Een complot waar ik in geloof

Ik heb vaker geschreven over de Bende van Nijvel, maar toen ik door België rijdend een Delhaize supermarkt zag sloeg ik aan het denken en heb ik het mysterie opgelost. Opgelost in de zin van, ik weet hoe het zat, wie de betrokkenen waren en wat het motief was. Ik heb geen bewijzen, dus het blijft een complottheorie.

De Bende van Nijvel sloeg in de jaren ‘80 toe met uiterst gewelddadige overvallen op Delhaize supermarkten, waarbij veel slachtoffers vielen en waarbij zeer weinig geld werd buitgemaakt. Na 40 jaar heeft de Belgische politie het nog altijd niet opgelost en dat op zich is een aanknopingspunt. Het bestaat niet dat onder normale omstandigheden zo’n zaak niet zou zijn opgelost, zeker met de huidige DNA technieken. Er zou allang iemand tegen de lamp zijn gelopen, en de enige reden waarom dit niet gebeurd is, is omdat de Rijkswacht zelf achter deze misdaden zit.

Bewijs is op mysterieuze wijze verdwenen, DNA-materiaal is er niet, verdachten zijn licht verhoord maar niet doorgezaagd. De aanslagplegers waren militair getraind, er verdwenen wapens bij de politie en de bende leek ook op de hoogte van de politie-acties.

Er is één rijkswachter geweest die op zijn sterfbed heeft verklaard dat hij “de Reus” was. Hij voldeed exact aan het signalement en hij bleek vrij te zijn geweest op de dagen van de aanslagen. Bonkoffsky was zijn naam en hij was een van de daders. De politie heeft deze verklaring niet serieus genomen omdat hard bewijs ontbrak en ze zonder bewijs niks konden. Vrijwel alle verdachten uit die tijd zijn inmiddels overleden, sommige zijn uit de weg geruimd omdat ze op het punt stonden verhoord te worden, alles wijst erop dat het de Rijkswacht zelf was. Ook toen bij een overval in 1985 één dader hoogstwaarschijnlijk is geraakt door een politiekogel is dat spoor nooit onderzocht. Administratieve ziekmeldingen uit die tijd zijn verdwenen.

Het motief is wat lastiger, maar ik hou het op Rijkswachters met banden in extreemrechtse organisaties die belang hadden bij destabilisatie in het land, zodat de Rijkswacht meer bevoegdheden zou krijgen.

In elk geval, dit dossier is zo vervuild dat het niet meer opgelost gaat worden, bij een niet vervuild dossier zou er op zijn minst een aanknopingspunt zijn na 45 jaar. Case closed.

Onverantwoord

Ik deed iets waarvan ik dacht dat ik het niet zou doen en het was zwaar onverantwoord. Voor het eerst gaf ik op de terugweg het stuur over aan Linda. Normaal rij ik het hele stuk zelf, maar omdat we nu om 16:00 vertrokken in plaats van wat we normaal doen, 8:00 uur, heb ik om 00:00 gewisseld, toen waren we net voorbij Dijon en ik probeerde nog wat te slapen voordat ik het stuur weer zou moeten overnemen. Dat lukte praktisch niet, maar soms kan vijf minuten genoeg zijn om je weer fit te voelen.

Toen ik mijn ogen opendeed reden we in Luxemburg en net op dat moment wist Linda niet waar ze heen moest. Ik keek snel op het bord en zei direct: “daarheen” en ze vervolgde de goede route. Dat is zo’n beslissend moment in je mannelijke leven, dat je exact op het juiste moment wakker wordt, je binnen twee seconden de juiste richting aangeeft aan je vrouw, en dat ze beseft dat ze zojuist gered is maar jij daar verder niet op terugkomt en je door vanaf dat moment wakker te blijven aan haar laat weten dat ze weer veilig is. Dat onthoudt ze de rest van haar leven, al is het onbewust. Net als al die keren dat ze bewust onthoudt dat je fout gereden bent.

