Piep

Mijn kinderen detecteerden vandaag een piep. Mevrouw Mack en ik hoorden niks. Ze zeiden dat het een harde piep was, maar wij hoorden nog steeds niets. Het bleek een apparaat te zijn dat katten uit je tuin houdt. Ik dacht vroeger dat het mij niet zou gebeuren, een leesbril nodig hebben en hoge tonen niet meer kunnen horen, maar mooi wel. Je ontkomt er kennelijk niet aan als je ouder wordt. Toen ik bijgekomen was van deze constatering, ging ik pas nadenken over het apparaatje. Iemand probeert jonge katten uit zijn tuin te houden, oudere katten horen de piep toch niet.

Ik had twee opa’s, eentje was gek op dieren, de ander moest er niks van hebben, tenzij ze als dood vlees op z’n bord lagen. Die laatste liep hard tot zijn tachtigste, en droeg ook een pieper bij zich waarmee hij honden kon wegjagen die te dicht in zijn buurt kwamen. Hij stond met een bezem een nest broedende duiven uit een boom in zijn tuin te verjagen, want die maakten herrie. Mijn broertje kwam een keer overstuur thuis omdat nadat hij bij opa achterin de auto had gezeten, opa geen poging had gedaan om te remmen voor een paar overstekende eenden, en had die dus doodgereden. Nooit remmen voor een dier, had hij gezegd.

De ander voer zijn motorjacht vast in het riet omdat hij moest uitwijken voor een paar waterhoentjes. Baasje zal jullie niet overvaren hoor! Hij kreeg ruzie met mijn oma omdat die hem stom vond. Die beesten waren echt wel aan de kant gegaan hoor. Deze opa kwam een keer thuis met een wond aan zijn hand en oma vroeg wat er gebeurd was. Hij bleek gebeten te zijn door de hond die hij wilde aaien, maar had niks gezegd omdat hij bang was dat de hond op zijn donder zou krijgen. Hij zei altijd, als iemand niet goed voor z’n beesten is, hoef je er als mens ook niks van te verwachten.

Het moge duidelijk zijn van wie ik het meeste heb, qua gevoel voor dieren. Maar beide opa’s mocht ik graag. Mijn hond geef ik soms en trap als hij in de aanval op een andere hond gaat. Als de kat mij slaat, wat ze soms doet, gooi ik haar door de kamer. Ik ben geen doetje tegen ze. Maar als ze hier zijn, dan zorg ik voor ze. Zelfs muizen vang ik levend, als het lukt. Als ze me opvallen tenminste, want ze horen piepen dat doe ik niet meer.

The Prodigy

Afgelopen week overleed de zanger van The Prodigy. Ik had wel eens gehoord van de naam, maar er zit dan ook iets in mijn hoofd dat weet dat het mijn muziek niet is. Ik zocht het even op, en een nummer zei me wel iets. Reggae, house en kinderstemmetjes door elkaar. Typische jaren negentig bagger. De andere nummers waren zo mogelijk nog erger. In mijn hoofd is er geen begrip voor mensen die dit wel mooi vinden. Omdat ik de democratie respecteer klaag ik ze nog net niet aan, maar om deze misvattingen van de fans in mijn hoofd weer recht te krijgen, denk ik dat ze zich graag willen onderscheiden van de massa, en daarom maar vage baggermuziek zijn gaan aanhangen. U denkt misschien dat ik een grapje maak, maar helaas, zo werkt het echt in mijn hoofd. Het bestaat gewoon niet, dat je zulke talentloze troep goed vindt. Er moet iets kapot zijn in je hoofd.

Met mijn collega, die een nog veel bredere muzieksmaak heeft dan ik, besprak ik het kort. Tot mijn afgrijzen zei hij dat hij graag nog eens naar een concert van ze gegaan zou zijn. Ik vergruisde van binnen. Hij had voor mij cd’s gebrand met Franse chansons. Hij luisterde naar Frank Sinatra. Hij vond Elvis de beste zanger ooit. Hij waardeerde dezelfde jaren-80 muziek als ik. En nu dit!

Ik vroeg hem hoe dit kon. Er klonk net uit mijn computer “the promise you made” van Cock Robin. Ik zei: “het lijkt toch in helemaal niets hierop?” Hij vond dat een vreemde redenering. Ik niet. Ik legde uit dat we van harmonie hielden, dat dat onze gemeenschappelijke factor in de muziek was. En the Prodigy deed niet aan harmonie. Die ramden maar wat. Het deed me pijn, ik voelde me verraden.

