Landgenoten!

Thierry Baudet, dat is Frans voor Dirk Ezel, won laatst vanuit het niets 13 zetels in de Provinciale Statenverkiezingen. Dat was knap van hem. Een beetje dom van de anderen vond ik het ook, want Thierry c.s. konden ongehinderd een aantal keren per uur via de radio een reclameboodschap de lucht in slingeren over hoe slecht Rutte wel niet was. En als je gevoelig bent voor reclameboodschappen dan kon je hier wel eens door beïnvloed raken.

In elk geval, we wensen Thierry veel succes. Zelf zou ik hem wel willen aanraden wat bescheidener te beginnen. Het behalen van 13 zetels voor de provinciale staten verkiezingen -niemand weet precies waar dat voor dient- was voor Thierry reden om een “I have a dream-achtige” speech te houden die verder niemand begreep. Alsof we aan de vooravond stonden van een meteorietinslag die de vernietiging van het leven op aarde zou betekenen. Alsof hij in zijn eentje de tweede wereldoorlog had beëindigd en nu het voortouw moest nemen in een nieuwe koers. Alsof hij aan de rode zee stond en de zee had laten wijken om zijn aanhangers er door te laten.  Ik hou er niet zo van. Ik weet hoe dit soort dingen zijn weerslag heeft op de gewone man. Had je vroeger slechts coaches voor sporters, tegenwoordig heb je ze ook voor werknemers. Masseurs, idem dito. Zei je vroeger tegen een kamer, “ik neem hem”, tegenwoordig moet je je aan de verhuurder presenteren en hem overtuigen waarom jij de beste huurder bent.

Ik ben dus bang dat als je straks in je bedrijf verkozen wordt tot BHV-er, je er ook een speech aan moet vastknopen. Dat als je mag toetreden tot de personeelscommissie, je ook een speech klaar moet hebben. En dat we straks meer sprekers dan toehoorders hebben. Laat het speechen nou over aan mensen die daar echt voor in de positie zijn en voor momenten dat mensen daar ook behoefte aan hebben. Zoals wanneer er een meteorietinslag dreigt, of je hebt net de oorlog beëindigd, of je staat aan de rode zee en laat deze wijken. Maar 13 zetels in de eerste kamer, kom op zeg. Big deal.

Internet

Ik hoorde vandaag van iemand die niet internetbankierde. Ik vroeg haar hoe ze dat deed. Nou, gewoon, met overschrijvingskaarten en een envelop op de bus. Ik wist niet dat het nog bestond. Ik internetbankier ook niet, maar dat komt omdat ik het allemaal heb uitbesteed. Of eigenlijk is het me uit handen genomen. Eigenlijk mag ik niet aan het geld komen, daar komt het op neer. Toen ik mevrouw Mack leerde kennen gebruikte ik ook nog overschrijvingskaarten.

Op mijn werk heb ik het natuurlijk wel gedaan, en tegenwoordig doe ik iets in de penningmeesterlarij, dus ik moet weer aan de bak. Mijn standpunt is altijd, als iedereen het kan, hoef ik het niet te leren. Even goed was het een mooie tijd vroeger, toen alles nog overzichtelijk was. Ik hoorde vandaag het nummer van Stan Ridgway, Camouflage voorbij komen. De radio was ook zo overzichtelijk. Commerciele zenders waren er nog niet, dus stemde je al gauw af op Hilversum 3, toen radio 3, nu NPO 3FM. Er was een weekprogrammering, in plaats van een dagprogrammering. Op vrijdag was het top 40 dag. Ik zag laatst een exemplaar van de top 40, zo’n papieren ding uit 1982, en vrijwel alle nummers kende ik nog. Als ik er eentje van vijf jaar geleden, zouden ze nog bestaan, te zien krijgen, dan mag ik blij zijn als ik er drie ken.

