Worteldoek

Op deze warme dag waarop Linda plat lag met haar rug, en waar ik ook nog toegezegd had de hond van iemand anders uit te laten, moest ik zo nodig de voor- en achtertuin doen. Achter viel mee, vegen, grasmaaien, kantjes knippen, maar voor moest het worteldoek eruit. Worteldoek is doek waar wortels dwars doorheen groeien en daardoor muurvast in je tuin zit. Heeft geen enkele functie en het weerhoudt liefelijke bloempjes om te groeien, en agressieve woekeraars trekken zich er niks van aan.

Het kostte me alle kracht die ik had, en het water liep van mijn lichaam. Het doek was loodzwaar omdat er zich een laag hard geworden aarde aan vast had gehecht. Een buurman en een buurvrouw kwamen een praatje maken terwijl ik buiten adem was. Het duizelde me een beetje van alle inspanningen. Ik dronk, en zweette harder dan ik drinken kon. Ik deed mijn polo uit tegen de warmte en als een oermens ging ik de strijd tegen de elementen lucht, aarde en water aan. Alleen vuur ontbrak. Uiteindelijk had ik alles eruit. Ik was kapot.

Ik ging douchen en was nog steeds kapot. En nu is het afwachten of we morgen niet twee krakkemikkigen in huis hebben. Maar het worteldoek is eruit. Wie dat heeft uitgevonden is ook niet wijs.

Varkens

Ik zei vorige week, never fight a pig. Daar werd figuurlijk een mens bedoeld dat zich als een varken gedraagt. En daar schilderen we het varken af als een smerig beest dat te vies is om bij in de buurt te komen. Op één of andere manier is ons eeuwen lang wijsgemaakt dat varkens een lage diersoort zijn. En ik geef toe, heel mooi zijn ze niet. Maar dat je hun vlees niet zou mogen eten volgens sommige religies is mij niet helemaal duidelijk. Tenminste niet waarom hun vlees niet, en dat van een rund wel. Sommigen zeggen dat het is omdat varkens alles eten en runderen alleen grazen. Dat ze daarom onrein zijn. Dat ze in de modder liggen te rollen en stinken.

Het zal allemaal wel. Als het gaat om vlees eten kijk ik liever de andere kant op. Ik hou niet van grote hoeveelheden vlees, niet bijzonder van barbecues, niet van biefstukken, maar ik eet vleeswaren en vrijwel elke dag zit er ergens in het avondeten wel vlees verwerkt. Ik denk er liever niet over na. Als ik vroeger wel eens zei dat het zielig was, zei mijn opa heel beslist: “elke dag vlees heb je nodig”. Dit om zijn dagelijkse stukje vlees niet in gevaar te brengen vermoed ik. Ik vond dat niet zo fijn, dat wegkijken, hoewel ik zelf ook niet actieve pogingen onderneem om te minderen.

Toch zou het mij niet verbazen als we over pakweg 150 jaar op onze huidige massale slachtingspraktijken heel anders terugkijken. Wellicht zoals we nu op de slavernij beginnen terug te kijken. Ik weet niet precies hoelang we dit al doen, dat massale gevreet van vlees, maar volgens mij is dat pas begonnen in de vorige eeuw. Ik denk tenminste niet dat er in 1800 al zo massaal gefokt en geslacht werd. Waarmee ook is aangetoond dat het allemaal wel iets minder zou kunnen om de mensheid te laten overleven.

Hier in de gemeente is een slachthuis in opspraak. Een dierenactivist had daar met de verborgen camera gefilmd en gore praktijken aan het licht gebracht. De betreffende medewerker die de varkens mishandelde is ontslagen. Hij wist precies waar de toezichtcamera’s hingen zodat hij de mishandelingen buiten hun zichtveld deed. Ik heb altijd gedacht dat als je in een slachterij kunt werken je volledig afgestompt moet zijn. Anders hou je dat niet vol. Tegelijkertijd besef ik dat mijn kritiek schijnheilig is. Maar de dierenactivist, die zich 20 dagen lang voordeed als medewerker om zo de misstanden aan het licht te brengen, is een held. Ik zou er nog geen stap binnen willen zetten.

1985

Mijn moeder had gisteren haar eerste controle na haar ziekte en daarmee was het in orde. Niet dat ze blij is, wel opgelucht, maar blij zijn is een stap te ver. De oncoloog, voor wie ze diep respect heeft, had het vooral over haar geestelijke toestand gehad. Dat ze dingen moest gaan ondernemen om blijer te worden.