Pubers

Als vervolg op mijn vorige logje over het ouder worden, ook nog even dit. Mijn vrouw vindt pubers leuk. Ik niet. Tot een jaar of tien, dat vind ik leuk, daarboven worden ze irritant. Nu vind ik mijn eigen puber wel leuk, maar die kan ik aanpakken als het te gortig wordt. Maar die vriendjes die hij meeneemt! Vrouwlief vindt het allemaal leuke jongens, ik vind het irritante praatjesmakers. Als ze binnen komen is er geen eentje die zegt: “Goedemiddag heer Mack, hoe maakt u het?” Welnee, het komt binnen en het begint gelijk op luidruchtige wijze de aandacht op te eisen met dom gebral op te luide en te lage toon. Dan kun je aanhoren dat het allemaal aan de school ligt, maar toch zeker niet aan hen. Bovendien zijn ze bezitter van een volstrekt misplaatste zelfverzekerdheid die hen laat denken dat alle vrouwen in zwijm vallen als ze langs lopen.

Goed, dat had ik zelf allemaal ook, behalve dan als ik ergens binnenkwam. Dan had ik respect voor de heer des huizes. Ongeacht of dat vader of moeder was. Ik begaf me in hun territorium dus het was altijd weer even aftasten of ze in een goed humeur waren, en als dat zo was kon ik dingen vertellen. Als dat niet zo was, dan hield ik mij gedeisd. Nu ben ik de heer des huizes, maar niemand die zich lijkt te realiseren dat dit mijn territorium is. Welnee. Ik mag blij zijn als ze “hoi Jack” zeggen, want ze nemen alles van elkaar over, en mijn zoontje (13) noemt mij Jack.  Nou ja, waarschijnlijk verdedig ik mijn territorium niet hard genoeg. Bovendien verdedigt mijn vrouw niet mee. Nee, die vindt het allemaal leuk, die pubers. Oh oh, wat een lol. Binnenkort komt er een stel van die schreeuwers op haar verjaardag. Ik ben wel even naar het bos met de hond rond die tijd. Hooligans.

 

 

Vulpotlood

Mijn vrouw noemt mij Scrooge, en dat is een naam die ik met trots draag. Ze doet het niet omdat ik gierig ben, maar omdat ik een chagrijn word. Het toeval wil dat ik van oude chagrijnen houd. Fred Schuit (gespeeld door Rijk de Gooijer) is mijn lichtend voorbeeld. En verder vind ze dat ik met mijn tijd mee moet gaan. Tenminste, dat zegt ze, maar ze bedoelt dat ik niet van die steekhoudende argumenten moet inbrengen tegen vernieuwing. Het is kennelijk de bedoeling dat ik kritiekloos alle moderniseringen toejuich. Ik weet al niet eens meer waarom ze dit allemaal zei, maar ik geloof dat het was omdat ik zat te zeiken over juryleden van TVOH, waar de kandidaten the stage moesten ownen en moesten deliveren. Nou ja, doet er verder niet toe, maar toen ik nieuwe vullingen voor mijn vulpotlood ging halen, haalde zij haar gelijk. Want ze denkt dat ik nog één van de drie laatste Nederlanders ben die een vulpotlood gebruikt. Vroeger gebruikte ik hem nog veel vaker, maar sinds mijn werk zich volledig op de pc afspeelt, gebruik ik hem alleen nog voor cryptogrammen, want pennen werken ondersteboven niet. Ik cryptogram altijd op mijn rug.

Als ik dit zelf zo lees, dan neigt het ook wel naar het verhaal van een oude zak. Maar ja, wat moet ik er aan doen? Als ik ergens allergisch voor ben dan is het wel voor oude mannen die net doen alsof ze geen oude zak zijn. Die met hun tijd meegaan en daar eindeloos over reutelen. Terwijl het gewoon allang over is, en de enige reden dat we nog in leven zijn is omdat we eten kunnen kopen in een winkel. Verder merk aan alles dat ik ouder word. En dat is vooral te danken aan mijn scherpe waarnemingsvermogen. Ik merk dat mijn spierkracht afneemt, dat mijn testosteronniveau afneemt, mijn snelheid, mijn lusten, mijn scherpe zicht, alles gaat langzaam kapot.  En niemand hoeft mij wijs te maken dat het niet zo is. Mannen gaan na hun veertigste kapot.

