Idioten en zenuwlijders

Als u hier al heel lang leest, dan zou het kunnen dat u de geboorte van mijn kinderen nog heeft meegekregen. De oudste is inmiddels 21 en werkt in een penitentiaire inrichting, ofwel, de gevangenis. Mijn jongste werkt met emg, ofwel ernstig meervoudig gehandicapten. Zelf heeft ze ADHD, ofwel …, nou ja, ik weet de afkorting niet meer.

Mijn oudste heeft dagelijks verhalen over hoe hij met de gedetineerden omgaat, en ik kan niet anders dan toegeven dat hij dat erg goed doet. En dat zeg ik niet omdat ik z’n vader ben, want ik zal het niet nalaten te zeggen dat hij buiten dat een een lapzwans is. De gevangenen variëren van drugsbazen tot moordenaars en van verkrachters tot zedendelinquenten. Of is dat hetzelfde? In elk geval, hij kan er goed mee omgaan en een grote drugsbaas met een levenslange gevangenisstraf noemt hem meneer Hans. Ook omdat hij de Nederlandse taal net iets minder spreekt. Deze man staat bovenaan in de rangorde, en de nummer twee is een zeer gespierde, met nazisymbolen getatoeëerde man, die Hans aan zijn dochter wil koppelen. Hee Hans, hedde gij hem er nog ingehangen van het weekend of wa? Hans kan er allemaal mee omgaan. Heel relaxed.

Maar dan Tambam. Of ik vanavond mee wilde kijken want haar werk was op tv. Zij is 18 en zit nog op school maar ze werkt in het weekend bij een zorginstelling, vroeger geheten “Vereniging tot Christelijke verzorging van idioten en zenuwlijders.” Nu heet het ‘s Heerenloo, wat de lading niet meer dekt. En ook hier hebben wij een excellerend kind afgeleverd. En niet omdat ik haar vader ben, want ik zal het niet nalaten om haar te wijzen op domme opmerkingen, maar ik was onder de indruk van wat ze vertelde. Ze herkende een paar cliënten, zo heten de idioten en zenuwlijders tegenwoordig, en ze herkende collega’s. Ze lieten zien hoe de omgang met de cliënten gaat, van benadering tot fixatie, en van agressie tot het verschonen van een luier. Ook hier was ik onder de indruk. Ik zou dat niet volhouden, net als degene die het programma maakte het niet volhield.

Dus ja, beide kinderen zijn me voorbijgestreefd, nu al. Ze doen beide iets waar ik ongeschikt voor zou zijn. En ik vind dat knap.

Kikkererwten

Als mijn dochter en haar vriend een vrije dag hebben, slapen ze tot 11:45 uit. Dan staan ze in om 12:00 in de keuken, hun ontbijt te maken. Als ik daar iets van zeg als: “er zijn tientallen momenten om in de keuken te gaan staan met z’n tweeën, maar niet om 12:00,” dan reageert ze bozig of ik de keuken soms heb gereserveerd. Inderdaad, wat het is mijn pauze, ik moet werken. Sowieso begrijp ik die jeugd niet, het is geen ontbijt wat ze maken, maar een soort buffet. Met scrambled eggs en allerlei dingen die mij irriteren. Ze kunnen ook niet gewoon water uit een glas drinken, nee, het moet water uit een bidon zijn. De hele godvergeten kast ligt vol met bidons en de koelkast staat er ook vol mee.

’s Avonds laat zetten ze de airfryer nog aan, en gaan er enge dingen in. Bonen waar ik nog nooit van heb gehoord en kikkererwten en meer van die gezonde troep. Je bent verdorie 18, eet gewoon chips! Als ik naar bed ga stinkt de hele overloop naar kikkererwten uit de airfryer. Verder gaan ze om de haverklap uit lunchen, alsof het allemaal niks kost. Ik ging vroeger nooit uit lunchen. En nog steeds niet. Dat hebben ze allemaal van hun moeder, die ongein. Ik eet nog steeds bij het ontbijt een boterham met pindakaas en een met iets anders. In elk geval niks ingewikkelds wat eerst bereid moet worden.

