Zielig.

Ik zag een jonge vrouw, ik groette haar de eerste keer omdat ze bij haar tent zat en er een Nederlandse auto bij stond. Ik zag haar bij het meer, ze was er sneller door dan ik en daardoor ook sneller aan de overkant. Ik zei iets tegen haar dat ze lachend beantwoordde. En toen kreeg ik door dat ze hier alleen was. Ze was best dik, had zichtbare pigment vlekken en ik vond haar best aantrekkelijk. Ook wel een beetje zielig, eerlijk gezegd. Maar dat ben ik, altijd voorbarige conclusies trekken. Linda en ik liepen langs haar tent en ik zei tegen haar: ben je alleen op vakantie? En ze begon honderduit te vertellen en lachte in elke zin. Dat ze morgen verder trok naar de Pyreneeën, daar kwam haar vriend ook naartoe want die had geen zeven weken vrij, en ze vond het ook niks om met bevriende stellen met kinderen mee te gaan, en dit deed ze al jaren zo. Ik zei dat ik haar avontuurlijk vond maar dat wuifde ze weg met: “ach, het is maar de Provence hè? “

Ze had een behoorlijk grote tent opgezet, maar ze moest nog even ergens langs de decathlon want door de harde grond waren veel haringen krom, vertelde ze lachend. Ze reed in haar eentje door Frankrijk, kampeerde op verschillende plekken en vond het de normaalste zaak van de wereld. En ik dacht dat ze een beetje zielig was. Ik ben zelf een beetje zielig. Ik zou dat nooit durven, me alleen gaan zitten vermaken op een camping omdat anderen dan denken dat ik zielig ben. Bekrompen gewoon.

Overweldigend Frankrijk

Op de heenweg dacht ik na over wat mij nu precies zo naar Frankrijk trekt. En om preciezer te zijn: Zuid-Frankrijk. Natuurlijk heb ik er herinneringen, maar dat is het niet alleen. Het is ergens ook overweldigend, intimiderend bijna, dat hete zuiden. Zuid-Frankrijk is het echte werk, maar vlak over de grens in België begint het al. Bordjes met hellingspercentages en met “autoroute du soleil” en die armoedige stad Luik die je moet passeren of doorkruisen. Vroeger koos ik voor doorkruisen, maar tegenwoordig pak ik de snelweg op zoek naar de gevreesde helling vlak na Luik. Nu werden we omgeleid waardoor ik deze helling miste die ik nooit meer zal vergeten sinds ik erop reed in 1993. Maar tegenwoordig neem ik België met een korreltje zout. Het echte werk begint in Frankrijk.

Die zinderend hete autoroutes met hun tolpoorten waar het wemelt van de nerveuze automobilisten. Je rijdt vanuit je veilige baan ineens die fuik in en moet je het beste tolpoortje zien te vinden. Je kunt niet hebben dat je ergens aansluit en dat het poortje naast je de snellere blijkt te zijn.

En dan Lyon, waar je tegenwoordig omheen kunt, maar wat je natuurlijk niet doet, als die-hard autoroute du soleil fan. Dwars door de stad heen zul je, daar waar het krioelt van de auto’s, waar je het geluid van de krekels binnen in de auto hoort, en waar wegbewijzering in lichte kleuren met zwarte letters aangeven dat de grote stad Marseille nog meer dan 300 km is. Heel anders dan die veilige blauwe anwb borden met witte letters. Deze kleuren stralen uit dat het hier vijandig is. Hier ben je overgeleverd aan de norse Franse autoriteiten die het voorzien hebben op de nerveuze Nederlander die gewend is aan rubber tegels.

En dan die borden in vier talen, maar niet in het Nederlands, dat je moet remmen op je motor omdat je gewone remmen te heet worden op de komende afdaling. Tegenwoordig niet meer zo’n probleem maar vroeger schoten ze je met 170 voorbij, wanhopig door hun remmen heen trappend.

Om nog maar te zwijgen van als je pech krijgt en daar langs de kant staat en je in je gebrekkige Frans hoopt op vriendelijkheid en begrip. Welnee, in een onverstaanbaar spervuur van woorden zegt men iets, en verbreekt men de verbinding. Nee, dan was je blij als je weer op de camping aankwam en merkte dat de Fransen de beroerdste niet bleken te zijn, en dat het niet voor niets “la douce France” genoemd werd.

