Carnaval

Toen ik hier net woonde, we schrijven februari 1983, werd op school iets voor carnaval georganiseerd. Aggemaorleuthed. Ik deed er niet aan mee. Meneer van Mourik, toen mijn leraar Duits, zei teleurgesteld: hebben we een Brabander in de klas, houdt-ie niet van carnaval. En zo was het en is het nog steeds.

Vaassen heeft intussen de grootste carnavalsvereniging van Nederland. U hoeft het niet na te zoeken, het klopt. Het dorp staat hier op zijn kop. Mensen hangen een week de carnavalsvlag uit. Om goed carnaval te kunnen vieren moet je een steekje los kunnen laten. Ik mis dat vermogen, misschien wel helaas. Ik moet er verre van blijven. Ik moet ook eerlijk zeggen dat het me een beetje steekt dat carnaval zo’n allemansfeest is geworden. Ik vond het wel een mooie katholieke traditie, die paar dagen zotten voor de 40-daagse vastentijd. Tegenwoordig is het wel de lusten, niet het vasten. De muziek is al helemaal niet om te harden. En ik moet ook eerlijk zijn, ik heb ook niet de conditie om vier dagen te kunnen feesten. Ik vind het onbegrijpelijk hoe ze dat volhouden.

Ach, ik heb altijd al meer van natuur gehouden dan van grote mensenmassa’s. Ik ben gauw tevreden. Zet mij op een onbewoond eiland met Doutzen Kroes en je hoort mij de eerste veertig dagen niet.

Vandaag, de 21e

Vandaag, de 21e, is het 35 jaar geleden dat mijn vader overleed. 75 zou hij anders zijn. 35 jaar is waarachtig een hele tijd. Het is langer dan de langste gevangenisstraf en het wordt voor mij levenslang. Ik kan wel zeggen dat het de meest traumatische gebeurtenis in mijn leven is geweest, mede doordat er geen begeleiding was en iedereen kennelijk dacht dat dit soort dingen vanzelf, met de tijd weer goedkomt. Nou, dat dacht ik toch niet. Als zoiets op zo’n leeftijd gebeurt en je moet door zonder dat je behandeld wordt, komt dat verstopte trauma aan alle kanten naar buiten. Als je het ene lek plakt, komt er op de andere plek een scheur. Het trauma laat zich niet wegstoppen, het wil aandacht.

Met levenslang bedoel ik dat ik het nooit meer zal vergeten en dat hij de belangrijkste man in mijn leven blijft. Het ergste leed is door mij geleden, en uiteindelijk is het goedgekomen. Ik ben niet ongeschonden, dat zeker niet, wat er gebeurd is heeft mij gevormd en heeft mij geleerd. Alles wat ik denk en voel is mede bepaald door deze dag, 35 jaar geleden.

Voor hem is het al lang voorbij. Voor hem moet de aanloop ernaartoe nog erger zijn geweest. Het besef je gezin achter te moeten laten, hij moet daar ook een trauma hebben opgelopen. Ik woon nu vlak bij het huis waar het zich allemaal afspeelde. Soms loop ik er langs met de hond. Vijftig en toch nog kind ben ik. En toch ben ik niet zielig. Integendeel. Ik ben blij en trots dat hij mijn vader was, en dat ik ook zijn kanten ken waar hij moeite mee had. Ik had toen geen idee, maar nu, nu ik ouder ben dan hij, snap ik ze. En omdat ik ze snap, doe ik die dingen anders. Voorzover ik dat sturen kan natuurlijk. Sommige dingen overkomen je. Soms zie je je zelfs aankomen en soms laat je ze maar gebeuren.

Belangrijk

Een ex-collega van lang geleden riep vandaag mijn hulp in. Ze heeft een hoge opleiding maar heeft gekozen voor het moederschap. Ondanks dat haar man de kost verdient en zij het huishouden doet, was er iets gaan knagen. Haar gevoel van eigenwaarde leed er kennelijk onder ofschoon ze veel andere dingen ondernam. Zelfspot was haar niet vreemd als ze weer eens zei dat ze op de zak van haar man teerde. Ik zag er nooit zo het probleem van in. Ik zei haar dat zij net zo goed zorgde voor het inkomen, want ondanks dat het een traditionele opvatting is, als het gezin niet draait ben je als man kansloos. Misschien meer om dat gevoel van nutteloosheid uit haar hoofd te praten. Ik weet niet hoe ik het zelf zou vinden in een omgekeerde situatie.

