Tastbaar

Laatst kwam ik via Wiki bij de paus terecht, ik moest opzoeken hoe hij ook alweer heette, want ik was zijn naam vergeten. Dit naar aanleiding van een Netflix film waarin Anthony Hopkins paus Benedictus speelt. Benedictus dus, en de huidige heet Fransiscus. Ik kon er even niet opkomen. Daar had ik bij Johannes Paulus II toch nooit moeite mee. En als ik het niet wist dan zei ik: Woytila.

Maar wat ik fascinerend vond was je dat je op zijn voorganger kon klikken. En vervolgens op die van hem, en die van hem, enzovoort, enzovoort. Zo ging ik anderhalve eeuw terug, totdat ik de eerste paus tegenkwam waarvan geen foto bestond, en ik scrolde door de middeleeuwen via de pausen Hilarius, Bonifatius en Urbanus, totdat de geboortedatums van de pausen niet meer bekend waren. Ik ging ruim 260 pausen terug in de tijd, totdat ik aanbeland was in de periode 67-76, waar de tweede paus, de bisschop van Rome, de Heilige Linus aantrad. Linus kwam uit Toscane, en stelde 15 bisschoppen aan. In de bijbel werd hij genoemd door Paulus.

En dat fascineerde me. Want Linus werd aangesteld door zijn voorganger, de eerste paus, Petrus, die u allemaal wel kent omdat hij de sleutels van de hemelpoort zou hebben, en anders kent u hem van de haan die drie keer kraaide. Ineens was ik terug bij Petrus via een chronologische lijst.

Het Vaticaan heeft dus een lijst liggen van pausen die teruggaat tot in de tijd van Jezus, of net daarna. Ik moest er even over denken. En dat doe ik nog steeds. Het is de andere kant op, van nu naar toen in plaats van de richting die de tijd volgt, van toen naar nu. Als je terug in de tijd wilt, en betrouwbaar wilt blijven, zal het verhaal op rails moeten worden gezet. Alleen dan kun je achteruit zonder van de koers af te wijken. Een locomotief zonder rails kan alleen vooruit. Achteruit wordt het een zooitje en zal de locomotief op een gegeven moment verder terug zijn dan de laatste wagon. Hoever de rails gelegd is, ik heb geen idee.

Don’t give up

Ik hoorde “don’t give up” van Peter Gabriel en Kate Bush. Mijn gedachten suisden in een seconde terug naar 1986, toen het een hit was. Mijn vader was dat jaar ervoor overleden, en ik had het lastig. Ik was onzeker en angstig maar moest die gevoelens onderdrukken en mee met de opgroeiende meute. Ik klampte mij vast aan elk baken dat ik had en één daarvan was “don’t give up”. Op de zolderkamer waar ik huisde had ik warmte, een bureau en een stereo, en het enige raam bood uitzicht op onze bosrijke achtertuin, ver van de school en de stad. Als de volgende dag nog ver was, was ik veilig. Dj’s vertelden me met hun populaire radiostemmen dat het nummer over werkloosheid ging, maar zoals Kate Bush me toezong, had ik eerder het idee dat het aan mij persoonlijk gericht was. De negativiteit verdween voor even en mijn kamer werd met geluk gevuld.

Vandaag was ik weer even op die zolderkamer. In ons nieuwe huis, dat identiek is aan en vlak bij ons vroegere huis staat. Hier keek ik ook uit op een bosrijke tuin, vogels en een eekhoorn waren er druk in de weer. Zelfs in de herfst is het er mooi. Doordat de begroeiing nu wat dunner was, keek ik op de straat waar vroeger altijd een Renault 4 stond, en waarvan de eigenaar er altijd aan lag te sleutelen. Ik praatte vaak met hem over de auto, ter hoogte van waar nu mijn achtertuin aan grenst. Dat zou ik toch ook nooit gedacht hebben vroeger. De zolderkamer wordt niet voor mij, die wordt voor Hans. Maar ik zal er wel eens uit het raam staan te kijken, schat ik zo in. Opgeven was gelukkig nooit een optie.

