Een dappere poging

Ik was bijna zover. Ik had een andere auto op het oog, die zag er op de foto’s schitterend uit. Ik had een goed bod voor mijn Laguna, bijna twee keer zo hoog als dat slechte bod van laatst, dus ik ging er heen. Het was wel vreemd, want voor het eerst in mijn leven toonde ik interesse in een Duitser, dat heb ik niet eerder gehad. Maar, zo maakte ik mezelf wijs, Opel is recent onderdeel geworden van Peugeot, dus Opel is Frans. Dat deze witte Insignia turbo nog van voor de overname was, zag ik maar door de vingers.

Ik had een afspraak gemaakt om de auto te bekijken en voor een proefrit. Ik had her en der al wat lijntjes uitgegooid, want een auto kopen is geen proces dat je in je eentje doet. Dat heeft goedkeuring nodig van mensen met verstand van techniek, van mensen die kunnen rijden, van mensen die er rationeel naar kijken en van mensen met gevoel voor emotie. De auto had wel een klein nadeeltje, hij was uit Italië geïmporteerd. Dan kun je vrijwel niet zeker zijn van de kilometerstand, maar de onderhoudsboekjes waren ingevuld, hij zag er echt prachtig uit, het leek allemaal in orde, hoewel het een koud kunstje is om de kilometerteller terug te draaien en wat stempels te vervalsen. Maar goed, de auto zat strak in de lak, had een beetje stoeprandschade aan één velg en had een heel klein krasje op het portier. Dat mocht geen naam hebben.

En toch, toen ik aankwam stond de auto warm te draaien, dat bevalt me al niet, en ondanks dat hij in schitterende staat verkeerde deed hij me niks. Daar zit toch nog wat onverwerkt anti Duits sentiment ben ik bang. Ik kreeg niet het idee dat hier nu een 220 pk monster stond, wat hij wel was. En toen ik achterin plaatsnam zat ik met mijn hoofd vast tegen het dak. Echt belachelijk voor zo’n grote auto. In een Fiat Panda is dat beter voor elkaar en dat overdrijf ik niet.

Toen dacht ik: “wat heeft het dan voor zin om te gaan proefrijden,” en heb het niet gedaan. Als een auto je niks doet ben je ook niet bereid hem zijn fouten te vergeven. Dus kom ik waarschijnlijk nooit los van een Fransman of een Italiaan. Maar ik heb een dappere poging gedaan.

Verwarring

Er zijn twee zangers die ik altijd door elkaar haal. Als ik de de naam van de ene weet, dan kan ik nooit op de naam van de andere komen. En elke keer als ik de ander dan heb gevonden, ben ik de één weer kwijt. Het zijn alletwee Britse zangers, dat weet ik. Het doet me een beetje denken aan het Pauliverbod. Of nee, aan die andere natuurkundige wet die ik hier altijd mee verwar. Dat je onmogelijk tegelijkertijd de snelheid en de positie van een deeltje kunt weten omdat de meting van de één de ander beïnvloedt. Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg is dat, zocht ik net op. Volgende keer verwar ik dat weer met het Pauliverbod. Als ik dus op de naam van die ene ben gekomen, verdwijnt de naam van de ander. Of andersom. Dat komt door de “meting”.

In elk geval, vanochtend draaiden ze op de radio een nummer van de één. Dat bleek dus Brian Ferry te zijn. Die is van de hit: “Let’s stick together”. Die je dus niet moet verwarren met “Addicted to love” van die andere. Robert Palmer dus. Maar goed, nou ben ik de naam van die eerste alweer kwijt. Dat komt dus door het Heisenbergverbod. Nu niet meer vergeten, Brian Palmer, met Slave to both worlds.

Vanuit een regenachtig Vaassen

Vanuit mijn veranda, in de stromende regen breng ik u het volgende logje. Sinds mijn opa in de jaren 80 altijd achter in zijn tuin zat, onder een afdak van plexiglas golfplaten heb ik een fascinatie voor het buiten zijn en droog blijven. Op vakantie wil ik altijd een mobile home met veranda, maar soms betekent dat gewoon dat ze er een afdakje boven gemaakt hebben wat tegen de zon beschermt, maar amper tegen de regen. Mijn opa zat meestal boontjes te doppen of aardappels te schillen, soms maakte hij een kruiswoordpuzzel. En nu zit ik hier zelf, in korte broek, met de laptop op schoot. De verkoper van dit huis was dan wel een gehaaide jongen door snel nog even 3000 op de prijs te doen nadat ik de vraagprijs had geboden en te zeggen dat hij de andere kijkers dan af zou zeggen, maar ik ben ook niet voor één gat te vangen en heb gezegd dat hij dan zijn launchset moest laten staan. En nu zit ik daar dus op, op een van de duurste launchsets van Nederland, terugdenkend aan de jaren 80 en al die andere momenten dat ik de baas was over de regen.