Ze appte me vanochtend, ze had een sollicitatiebrief geschreven en of ik die wilde nakijken. Het enthousiasme spatte ervan af. Ik verbeterde in rood zodat ze kon zien waar ik veranderd had en zelf kon bepalen of ze mijn verbeteringen wel verbeteringen vond. ’s Middags appte ze me weer. Ze had de brief na mijn verbeteringen ook aan een vriendin doorgestuurd, die ook weer in rood had zitten verbeteren. Maar ze had daar een beetje spijt van omdat ze nu in de war werd gebracht. En of ik daar nog wilde kijken, want ze vertrouwde in dit geval meer op mijn kijk op deze zaak. Ik heb het nogmaals nagekeken, en erbij gezet of ik het een goede verbetering vond of niet. Ze appte me later dat ze er helemaal gek van werd, en dat ze mijn eerste versie wel zou gebruiken. Ik zei: wacht even, ik maak de brief wel kant en klaar en nam een paar suggesties van de vriendin over. Ik mailde hem terug en ze was blij.

Zojuist, tijdens het schrijven van dit logje stelde ze weer een vraag over de brief. Of dat en dat wel goed was. Ik zei dat het goed was, en weg met die brief nu. Ik snapte ineens waarom dit belangrijk was. Daarom nam ik hier ruim de tijd voor op mijn werk. Zojuist stuurde ze me de ontvangstbevestiging door.

Ontdekkingsreis

Ik liep met de hond en lange lijn door het bos. Ik was om half vier weggegaan en ik probeerde te dwalen. Als ik dwaal dan kan ik de weg terug immers niet meer vinden en ik had maar twee uur nodig voor het donker werd. En in het donker mag je er niet meer zijn, welkom avontuur!

Een nieuw pad nemen is genoeg om aan het dwalen te slaan, hoewel ik het gebied nu aardig begin te kennen. Het is verder naar het westen nog veel groter, maar als ik daarheen zou gaan zou het geen overmacht meer zijn, maar een bewuste keuze dat ik in het donker zou eindigen, en dan telt het niet. Nee, ik dacht al na over een slaapplaats tussen de dennen. De hond zou mij moeten beschermen tegen de wolven. (nou ja, je moet je leven zelf opleuken) Ik liep en ik liep en tot mijn grote irritatie kwam ik weer op een weggetje dat ik kende. Zo was er natuurlijk niks aan. Ik nam het weggetje niet, maar een nieuw pad. Het begon al een klein beetje te schemeren. Een wild zwijn was tussen de dichte bebossing naar eten aan het scharrelen. Randi rook hem, ik zag hem. We liepen door naar het oosten, want daar moest ik immers naar toe. Zolang ik mijn best deed om terug te komen was het geen vals spelen. Ik liep over een kronkelend pad en zag bij een zijpad een bordje “geen toegang”. Het leek op een steppe. Ik ging er natuurlijk wel een stukje in, want het is mijn bos tenslotte. Ik erger me al dood als ik iemand anders tegenkom -twee mountainbikers en iemand met een groene trui- want dat doet afbreuk aan mijn avontuur. Een volgend zwijn had ons in de gaten en bleef doodstil staan kijken. Ik zag hem, de hond rook hem. We liepen door. Nu begon het toch wat meer te schemeren en nog even en ik zou mijn overlevingsvaardigheden moeten aanspreken. Nog steeds had ik niet echt een idee waar ik precies was, het enige dat ik wist was dat ik in de juiste richting liep.

En net toen ik dacht, ik ga een noodsignaal versturen, zag ik de weg weer. Nondejuu, weg avontuur. Ik liep richting auto, en de boswachter reed mij zachtjes voorbij in zijn terreinwagen. Hij zwaaide, ik zwaaide terug. Bij de auto aangekomen bleek ik niet eens de laatste. Er waren dus nog grotere avonturiers dan ik in het bos. Potverdorie. Hing er nog een briefje bij de parkeerplaats ook, dat ze in verband met het toenemende aantal toeristen van de laatste jaren, de paden gingen verleggen om het bos te beschermen. Hoe kan ik nu ooit een ontdekkingsreiziger worden? Het wordt me gewoon onmogelijk gemaakt!

Zoete herinneringen

De laatste tijd lees ik in bed mijn eigen weblog archieven. Omdat ik het zelf heb geschreven leest het erg makkelijk. Ik ben begonnen in 2004, maar toen leek het nog nergens op. Domme verhaaltjes van een verlate puber. Maar een paar jaar later begint er vorm in te komen. Ik heb nu 2010 gelezen en ben in 2011 aanbeland. Het waren de laatste hoogtijdagen van weblog want je zag veel bloggers al verdwijnen naar Twitter en Facebook. Maar wat ik mij nooit heb gerealiseerd is hoe waardevol die archieven zijn. Ik kan me vrijwel elk logje wel herinneren als ik het weer lees, maar dat neemt niet weg dat ik het compleet vergeten was.

