Sterk

Mijn dochter is oersterk. Dat zeg ik niet omdat ze mijn dochter is, ze is gewoon oersterk. Nu merk ik wel de onze hond ook oersterk is, dus voor hetzelfde geld ligt het eraan dat ik slapper word. Maar ik denk het niet. Ze vertelt ook vol trots dat ze de sterkste van de klas is, inclusief alle jongens. Met judo was ze al een groep hoger geplaatst omdat ze iedereen vloerde. En nu moet ik elke avond haar pols met één hand omklemmen, en dan moet zij loskomen. Vroeger noemde ik dat de polsgevangenis, maar ik kan haar niet meer houden. Met alle kracht breekt ze mijn duim los, en dan is de rest een eitje. Ze gelooft haast niet dat ik echt mijn best doe.

Vanavond zei ik dat ze geen illusies moest hebben en ik haar met één hand op de grond kon dwingen. Ik probeerde het maar ze stribbelde tegen. Ik draaide haar arm op haar rug, maar ze weigerde te gaan liggen. Dus ze riep dat ik moest stoppen, en ik zei dat ze op de grond moest gaan liggen. Dat werd huilen. Ik schrok en liet los. Ik had haar pijn gedaan, en ze bleef even huilen en ik zei schuldbewust dat ik dat nooit had mogen doen. Ze snikte dat het niet erg was, maar ik zei dat het wel erg was en pakte haar vast. “Je kon er niks aan doen, papa, het is niet erg.” Ik zei van wel, ik had haar los moeten laten en niet mogen doorgaan om te winnen want ik ben groot. Ik zou het nooit meer doen.

Provinciaaltje

Ik was vanmiddag in Eindhoven om de huldiging van PSV mee te maken, en ik was daar niet alleen. Ik ben niet zo gek op massale volksfeesten, maar mijn zoontje wilde graag en ik wilde het wel eens zien. We hebben de platte kar toegejuicht en hebben de huldiging op het plein gelaten voor wat het was. Een mooi feest, en veel blije mensen. Ik heb geen ongeregeldheid gezien.

Toen ik thuiskwam zette ik VI aan. Ik kijk het de laatste tijd steeds minder omdat ik me steeds vaker erger aan dit amusementsprogramma. Meneer Derksen vond de feestende Eindhovenaren maar een stelletje mongolen. Tevens vond hij de provincialen maar gefrustreerd omdat wij -PSV- zo blij waren met hun overwinning op Ajax. Calimero’s werden we weer genoemd. Want ze deden net of Ajax was gedeclasseerd. Dat was beslist niet zo, en Sjaak Swart was het ermee eens. Dus ja, wat moet je daar dan nog tegen inbrengen? Met 3-0 achter van het veld af, twee rode kaarten en een inhoudend PSV dat de bal rond speelde ter vermaak van het publiek. Van mij mag Ajax altijd zo vertrekken, als ze dat toch niet als pijnlijk ervaren. Na tien minuten ging het alweer vijf minuten over Ajax. De club die Europees veel groter is dan PSV, want die hadden het belangrijkste nieuws gebracht, dit weekend.

Sorry, het is mijn provinciaalse inslag. Mijn frustratie. Dat PSV zo’n nederig clubje is en Ajax zo groot. Ik moet Derksen, eredivisieheld van weleer, met maar liefst 1 doelpunt op zijn conto, eens wat meer leren respecteren.

