Ik ben blij. Mijn rechteroor doet het weer na bijna vier weken doofheid. De huisarts kon het vandaag uitspuiten na al die druppels van de afgelopen weken. Ik moest even wennen want in de auto hoorde ik allerlei geluiden van rechts komen die ik al een tijd niet gehoord had. En ik kan weer richting bepalen, wat echt fijn is als je in het bos loopt en een geluid hoort. Goed, het geluid van een fietsbel kon ik nog wel plaatsen, dat komt achter je vandaan. Maar geritsel in de struiken, geen idee. Zolang de hond niet reageerde was het de hond zelf, dat kon ik ook nog beredeneren.
Ik werd er ook moe van. Ik ben niet zo’n geweldige patiënt. Als ik iets mankeer dan is Leiden in last, daar waar anderen hun lot wat makkelijker lijken te accepteren. Die anderen staan dichter bij de natuur denk ik, want ze reageren als een dier. Een dier accepteert z’n lot ook, gewoon omdat het niet anders kan. Lori liep in de vakantie een paar dagen op drie poten, maar haar humeur leek er niet onder te lijden. Goed, dat is er nog altijd eentje meer dan het aantal waar ik op loop, dus misschien overschat ik de ernst van hun situatie. Het leek mij ook meer pijn te doen dan haar.
Nee, dan mijn onlangs overleden schoonmoeder. Die mankeerde pas veel. Mijn auto is er niks bij. En klagen deed ze amper. Bewonderenswaardig. Ik weet ook niet wat dat met mij is. Aan de andere kant, misschien ben ik gewoon een man. Die schijnen zich toch wat meer aan te stellen dan een vrouw. Of willen er in elk geval een kusje op. Dat hun pijn niet onopgemerkt blijft maar wel zichtbaar wordt voor velen. Dan is hij ook beter te dragen.





