Vast

Mijn moeder heeft haar verzameling LP’s en cassettebandjes aan mij cadeau gedaan. Ik heb een platenspeler op zolder staan, die veel beter is dan de digitale platenspeler in onze huiskamer. Mijn moeder heeft in geen dertig jaar nog een plaat gedraaid. Het zijn ongeveer 100 LP’s, waarvan ik er veel nog aan de hoes herkende. Het is vast geen kostbare verzameling met “alle dertien goed” ertussen, maar toch. Ik ben al dertig jaar op zoek naar de naam van een klassiek stuk. Ik kan het zo fluiten, maar ik heb het nooit meer gehoord. Soms twijfel ik of het nummer wel echt bestaat of dat ik het zelf verzonnen heb.

Ik ben tien elpees verder, maar ben het nog niet tegengekomen. Ik weet ook niet of het er tussen zit. Ik had gedacht van wel, maar begin de hoop een beetje te verliezen dat het raadsel ooit nog opgelost wordt. Ik begin gelijkenissen te vertonen met mijn opa, die veertig jaar naar een boek opzoek is geweest. Tijdens zijn leven vond ik het en kocht ik het voor hem, maar hij herkende het niet. Na zijn dood vond ik pas het juiste boek. Het raadsel werd voor hem postuum opgelost. Nu moet ik deze noot toch eerder zien te kraken. Bijnamen die ik op mijn werk kreeg gedurende mijn carrière waren onder andere pitbull en Agent 001, vanwege mijn vermogen om me in dingen vast te bijten en te speuren. De Hengst van Vaassen was ook een bijnaam die ik even had, maar dat was een grapje.

Ik speur weer verder. In 2010 schreef ik er ook al eens over, maar nog steeds niet gevonden. Maar de oplossing is niet ver weg meer. Als ik hem heb, hoort u van me. Ondertussen bijt ik me ook nog vast op de bende van Nijvel.

Kippenhok

Er valt hier niet veel te melden, ik doe alleen nog routinematige dingen. Alles wat afwijkt moet wijken. Saai maar stabiel. Geen feesten, geen sportprestaties, geen vakanties. Ik help de kinderen met hun huiswerk, ik plak eens een band, ik rij naar voetbal, we kijken tv en ik werk. Ik ben de laatst overgeblevene van het bedrijf waar ik werkte sinds het is overgenomen. Dat zegt ook wel wat. Dat ik het eigenlijk beter naar mijn zin heb nu. Het voelt nog steeds raar dat ik geen finance meer doe, maar ik ben nu één van de twee mannen in een team van louter vrouwen. Het is wel een hecht team, vind ik. Geen gedoe met haantjes, maar ondertussen kan ik wel de haan uithangen. Mijn baas zegt ook als ze met vakantie gaat: I leave you alone with all the chicken. Ik ben ook in het jaar van de haan geboren, dus die rol is me op het lijf geschreven. Maar voordat u denkt dat ik een beetje stoer loop te doen, nee. Maar ik voel me kiplekker doordat ik allerlei vragen op me afgevuurd krijg, en ik het tot de bodem kan uitzoeken.

En dan rij ik ook nog drie dagen per week over een vrijwel filevrij traject, en werk ik twee dagen thuis. Eigenlijk heb ik niks te klagen, en als ik niks te klagen heb, dan gaan er dingen knagen. Zo van, klopt dit eigenlijk wel? Salaris goed, vrijheid goed, werk goed, ik kan in spijkerbroek naar mijn werk, geen baas in mijn nek, iets klopt er niet met vroeger. Vroeger had ik nog wel eens een pak aan om iets belangrijker te lijken, maar dat hoeft helemaal niet. Binnenkort is er weer een teamuitje, en zoals u misschien weet hou ik daar niet van, maar de dames vinden het geweldig. Die praten alleen over wijn drinken en chocola eten. Terwijl ik meer van bier en voetbal ben. Maar ik kan natuurlijk niet voor niets zo goed met vrouwen werken. Wenen, gaat het worden. Het kippenhok stuurt elkaar al mailtjes over het uitje. Ik hou me afzijdig. We zien het wel. Ben ik al 67?

Typisch Mack

Wij hebben in de tuin zo’n bak waar de AH moestuintjes in zaten. Het was zaaien, maar nooit oogsten. Onze tuin was vorig jaar zomer overwoekerd als het kasteel van Doornroosje. Op een gegeven moment was ik het zat en heb ik alles eruit gehaald. De pompoenen groeiden vijf meter verderop, terwijl hun wortels in de bak zaten. Ik wilde eigenlijk de hele bak weghalen, maar halverwege werd mij een halt toegeroepen.

