Henkie

Kent u Henkie de Jong? Nee? Hij voetbalt bij Barcelona en het hele land is lyrisch over deze verlosser. Vorige week nog fel bekritiseerd, maar gisteren speelde hij werkelijk de sterren van de hemel. Barcelona won maar liefst met 5-1 van de kampioen van Hongarije, Ferencváros, u kent ze wel. Van die vijf doelpunten gaf Henkie maar liefst één assist. Niet alleen ik, maar ook de nieuwssites zijn lovend. “Weergaloze assist Henkie helpt Barcelona aan overwinning” stond er. 5-1. En weergaloos was die assist hoor. Vanuit ongedekte positie passte hij de bal van vlak voor het strafschopgebied naar ongeveer de penaltystip waarbij een onbeduidende medespeler de bal alleen nog maar hoefde in te tikken. Dat mocht geen naam hebben, dat was verder elke speler gelukt. De pass deed me in alles denken aan de weergaloze pass van Frank de Boer op Dennis Bergkamp. Of aan die van Muhren op van Basten. Of die van Krol op Cruijff.

Nee, Barcelona heeft niet voor niets 70 miljoen betaald voor deze geweldenaar. Vorige week nog, in Oranje gaf hij een werkelijk schitterende pass op Memphis, maar laatstgenoemde sukkel kon de snelheid en de korte afstand waarover deze pass gegeven werd natuurlijk niet verwerken en de bal ketste af. Dat leidde tot balverlies waaruit de 0-1 voor Italië ontstond. Waarom Memphis er nog instaat is me een raadsel. We moeten meer Henkies hebben. Van die gedreven jongens met het vizier naar voren, waarop de natie trots kan zijn. Henkie de Jong, nu al groter dan Van Basten. Nog maar even en hij gaat ook Cruijff voorbij. Schitterde ook in het met 7-1 verloren duel tegen Bayern, zonder Henkie was die wedstrijd zeker met zes of vijf één verloren gegaan. Ik zeg, Nederland wereldkampioen. En dan overschat ik Henkie niet. Want daar houden we niet van in Nederland.

Pikkedonker

De kroondomeinen zijn gesloten voor publiek, niemand mag erin. Alleen de doorgaande wegen naar Elspeet zijn voor wandelaars en fietsers nog open. Auto’s mogen er niet komen behalve overdag, het eerste stuk. Het irriteert me dan ook mateloos als ik de fiets pak en in het donker toch een auto tegenkom die op zoek is naar wild. Doe ik al die moeite, komt er weer zo’n patjakker. Waar is dan de boswachter?

Ik fiets dus door tot achter de slagboom, waar sowieso geen auto’s mogen komen. Het miezerde zachtjes, en je zag geen hand voor ogen. Het licht van mijn fiets deed het wel maar niet als je stilstond. Ik kon dus een paar meter voor mij kijken maar verder zag ik niets. Wilde zwijnen en wolven zie ik toch liever wat eerder dan op het laatste moment. Toen ik op de Hoge Duvel fietste ging de sage over de bosgeest van de Hoge Duvel door mijn hoofd. Ossaert met zijn vurige klauwen die nietsvermoedende reizigers ’s nachts de stuipen op het lijf jaagt en zijn troep huilende wolven achter je aan stuurt. Haha, wat een onzin. Toch keerde ik daar weer om en was blij dat ik weer het bos uit was. Ik ben verder niet bang uitgevallen maar angst is een slechte raadgever, zeggen ze. Maar ik geloof dat mensen zich niet voor niets laten leiden door angst. Het is niet alsof je in sommige situaties een keuze hebt tussen je verstand en je angst. De angst neemt het gewoon over en dirigeert je het donkere bos uit. Als de wolven achter me aan waren gekomen had ik ook nog moeder Maria aangeroepen. En wie weet wat angst nog meer kan veroorzaken. Zou u alleen de nacht doorbrengen in een huis waarvan ze zeggen dat het er spookt? Ik niet hoor. Terwijl ik weet dat geesten niet bestaan. Tenminste, 99% zeker van niet.