Het virus is klaar met ons

We zijn er weer. Na een jaartje afwezigheid vanwege een dure verhuizing, hebben we Frankrijk weer aangedaan. Net als vorig jaar heerst er een virus dat alles in de war schopt. Tenminste, als je je laat leiden door de journalisten. Het ene rampscenario volgde op het andere en wij lieten ons daardoor leiden. Toen we uiteindelijk groen licht hadden bleek er weinig aan de hand.

Uiteindelijk hebben ze bij de camping om onze QR codes gevraagd en moeten we in winkels een mondkapje op. Het laatste rampscenario dat ons vandaag bereikte is dat we Nederland niet meer in mogen zonder negatieve test voor de kinderen. Gaat precies in op de dag dat wij terugkomen. Wat een gezeik, alsof je je in Frankrijk gaat laten testen. Vier testen voor twee kinderen of 95 euro boete, ik denk dat het het laatste wordt.

Dat virus is allang klaar met ons, maar wij zijn nog niet klaar met het virus.

Een groot mens

Nu ik toch met wereldliteratuur bezig ben, twee weken terug las ik “de kleine prins” van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb het vroeger moeten lezen voor het vak Frans, maar ik had geen idee meer waar het over ging. Net als het verhaal in het vorige logje is ook dit verhaal van de kleine prins een verwijzing naar absurde situaties in de toen moderne wereld. En het laat ons zien dat we onze logische denkwijze verliezen naarmate we ouder worden. Ik zit nu eindelijk ook in die fase. Het heeft lang geduurd, maar ik merk dat ik dingen ga vergeten. Dingen die ik vroeger onmogelijk kon vergeten omdat de herinnering belangrijk voor me was. Maar dat is niet meer zo. De oorzaak is dat ik ouder word, dingen beter kan plaatsen, weet wat er toe doet, en inzie dat sommige herinneringen niet echt waren. Voor mij waren ze echt, maar degenen met wie ik de herinneringen deelde waren ze vergeten. Iets wat mij destijds onmogelijk leek.

Stel dat je ooit een afspraak hebt gemaakt met een dierbare of geliefde, dat je over tien jaar weer op de plek zult verschijnen waar je toen herinneringen deelde met hem of haar, dan is het zinloos om te gaan. Ik had vroeger een buurjongen met wie ik codetaal had. Toen ik hem jaren later via social media op het spoor kwam en hier een hint naar gaf, had hij geen idee. Hetzelfde met jeugdvriendjes. Ze waren totaal vergeten waar ons leven destijds om draaide. Laat staan vriendinnen die je eeuwige trouw beloofden. Volledig onbetrouwbaar.

Nou ja, dat laatste. Ik snap nu dat dergelijke beloftes loos zijn en al waren op het moment dat ze werden gedaan. En omdat ik nu ook zo ben geworden, andere prioriteiten heb ga ik mijn jeugd langzaam vergeten en word ik net als zij. Een groot mens waar de kleine prins niks van snapt.

Never fight a pig

Ik werd gisteren geconfronteerd met de verdorvenheid van het kapitalisme. Op dat soort momenten vraag ik me af waarom ik nog werk voor dit Amerikaanse bedrijf. Sales is de afdeling waar het om draait. Andere afdelingen zijn niet belangrijk. Dit bedrijf heeft ook de merkwaardige opvatting dat als de omzet omhoog moet, je extra salesmensen moet aantrekken. Die salesmensen krijgen salaris. Daarvoor komen ze naar hun werk en nemen ze de telefoon op, verder doen ze daar niks voor. Pas als er iets verkocht kan worden, komen ze in actie, want dan krijgen ze bonus. Daar draait alles om. Dus denk niet dat een klant waar de verkoop al plaats heeft gevonden nog geholpen wordt. Daar valt immers niks meer aan te verdienen, dus die worden afgepoeierd, meestal doorgeschoven naar een andere afdeling. Bijvoorbeeld de mijne.

Een klant, een groot bedrijf dat miljardenwinsten maakte, vroeg vorig jaar 70% korting op hun onderhoudscontract. Onderhoudscontracten zijn mijn afdeling, dus kwamen ze bij mij terecht. Ze kwamen met een clausule uit hun contract, waarvan ze vonden dat Covid daaronder viel, en claimden daarom korting. Ik meldde dat die clausule helemaal geen betrekking had op Covid en dat die dus niet van toepassing was. “Let’s not make this a legal discussion” was toen ineens hun antwoord. Uiteindelijk kregen ze een eenmalige korting van 25%

Dit jaar, gisteren dus, vroegen ze weer om korting. Ze gaan dan eerst naar Sales. Die zijn het er mee eens dat ik korting moet geven, want dat gaat van mijn bonus af, en niet van die van hun. (mijn bonus stelt niks voor vergeleken bij die van sales, zij krijgen ongeveer 20 keer zoveel) Dus dan moet ik antwoorden dat die beslissing niet bij sales ligt, en dat de korting eenmalig was en dat het er qua Covid beter uit ziet.