En jassen midden in de zomer! Want ze heeft het altijd koud. Als ik zeg dat ze niet goed wijs is en voor lul loopt met die jas, zegt ze dat ik me er niet mee moet bemoeien. Dat is inderdaad een punt voor haar. Verder gaan ze rustig midden in de nacht naar de sportschool want ze willen afvallen. Ik was in discussie met ze dat je daar niet van afvalt, omdat je spiermassa kweekt. Ik vind ook dat ze gewoon moet gaan fietsen naar haar werk, in plaats van altijd op de elektrische fiets, dan val je af en hoef je niet naar die oersaaie sportschool. Ga een echte sport doen of zo! De sportschool is volgens mij geen sport en geen school, maar ja, ik ben al 56 dus mijn mening is totaal irrelevant. En niet alleen mijn mening, mijn hele aanwezigheid en vermeende autoriteit wordt niet serieus genomen. Ze praten rustig door me heen, alsof mijn zojuist gegeven advies over het openen van een Zilvervlootrekening niet waardevol was.

Nukubu

Dit schreef ik een jaar geleden, maar plaatste het nooit. Waarom eigenlijk niet?

Mijn zoon, u kent hem wel, had ineens besloten dat hij er geen zin meer had in die oefeningen de hele dag. Hij zag er steeds meer tegenop, maar wat er nu precies aan scheelde werd me niet goed duidelijk. Hij miste de avonden thuis, zei hij. Ik herinnerde hem eraan dat als hij zijn rijbewijs zou halen dat alles anders zou zijn, maar ook dat weerhield hem niet. Hij houdt nogal van lang leve de lol, en ik vreesde dat hij zijn uitstekend betaalde baan ging opzeggen zodat hij carnaval kon vieren. Maar zo is het volgens hem niet. Ik haalde hem net op, want het ontslag werd direct in werking gezet en nu is hij een “Nukubu” en hij vond het toch wat dubbel. Hij had afscheid genomen van zijn collega’s die ook wat overrompeld waren door zijn snelle vertrek. Ik reed een rondje over de kazerne (ik was toegelaten) en ik moet zeggen dat ik er ook niet vrolijk van werd. Dat moet je wel liggen om daar je avonden door te brengen.

We reden naar huis en ik had een vreemd gevoel. Alsof ik zojuist afscheid had genomen van een tijdperk en m’n toekomst vergooide. (gevoel, ik zeg niet dat het zo is) Het heeft inclusief opleidingen een jaar of vier geduurd. Hij mocht zijn gevechtstenue en baret houden. En nu? Ja, dat weet ik niet. Hij heeft wel een idee. Maar aan de manier hoe hij praatte in de auto dacht ik toch weer: “Oh ja, hij is anders dan ik. Makkelijker. Hij redt zich wel. Met onze hulp.”

Eenmaal thuis gekomen ging na twee minuten de bel. Een bezorger. Een pakje voor Hans. Het was zijn nieuwe carnavalspak. Dat begon uitstekend. Ik herinnerde mij de gelijkenis van de verloren zoon. Ik zou nu een bok moeten slachten.

Onwerkelijk

Die Hans van mij is deze week geslaagd voor z’n rijbewijs en heeft nog dezelfde dag een auto gekocht. Hij snapt niks van auto’s, heeft geen idee van welk bouwjaar z’n auto is (2013), weet niet wat de cilinderinhoud is (1600 cc), weet niet waar z’n mistlampen zitten en ik vermoed dat hij geen idee heeft dat er een sportstand op de automaat zit. Hij wist zelfs niet hoe de mechanische handrem werkte. Maakt allemaal niet uit, ik liet hem een stukje in de mijne rijden en dat ging heel aardig.

Maar daarna ging hij met z’n zusje, in z’n nieuwe auto hun nichtje ophalen in Apeldoorn. Ja hallo, hij kan dan wel geslaagd zijn, je kunt deze jongen toch niet alleen de weg op sturen? Levensgevaarlijk, zo oordeelde mijn reptielenbrein. Ik wist voordat ik een rijbewijs had al alles van een auto. En toen ik het had, was ik net Jos Verstappen. Ik trapte het gas vol in waar ik dat kon, trok lang door in de versnellingen, remde als een gek voor een bocht en sleurde de auto de bocht door. Ik reed tegen de rijrichting in (1988, toen kon dat nog) en ik haalde 160 op de Zwolseweg waar je destijds 80 mocht en nu nog maar zestig. Als mijn moeder het had geweten had ze haar auto nooit meer aan mij meegegeven. Maar ik had de controle, althans dat vond ik toen, achteraf ben ik blij dat ik het overleefd heb.

