Kusje erop

Ik ben blij. Mijn rechteroor doet het weer na bijna vier weken doofheid. De huisarts kon het vandaag uitspuiten na al die druppels van de afgelopen weken. Ik moest even wennen want in de auto hoorde ik allerlei geluiden van rechts komen die ik al een tijd niet gehoord had. En ik kan weer richting bepalen, wat echt fijn is als je in het bos loopt en een geluid hoort. Goed, het geluid van een fietsbel kon ik nog wel plaatsen, dat komt achter je vandaan. Maar geritsel in de struiken, geen idee. Zolang de hond niet reageerde was het de hond zelf, dat kon ik ook nog beredeneren.

Ik werd er ook moe van. Ik ben niet zo’n geweldige patiënt. Als ik iets mankeer dan is Leiden in last, daar waar anderen hun lot wat makkelijker lijken te accepteren. Die anderen staan dichter bij de natuur denk ik, want ze reageren als een dier. Een dier accepteert z’n lot ook, gewoon omdat het niet anders kan. Lori liep in de vakantie een paar dagen op drie poten, maar haar humeur leek er niet onder te lijden. Goed, dat is er nog altijd eentje meer dan het aantal waar ik op loop, dus misschien overschat ik de ernst van hun situatie. Het leek mij ook meer pijn te doen dan haar.

Nee, dan mijn onlangs overleden schoonmoeder. Die mankeerde pas veel. Mijn auto is er niks bij. En klagen deed ze amper. Bewonderenswaardig. Ik weet ook niet wat dat met mij is. Aan de andere kant, misschien ben ik gewoon een man. Die schijnen zich toch wat meer aan te stellen dan een vrouw. Of willen er in elk geval een kusje op. Dat hun pijn niet onopgemerkt blijft maar wel zichtbaar wordt voor velen. Dan is hij ook beter te dragen.

Bergopwaarts.

Ik begin me wat beter te voelen. Het donkerste is weg en komt hopelijk niet snel meer terug. En of het komt door de medicatie, door de huisarts of door de tijd die alle wonden heelt, is mij niet duidelijk. Wat zeker heeft geholpen is Linda’s steun. Ook al zag ik het niet meer zitten, zij gaf vertrouwen op het juiste moment, maakte ruzie op het juiste moment en bleef verstandig op het juiste moment. En ook mijn dochter die me aanvoelde hielp. Ze hielp met kleine dingetjes, keek met mij een film en bleef gekke bekken trekken naar me, zoals ze altijd al deed, zodat ik toch gedwongen werd om een glimlachje te laten zien. Mijn zoon was niet thuis, die is doordeweeks op de kazerne, bleef me appjes sturen over PSV, zoals hij altijd al deed. Routine is belangrijk in zo’n situatie.

Ikzelf ging door met bewegen, met de hond door de regen en badmintonnen omdat je dan geen tijd hebt om na te denken. Dan kon ik daarna wel door somberen. En er waren steunbetuigingen. Al doen ze op het eerste moment niks, je hebt ze toch gehad en kunnen langzaam op je inwerken. Zelfs de hond kwam op de moeilijkste momenten naar me toe en sprong op de bank om me te troosten.

De gedachten die ik had waren niet normaal, en zelfs de simpelste dingen kon ik niet meer overeenstemmen met mijn gevoel. Alles was een probleem en de situatie zou nooit verbeteren. En intussen werken je hersenen gewoon door en voel je je nog schuldig ook over je “welvaartsziekte”. Blijdschap was een vage herinnering en het was uit mij verdwenen. Ik had een crisis nodig, een oorlog, iets wat nog erger was zodat het de depressie zou verdrijven. En slaappillen. Ik heb ze pas twee keer gebruikt, maar wat is het fijn om een nacht door te slapen. Ik doe dat eigenlijk nooit meer. Ik kreeg er ook niet teveel, maar de dokter deed in het geheel niet moeilijk over een herhaalrecept, wat ik afsloeg , waarom weet ik niet, ik dacht omdat ik probeer te letten op mijn lichaam, maar ja, het was de huisarts, geen dealer, dus wat was het probleem? Dat is iets wat ik zelf maar half snap. Ik denk iets met mijn geweten en verantwoordelijkheidsgevoel. Ik laat me zelden gaan. Hoogstzelden. Praktisch nooit.

