Bella Ciao

Nog niet zo heel lang geleden was ik nog een kind. Laten we zeggen, gisteren nog. Morgen word ik 49. Vijftig bijna. Een onderwijzer van de basisschool, die is 54 geworden. Dat was een hele leeftijd. Hij droeg een beige jas en een gele helm voor op zijn brommer. Hij was echt een oude kerel. En nu ben ik daar bijna. Het is onvoorstelbaar. Kleine Mack, in wiens hoofd het nog dagelijks de jaren zeventig is, is bijna vijftig.

Ik moet ooit aan iemand gevraag hebben, als we later vijftig zijn, zullen we dan nog steeds om deze grappen moeten lachen? En nu ben ik het bijna, en ja, ik moet er nog steeds om lachen. En ik moet ook wel om deze leeftijd lachen. Dat het zover heeft kunnen komen! Gelukkig bedenken ze tegenwoordig mooie leuzen, zoals dat vijftig het nieuwe dertig zou zijn. Mwah. Ik kleed me nog in spijkerbroek en poloshirt, maar dat is het enige wapenfeit dat de lading van deze leus dekt. Vroeger was het zo dat als je volwassen werd, je dezelfde kleren aantrok als alle mannen van alle leeftijden. Een overhemd, een stropdas en een jasje, en je kamde je haar met een scheiding op links. En de rest van je leven hield je dat vol. Maar daar hield het op. Een dertiger was toen ook een stuk fitter dan een vijftiger nu. Hij gedroeg zich volwassener, ik wat minder.

Inmiddels is het morgen en ben ik 49. Ik hoor vuurwerk buiten. Het moet voor mij zijn. Voor wie anders op 22 september? Het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat er mensen zijn die vuurwerk afsteken omdat de herfst begint. De dag waarop de dag en de nacht even lang duren. Ze zijn er gek genoeg voor tegenwoordig, om overal een drama of een feest van te maken. Kwam er van de zomer al een tegen die een midzomernachtsfeestje had, omdat het de langste dag was. Kijk, als je nu een Zweed bent, dan snap ik dat. Maar hier? Drukdoenerij. Daar wel over ja. Maar waar was men toen ze hier ineens de pensioenleeftijd verhoogden van 59 naar 67? Nergens! Te druk met domme feestjes. Meelullen met de overheid, dat het pensioenstelsel net langer houdbaar was en in slaap gesust worden. We hadden verdorie ten strijde moeten trekken! Bella Ciao!

La Casa de Papel

La Casa de Papel is de Netflix serie die ik momenteel volg. Nou ja, volg, ik kan niet wachten op de volgende aflevering. Het is een Spaanse serie die gaat over een briljant bedachte overval op de Spaanse variant op Joh. Enschede, door mij altijd aangeduid als Johan Enschedede. Het begint voorspoedig voor de bankrovers en nadelig voor de politie, maar langzaam draaien de rollen om.
Er speelt een actrice in mee waar ik het warm van krijg, en tot overmaat van ramp speelt ze ook nog de verleidster. Goed dat ik geen beveiliger ben, want ik zou kansloos zijn tegen zoveel sensueel geweld. En dan hebben ze haar in de serie niet eens voordelig neergezet. Ursula heet ze, googelt u maar eens.

Van alle Netflix series die ik gezien heb, vind ik deze de beste. Het is ook uitstekend voor mijn taalgevoel. Ik spreek inmiddels vloeiend Spaans. Niet dat ik te verstaan ben voor een Spanjaard, maar hier thuis gooi ik de ene na de andere Spaanse zin eruit. Inclusief de c die als een Engelse th klinkt. Policia Nacional. Het is verslavend. En irritant voor mijn huisgenoten. Maar je kunt het toch nooit iedereen naar zijn zin maken.

Beter ten halve gekeerd

Ik had de zaak van de twee Armeense kinderen niet gevolgd, totdat het al bijna te laat was. Ik weet dus weinig over de achtergronden en de beweegredenen. Maar wat ik wist is dat er twee kinderen van jonge leeftijd uitgezet dreigden te worden. Kinderen die hier al tien jaar- hun hele leven- waren. Ik vond het een grote schande. Toen ik hoorde dat we geen uitzondering konden maken omdat er dan massaal kinderen hun ouders zouden ontvluchtten en Nederland binnen zouden komen, wist ik dat er iets niet deugde. Kinderen ontvluchten hun ouders niet om het beter te krijgen. Omdat het spreekwoord luidt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, ga ik niet afgeven op het kabinet, maar zeg ik hulde dat het besluit om ze toch niet uit te zetten genomen is. Ongeacht de beweegredenen. Even was ik bang dat mijn land twee onschuldige kinderen in een nachtmerrie zou storten, ik had het woord nazipraktijken al paraat. Gelukkig hoef ik het nu niet te gebruiken.

Burt Reynolds 1936-2018

Er zijn precies tien acteurs die in mijn lijstje ‘beste tien acteurs’ staan, maar de vandaag overleden Burt Reynolds staat daar niet in. Maar hij zou wel eens de acteur kunnen zijn waarvan ik de meeste films heb gezien. Niet dat ik er zoveel van hem gezien heb, maar er zijn drie films van hem die ik meer dan tien keer heb gezien. The Cannonball Run staat bovenaan, daarna Smokey and the Bandit, en Hooper, die vonden mijn broer en ik ook leuk. Het kwam allemaal door het lachje van Burt. Broer en ik doen hem nog steeds na. Niet alleen zijn lachje, maar ook quotes uit de films. “Oh yeah? What kind of convention, convention of assholes,” gevolgd door zijn lachje.