Ik ging vandaag even bij haar langs om het erover te hebben. Al snel kwam het gesprek op mijn vader. Op die ene dag in februari, waarop hij overleed. En daarbij noemde ze een detail dat ik nog niet kende en dat mij ook weer vochtige ogen bezorgde. De man was pas veertig en het was de dag waarop hij gepland zou sterven. De zuster kwam langs en vroeg wat hij wilde eten. “Ik hoef niet meer te eten want ik ga zo weg,” had hij gezegd. En mijn moeder had in haar wanhoop gevraagd of hij niet mee naar huis wilde, omdat hij er die dag wat beter uitzag en kleur op z’n wangen had. Maar toen hij moest plassen was zijn urine bruin, er was gewoon niks meer aan te doen.

En later die dag moest ze ons gaan vertellen dat papa dood was. Het kwam ook zo makkelijk uit haar geheugen dat ik even dacht: geen wonder dat je niet blij bent. Maar dat antwoord van mijn vader op die vraag van de zuster stemt mij droef. Was dat nu bescheidenheid tot op het laatst, wilde hij geen eten meer verspillen omdat hij toch “weg” ging, of had hij geen honger en wist hij dat hij dat ook nooit meer zou krijgen? Ik hoop toch zo dat laatste. Hem kennende was het het laatste. Maar zoals mijn moeder het zei klonk het als het eerste. Hoe dan ook, het is een hele trieste geschiedenis die ons gebeurd is in 1985. Ik voelde zojuist tranen vloeien. Ik wist dat die nog zouden komen na die vochtige ogen van vanmiddag.

Never fight a pig

Ik werd gisteren geconfronteerd met de verdorvenheid van het kapitalisme. Op dat soort momenten vraag ik me af waarom ik nog werk voor dit Amerikaanse bedrijf. Sales is de afdeling waar het om draait. Andere afdelingen zijn niet belangrijk. Dit bedrijf heeft ook de merkwaardige opvatting dat als de omzet omhoog moet, je extra salesmensen moet aantrekken. Die salesmensen krijgen salaris. Daarvoor komen ze naar hun werk en nemen ze de telefoon op, verder doen ze daar niks voor. Pas als er iets verkocht kan worden, komen ze in actie, want dan krijgen ze bonus. Daar draait alles om. Dus denk niet dat een klant waar de verkoop al plaats heeft gevonden nog geholpen wordt. Daar valt immers niks meer aan te verdienen, dus die worden afgepoeierd, meestal doorgeschoven naar een andere afdeling. Bijvoorbeeld de mijne.

Een klant, een groot bedrijf dat miljardenwinsten maakte, vroeg vorig jaar 70% korting op hun onderhoudscontract. Onderhoudscontracten zijn mijn afdeling, dus kwamen ze bij mij terecht. Ze kwamen met een clausule uit hun contract, waarvan ze vonden dat Covid daaronder viel, en claimden daarom korting. Ik meldde dat die clausule helemaal geen betrekking had op Covid en dat die dus niet van toepassing was. “Let’s not make this a legal discussion” was toen ineens hun antwoord. Uiteindelijk kregen ze een eenmalige korting van 25%

Dit jaar, gisteren dus, vroegen ze weer om korting. Ze gaan dan eerst naar Sales. Die zijn het er mee eens dat ik korting moet geven, want dat gaat van mijn bonus af, en niet van die van hun. (mijn bonus stelt niks voor vergeleken bij die van sales, zij krijgen ongeveer 20 keer zoveel) Dus dan moet ik antwoorden dat die beslissing niet bij sales ligt, en dat de korting eenmalig was en dat het er qua Covid beter uit ziet.

In welke wereld ik leefde, was hun vraag, ik moest realistisch gaan doen, de VP Sales was veel beter, en ze wilde een telefonisch gesprek met mij, en ik moest ze vast laten weten wie daar nog meer bij moest zijn om hun korting goed te keuren. Veel vernederender kon het niet. Daaroverheen kreeg ik een mail van de VP sales, die mij niet erg constructief vond, en of ik dit wilde opnemen met mijn hoogste baas, dit was immers een belangrijke klant. Ik weet niet hoe het u zou vergaan in zo’n situatie, maar ik zou ze het liefst de waarheid vertellen.

De waarheid is namelijk dat ze de VP sales graag mochten omdat die mijn korting weggeeft, terwijl hij zelf ook korting kan geven op nieuwe verkopen, maar dat niet doet omdat hem dat geld kost. Dat het bedrijf miljardenwinst maakte vóór corona en die allemaal heeft uitgekeerd aan hun aandeelhouders. Dat ze nu staatssteun van diverse overheden hebben gekregen en weer hun aandeelhouders probeerden uit te keren maar dat werd verhinderd door de Duitse regering. Dat het een stelletje leugenachtige varkens zijn.