Therapie

Ik wilde weg, verdwijnen in stilte. Ik wilde me verstoppen als een roofdier dat het einde voelt. En ik wilde mijn gevoelens niet meer delen hier, omdat ik er niet mee geconfronteerd wilde worden. Maar ik wist al toen ik verdween dat ik terug zou komen, omdat als je op het diepste punt zit, je beslissingen niet goed zijn. Dat je gedachten niet waar zijn. Dat is ervaring, helaas.

Donderdag is de huisarts gekomen, omdat Linda het niet meer vertrouwde. Ik kwam niet meer uit bed, at niet meer, bewoog niet meer, wilde niet meer en kon niet meer. Maar ik wilde niet dat de huisarts kwam. Ik wilde niks.

Zaterdag kreeg ik dit ik in de bus. En ik dacht, “godver, hoe kom ik hier ooit weg?” Misschien wel nooit. Misschien was het wel een belachelijk idee om te stoppen. Misschien heb ik het wel nodig, deze therapie van het schrijven.

The Joker

Ik had geschreven over hoe ik me voelde, maar het werd zo’n drama dat het me te ver ging om te plaatsen. Ik voel me nog steeds niet goed en nog steeds zoek ik naar dingen die me vreugde geven maar ik kan ze niet verzinnen. Zelfs het vooruitzicht aan dat kneuterige Frankrijk maakt me niet blij. Het land waar ik toch altijd per se heen wilde. Alsof ik altijd tegen mezelf heb gelogen, wat niet zo is, want ik vond het echt leuk.

Ik weet sowieso niet goed hoe ik me altijd vermaakte. Het is in elk geval een midlife crisis. Ik kan hem niet oplossen met een cabrio of motor. Het besef dat je maar één leven hebt en het niet optimaal benut, en tegelijkertijd weten dat dat een gecreëerde illusie is, omdat het niet zo werkt. Het leven is een aaneenschakeling van treurigheid, je moet leren acteren dat het wel meevalt allemaal. En leren lachen op foto’s. Some people call me Maurice.

Prutsers

Ik vond dus altijd, in tegenstelling tot de algeheel geldende opvatting dat de aarde geen thermostaatknop heeft waaraan een mens zou kunnen draaien om af te koelen. Ik heb daarover wel eens een discussie gevoerd, maar die kan ik jammer genoeg niet terugvinden in dit regenwoud van blogs.

Ik werd natuurlijk afgemaakt met argumenten op basis van de toen geldende stand van de wetenschap. Niet door een wetenschapper overigens, maar door een afvallige die zijn heil in Wikipedia had gezocht. Hij redeneerde geheel volgens Kyoto: als de mens de opwarming heeft veroorzaakt met teveel CO2-uitstoot, dan kan de mens de aarde ook weer afkoelen door minder CO2-uitstoot. Dat laatste ging er bij mij niet in.

Nu was er vandaag op het journaal een item waarin gesteld werd dat we het smelten van Antarctica niet meer konden tegengaan, ook niet met heel strenge milieuregels. Verschillende wetenschappers waarschuwden daarvoor. Er werd wel haastig bij verteld dat we door moesten gaan met de maatregelen omdat de opwarming meer behelst dan de zeespiegel.

Begrijp me niet verkeerd, ik zie ook de mens (niet alle, de meesten zijn volkomen onschuldig) als oorzaak van de versnelde opwarming. Maar ik zag ook het belachelijke in van een bijeenkomst in Parijs waarin werd afgesproken dat de temperatuur niet meer dan 1,5 graad mocht stijgen. En dat die afspraak gevierd werd als een doelpunt door bepaalde mensen. Je staat 6-0 achter maar in Parijs spreken ze af dat het nog 6-6 wordt met nog twee minuten te spelen.