Ze reed door tot een laatste tankstop in Limburg, waar ik het stuur weer overnam. Niet omdat ze moe was, maar omdat ze mij de kans wilde geven. Ik was wel moe en de opkomende zon maakt het er dan niet beter op. Het laatste stuk was afgesloten en ik kon niet over de A50, waar mijn geest rekening mee had gehouden als zijnde het laatste stuk. Nu werd het nog langer en moest ik omleidingsborden volgen door nauwelijks bekend terrein. Het onverantwoordelijke waar ik het eerder over had sloeg dus niet op het stuur over geven aan Linda even na middernacht, maar op het zelf blijven rijden het laatste half uur. Ik vocht tegen de slaap en besefte dat ik waarschijnlijk met drie Duvels achter elkaar op beter zou rijden. Linda sprak mij twee keer op harde en onaangename toon aan zodat ik schrok. Waarschijnlijk omdat ze me stoorde in mijn slaap. In elk geval, ik was blij dat we de oprit op reden, ik stapte uit en ging naar bed en werd vier uur later wakker. Het was 11:00 en ik was nog steeds moe.

Uitzicht

Ik zat net op de veranda en besloot dat het uitzicht dat ik had het mooiste uitzicht was dat ik ooit had, misschien op de borsten van een klasgenote op de havo na. De zon was net onder en Venus stond boven het middelgebergte te stralen. Het zag er ongeveer zo uit, al geeft de foto het slecht weer.

Als je zo zit op een ijzeren klapstoeltje en je ziet dit dan staat de tijd even stil en denk je niet aan het uitzicht dat je thuis hebt, namelijk op het huis van de overbuurman. Als ik thuis in de veranda zit is het iets beter dan dat, maar het komt nog niet in de buurt van wat je hier ziet. Dat geldt ook voor het rijden hier, ik rij vaak twee keer per dag de berg af en weer op. Laatst deed ik het zonder het gaspedaal te beroeren en de rem zo weinig mogelijk. Als een zeepkist ga je naar beneden maar een stuk minder gevaarlijk. Ik zwaai naar mensen die me voorrang geven en ze zwaaien terug. Sowieso zijn ze hier veel en veel beleefder dan bij ons. Ik loop laatst met de hond door het dorp, staat er een jongetje van een jaar of 13 tegen een muur aangeleund, zegt hij tegen mij in het Frans: “U heeft een mooie hond meneer, goedendag.” In Nederland zou ik op zijn best verwachten, “wat een mooie hond heeft u” maar meestal is het: “dat is een mooie hond!” Dat meneer en goedendag kennen wij sowieso niet meer, wat ergens best jammer is.

Mijn opa werd altijd een uitslover genoemd door mijn moeder als hij op de camping liep en iedereen in het Frans groette. Monsieur-dame! Maar dat was gewoon hoe het vroeger hoorde en nog steeds gebruiken ze een soortgelijke beleefdheidsvorm. In Nederland zou je zeker zestig jaar in de tijd terug moeten om hetzelfde te horen. Welke afslag hebben wij toen genomen?

Wat ik fout doe in mijn leven is dat ik maar twee weken per jaar leef zoals ik dat wil, en de overige vijftig zoals dat van me verwacht wordt. Hoe verander ik dat?

Frankrijk

Wat ik vrij apart vind nu ik het zie is het zwembad hier. Als je er niet bij bent zul je het niks bijzonders vinden maar toen we aankwamen was het zwembad wat groenig. Ik zag aanslag op de bodem en tegen de zijkanten en er stond iets in de Franse handgeschreven instructies over dat je er iets in moest gooien. Chloor waarschijnlijk. De eigenaars, een wat ouder stel, zeiden dat ik niks hoefde te doen. En inderdaad, we zijn nu een week verder en het zwembad is helder blauw. De aanslag op de bodem weg is weg, alles weer blauw, echt een vakantieplaatje. De kracht van een filter met chloor.