Ik mailde niks terug, maar ondertussen stuurde het bedrijf mij al een uitnodiging voor een call die ik geweigerd heb. Ik antwoordde, ik heb i.v.m. het kwartaaleinde nu geen tijd, ik kom binnenkort terug met een voorstel voor een call. Toen stuurde ze een nieuwe uitnodiging voor 1 juli, ik zei dat dat te vroeg was, het moest 5 juli worden. Toen kreeg ik er eentje voor vijf juli.

Mijn baas zei me: never fight a pig. You will both get dirty but the pig will like it.

Het droevige lot van een hondenbezitter

Op een regenachtige dag als deze zal het volgende tafereeltje menig hondenbezitter bekend voor komen. Met paraplu en lange lijn gaan we naar de uitlaatstrook, waar de hond zijn behoefte mag doen en er geen opruimplicht is. Het plenst, dus binnen de kortste keren zijn hond en schoenen van de baas drijfnat. De hond gaat eerst zitten voor een plasje en loopt daarna door richting uitlaatstrook. Daar aangekomen moedig ik haar aan om haar behoefte snel te doen want dan kunnen we terug. “Poepie doen!” Waarom je zo raar praat tegen een hond weet ik ook niet, maar dit soort dingen sluipt erin. Als er een medemens in de buurt is, zeg je dat niet, dan zwijg je gewoon.

De hond snuffelt door het decimeters hoge gras en wordt nog natter. Ze kromt haar rug vast om aan te zetten. Nee, toch niet. Ze loopt verder en begint te draaien. Oh, wacht, wat zie ik daar, een vogel? Da’s interessant, en ze staat weer op. Dan sjouwt ze weer verder en ziet een opening in de struiken waar alleen zij door kan. Ik blijf op straat staan en buk mij om te zien wat ze doet. Ze dreigt met de lange lijn om een struik heen te lopen dus ik moet haar weer terugtrekken. Dan probeert ze het aan de andere kant, maar ook dreigt de lijn vast te lopen dus ik trek haar weer terug. Ze komt weer uit de struik en banjert verder. Ze gaat weer op zoek naar een geschikte plek en begint te draaien. Dat draaien duurt al langer dan normaal en ineens ziet ze iemand die ook zijn hond uitlaat. Ze komt uit haar positie en schiet er op af, ik trek haar terug en zeg dat ze haar gemak moet houden.

De man met de hond loopt door de struiken waar ik langs loop, en mijn hond weet dat. Die is meer gefocust op de hond aan de andere kant en maakt even geen aanstalten meer. Ondertussen plenst het door. Pas als die andere hond weg is gaat ze weer een poging doen, alleen nu weer terug, richting huis. Huis is verlokkelijk in deze regen dus ik merk dat ze iets te hard richting huis gaat. Ik trek haar weer de andere kant op en onder protest gaat ze mee. Dan eindelijk, als alle omstandigheden mee zitten, draait ze weer rond in het hoge gras, maar ik geloof het pas als ik het zie, maar deze keer komt daar een net te dunne smurrie uit, die belandt precies een meter naast de paal waarop staat: “geen opruimplicht tussen de palen.” Ik besluit toch dat dit een poging tussen de palen was en keer om, huiswaarts. Bij de straat waar we in moeten wil ze rechtdoor naar de andere uitlaatstrook. Ik loop even mee en ze begint weer moeilijk te draaien. Het ritueel van zojuist dreigt zich te herhalen. Ik loop al voor paal met die enige paraplu die ik kon vinden en die de tekst “merde, il pleut” bevat en als ze na een minuut alleen nog een plasje heeft gedaan, neem ik haar mee naar huis. Wacht maar tot tussen te middag, voor de volgende.

In de garage droog ik haar af, maar binnen schudt ze zich alsnog uit. Vieze modderpoten achterlatend op de vloer…

No big deal

Ik leef nu een maand of zes met onafgebroken tinnitus. In het begin leek het onmogelijk om ooit nog vreugde te vinden, maar dat viel gelukkig mee. Nadat ik het traject huisarts, kno-arts, audioloog had doorlopen, geloofde ik het wel. In het begin was er paniek, maar nu niet meer. Ik kocht een boek, in het Engels, over de genezing ervan, maar kom daar moeizaam doorheen. Ik zou liever wat anders gaan lezen, wat misschien wel een goed teken is. Bij de audioloog liet ik mij op de wachtlijst zetten voor een vervolgstap, maar toen ze deze week eindelijk belden, zegde ik af. Laat maar zitten.