Die eerste jaren met mijn kinderen bijvoorbeeld. Er staat beschreven hoe Hans vroeger praatte. Hij noemde me nog geen Jack, maar papa. En hoe ontroerend zijn avonturen zijn. Zoals die keer dat het hem maar niet lukte om op vakantie een speelkameraadje te vinden. Op mijn instructies struinde hij de camping af, maar de kindjes die hij aansprak wilde dan niet met hem spelen omdat ze hem niet verstonden of omdat ze al met elkaar aan het spelen waren. En dat ik hem toen ’s avonds maar meenam naar het voetbalveldje om te kijken, en waar een oudere jongen met een PSV-shirt (Hans kende PSV nog niet) vroeg of Hans mee wilde voetballen. En dat hij zei: “dat mag niet van mijn papa” (ik vond hem te klein en de jongens schoten te hard) maar dat hij ondertussen zijn voetbalshirtje was gaan halen en op blote voeten mee mocht doen, en de PSV jongen hem een aantal keer liet scoren….Wat een kindergeluk!

En Tammar, ik las haar altijd voor uit een boek waar plaatjes van etenswaren in stonden, en dat ik dat zogenaamd wilde opeten, maar dat ze die dan snel voor mijn neus weggriste. Schateren. En dat ik dan nog een liedje voor haar zong als ze al in haar trappelzak in haar bedje lag te luisteren met haar duimpje in haar mondje. En dat ik het liedje: zachtjes gaan de paardevoetjes zong, en dan soms een woord weg liet zodat ze het kon invullen. “Het is het paard van….” En dan fluisterde ze: Sinterklaasje….

Ik zag het ineens weer voor me allemaal. Het is zo hard gegaan, maar ik was er bij om de herinneringen vast te leggen. Is dat niet waar schrijven voor bedoeld was?

Gedoe

Mijn zoon had met een vriendje een pesterijtje uitgehaald op instagram. Een fan-account aangemaakt van een meisje in zijn klas, met haar foto erbij en iets dat hij verliefd was op haar. Dat was niet zo, maar in de klas gaat het verhaal rond. Er was al een keer eerder een fan-account aangemaakt voor Hans en haar, maar dat hij niet zelf gedaan.

Vader van het meisje belde Hans om te vragen of hij het was, en had daarbij het dreigement geuit dat hij naar de politie zou gaan. Hans had in eerste instantie ontkend, maar vijf minuten later had hij tegenover het meisje toegegeven dat hij het wel was en sorry gezegd. Hans was van streek door het dreigement van de man en biechtte aan Linda op dat er iets was gebeurd. Daarop heeft Linda ’s mans voicemail ingesproken en even later belde hij terug.

Vooropgesteld dat het niet goed is wat Hans deed en dat het goed is dat een vader voor zijn dochter opkomt, maar hallo zeg! Wat had hij nu helemaal gedaan? Linda had de telefoon op de speaker en ik zat mee te luisteren. Hij had een spoedgeval dus hij was even een halfuurtje weg vandaar dat hij eerder de telefoon niet kon opnemen. Hij benadrukte dat het een echt noodgeval was, maar Linda hapte helaas voor hem niet, anders hadden we nu geweten wat het noodgeval was.

De man stak van wal op een toon die me niet lekker zat. Ik ga hier altijd met open vizier in, zei hij. Bedoelde hij nu op een eerlijke manier of bedoelde hij dat hij ons in het vizier had? Zijn dochter had ook een naam die me niet lekker zat. Verdorie, wie noemt zijn dochter nu zo? Hij nam het hoog op en eiste excuses, want anders zou hij naar de politie gaan. Linda liet hem begaan en zei dat Hans ervan was geschrokken, wat ook echt zo was, en dat hij zijn excuses aan zou bieden aan zijn dochter. Hij wilde ook excuses van het vriendje van Hans. Linda gaf aan dat ze hem zou bellen, maar dat ze zijn moeder niet was, dus daar niet voor in kon gaan staan. Maar Hans zou het doen, en hij was zo geschrokken dat ze dacht dat het niet meer zou gebeuren. Waarop de man zei dat hij zeker wist dat het niet meer zou gebeuren, anders ging hij naar de politie, en wij wisten zeker ook wel hoe de politie tegenwoordig fel op dit soort dingen was. Als Hans zijn excuses zou maken zou hij het er voor deze keer bij laten zitten.