Ik wil maar zeggen, het was allemaal zo slecht niet zonder internet. Goed, ik zou niet weten wat ik nog moest doen zonder, zo leeg is mijn leven inmiddels, maar ik heb het toch zeker 25 jaar zonder gekund. En wat het nu precies toevoegt, ik heb geen idee. Nou ja, dit dan, dit voegt iets toe. Maar waar ik ooit dacht dat het leuk zou zijn om contacten van vroeger te onderhouden, is het me inmiddels wel duidelijk dat die contacten niet voor niets zijn gestopt. Soms, als je net een nieuw oud contact hebt, lijkt het leuk, maar na een tijdje blijkt meestal dat ze ergens een andere afslag hebben genomen.

Nu we internet kennen, kunnen we niet meer terug. In ruil voor apathisch surfen en klikken, heeft de overheid volledige controle over de onderdanen gekregen.

 

V(e)r(tr)ouw

Ik heb nu twee seizoenen van Wie is de Mol gevolgd. Nou ja, gevolgd, ik hing er wat bij. In het eerste seizoen moest ik wat inkomen, maar in het tweede seizoen wist ik gelijk vanaf aflevering één wie de Mol was. De aanwijzingen werden steeds duidelijker, en ik zag de Mol zichzelf steeds verraden. Waar ik bij alle anderen echte emoties zag, zag ik bij de Mol duidelijk gespeelde opluchting. Ze vonden me wat arrogant, maar ik ben Mack, ik ben de beste.

De finale keek ik niet, want PSV speelde, en bovendien, ik wist toch al wie de Mol was. Totdat het ineens niet mijn Nielson bleek te zijn, maar Merel. Ik had er faliekant naast gezeten. Vanaf dat moment besloot ik niet meer mee te doen aan het raden wie de Mol is, want dat kan ik dus niet. Maar wat het mij wel pijnlijk duidelijk maakte, ik vertrouwde vrouwen kennelijk blindelings, maar mannen niet. Het was in mijn wereld kennelijk niet mogelijk dat een vrouw de boel liep te belazeren. Hun emoties zijn echt, die van mannen zijn gespeeld. Alles wat mannen doen is slechts om indruk te maken op de andere sekse. Dansen bijvoorbeeld, geen man doet dat voor zijn lol. Een Ferrari rijden doe je eveneens niet voor je lol met zo’n keiharde vering, dat gejank en een lage instap. Welnee. Indruk maken op de vrouwtjes.

Kortom, ik ben een illusie armer. Voortaan kan ik ook belazerd worden door vrouwen. Of toch niet? Kon Merel dit alleen omdat het een spel was? Mijn manager is ook een vrouw. Ik vertrouw haar blindelings. Ik ga het maar niet veranderen. Met nieuw verworven kennis schiet je ook niks op.

Piep

Mijn kinderen detecteerden vandaag een piep. Mevrouw Mack en ik hoorden niks. Ze zeiden dat het een harde piep was, maar wij hoorden nog steeds niets. Het bleek een apparaat te zijn dat katten uit je tuin houdt. Ik dacht vroeger dat het mij niet zou gebeuren, een leesbril nodig hebben en hoge tonen niet meer kunnen horen, maar mooi wel. Je ontkomt er kennelijk niet aan als je ouder wordt. Toen ik bijgekomen was van deze constatering, ging ik pas nadenken over het apparaatje. Iemand probeert jonge katten uit zijn tuin te houden, oudere katten horen de piep toch niet.

Ik had twee opa’s, eentje was gek op dieren, de ander moest er niks van hebben, tenzij ze als dood vlees op z’n bord lagen. Die laatste liep hard tot zijn tachtigste, en droeg ook een pieper bij zich waarmee hij honden kon wegjagen die te dicht in zijn buurt kwamen. Hij stond met een bezem een nest broedende duiven uit een boom in zijn tuin te verjagen, want die maakten herrie. Mijn broertje kwam een keer overstuur thuis omdat nadat hij bij opa achterin de auto had gezeten, opa geen poging had gedaan om te remmen voor een paar overstekende eenden, en had die dus doodgereden. Nooit remmen voor een dier, had hij gezegd.