De winter ging voorbij en de hond gebruikte de bak steeds vaker als buitenmand. Toen dacht ik dat het wel aardig zou zijn om er gras in te zaaien. Ik ben gek op gras en dan zou ik weer één vierkante meter terug hebben. Ik ging naar de bouwmarkt en haalde daar het laatste pak graszaad dat ze hadden. Ik vroeg of ze ook nog een kleiner pak hadden, want ik vond 16,95 wel duur, maar dat was er niet. Toen ik afrekende moest ik 24,95 betalen waarop ik zei dat dat niet klopte. Bleek dat mijn grote pak in het schap van de kleintjes had gestaan, en dus inderdaad 24,95 kostte. Omdat ik het een afgang vond om het pak dan niet te nemen, en omdat mijn dochtertje erbij was en graag wilde helpen, kocht ik het. Ik gaf mijn kluskaart, en het af te rekenen bedrag was ineens nul. Ik was helemaal in mijn nopjes.

Nu heb ik die doos die voldoende was voor zestig vierkante meter in zijn geheel uitgestrooid op mijn ene vierkante meter. Water erbij en afwachten. Ik controleer ieder uur of ik de groene waas al zie ontkiemen. Het enige waar ik niet aan gedacht heb, is een grasmaaier. Zo’n zitmaaier, dat lijkt me wel wat. Typischer Mack dan dit wordt het niet.

De 24e landstitel

Ik was er niet gerust op. En niet alleen op het vandaag landskampioen worden, ook op het überhaupt kampioen worden. Ik had bij Willem II in het stadion gezeten toen PSV ongenadig op z’n donder kreeg. En PSV had ook in de Arena niets te vertellen gehad. En ik heb het ooit eens mis zien gaan met tien punten voorsprong. De angst kan er ineens in slaan. En na de verloren wedstrijd tegen Ajax en Willem II waren ze er ineens weer, de Ajacieden, zoals alleen zij dat kunnen. Volgens mijn vrouw is dit niet waar en doen alle supporters dat. Ik weet het niet. Gisteren sprak in een PSV-er die er veel meer vertrouwen in had, en zei dat hij allerlei Ajacieden had lopen jennen. Ik zei dat ik dat niet durfde, maar hij ging er vanuit dat PSV toch wel kampioen werd, nu of een andere keer. Het gebeurde nu. Een 3-0 overwinning was genoeg voor de 24e landstitel voor PSV. En nu moet u eens raden wie er hier het fanatiekst Ajacieden aan het jennen is. Mijn vrouw! Ze vindt mijn zoon en vooral mij maar zielo’s als we chagrijnig waren omdat het PSV tegenzat, maar ondertussen kreeg zij op Facebook ook steeds meer berichten van Ajacieden die zich alleen lieten horen als het hen meezat. Ze werd plotseling nog fanatieker dan ik, terwijl dat hele voetbal haar niks interesseert, ze komt alleen op voor Hans en mij. En nu heeft ze voor het raam een vlag en een sjaal opgehangen. Van PSV. Om ze te zieken. Dat zou ik dus nooit gedaan hebben, maar ik sta het oogluikend toe. Zij wil het minimaal een week laten hangen. Ik vind dat het er morgenavond wel weer af mag.

De schone jonkvrouw

Tijdens de wandeling met de hond daarnet kwam er een auto aan rijden. Hij reed zachtjes en ik dacht dat hij mij de weg ging vragen. Maar hij reed me voorbij en ik dacht, oh ja, de weg vragen is iets van vroeger. Iedereen heeft de weg bij zich tegenwoordig. Dat is natuurlijk best wel zonde voor de man met hond die anderen graag de weg wijst. Je hoeft er niet eens een hond voor te hebben.

Toen ik nog het achteraf mooie vrijgezellenbestaan leefde, kwam ik in mijn, in korte tijd bij elkaar gespaarde, GTI op een zaterdagavond laat naar mijn flatje teruggereden en ik merkte dat een auto een wat vreemde afslag maakte en mij volgde. Ik moest links, rechts, rechts, links, rechts en weer rechts. Als er dan iemand achter je blijft, is de conclusie dat je gevolgd wordt, gerechtvaardigd. Toen ik parkeerde en uitstapte, stapte uit de auto die mij volgde een schone jonkvrouw. Ze had halflang krullend haar en ik zag in haar ogen paniek. Ze probeerde zich goed te houden, maar ik hoorde in haar stem de paniek die ik ook in haar ogen zag. Ze was de weg kwijt, en het lukte haar niet meer om de wijk uit te komen. Ze bleef steeds maar in rondjes rijden. Ik legde haar uit hoe ze eruit moest. links, links, rechts, rechts, links en dan rechtdoor en dan weer links. Ik zag dat ze het probeerde op te slaan, maar weer die paniek. Dit wordt helemaal niks, dacht ik bij mezelf. “Ik rij wel even voor”, zei ik en ik zag de opluchting in haar ogen. “Oh echt, je bent een schat!”, zei ze. Ik deed alsof het me dagelijks overkwam, startte mijn auto en reed haar voor tot waar ze moest zijn. Daar ging ik stilstaan, gaf de richting aan waar ze heen moest, ze zwaaide dankbaar en reed de door mij aangegeven richting op. Weg.