In de historie van mijn weblog is dit onderwerp meermaals aan de orde geweest, maar ook heb ik het vaak over gras gehad. En nu heb ik ook gras. Ik heb het net nog gemaaid, vlak voor de regenbui losbarstte, en het groeit behoorlijk naar tevredenheid. Alleen die hond ruïneert het soms door erop te plassen. Dan heb je een uur later al een gele plek in je gras. Gelukkig heb ik nu Linda ervan overtuigd dat als ze het ziet, de hond op haar donder te geven. Die vond mij eerst een aansteller, maar inmiddels snapt ze mijn liefde voor gras wel.

Het heeft de afgelopen tijd best veel geregend. De grond is hier alweer een paar dagen vochtig in plaats van kurkdroog. Gerrit Hiemstra haast zich steeds te zeggen dat het de droogte allemaal niet oplost, maar volgens mij zit hij er behoorlijk naast. Je hoort de natuur een zucht van verlichting geven. Ik denk dat hij dat alleen maar zegt om de mensen weer wat munitie mee te geven op verjaardagen. “Het helpt allemaal niks hoor, die regen.” Ik had vroeger een baas die zelfbenoemd natuurexpert was. Dat was uitsluitend gebaseerd op het feit dat hij op de Veluwe geboren was en dus wel meer moest weten dan een bioloog wiens kennis slechts theoretisch was. Die zat ook altijd te beweren dat een flinke bui niks hielp tegen de droogte. Dat had hij van de boeren gehoord, maar verder kon hij het ook niet verklaren. De grond nam het niet op, het water verdampte, het spoelde zo het kanaal in, het ketste weer terug de lucht in, het ging overal heen behalve de grond in. U weet wel, zo’n bui waar heel Afrika naar smacht, en als hij dan valt tovert hij het hele landschap om in een groene oase. Maar dat is allemaal fake, want het helpt niks.

Nu ligt de waarheid altijd in het midden, dat hoorde ik vanochtend weer bij de buren die een verjaardag in de tuin hadden. Een discussie over anderhalve meter, dit slaat nergens op en dat niet, en de overheid zegt ook maar wat, en uiteindelijk zegt iemand: ach, het ook maar net wat je wilt geloven. Alle meningen in één klap teniet gedaan. Mooi vind ik dat, dat iemand die niet wordt gehinderd door enige kennis van zaken zo iedereen aftroeft. En dat vang ik toch maar mooi allemaal op hier in de veranda.

Risicomijdend

Je kunt soms dilemma’s hebben. Het dilemma is, ik wil graag een andere auto. Maar ho, dat is geen dilemma. Dat is gewoon een wens! Om het nu toch een dilemma te maken, ik wil mijn huidige auto niet kwijt. Ik kreeg laatst een slecht bod, en een nog slechter verhaal. Alsof ik geen band met mijn auto zou hebben. Alsof ze er niks meer mee konden dan hem af te stoten naar “de handel.” We hebben het hier wel over een pracht van een stationwagen met volledige onderhoudshistorie. Een lel van een voiture, een limousine bijna, die nog vele jaren dienst kan doen. En zo’n verkoper doet dat dan even af als vergane glorie.

Hij had wel een sterke troef, hij had een Alfa Romeo te koop. Zo mogelijk nog mooier, al verschillen daarover de meningen. Ik kan mijn auto eigenlijk alleen inruilen tegen een Alfa Romeo. En dan niet zomaar eentje, eentje van 20 jaar oud, maar in nieuwstaat. Ik geloof niet dat er de afgelopen week een dag is voorbijgegaan zonder dat ik haar vijf keer kwijlend had bekeken. Deze was precies de goeie, de juiste kleur, de juiste velgen, de juiste bekleding, een plaatje. Ze had alleen geen handbak, dat vond ik in eerste instantie jammer. Inmiddels heb ik het haar vergeven.

Het zijn risico’s, maar ik ben al zo risicomijdend. Ik heb inmiddels ook op een andere Alfa gereageerd, in een mindere kleur, met mindere velgen, met mindere bekleding. Zij was wel nieuwer en had een facelift gehad, maar ik vind het oudere model echter. Eigenlijk deed ik het puur om te kijken wat deze verkoper me terug zou geven.

