Slaaf

Ik hoorde over Keti Koti, de afschaffing van de totslaafgemaaktelarij. Je mag geen slaaf zeggen, omdat dat zou impliceren dat je als slaaf werd geboren, wat in sommige gevallen helaas ook zo was.

Er dienen ook excuses te komen van de verantwoordelijken aan de slachtoffers. Beide groepen zijn er niet meer, dus rijkelijk laat. De Burgemeester van Amsterdam deed het vorig jaar, excuses maken voor de totslaafgemaaktelarij. Dat heeft kennelijk niks uitgehaald, want nu moet de regering het doen. Die wil dat niet, want die wil eerst onderzoeken wat de gevolgen van excuses zouden kunnen zijn. (waarschijnlijk gaat het om geld) Als er nabestaanden zijn van deze misstanden in de geschiedenis, dan zijn er ook nabestaanden van de detotslaafgemaaktenhouders. Maar die houden zich wijselijk stil, met als gevolg dat de zenuw weer open ligt en een bruine huid wordt geassocieerd met de totslaafgemaaktelarij en een lichte huid met de totslaafgemaaktenhouders. Daar krijg je weer scheve gezichten van in de samenleving, maar goed, dat willen we graag, polarisatie.

Kortom, ik ergerde me aan de angst die er tegenwoordig is om een ander te beledigen, om dingen bij de naam te noemen en men dus maar vreemde termen gaat verzinnen. Hou hier eens mee op, zeg! Zeg gewoon slaaf. Iedereen snapt dat een slaaf niet vrijwillig slaaf was. En die extra vrije dag, kom maar op. Daar zal toch niemand bezwaar tegen hebben?

Minderheden

Ik begreep dat bonobo’s voor meer dan 98% genetisch gelijk zijn aan mensen. Maar volgens mij zijn mensen ook 90% genetisch gelijk aan planten. Eigenlijk zegt het helemaal niks omdat in het geval van de bonobo’s die amper 2% kennelijk zorgt voor een onmiskenbaar verschil. 100% gelijk betekent identiek, hetzelfde, gekloond. Maar 98% gelijk zegt niks, het is het verschil tussen een meloen en een hamer. Dus voortaan ben ik niet meer onder de indruk.

Bonobo’s staan bekend om hun enorme seksuele activiteit. Dat moet dan haast geregeld worden door die twee procent andere genen. Want anders zou je een simpele formule los kunnen laten op de verhouding tussen de hoeveelheid seks van de mens ten opzichte van die van de bonobo, namelijk sM = 0,98sB. Nou vergeet het maar. Bij lange na niet. Een bonobo grijpt gemiddeld 1x per anderhalf uur naar dit kalmeringsmiddel, dus 16 keer per dag. In mijn hoogtijdagen nog bij lange na niet. Ook geen 98% daarvan.

Goed, wat ik ermee zeggen wil, de minderheid is veel overheersender dan de meerderheid, dat is niet alleen bij mensen zo, maar ook bij genen. Dus wil je wat bereiken in het leven, zorg dan dat je tot een minderheid behoort.

Omdraaiing

Ik heb nog niks anders te melden dan de oorlog in Oekraïne. Hopelijk is er snel een reden om het over iets leukers te hebben. Hoe Poetin 20 jaar verstoppertje speelde is mij ook een raadsel. Natuurlijk, hij deed al eerder gruwelijke dingen, maar op een of andere manier namen we dat niet serieus. Tsjetsjenië, Georgië, Syrië, de Krim, anti-homowetten, vergiftigingen, omleggen van politieke tegenstanders, ontkenningen van betrokkenheid, het was allemaal niet genoeg om Poetin te bestempelen als crimineel. We nodigden hem uit in Nederland, de Koning dronk een biertje met hem, de hele wereld deed zaken met Rusland, niks aan de hand.

Nu is hij dan toch te ver gegaan. En er lijkt iets mis te gaan bij Vlad. Russen komen mondjesmaat in opstand, zij werden bedankt door Zelensky, die toch de sympathie van de wereld krijgt, en Poetin voelde zich genoodzaakt deze Russen verraders te noemen waarvan het land gezuiverd moet worden. Het gaat hier om mensen die de waarheid proberen te onthullen. Daar kwam nog bij dat de Amerikaanse president Biden, Poetin een oorlogsmisdadiger noemde, wat je volgens mij ook bent als je burgerdoelen bestookt, maar daar reageerde het Kremlin woedend op en noemde de uitspraak onvergeeflijk.