Zo’n dag met Lubach

U kent wellicht het veelgeroemde programma “zondag met Lubach”. Ik zag er wel eens fragmenten van voorbij komen in DWDD, en daardoor wist ik dat het niet voor mij is. Natuurlijk, zijn grapje over Trump en The Netherlands Second was briljant, maar verder vind ik het een heel slap aftreksel van Van Kooten en de Bie. En door die vergelijking ben ik eigenlijk al te positief.

Eigenlijk zou de vergelijking met Humberto Tan’s Late night show meer op zijn plek zijn. Makkelijk scoren is wat beide mannen doen. Humberto deed het door onderwerpen te kiezen die die dag al voor veel opschudding hadden gezorgd, Lubach doet het door een niet kritisch publiek voor te schotelen wat ze graag willen horen. Er worden wat overduidelijk domme opmerkingen van iemand belachelijk gemaakt, en het publiek krijgt het idee dat zij wel voor vol worden aangezien door Lubach, en kan na de uitzending met intellectueel voldane gevoelens naar huis.

Ik hou er niet van. Het komt niet in de buurt van wat Koot en Bie deden, die niet een specifiek persoon pakten, maar door middel van een briljant gekozen typetje iemand persifleerden die voor iedereen te herkennen was als zijnde de buurman of iemand die ze kenden van de vereniging. En dat is wat me een beetje tegenstaat aan Lubach. Hij past zich iets te makkelijk aan aan deze tijd waarin afzeiken op afstand al de norm is geworden. Het was weer zo’n dag met Lubach, denk ik dan.

Lading

Ik vind het woord fatsoen een beetje een achterhaald jarenzestigwoord. Alsof het gepredikt werd in de kerk. Om je stil te houden en je in het gareel te laten lopen. Een beetje vies woord vind ik het zelfs. Ik associeer het gelijk met fatsoensrakker. Zo iemand die van fatsoenlijk zijn een wedstrijd maakt maar de kat in het donker knijpt. Normen en waarden, ook zo iets. Als je die predikt vertrouw ik je niet.

Het probleem met fatsoen, normen en waarden is dat je ze niet moet uitspreken maar uitdragen. Voor fatsoen weet ik geen ander woord, maar voor normen en waarden zou ik principes kunnen invullen. Je moet bepaalde principes hebben. Er moeten dingen zijn die je principieel afkeurt en niet zou doen, ongeacht hoeveel geld je ervoor krijgt (van John de Mol.) Nu kun je met principes ook al gauw uitgemaakt worden voor principiële lul, wat ik weer associeer met iemand die weigert harder dan de maximumsnelheid te rijden en zo al het verkeer achter hem ophoudt. Kortom, de woorden zijn niet goed.

Aan de andere kant is de inhoud van deze begrippen wel prima. Als je je fatsoen kunt houden dan betekent dat bijvoorbeeld dat als je Hugo de Jonge ziet uitstappen uit zijn auto, dat je dan niet “kinderverkrachter” roept. Want afgezien van dat het onfatsoenlijk is, maar dat is een raar woord, is het asociaal maar dat is weer te zacht uitgedrukt. Paardenlul is ook nog te zacht uitgedrukt, eigenlijk ben je te slecht om in leven te blijven. Volkomen nutteloos en tot last van de samenleving, dat komt meer in de buurt. Als ik Hugo de Jonge zou zien uitstappen en iemand in mijn omgeving zou ‘kinderverkrachter’ roepen zou ik verbijsterd zijn. Als ik het zou hebben zien aankomen zou ik hem de mond gesnoerd hebben. Ik vind eigenlijk dat je zo iemand met een welgemikte vuistslag in één klap knock-out mag slaan.

