Alsof

Het probleem met mij is dat ik nergens voor of achter sta. Ik weet dus niet eens zeker of ik ergens voor sta, of dat ik erachter sta. Als je ergens voor staat, dan draag je dat uit, dan ben je een leider. Als je ergens achter staat, dan steun je een visie. Er is niets waar ik voor 100% voor sta, voor ga, of achter sta. Als je wel 100% ergens voor staat, dan moet je bewust bepaalde gedachten blokkeren of zelfs je geweten negeren. Wat neerkomt op jezelf voor de gek houden, denk ik.

Ik twijfel nogal. Aan alles. Of het wel nut heeft. Dus als ik streng ben tegen mijn dochter, dan vraag ik me af of dat wel goed was en denk ik dat ik beter toegeeflijk had kunnen zijn. Nee, zegt mevrouw Mack dan, je moet consequent zijn. Dus als je iets gezegd hebt, dan sta je daarvoor, en hou je vol. Volgens mij is het enige wat je daarmee bereikt dat het kind niet over je heen loopt de volgende keer. Eigenlijk om jezelf een goed gevoel te geven.

Ik vind het eerlijk gezegd niet zo erg om ingepakt te worden door mijn dochter zolang ze dat met haar geërfde charme doet. Het ligt er ook een beetje aan waar het over gaat. En dochter heeft het ook precies door. Logisch. Ze appt mij om alles wat ze bij haar moeder niet voor elkaar krijgt. Ik ben gevoelig voor spijt en beloftes, dus ik geef vaak toe. Dan krijg ik weer op mijn donder van mevrouw Mack, maar ach, dat vind ik ook al niet zo erg.

Vroeger had je vaders die waren streng, hun wil was wet en het kind kwam op een lage plaats. En ik dacht toen als kind dat zij, omdat ze volwassen waren, het bij het rechte eind hadden. Nu ben ik zelf volwassen, al heel lang trouwens, en weet ik dat ze geen idee hadden en ook maar deden alsof. Ik ben met een natte vinger te lijmen, daar komt het eigenlijk op neer.

Vroeger was alles beter, deel zestig.

Ze wist dus zeker dat ze wiskunde kende. Mijn hulp had ze niet nodig, ook niet toen ik aanbood om het samen nog eens door te nemen, ik was toch thuis in verband met mijn hand in het verband. “Je haalt dus een zeven?” “Ja, Jack!”

De volgende dag vroeg ik haar hoe het was gegaan, dat moet je altijd zelf vragen. “Ja, wel goed denk ik, ik heb alles op dezelfde manier berekend dus of heel goed, of heel slecht.”

Vandaag kwam haar cijfer. Een 1,8 op mavo en een 2,9 op kader. Ze had het zelf nog niet gezien. “Oh, een 2,9 dus”, alsof dat wel een aanvaardbaar cijfer was.

Ik heb geen idee meer. Het ligt aan haar, aan ons, maar vooral aan de school. Want, nondejuu, hier krijg ik elke keer weer woorden over met Linda, maar nooit, nooit, nooit, krijgen ze het gemaakte proefwerk mee naar huis. Omdat Linda op een school werkt en dus automatisch die regels goedkeurt, krijg ik de pest in. Wij kregen vroeger proefwerk en onze uitwerkingen mee naar huis, zodat onze ouders, niet dat het nodig was, want wij waren veel slimmer, konden controleren wat een stomme antwoorden we hadden gegeven.

Want daar heb ik al jaren behoefte aan! Uitwerkingen en opgaven zodat ik ze tot in den treuren kan achtervolgen met hun onkunde. Nu blijft het altijd bij: “ nee, krijgen we niet mee van school, en ik heb geen enkel idee meer wat er gevraagd werd. Het stond in elk geval niet in het boek!”

Ze hebben me laatst gebeld, van school. Dat we haar eventueel konden laten testen op iets met een A. Nee! Dat heeft ze niet! Ze heeft de telefoonziekte en ze krijgt haar proefwerken niet mee naar huis! Dat scheelt eraan!