De andere optie is dat ik mijn huidige auto hou. Dan laat ik hem uiterlijk wat opfrissen en ook naar hem zal ik af en toe verlekkerd staren. Dat lokken ze uit, die auto’s. Ik lees wat reviews van andere alfarijders, maar dat zijn bijna allemaal handige jongens met prachtige verhalen. En dan bedoel ik niet gladjakkers met mooie praatjes, maar jongens die zelf iets kunnen vervangen aan hun auto. En dat ze dan een mooie review schrijven over dat ze hun Subaru verkochten voor 1300 euro, en met dat geld brandend in hun zak met de trein naar het verre Groningen afreisden om daar uiteindelijk voor 1250 euro een Alfa Romeo te kopen en nog 50 euro overhielden voor benzine ook. En dat ze dan een paar dingetjes lieten repareren of vervingen en inmiddels 80.000 km verder zijn in een auto waar ze lyrisch over zijn zonder al te grote problemen. Dat wil ik ook! Maar ja. Risicomijdend hè?

Een fietstochtje naar het verleden

Ik wilde een stukje fietsen want ik heb sinds een maandje of twee een andere fiets. Geen nieuwe, ik ben de enige in dit gezin die nog nooit in zijn leven een nieuwe fiets heeft gehad. Er zijn mensen die van een dergelijk feit een trauma hebben, maar dat terzijde. Ik had het bos nu wel even gezien, dus ik besloot naar mijn oude school te fietsen. Dat deed ik overigens ook toen ik mijn vorige tweedehands fiets kreeg, toen naar de Meao in Apeldoorn Zuid. Die stond er echter niet meer. Deze keer naar de Havo, het Veluws College. Deze stond er nog wel, dat wist ik want mijn nichtje zit op deze school.

Het gaf me een wat unheimisch gevoel. Die Havo was een verkeerde school voor mij, achteraf. Ik had gewoon met de rest van mijn klasgenoten mee moeten gaan naar die andere school. Hier was ik niet op mijn plek. Kakkers en carrière. Ik reed erlangs en ik zag dat de houten bijgebouwen gesloopt waren. Er was een Technasium aan vastgebouwd, wat dat mag zijn laat zich eenvoudig raden. Ik bleef niet lang kijken en ik maakte rechtsomkeert. De wijk waar de school stond beviel me ook niet. Van die statige, dure, oude huizen met allemaal een nieuwe Audi voor de deur. Sfeervol, zal ik maar zeggen. Ik begreep precies wat me hier niet beviel en waarschijnlijk destijds ook al niet, al besefte ik dat toen niet.

Nou ja, uiteindelijk was het toch twintig kilometer heen en terug. Het viel me nog best tegen. Fietste ik dit vroeger elke dag? Ik kreeg hier geen nostalgische gevoelens van. Eigenlijk was het helemaal niks. Die hele school niet. Geen aardige leraren, geen leerlingen waar ik warme gevoelens aan over heb gehouden, geen meisjes op wie ik verliefd was, gewoon helemaal niks. Nog een wonder dat ik m’n diploma haalde in zo’n voor mij dieptrieste omgeving.

Last man standing

Ik heb de laatste ontslagronde overleefd en ik ben nu letterlijk de laatst overgeblevene van de Nederlandse tak van het bedrijf dat werd overgenomen. Vroeg of laat ben ik zelf aan de beurt. Dat vind ik geen prettig besef, want tenzij er iets gebeurt dat niet te voorzien was (de omvang van een demonstratie bijvoorbeeld) moet ik nog een jaar of 18. Als je vijftig bent moet je eigenlijk op je laatste werkplek zitten, maar ik zit daar duidelijk niet.

Vijftig is, onder arbeiders, oud. Tenzij je echt een topper bent, dan zit je ergens aan de top en zorg je alleen nog dat er geen ondergeschikten aan je stoelpoten zagen. Je zingt het uit en zorgt daarbij goed voor jezelf. Voor mij ligt dat anders. Ik zal nog mijn stinkende best moeten doen, anders wordt er van onder en boven aan mijn stoelpoten gezaagd. In normale en vroegere omstandigheden, zou ik nu langzaam kunnen gaan aftellen, en over een jaar of acht afzwaaien. In de huidige omstandigheden zijn daar om redenen die mij niet duidelijk zijn tien jaar bijgekomen. Ja, er werden natuurlijk wel redenen gegeven door de overheid, maar daar zaten geen geldige bij. Het was niet meer te betalen. Huh? Oké, dat zal dan wel. Dan ga ik niet de straat op om te demonstreren!