Het nadeel is wel dat ikzelf ook helemaal wit uitsla. Nog geen spatje bruin ondanks bloedverzengende temperaturen. Maar ik kom ook niet veel in de zon. Scheelt weer zonnebrandcrème. Volgend jaar zoeken we een minder hete plek. Niet eens voor onszelf, maar wandelen met de hond is er amper bij. In de buurt is geen riviertje, tenminste niet deze zomer, dus het is zes kilometer rijden om haar even te laten spelen in het water. Ik wil eventueel wel suggesties maar reacties die iets buiten Frankrijk suggereren worden direct verwijderd. Zeker als het Turkije, Kroatië, Griekenland of Thailand betreft.

Het dorpje met de winkels ligt 300 meter lager. Een genot om erheen te rijden, je auto op het plein te parkeren, een beetje Françaises kijken een boodschap te doen en op de klanken van Enter Sandman weer naar boven te scheuren. Ik weet ik ben er al iets te oud voor en ik weet niet hoelang dit nog door kan gaan zonder finaal voor lul te staan, maar tegen die tijd ga ik wel naar Kroatië.

Bakker

Ik zocht een andere bakker omdat Linda de croissantjes van degene waar we kwamen niet lekker vond. Ik stuurde mijn auto door centre ville en spotte een boulangerie, maar geen parkeerplaats. Ik reed iets door, een overvolle kleine parkeerplaats op maar er was geen plek. Ik draaide om en hoorde een klap. Een stoeprand die ik niet had gezien had een stuk spatbord van mijn auto losgetrokken. Chagrijnig gaf ik er een trap tegenaan en schopte het weer vast. Lichte schade, hoge kosten.

Toen ik een betere parkeerplaats had liep ik naar de bakker. Maar na een kilometer zag ik die nog niet, dus ging ik weer terug. Ik had 100 meter de andere kant op gemoeten. Deze bakker was nog kleiner en ik kocht brood. Zeven euro tachtig. Ik pakte mijn pasje maar de bakker gaf aan dat hij geen pinautomaat had. Ik had een vijfje en wat losse munten maar niet genoeg. De bakker zei dat er een pinautomaat op 35 meter zat. Dat zal ik verkeerd verstaan hebben want het was 350 meter. Ik ging terug, rekende af en reed huiswaarts. Het brood werd in elk geval gewaardeerd, dat was dan nog iets.

Frankrijk is niet geschikt voor Volvo’s. Ze komen de helling niet op en ze waarschuwen niet voor stoepranden. En je kunt ze niet keren op smalle weggetjes zodat ik elke keer 500 meter de verkeerde kant op moet om om te keren. Ik moet een andere.

Bordezac

Ik vraag mij af hoe het leven hier in de winter is.

Het uitzicht is hier prachtig, maar het dorp zelf heeft niks. Ik moet zes kilometer rijden voor een bakker en ook om met de hond water op te zoeken. De riviertjes hier zijn compleet drooggevallen en daar waar ik met Lori heenga staan waarschuwingsbordjes voor sterke stroming. Niet in juli in elk geval, want het water staat ondiep. Aan het strand eromheen zie ik dat het soms een meter hoger staat. Maar misschien wel meer.

Ik heb de helling opgegeven, ik dacht dat ik en de auto er wel aan zouden wennen, maar de stank die de auto voortbrengt als hij naar boven moet komt van de versnellingsbak, en die hou ik liever heel. Hoe ze zulke hellingen hier verzinnen is me een raadsel.

Verder is het weggetje hiernaartoe zo smal dat je niet kunt keren. Ik probeerde het maar ik ramde al een steen met de trekhaak. Het is hier geen omgeving voor Volvo’s. Ik moet weer een Franse auto met handbak hebben. Of een vierwielaangedreven auto, dat lukt ook wel.

Met mijn schouder gaat het goed. Ik heb een hardnekkige blessure waardoor ik lang niet kon badmintonnen, maar de pijn is nu bijna weg. Over twee weken zal ik de mannen op de club die overmoedig waren geworden door mijn afwezigheid weer even op hun plek zetten. Ik doe hier conditie op door te lopen met Lori, dus ze kunnen hun borst natmaken.

Maar in de winter is het hier koud, ligt er sneeuw en kun je hier alleen per sneeuwscooter komen. Toch zou ik het wel willen proberen. Er is hier alleen geen wifi dus werken wordt lastig, maar verder is het hier ideaal voor een kluizenaar. Wat nog beter zou zijn, een huis in een uitgehakte rots, dat hebben ze hier ook. Hoe ze het allemaal doen is me een raadsel, maar ze bouwen hier op de hoogste berg.