Stoer

Hij vertelde me vandaag hoe hij was afgemat op de kazerne. “Jack,” (dat ben ik), “ik was drie minuten te laat doordat de bus vertraging had. Toen moesten we 50 burpee’s maken (geen idee) en drie keer de hindernisbaan. En we moesten lopen met zware balken en met zware platen om je nek. En op het laatst gaven de tweedejaars ons opdrachten. En toen werd ik zo kwaad dat ik ben gaan sprinten en toen viel ik neer. Ik kreeg geen lucht meer, toen hebben ze al mijn kleding uitgetrokken en wat te drinken gegeven, toen heb ik alles uitgekotst en was ik klaar. De wachtmeester zei: Je had de naam dat je veel ouwehoerde, die ben je vandaag officieel kwijtgeraakt.”

Daar was hij best trots op. Tijdens het afbeulen heeft hij ook nog een paar mede-studenten die begonnen te klagen tot de orde geroepen en daarmee heeft hij gescoord. Nee, hij doet het helemaal niet onaardig daar. Nou ja, dan doe ik z’n belastingteruggave wel. Ook stoer.

Stank voor dank

Nu, ongeveer twee maanden nadat ik twee goedkope binnen- en buitenbanden voor mijn dochters fiets bestelde, was het tijd om de voorste vervangen, nadat ze een maand geleden de achterste aan gort had gereden, misschien herinnert u zich het herstellogje nog. Nu appte ze dat haar voorband lek was, dus ik kon aan de gang.

Ik denk dat even snel te doen, maar hoe kom ik daar eigenlijk bij? Altijd, altijd zijn er complicaties. Deze keer: er zaten drie spaken om de vooras gevouwen. Witheet maakt me dat, want het tekent het gebrek aan respect voor de fiets, het gebrek aan enig gevoel voor techniek en sowieso: hoe krijg je dat voor elkaar? Tevens lagen er allerlei stangetjes los en was de bedrading van de naafdynamo losgetrokken, waarschijnlijk door die spaken. Ik appte haar witheet dat ik een verklaring wilde en dat ik geen genoegen nam met “ weet ik niet” en dat ze naar de fietsenmaker kon met die spaken en dat licht. Het antwoord: “ hij fietst gewoon, je hoeft alleen de band te maken.”

Ik sleutelde weer alles los, met heel veel moeite kon ik die verlichting zelf weer maken, en hoe ik het voor elkaar kreeg, ik weet het niet, maar ik stond met die fiets tussen m’n benen geklemd en ik wilde er overheen stappen, de fiets viel, en ik viel. Ik dacht op het gras terecht te komen, maar raakte keihard met mijn bovenrug een paal van de veranda. Ik realiseerde me even dat ik geluk had dat het mijn hoofd niet was, maar ik bleef toch een minuut bewegingloos liggen tot de ergste pijn wegtrok en ik weer kon gaan staan.

Uiteindelijk lijk ik nergens last van te hebben, maar het maakt verder ook weinig indruk. Linda schrok de eerste keer wel toen ik het vertelde, maar de tweede keer sloeg de verveling al toe. En toen ik het aan Tammar probeerde te vertellen zei Linda: ja, wat kan dat kind daar nu aan doen?

Waar doe je het allemaal nog voor, vraagt de man van middelbare leeftijd zich wel eens af. Geen enkele waardering meer in dit leven, alleen van je baas, dat je het zo goed gedaan hebt. Daar blijft het dan ook bij. En van mij wordt verwacht dat ik deze frustraties niet opkrop zodat ik straks mijn medemens iets aan ga doen. Het is een van de redenen van deze blog, ik vertel het u.

En zo kon het gebeuren…

De vraag van Hans was dus of wij even naar boven konden verkassen als hij een paar vrienden uitnodigde. Normaal gaan ze in de veranda zitten, die weliswaar een heater heeft, maar met die gasprijs van tegenwoordig vond ik zelfs dat geen goed idee. Kun je nagaan wat ik van z’n eerste plan vond.