Gelukkig hoorde ik een deskundige zeggen dat we technisch heel veel zeespiegelstijging aankunnen. En ook dat heb ik al eerder gelezen, dat betrof een afvallige wetenschapper die zei dat een meter zeespiegelstijging geen enkel probleem was. Die werd uiteraard ook afgemaakt omdat hij niet de algeheel geldende opvatting had en niet vol inzette op een daling van de temperatuur. Maar nu gaat men dus kijken naar de technische oplossingen. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

Dan zijn er nog wat idioten met een schop die de leus “cooling down the planet” hanteren. Ik ga vast op zoek naar een boot.

Natuur

Ben ik onderdeel van de natuur of aanschouw en verstoor ik haar slechts? Die vraag kwam bij me op na het lezen van een logje bij Sylvia Schalken die van mening was dat we onderdeel zijn van.

Er zat een wesp in mijn glas. Toen hij eruit vloog gaf ik hem een backhand met de vliegenmepper waardoor hij op het gras terecht kwam. Onmiddellijk stoof een hagedis op hem af, aangetrokken door het bewegende insect. Maar na een kleine aarzeling snelde het weer weg, en of dat nu kwam door mijn aanwezigheid of dat het wist dat het niet verstandig was een levende wesp te verslinden weet ik niet.

Wat ik wel te weten ben gekomen na vijftig jaar is dat ik me minder moet verbazen over dingen die in de natuur gebeuren. Zonnebloemen die meedraaien met de zon, koolmezen die snappen waar jongen vandaan komen, eekhoorns die weten dat het binnenste van een walnoot eetbaar is, of een hagedis die weet dat hij geen wesp moet pakken.

Vroeger schoof ik dat allemaal af onder de noemer “instinct”. Beesten werden door hun instinct gedreven en wisten verder niet wat ze aan het doen waren. Ik weet nu, door observatie, dat dat hoogstwaarschijnlijk fout is en dat beesten gewoon denken, net als wij. Soms als je in gedachten verzonken bent, denk je geen woorden maar weet je precies waar je mee bezig bent. Het is als 20.000 jaar geleden, toen er nog geen taal bestond maar al wel mensen. Die dachten, leerden en droegen kennis over, net als wij doen. En hadden een overlevingsinstinct dat gevaar onderkende, zelfs als er nooit een dergelijke eerdere gevaarlijke situatie was ervaren.

Dus, als beesten dingen weten en zelfs kunnen denken, moeten wij ook een onderdeel van de natuur zijn. We hebben de neiging te denken dat de natuur het prima doet zonder mens, maar dat doet ze ook zonder dodo. Of wellicht is de conclusie dat vanaf het moment dat de dodo uitstierf, de mens begon met zijn vernietigende effect op andere soorten?

Jura

Het is hier koud en nat. Vorig jaar was het warm en droog. Zo warm dat het van mij wel iets minder mocht. Hier in de Jura was het vorig jaar een stukje koeler, dus dacht ik slim te zijn en hier te boeken. Nu zitten we binnen met soms de verwarming aan. Tot nu toe vind ik het niet erg. Hoef ik niet te zwemmen en kan ik een boek lezen. En harde regen op je dak als je zelf droog zit zorgt voor één van de mooiste geluiden ter wereld.

Maar ietsje beter mag wel. Ik geloof niet dat ik bruin terugkom. 25 graden wordt geloof ik de maximumtemperatuur deze vakantie. Ik heb ook nog geen krekel gehoord. Maar wel twee hagedissen gezien. En verder is het gewoon Frankrijk. De boulangerie, de hyperU, E.Leclerc, de gendarmerie, en iedereen zegt bonjour. Tenzij het avond is, dan niet.

Randi 7-2-2014 / 25-6-2023

Ze heeft zeker een mooi leven gehad bij ons, daar twijfel ik niet aan. Kosten nog moeite werden voor haar gespaard, en door weer en wind gingen we naar het bos. Sinds Corona kwam ze elke dag in het bos.

