Agressieprobleem.

Het vorige logje had geen leuke aanleiding. Een knallende ruzie hier vanwege mijn agressieprobleem dat ik ineens schijn te hebben. Het is inderdaad waar dat er soms een hoop boosheid naar buiten komt. Soms ook in de auto, terwijl ik altijd een snelle, maar niet agressieve of gevaarlijke rijstijl had. Tegenwoordig zou ik, als mij onrecht wordt aangedaan, in staat zijn om dat onrecht terug te betalen met een bewuste aanrijding. Nou ja, ik denk het niet hoor, ik denk dat ik niet minder dan een halve meter op mijn belager zou zitten.

Als het te lang goed gaat, dan bouwt zich spanning op, en die moet ontladen worden. Dus komt er een keer een ruzie. Dan doe je dingen die niet handig zijn, en neem je beslissingen die je woede koelen, en dat voelt heerlijk. Alleen later, als het over is, blijken het niet de beste beslissingen uit je leven. Pas als je die weer hebt rechtgezet, straalt de herfst je weer tegemoet. Iedereen ziet het ook aan je, dat die last van je schouders is. Dan maak je ineens weer een praatje met een vreemde, of je blijft even staan kijken naar een specht die zit te timmeren. Van daaruit kun je weer opbouwen. Tot je weer die arrogante vent bent die anderen weer pijn doet en daar later weer spijt van heeft.

Ik heb ook helemaal niet de illusie dat ik een eigen mening heb. Die mening wordt gewoon gevormd door mijn omgeving, en ik weet zeker dat ze mij er met wat vrouwelijke charme, druk of mindfuck hele andere meningen op na kunnen laten houden. En dat bewustzijn maakt me agressief.

Zelfdestructie

Ik ben vijftig. Dan zou je zeggen, doe eens rustig. Maar ik kan eenmaal niet tegen onrecht, al bestaat dat wellicht alleen in mijn ogen. Als ik baal van een verliespartij van PSV, dan lijd ik, en dat probeer ik alleen te doen. Maar ik ben chagrijnig en op jennende Ajacieden zit ik dan niet te wachten. Hoe dicht ze ook bij mij staan, dat maakt op zo’n moment niks uit, het liefst sloeg ik ze neer. En als het nu alleen kwam door slecht spel, dan was het tot daar aan toe, maar als er wekelijks op cruciale momenten een nadelige scheidsrechterlijke beslissing is, dan maakt me dat pissig. Goed, dat zullen sommigen Calimero of huilie huilie vinden, dat is dan jammer. Als ik ongelijk heb hoor ik de argumentatie wel.

In elk geval, ook thuis wordt de sfeer er niet beter op. Ik ben al niet te genieten maar als Linda dan nog partij kiest voor de verkeerde ga ik door het lint. Dat doet ze in de auto ook vaak als ik loop te schelden op een medeweggebruiker die een lul is. In dit geval stapte ik uit een groepsapp waar de teringlijer zich in bevond. Optyven! Handig is het niet hoor, dat geef ik toe, beter zou het zijn om voor de makkelijke weg te gaan en sportief te doen. Dat zit er bij mij niet in helaas. Ik barst liever dan dat ik buig. You’ll be sorry when I’m dead, and all this guilt will be on your head. Dat ongeveer. Sting begrijpt het tenminste. Maar die was jong toen hij het schreef. Ik ben hier veel te oud voor.

Lifter

Er stond een lifter langs de weg in Nijmegen met een bord Zwolle. Ik stopte en zei dat hij zich vergiste, Nijmegen heette het hier. Was sagen Sie? Het bleek een Duitser te zijn, ik had allang spijt. Maar hij moest dus naar Zwolle en ik naar Vaassen, dus ik kon hem in elk geval 75 km dichterbij brengen. Goed. Hij stapte in en hij vertelde dat hij een wereldreiziger was, die al drie jaar over de wereld zwierf. Echt mijn type. Ik vertelde hem dat ik nooit verder was geweest dan de Canarische eilanden en dat ik niet zo’n reiziger ben. Dat vond hij wel weer goed vanwege mijn footprint. Ik begreep wat hij bedoelde. Hij was nu op weg naar een vriendin die hij nog nooit ontmoet had. Intelligente jongen. Bij Vaassen aangekomen zette ik hem af en hij bedankte mij. Hij was een sympathieke wereldreiziger vond ik. En ik maar werken.