De ander voer zijn motorjacht vast in het riet omdat hij moest uitwijken voor een paar waterhoentjes. Baasje zal jullie niet overvaren hoor! Hij kreeg ruzie met mijn oma omdat die hem stom vond. Die beesten waren echt wel aan de kant gegaan hoor. Deze opa kwam een keer thuis met een wond aan zijn hand en oma vroeg wat er gebeurd was. Hij bleek gebeten te zijn door de hond die hij wilde aaien, maar had niks gezegd omdat hij bang was dat de hond op zijn donder zou krijgen. Hij zei altijd, als iemand niet goed voor z’n beesten is, hoef je er als mens ook niks van te verwachten.

Het moge duidelijk zijn van wie ik het meeste heb, qua gevoel voor dieren. Maar beide opa’s mocht ik graag. Mijn hond geef ik soms en trap als hij in de aanval op een andere hond gaat. Als de kat mij slaat, wat ze soms doet, gooi ik haar door de kamer. Ik ben geen doetje tegen ze. Maar als ze hier zijn, dan zorg ik voor ze. Zelfs muizen vang ik levend, als het lukt. Als ze me opvallen tenminste, want ze horen piepen dat doe ik niet meer.

Stakingen in het onderwijs

Het ‘onderwijs’ staakt. Het beoogde doel is meer geld, minder werkdruk. Hoeveel meer geld en hoeveel minder werkdruk is me niet duidelijk. Het enige wat ik snap is dat leraren van de basisschool meer gelijkheid willen tussen docenten op een middelbare school en henzelf. Maar daar zijn de docenten in het middelbare onderwijs weer niet mee gediend. Bovendien kun je dat ook oplossen door die laatste groep minder te betalen, maar het lijkt me dat dat niet de bedoeling is.

Ik zit niet in het onderwijs, maar ik ervaar momenteel ook werkdruk. Van ’s ochtends vroeg tot vaak ’s avonds vroeg wordt het uiterste van mij gevraagd.  Ik moet zeggen dat ik het ook wel eens helemaal gehad heb. Ik zou dan ook wel alle schoolvakanties vrij willen hebben. Ik heb pas één dag vrij gehad sinds de zomervakantie. Het verschil met een leraar is waarschijnlijk dat ik doe wat ik leuk vind, en waar ik goed in ben. Een leraar moet er veel nevenfuncties bij uitvoeren. Hun administratie is vaak een zootje weet ik uit betrouwbare bron, en hun bereidheid tot het volgen van de moderne procedures is niet bepaald hoog te noemen. Hetzelfde geldt voor huisartsen trouwens, met als verschil dat die wel moeten, omdat het hun eigen praktijk is. Leraren zijn meer geneigd die procedures te laten schieten omdat ze er zelf geen baat bij hebben.

Ik heb hetzelfde met dingen die er in het bedrijfsleven bij schijnen te horen, maar waar ik geen enkele baat bij heb. Ik noem maar wat: calls, webexen, vergaderingen,  presentaties, all-hands meetings, wat eigenlijk allemaal hetzelfde is en welk doel het dient is me na al die jaren nog niet duidelijk. Ik denk dat het iets te maken heeft met het aan het werk houden van diegenen die zichzelf erg graag in de schijnwerpers zien staan. Wat ik er van onthou is meestal niks, en de vragen die ik heb worden toch niet met een oplossing beantwoord, en er gaat onnodig veel tijd zitten.

Kortom, iedereen moet gewoon doen waar hij goed in is, en moet daar anderen vooral niet mee lastig vallen. Dus leraren geven les, boekhouders houden boek, en huisartsen artsen huis. Dan heb je veel minder werkdruk. Dan kunnen calls, webexen en weet ik het allemaal afgeschaft worden, gegoten worden in de vorm van een email, en leefde nog iedereen lang en gelukkig.