In welke wereld ik leefde, was hun vraag, ik moest realistisch gaan doen, de VP Sales was veel beter, en ze wilde een telefonisch gesprek met mij, en ik moest ze vast laten weten wie daar nog meer bij moest zijn om hun korting goed te keuren. Veel vernederender kon het niet. Daaroverheen kreeg ik een mail van de VP sales, die mij niet erg constructief vond, en of ik dit wilde opnemen met mijn hoogste baas, dit was immers een belangrijke klant. Ik weet niet hoe het u zou vergaan in zo’n situatie, maar ik zou ze het liefst de waarheid vertellen.

De waarheid is namelijk dat ze de VP sales graag mochten omdat die mijn korting weggeeft, terwijl hij zelf ook korting kan geven op nieuwe verkopen, maar dat niet doet omdat hem dat geld kost. Dat het bedrijf miljardenwinst maakte vóór corona en die allemaal heeft uitgekeerd aan hun aandeelhouders. Dat ze nu staatssteun van diverse overheden hebben gekregen en weer hun aandeelhouders probeerden uit te keren maar dat werd verhinderd door de Duitse regering. Dat het een stelletje leugenachtige varkens zijn.

Ik mailde niks terug, maar ondertussen stuurde het bedrijf mij al een uitnodiging voor een call die ik geweigerd heb. Ik antwoordde, ik heb i.v.m. het kwartaaleinde nu geen tijd, ik kom binnenkort terug met een voorstel voor een call. Toen stuurde ze een nieuwe uitnodiging voor 1 juli, ik zei dat dat te vroeg was, het moest 5 juli worden. Toen kreeg ik er eentje voor vijf juli.

Mijn baas zei me: never fight a pig. You will both get dirty but the pig will like it.

Ondoordringbaar.

Ik ontdekte een nieuw bos vandaag. Het is geen groot bos, ik schat 10 hectare, maar het is een stil bos. Om er te komen moet je een hek openmaken en dat kan een drempel zijn. Aan de rand van het bos stond een bordje met toelichting. Iets met kwelwater, en dat het bos er honderd jaar geleden nog niet was, maar mooier nog, er stond dat het een haast ondoordringbaar bos was. En daar hou ik van. Ik had twee honden bij me, en liep voornamelijk langs het bos, op zoek naar een opening. Ik zag wel gaten waar dieren doorheen zouden kunnen, maar voor mensen werd dit lastig. Misschien als ik mijn commando-uitrusting zou halen, maar in mijn gewone kleren was dit niet haalbaar. Een bos dat zichzelf beschermt tegen indringers, hoe verzinnen ze het. Dit bos werd omsingeld door doornstruiken. Ik wed dat vossen en reeën zich hier overdag schuilhouden, op deze plek waar mensen niet kunnen komen. Het deed me denken aan Doornroosje, die sliep volgens mij in zo’n overwoekerd kasteel. En het gaf me hoop. Mocht de mensheid even in slaap kukelen, dan staat de natuur klaar om ons te overwoekeren. We zijn nu dan wel de baas op aarde, maar wacht maar als we even niet opletten.

Frustratie 1 tot en met 6

Frustratie 1: ik schreef laatst over het verwachte Co2 record voor 2021 en 2022 veroorzaakt door opwekking van elektriciteit door kolencentrales. Dit is de grootste veroorzaker, veel meer dan verbranding van bezine of diesel. Wie rijden er op elektriciteit? Juist, elektrische auto’s. Daar kunnen elektrische auto’s niet zoveel aan doen, maar zolang er niet genoeg capaciteit is door zonne- en windenergie, en dat is er niet, zijn de elektrische auto’s grotere veroorzakers van co2 uitstoot dan auto’s met verbrandingsmotor. Een wethouder uit Amsterdam wilde desondanks toch een verbod op reclame voor fossiele brandstoffen, alleen nog reclames voor elektrische auto’s werden toegestaan. Met als gevolg dat de CO2 alleen nog maar toeneemt.