“Dat vindt je vader nooit goed,” zei Linda, en reken maar dat dat zo was. Ik heb veel voor ze over, maar me mijn eigen huiskamer uit laten jagen voor een stel meisjes en jongens, nee. Hij zou dus in de veranda moeten gaan zitten, en eventueel als wij naar bed zouden gaan kon het gespuis naar binnen, mits ze de tent niet op z’n kop zetten. En daarna kon hij nog wel even de hond uitlaten, als geringe tegenprestatie.

Wij keken de film “a beautiful mind” en in een van de pauzes nam ik een kijkje in de tuin. Meisjes die me deden denken aan meisjes uit mijn eigen, niet al te hechte, vriendengroep van vroeger. Eentje zat te rillen van de kou, maar het wicht had dan ook geen jas aan.

Vijf minuten later kwam ik melden dat ze wel naar binnen konden, de rest van de film namen we wel op, bovendien heb ik hem vaker gezien. Oh ja, en ik had de hond bij me, die ging ik vast uitlaten zodat Hans het niet meer hoefde. Want ja, zo ben ik. Onverbiddelijk van te voren, maar een absoluut watje als puntje bij paaltje komt. En zo kon het dus gebeuren dat ik op zaterdagavond om 22:00 in bed lag, te luisteren naar het gelal in de huiskamer.

Vooral doorgaan

Nog geen jaar geleden had mijn zoon het aan de stok met Marc over een gebaar dat hij naar hem maakte. Hans vond hem een rukker. Marc pikte dat niet en kwam op het schoolplein verhaal halen. Ik zei destijds niet om welke Ajacied het ging, maar omdat hij nu zijn reputatie toch heeft verkloot, kan ik nu wel melden dat Hans dat destijds al goed in de smiezen had.

Verder had hij vandaag een zware training op een kazerne waarna hij mij appte met de woorden: ik ben dood. Iets met balken sjouwen en ermee in een boom klimmen en andere nuttige dingen die het de vijand dun door de broek laat lopen. Toen hij thuiskwam riep hij in zijn gebruikelijke stoer-komische toon: kamp van Koningsbrugge, hoomoos. Hij was in elk geval zo slim geweest om niet uit de oefening te stappen toen de instructeur aangaf dat degenen die moe waren mochten stoppen. Dat kwam ze op een scheldkanonnade te staan en voorligsteun plus opdrukken. Hij had de blaren op zijn voeten staan maar stoppen was onverstandig. Ach, best stoer van hem, al lag hij om negen uur al te slapen. Je moet ze trouwens de kost geven die zich vandaag ziek gemeld hadden, of een positieve zelftest hadden gedaan. Zijn mentor wordt erdoor tot wanhoop gedreven. Ik vind het ook raar, je meldt je vrijwillig aan voor een opleiding bij defensie, maar als het zwaar wordt geef je niet thuis. Met zo’n instelling word je natuurlijk zo overlopen door de vijand.

Kijk, ik werd ook zo opgevoed vroeger. Ik moest ook altijd door en zomaar ziek melden was er niet bij. En dan werd er ook verteld dat je het met zo’n instelling van om de haverklap ziekmelden het niet zou redden. Maar ik kwam op kantoor terecht. Daar bleek je het prima te kunnen redden als je de kantjes eraf liep! Wat zeg ik? Met een beetje hielenlikken en wat verraad kon je heel ver komen.

Mijn opvoeding was harder, afstandelijker en erop gericht om me zelfstandig te maken. Tevergeefs. Ik snap nog steeds niet hoe de trein werkt. Bij Hans werd hem alles uit handen genomen, als een kind van deze tijd. Dat pikte hij niet en slaat nu keihard terug door gewoon door te gaan.

Nietsnut

Steeds als je denkt dat hij niet stommer kan worden, slaagt hij daar toch in. Een nieuwe headset voor z’n PlayStation had hij gekocht. Z’n moeder dan, want controleren of het ding geschikt is voor z’n PlayStation snapt hij niet. Ik wist niet eens dat hij zo’n ding gekocht had, maar zojuist worden we ermee lastig gevallen. Hij doet het niet!