Wolf gezien

Ik liep te dwalen over de Veluwe, 2 uur, 10 km , 14360 stappen, en ik wist op een gegeven moment niet meer waar ik was. Heb ik de laatste tijd vaker.Het probleem was dat de Formule 1 om drie uur zou beginnen dus ik wilde wel graag op tijd thuis zijn. Ik moest vragen aan mensen waar ik was, en wat ik vermoedde bleek waar, ik was een eind afgedwaald. Vaassen, dat is niet naast de deur zei de man, hier ben je in Wiesel. Hij wees me de richting, en dat was dezelfde richting als ik vermoedde. Ik liep door en soms liep ik hard. Het zou toch zonde zijn om de race te missen. Het duurde dan ook kilometers voor ik echt weer zeker wist dat ik weer op de goede weg zat.

Maar…op een tweehonderd meter afstand zag ik eindelijk de wolf. Ik zag wat bewegen in het bos en het was ver weg. Ze had twee tinten grijs, licht en donker en haar welpen liepen erachter. Toen ze me zag riep ze haar welpen tot de orde en trok verder het bos in. Het was ver weg en ik zag ze maar even, maar ik heb haar nu een keer gezien, ik weet nu waar ze woont. Vanaf volgende week mag je het bos een tijdje niet meer in i.v.m. de bronsttijd dus op de laatste dag van mijn zwerftochten is het gelukt. Het was te ver en te kort om een foto te maken, en om heel eerlijk te zijn weet ik het niet 100% zeker, maar ik zou niet weten wat het anders geweest kon zijn. Aan de kleintjes kon ik heel duidelijk zien dat het geen zwijnen waren omdat ze anders liepen, herten hebben geen drie kleintjes, en alles in mij stond op scherp. Dit moet haar geweest zijn.

We gaan eraan! (3)

Ondertussen begin ik hem toch wel te knijpen. We krijgen al bijna de sleutel van het nieuwe huis, maar denk maar niet dat het huidige al verkocht is. Welnee. De dubbele lasten komen er dus aan. De adviseur van de bank deed er nogal luchtig over en zei dat we dat makkelijk een jaar vol konden houden. Hoe die mannen redeneren begrijp ik soms helemaal niet. Denkt hij nu echt dat we 1000 euro per maand + de rest zomaar even dragen?

Vorige week zat ik al te rekenen waar we nog verder konden besparen om het faillissement af te wenden. Nog maar twee keer per dag doortrekken, ventilatoren uit, douchen bij de sportclubs, halve rantsoenen, kinderen in het bos achterlaten, maar nog steeds kwam ik niet aan het benodigde bedrag. Dan moet Linda maar full time gaan werken, zij heeft ons in deze ellende gestort tenslotte. Nou ja, het zal wel loslopen. Vanochtend belde ze me alweer dat er eindelijk weer iemand komt kijken. Alle zeilen bijzetten dit weekend! Alles blinkend schoon, tegels oppoetsen, rode loper uit, tegen elk aannemelijk bod.

Gemiddeld duurt het drie maanden. Wij zijn pas twee maanden onderweg, en er zat vakantie tussen. Komt vast goed.

Een eigen heuvel of rivier.

De jaarlijkse uittocht naar het mooie Frankrijk zit er weer op. Ik ben verliefd op dat land, maar daar vertel ik niks nieuws mee. Of ik een Francofiel ben dat betwijfel ik. Volgens mij houdt een Francofiel ook van Franse kaas en van wijn, maar dat valt in mijn geval erg mee. Twee flessen wijn heb ik gedronken in twee weken, ik ben toch meer een 1664 man. Maar de schoonheid van het land, die ligt besloten in de chaos erachter, vind ik een wonder. Ik hou wel erg van de taal, maar verder moet het er wel zomer zijn, en liefst zinderend heet. Nou ja, zo tussen de 30 en de 35, daar doe ik het voor.

