf gewipt kon worden. Toen zag ik een bout zitten die moest dienen voor het loshalen van het wiel. Hoezee.

Met mijn leesbril op zag ik dat de bout geen bout was, ik kreeg er tenminste geen grip op met een sleutel. Het was gewoon een ronde as, en het wiel werd erop gehouden met een ijzeren borgdingetje, waar vast wel een woord voor is. Dat dingetje kwam er eerst niet af, maar iets later lukte het toch. Toen kwam het wiel eraf. Ik verwachtte dat het vol gras zou zitten en dat het daarom zwaar liep, maar nee. Een plastic binnenwerk, met smeer erin, dat ik eerst wilde schoonmaken maar later bedacht dat ze bij “Wheelers Dealers” het vet verwijderen, en daarna schoon vet toevoegen. Omdat ik geen vet had, ik ben immers geen monteur, liet ik het zitten. Ik spoot wat wd-40 in kieren en na verloop van tijd draaide het wiel weer een stuk soepeler. Als laatste moest ik het wiel weer terugzetten, en het borgdingetje weer terugzetten. Dat paste natuurlijk net niet. Logisch, want anders zou het niet houden. Een kwartier heeft het me gekost, toen lukte me om het borgdingetje weer op zijn plek te krijgen, het wiel er weer op te zetten, het plastic afdekkapje er weer op te hengsten, en de nutteloos losgedraaide bouten en schroeven weer vast te draaien. De grasmaaier deed het weer. Een staaltje oer-Hollands vakmanschap wat ik daar leverde. Zo voelde het tenminste. Waarschijnlijk als ik niks had losgehaald en gelijk met de olie aan de gang was gegaan, had het ook gewerkt. Maar ja, dan heb je geen verhaal.

Druk

Nu facebook/Instagram/Whatsapp een wereldwijde storing heeft, zijn het de bloggers die moeten leveren. Ik dus. Maar waar kan ik het nog over hebben? Ik weet toevallig uit eerste hand dat het in Noord Italië regent. Niet gewoon regent, er drijft alweer van alles door de straten. Waar normaal 1100 mm in een jaar valt, viel nu 860 mm in een etmaal. Een nieuw record. Waarom wij er tot nu toe niks over horen weet ik niet. Misschien is de wereldwijde storing op social media belangrijker. We hebben nu nog geen idee wanneer die storing opgelost wordt, waarschijnlijk doet alles het morgen weer. Maar wat als dat niet zo is? Stel nu dat dit morgen nog niet opgelost wordt? Of erger, deze week niet? Of deze maand niet? Dan zullen we toch weer een boek moeten pakken. Ik heb er nog wel een paar liggen, maar ik ben te beroerd om erin te beginnen. Terwijl, als ik begin, ben ik altijd weer blij dat ik het gedaan heb. Dat ik even wat anders doe dan dat scrollen uit gewoonte of verveling om te kijken of er iemand nog iets interessants te melden heeft. Het is zelden het geval. Iemands kat komt in beeld, of iemand is ergens eventjes verontwaardigd over maar is allang weer bij de volgende post aangekomen, iemand heeft iets te koop, of iemand heeft een bepaalde letter in zijn naam waardoor hij zijn schoonzus moet trakteren.

Ik heb een tennisarm, heb ik dat al verteld? Valt reuze mee hoor, je kunt er nog best veel mee. Badminton spelen bijvoorbeeld. Alleen het bovenhands overslaan om warm te worden lukt niet goed, maar ik heb toch een hekel aan een warming-up. Altijd al gehad. Volgens mij gaat dat ook ten koste van je beschikbare energie, dus nu begin ik gewoon gelijk, en heb ik er geen last van. Mijn hond warmt ook nooit op voordat ze achter een stok aan sprint. Volgens mij kan dat ook helemaal niet in de natuur, opwarmen. Daar heb je helemaal geen tijd voor. Je moet gelijk klaar zijn. Alleen een koudbloedige moet opwarmen in de zon, en op dat moment ben je kwetsbaar. De fysiotherapeut behandelt mijn arm met shockwave, ik hoop dat ze weet wat ze doet. Ze zegt dat ze het eerst nog meer moet beschadigen om het beter te laten helen. Ik ben natuurlijk geen deskundige op dit gebied, maar het baart mij wat zorgen.