Hans heeft dat allemaal niet. Die rijdt lekker relaxed, eerder onder de maximum snelheid dan erboven dus waarom ik me nu zorgen maakte over hem en niet over mezelf destijds, vroeg ik me af. Toch volgde ik hem wel op live 360. Hij reed wel een vreemde route door de stad. En dan weer 43, dan weer 17, dan weer 55. Nou ja, uiteindelijk kwamen ze terug, auto onbeschadigd, mijn kind. Ik zie nog zo voor me dat we hand in hand op vakantie liepen over de rotsen in een rivier. En nu rijdt dat jong in een auto. Morgen gaat hij voor het eerst zelf met de auto naar z’n werk. 55 kilometer ver. Het is onwerkelijk.

Jackson

Hans is een goed jong, maar ik daag u uit om iemand te noemen die stommere opmerkingen maakt dan hij. En ik weet nog precies wanneer het begon. Ik was naar een barbecue, ergens in 2017 denk ik, hij was dus 12, en ik was mijn telefoon vergeten. Dus hij zag mijn telefoon op het aanrecht liggen en appte mij: je bent je telefoon vergeten! Toen ik ‘s nachts thuis kwam en ik het las, appte ik terug: bedankt! Na een week heb ik hem duidelijk gemaakt dat ik dat appje dus niet kon zien. Hij moest er zelf het hardste om lachen.

En zo gaat het sindsdien, hij begaat een stommiteit, ik noem hem stomme druif, en hij moet hard lachen. Voorbeelden zijn: band oppompen terwijl de slang niet aan het ventiel zit, intelligentheid zeggen in plaats van intelligentie of toen ik zijn huiswerk wilde controleren en vroeg wat “ik heb” in het Frans was, hij zei: je parle? Zo zijn er nog wel tien voorbeelden. Zijn meest recente was zijn uiterst serieuze eis aan een auto die hij wilde kopen dat er verwarming in moest zitten. Dat wilde hij dan wel graag.

Vanavond tijdens een ronde met de hond kwam ik er ineens achter dat ik twee telefoons bij me had. Ik had die van Hans ook bij me. Ik appte hem dat ik zijn telefoon bij me had. Ik moest ter plekke lachen. Toen ik tien minuten later thuiskwam gaf ik hem zijn telefoon. Hij moest lachen dus hij snapte waarom ik die grap maakte. Nou ja, het is een prima jong. Maar hij heeft toch ergens een storing in z’n circuit.

Hee nieuwe, kun je tennissen?

Mijn zoon is weg bij defensie sinds een maand of vijf. Het was toch niet helemaal wat hij wilde, en eerlijk gezegd waren wij er ook niet rouwig om. Aan de ene kant jammer, maar zonder gevaar was het ook niet. De afgelopen vijf maanden was hij wat aan het lanterfanten, eerst een baantje als bediener van een lasrobot, toen een baantje bij een camping, dan weer even niks, ik zag het met lede ogen aan. Maar dan zag ik hem weer op zijn fiets vertrekken voor een sollicitatie en kwam hij weer vrolijk terug, aangenomen voor een baantje, en dat stemde mij toch positief, hoe makkelijk hij op dingen afstapt.

Toen wij in Frankrijk zaten moest hij een dag een test doen voor een eventuele nieuwe baan. Hij had een paar gesprekken, een fysieke en een psychologische test, en hij legde het met goed gevolg af. En deze week is hij begonnen. Hij moet kwart voor vijf op om om half acht op zijn werk te zijn. We hopen dat hij snel z’n rijbewijs haalt, zodat hij op een wat christelijker tijdstip kan opstaan.

Hij doet het allemaal maar. Z’n nieuwe baan is wat mij betreft nog veel gevaarlijker. Hij werkt in een penitentiaire inrichting, de gevangenis dus. Hij komt met verhalen thuis die mijn wenkbrauwen doen fronsen. Hij spreekt met langgestraften, levenslang soms en tennist met leden van motorbendes. Hij hoort ook wat ze op hun kerfstok hebben en ze zitten er meestal niet voor zweetvoeten. De bewakers zijn ongewapend, hebben alleen een alarmknop. En als ze daarop drukken stormt er een peloton met schilden en knuppels naar binnen en slaan alles neer wat zich niet direct overgeeft. Om sommige gevangen te overmeesteren heb je zes man nodig, zo breed zijn ze.