Frustratie 2: ik schreef een paar dagen geleden over het record aan spaargeld dat op Nederlandse bankrekeningen stond. Ik had daar al mijn vraagtekens bij. Vandaag in het nieuws -nog geen week later- “Een grote groep huishoudens beschikt over te weinig direct beschikbaar spaargeld, waarschuwt het Centraal Planbureau.” Wat is het nu? Hebben we meer dan ooit, of hebben we te weinig? Of hebben we het de afgelopen week allemaal uitgegeven? Ja, ik snap ook wel dat er gewoon rijke mensen zijn die nu nog meer hebben, zo gaat het altijd, maar vertel dat er dan gelijk bij in plaats van voor deze verwarring te zorgen.

Frustratie 3: Het Forum voor democratie maakte een verkiezingsposter die volgens velen de kwalificatie “walgelijk” verdiende. Men is geschokt, tot in het diepst van zijn ziel, men spreekt zijn afschuw uit. Het gaat hier over het bagatelliseren van de gruweldaden van de nazi’s, werd er gezegd. Hypocriet, volgens Baudet, om volledig onduidelijke redenen. Ja, ik snapte wel wat hij bedoelde, maar dat sloeg werkelijk nergens op. De enige reden waarom dit hypocriet is, is dat als Wilders met nazi’s wordt vergeleken, je “men” niet hoort. Ook dit is het bagatelliseren van gruweldaden van de nazi’s, omdat Wilders nog niet eens in de buurt gekomen is van wat de nazi’s deden. Als je dan vindt dat je de betekenis van deze donkere periode niet mag afzwakken tot iets onbeduidends, zodat je een vergelijking kunt maken met iets wat je in deze tijd niet bevalt, wees dan consequent en benoem het alletwee.

Frustratie 4: De VAR. Ik wil niet ingaan op details, maar er klopt geen ene klote van. Deze dient snel afgeschaft te worden, desondanks roepen sommigen (à la de wethouder uit frustratie 1) dat het wedstrijdverloop eerlijker is geworden omdat ze in een leugen zijn gaan geloven. Eerlijker, nee, pertinent niet!

Frustratie 5: Verkeerde mensen lopen met de eer te strijken. Ik kan het niet zijn, want ik strijk nooit met eer. Als ik met eer strijk, dan kun je er donder opzeggen dat de eer daags erna in elkaar stort.

Frustratie 6: Dit blog was grotendeels een herhaling van zetten vandaag, want ik schrijf hier frustraties van mij af, maar dat lukt slechts als u mijn gelijk bevestigt of mijn ongelijk beredeneert. Zwijgen op dit soort bepalende momenten komt op mij over als: ach, laat hem maar even uitrazen en koop die Tesla! Voor het milieu! Neem die Mack vooral niet serieus. En dan moet ik het onderwerp volgende week weer aansnijden. Vergeet niet dat toen ik nog jong en ambitieus was, ik dictator van dit land wilde worden. Laten we dat zien te voorkomen!

Our souls at night

We keken een geweldige film. Ik verwachtte er niet superveel van, maar wel een beetje. Our Souls at Night, zo heet de film, gaat over een een bejaarde weduwnaar (Robert Redford) en een bejaarde weduwe (Jane Fonda) die bij elkaar in de straat wonen. In de eerste scene komt de vrouw vragen aan de man of ze met hem het bed wil delen. Het gaat niet om seks, maar omdat ze niet kan slapen als ze alleen is. De nachten in eenzaamheid vindt ze het ergst.

De volgende nacht slapen ze samen in haar bed en langzaam ontstaat er liefde tussen de twee. Ze krijgen een tijdje de verzorging van een kleinkind op zich, met wie ze gaan kamperen ergens in de wildernis van Amerika. Naast hun tent hadden ze een kampvuur gemaakt, dat lieten ze gewoon uitbranden terwijl ze gingen slapen. Hoef je hier in Nederland niet te proberen. Alleen wildkamperen al is hier niet toegestaan, laat staan een kampvuur maken. Leven is hier niet de bedoeling. Natuurlijk mag een dergelijke gelukszalige situatie niet blijven bestaan van de voorzienigheid, dus volgt een breuk, en de volgende nacht slaapt de oude man weer alleen in zijn eigen bed, koud, kil en triest.

Linda en ik hadden het erover. Zij vond het eigenlijk best logisch dat als je bij elkaar in de straat woonde dat zoiets gebeurde. Ik scande even snel welke buurman ze bedoelde, maar kon er zo geen bedenken. Jane Fonda zag er geweldig uit. Dat vond ik. Zeventig en mooier heb ik ze zelden gezien. Ze deed me denken aan mijn Russische ex-collega. Die ziet er ook vast zo uit als ze zeventig is. Maar dan ben ik al dik in de tachtig. Als ik tenminste de langstlevende ben. En dan moet ik nog zo’n pruik als Robert Redford op de kop zien te tikken, anders slaat het ook nergens op.