Tinnitus kan ongeveer 200 verschillende oorzaken hebben, en slechts enkelen zijn door een arts te verhelpen. Ik ben onderzocht bij de kno-arts op één van die oorzaken, maar die bleek ik niet te hebben. Waar het bij mij dan wel door wordt veroorzaakt is niet met zekerheid te zeggen, en oplossen kunnen ze het al helemaal niet. Daarom zegde ik het vervolgtraject af. Maar natuurlijk ook omdat het niet langer paniek veroorzaakt. Het is irritant, maar ik heb het ook niet altijd meer in de gaten. Wat ook precies de bedoeling is. Er valt dus goed mee te leven, al denk je in het begin van niet. En dat komt door de wetenschap dat er niets tegen te doen is, anders was dit ondraaglijk.

P.S.

Wij zijn geslaagd

We hebben trouwens een geslaagde in het gezin. Hans is voor zijn Mavo-examen geslaagd, tegen elke verwachting in. Hij stond geen onvoldoende maar hij had ook geen spilruimte. Hij stond een zeven voor maatschappijleer, en dat was dan het compensatiepunt, waarmee hij dus ook een vijf kon staan. En er zou één onvoldoende worden weggestreept vanwege Corona.

Maar hij kwam thuis met verhalen dat hij economie en Engels had verprutst, en de andere vakken gingen wel, maar als je doorvroeg bleek hij hele opgaven te hebben overgeslagen. Wij, en hij waren ervan overtuigd dat hij gezakt zou zijn. De hoop was, niet als een baksteen, dus dat er nog een herexamen in zou zitten. Of twee. Op de bewuste dag van de uitslag ging ik naar mijn werk. Ik zou wel horen voor welk vak hij een her zou hebben. Ondertussen begon het op FB geslaagden te regenen. Ook leerlingen van wie we dachten dat ze solidair met Hans gezakt zouden zijn. En toen werd ik nerveus. Ik hield steeds mijn app in de gaten. Het deed me denken aan de wedstrijd De Graafschap-Ajax, toen PSV op de laatste dag kampioen werd. Toen durfde ik niet te ademen. Mijn nervositeit leek daarop.

Ik keek steeds op mijn app, totdat hij belde. Ik ben geslaagd zonder onvoldoendes! Ik was opgelucht en verbaasd. Hoe dat nu toch kon. Ik feliciteerde hem met ons behaalde diploma (wij zijn zwanger, wij halen een diploma) en belde daarna Linda. Die had een zenuwinzinking. Ze huilde. Om die eikel die ons allemaal gefopt heeft. Het waren allemaal zessen, op twee zevens na, maar daar deed hij geen centraal examen in. Die stonden al vast. Wiskunde was zijn beste vak. Een 6.3. Ik adviseerde hem nooit meer over zijn cijferlijst te beginnen, maar te zeggen: wiskunde was mijn beste vak!

De jacht op een auto.

Het jagen op een andere auto brengt mij veel zelfkennis. Ik begon vorig jaar rond deze tijd met zoeken naar een mooie, grote en snelle wagen op benzine, en met een mooie kleur. Ik wil van mijn diesel af.nl. Ik had bepaalde eisen, zo moest de auto liefst handgeschakeld zijn en stoffen bekleding hebben. Ik zocht, en ik zocht en na een stuk of tien pogingen gaf ik het op en besloot mijn diesel te laten bijwerken en te laten opknappen ter waarde van €1500,- Dat zou dan weggegooid geld zijn aangezien het de inruilprijs niet zou verhogen, maar het ging erom dat ik trots op mijn wagentje was, en dat ik weer twee jaar kon rijden in een auto naar tevredenheid.

Het opknappen ging niet zonder slag of stoot, maar eindelijk was het klaar, mijn bolide stond er als nieuw bij en ik was blij met het resultaat. Een paar maanden dan, want toen begon het toch weer te kriebelen. Dat komt met name omdat hij niet hard genoeg liep. Een krappe 215, na veel moeite. Ik wilde van dat gezeur af, en ging zoeken bij dikke BMW’s die met gemak 250 liepen. Ook hier weer het liefst handgeschakeld en met stoffen bekleding. Nadeel, de auto zou dan ouder worden dan mijn huidige, maar, zo hield ik mijzelf voor, BMW’s zijn kwaliteitsauto’s dat maakt niks uit. Ik zag er eentje staan, maar omdat BMW’s nogal opvallen wilde ik ter compensatie een saaie grijze kleur. Op weg naar de verkoper werd ik steeds geconfronteerd met hoe goed mijn huidige auto nog reed, zo goed zelfs, dat ik langs de verkoper reed zonder te stoppen.