Tja, Burt heeft wat teweeg gebracht. Hij sleepte ons er doorheen in de jaren tachtig. Een icoon uit de late 20e eeuw. Zijn medeacteurs uit the Cannon Ball run zijn er vrijwel allemaal ook niet meer. Dankjewel Burt, je maakte een moeilijke tijd lichter. burt

Toeval deel 51 en een gratis dienst.

Ik roep wel eens dat ik iets nog nooit heb gezien. Zo riep ik een keer dat ik nog nooit een slang had gezien, prompt kroop er een slang over het pad. Een poosje terug zei ik dat ik nog nooit een das had gezien, en hoppa, ik zag een das. En gisteren zei ik dat ik op het hondenlosloopgebied nog nooit een zwijn had gezien, wat zie ik vanavond? Twee zwijnen. De hond hoorde er eentje en rende het bos in, achter het zwijn aan. Ik riep haar terug, en ze kwam vrijwel gelijk, wat ook puur toeval is. Misschien vond ze het zwijn ook wat groot en was mijn roep een goed excuus om de jacht af te blazen. Maar ik moet eens wat doen met deze gave. Heeft u een bepaald beest nog nooit gezien, laat het me dan weten in de reacties, dan zal ik het hardop uitspreken en de volgende dag een foto voor u maken. Deze dienst is nu nog gratis.

Alsof Trump niet aan de macht is

En zo is het alweer september. Je kunt wel halsstarrig vast houden aan het feit dat het officieel nog zomer is, maar het is al koud vroeg in de ochtend, en de herfst komt eraan. Ik liep in het bos vanochtend en zag geen enkel wild dier. Een bron die ’s zomers een walhalla voor kikkers is stond bijna droog. De droogte lijkt een slachting te hebben aangericht. En nu moeten de dieren die het hebben overleefd nog snel hun reserves aanvullen voor het winter wordt. Er komt een strenge winter aan. Alles wijst erop, vooral mijn nek. Als die gaat kletsen, dan weet je dat er een Elfstedentocht zit aan te komen. Het wordt vandaag dan wel weer mooi en warm, en er zal heus nog wel een zwaluw te zien zijn, maar een zwaluw in september is anders dan een zwaluw in juni. In juni weet je dat je de koude seizoenen achter je hebt gelaten en dat de zomer nog moet komen. Dat groene seizoen vol van warmte waarin je je amper kunt voorstellen hoe de winter in hemelsnaam een kans kan krijgen. En toch gebeurt het. Binnenkort wordt de mais geoogst en valt die druilerige, koude regen weer op de modderige akkers. Het is weer voorbij die mooie zomer. Hoe we het elke winter toch weer overleven, het lijkt nu een raadsel.

Maar ik weet hoe het komt. Hebben we nu een heerlijke zomer gehad, straks komen de journaals, de social media en de politici weer met allerlei leuke en zinvolle vraagstukken waar wij dan weer een mening over mogen hebben. Over Zwarte Piet, dodenherdenkingen waarbij we de nazi’s herdenken, straatnamen van zeehelden die boevenstreken uithaalden, Trump die weer iets roept waar we geen last van hebben maar waardoor we toch in opstand komen, en natuurlijk de klimaatverandering. Zo kunnen we ons de hele winter bezighouden, om dan ergens in de zomer op een ver vakantieadres tot rust te komen en je af te vragen wat je je toch in godsnaam druk maakt over Trump. Hier, een liedje. Luister en voel de zomer. Als je het luistert is het alsof Trump helemaal niet aan de macht is.

Onbeantwoorde liefde

Ik was vroeger kortstondig maar hevig verliefd op een jonge vrouw. Ze was donker, knap, en sprak vloeiend Italiaans. Als ze over het strand liep met haar pups, haar wollen trui, haar dikke donkere haar dansend in de wind, werd ze onweerstaanbaar. Soms keek ze peinzend voor zich uit, en soms glimlachte ze naar me. Ik wilde al haar zorgen wegnemen, de eenzaamheid die ze uitstraalde laten verdwijnen, maar dan moest ze eerst snappen hoeveel ik voor haar voelde. Daarvoor moest ze mijn gedachten kunnen lezen, mijn gelaatsuitdrukking herkennen, maar dat kon ze niet. Ik vroeg me af of die glimlach van haar wel gemeend was, of dat ze die soms tegen iedereen opzette.

Het bleef alleen van mijn kant komen. Ik begreep later dat zij meer bezig was met ene Marco, een Italiaan natuurlijk, die ze van school kende. Ze had eens moeten weten wat Marco voor een gladjakker was, maar net als alle mooie vrouwen voelde zij zich meer aangetrokken tot een gladjakker. Laura, zo heette ze. Pausini volgens mij met haar achternaam. Het bleef bij een cd die ik van haar kocht, en die een tijdje op mijn nachtkastje heeft gestaan.

La Solitudine