De 24e landstitel

Ik was er niet gerust op. En niet alleen op het vandaag landskampioen worden, ook op het überhaupt kampioen worden. Ik had bij Willem II in het stadion gezeten toen PSV ongenadig op z’n donder kreeg. En PSV had ook in de Arena niets te vertellen gehad. En ik heb het ooit eens mis zien gaan met tien punten voorsprong. De angst kan er ineens in slaan. En na de verloren wedstrijd tegen Ajax en Willem II waren ze er ineens weer, de Ajacieden, zoals alleen zij dat kunnen. Volgens mijn vrouw is dit niet waar en doen alle supporters dat. Ik weet het niet. Gisteren sprak in een PSV-er die er veel meer vertrouwen in had, en zei dat hij allerlei Ajacieden had lopen jennen. Ik zei dat ik dat niet durfde, maar hij ging er vanuit dat PSV toch wel kampioen werd, nu of een andere keer. Het gebeurde nu. Een 3-0 overwinning was genoeg voor de 24e landstitel voor PSV. En nu moet u eens raden wie er hier het fanatiekst Ajacieden aan het jennen is. Mijn vrouw! Ze vindt mijn zoon en vooral mij maar zielo’s als we chagrijnig waren omdat het PSV tegenzat, maar ondertussen kreeg zij op Facebook ook steeds meer berichten van Ajacieden die zich alleen lieten horen als het hen meezat. Ze werd plotseling nog fanatieker dan ik, terwijl dat hele voetbal haar niks interesseert, ze komt alleen op voor Hans en mij. En nu heeft ze voor het raam een vlag en een sjaal opgehangen. Van PSV. Om ze te zieken. Dat zou ik dus nooit gedaan hebben, maar ik sta het oogluikend toe. Zij wil het minimaal een week laten hangen. Ik vind dat het er morgenavond wel weer af mag.

Jax Teller

Jax Teller
Hoe ze het voor elkaar gekregen hebben weet ik niet, maar feit is dat ik uiteindelijk in deze serie werd gezogen. Mijn vrouw heeft hem zeker drie keer in z’n geheel gezien, kan ook vier zijn. Mij ergerde het vooral. Zeven seizoenen van die brommende motorclubtypes die de hele dag elkaar omhelzen en I love you bro roepen. En verder vooral veel geweld en gescheld. Waardeloos vond ik het.
Maar goed, in deze vierde herhaling van zeven seizoenen werd ik in de tweede helft van het laatste seizoen langzaam meegetrokken in dit waardeloze verhaal. En ik wilde de volgende aflevering zien. Op de foto staat Jackson Teller, over smaak valt niet te twisten, maar dat is een knappe man. Jax heeft het geschopt tot president van de Sons of Anarchy, maar weet uiteindelijk niet te ontsnappen uit deze criminele wereld en heeft zich hopeloos en onomkeerbaar in de nesten gewerkt. Hij besluit afscheid te nemen van zijn kinderen, zijn brothers, alle geliefden die hij al heeft moeten begraven, bevrijdt zijn stadje van de laaste criminelen, en stapt nog één maal op zijn motor. Hij wordt gezocht en heeft zeker twintig politieauto’s en -motoren achter zich aan. Het is geen highspeed achtervolging, Jax rijdt gewoon netjes 80 en de politie volgt met loeiende sirenes op gepaste afstand. Jax geniet van zijn laatste rit over zijn Californische wegen, kijkt af en toe achterom en uiteindelijk stuurt hij zijn motor met een glimlach tegen een tegemoetkomende truck. De scène duurt minutenlang, vergezeld van meeslepende muziek.

Ik keek mijn vrouw aan en zei: als je dit zeven seizoenen lang gevolgd hebt, moet deze laatste scène enorm pijn hebben gedaan, want mij doet het al pijn. Ik ging met een triest gevoel naar bed. Jax Teller. Wat een prachtige laatste scène.

Hawking’s laatste vragen opgelost.

