Stank voor dank

Nu, ongeveer twee maanden nadat ik twee goedkope binnen- en buitenbanden voor mijn dochters fiets bestelde, was het tijd om de voorste vervangen, nadat ze een maand geleden de achterste aan gort had gereden, misschien herinnert u zich het herstellogje nog. Nu appte ze dat haar voorband lek was, dus ik kon aan de gang.

Ik denk dat even snel te doen, maar hoe kom ik daar eigenlijk bij? Altijd, altijd zijn er complicaties. Deze keer: er zaten drie spaken om de vooras gevouwen. Witheet maakt me dat, want het tekent het gebrek aan respect voor de fiets, het gebrek aan enig gevoel voor techniek en sowieso: hoe krijg je dat voor elkaar? Tevens lagen er allerlei stangetjes los en was de bedrading van de naafdynamo losgetrokken, waarschijnlijk door die spaken. Ik appte haar witheet dat ik een verklaring wilde en dat ik geen genoegen nam met “ weet ik niet” en dat ze naar de fietsenmaker kon met die spaken en dat licht. Het antwoord: “ hij fietst gewoon, je hoeft alleen de band te maken.”

Ik sleutelde weer alles los, met heel veel moeite kon ik die verlichting zelf weer maken, en hoe ik het voor elkaar kreeg, ik weet het niet, maar ik stond met die fiets tussen m’n benen geklemd, ik wilde er overheen stappen, de fiets viel, ik viel. Ik dacht op het gras, maar keihard met mijn bovenrug tegen een paal van de veranda. Ik realiseerde me even dat ik geluk had dat het mijn hoofd niet was, maar ik bleef toch een minuut bewegingloos liggen tot de ergste pijn wegtrok en ik weer kon gaan staan.

Uiteindelijk lijk ik nergens last van te hebben, maar het maakt verder ook weinig indruk. Linda schrok de eerste keer wel toen ik het vertelde, maar de tweede keer sloeg de verveling al toe. En toen ik het aan Tammar probeerde te vertellen zei Linda: ja, wat kan dat kind daar nu aan doen?

Waar doe je het allemaal nog voor, vraagt de man van middelbare leeftijd zich wel eens af. Geen enkele waardering meer in dit leven, alleen van je baas, dat je het zo goed gedaan hebt. Daar blijft het dan ook bij. En van mij wordt verwacht dat ik deze frustraties niet opkrop zodat ik straks mijn medemens iets aan ga doen. Het is een van de redenen van deze blog, ik vertel het u.

Uit mijn ziel

Wij worden steeds triester van het nieuws. Ik zie niet veel nieuws want sinds ik de krant heb omgezet in een digitaal abonnement lees ik helemaal niks meer. Het achtuurjournaal vertelt je over oorlog in Oekraïne, spanningen tussen Amerika en China, stijgende energieprijzen, tekorten in de zorg, de cultuursector in zware problemen, koraalriffen in zwaar weer en dan zijn er nog de dingen waar de westerling niet mee geconfronteerd wenst te worden, zoals een hongersnood in Afrika of dingen die we simpelweg niet te horen krijgen, zoals totale ontwrichting en bendeoorlogen in Haïti.

Al met al denk ik dan: kut. We gaan eraan! Dat die cultuursector het moeilijk heeft is niet de schuld van die sector, je kunt er geld inpompen wat je wilt, hij is ten dode opgeschreven. Het ligt aan het kapitalisme. Kennelijk in de groeifase in combinatie met het geweten van het calvinisme een goed systeem, maar nu vrijwel niemand nog enige morele remming voelt, doet iedereen zijn stinkende best om zoveel mogelijk geld zijn kant uit te laten stromen, en zo weinig mogelijk af te dragen. En wie daar net niet handig genoeg voor is lult over cryptovaluta of aandelen. Nee, dan is er geen interesse in cultuur, logisch. En degene die het wel hebben kunnen het zich steeds minder veroorloven.

En dan dat koraalrif. Wetenschappers hebben misschien een manier gevonden om de afbraak tegen te gaan. Moeten we ze dankbaar zijn? Ik vind het lastig. Ze hebben er namelijk ook voor gezorgd dat het versneld afbrak, met hun energieslurpende uitvindingen, of met hun inentingen tegen wereldreddende pandemieën. Goed, deze vind ik zelf ook heel lastig.