Rusland voert een speciale militaire operatie uit om het Oekraïense volk te bevrijden van een nazistisch regime. Poetin moet juist als held vereerd worden! Dat we dat nu niet willen zien!

Aanpakken

Linda is zeer binnenkort jarig en wordt 50. Toen ik haar leerde kennen was ze nog 29. Ze had nog geen kunstheup en geen kunstknie, ze had haar galblaas nog, ze had nog geen hartinfarct gehad en ze stond nog niet op de wachtlijst voor nog een kunstheup. Ik daarentegen, ben nog perfect. Nou ja, voor mijn leeftijd dan. Oké, van 52-jarigen zijn ook nog betere exemplaren te vinden, maar dan moet je goed zoeken.

Maar daar gaat het verder niet over, het gaat over haar verjaardag. Een verjaardag als alle anderen. Er moesten wel cadeau’s komen. Daarom reed ik vorige week naar Dirkshorn, dat zou 95 km ver zijn volgens marktplaats. Maar dat was het niet, het was 155 km. Maar goed dat ik een moddervette diesel heb, die kachelt daar zo even naar toe. Maar de kinderen! Die hadden natuurlijk niks geregeld, en wij nemen dat onszelf kwalijk want onze kinderen zijn lapzwansen. Lieve lapzwansen weliswaar, maar wel lapzwansen.

Kijk, hadden ze nu online iets gekocht, uit zichzelf, dan vond ik het prima. Of ze zouden precies weten wat mama wilde hebben en bestelden het dan, ook goed. Maar nu ging het als volgt. Tammar ging snel naar de Etos site om luchtjes te bestellen. Toen ik zei dat je luchtjes wel even zelf moest ruiken, ging ze zoeken naar een boek. Linda krijgt elk jaar een boek en een luchtje van ze. Omdat Linda geïnteresseerd is in de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, vroeg Tammar aan mij of ze “Het Achterhuis” al had. Ja, dat heeft ze. Al twee keer. “Oh, en deze dan: ik ontsnapte uit Auschwitz.”

Ik legde Tammar uit dat het zo niet werkt, dat ze best moeite mag doen om een cadeautje voor haar moeder uit te zoeken, en ik stelde voor om naar de stad te rijden. “Moet dat? Ik ben heel erg moe. En ik moet nog leren!” Met Hans ging het al niet veel beter. Ik zei tegen hem dat we naar de stad gingen om een cadeautje te kopen. Hij had al afspraken, was het antwoord. “Ik fiets dinsdag wel naar de boekhandel,” zei hij. Ik zei dat hij dan dikke, vette pech had, want dat had hij eerder moeten regelen.

We gingen dus naar Apeldoorn, maar Tammar vond dat ze vet haar had en vroeg of ze nog even snel mocht douchen. Als ik het geweten had had ik nee gezegd, want even snel betekent niet dat ze in tien minuten klaar staat, het heeft zeker drie kwartier geduurd. Douchen, föhnen, opmaken, gewoon niet normaal. Een hoop gezeik, gedram en boze gezichten.

Uiteindelijk gingen we naar Apeldoorn, Hans heeft Tammar constant verteld dat hij zich schaamde om naast zo’n lelijk kind met vet haar te lopen, en daar moest ze weer om lachen. “Hans, weet je wel dat niemand jou mag,” antwoordde ze. De sfeer werd een stuk beter, ze moesten lachen om mijn opmerkingen richting een dommige verkoopster, en alletwee zochten ze een cadeau uit. En deze keer geen boek of luchtje maar iets waar ze over nagedacht hebben. Ze waren er tevreden over. Aanpakken dat tuig.

Boswachter

Als je in quarantaine zit moet je goed nadenken over waar je de hond gaat uitlaten. Dat deed ik dus niet in het losloopgebied maar daar waar ik in het weekend vaak loop, omdat het daar rustiger is en de hond er even lekker kan rennen. Ik zou niet het bos ingaan, maar op de zandweg over de heide blijven.

Er kwam een groen autootje aan. Staatsbosbeheer. De boswachter draaide zijn raampje open (Duitse auto, dus handslinger) en zei tegen mij dat het niet de bedoeling was dat ik de hond hier liet loslopen. Ik heb de man uitgelegd hoe het hier werkt. Dat ik de baas van het bos ben en dat ik hier elk weekend met de hond loop. Dat er nergens een bord staat dat dat niet mag. De hond sprong enthousiast tegen de autodeur op en probeerde de boswachter te begroeten. Kras op zijn wagen en geen anderhalve meter afstand gehouden. Hij probeerde nog dat mensen wel eens een bord weghalen, maar ik wees hem erop dat dit een doorgaande weg was, en dat op de zijpaden de honden aangelijnd moeten zijn. Omgekeerde wereld dat ik hem moet uitleggen hoe het werkt.