Dan hoor je de krekels, zie je de hagedissen, duizenden vissen, joekels van sprinkhanen, en soms een schorpioen. Je ziet rare scooters op de snelweg, motorrijders in korte broek, wielrenners in noodgang van een afdaling en overal die zelfde dorpjes met een pleintje waar jeu de boules wordt gespeeld. Op een of andere manier denk ik ook altijd dat Fransen intelligenter zijn dan Nederlanders, maar dat heeft vooral te maken met dat ik hun domme gelul niet versta.

Wat ik misschien het mooiste vind zijn de heuvels, die van niemand zijn, waar niemand woont en waar de bomen nog volop groeien. Er zijn er daar zoveel van dat het niet anders kan of er gebeuren daar op de toppen dingen waar niemand weet van heeft. Als ik over de A31 rij, tussen Nancy en Dijon, en ik zie zo’n heuvel, dan zou ik er eentje willen bezitten. Gewoon, van mij. Dat daar niemand mag komen, en dat er een wereld op zichzelf is waar geen Trump is, geen Poetin en geen Rutte. En een klein riviertje, dat zou ik ook willen hebben. Snelstromend, met duizenden vissen en rotsen erin. Een eigen heuvel en een eigen rivier, is dat nu teveel gevraagd?

Ongegrond

St. Laurent du Verdon, 26-07-2019

Linda had me verteld over een Nederlander die kwaad bij de receptie stond te tieren. In het Engels zei hij dat hij zich nog nergens zo niet welkom had gevoeld als hier. Hij had 3500 euro uitgegeven en alles wat ze deden was iemand naar hem sturen die geen woord Engels sprak. Hij eiste de manager te spreken te krijgen.

Ik dacht: oei, da’s lullig.

We reden van de camping af en ons kwam een auto tegemoet. Linda zei: dat is die man die zo kwaad was.

Ik dacht: oei, een Audi.

Vandaag in het zwembad wees Linda me op een kale kerel met één getatoeëerd been die lag te telefoneren. Dat is die man die zo boos was, zei Linda. Hij lag tegenover ons en telefoneerde luidruchtig en langdurig. Absurd lang als je het mij vroeg. Ik lag te lezen, dus zijn gesprek was storend. Ik hoorde hem wat Engelse zakelijke termen gebruiken en een aantal hoge getallen noemen. 75.000-100.000, in die orde van grootte, dus hij moest haast wel belangrijk zijn. Zijn vrouw, die er op een afstand nog wel aardig uitzag in haar knaloranje bikini, was hun kinderen aan het vermaken in het zwembad. Toen ze zich bij hem voegde, was zijn telefoongesprek ook ineens snel klaar. Hij vertelde haar wat hij zojuist had besproken en zij keek verveeld.

Ik zei tegen Linda: ik weet nu al dat wat die klacht ook mocht wezen, hij ongegrond was.

Mijn tweede vaderland

I.v.m. de aanstaande verhuizing heb ik overwogen om de vakantie af te zeggen. Eerst voor het geld, en twee omdat de stress zo was toegeslagen dat ik dacht dat ik er toch niks aan zou hebben. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan en inmiddels ben ik er wel blij om. Voor wie het nog niet wist, we gaan naar Frankrijk dit jaar. Ik dacht, weer eens wat anders. Die afgezaagde reizen over de hele wereld van tegenwoordig. Mexico, Thailand, Peru, het staat me eerder tegen.