Ik heb nog diverse andere wagens op het oog gehad, en steeds had veranderden mijn wensen. Automaat, handgeschakeld, snel, vlot, leer, stof, opvallende kleur, antraciet, ouder, nieuwer, station, sedan, veel beenruimte versus “hoe vaak gaan de kinderen nog mee,” zelfs een diesel kwam voorbij, wat toch de allereerste reden was om een andere auto te zoeken, ik wilde geen diesel meer.

Nou ja, er zat geen enkel patroon meer in en Linda werd er nogal gestoord van. Je zoekt het maar uit. Neem vooral een auto die jij mooi vindt en hou geen rekening met mij. Maar zo werkt het niet in mijn hoofd. Ik moet Linda’s goedkeuring hebben anders geeft de auto mij geen plezier. Dus een snelle BMW kon het niet worden. Zij haat snel, en ook BMW, en ik heb geen zin om naast me steeds een zucht te horen. En zelf vind ik het ook een hele stap, een BMW. Past eigenlijk totaal niet bij me. Hoe meer ik ze zag rijden hoe saaier ik ze vond worden.

Zelfs mijn vaders goedkeuring wil ik hebben. De man is al 36 jaar dood, maar ik hou nog steeds rekening met wat hij zou vinden. Hij zou voor een Peugeot 508 gaan. Niet dat hij ooit een Peugeot heeft gehad, maar ik voel dat. Een Peugeot moet weer aan hele andere eisen voldoen dan een BMW. In een Peugeot wil ik wel leren bekleding, wel een automaat en wel een opvallende kleur. Er zit geen enkele lijn in mijn keuzes. Ik weet vooral wat ik niet wil. En dat ik gewoon moet doorrijden in mijn huidige. Maar daar heb ik de rust niet voor.

Ontgroening

Wat ik van mijn hele leven nooit begrepen heb, zijn ontgroeningsrituelen. Ik heb ze gelukkig ook nooit meegemaakt, ik zat niet in dienst, en ik heb niet aan een universiteit gestudeerd. Nu ik ouder ben snap ik dat je als je een ontgroening uitvoert, je iemand klaar maakt voor de echte wereld. Tenminste, dat is hoe jij het rechtvaardigt. Want je bent natuurlijk gewoon een klootzak. Je bent simpelweg een verachtelijk mens, want je kent geen medelijden en doet dit omdat het je aanzien geeft van andere verachtelijken, wat dat betreft een prima voorbereiding op een topfunctie bij een bedrijf dat megawinsten maakt.

Ik las in de krant over een ontgroening waarbij iemand om het leven was gekomen. Afgezien van dat ik denk, “stel je dan ook niet zo afhankelijk op, laat je niet in met dat waardeloze volk,” denk ik ook dat het afschuwelijk is wat daar gebeurt. Het is sadistisch en je zou het waarschijnlijk goed gedaan hebben als bewaker in een concentratiekamp. Want eerst dwing je iemand tot het drinken van anderhalve liter sterke drank, daarna sluit je ze op en sluit de watervoorziening af zodat ze hun kater niet weg kunnen krijgen. Misselijkmakende praktijken. En toen ging er eentje dood. En nu moet je hopelijk de gevangenis in. Jij met je veelbelovende rechtenstudie plus strafblad. Je verdient natuurlijk niet beter.

Ondoordringbaar.

Ik ontdekte een nieuw bos vandaag. Het is geen groot bos, ik schat 10 hectare, maar het is een stil bos. Om er te komen moet je een hek openmaken en dat kan een drempel zijn. Aan de rand van het bos stond een bordje met toelichting. Iets met kwelwater, en dat het bos er honderd jaar geleden nog niet was, maar mooier nog, er stond dat het een haast ondoordringbaar bos was. En daar hou ik van. Ik had twee honden bij me, en liep voornamelijk langs het bos, op zoek naar een opening. Ik zag wel gaten waar dieren doorheen zouden kunnen, maar voor mensen werd dit lastig. Misschien als ik mijn commando-uitrusting zou halen, maar in mijn gewone kleren was dit niet haalbaar. Een bos dat zichzelf beschermt tegen indringers, hoe verzinnen ze het. Dit bos werd omsingeld door doornstruiken. Ik wed dat vossen en reeën zich hier overdag schuilhouden, op deze plek waar mensen niet kunnen komen. Het deed me denken aan Doornroosje, die sliep volgens mij in zo’n overwoekerd kasteel. En het gaf me hoop. Mocht de mensheid even in slaap kukelen, dan staat de natuur klaar om ons te overwoekeren. We zijn nu dan wel de baas op aarde, maar wacht maar als we even niet opletten.