Ik deed heel anders dan ik wilde. Ik had haar op z’n minst een slaapplaats moeten aanbieden. Dat het nu veel te gevaarlijk werd op de weg of zo. Of ik had bij haar moeten instappen en haar de weg naar haar huis moeten wijzen. Ik had haar nummer moeten vragen. Iets! Maar nee, gewoon doen alsof het de normaalste zaak ter wereld was. Geen wonder dat ik zo lang vrijgezel bleef.

De stoel.

Gisteren overleed hij, Stephen Hawking, de aan de rolstoel gekluisterde ALS patiënt die maar liefst 76 werd. Als ik het goed begreep was hij de oudste ALS patiënt ooit. Sinds 1985 kon hij niet meer praten en al ver daarvoor raakte hij verlamd. Decennia lang was hij totaal verlamd, alleen zijn hersenen bleven onaangetast. Al die tijd heeft hij zitten nadenken in zijn stoel.
Zijn boek -a brief history of time- is meer dan tien miljoen keer verkocht. Ik las in de krant dat het door de complexiteit misschien ook wel het meest onuitgelezen boek ooit was. Dat geldt dan niet voor mij. Ik heb het al vijf keer uitgelezen en ben gisteren aan de zesde keer begonnen. Als eerbetoon. Deze keer denk ik niet dat ik alles ga snappen, zoals ik vorige keren dacht maar al snel bedrogen uitkwam. Het valt gewoon niet te snappen, maar voor mij is dat geen probleem. Ik hoef dingen niet per se te begrijpen. Ik vraag me sommige dingen gewoon niet af. Ze zijn eenmaal zo. Zo kwam ik er vanochtend achter wat Michael Jackson eigenlijk bedoelde in zijn lied Billy Jean. Billy Jean, is not my lover, she’s just a girl who claims that I am the one, the chair is not my son. Voor mij is dat echt geen reden om op onderzoek uit te gaan hoor, als de stoel niet je zoon is. Klopt als een bus namelijk, ik ken niemand die een stoel als zoon heeft. Hooguit een pietsie overbodig van Michael, om dat te vermelden. Goed, bleek het dus te gaan om een kid en niet om een chair. Zing dat dan duidelijk, denk ik dan. Wat ik wel moet toegeven is dat ik het nummer ineens briljant vond doordat ik de tekst begreep. Vanaf 1982 tot 2018 was de stoel niet mijn zoon. Prima, niks aan de hand. En in een ochtendje wordt het ineens duidelijk. Dat is nu wat de aan een rolstoel gekluisterde Stephen bedoelde met zijn brief history of time. De stoel is weg, voor mij en ook voor Stephen. Ik ben benieuwd of hij weer loopt en of hij nu zijn onderzoek kan voltooien. Of hij dan nu eindelijk het geheim van het heelal heeft ontfutseld.

Het mannetje van de mens.

We zijn weer op ons vertrouwde adres in Schubbekutteveen. Het is als thuis, maar dan ergens op een onvindbare plek in Drenthe. We hebben hier een vrijstaand huis, en er zijn stallen met paarden. Drie paarden inmiddels. De verantwoordelijkheid voor de paarden neem ik op me. Zwaar werk. Waterleidingen zijn afgesloten wegens de kou, dus sjouwen met waterbakken en zware balen met hooi voeren. Wat eten die beesten een hoeveelheden! Ik begrijp nu waar de uitdrukking ‘honger als een paard’ vandaan komt. Het is stervenskoud buiten, maar binnen kunnen we de temperatuur gewoon regelen. Je verwacht het niet hier in dit onontgonnen gebied. Het mooiste is als je door de achterdeur naar buiten stapt. Dan is daar het grote niets. Ik loop met de hond langs een kanaal, de kou trotserend. Je voelt je gelijk weer man hier. Tevreden snoof ik de kou op. Ik dacht zelfs dat ik in de verte een wolf spotte, maar het zal wel een vos of een hond zijn geweest. Er stond trouwens een bericht op social media: weer wolf gespot op Veluwe. Dat doen ze expres volgens mij, van die weerwolf. En de nacht hier, die is ook zo zwart. Ik dacht vroeger dat je in Frankrijk de sterren beter zag omdat je hoger zat, maar nee, dat is het niet. Ik vloog vorige week via Zeeland over de Randstad naar Schiphol, het is één langgerekt lint van lichtvervuiling. Hier is het aardedonker. En koud. Morgen het ijs weer uit de drinkbakken hakken. Katten, kippen, paarden, vissen en een hond hebben we hier. Pas als die allemaal geen goede plek voor de nacht hebben, kan ik gaan slapen. Zo werkt het hier in de wereld van honderd jaar terug. En anders doe ik net alsof. Doe ik net of het min 30 is. En of ik een wolf zag. Want met een lullige -2 of een loslopende hond hoef ik u niet vermoeien.