Maar is er dan helemaal niks positiefs meer, Mack? Nou ja, wij hebben een nest pimpelmezen in de tuin. Zien we vanavond de kat met een vogel in haar bek. Ik vlieg de tuin in, maar ze pakt haar buit en schiet over de schutting in de tijd die ik normaal nodig heb om een voorbarige conclusie te trekken. Ik ren door de garage naar de andere kant, waar ze nog steeds zat met haar buit, maar nu smeert ze hem weer de tuin in. Ik stuif terug, kat weer weg, leuk spelletje en ik grijp het reservoir van ons koffieapparaat en smijt het in haar richting, maar natuurlijk mis. Katten zijn zo ongelofelijk behendig, daar moet de Schepper, in dit geval de duivel enorm zijn best op hebben gedaan. Wat een ongelofelijk kutbeest. Uiteindelijk zie ik haar en de buit, een levenloze mus, dus gelukkig niet vader of moeder van het nest, ligt naast de auto. Ik pak het beestje op en voel dat het nog leeft. Hij lijkt licht beschadigd en zijn oogjes zijn nog open en ik leg hem in een -oh ironie- kattenbench. Daar kan de kat niet uit en dus ook niet erin. Het musje ligt op z’n zij te hijgen. Na een kwartier is het nog niet beter en het gaat al door mijn hoofd om hem de genadeklap te geven. Maar vijf minuten later heeft hij toch een halve zithouding aangenomen. Tien minuten later wil ik gaan kijken of hij weer vrijgelaten kan worden, maar hij heeft zichzelf al bevrijd door de kleine gaatjes. Hallelujah! Mijn inspanningen zijn beloond, het is toch niet allemaal voor niks.

De kat krijgt morgen weer een belletje, waar ze een week mee doet voor ze hem kwijt is, maar daarna gelijk nog een! Ik koop die hele voorraad belletjes op. Schijnheilig komt ze later binnenlopen alsof er niks aan de hand is en ik jaag haar weg. Daar snapt het beest helemaal niks van -nee, natuurlijk niet, grote lummel- maar de hond, normaal haar beste maatje, helpt me en jaagt de kat blaffend onder de tafel. Nu liggen ze beiden weer te slapen, de een op de bank, de ander op de stoel. En het musje? Dat leefde nog lang en gelukkig en liet zich nooit meer vangen door zo’n misbaksel.

Motorweekend

Dit weekend was het jaarlijkse motorweekend waar ik eens in de zoveel jaar met de auto aan meedoe. Op vrijdagochtend gingen we weg, en op vrijdagmiddag werd ik ziek. Nou ja, ziek is een groot woord, maar ik werd wat koortsig. ‘s Avonds kleedde ik me om, ik had mijn fijnste broek meegenomen, hoor ik: er zit een scheur in je kont. Daar bedoelden ze mijn broek mee. Omdat het tevens mijn enige lange broek was, ben ik met scheur naar het restaurant gegaan. Bij het parkeren beschadigde ik mijn velg. We gingen het steakhouse in en ik bestelde tortellini, dan steek ik daar wel in. De muziek vergoedde veel. Carpenters, Elvis, en andere muzikalen.

Na een koortsige nacht, reden we de volgende dag ochtend naar Bad Nauheim, de stad waar Elvis was gelegerd in zijn diensttijd. Nadat ik gestopt was om over te geven, konden we weer verder over de schandalig slechte wegen in Duitsland -ik kan geen bord met Strassenschaden meer zien- en kwamen we na een poosje aan in deze Elvisstad. We zagen een politiebusje en mijn schoonvader vroeg aan de agenten wo die Goethestraße war. Echt, alsof ze water zagen branden. Elvishome, probeerde hij, en toen begon hen iets te dagen. Ze stuurden ons finaal de verkeerde kant uit. Of het nu was omdat ze in hun pauze gestoord werden, dat ze niet van Elvis hielden, of omdat wij Nederlanders hen ook altijd de verkeerde kant op stuurden, wij liepen in de verkeerde richting. Na 150 meter hadden we hun poets door, en keerden om. Toen we langs het busje liepen zijn we er aan beide kanten hard tegenaan gaan duwen. Helaas gelijktijdig, dan merken de inzittenden er niks van.