Reden

Mensen die mijn blogjes vaker lezen weten dat ik een gloeiende hekel heb aan reizen voor je werk. Ieder jaar is er in Las Vegas een sales-achtige bijeenkomst, men heeft het dan steevast over Vegas. Ik zie je in Vegas! En ondanks dat Las Vegas een Elvis stad is, moet ik er niet aan denken, maar ik hoef er niet heen. Mijn collega moet er wel ieder jaar heen, maar hem begint het ook wat tegen te staan. Waarom ga je dan, was mijn vraag. (degenen die mijn blogjes vaker lezen weten dat dit een hele rare vraag is uit mijn mond.) Hij zei dat het verplicht was en dat je een hele goede reden moest hebben om niet te gaan. Ik gaf hem de reden. “nou, ik ben nu een keer of vijf geweest en het heeft me niets gebracht. Ik ben er als klapvee voor het management en als we nu met z’n allen zoveel CO2 moeten uitstoten, dan wel graag voor iets nuttigs.”

De goede reden zat hier niet bij, en dus boekte hij zijn vliegtuig. Volgens policy mogen ze ook niet bij elkaar in het vliegtuig zitten, want als er eentje neerstort dan zou je gelijk een hele afdeling kwijt zijn. Pertinente onzin, het Nederlands Elftal vliegt ook met elkaar, dat zou pas een ramp zijn als dat neerstort. In ons geval mis je een paar sales mensen, die kun je zo vervangen. Dat bedoel ik niet minderwaardig, het gebeurt al om de haverklap. Ik durf te beweren dat dergelijke sessies geen enkele zin hebben. En aangezien wij niet het enige bedrijf zijn dat aan zulke jaarlijkse flauwekul doet, is het theoretisch heel eenvoudig om heel veel milieuwinst te behalen. In de praktijk onmogelijk, want de grote bazen hoeven zich niet te verantwoorden. Die beweren gewoon dat zo’n kick-off noodzakelijk is en daar is geen enkel argument tegen in te brengen. Tenminste niet een waar ze vatbaar voor zijn. Dat gebeurt pas als de publieke opinie zich tegen hen keert. Dan worden het ineens milieuridders. Dus dat dat maar snel mag gebeuren.

Overeenkomsten

Dit schreef ik gisteren, onvolledig dus nog niet geplaatst.

En toen riep Marco van Basten bij wijze van grap, Sieg Heil op televisie. En toen stond het land op zijn kop. Want jonge jonge, we hebben te maken met een onvervalste nazi hoor, Van Basten, daar moest het hele internet wel over vallen. Dat het niet handig is op tv, dat hoeft geen betoog, maar kunnen we nu helemaal niets meer relativeren? Van Basten maakte gelijk zijn excuses en legde uit waarom hij dat riep. Om het niveau van de beheersing van de Duitse taal van Hans Kraaij belachelijk te maken. Sieg Heil niveau, zoiets. Die grapjes maakten we vroeger zo vaak, big deal. We kunnen geen grap meer van ernst onderscheiden helaas. Kranten pikten het op en in het buitenland doen ze dat nog helemaal verkeerd ook, zodat ze daar denken dat Van Basten er kennelijk nazi-sympathie op nahoudt, en dat wat allemaal in shock zijn.

Idioot gewoon. En dan moet heel Twitter weer laten zien hoe verontwaardigd ze zijn door Nederlands beste voetballer ooit even op zijn plek te zetten. Ik word er wel wat wanhopig van, eerlijk gezegd. Mag iemand nog een foutje maken hier? Van Basten zou het zeker niet geroepen hebben als hij zich op dat moment realiseerde wie er allemaal mee luisterden. Maar dat deed hij niet, hij maakte een grapje, zoals dat vroeger zo vaak gebeurde. Theo Maassen noemde Hitler de man van zes miljoen, de hele zaal lag dubbel, inclusief ondergetekende. Maar ja, binnen de muren van de cabaretzaal is het kunst, dus dan hoor je er niemand over.