Nu moet ik dus onopvallend mijn werk doen. Geen grapjes meer maken in de email naar een groep geadresseerden. Want er zou er eens eentje kunnen denken: hee, die ouwe daar, die denkt dat-ie leuk is, waarom zit hij hier eigenlijk nog? Gewoon lekker met de bazen eens zijn, laten merken dat hun beslissingen van ongekend hoog niveau zijn en af en toe vertellen dat het echt een geweldige uitdaging is om hier te mogen werken. En dan hopen dat je het redt tot aan je pensioen. Een verplicht afscheidscadeau, een speech hoe geweldig je was en opzouten! De vergetelheid in.

Nee, dat zie ik niet zitten. Je moet of vroeg overlijden, of een plan voor de toekomst bedenken. Hmm, een plan voor de toekomst dan maar. Ik ga eens denken. Zal wel weer op niks uitdraaien, mezelf kennende.

George Floyd

Drie agenten zitten op hem en vermoorden hem. Veel anders kan ik er niet van maken. Ze horen hem om hulp roepen, hij is al geboeid, en toch blijven ze hem beletten om adem te halen. Het is dat het op film staat, anders waren de agenten al gewoon weer verder met hun dienst. Trump stelt een onderzoek in, maar beschouwt het als incident, niet als structureel overmatig politiegeweld tegen de zwarte bevolking. Verder lopen er mannen met ZZ-Top baarden met automatische wapens op straat om op te treden tegen plunderaars. Ze zullen de zwarten wel bedoelen. Ze zijn geen politie, gewoon mannen die menen dat ze dat wat van hen is moeten beschermen. De doodstraf bestaat er nog steeds en een executie is geen zeldzaamheid. Schietincidenten op scholen, racisme, totaal verknipte gelovigen, nietsontziend kapitalisme, hoog opgeven over jezelf, ongelofelijk domme televisie en per inwoner de grootste milieuvervuiler ter wereld zijn. Dat is Amerika.

Het is niet voor het eerst dat ik mijn afkeer van Amerika toon. Er schijnen ook normale mensen te wonen, maar die laten ze nooit aan het woord op televisie. Amerika staat zo ongeveer onderaan mijn lijst van landen die ik nog eens zou willen bezoeken. Niet dat ik zo’n lijst heb, maar dat is weer een ander verhaal. Van mijn vader hoorde ik de term voor het eerst, het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ik heb daar zelf later ongewenste van gemaakt.

Black lives matter gaat er al jaren veel te hard in, net als hier kick out zwarte piet. Het leidt wel tot het afschaffen van zwarte piet, maar niet tot hernieuwde inzichten. Onderhuids racisme ligt dan op de loer. Je mag toch hopen dat deze moord niet voor niets is geweest. Dat zou hij zeker zijn, als het niet op film stond. Al was je dronken, al had je met vals geld betaald, dat boeide die agenten niet. Alleen je huidskleur werd je zwaar aangerekend. Rust zacht George.

Het Alfavirus

Het Alfa virus sloeg weer hard toe deze week. Ik zag twee schitterende oude Alfa’s in nieuwstaat. Eentje bracht me zelfs terug tot 1993. Een radio-cassette speler behoorde tot de standaard uitrusting. Een 164 2.0 Twin Spark. 35.000 km gelopen pas en in nieuwstaat. Het interieur met veloursbekleding zag er zo uitnodigend uit dat ik hem gelijk wilde hebben. Alles was aanwezig en het geheel was in topstaat. Gewoon zonde als ik die zou gaan gebruiken.

Dus keek ik naar een iets nieuwere. Een 159. Eveneens in topstaat. Nog geen 50.000 gelopen. Leren bekleding, een 260 pk zescilinder. Zo mooi. Ik heb de aanbieder gemaild voor wat verdere info, maar nog niks gehoord.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is laguna-2.jpg

Dat is het hart, il cuore sportivo, dat schreeuwt om Alfa Romeo. Het hoofd echter, dat pas na een dag weer begint te denken zag de beperkte beenruimte achterin. Het hoorde al het gezucht van het gezin. En het zag ook al voor zich dat ik mijn geliefde blauwe Laguna moest inleveren. Die praktische, snelle en ruime stationwagen die misschien wel de beste koop is die ik ooit deed. En wanneer ben ik nu echt goed in mijn element? Dat is in de auto. Als ik een stukje beheerst scheur over een bochtige binnenweg. Maar op één moment nog meer. Als we op vakantie gaan, als iedereen een ruime plek heeft, en als snelheid er niet toe doet, maar ik moet zorgen voor een veilige en onbezorgde reis. Ik moet zo’n Alfa er eigenlijk bij hebben. Maar ja, dan kan ook wel weer een 156 nemen. Misschien wel de mooiste van allemaal.