Op een gegeven moment komen we op een brug waar een beroemde foto van Elvis is gemaakt, en daar staat zijn standbeeld. Ik stond nu voor het eerst in mijn leven op dezelfde plek waar Elvis ooit stond. Het was magisch, en ik knapte gelijk wat op. We kwamen langs het huis waar hij gewoond had, op nummer 14, maar er was geen enkel ding aan het huis dat daaraan herinnerde. De bewoners waren kennelijk gewone mensen met een Mercedes, die dat huis als woning gebruikten. Nou ja, gewoon, ik vind het behoorlijk gestoord als je daar gewoon woont en verder niks! Hang op z’n minst een bordje op of zo.

Ik kocht een nieuwe broek in Bad Nauheim, die ik vanaf nu stiekem mijn Elvisbroek noem. Met deze nieuwe broek kon ik tenminste weer fatsoenlijk een restaurant in. En zo geschiedde in de avond, maar nu brak weer een pootje van mijn enige leesbril af. De koorts kwam weer opzetten en ik had geen paracetamol bij me. En degene die hoopgevend zei: moet je paracetamol hebben, ook niet. Iemand van ons, ik weet niet wie, had gezegd dat je in Duitsland niet zomaar paracetamol kon kopen, daar moest je een recept voor hebben. Omdat dat aannemelijk klonk hebben we het ook niet geprobeerd, maar eenmaal thuis hoorde ik dat dat niet klopt. Rillerig van de koorts gaf ik na het restaurant aan dat ik naar het hotel wilde, en de rest was solidair.

Op de laatste dag, vandaag, ging er weinig meer mis, behalve dan wat verkeerd rijden door de getto’s van Gelsenkirchen. Daarvoor hadden we Winterberg nog aangedaan, waar ik heel lang geleden wel eens geweest was, maar waar ik liever niet aan herinnerd wordt. Door hoge nood gedwongen kwamen we uit bij de McDonald’s en aten we een lauwe Big Mac. Ik begon wat op te knappen en even later tikte ik de 220 aan. Harder was ik zelf nooit gegaan. Ik weet dat het niks bijzonders is, maar ik vind het knap hard. Op een motor zou ik daar helemaal niet aan moeten denken. Al met al was het niet zo’n kutweekend als het lijkt in mijn beschrijving.

Even kort door de bocht

Ik weet niet of ik het goed hoorde, maar onze zorg schijnt gebaseerd te zijn op 5,5 miljoen vrijwilligers. En daar moeten er nog een hoop bij, anders is de huidige staat van de zorg niet te handhaven. Mijn conclusie is dat de zorg nu al niet te handhaven is. Ik weet niet precies waar het probleem is ontstaan, maar ik denk dat het gebeurde toen we overal een probleem van gingen maken. Nu worden mensen 100 jaar en hebben we arbeidsmigranten nodig om voldoende zorg te kunnen blijven leveren.

Er is iets grondig mis met het evenwicht. Elk persoon boven de tachtig heeft straks twee zorgverleners nodig. Zodat je nog enigszins menswaardig eenzaam in je stoel naar buiten kunt gaan zitten kijken. En elke vijf zorgverleners hebben één dure manager nodig die grafiekjes maakt voor de zorgverzekeraar, die op haar beurt jaarlijks een verhoging doorvoert die u en ik moeten ophoesten.

Als ik lang gespaard heb voor een auto, en Hugo de Jonge bekijkt via de aangifte mijn banksaldo, dan denkt hij: hoe krijg ik dat geld mijn kant op? Ah, ik weet het al, we maken een warmtepomp verplicht, dan moet je ook je huis isoleren, en moet je er gelijk zonnepanelen bijnemen, anders blijven de maandelijkse lasten buitensporig. En als je het niet doet ga je gewoon 800 per maand betalen voor energie. Makkelijk zat. En wat heb ik dan als ik dat allemaal gedaan heb? Een warm huis, behalve in koude winters, want dat trekt het systeem niet. Ik ga er dus op achteruit en dat grapje kost mij vijftienduizend euro.

Verder hoorde ik dat Nederland tegenwoordig bij de landen hoort waar de inkomensongelijkheid het hoogst is. Er is veel veranderd sinds mijn jeugd, en ik heb het allemaal zien en laten gebeuren. Managers die veel geld aan een bedrijf onttrekken, waardoor de prijzen omhoog moeten om de inhalige aandeelhouders tevreden te stellen. En dat allemaal van mijn salaris! We gaan eraan!