Dit is wat ze laten zien op tv. Je zou haast de indruk krijgen dat het fatsoen ver te zoeken is momenteel. Ik hoop dat het in het echt nog enigszins meevalt. Ik heb ook wel eens plaatsvervangende schaamte gehad omdat iemand Louis van Gaal van dichtbij uitschold terwijl die handtekeningen stond uit te delen. Van Gaal reageerde niet, alweer 25 jaar geleden, en al was van Gaal toen mijn vriend niet, hij verdient wel respect. Ook zo’n woord met een lading. Alle woorden die we nodig hebben om de glijdende schaal waarop we zitten, het hellende vlak waarop we ons begeven, te laten keren, hebben een rare lading. Voor mij tenminste. Fatsoen, normen, waarden, principieel, respect.

Hou gewoon je bek en ga wat doen. Dat zou mijn advies zijn.

Soep met ballen.

Ik heb al wel eens genoemd dat wij gedwongen worden om onze vrije dagen op te nemen. Wettelijk niet toegestaan maar onder dreiging van ontslag. Niet zo fraai maar aan de andere kant ben ik na de zomervakantie al twee weken vrij geweest en morgen gaat mijn derde week in. Nu maakte ik mij al wel een beetje zorgen over het werk dat af moest, maar aan de andere kant, niet mijn probleem. Dan loopt het maar in de soep, het was niet mijn idee.

Mijn baas is deze week vrij, zelfde reden, maar ik ga morgen toch maar werken ondanks dat ik vrij ben. Dan kun je concluderen dat ik plichtsgetrouw ben, of dat ik hart voor de zaak heb, of dat ik ons team niet in de steek wil laten, maar je kunt ook concluderen dat ik de ballen niet heb om het eens goed in de soep te laten lopen. Of dat ik mijn bonus niet mis wil lopen, al is het dat laatste absoluut niet.

De waarheid is dat ik wel blij ben dat ik morgen geen vrij neem vanwege een achterstand. Stel nu dat ik zoveel vrij was en er ontstaat geen achterstand, wat zegt dat over mijn werk? Moet je toch ook niet aan denken.

Lockdown

Wat Rob Hamilton beschrijft, over het sikkeneurig worden van het gewauwel over mondkapjes, heb ik ook. Wel net iets anders. Ik heb het met het gewauwel over corona. En niet in de laatste plaats mijn eigen gewauwel erover dat ook niet erg opschiet. Ik lees redelijk veel en vooral dingen die in mijn straatje passen. En ik ben kritisch. Maar waarom eigenlijk? Wat is het nut? Echt helemaal niks. Ik ben toch zo weer om te praten door een sympathiek mens als Gommers of Kuipers. En als die vinden dat er snel een lockdown moet komen, dan heb ik daar toch niks tegenin te brengen.

Dus als die mannen zouden zeggen, Mack, draag dat mondkapje nu maar, dat is echt beter, dan ga ik het zonder tegenzin doen. Want ik heb eenmaal een zwak voor geleerde, sympathieke mannen. Voor sympathieke vrouwen heb ik ook een zwak, die hoeven niet eens geleerd te zijn. Maar over lockdown gesproken, we gaan in een lockdown omdat we ons niet aan de maatregelen houden. Dat wordt gezegd. Als we niet in een lockdown gingen kwam het doordat we ons zo goed aan de maatregelen hielden. Zo hebben ze dus altijd gelijk. En nu hebben we ons niet goed aan de maatregelen gehouden, dus moet er ook een mondkapjesplicht komen. Terwijl die mondkapjesplicht er niet was toen we de eerste golf te boven kwamen. In België hebben ze vandaag relatief fors meer besmettingen dan Nederland ondanks hun mondkapjesplicht. In Duitsland dan weer veel minder. Ligt het dan aan de mondkapjes?

Goed, wat er in lockdown moet zijn de sociale media. Met de belofte ze weer open te gooien als iedereen zich aan de regels houdt. Gegarandeerd dat het virus dan niet meer bestaat over drie weken.

Dood door schuld

Er lag een roodborstje op de oprit. Dood, dat heeft de kat gedaan. Ik zag het liggen op z’n zijkant, niet zichtbaar gehavend, maar met zo’n spijtige uitdrukking op z’n kopje. Ik moet die kat niet, ze flikt dit elke keer. Pak dan een rat of iets van je eigen formaat.