De vriendelijkste die hij vandaag sprak was een levenslang gestrafte die een eigen wikipediapagina heeft waarop zijn criminele verleden staat vermeld. Uiteraard klopte dat niet volgens de man. Ik moet er toch niet aan denken, de rest van je leven opgesloten in een gevangenis. Maar dan moet je het ook wel knap bont maken, wil je dat lukken.

Hij heeft pas twee dagen gewerkt en nu al meer verhalen dan ik ik 35 jaar.

Niet te doen

Dit was dag vijf dat Linda er niet is. Ik heb weinig tijd om haar te missen want ik werk nog steeds, en de rest komt ook ineens op mij neer. Het eten bijvoorbeeld, niet dat ik er iets aan doe, maar ik draag wel die last van het verzinnen. Dit was dag twee achter elkaar van het cafetaria. Nu liet ik mijn dochter gaan, want als ik twee dagen achter elkaar ga, gaat het opvallen. Morgen moet mijn zoon.

Er is simpelweg geen tijd, en dan is de hond nog uitbesteed, al is dat pas sinds gisteren en komt ze morgen terug. Daardoor moest ik nog vroeger op dan normaal ook! En die kat loopt ook ineens steeds te mauwen dat ze eten wil. Maar het ergst zijn die kinderen. Juist in de week dat hun moeder er niet is denken ze: we nemen het ervan! Dus ineens gooien ze dagelijks kleren in de wasmand, als ik geluk heb dan, want als ik de wasmand boven bij de wasmachine heb staan, flikkeren ze het gewoon in de badkamer op de plek van de wasmand. En er komen uitgerekend nu steeds pakketjes en post voor ze binnen, als het ze interessant lijkt scheuren ze het open en laten de verpakking liggen, indien niet, laten ze het geheel gewoon op de tafel liggen.

Dat doen ze dus echt niet als hun moeder thuis is. Ook blijven spullen op de trap staan, daar lopen ze ineens gewoon langsheen. Alsof de trap een nieuwe voorraadkast is. En oh ja, dat leven van ze! Dat komt en gaat maar en we zien wel of we thuis eten of slapen. Of zoals vandaag dat ik ineens een appje krijg dat er twee blijven slapen. Een voldongen feit.

En die hoeveelheid was die er ineens uit zo’n wasmachine komt, dat is normaal ook nooit zo. En wel informeren of een bepaald kledingstuk al gewassen is. Denk ook niet dat ze even de wastafel schoonmaken zoals ze normaal wel doen. Welnee, ineens haren, tandpasta, wc-rolletjes overal, ineens ruimen ze hun eigen zooi niet meer op. En ze schijnen ook ineens te denken dat de vaatwasser zichzelf inpakt. Oh ja, en die appjes ineens. Waar ligt dit, waar ligt dat? Ze doen het er gewoon om, om mij even te hebben. En dan uitgerekend deze week, net als hun moeder er niet is!

Opnieuw

Dit ben ik. 19 jaar ongeveer. Ik zit hier op de bruiloft van mijn oom en tante, en ik vond wat ik aan had destijds mooi. Nu denk ik, sjongejonge. Ik zat hier in een slechte periode. De slechtste van mijn leven. Die duurde tot mijn 23e. Kon ik hem maar adviseren toen. Dat hij niet zo onzeker moest zijn. Dat wat hem overkwam niet zijn schuld was. Dat hij niet zo hoefde te lijden en dat hij best lol mocht hebben. Dat hij niet moest wanhopen als er iets mis ging. Dat hij waardevol was en dat hij niks hoefde te compenseren. Dat het wel goed zou komen met hem en dat ik er voor hem was. Dat ik trots was op hem. Kijk jezelf nou eens! Jij komt er wel.

De weg kwijt.

Mijn dochter is nogal bijgetrokken vergeleken met twee jaar terug. Tegenwoordig doet ze bijna alles goed in plaats van fout. Ze vertelt me haar belevenissen op school en op haar werk, als medewerker bij Kruidvat. In haar klas zit een ginger, zo noemt zij vrij respectloos iemand die wij vroeger keurig rooie dakduivel noemden, en deze ginger noemde de docente een teef. De teef stuurde de ginger de klas uit en mijn dochter riep naar de ginger of hij soms geen opvoeding had gehad. “In welke generatie leef ik”, verzuchtte ze. En ik zag dat het goed was.