Linda vraagt aan mij of ik wil gaan kijken, maar daar heb ik geen zin in om tien uur ‘s avonds. Dus volgt de gebruikelijke tactiek, mij het lezen onmogelijk maken door in zichzelf te gaan praten over die headset, totdat ik maar opsta en ga kijken. Zeventien jaar getrouwd vandaag, dan krijg je dat.

Ik constateer dat er maar een ingang is waar de plug in kan, en dat werkt niet. Dan hoor je alleen z’n mede-player schelden en vloeken, alsof de var zojuist wederom een doelpunt van Ajax goedkeurt dat afgekeurd had moeten worden wegens het zich buiten het veld bevinden van de bal. Ik vraag waar de handleiding is, dat weet hij niet. Die heeft hij, gelooft hij, weggegooid omdat die dingen het altijd zo doen. Hij zit op YouTube te luisteren naar een Amerikaan die zijn headset beoordeelt, maar hij begrijpt er niks van.

Hij gaat maar naar zijn moeder omdat die goed Engels kan. Onderwijl gaat hij bij het oud papier zoeken naar de gebruiksaanwijzing en komt even later terug. Hij snapt het al, en laat een plastic verpakking zien met essentiële onderdelen die hij weggeflikkerd heeft. Wat een mongool! Schaapachtig loopt hij weer naar boven en appt even later dat hij het weer doet.

Als ik de hond uitlaat zie ik hoe hij het oud papier heeft achtergelaten. Ik scheld hem uit. Nietsnut! Hij lacht erom. Hij moet straks het land verdedigen. Zucht.

Van die perioden…

Met dochterlief heb ik wel wat te stellen. Wiskunde, elke avond, en elke avond maakt ze weer dezelfde fout ten teken dat ze het niet begrepen heeft. Als ik haar wijs op het feit dat we gisteren precies hetzelfde hadden, wordt ze recalcitrant. “Ja, maar dat verandert niks aan het feit dat ik het nu niet snap,” zegt ze dan. Terwijl ik vind dat ze wat dieper in haar geheugen moet graven om het probleem te zien. Laatst was ze haar rekenmachine kwijt. Haar passer. Haar potlood. Gisteren nog had ze een potlood, vandaag was het weg. “Ik denk dat het op school ligt,” zegt ze dan. Ik word dan boos omdat ze gewoon niks mag verliezen. “Ik verloor vroeger nooit dingen,” zei ik. “Ja, vroeger was alles beter, Jack,” zegt ze dan. Het irriteert me dat ze haar spullen niet op orde heeft.

“Oh ja, en kun je even naar mijn fiets kijken? De ketting ligt eraf en het dashboard is kapot.” Ik vrees dat dit aan ons ligt, want Hans had dezelfde soort opmerkingen. Zijn hele voorband lag aan flarden en dan vroeg hij of ik even kon kijken wat het mandje voorop rammelde nogal. Ik was de keuken aan het opruimen en maakte een sopje. “Je was zeker weer met vriendinnen allerlei dingen op je fiets aan het doen, dat hij kapot is?” Dan is ze nog verontwaardigd dat je dat veronderstelt ook. “Nou leg eens uit,” vroeg ik, en we liepen vanuit de keuken naar de garage. Haar ketting lag er helemaal niet af, en het dashboard was de kettingkast, die was inderdaad kapot. Die moest naar de fietsenmaker.

We liepen terug naar de keuken en de hele vloer was overstroomd. Ik had de kraan laten lopen voor mijn sopje, en de gaatjes die bedoeld zijn om een overstroming tegen te gaan, waren kennelijk te klein. Het water gutste over het aanrecht op de vloer. Nondejuu. Ik gaf Tammar de schuld, want, zo redeneer ik, als ze haar fiets niet kapot had gemaakt, dan had ik de kraan op tijd uitgezet. Oorzaak en gevolg, causaal verband. Daar was ze het dan niet mee eens. Ik had de kraan niet uitgezet, dat was de oorzaak van het gevolg. Nou ja. Ik had toch al niks te doen, nu Linda door haar rug is.