De haperende prostaat

Volgens mijn eigen schrijfsels heb ik de afgelopen vier maanden doorgebracht met het lezen van mijn eigen archieven. Elke avond las ik in bed een maandje van logjes. Ik ben begonnen in 2008, de eerste jaren sloeg ik over. En nu ik aan het einde ben gekomen, en even niet weet wat ik moet, ben ik eens gaan kijken in die eerste jaren. Hier was ik wel een paar dingen van vergeten, en soms ben ik best grappig al zeg ik het zelf, maar toch vind ik het niks. Ik vind dat ik duidelijk geestelijk ben gegroeid. Niet dat ik Nirwana heb bereikt, maar die eigendunk van toen ben ik wel kwijtgeraakt.

Nu kunnen we dit simpel afdoen als het verouderingsproces, maar dat is me te makkelijk. Natuurlijk, het helpt als je grijs wordt en als het plassen wat langer duurt om je te behoeden voor een schaamtevol moment van mannelijk imponeergedrag. Ik zag net een documentaire over een rijke, zielige, dikke en eenzame man die zijn leven sleet op cruiseschepen. Hij was vermoedelijk ouder dan ik, maar hij verstond de kunst om mensen dood te vervelen met verhalen over hoe interessant hij vroeger wel niet was. En niet alleen hem, ook de andere discodansende grijze gasten bekeek ik vol meelij. Zo moet het volgens mij dus niet. Het was denk ik niet voor niks dat mannen vroeger in hun vrije tijd ook een pak droegen en dat er gestijldanst werd. Dat zag er toch net even waardiger uit. Misschien was het uiterlijk vertoon, maar misschien deed zo’n pak ook echt iets met je volwassenheid.

Goed, ik heb dan geen passend pak meer, en stijldansen kan ik al helemaal niet, en waardig als mijn opa’s ben ik nog lang niet. Ik heb hun leeftijd dan ook nog niet, dus misschien hoeft het ook nog niet. Ik plemp ook niet de hele dag mijn mening of overtuiging op internet. Verstandig denk ik. Dus helpt het ouder worden om je te behoeden voor gênante momenten? Niet per se. In mijn geval heeft denk ik het jarenlang getrouwd zijn meer bijgedragen. Als ik mezelf iets verbeeld, wordt dat beeld binnen twee seconden volledig kapot gemaakt. Het huwelijk werkt als een stotterende prostaat. Hopelijk kan ze me nog lang behoeden voor katers en flaters.

Stom virus

Ik besloot te stoppen met het bijhouden van allerlei cijfers over Covid-19. Ten eerste merkte ik dat anderen dat beter deden en ten tweede blijk je er geen bal aan te hebben. Ik was er twee maanden geleden mee begonnen om er grip op te krijgen, om te begrijpen wat er gebeurde en hoe snel het precies ging. Van een aantal landen hield ik de geregistreerde aantallen, het dodental en het aantal genezingen bij. Zou mooi zijn als die gegevens één op één te vergelijken waren, maar dat zijn ze niet. De vergelijking tussen landen onderling gaat al helemaal mank, neem bijvoorbeeld Nederland en België. Nederland leek het een stuk beter te doen, meer inwoners, minder geregistreerden en minder doden. Als je een correctie toepast op het aantal inwoners per land leek Nederland het nog veel beter te doen.

In werkelijkheid zijn de cijfers gewoon gelijk. In België tellen ze echter ook de doden mee waarbij een vermoeden van Corona bestond. In Nederland niet. België heeft dan ook een veel lagere oversterfte dan Nederland. Dat is de extra sterfte ten opzichte van wat geregistreerd is als Covid-19 sterfte. In Hongarije doen ze het andersom. Daar gaat iedereen die overlijdt aan Corona dood aan zijn onderliggende lijden, dus heel weinig coronadoden daar. Ik besloot dat het geen zin meer had en het verder te laten voor wat het is.

Mijn moeder, met wie het boven verwachting goed gaat even afgezien van hoeveel last ze van chemo had en hoeveel haar andere klachten erdoor verergerd werden, blijft de komende maanden extra vatbaar voor corona. Die zit voorlopig nog opgesloten. Op straat doe ik al niet spastisch meer. Ik ben zover gekomen dat ik al niet meer geloof in 1,5 meter buiten. Besmettingen vinden binnen plaats, en in grote menigten. Je krijgt er wel een boete en een strafblad voor, geheel ten onrechte. Die zouden eigenlijk achteraf aangevochten moeten mogen worden. Vermijd grote menigten, raak de rest van uw leven nooit meer iemand aan. De mensheid sterft snel uit nu. Stom virus.