Predator

Ik heb het gewoon gedaan. Ik heb de IJssel overgezwommen vandaag. Aan het einde van de kanotocht van Deventer naar Olst dacht ik, het is nu of nooit. Eerst heb ik mij met de donkergrijze klei die aan de oever ligt ingesmeerd. Niet dat dat ergens voor nodig was, maar ik heb dat ooit in de film Predator gezien, en zo was ik onzichtbaar voor warmtecamera’s. Daarna ben ik het water ingedoken, en naar de overkant gezwommen. In het midden is de stroming zo sterk dat je denkt dat je niet meer vooruit komt, maar dat is niet zo. Je drijft alleen af. Uiteindelijk kwam ik maar vijftig meter verderop aan de overkant terecht. Ik was blij. Een lang gekoesterde wens is afgestreept.

De kanotocht was zwaar. Het bleek een opblaasbare kano te zijn, en vooral voorin was het niet te doen. Je rug heeft daar geen steun, en dus raak je snel uitgeput. Op mijn knieën peddelen hield ik ook niet echt lang vol, en uiteindelijk wisselden we van plek. Achterin gaat het stukken beter. In het begin leek het bootje erg instabiel, maar later voeren we vol tussen de boeggolven van de grootste rijnaak. Geen probleem. Ik vond 15 kilometer in dit bootje wel genoeg. Met een betere boot, het dubbele. Tegen de stroming in. kano ijssel

Een kolkende IJssel

Vijf jaar geleden maakte ik een afspraak met iemand die vandaag ingelost gaat worden. We zouden gaan kanovaren op een ‘kolkende’ IJssel. Ik heb geen idee meer hoe ik hierop kwam, waarschijnlijk had het te maken met mijn hang naar avontuur in de achtertuin. De wolven zijn er inmiddels, en een rivier overzwemmen is een van die andere dingen die ik avontuurlijk vind. Nu mag je tegenwoordig geen rivier meer overzwemmen, dat is gevaarlijk, en dat is natuurlijk jammer, maar het is te druk met schepen.

Maar varen mag wel, en nu zullen we dus het kolkende water van de IJssel trotseren. Watervallen, stroomversnellingen, draaikolken, keerwateren, en natuurlijk de watermonsters die zich in de IJssel schuilhouden, aan al deze gevaren zullen wij niet blootgesteld worden. Nee, dit wordt natuurlijk roeien en na een kilometer hebben we spijt. Hopelijk gaan we stroomafwaarts.

Een droge overdenking.

Mijn laatste vrije dag breng ik bier drinkend door in de achtertuin. Ik weet even niets beters. Vroeger vond ik de verhalen van kleine Hiawatha die de regendans danste erg grappig. Nu begrijp ik pas dat het bittere ernst moet zijn geweest, de droogte. Een plas in het bos die er het hele jaar is, staat kurkdroog. Dit is Nederland, dus het zal wel loslopen, maar ik kan me dit niet herinneren, zo’n lange periode van droogte. Straks gaat het regenen, en hard ook, en dan zult u ongetwijfeld aanlopen tegen een landbouwer die zegt dat de natuur niets heeft aan een stortbui. Ik zou er voor kiezen om er niet op in te gaan. In Afrika stortregent het altijd na een lange periode van droogte, en ineens ontkiemen de zaden die daar al maanden lagen te wachten. Er ontstaan rivieren en meren en de olifanten geven het startsein voor het regenfeest.

Desalniettemin is het de bedoeling dat ik morgen op zolder werk terwijl de koperen ploert vol op m’n dak schijnt. Je snapt niet wat mensen zichzelf aandoen met werken. Ik weet wel dat ik morgenavond uit deze luie stemming ben en dat de samenleving mij er alweer van heeft overtuigd dat het erg nuttig is wat ik doe. En dat ik dan weer gehersenspoeld een jaar verder werk, tot aan de volgende vakantie. En zo verder tot aan mijn pensioen, als dat ooit komt, en zo verder tot de dood, die ooit komt. En wat je hier dan in de tussentijd hebt gedaan, dat zal toch altijd het grootste raadsel uit de geschiedenis van de raadsels blijven.