Goed, hier moet u het maar weer mee doen. Hopelijk is is de wereldwijde storing snel opgelost. Want ik voel nu al druk.

52

Het was mijn verjaardag vandaag, ik ben 52 en nog steeds geen idee wat ik precies aan het doen ben. Ik was ook ziek vandaag, dat begon maandagavond al, maar ik denk dat vandaag het hoogtepunt was. Ik heb thuis gewerkt, om drie uur werd ik naar beneden geroepen voor de cadeaus en stond ik heel even stil bij wat ik wist over een gebeurtenis die op dat moment zou plaatsvinden.

Begin deze week was er al een medespeler van de badmintonclub overleden, net vijftig geworden. Heeft twee dagen in het hospice mogen zijn, langer niet. Triest verhaal. Zo vrolijk is het allemaal niet, ons bestaan, dus een beetje ziek op je verjaardag, ach. Ik vierde het toch al niet, want dat doe ik eigenlijk nooit. Ondanks dat waren er toch veel mensen die de moeite namen om me te feliciteren, dat vind ik toch wel leuk. Ik kan mezelf dan wel negeren, als anderen het ook gaan doen wordt het pas echt zielig.

Maar goed, 52. Eigenlijk stelt het niks voor. Ik heb de lichamelijke schade tot nu toe beperkt weten te houden. Wat normale slijtage, doe je weinig aan. Het probleem is dat ik me veel jonger voel dan 52. En dan bedoel ik niet “ kijk mij nog eens jong zijn” maar meer dat ik geestelijk achterblijf. Ik las van de week over een man van 85 die had gehoopt dat zijn interesse in mooie jonge vrouwen wel een keer over zou gaan, maar niks hoor. Hij kon dan wel niks meer op seksueel gebied, en hij was kansloos bij ze, dus de kwelling werd alleen maar groter.

Even vreesde ik dat een dergelijk lot ook mij beschoren zou zijn, maar ik geloof toch dat ik nu al meer interesse toon in meisjes van vijftig dan in meisjes van twintig. En of dat dan oprecht zo is of dat ik gewoon bang ben voor ouwe vent aangezien te worden door zo’n blond geval, daar ben ik nog niet uit. Bovendien, mocht mijn zelfoverschatting licht overdreven vormen aannemen, is daar altijd mevrouw Mack, die mij moeiteloos met twee zinnen weer met beide benen op de grond doet landen. Één zin per been.

Mick Jagger heeft daar allemaal geen last van. Maar die is topfit, heeft al zijn haar nog, is niet grijs, geen overgewicht, beweegt nog als Jagger, en heeft niet eens een bril! Ja, dan zou ik ook mijn verjaardag gewoon vieren. Groots.

Genen

Ik zou wel eens een dag niks willen hebben. Gewoon niks. Dat je alleen hoeft op te staan, aan te kleden en in de veranda kunt gaan zitten. Met Chromebook. Zoals onze kat bijvoorbeeld. Niet dat die een Chromebook heeft, maar ze ligt hier naast me, opgerold als een slakkenhuis en geeft al een uur geen teken van leven, behalve dan het uitzetten van haar lichaam bij elke ademhaling. De hond ligt binnen op de bank in ongeveer dezelfde houding, maar de hond moet nog dingen. Zij moet er straks uit bijvoorbeeld. Met mij. Dus ik moet ook dingen. En er hangt nog een dreiging boven me van het vrijwilligerswerk wat ik voor de voetbalclub doe. Helemaal geen zin in. Zo vrijwillig is dat allemaal niet. En het gras is ook alweer aan de hoge kant.

De kinderen zijn vanochtend in alle vroegte vertrokken naar Walibi, Linda heeft ze naar de trein gebracht, dus die laatste ligt nu ook nog slaap in te halen. Het was de eerste keer dat ze alleen met de trein gingen, en er ging iets fout wat volgens mij alleen fout kan gaan als je mijn genen hebt. Hoewel dat bij mij nog nooit is gebeurd, maar ik zie het zó voor me. In Amersfoort moesten ze overstappen, dat hadden ze keurig uitgezocht, maar hoe stap je uit de trein als de deuren niet opengaan? Wisten zij veel dat je op een knop moest drukken? Die zijn dus doorgereisd naar Utrecht. Inmiddels zijn ze wel in Walibi, dus het is klein leed, maar je vaderhart krimpt wel ineen als je dat leest. Het is niet slim, oké, maar wiens schuld is dat? De mijne toch? Ik heb ze nooit meegenomen in de trein, en daarbij, ik heb eens opgesloten gezeten in een telefooncel in Frankrijk omdat de deur niet meer open ging. Een man of tien probeerden mij te bevrijden totdat er eentje op het idee kwam dat de deur misschien aan de andere kant scharnierde. Het is een aangeboren onhandigheid.