Toen waarschuwde hij me dat ik goed in de gaten moest houden dat er geen zwijnen liepen, want die zijn momenteel heel kribbig en hongerig. “Ik heb honden gezien met flinke verwondingen door de slagtanden,” zei hij. Ik zei dat de vlakte hier open was en dat ik het goed in de gaten zou houden. Dat de hond twee weken geleden nog oog in oog stond met een kribbige beer, vertelde ik maar niet.

Ladder.

Linda vindt het maar niks als ik op de ladder sta. Ze heeft me die ladder zelf voor m’n verjaardag gegeven. Natuurlijk geen goedkoop ding, welnee, eentje waar een professioneel glazenwasser jaloers op zou zijn. Het ding heeft wel een nadeel, hij is behoorlijk zwaar. Als ik hem moet verplaatsen als hij uitgeschoven is, is dat niet eenvoudig. “Vraag Hans dan om te helpen,” zegt Linda dan.

Omdat ik toch nog wel last van een tenniselleboog heb, vroeg ik Hans te helpen met verplaatsen. Dat ging inderdaad een stuk beter. Ik maakte de dakgoot aan de voorkant schoon, maar ik had er niet een beste dag voor uitgezocht, want alle troep en het blad zat vastgevroren. Ik kreeg er niets uit. Omdat ik niet voor één gat te vangen ben, heb ik er twee emmers heet water ingegooid, en dat hielp. Dakgoot schoon. Missie bijna geslaagd.

Het laatste was moest gebeuren was het inschuiven van de ladder. En daar ging iets fout. Toen ik het middelste deel wilde inschuiven, schoot het bovenste deel ineens los. Geen idee hoe dat kon, wat ik had er net nog opgestaan. Het bovenste deel raakte me hard in mijn gezicht, dat gelijk begon te bloeden. Het werd eventjes zwart voor m’n ogen, en ik moest de ladder loslaten. Gelukkig had Hans hem nog vast, maar die moest ik even aan z’n lot overlaten, maar die kan tegenwoordig 30 keer opdrukken, dus dat ging goed.

De spoedeisende hulp wilde mij zien nadat ze via video de verwondingen bekeken. Drie kwartier later lag ik op de behandeltafel, afgesloten met een gordijn, en onder behandeling van een alleraardigst meisje. Omdat zij het niet helemaal vertrouwde haalde ze haar collega erbij, een alleraardigste zuster. Omdat zij het ook niet vertrouwde, werd de dokter erbij gehaald, een alleraardigste man. En ik lag daar zonder al te veel pijn, de wondjes werden gelijmd, en ik mocht al snel weer gaan. Eigenlijk veel te snel naar mijn zin, want ik moet toegeven dat het fijn is als je aandacht en medelijden krijgt en als je voorzichtig onderzocht wordt. Voelt u dit? Voelt dit anders als de andere kant? Ehm, kunt u de andere kant nog eens voelen dan? (dat doet ze dan) Eh, nee, dat voelt wel hetzelfde. Je schijnt proefpersoon te kunnen worden voor doktoren die examen moeten doen. Dat ze je van top tot teen onderzoeken, zonder dat je iets mankeert. “Dit kan een beetje koud aanvoelen. Kunt u eens diep inademen? Even vasthouden…en laat maar gaan. En nog eens. En nog eens. Dank u.” Fijn lijkt me dat.

Van die perioden…

Met dochterlief heb ik wel wat te stellen. Wiskunde, elke avond, en elke avond maakt ze weer dezelfde fout ten teken dat ze het niet begrepen heeft. Als ik haar wijs op het feit dat we gisteren precies hetzelfde hadden, wordt ze recalcitrant. “Ja, maar dat verandert niks aan het feit dat ik het nu niet snap,” zegt ze dan. Terwijl ik vind dat ze wat dieper in haar geheugen moet graven om het probleem te zien. Laatst was ze haar rekenmachine kwijt. Haar passer. Haar potlood. Gisteren nog had ze een potlood, vandaag was het weg. “Ik denk dat het op school ligt,” zegt ze dan. Ik word dan boos omdat ze gewoon niks mag verliezen. “Ik verloor vroeger nooit dingen,” zei ik. “Ja, vroeger was alles beter, Jack,” zegt ze dan. Het irriteert me dat ze haar spullen niet op orde heeft.