Ik lees nog steeds het boek van Stephen Hawking over het heelal. Stephen snapte een paar dingen niet helemaal en ik moet toegeven, het is ook lastig. Zo begreep hij niet helemaal wat er op het moment van de oerknal gebeurde, en waarom het heelal lijkt uit te dijen met exact de juiste snelheid om te kunnen ontsnappen aan haar eigen zwaartekracht. Ik lees altijd in bed tot ik te moe word. Dan heb ik alleen nog het boek voor me, maar neem niks meer op. Ik leg het aan de kant, doe het licht uit en neem me elke keer weer voor om na te gaan denken tot ik het heb. Zo moeilijk kan het niet zijn. Ik denk drie tellen na, en dan slaap ik. En in mijn slaap, loste ik het probleem op. Het was eigenlijk te eenvoudig. Zo eenvoudig dat een man met de intelligentie van Hawking het nooit zou kunnen zien. Ik wel. Ik had het. Ook nog drie tellen nadat ik wakker werd, had ik het. En toen was het weg. Ingestort of ontploft, een van de twee. Vannacht een nieuwe poging.

De terreur van een woonwijk met jonge gezinnen.

Ik ben bepaald geen fan van Rumag, in tegenstelling tot mijn vrouw, die het wel hilarisch schijnt te vinden. Net als al haar vriendinnen. Misschien is het juist wel bedoeld voor vrouwen, dat Rumag. Nu zag er ik er net één, en die vond ik dan wel weer grappig. “Of.je.hebt.een.leven.of.je.hebt.een.opgeruimd.huis” Geen dijenkletser, ik geef het gelijk toe, maar ik had eerder die dag exact dezelfde gedachte. Dat kwam zo. Om acht uur vanochtend begon er een paardenlul uit de buurt met een elektrische sloophamer zijn badkamer te verbouwen. Terwijl ik uitsliep omdat ik een leven heb op vrijdagavond. Oh ja, wat dan? Doet er niet toe. Maar deze man, wat zijn ogen zien, maken zijn handen. Bij mij gaat die spreuk ook op, maar dan moet het woordje ‘kapot’ er nog achter.
Ik stond de voortuin te vegen en ik hoorde hem nog steeds bezig. En even verderop was er ook iemand bezig met gelijksoortige geluiden. De terreur van een woonwijk voor jonge gezinnen. Er woont altijd wel een stel dat hun huis wil voorzien van het nieuwste van het nieuwste. Niet omdat het oude het niet meer doet, welnee, omdat ze dat ergens op 2e paasdag hebben gezien. En dan moet dat er komen, koste wat kost. Het stel zonder leven maar met prachtinterieur gaat om tien uur naar bed, om vervolgens de buurt te terroriseren. Eerst met een paar dagen betonboringen, maar erger nog, later met facebook foto’s van een ooguitstekend mooie badkamer. Één grote successtory, hun levens. Maar om acht uur ’s ochtends op zaterdag slaap ik nog. En in je tuin zitten op zaterdag zonder dat er iemand herrie aan het maken is er ook niet meer bij. Om nog maar te zwijgen over die kutbarbecues die aangaan zodra de eerste zonnestraal doorbreekt.

Haar.

Bij mijn zus in huis staat een foto. Het is een foto van mijn vader. Het oog van mijn dochter viel op de foto. “Hee, Hans, kijk hier eens, hier heb je papa toen hij nog haar had!” Hans zei dat het Opa Hans was, en Tammar keek nog eens. “Nee, dat is toch papa?”
Ik heb de foto ook ergens. Ik heb het wel eens vaker gehoord natuurlijk, maar nu fopte ik mijn dochter. Ik ben inmiddels 10 jaar ouder dan mijn vader daar op die foto, al zegt mijn moeder dat hij daar 32 was, maar dat kan volgens mij niet kloppen. Ze heeft wel eens eerder verteld dat die foto gemaakt was voor zijn laatste baan, en dan kan niet eerder dan 1982 geweest zijn. Op mijn 38e werd Tammar geboren, en mijn haar was al dunner dan dat van mijn vader na zijn chemo. Hij had toen een pet om buiten te wandelen, zijn trots was gekrenkt. Ik had natuurlijk ook liever gewoon haar gehad, maar dan waren mijn looks helemaal uit de hand gelopen. Dan had ik het wat langer gehad, achterover gekamd en een Harley gekocht. En misschien wel een tatoo genomen. Tja, kaalheid houdt een mens met beide benen op de grond.