Goed, allemaal gelul van de bovenste plank. Ik ga voortaan met mijn tijd mee. Ik koop een hardloopoutfit, ik neem een tattoo, een beugel, en ik ga fakking anders praten. Ik zet op Linkedin hoe geweldig ik ben, in het Engels uiteraard, en volgend jaar ga ik naar Vrienden van Amstel Live. En ik praat gewoon wat meer en harder. En ik schrijf minder. Want als er iets voor oude mannen is, is het wel schrijven. Zeker met een vulpotlood.

Stof tot bloggen

Als iemand je stof tot bloggen geeft, dan moet je bloggen. Het zou een uitspraak van mij kunnen zijn, en dat is het ook. Het was Karin van Raam Open, die me vroeg of zij ook één van de aanstellerige dames was, en waarom ik moeite heb met het volgen van andere bloggers. Het zijn twee vragen waar ik even op in zal gaan.

Om met de eerste te beginnen: Karin moet gezien hebben dat ik bij vriendin Yukiko reageerde door te zeggen dat ik een lijstje bijhield van aanstellerige vrouwen en dat zij daar niet op voor kwam. Ik ken Yukiko inmiddels vrij goed, en ik vind haar een bijzondere vrouw die dingen kan waar ik veel bewondering voor heb. Eén van de dingen die ik bewonder is haar vermogen om haar mening niet op te dringen aan anderen in deze opdringerige tijden. Ze heeft absoluut meer dingen die ik bewonder, maar we geven elkaar slechts één keer per jaar een compliment, dus ik laat het hierbij.
Dat lijstje hou ik uiteraard niet echt bij, maar zou ik het doen, dan heb ik geen reden om je erop te zetten, Karin. Voor wat het waard is. Overigens, in blogland zitten veel minder aanstellers dan op FB/Twitter en wat er allemaal aan meuk is. En aansteller is slechts door mijn ogen gezien, het zegt verder niets.

Het andere punt, ik schreef bij Karin in de reacties op een blogpost, dat ik moeite heb met het volgen van een ander. En dat riep niet alleen bij haar vragen op, maar ook bij mij. Het zit zo: niet alles wat een ander schrijft interesseert me en al snel verslapt dan mijn aandacht en heb ik geen idee wat ik zojuist gelezen heb. Vaak zit dat in de lengte van een blogje, maar het hoeft niet. Terwijl ik mijn eigen bloghistorie wél moeiteloos lees. Egocentrisch misschien wel. Maar ik snap meestal nog waar het over ging en de hoofdpersoon ben ik meestal zelf. Kennelijk vind ik mezelf interessant. Aan de andere kant kon ik bij wijze van spreken ook het telefoonboek lezen. Ik las de meest saaie wetteksten in bed. Contracten in het Engels, ik kan ze lezen. Ik heb ook vaak radio 1 aan in de auto, maar soms denk ik: waar zit ik nu in godsnaam naar te luisteren? Een muizenplaag in Friesland? Geluidsoverlast op Texel? Dalende aandelenkoersen in Brazilië? Het is zelden spectaculair.

Ik vind het lastig om leuke blogs te vinden. Maar komt dat nu werkelijk omdat de blog van een ander niet over mij gaat? Ben ik dan echt zo’n egotripper? Of is het iets volkomen normaals dat je een ander niet altijd leest? Ik voel me er ook wel eens schuldig over en soms dwing ik mezelf om in elk geval even bij de mensen die ik gelinkt heb te lezen. Soms moet ik weer opnieuw beginnen om het verhaal te snappen. En als ik het dan snap, dan reageer ik ook wel. Maar blogs waarin je gelijk iets van jezelf herkent zijn het mooist, maar ook het zeldzaamst. Ik heb ook gemerkt dat het met doorzetten te maken kan hebben. Als ik iemand maar vaak genoeg lees, wordt het vanzelf vertrouwd en herkenbaar. Als ik met een blogger ook buiten het bloggen om contact heb, dan wordt de herkenning ook makkelijker. En sommigen schrijven eenmaal erg goed of weten veel waardoor het interessant wordt. Meestal link ik ze dan, en niet voor de eerste keer houden ze er dan na een week mee op. Normaal vermoed je dan geen verband, maar als het vaker gebeurt, dan roept dat toch vragen op.