“Oh ja, en kun je even naar mijn fiets kijken? De ketting ligt eraf en het dashboard is kapot.” Ik vrees dat dit aan ons ligt, want Hans had dezelfde soort opmerkingen. Zijn hele voorband lag aan flarden en dan vroeg hij of ik even kon kijken wat het mandje voorop rammelde nogal. Ik was de keuken aan het opruimen en maakte een sopje. “Je was zeker weer met vriendinnen allerlei dingen op je fiets aan het doen, dat hij kapot is?” Dan is ze nog verontwaardigd dat je dat veronderstelt ook. “Nou leg eens uit,” vroeg ik, en we liepen vanuit de keuken naar de garage. Haar ketting lag er helemaal niet af, en het dashboard was de kettingkast, die was inderdaad kapot. Die moest naar de fietsenmaker.

We liepen terug naar de keuken en de hele vloer was overstroomd. Ik had de kraan laten lopen voor mijn sopje, en de gaatjes die bedoeld zijn om een overstroming tegen te gaan, waren kennelijk te klein. Het water gutste over het aanrecht op de vloer. Nondejuu. Ik gaf Tammar de schuld, want, zo redeneer ik, als ze haar fiets niet kapot had gemaakt, dan had ik de kraan op tijd uitgezet. Oorzaak en gevolg, causaal verband. Daar was ze het dan niet mee eens. Ik had de kraan niet uitgezet, dat was de oorzaak van het gevolg. Nou ja. Ik had toch al niks te doen, nu Linda door haar rug is.

Hooligan

Het was dit weekend zes jaar geleden dat ik Hans voor het eerst meenam naar een wedstrijd van PSV. Hij was tien jaar en de kaartjes had ik van hem gehad voor mijn verjaardag. Ik vergeet het nooit meer, want voor de wedstrijd nam ik hem mee de fanstore in waar hij iets zou mogen uitzoeken, maar wat hij niet goed had begrepen dus hij liep vlak achter me aan, de hele winkel door en al vrij snel waren we weer bij de uitgang. Niks had hij gevraagd, terwijl ik zeker wist dat er veel was dat hij wel zou willen hebben. Maar Hans, wil je dan geen shirt of zo? Dat wilde hij wel, en dus kochten we een shirt met achterop de naam van zijn grote held, Luuk de Jong.

De wedstrijd konden we snel vergeten, dat was niet veel, maar de avond was onvergetelijk. En op de kop af zes jaar later is hij weer in het stadion, ditmaal met een vriend, in vak oost tussen de zingende die-hards, Luuk de Jong is nog steeds zijn held, al voetbalt die niet meer bij PSV. De wedstrijd werd na 84 minuten op achterstand gestaan te hebben toch nog met 3-1 gewonnen en Hans kwam ‘s nachts nog even langs op het feestje waar wij ook waren. Het was een uiterst benauwde overwinning geweest, maar wij gaven elkaar een high five op de overwinning en zeiden tegen elkaar zoals we altijd doen na een gewonnen wedstrijd: easy win!

Donderdag gaat hij alweer. Het hooliganisme begint bezit van hem te nemen. Dit heb ik gestart. Er is geen weg meer terug. Maar de band tussen hem en mij kon slechter.

One man went to mow

Ik werd getipt over het programma “Wheelers dealers” waar ze bezig waren met een oude Alfa Romeo 164 3.0 V6 uit 1991. Ik zie het programma niet zo vaak, simpelweg omdat ik er niet aan denk. De presentator gaat op zoek naar een goedkope oude auto, schat in wat een goede prijs is en samen met zijn monteur proberen ze hem weer in goede staat te krijgen voor weinig geld. De monteur is meestal de klos, want die moet meestal de motor eruit halen en vele onderdelen vervangen. In dit geval was er olielekkage, de remmen waren slecht, de stuurbekrachtiging deed het niet goed, maar met 36 manuren en $1500 aan reparatiekosten verkochten ze de auto met winst, even afgezien van de manuren.

Automonteurs inspireren mij vaak, en zeker degenen die weten waar ze het over hebben. Deze haalde de motor eruit, verving alle riemen, de waterpomp, de koppelingsplaat, en alles met het grootste gemak. Van die prachtige momentsleutels hebben ze, elk stuk gereedschap dat ze nodig hebben is er, en heel specialistisch werk wordt uitbesteed. Als ik het allemaal over mocht doen zou ik automonteur worden.