Helling

Eigenlijk is het vreemd. We maken een reis van 1200 km en ik bereid het amper voor. Het enige wat ik deed was één bandenspanningscheck en de auto wassen en uitzuigen. Dat is traditie maar het heeft weinig zin. Na een dag is de auto van binnen één grote zwijnenstal.

Vroeger peilden we olie, controleerden we de verlichting en de vloeistoffen en kenden we de regels in het buitenland en stippelden we de route uit. Niks van dit alles. Rijden zoals de Navi aangeeft zodat je je onderweg begint af te vragen waarom je deze weg eigenlijk volgt.

Na 1200 km kwamen we aan, een piepklein dorpje, een smal weggetje waar maar één auto tegelijk door past, en tot overmaat van ramp een enorm steile helling waar m’n auto met grote moeite tegenop komt. Geen asfalt, veel geslip, veel ingrepen van het tractieconrolesysteem, bijna stilvallen en ternauwernood kom ik boven. Linda gaat hier niet rijden. Maar ik ga hier niet geheelonthouden. Dat betekent dat ik alleen de laatste helling stomdronken het stuur moet overnemen. Nou ja, dan is het waarschijnlijk ook minder spannend.

Voorpret

Morgen gaan we weer op vakantie. Vorig jaar met z’n tweeën plus hond, nu gaan dochter en vriend ook mee. Daar was ik niet onverdeeld blij mee trouwens. Niet omdat ze meegingen, maar om de ruimte die ze innemen in de auto.

Ik heb lang geprobeerd om ze met de trein of vliegtuig te laten gaan, maar ze vochten ook lang terug. Uiteindelijk ben ik gezwicht, omdat ik gewoon niet hard genoeg ben. Ik had kunnen volharden en als ze het niet geregeld hadden zou ik zonder hen gaan, zoals vaders van vroeger dat deden. Maar nee, ik schikte in.

Verder ging het vorige maand helemaal fout met het huisje dat we hadden geboekt. We kregen het bericht dat we het geannuleerd hadden en we zouden de aanbetaling van €800 kwijt zijn. Dat heeft nog voor de nodige razernij gezorgd in dit huis. Gelukkig kwam het allemaal weer goed.

Toen kwamen de hittegolf en de bosbranden en wederom kregen we de nodige stress in plaats van voorpret. Ik kwam erachter dat ik mijn vakantie niet helemaal goed had aangevraagd, dus ik moest werken tot de laatste dag, en had alleen vanavond om in te pakken en voor te bereiden.

En we kwamen er vorige week achter dat ons reeds lang geboekte hotel voor de tussenstop helemaal niet op de route lag. Dus moet ik over Parijs en vijftig kilometer om, om er te komen. En nu denk ik er ineens aan dat ik helemaal niet getankt heb, dus dat moet morgenvroeg nog.

Als dit geen geweldige vakantie gaat worden weet ik het ook niet meer.

Tussendoortje

Ik schreef eergisteren een logje, ik wilde het opslaan maar wiste het per ongeluk. Waarschijnlijk wist mijn onderbewuste dat het niet geplaatst moest worden. Er zaten wat complimenten aan mezelf in verwerkt, en daar houdt mijn onbewuste kennelijk niet van. Het waren complimenten die ik die dag kreeg, wel drie, twee van collega’s en één van een escortgirl die ik had laten komen, dus daar moet je ook niet over in detail treden. Nou ja, goed dan, ze vond m’n oprit zo netjes.

Ik zit nu te wachten op de helpdesk, want ik ben voor de tweede keer deze week geblokkeerd op de systemen van mijn werk. Het enige wat nog werkt is mijn telefoon. Een collega heeft een ticket moeten aanmaken want zelfs dat ging niet meer. En het gebeurde beide keren na een verandering van mijn wachtwoord. Dan zullen ze bij IT wel denken dat ik het fout doe, maar dat denken ze daar altijd, zij voelen zich hoog verheven boven de gebruikers. Maar het systeem werkt gewoon niet, het ene password verandert wel, het andere niet en voor je het weet ben je geblokkeerd. En de reset optie werkt ook niet, want je mag je password niet veranderen binnen 48 uur nadat het veranderd is. Dombo’s.