Maar vandaag moesten we haar in laten slapen, die lieve Randi, of Flap zoals ik haar vaak noemde. Ik weet niet precies wanneer ik iets begon te merken, maar ik liep al een tijdje niet zo ver meer met haar. Een maand of twee terug vonden we kleine waterige druppeltjes bloed op de grond en pas vorige maand kwamen we erachter dat dat uit haar neus kwam. We dachten eerst dat er iets vastzat, en gingen naar de dierenarts die op de scan iets zag wat er niet hoorde. Zij neigde al naar een tumor, maar vond ook een ontsteking dus kregen we antibiotica mee en zouden over acht weken moeten terugkomen.

De antibiotica deed niks en we zagen ineens een bult op haar hoofd verschijnen. Ze had er nog geen merkbare last van, maar we belden de dierenarts die ons inplande voor een foto morgen. Maar sinds een dag of vier werd ze onrustig, liep uren achter elkaar van buiten naar binnen, pas als wij binnen gingen zitten ging ze liggen. Vannacht heeft Linda bij haar geslapen en vandaag konden we het niet goed meer aanzien en besloten de dierenarts te bellen. Een half uurtje later was ze al ingeslapen. De dierenarts zag weinig perspectief en we moesten doen waar we al een paar weken voor vreesden.

Het doet pijn in je hele lichaam, je armen tintelen, je keel zit dicht, je hart ook, en je tranen branden. Ik heb zoveel met haar gelopen, elke dag weer, en zelden was het een belasting. Soms was ik meer dan twee uur weg en als we dan terugkwamen kreeg ze een varkensoor en daarna ging ze tevreden in haar mand liggen. Ze heeft oog in oog met de wolf gestaan, ze heeft een roedel herten opgejaagd, ze stond op drie meter afstand van een enorm zwijn, en ze sprintte altijd achter stokken aan.

En vandaag roep je haar een laatste keer, en ze volgt je naar de auto, niet wetend wat er gaat gebeuren. Maar er was niets meer aan te doen, dus het moest, en we wilden haar nog zo’n nacht besparen. En ook de rest van deze veel te hete dag.

Ze viel in slaap, kreeg haar tong niet meer naar binnen, en toen kreeg ze het spuitje. Nog geen minuut en haar hart was gestopt. Ik huilde en ga haar vreselijk missen. Ik voel de leegte nu al. Rust zacht, lieve Randi.

Tering!

Er zijn van die dagen, en dit was er een van. Om de hond zo lusteloos te zien is al erg genoeg. Dan moet je ook nog de hele dag werken, eten, daarna hals over kop een adhd sessie in vanwege mijn dochter, die vandaag hoorde dat als ze een bonusopdracht goed afrondde, ze over zou gaan. Dan gaat het al mis bij dat ze maar de helft snapt van hoe die opdracht werkt. Die had ze mee moeten nemen naar huis, maar ze lag liever aan het water, en in haar hoofd zou ze de opdracht morgen krijgen.

Dus appt ze met een lerares die werkelijk alle moeite deed voor Tammar om uit te leggen wat ze moest doen, hoe ze alsnog aan die opdracht kon komen, en wat lukte. Het belangrijkste aan de opdracht, want dat stond in de opdracht, was dat je de antwoorden ik je eigen woorden toelichtte zodat ze konden zien of je je best had gedaan, want dat was bepalend voor de overgang. En dat ik dan na anderhalf uur in een interactieve adhd sessie, die nog tien minuten uitliep ook, moet constateren dat het was afgeraffeld en dat er geen enkele toelichting was gegeven.

Als je dan je stem verheft vraagt ze of je niet zo wilt schreeuwen. En als je dan schreeuwt dat je niet schreeuwt, dan klopt dat weer niet. En als je zegt dat die toelichting niet staat ingevuld, weet ze niet wat voor toelichting. Die toelichting die bepalend was voor of je over gaat of niet, die toelichting!

Dan ben ik aan het eind van mijn Latijn en zeg ik dat ze het uit moet zoeken en lekker naar basis gaat. En dan is het mijn schuld omdat ze niet geholpen wordt. Als ik dit vroeger toch flikte had ik me toch een slag tegen m’n harses gekregen, dat ik het bij voorbaat niet flikte. Tering zeg!