Nu had ik toevallig een grasmaaier waarvan één wiel zwaar liep. Geïnspireerd door de automonteur ging ik aan de slag en schroefde het ding uit elkaar. Ik begon voortvarend, maar in tegenstelling tot de monteur wist ik niet precies waar de schroeven en bouten voor dienden, dus drie schroeven en een paar bouten verder zat het wiel nog net zo vast als eerst. Uiteindelijk kwam ik er na heel lang hard draaien aan een plastic afdekkapje achter dat het afdekkapje eraf gewipt kon worden. Toen zag ik een bout zitten die moest dienen voor het loshalen van het wiel. Hoezee.

Met mijn leesbril op zag ik dat de bout geen bout was, ik kreeg er tenminste geen grip op met een sleutel. Het was gewoon een ronde as, en het wiel werd erop gehouden met een ijzeren borgdingetje, waar vast wel een woord voor is. Dat dingetje kwam er eerst niet af, maar iets later lukte het toch. Toen kwam het wiel eraf. Ik verwachtte dat het vol gras zou zitten en dat het daarom zwaar liep, maar nee. Een plastic binnenwerk, met smeer erin, dat ik eerst wilde schoonmaken maar later bedacht dat ze bij “Wheelers Dealers” het vet verwijderen, en daarna schoon vet toevoegen. Omdat ik geen vet had, ik ben immers geen monteur, liet ik het zitten. Ik spoot wat wd-40 in kieren en na verloop van tijd draaide het wiel weer een stuk soepeler. Als laatste moest ik het wiel weer terugzetten, en het borgdingetje weer terugzetten. Dat paste natuurlijk net niet. Logisch, want anders zou het niet houden. Een kwartier heeft het me gekost, toen lukte me om het borgdingetje weer op zijn plek te krijgen, het wiel er weer op te zetten, het plastic afdekkapje er weer op te hengsten, en de nutteloos losgedraaide bouten en schroeven weer vast te draaien. De grasmaaier deed het weer. Een staaltje oer-Hollands vakmanschap wat ik daar leverde. Zo voelde het tenminste. Waarschijnlijk als ik niks had losgehaald en gelijk met de olie aan de gang was gegaan, had het ook gewerkt. Maar ja, dan heb je geen verhaal.

De belangrijkste soort

De wereld is een plek waar de verhoudingen finaal zoek aan het raken zijn. En ik vertel niks nieuws als ik zeg dat dat door de mens komt. De aarde wordt niet alleen kapot gemaakt, de mensheid maakt ook zichzelf ziek en kapot. Er zijn twee theorieën over het ontstaan van de mens. De ene is het scheppingsverhaal en de andere de evolutietheorie. Maar een ding staat vast bij aanhangers van beide kampen; de mens is de meest waardevolle onder de levende wezens. Want wetten gelden voor mensen, niet voor dieren tenzij het natuurwetten zijn.

Ik deed er laatst mijn beklag over bij een boswachter die ik tegenkwam en met wie ik in gesprek raakte. Het ging over de wolf waarvan hij vond dat hun aantal gereguleerd moest worden omdat ze anders overlast zouden bezorgen aan de belangrijkste soort. Ik vond dat mensen op hun beurt voor heel veel overlast zorgden en hij zei toen iets waar ik geen weerwoord op had. Hij zei, “daar heb je gelijk in maar mensen kunnen we niet afschieten.”

Intussen groeit het aantal mensen richting de tien miljard in 2050. Het merendeel hiervan is verre van fit, hetzij geestelijk, hetzij lichamelijk. Al die miljarden moeten allemaal eten, ademen en vervuilen. Geen diersoort die zichzelf zo zou verzwakken. Ze kunnen niet denken, weten niks van genen, maar instinctief schakelen ze de zwaksten uit, zodat de groep sterker wordt en zo meer kans heeft op overleving.

Dat is de drijvende kracht achter het leven, de drang tot overleving. Terwijl niemand weet wat er precies zo erg is als een groep uitsterft. Hoe het dus mogelijk is dat de mens zichzelf verzwakt en toch de meest dominante soort is, daar snap ik niks van. Intelligentie is een dominante kracht. Met de nadruk op dom.

Ondertussen zijn de slimsten van de belangrijkste soort bezig om ouderdom als een ziekte te bestempelen. Zij zoeken naar hoe ze de schade aan DNA door ouderdom kunnen herstellen. Na 2050, hopelijk haalt de tijd deze onderzoekers in, gaat het aantal mensen van de belangrijkste soort afnemen. Want dan zijn er zoveel mensen die zich niet meer voort kunnen planten, dat er geen groei meer inzit. Ironisch genoeg is er een reële kans dat ik oud genoeg word om dit omslagpunt mee te beleven. Ik denk dat we het groots moeten vieren.