Rode baret

We keken een informatiefilm over de luchtmobiele brigade. Hans denkt er sterk over om die opleiding te gaan volgen. Geen kinderachtige jongens. Hij herkende al veel vanuit zijn huidige opleiding zoals opdrukken, voorligsteun, hardlopen en overal maar weinig tijd voor krijgen. Warempel als ik hem zie is hij al een hele vent en het zal niet lang meer duren eer ik het onderspit delf.

Momenteel daag ik hem niet uit, mijn geestelijke toestand laat dat niet toe en ik ben al moe als ik eraan denk met hem te moeten stoeien. Als ik de jongens in die opleiding bezig zie snap ik niet waar ze de energie en het doorzettingsvermogen vandaan halen. De mijne zijn op. Toch was ik ook altijd bezig met kracht en uithoudingsvermogen. Tot niet zo heel lang geleden deed ik ook nog aan opdrukken voor ik naar bed ging. Wilde ik vroeger graag enigszins gespierd zijn, nu wil ik alleen nog op gewicht zijn. Voor de rest wil ik vooral rust.

De jongens van de luchtmobiele brigade sprongen in vrachtwagens en werden God mag weten waar naartoe gebracht met hun zware tassen, de instructeurs staan ‘s ochtends op de deuren te bonken en roepen “reveille!” Wat doe je jezelf aan? Elke keer zeg ik tegen hem, “Hans, het is nog niet te laat voor Havo met Frans.” Het zal de leeftijd zijn…

Slappe hap

Ik heb gisteren iets gedaan wat mijn vrouw niet mag weten. Waarom schrijf je het hier dan op? Omdat ik anders met een zware last rondloop, en ik weet dat ze hier bijna nooit leest, tenzij ze getipt wordt dat er iets leuks staat. Op zich al een belediging, maar goed. In elk geval, iedereen die dit leest en die haar kent: mondje dicht tegen haar.

Want het is niet best wat ik deed, denk ik. Het gaat om het verbreken van een bond met haar en het aangaan van een nieuwe met mijn dochter. Die was als straf een week haar telefoon kwijt, buiten schooltijden. Ze had het bont gemaakt op school, dat heeft u hier wel kunnen lezen. Linda is dan wel streng, maar toch kwam er vervroegde vrijlating voor Tammar zodat ze dit weekend haar telefoon weer terughad op voorwaarde dat, bla bla. Slappe hap als je het mij vraagt.

Een andere algemene regel is dat er niet gefietst mag worden met de telefoon in de hand. Nu kwam ik haar vandaag tegen, ik zat in de auto, zij reed op de fiets, nog in haar proeftijd, met twee losse handen en aandachtig lezend op haar telefoon. Ze had me niet gezien, ik toeterde niet, maar deed wat ik moest doen en reed toen snel naar huis. Vlak voor ons huis reed ze weer keurig met twee handen aan het stuur, telefoon opgeborgen.

We reden tegelijk de oprit op en voor ze naar binnen ging hield ik haar tegen. Ik vroeg haar waar ze helemaal mee bezig was. Ze deed geen poging tot ontkennen en was schuldbewust. Omdat haar telefoon weer in gevaar kwam, vroeg ze me: “wil je het alsjeblieft niet tegen mama zeggen?” U begrijpt wel van wie ze hier het meest onder de indruk zijn.

Goed, ik heb haar laten beloven dat dit niet meer voorkomt, en indien toch, telefoon kwijt! En ik ga onverwacht langs haar route naar school rijden om te controleren. Dan weet ze dat ook. Slappe hap als je het mij vraagt. En nog stoken in de verhoudingen hier ook. Slecht hoor, echt slecht. Straffen is niet mijn specialiteit. Ik zou een uiterst slecht rechter zijn.