Ik raapte het beestje op in een papiertje en wikkelde het in. Ik deed de groencontainer open en keek bedenkelijk naar het rottende fruit wat op de bodem lag. Zat het nu nog vol met droog gras, dan had ik het wellicht gedaan, maar ik voelde het dode, zachte beestje in mijn hand, dit kon ik niet over mijn hart verkrijgen.

Ik heb een schop gepakt en hem in de tuin begraven. Ik sloeg nog net geen kruisje. En dacht aan hoe ik wel eens denk over de dood. Dat het toch allemaal niet zoveel uitmaakt hoe je begrafenis verloopt. Dat mensen zich daar enorm druk over maken omdat ze denken dat ze het meekrijgen. Onzin, denk ik soms.

En nu bij dat vogeltje dacht ik: ik zal je netjes begraven, ik wil niet dat je oneerbiedig wegrot in de gft-bak, je bent al dood door mijn schuld, straks ben je dubbel teleurgesteld.

Zeg me de waarheid.

Daar liep ik vandaag weer tegen een terugkerend probleem aan. Een frustratie die maar blijft terugkomen, en ik kan er niks aan doen. En aangezien ik dit weblog niet voor niets voer, gaat u me maar mooi eens adviseren hoe we dit moeten aanpakken. Het probleem van vandaag is specifiek voor vandaag, maar het gaat om de algemene oplossing. Komt-ie.

Ik las een stuk in HP de tijd geschreven door een dr. ir, en twee professor doctoren over de coronatesten en -besmettingen. Niet de minste zou ik dan denken. Nadat ik het stuk twee keer had gelezen concludeerde ik dat de huidige testen behoorlijk onbetrouwbaar zijn, ten eerste omdat ze een foutmarge hebben, maar ook omdat ze positief testen bij iemand die in een eerder stadium al corona heeft doorgemaakt, en dus al helemaal niet meer besmettelijk is. Vervolgens concludeerde ik dat het vrij logisch is dat het aantal besmettingen momenteel hard oploopt met die dubbeltellingen erin.

Mijn collega’s zijn bijna allemaal drs. en twee zijn er zelfs dr. Het leek hen een broodjeaapverhaal. Ik zei dat dat zou kunnen maar dat de betreffende wetenschappers dan maar hun titel moesten inleveren. Vervolgens gaf ik ze de link naar het stuk, en mijn collega’s zeiden dat dit slechte wetenschappers waren. Je hebt wetenschappers en wetenschappers namelijk. Ik zei: “akkoord, maar ik als leek kan niet beoordelen wanneer een wetenschapper slecht is, ik kan me alleen baseren op het oordeel van de prof. dr. op zijn vakgebied.” Het komt er dus op neer dat anderen voor mij bepalen of een wetenschapper uit zijn nek kletst of niet. Zij weten dat. En Maurice de Hond mocht ik bij voorbaat negeren, was het advies.

Nu kunt u denken, nou, dat is makkelijk, als je de echte waarheid wilt weten kun je het toch aan je alwetende collega’s vragen? Ok, maar ik was eens aanwezig bij de verdediging van het proefschrift van een promovendus en nadat hij zijn dokterstitel haalde werd er gezegd dat de samenleving voortaan mocht vertrouwen op zijn oordeel. En daar zit het dus. Ik vertrouwde op het oordeel van de geleerden, maar weer niet goed. Hoe kom ik nu ooit achter de waarheid?

Schaap

Het zijn verwarrende tijden. We hadden de schapen en de gekkies maar die twee groepen zijn al niet meer uit elkaar te houden. De schapen beginnen nu complottheorieën aan te hangen over het al dan niet hebben gehad van Corona door Trump, en de gekkies hangen ineens een wetenschappelijk standpunt over mondkapjes aan. Zelf voel ik me nu een gekkie die zich als schaap gedraagt. Ik zag een oproep van de sporthal waarin vermeld werd dat je in de sporthal een mondkapje op moest. Niet tijdens het sporten gelukkig, maar tijdens het lopen van de ingang naar de zaal via de kortste route, je mocht al niet meer via de kleedkamers. Dus ik moet een mondkapje op bij de ingang, ik loop vijftien meter naar de zaal en doe hem daar af.