Het meisje met de vlinder

In Frankrijk aan het meer, zonden een moeder en haar twee dochters. De moeder was grijs, maar was geen oude vrouw, de dochters waren een jaar of vijftien. Het trio in bikini maakte geen geluid. Ze liepen met z’n drieën het koude meer in, en was er sneller door dan ik. Een dochter deed iets wat op schoonzwemmen leek, de andere en de moeder keerden snel terug naar hun ligstoelen. Ze hadden alle drie iets moois, iets sierlijks. Toen de schoonzwemmende dochter terugkwam, landde er een vlinder op haar hand. Ze maakte gebaren met haar vrije hand naar de andere twee, en ging verderop in het gras zitten, nog altijd met de vlinder. En toen had ik het pas door. Iemand van dit trio was doof. Of twee, of alledrie, dat heb ik niet kunnen ontdekken. Ze beheersten de gebarentaal, en spraken die met elkaar. Ik kon mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Het mooist vond ik het meisje met de vlinder, die met één hand gebaarde naar de anderen. Het zag er niet uit als een beperking, het zag eruit als een gave.

Bezig

Tijdens de terugweg is het mijn taak om mijn gezin snel en veilig thuis te krijgen. Ze zijn het dan zat en willen naar huis. Het kost me nog steeds weinig moeite om 1300 km achter elkaar te rijden. Er is zoveel te zien en te overdenken op de terugweg. Ik vertrok met een halfvolle tank en het leek me handig die eerst zover mogelijk leeg te rijden zodat ik daarna nog maar één keer zou moeten tanken. Toen ik nog 850 km moest, moest ik tanken en het zou krap worden. Vol beladen en met dakkoffer rijdt de auto minder zuinig. In het begin ging het nog wel goed en bleef de actieradius boven de nog af te leggen afstand, maar in Luxemburg veranderde dat bereikte ik het omslagpunt. En toen kon ik ineens 10 km minder ver dan dat ik nog zou moeten. Ik ging langzamer, ik hield de cijfers in de gaten, maar het zag er steeds slechter uit. Totdat ik op het idee kwam om de cruisecontrol eraf te halen, toen won ik langzaam weer kilometers. Je zou zeggen dat een cruisecontrol zuiniger is dan een rechtervoet, maar dat is een fabel.

Ik moest nog 130 km en ik kon nog 130 km. Ik moest nog 120 km, en ik kon nog 130, ik moest nog 110 en ik kon nog 120. Ik moest nog 100 en ik kon nog 120. Uiteindelijk kon ik nog tachtig km en moest ik er nog zestig. Dan gaat mijn reservelampje branden en geeft mijn computer niks meer aan. Ik besloot dat ik het zou halen. En ik haalde het. En zo hou ik mij bezig tijdens een lange rit.

Bijvangst

St. Laurent du Verdon, 25-7-2018

Ik lees wel eens dat de bij het moeilijk heeft en dat de wereld het zonder bij moeilijk gaat krijgen. Meestal staat er dan ook bij dat het onze -de mens- schuld is, zodat degenen die er vatbaar voor zijn zich verantwoordelijk voelen, en degenen die verantwoordelijk zijn zich in het geheel niet aangesproken voelen.

In Lac Ste. Croix plegen bijen massaal zelfmoord. Honderden dode en halfdode bijen drijven in het water en zwemmende kinderen worden massaal gestoken. Ik zag drie steekpartijen dus ik moet er tientallen gemist hebben. Wat is dat voor zinloos geweld? Een bij sterft sowieso als hij steekt, dus ik begrijp dat hele verdedigingssysteem niet, maar hij lag toch al dood te gaan, dus waarom die steek?

En ons een beetje een schuldgevoel aanmeten, wij maar bijvriendelijke tuinen aanleggen maar ondertussen massaal harakiri plegen! Nee, mijn respect voor de bij is er niet groter op geworden. Het is nog niet zo erg als met de gehate wesp, wat helemaal een zinloos misbaksel is, maar als ik hier niet snel opheldering over krijg, dan bekommer ik me tijdens de wespenjacht ook niet meer om de bijvangst.

De deal vs revival

St. Laurent du Verdon, 23-7-2018

Ik heb nu twee boeken, type thriller, uitgelezen. Een van John Grisham en een van Stephen King. Er zit een duidelijk verschil tussen beiden. De eerste schrijft spannende non-fictie voor (naar ik denk) mannen, de tweede schrijft spannende fictie voor beide sexen. De tweede neigt meer naar karakterbeschrijvingen, de eerste naar zakelijke spanning. Het eerste was spannender maar toch heeft het tweede mijn lichte voorkeur. Het liefdesaspect komt meer aan bod dan bij het eerste, hoewel ik ook wel voelde voor de Italiaanse taallerares van in de veertig die zorgde voor warme gevoelens bij de hoofdpersoon in de spionageroman van Grisham. Maar er kan eenmaal niets op tegen de verliefdheid van een puberjongen op een mooi en lief meisje, die uiteindelijk ook nog door haar beantwoord wordt. Verliefdheid is waarschijnlijk het sterkste gevoel. Angst is een goede tweede, maar verliefdheid overleeft de tijd.