The Prodigy

Afgelopen week overleed de zanger van The Prodigy. Ik had wel eens gehoord van de naam, maar er zit dan ook iets in mijn hoofd dat weet dat het mijn muziek niet is. Ik zocht het even op, en een nummer zei me wel iets. Reggae, house en kinderstemmetjes door elkaar. Typische jaren negentig bagger. De andere nummers waren zo mogelijk nog erger. In mijn hoofd is er geen begrip voor mensen die dit wel mooi vinden. Omdat ik de democratie respecteer klaag ik ze nog net niet aan, maar om deze misvattingen van de fans in mijn hoofd weer recht te krijgen, denk ik dat ze zich graag willen onderscheiden van de massa, en daarom maar vage baggermuziek zijn gaan aanhangen. U denkt misschien dat ik een grapje maak, maar helaas, zo werkt het echt in mijn hoofd. Het bestaat gewoon niet, dat je zulke talentloze troep goed vindt. Er moet iets kapot zijn in je hoofd.

Met mijn collega, die een nog veel bredere muzieksmaak heeft dan ik, besprak ik het kort. Tot mijn afgrijzen zei hij dat hij graag nog eens naar een concert van ze gegaan zou zijn. Ik vergruisde van binnen. Hij had voor mij cd’s gebrand met Franse chansons. Hij luisterde naar Frank Sinatra. Hij vond Elvis de beste zanger ooit. Hij waardeerde dezelfde jaren-80 muziek als ik. En nu dit!

Ik vroeg hem hoe dit kon. Er klonk net uit mijn computer “the promise you made” van Cock Robin. Ik zei: “het lijkt toch in helemaal niets hierop?” Hij vond dat een vreemde redenering. Ik niet. Ik legde uit dat we van harmonie hielden, dat dat onze gemeenschappelijke factor in de muziek was. En the Prodigy deed niet aan harmonie. Die ramden maar wat. Het deed me pijn, ik voelde me verraden.

Wendy van Dijk

WendyWendy van Dijk, dat vind ik nu echt een aantrekkelijke vrouw. Haar glimlach doet mij smelten. Ik zou zo alles voor haar opgeven als ik recht in haar armen mocht lopen. Het is mijn reptielenbrein dat mij deze verwerpelijke gedachte ingeeft. Haar lieve stem, die mooie ogen, betoverend is ze gewoon. Onweerstaanbaar.

Totdat ze haar beroep als presentatrice oppakt. Wat een enorm zeikwijf zeg! Zeg verdomme eens waar het op staat! Nee, altijd alles vergoelijken, en als er bij TVOH een kandidaat was die niet gekozen werd -en niet voor niks- dan roept Wendy altijd: “nou, maar volgend jaar kom je terug, en dan draaien al die stoelen om!” Nee, helemaal niet! Het was gewoon bagger, en diegene moet nooit meer terugkomen. En als je dat dan niet kunt zeggen, Wendy van Dijk, hou je dan tenminste op de vlakte. Maar nee, Wendy moet de kandidaat toch vooral het gevoel geven dat de jury het niet goed zag, en de kandidaat vooral niet met een rotgevoel naar huis laten gaan. Welnee, we waren er bijna vanaf, gaat Wendy weer zorgen dat de talentloze weer moed krijgt en het opnieuw probeert. Wendy is niet van het slechte nieuws. Daar kan ze niet mee omgaan. Alles moet positief benaderd worden. Gadverdamme! Nog niet zo heel lang geleden zei ze over die gladjakker waar ze mee getrouwd is dat hij zo’n heer was, en dat hij altijd de deur voor haar openhield. Nee, wij gooien de deur in je smoel dicht, Wendy! En nu, waar blijf je nu met je mooie praatjes over die gladjakker? Bah, wat een nep-emoties. Wat een tut-hola.

Het stoerste wat ze ooit gedaan heeft is dat ze haar voorgenomen huwelijk met die andere gladjakker, X, op het laatste moment heeft afgezegd. Zo! Vrouwen moeten gewoon zichzelf zijn, en niet alleen op internationale vrouwendag of als ze thuis zijn, nee, ook op andere dagen en als ze een TV programma presenteren. Maar Wendy van Dijk, die doet mijn hart smelten. Machteloos ben ik tegen haar.