Ik ben bang dat ik nooit meer van mijn Frankrijk syndroom afkom. De magie die om het land hangt is sinds de jaren zeventig onverminderd. Alleen de taal al is prachtig. Ik heb de afgelopen twee jaar mijn Frans flink opgekrikt en ik denk dat ik er nu beter in ben dan ooit. Vloeiend is het niet, daarvoor moet je veel meer Frans spreken, maar ik heb de grammatica bestudeerd, mij aangemeld bij Franse websites en ik kijk Franse series op Netflix. Voor mij kan geen enkel ander land aan Frankrijk als vakantieland tippen. Het komt natuurlijk allemaal door vroeger, toen gingen we al naar Frankrijk. Één keertje, in 1978 hebben we een uitstapje naar Italië gemaakt, waarschijnlijk na lang zeuren van mijn moeder, maar dat was snel weer klaar. Wij, dragers van het Mack gen, moeten niets van andere vakantielanden hebben. Zou hij nog leven zou hij er ook nog steeds heen zijn gegaan. Rob Hamilton, een jaartje ouder dan mijn vader, plaatste laatst een foto van wat hij het mooiste pleintje van Frankrijk vindt. Of dat zo is weet ik niet, ik vind het meer een typerend Frans pleintje.

Pleintje in Villedieu, foto geleend van Rob Hamilton

Bomen die volop schaduw geven, een Café du Centre, (dat vind ik een mooie naam, had ook Café du Commerce mogen zijn) ramen met luiken ervoor. Om daar dan te zitten op een warme middag met een koud biertje, daar moet de term God in Frankrijk vandaan komen. Het mooist zou zijn als je er ’s ochtends al zat, met je koffie en je krant, alsof het hele leven niets anders behelst dan die aanblik van zo’n pleintje in de zomervakantie. Frankrijk voelt als mijn tweede vaderland. Mijn vader’s land, zou ik bijna zeggen, want het is tenslotte zijn schuld dat ik hiermee opgezadeld zit. Zijn schuld dat ik niks geef om Chinese muren, Egyptische piramides, verborgen steden in Peru of wolkenkrabbers in Amerika. Geen camper door Canada, geen trekkershut in Noorwegen, ik zal niks van de wereld zien, want Frankrijk trekt aan me, elk jaar weer.

Le Coq est mort

We zijn weer een weekendje in Schubbekutteveen, Drenthe. Wij passen hier op een huis met beesten, paarden, katten, vissen en kippen. Dit jaar was er voor het eerst een haan bij, genaamd Snowball. Een imposant groot beest, die zijn kippen verdedigt, en zo hoog als onze hond. De hond keek wel naar hem maar waagde geen charge.

Vandaag lag ik te luieren op de bank toen Linda ineens binnenkwam en riep: de haan is dood! Toen ze de hond uitliet had die hem gevonden in de greppel. Ik sprong op en liep naar buiten en aanschouwde het treurige schouwspel. Ik weet dat buizerds kippen grijpen, maar een haan? Die is haast groter dan een buizerd. Ik keek net een filmpje en zag een haan een buizerd verjagen. Wat extra vervelend is, is dat ik nu ook nog twee kippen mis. Er is er nog maar eentje. De kippen zullen wel gevlucht zijn, maar die houden zich dan goed schuil. Ik heb al een uur gezocht, tevergeefs.

En de haan? Die heb ik opgepakt, hij voelde nog warm, en begraven. RIP Snowball.

Huis

Ik geloof dat ik in een vlaag van overmoed een bod heb gedaan op een ander huis. Het is eenzelfde huis als waar ik vroeger gewoond heb, dus ik weet precies hoe het eruit zag. Het is nog niet definitief, maar ons bod werd bijna geaccepteerd, u weet hoe dat gaat. Nog even aan het onderhandelen voor de vorm.

Dus nu slaat mij de schrik om het hart. Nu moet ik van mijn luie reet afkomen en actie gaan ondernemen. Ik hoopte nog zo dat iemand zou overbieden zodat ik niks zou hoeven doen. Maar nee. Ik heb kennelijk te hoog geboden. Nou ja, we gaan het zien. Het is gedaan met lang leve de lol. Dus nu is het tijd voor ontspanningsoefeningen.