Vanavond op haar werk komt een man uitleg vragen over condooms. Of die ook voor mannen zijn. Volgens mij zijn condooms altijd voor mannen, maar ik weet er niet al te veel van. Ik geloof dat ik ze twee keer gebruikt heb in mijn leven, dus pin mij er niet op vast. In elk geval, mijn dochter vertelt mij dit en ik denk alleen: “wat is dat voor een idioot?” Vervolgens wil hij nog een buttplug, ik verzin dit niet, bij Kruidvat verkopen ze die en de man vraagt hoe je dat schoon moet maken. Ik was hier al hard weggerend en ik vraag mij af in wat voor generatie ik leef.

In elk geval, mijn dochter is minder preuts dan ik en zegt tegen de man dat ze het niet weet en er even een collega bij haalt. Ze hoort de collega tegen de man zeggen: “als je deze in je kont wil douwen kan dat.” En ik denk, wat gaat hier allemaal mis in dit land, dat er mannen vrij rondlopen die aan jonge meisjes uitleg gaan lopen vragen over condooms en buttplugs. Of nee, wat gaat er eigenlijk mis in deze tijd, dat Kruidvat buttplugs verkoopt?

Het wordt echt de hoogste tijd dat we weer eens normaal gaan doen met z’n allen.

Elk nadeel heeft zijn voordeel.

Mijn zoon zit tegenwoordig bij het 45e pantserinfanterie bataljon, bravo compagnie of zoiets. Hij wordt uitgestegen minimi schutter. Dat betekent dat hij zijn voertuig verlaat en te voet een gebied intrekt. Minimi is een lichte mitrailleur met een hoge vuursnelheid, en effectief tot 800 meter. Vandaag haalde ik hem op van de bus en ik was even vergeten dat hij nu soldaat is. Hij kwam in uniform met baret op me af lopen, dat was een mooi gezicht.

Hij heeft pas zijn opleiding voltooid, 26 man van de 46 waren nog over, en nu is hij beroepsmilitair. Hij brengt ineens bakken met geld binnen, ik verdiende op mijn 19e hfl 1000, dus ongeveer 450 euro per maand. Goed, het was een andere tijd, maar ook voor die tijd was het weinig. Als ik moet gokken dan heeft het tot mijn 30e geduurd voordat ik verdiende wat hij nu verdient, gecorrigeerd voor inflatie. Hij is me dus ver vooruit. Binnenkort als hij uitgezonden wordt, haalt hij me in. Verder heeft hij allerlei voordelen die je als ambtenaar hebt en hij heeft nu een luxe kamer op de kazerne in plaats van een kale slaapzaal waar je met z’n zessen ligt.

Zijn opleiding was hard, koud, vies en zwaar, maar hij heeft volgehouden. Tot zover het trotse gedeelte. In het weekend is hij een feestende lapzwans, net als z’n vrienden. Maar dat is wellicht nodig.

Zelf ben ik nooit soldaat geweest, ik was buitengewoon dienstplichtig. Ten tijde van oorlog zou ik opgeroepen kunnen worden. Maar de oorlog was ver weg in 1988.

Nu is dat anders, en ik moet er niet aan denken dat Hans de oorlog in moet. Het klinkt allemaal wel mooi, wat ik daarnet beschreef, maar als hij echt op een vijand moet schieten, en er wordt teruggeschoten dan is dat natuurlijk verre van mooi. Mijn moeder vindt het maar niks, haar kleinkind naar een oorlog, en dat snap ik. Ik hoop van ganser harte dat de oorlog wegblijft, maar heb ik een uitzonderingspositie in het leven? Moeten alleen kinderen van anderen hun leven wagen in een oorlog? Dat zou toch ook niet kloppen. Een land moet helaas een leger hebben, en we moeten blij zijn dat er mensen zijn die ons verdedigen als het foute boel is. Waarom zou dat altijd een ander moeten zijn?

Dan hoop ik wel dat Trump zijn belofte waarmaakt en de oorlog in Oekraïne beëindigt. En daarna die in Gaza. Voorlopig heeft Trump al voor elkaar dat meer landen hun verplichte bijdrage aan de NAVO doen. Dat geef ik hem na.