Varia

Na de wedstrijd PSV- Ajax, die door Ajax gewonnen werd door een fout van de arbitrage was ik zo naïef om te denken: stel nu dat het aan het eind van het seizoen drie punten verschil is in het voordeel van Ajax, dan zullen ze zich toch wel achter de oren krabben met die var. Welnee! Zondag gebeurde weer iets dergelijks, een onterechte penalty werd toegekend aan Feyenoord (knvb heeft excuses gemaakt voor de verkeerde beslissing) waardoor het kampioenschap voor Ajax veilig werd gesteld. Ze vieren het kampioenschap gewoon alsof ze het op eigen kracht gedaan hebben!

Een Ajacied appte me dat er bij hem gebak klaar stond. Ik bedankte, want ik moet op de lijn letten. Ja, als de var het niet doet…

Laat ik niet onsportief zijn, en Ajax Vartelijk feliciteren. Volkomen vardiend. Dat ze een mooi feest hebben in de Varena.

Los

Mevrouw Mack heeft een nieuwe hobby. Om half zes opstaan en naar het bos gaan met de hond. Ze komt terug met de mooiste foto’s, al dan niet met wild erop. Die foto’s plaatst ze dan op Facebookgroepen als “Natuur in Gelderland” of “De Veluwe.”

Ik zat ook op een van die groepen vroeger, maar ik ben er door de beheerder afgedonderd. Laten we dat maar op een mismatch houden. Linda had foto’s geplaatst waarop te zien was dat de hond losliep. Dat komt je dan te staan op allerlei mensen die daar iets van vinden.

En dan denk ik, dit land zit te vol. Zeker met toetsenbordridders. Apathisch zitten ze te wachten tot ze ergens hun belerende commentaar kunnen leveren. Ze zullen de anderen wel even laten zien hoe een voorbeeldige burger zich dient te gedragen. Vaak zijn het al bekende namen, personen die zich graag profileren in zo’n groep.

Even ongeacht of de hond hier los mag of niet, waar bemoeien dergelijke vreemdelingen zich mee? Wat bezielt die mensen om te denken dat ze volstrekt onbekenden moeten aanspreken op internet? Doe dat maar in het echt als er een groep opgeschoten jongens de boel staat te vernielen, dan hebben we er iets aan. Of als hun buurman aan het zwartwerken is. Nee, dan loopt het wel los.

Dodenherdenking

Soms denk ik wel eens, waar doen we het nog voor? Wellicht heb ik een te negatief beeld van het land en is mijn indeling in feestende onbenullen, egoïstische zelfverrijkers en opgeschoten tuig niet terecht. Sowieso moet er nog een categorie bij waar ik zelf in kan. Hardwerkende gefrustreerden of zo.

Maar heel soms denk ik ook: “ Oh ja, zo was het” en vandaag was zo’n dag. Op weg naar huis luisterde ik naar de radio, een Joodse mevrouw vertelde hoe ze als klein kind, weg van haar ouders, werd verraden aan de Duitsers, en moederziel alleen in de kampen terecht kwam. Dan denk ik: “Oh ja, voor haar doen we het.”

Of historicus Hans Goedkoop die een prachtige voordracht hield over het moreel kompas dat sommige mensen hebben, die liever hun lichaam lieten lijden zodat hun ziel ongeschonden bleef dan andersom. Dan denk ik: oh ja, voor hen doen we het.

Of Femke Halsema -ik ben niet haar grootste fan- die een galant uitgestoken hand van de vorige spreker aanpakt en zich zo het trapje op laat begeleiden en als burgemeester van Amsterdam een toespraak houdt die vooral gaat over wat er in Rotterdam gebeurde in de oorlog, dan denk ik: als zelfs Femke mij weet te beroeren is er nog hoop en zijn al die doden niet voor niets gevallen.

Erkenning

De afgelopen dagen was ik scherp. Ik kon mijn hersencapaciteit ten volle benutten, ik liet mij niet afleiden door collega’s of door internet, ik pakte probleem voor probleem aan, en loodste mijn collega’s door hun aanloopproblemen met het nieuwe systeem. Ik mag dan 52 zijn en niet van veranderingen houden, maar een nieuw systeem waar iedereen op vastloopt is voor mij reden om me erin vast te bijten.