Gelukkig waren ze met z’n tweeën en is Hans sowieso trots op zijn onuitwisbare missers (hij appte mij een keer dat ik mijn telefoon thuis had laten liggen) maar het had mij kunnen gebeuren, met die deurknop. En dan de paniek die zou toeslaan. Ik haat het sowieso, reizen met openbaar vervoer naar onbekende bestemmingen. Nee, doe mij maar een keer een dagje niks. Of een ochtendje, zoals nu. Ook goed.

Tuinlamp

In mijn tuin staan drie lampen. Die stonden er al toen we hier kwamen wonen, en het heeft even geduurd voordat ik wist hoe ze aan moesten. Er hangt trouwens ook nog een lamp in de tuin die aangaat als het donker wordt en waarvan ik geen idee heb hoe die uit moet, maar dat is niet zo’n probleem. Één van de drie lampen was omgevallen, zo leek het, maar bij nadere inspectie was hij afgebroken. Een dikke kabel die onder de grond naar de lamp liep hield hem nog vast. Ik toog naar de DHZ winkel die precies één soort geschikte tuinlamp had, maar ik hoefde er ook maar één. Ik rekende 40 euro af en spoedde weer naar huis. De stroom was eraf, dus ik kon veilig aan het werk.

Maar wat was dit nu weer voor onzin? Aan de lamp zat een snoer met stekker. Die je zo in het stopcontact moest doen. Dat was niet de bedoeling! Er komt een kabel uit de grond, en daarop moet hij aangesloten worden. Omdat ik niet voor één gat ben te vangen, knipte ik de snoer door en maakte hem met kroonsteentjes vast. Ik zou later wel kijken hoe ik dit waterdicht moest maken. Ik deed de stekker in het stopcontact en bam, de andere twee lampen brandden, maar de nieuwe niet. Ik pakte mijn enig overgebleven en armzalige spanningszoeker maar zag diens lampje niet gaan branden. Ik testte de spanningszoeker in het stopcontact in de garage en omdat het daar wat donkerder was zag ik een heel vaag lampje. Maar buiten in de zon was het onmogelijk waar te nemen. Toch kreeg ik het idee dat er geen stroom op de kabel meer stond. Had ik die afgebroken lamp nu toch maar eerst even getest.

Ik riep hulptroepen in, want ik kwam er niet uit. Als er geen stroom op de kabel stond had ik een groter probleem. Want hoe liep die kabel wel niet helemaal tot achter in de tuin? De hulptroepen konden niet dus ik dacht verder. Een loze kabel zo uit de grond kon ook wat gevaarlijk worden. Ik zette er in elk geval weer een kroonsteentje op. En toen kreeg ik een ingeving. Wat als dit nu een 12-volts kabel was? Dat kon toch haast niet? Die zijn toch niet zo dik? Ik propte het kleine halogeenlampje met de twee lange pinnetjes in de andere kant van het kroonsteentje. Ik deed de stekker erin en had een prachtig licht. Raadsel opgelost. Ik zocht op internet en bestelde een tuinlamp op 12 volt. Vijfentwintig euro. Die andere veertig naar de gallemiezen.

Kan een afbeelding zijn van buitenshuis

Zoekende

Toen ik nog jonger was dan dat ik nu ben, laten we zeggen, ik was een jaar of 18, zat ik op school en vanwege problemen die ik had, had ik wekelijks een gesprek met de decaan. Zij zag in mij een talent om leraar te worden, iets wat mij vreselijk leek. De angst om voor de klas te staan weerhield mij. Tegenwoordig zegt mijn vrouw hetzelfde, maar haar neem ik niet serieus. Waarom zou ik ook, ze werkt immers op een school en leraren zijn haar collega’s, wat weet zij ervan? Zij baseert het op de rustige manier waarop ik dingen aan mijn kinderen kan uitleggen als ze iets niet begrijpen. Psycholoog, dat leek me eerder bij me passen, bovendien, met al die wappies tegenwoordig loop je dan binnen.