Gisteren haalde ik wederom een AI cursus doordat ik de meerkeuzevragen kon kopiëren, ze in Co-Pilot kon plakken en zo het juiste antwoord kreeg zonder dat ik wist waar het over ging. Na afloop kreeg ik een certificaat dat ik op Linked-in kon plakken. Even overwoog ik het te doen, totdat ik de standaard tekst zag die ze erbij hadden gezet, toen overwoog ik niet meer om het te doen. Dat was mijn bewuste, dat hetzelfde zag als mijn onderbewuste, namelijk dat ik en vooral het bedrijf volgens de tekst fantastisch waren. Daar moet je bij mij niet mee aankomen. Ik heb tien jaar avondschool gedaan, gezwoegd, me dingen ontzegd om uiteindelijk een diploma’s te halen waar je nooit iets mee doet, en dan zou ik zo’n flutcertificaat dat je in drie kwartier haalt, en dat je met AI ook nog kon bewerken, op Linkedin posten? Nee, het is een grote nepwereld aan het worden, ik doe daar zo weinig mogelijk aan mee.

Overigens, ik schrijf dit tussendoortje even snel en ik zie dat er een optie is om de tekst te verbeteren met AI. Dit zijn de suggesties:

AI-assistent

  • Overweeg om de structuur van de post te verbeteren door het gebruik van tussenkopjes, zodat de lezer makkelijker door de tekst kan navigeren.
  • Probeer de zinnen iets korter en duidelijker te maken. Lange zinnen kunnen de lezer verwarren of afleiden.
  • Denk erover om meer context te geven over de complimenten en hoe ze je beïnvloedden; dat kan de emotionele impact van de post versterken.
  • Voeg enkele reflectieve zinnen toe om de boodschap van de frustratie beter over te brengen; dit maakt het persoonlijker en creëert meer verbinding met de lezer.
  • Overweeg om een conclusie of een afsluitende gedachte toe te voegen, zodat de lezer met iets blijft hangen na het lezen.

Waardeloos! Nepwereld!

Erfenis.

Op dinsdagavond ga ik naar mijn moeder. Dat doe ik al jaren en soms is het een opgave. Vroeger bleef ik tot twaalf uur, maar dat werd me te gek. Mijn moeder is niet makkelijk voor zichzelf, ze is eenzaam en somber. Maar meestal, niet altijd, is ze aan het eind van de avond wel weer opgeknapt, zelfs van maagpijn en hoofdpijn. Ze neemt de last van de wereld op haar schouders en grossiert in negativiteit en maakt problemen die er niet zijn. Bijvoorbeeld de erfenis. Als ik ergens niet op zit te wachten is het een erfenis. Maar mijn moeder wil toch wat nalaten, want mijn opa en oma hadden ook al niets nagelaten.

Dat ziet ze echt verkeerd. Mijn opa en oma hebben mij -en alle andere kleinkinderen- ontzettend veel nagelaten. We zagen ze elke twee weken en misschien vaker. Ik heb vaak bij ze gelogeerd en dan kreeg ik een superstrak opgemaakt bed met lakens en dekens. Ik kreeg ontbijt met donkerbruin brood dat mijn opa elke dag bij de bakker haalde. Ik kreeg pindakaas van een ander merk dan wij hadden. Ik speelde monopolie met mijn oma. Ze gingen ‘s zomers bijna vier weken met ons op vakantie naar Zuid Frankrijk. Wij mochten dan om beurten een stuk bij hun in de auto. Ik beklom de Dom met mijn opa en ik ging met ze met de bus naar Hoog-Catharijne. Ze waren altijd blij als we kwamen. Ze hadden een rijtjeshuis met een kachel en een golfplaten overkapping waar je kon zitten als het goot. Hoezo heb ik geen erfenis gehad?