Ik ontdekte hoe ik fouten kon herstellen, wat er al gauw voor zorgde dat ik gebeld werd door een paar mensen van andere afdelingen die wilden weten hoe ik dat deed. Ook IT contacteerde mij om ze te helpen. Niet dat ik iets weet van IT, maar ik heb het vermogen om me in iets te verdiepen, om de afwijking te vinden, om me lang te kunnen concentreren en om iemand voldoende gegevens te verstrekken zodat diegene begrijpt dat ik het begrijp en dus met een zinnig antwoord moet komen.

Dat staat dan tegenover de dingen die ik niet kan, maar waar ik het nu niet over ga hebben. Dat zou mijn euforie doen verdampen terwijl ik nu op het punt sta om het probleem van een collega op te lossen omdat ik in mijn hoofd heb wat ik moet doen. Maar het is vrijdagnacht, ik moet ook even normaal doen. Maar ik vind morgen wel een moment om het snel even te fixen en haar dan te mailen, it’s solved, please try again. En dat ik dan natuurlijk allang getest heb dat het werkt.

Ja, ik ben ook niet vies van een beetje aanbidding op z’n tijd. Daar doe ik het voor. Het is niet dat ik mij op de toppen van mijn kunnen begeef als ik geen erkenning krijg. Nee, zak er dan maar in. Vroeger zei er nog wel eens iemand: mooie blog!

When you see a chance

Het voordeel van dromen is dat je er niet voor verantwoordelijk gehouden kunt worden. Dit gezegd hebbende, ik zag gisteren een vrouw zitten die me erg deed denken aan een meisje dat bij me in de klas zat. Een meisje waar ik niks in zag, waar ik geen speciale herinneringen aan heb, gewoon een meisje. Nu zag ze er wel leuk uit, maar dat was alles.

In mijn droom kwam ze langs en ze zoende met een ander meisje, B., die ook bij me in de klas zat, en waar ik hoteldebotel op was en waar ik wel veel speciale herinneringen aan heb. Waarom beide dames dit deden weet ik niet, maar ik had geluk en beide meisjes wilden ook met mij zoenen. Ik ben de beroerdste niet, en ik zoende eerst het meisje waar ik geen speciale herinneringen aan heb, eigenlijk met het idee van save the best for last.

Het was helemaal niet onverdienstelijk maar toen het grote moment daar was, eindelijk, na 35 jaar kon ik B. (van Barbara) vol aanvliegen, werd ik wakker. Weg B. Ze zeggen dat dromen je dingen vertellen. Deze droom vertelde me duidelijk, when you see a chance, take it. Ik moet niet zeiken, als de juiste BMW langskomt moet ik toehappen.

Papa

Ik heb al een tijdje niet over mijn buren geklaagd, deels omdat het winter is geweest, deels omdat ze onze hints met een keihard aangezette radio misschien begrijpen als hun geblèr niet meer om aan te horen is, en deels omdat ze nu een baby hebben, waardoor hun kinderen ineens wel gecorrigeerd worden als ze aan het schreeuwen zijn. Maar het ergste is natuurlijk papa zelf, een man die zichzelf zo geweldig vindt, dat hij zichzelf de hele dag papa noemt. Onophoudelijk praat hij dan met schelle stem tegen zijn kinderen. Papa neemt een lekker ijsje, willen jullie ook een lekker ijsje? Papa doet het gras verticuteren, dan kunnen er nieuwe grassprietjes groeien. Papa´s stem is niet te onderscheiden van die van Bert van Sesamstraat. Een wonder dat hij kinderen kon verwekken met nog niet ingedaalde ballen.

Nu merkte ik sinds gisteren dat de familie op vakantie was, want de auto stond er niet meer. Lekker rustig, zou je denken. Maar nee, want als papa weg is komen zijn of haar hysterische ouders gelijk het tuinonderhoud of iets dergelijks doen. Dit is de tweede dag dat ze weg zijn. Oma gaat dan lekker zitten beeldbellen, zodat wij het gezin niet hoefden te missen. Daar klonk papa alweer, nog scheller dan anders. En oma ging naar alle kinderen zitten zwaaien, want die misten haar natuurlijk al. Wat een stelletje imbecielen. Ik zeg tegen Linda, dit zijn typisch van die mensen die straks doodgaan en drie ton achterlaten aan papa.