Ik probeer mijn eigen blogs kort te houden, meestal korter dan deze omdat ik weet dat kort het prettigst leest. Behalve in een boek natuurlijk, maar dat is weer een heel andere kunst. Vroeger had ik het trouwens steevast over logjes en niet over blogs. Geen idee waarom dat veranderd is. Goed. Dan weet u dit ook weer, als u tot hier bent gekomen.

Mijn echte leeftijd.

Meestal ben ik wel de mening toegedaan dat als je een zekere leeftijd hebt bereikt, je normaal moet gaan doen. Dat je gewoon te oud bent om nog uit de band te springen omdat dat er eigenlijk vrij belachelijk uitziet. Je moet je gewoon neerleggen bij je leeftijd en vooral niet gaan denken dat je nog met de jonkies mee kan, want dat leidt onherroepelijk tot zware teleurstelling, vernedering en afgang. Dit is een hele wijze raad van mij, die u allemaal voor niks krijgt. Vijftig is absoluut niet het nieuwe dertig, en als een bejaarde zielige man als Emile Ratelband zijn leeftijd wil laten veranderen bij de rechtbank omdat hij zichzelf nog een jonge god vindt, prima, alleen zullen we hem zware antidepressiva moeten gaan voorschrijven na een tijdje.

Ik was gisteren op een jongerenfeestje waar de gemiddelde leeftijd zo 25 jaar was. Ik werd door de moeder van de jarige de dansvloer opgetrokken tussen al het dartele spul en ik probeerde er weer zo snel mogelijk weg te komen. Ik zei dat ik mij ernstig ongemakkelijk voelde op de dansvloer. Ik zei dat ik dankzij haar en haar man nog niet totaal ingekakt was, omdat ze nog wel eens een feestje geven tot diep in de nacht. Tot zover mijn principes. Toen viel mijn oog ineens op een prachtig jong meisje dat vrolijk aan het dansen was. Mijn instinct ratelde aan alle kanten. Aan de ene kant omdat ze een heel mooi meisje was, en aan de andere kant riep het keihard in mijn oor dat het er triest uit zou zien, ik, bijna vijftig dansend met een jonge hinde. En toch, ik kon het niet laten, ik liep langs haar en zei haar dat ik haar wel een heel mooi meisje vond. Ze lachte en zei dat ze mij een hele leuke man vond. En toen moest ik er wegblijven natuurlijk, want ik ging al te ver. Ik denk dat ik navolging van Ratelband ook mijn leeftijd ga laten verlagen met twintig jaar. Ik ben tenslotte wel geboren in ’69, maar dat is eigenlijk het enige. Voor de rest is mijn geestelijke en lichamelijke leeftijd 29. Dat is nu wel duidelijk.

Vast

Mijn moeder heeft haar verzameling LP’s en cassettebandjes aan mij cadeau gedaan. Ik heb een platenspeler op zolder staan, die veel beter is dan de digitale platenspeler in onze huiskamer. Mijn moeder heeft in geen dertig jaar nog een plaat gedraaid. Het zijn ongeveer 100 LP’s, waarvan ik er veel nog aan de hoes herkende. Het is vast geen kostbare verzameling met “alle dertien goed” ertussen, maar toch. Ik ben al dertig jaar op zoek naar de naam van een klassiek stuk. Ik kan het zo fluiten, maar ik heb het nooit meer gehoord. Soms twijfel ik of het nummer wel echt bestaat of dat ik het zelf verzonnen heb.

Ik ben tien elpees verder, maar ben het nog niet tegengekomen. Ik weet ook niet of het er tussen zit. Ik had gedacht van wel, maar begin de hoop een beetje te verliezen dat het raadsel ooit nog opgelost wordt. Ik begin gelijkenissen te vertonen met mijn opa, die veertig jaar naar een boek opzoek is geweest. Tijdens zijn leven vond ik het en kocht ik het voor hem, maar hij herkende het niet. Na zijn dood vond ik pas het juiste boek. Het raadsel werd voor hem postuum opgelost. Nu moet ik deze noot toch eerder zien te kraken. Bijnamen die ik op mijn werk kreeg gedurende mijn carrière waren onder andere pitbull en Agent 001, vanwege mijn vermogen om me in dingen vast te bijten en te speuren. De Hengst van Vaassen was ook een bijnaam die ik even had, maar dat was een grapje.

Ik speur weer verder. In 2010 schreef ik er ook al eens over, maar nog steeds niet gevonden. Maar de oplossing is niet ver weg meer. Als ik hem heb, hoort u van me. Ondertussen bijt ik me ook nog vast op de bende van Nijvel.