Ik zat te shaken op mijn laptop. Straks kwamen ze Hans ophalen. Een misdrijf heeft hij gepleegd van het laagste soort. Ik had het al een beetje gehad met het gedoordram van de man. De politie ziet hem al aankomen. Een nepaccount aangemaakt, een foto van haar erbij en een hartje Hans. Nou nou. We hebben een pedofiel te pakken hoor. Hans was er van streek door. We hebben hem maar gerustgesteld. Gezegd dat hij zijn excuses moest aanbieden en het niet meer moest doen. Maar dat hij niet door het stof hoefde alsof hij iets super ergs had gedaan. Dit zeiden we omdat we bang waren dat het meisje trekjes van haar vader had. En dat papa en mama vroeger allebei ergere dingen dan dit hadden gedaan in onze jeugd.

Ik zocht de beste man eens op op internet. Een noodgeval, dan zal je toch wel bij de brandweer werken? Nee, in een kledingwinkel. Hij had een profielfoto met een hand onder zijn kin, nondejuu. Als ik iets irritant vind zijn het wel mensen met een profielfoto met hun hand onder hun kin. Verder zat hij bij de hockeyclub en kwam ik als faceboekvriend een man tegen die vroeger mijn baas was. Een van de grootste paardelullen die ik ken. Wat een zak hooi was dat zeg. Goed, ik moest ook even mijn gelijk halen.

Linda liet zich tijdens het telefoongesprek niet uit de tent lokken, wat ik nog knap vond, want dat was de beste manier om de man te kalmeren. Ik zou misschien zo stom geweest zijn om te zeggen dat het ergens ook wel weer meeviel wat er gebeurde. Maar wat is er toch aan de hand tegenwoordig? Dit was een pesterijtje. Ik ben vroeger wel erger gepest dan dit, en niet alleen ik, maar daar moesten we mee omgaan. Vroeger kreeg ik wel eens op mijn sodemieter, tja, dat was dan zo. Ik kreeg wel eens een schop van een ouder als ik kattenkwaad uithaalde. Tja, dan deed ik het niet meer. Op je werk kon je baas vroeger ook wel eens boos op je zijn. Goed, dat was dan zo en dat ging wel weer over. Nu volgen er correctiegesprekken met H.R. erbij. Het zijn gekke tijden.

Waarschuwing voor de scheepvaart

Vandaag liep ik 11,8 kilometer met de hond, bijna 18000 stappen in twee uur en een kwartier. Ik kwam onverwacht uit in Vierhouten, en toen moest ik nog vier kilometer terug naar de auto. De rest van de dag was ik behoorlijk gesloopt, maar dat kan ook komen doordat ik pas om half drie op bed lag. Evengoed viel het me tegen die kilometers over de toendra’s van de Veluwe.

Morgen gaat het helemaal niks worden met lopen in het bos. Het gaat stormen. Het KNMI verwacht in het hele land windstoten tot 120 km/u. De internet sites die veel clicks nodig hebben verwachten windstoten tot 140 km/u. 117 km/u komt overeen met windkracht 12. Windstoten van 117 km/u betekent overigens niet dat het windkracht 12 is. Daarvoor moet het tien minuten lang gemiddeld waaien met windsnelheden van 117 km/u. We zullen dus morgen waarschijnlijk met windkracht 10 te maken hebben. Nog steeds uitkijken geblazen, en niet in het bos gaan lopen. Maar op het strand zal het mooi zijn.

In januari 1990, in mijn herinnering de zwaarste storm die ik ooit meemaakte werd het net geen windkracht 12, ondanks windstoten van 150 km/u. In 1944 is er één keer windkracht 12 Beaufort gemeten, dus is het erg zeldzaam.

Ik vroeg mij vroeger altijd af waarom windkracht maar to 12 Beaufort ging, terwijl er in de tropen toch regelmatig windstoten van 300 km/u zijn. Het wereldrecord ligt zelfs boven de 400 km/u. De oorzaak hiervan is gelegen in de vroegere scheepvaart. Windkracht werd afgemeten aan hoe het schip en de zeilen zich gedroegen. Windkracht 6 is de eerste windkracht waarbij niet meer met volle zeilen gevaren kan worden. De zeilen moesten gedeeltelijk gereefd worden. Windkracht 11 is de laatste windkracht waar nog een stormzeil kan worden gevoerd om te proberen aan de storm te ontkomen. Bij windkracht 12 moet een drijfanker uit en kan geen enkel zeil meer gevoerd worden. Voor de scheepvaart is het vanaf windkracht 12 klaar.