Bruce Lee

Toen wij vroeger een videorecorder hadden, ging ik vaak naar de plaatselijke videotheek. Er zit er hier nog steeds eentje, maar dat schijnt een dekmantel te zijn voor snode activiteiten. Ik huurde het liefst martial arts films. Bruce Lee was mijn favoriet. Enter the Dragon, the way of the dragon, fist of fury, ik heb ze allemaal wel gezien. Bruce maakte tijdens het vechten nogal vreemde geluiden. Soms klonk het als een vechtende kat, meestal als een kip die een ei legt. Kortom, volslagen belachelijk en daarbij kon hij nog niet acteren ook. Hij kon arrogant kijken, dat was gewoon lachwekkend. Zijn pogingen tot het aanbrengen van humor hier en daar waren dat ook. En niet omdat die humor zo goed was.

Toch had hij een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Ik oefende zijn traptechnieken en ondertussen deed ik een kip na. Als ik mijn armen in de gevechtshouding bracht maakte ik zelf het geluid van de luchtverplaatsingen die je hoorde als Bruce het in de film deed. Ik bewoog zelfs lichtvoetig als een kungfu master. Ik sloeg houten planken doormidden met mijn hand.

Nu ben ik de one inch punch aan het oefenen. Bruce ontwikkelde deze stoot die meer impact had dan de slag van een karateka. Je vuist slechts op een inch afstand van het te raken doel. Al je “chi” moet in de stoot zitten, je lichaam is slechts de uitvoerder van je wil. Alle krachten van het universum komen samen in jouw vuist. En als je de stoot geeft vliegt je tegenstander meters achteruit.

De volgende stap die ik moet nemen is een shaolin monnik worden. Die trainen elk lichaamsdeel zo dat het hard als ijzer wordt. Met hun hoofd slaan ze een stoeptegel doormidden, ze kunnen een naald zo gooien dat die dwars door een ruit vliegt, en zelfs hun edele delen zijn gehard. Je kunt ze erin trappen zonder dat ze een kik geven. Om dit te bereiken binden ze met een touw een auto aan hun scrotum en slepen deze meters voort. U denkt misschien dat ik een grapje maak, maar er is geen woord gelogen.

Daarna ben je een keiharde, onverslaanbare vechtmachine geworden. En mocht dat toch niet lukken kun je altijd nog een sleepdienst beginnen.

Kleur bekennen

Ik vind racisme een lastig ding. Van mij wordt verwacht dat ik geen kleur zie, maar die zie ik desondanks. Dat is net zoiets als dat je nergens aan mag denken. Onmogelijk. Ik ga dan ook niet beweren dat ik geen racist ben. Ik probeer geen racist te zijn, dat is iets heel anders.

Op de radio was een discussie over racisme bij de politie in Rotterdam. Naar aanleiding van de mishandeling van een paar blanke jongens door een groep donkere jongens had een aantal politieagenten in een besloten whatsapp groep racistische teksten gebruikt. Iets met kutafrikanen en klotenegers. De burgemeester van Rotterdam had het echter voor de agenten opgenomen. Hij zei uitdrukkelijk dat hij niet de indruk had dat de agenten racisten waren, ze hadden zich alleen schuldig gemaakt aan ontoelaatbaar racistisch gedrag, maar hij vond ontslag te ver gaan, dus bleef het bij een schriftelijke waarschuwing. De agenten verdienden een tweede kans volgens Aboutaleb.

De gasten in de studio mochten commentaar leveren en hun meningen varieerden. Een betrokken advocaat zei dat een politieagent trouw heeft gezworen aan de grondwet, en volgens artikel 1 van de grondwet, etc. etc. Ze waren het er echter allemaal over eens dat het racistische teksten waren. Ik twijfelde. Want ik bedacht nog even wat er gebeurd was. Een groep donkere jongens had een paar blanke jongens mishandeld op straat. In artikel 1 staat dat iedereen gelijk behandeld moet worden, onder gelijke omstandigheden. Zouden donkere jongens die zich normaal gedragen ook zo bejegend worden door de agenten? Of zou dergelijke terminologie ook gebruikt worden als een groep blanken een paar donkeren in elkaar rost? Lijken mij terechte vragen om te kunnen beoordelen of dit racisme was.