Misschien ben ik ook wel geschikt als mediator of relatietherapeut al heb ik moeite dat als beroep te zien. Ik heb er momenteel twee onder behandeling, een collega die ik probeer te laten inzien dat haar relatie reddeloos verloren is en een vriendin die een punt achter haar relatie wilde zetten heb ik kennelijk op andere gedachten gebracht. Bijna twintig jaar getrouwd en ineens kwam de shit naar boven. Al anderhalve week leefden zij en haar man gescheiden. Ze leek er klaar mee, en had dat al min of meer door laten schemeren naar haar man en naar haar familie. Ik hoorde in haar verhaal iets wat me vertelde dat ze er nog niet klaar mee was. Inmiddels hebben ze weer gepraat en is er een opening. Waarom ik in hemelsnaam boekhouder was geworden, vroeg ze zich af.

Was ik nog maar boekhouder denk ik dan. Al vijf jaar doe ik iets anders. Iets onbetekenends. Dat houdt ook een keer op, dat red ik niet tot aan mijn pensioen. Dan moet ik weer iets anders zoeken, en kan ik dat wel? Ik doorzie tegenwoordig zoveel bullshit dat ik bijna niet meer mee kan acteren in het toneelstuk wat het bedrijfsleven is. Soms moet ik bijna overgeven als ik LinkedIn lees.

Voor een ander weet ik het allemaal prima, maar zodra ellende mijzelf treft zie ik het allemaal niet zo helder en beland ik onherroepelijk in een spiraal van negativiteit. Dan blijft er weinig van me over.

Avontuur

Als ik een film zie die zich in Amerika afspeelt, het liefst in de tijd van de cowboys, maar anders in het pré DNA/cameratoezicht/gezichtsherkennings-tijdperk, dan heb ik het idee dat daar meer geleefd werd dan hier en nu. Natuurlijk, onze levens zijn makkelijker, gemakzuchtiger wellicht, maar dat leek mij toch het echte leven. Een enorm groot land, dunbevolkt en niet overal winkels tot je beschikking. Je trok op je paard door de woestijn en je moest je maar zien te redden. Soms kwam je dagen niemand tegen. Je vroeg je niet af wat je vanavond zou eten, maar of je vanavond zou eten.

Omdat ik ook gemakzuchtig ben zou ik dan kiezen voor de jaren zeventig of tachtig. Dat je met je dikke V8 over de highway toert, en dat je kan stoppen bij zo’n typische hamburgertent. En dat je dan niet zou hoeven werken, tenminste niet in vaste loondienst, maar dat je allerlei mensen ontmoette waar je verder niks aan verplicht was, en dat je ’s avonds in een motel sliep en dat je geen idee had waar je de volgende dag terecht zou komen.

Om het echt een leuke film te maken moet je natuurlijk wel in een gevecht terechtkomen, en een barkruk op iemands hoofd kapot slaan. En zelf door de ruit heen naar buiten worden geslagen. Of als je er een thriller van wilt maken, schiet je er eentje dood en begraaf je hem in het bos. Vandaar dat ik begon met het tijdperk vóór Dna, gezichtsherkenning en cameratoezicht, anders zou het avontuur al afgelopen zijn voordat het begon. Zoals wij nu in Nederland leven eigenlijk. Ik begon goed hoor, als kind in de jaren zeventig. We bouwden hutten op geheime plekken en we rookten stiekem de weggegooide shag van anderen. Het avontuur was wel begonnen, maar het duurde tot aan de middelbare school. Toen was het wel over.

Met een natte vinger

Wij hebben een oven. Net als u. Maar die van ons viel onlangs gedeeltelijk uit elkaar. Het is veel te ingewikkeld om uit te leggen hoe dat zat. In elk geval, ik zette hem weer in elkaar, maar er stak nu een metalen rand uit wat eerst een strak geheel was. We hebben twee weken tegen die rand aangekeken, en ondanks dat de ovendeur weer stevig vastzat, was het toch geen gezicht. Het leek erop alsof de rubberen schroeven waarmee het glas in de deur zat waren doorgescheurd en dat ik nieuwe nodig had.

Ik keek gisteren nog eens goed wat het probleem nu precies was. Rubber schroeven, bestaan die wel? Toen zag ik dat het geen schroeven waren maar uitsteeksels die door een gaatje vielen. En dat die meer dienden als stootblokken dan om het glas vast te zetten. En dat het geheel gewoon gelijmd zat en dat de lijm had losgelaten. Nieuwe hoop gloorde aan de horizon.