Uiteraard had ik een vraag aan de sporthal, of ze dachten dat dat hielp. Linda vond dat provocerend van mij, en die opmerking alleen al laat zien hoe wij allebei zijn veranderd in de afgelopen 20 jaar. Ik vond er niks provocerend aan. Ik had me van de week al ingehouden toen de school van mijn kinderen deze verplichting instelde, maar ook toen vroeg ik me af waar ze mee bezig waren. Ik stelde de vraag die Jaap van Dissel ook stelt, maar op een of andere manier wordt dat als provocerend ervaren. Terwijl ik vond dat ik gewoon tegen deze flauwekul in moest gaan.

De sporthal gaf netjes antwoord, dat het een dringend advies van de overheid was en dat ze zich daar aan hielden, het was even niet anders, zeiden ze. Ik antwoordde dat ik het begreep, me er aan zou houden en Rutte zou bellen. Maar toch voel ik me een schaap nu. Een meeloper. Ik ga me hieraan houden omdat ik anders problemen krijg met de sportclub. Principes van lik-mijn-vestje.

En dan kun je zeggen, draag dat mondkapje, baadt het niet dan schaadt het niet, maar zo ben ik niet getrouwd. Dat het niet schaadt, dat geloof ik wel, maar ook daar worden vraagtekens bij geplaatst. Verkeerd gebruik kan zorgen voor nog meer verspreiding van het virus, en het langdurig inademen van koolstofdioxide, een afvalproduct van je lichaam, kan ook gevaarlijk zijn. En daarbij, het schaadt ook niet om je onderbroek binnenstebuiten te dragen maar dat ga je ook niet doen als de overheid het je vraagt. Nou ja, ik natuurlijk wel nadat ik er eerst een hoop stennis over heb gemaakt. Zo ben ik dan ook wel weer. Schaap.

Van die dagen

Vanochtend was ik een kilo afgevallen. Onverwacht, maar ik was 97,5 kg. Ondanks dat het maar een kilo was voelde ik me lichter. Ik besloot er mijn voordeel mee te doen. Ik sloeg de lunch over en ik at ’s avonds niet teveel. Ik moest die avond badmintonnen. Ik volg sinds dit seizoen de competitietrainingen en leer nieuwe dingen. Ik wilde ze toepassen tijdens het vrijspelen.

Eerst voelde ik me wat slapjes en moe op de baan en dacht dat ik mijn opportunisme te ver had doorgevoerd, maar ineens begon mijn tactiek te werken. Ik kon dansen op de baan. Ik voelde geen vermoeidheid meer en ik stond niet vast. Ik voelde me onoverwinnelijk. En waar ik vorige week nog alles verloor, daar won ik nu elke wedstrijd. (oké, één game niet.)

Ik had ook op YouTube gekeken hoe de profs het deden, en pikte daar iets van mee. Ik ben ervan overtuigd dat het hielp. En nee, ik ben in een week niet beter geworden, het was gewoon de juiste instelling die ik hier koos. En dat werkt. Het was niet die ene kilo, het was mijn geest die mijn lichaam veel beter aanstuurde. Normaal heb ik er een ander voor nodig die me op het goede spoor zet, nu deed ik het zelf. Ik maakte geen probleem van mijn fouten omdat ik gezien had dat de profs ze ook maken en gewoon doorgaan. Ik begon laat te bloeien, maar zal ik gewoon nog prof worden? Ibrahimovic is 39, een jonkie nog, maar in Japan is er een voetballer van 53 die een basisplek heeft op het hoogste niveau. Misschien word ik nu wat overmoedig. Maar er zijn van die dagen dat je boven jezelf kunt uitstijgen. Vandaag was zo’n dag.