Ik scheurde naar de hubo en liep naar de lijmafdeling. Ik werd teruggestuurd want ik moest een mandje pakken. Met mondkapje en dus beslagen leesbril zocht ik de lijm uit. Advies, daar doet deze klusser niet aan. Ik las op de tube: glas, gladde metalen, en hittebestendig. Precies wat ik nodig had. Bonnetje? Nee hoor, niet nodig.

Thuis las ik de gebruiksaanwijzing. Na tien minuten vormt zich een hechtrand. Zal wel. In de voeg aanbrengen en met natte vinger uitsmeren. Moest dat geen lijmen zijn? Kleur: zwart. Hoezo kleur zwart? Het drong tot mij door, dit was geen lijm, dit was kit. Naar zuur stinkende kit. Een goede klusser geeft zijn fout toe en gaat terug. Ik ben geen goede klusser en gebruik dan de kit als lijm. Bisonkit is ook lijm tenslotte. Na vijf minuten de boel te hebben aangedrukt, liet ik de boel los. Geen spoor van enige hechting. Mijn opperbeste stemming werd al slechter. Ik klemde de boel vast en ging met de hond naar het bos. Na een uur was er hechting. Voor vijf seconden, toen viel het glas er alweer uit. Mijn stemming werd wanhopig. Ik klemde de boel weer vast en verbood iedereen in de buurt van de oven te komen.

De volgende dag bleef het glas vast zitten. Ik durfde hier niet op te hopen en ik durfde ook niet te testen hoe vast precies. Linda vroeg of ze de oven mocht gebruiken, en ik dacht dat dat wel kon. Ik had immers gelezen dat de kit na 24 uur hittebestendig zou zijn. Het was pas 18 uur of zo, maar ze houden vast veiligheidsmarges aan. Claims enzo. Het glas hield en het houdt nog steeds. Straks krijg ik er nog echt vertrouwen in. De echte klusser was teruggegaan. Ik niet. Dit bevestigt alleen maar mijn vermoeden dat de lijmfabriek slechts één soort lijm maakt, maar die als twintig verschillende soorten verkoopt. Maar ik trap er niet in. Ik ben niet met een natte vinger te lijmen.

De terreur van verjaardagen.

Ik kwam aan de praat met mijn eega. Normaal vraag ik altijd: “hè, wat lief, “ maar nu volgde ik het gesprek ook, sterker, ik deed eraan mee. Ik was namelijk onderwerp van gesprek, het ging erover dat ik zo’n kluizenaar word.

Dat ik het was, dat wist ik wel, maar dat ik het word? Kennelijk valt haar iets op waardoor het erger lijkt. Misschien dat ze gemist heeft dat er Corona heerst? Ik geef toe, die maatregelen komen me wel goed uit. Linda heeft een hekel aan het kussen bij verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoopt dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik heb een hekel aan verjaardagen en nieuwjaarsborrels en hoop dat dat na Corona niet meer terugkomt. Ik vind verjaardagen een terroristische aanslag op je vrije tijd. Je hebt er als je niet uitkijkt al gauw 20 per jaar. Ze zijn ook allemaal tijdens Formule 1 of voetbal. Je zit overal in een kring te luisteren naar dom gelul. En zo redeneer ik, waarom zou je als je vijftig bent geweest, jezelf nog steeds straffen door dingen te doen waar je eigenlijk geen zin in hebt? Als op televisie een of ander cool persoon zegt: je moet doen waar je zin in hebt, vinden we dat geweldig, totdat ik het ga doen, dan is het ineens een probleem.

Nou ja, ik vier m’n eigen verjaardag niet, dat scheelt al een stomvervelende dag. Waarom schaffen we verjaardagen vanaf 17 jaar niet af? Ik denk dat mensen die iets te vertellen hebben sowieso wegblijven van verjaardagen anders konden ze niet zo stomvervelend zijn.

Op mijn werk hebben we een groepsapp voor mijn team. 13 verjaardagen. Dan hoef je alleen maar te typen: happy birthday, die en die. Zelfs dat irriteert me al. Dat dwangmatige ervan. Ik schrijf het maar even van me af, ik kom hier uiteraard niet mee weg. Maar ik snap Jehova’s getuigen uitstekend!