Niemand snapt straks meer hoe belangrijk humor is. Straks zitten we alleen nog maar naar politiek correctie flauwe grappen te luisteren waarin niemand meer gekwetst wordt. Dat is pas een gevaarlijke ontwikkeling.

Dit schreef Hugo Borst vanochtend

Ik zag Theo Maassen recent in het Nieuwe Luxor. In zijn laatste show, Situatie Gewijzigd, speelt de cabaretier met zijn leven. Een karrenvracht aan seksistische grappen passeert, en al die mensen in de zaal maar lachen. Ik had ook aandrang, maar ik durfde niet zo goed, het is tegenwoordig immers verboden om politiek incorrect te zijn. Nou, Theo Maassen was dus de sjaak. In een recensie in de Volkskrant schreef een inquisiteur dat de ironie er niet dik genoeg bovenop lag en dat zijn verhaal nu niet verteld dient te worden.

Marco van Bastens ‘Sieg Heil’ was een loze of ‘Allo Allo’-achtige opmerking, niet bestemd voor andermans oren. Maar, oei, het werd gehoord. Er volgde, op zijn aandrang, meteen een excuus, maar het was al te laat. Zoiets wordt anno 2019 een inktvlek. De microfoons stonden open en zo reikte het tot aan Berlijn en Londen en New York, alsof het luid geschreeuwd was – wat niet zo was.

Elke donderdagavond zit ik met twee vrienden die beschikken over zelfspot en gevoel voor humor foute grappen uit te wisselen. Een Suri, een Marokkaan en ik-zei-de-bleekscheet vertellen ze fluisterend. Voor je het weet hoort iemand het, word je verklikt en word je in een kerker gegooid. Het is zonde, want het zijn heel goede foute grappen, we zouden ze zo graag delen met andere mensen die een beetje kunnen relativeren. Maar we kijken wel uit. We leven in verwarrende tijden. Zelfs maandverband moet tegenwoordig genderneutraal zijn.

Enfin. Hoe redden we Marco na zijn foute opmerking? Een optie is: het is allemaal de schuld van Hans Kraay junior. Met zijn mavo-Duits-interviewtje heeft hij Marco van Basten er gewoon in geluisd. Als we Kraay junior ontslaan dan kunnen we voetbalicoon Van Basten behouden door hem een taakstraf te geven. Ik denk aan vier geschiedenislessen van Maarten van Rossem. Dat zal ’m leren.

Wie denkt dat ik Marco niet hard aanpak: echt wel. Hij weet dat ik vind dat-ie Poetin nooit een hand had moeten geven. Onvergeeflijk!

Wie Marco van Basten echt wil leren kennen moet zijn boek Basta lezen. Dat komt volgende week uit. Het is ontroerend, niet-rancuneus en zeer zelfkritisch.

Wat zijn faux pas betreft: ik ben blij met Hanna Luden van Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Zij zorgde voor context. Die twee misplaatste woorden van Van Basten, zei ze, zijn ‘laakbaar, maar laten we er geen olifant van maken.’


Een kanttekening over racisme

Volgens de heersende definities mag ik mijzelf zowel racist als seksist noemen. Ik, blanke man, zie namelijk direct of iemand een andere huidskleur heeft of of iemand een man of vrouw is. In het geval van de donkere huidskleur maak ik geen onderscheid, tenzij diegene mij benadeelt, dan vergroot ik die donkere kleur uit en zou ik hem wel eens een racistisch scheldwoord kunnen toewerpen. Ik geloof niet dat ik het ooit gedaan heb, maar ik sluit het ook niet uit. Hetzelfde zou ik doen met een kaal persoon. Zou deze mij benadelen, dan zou ik hem zeker biljartbal noemen. Ik denk wel dat het ooit gebeurd is, want de drempel om iemand die kaal is te beledigen is lager dan om dat te doen bij iemand met een andere huidskleur. Maar is er wel een wezenlijk verschil? Waarom vinden we het prima als een vol voetbalstadion iep iep roept als Vanenburg aan de bal is (zijn hoge stem) of zingen ze over de neus van Rene Eijkelkamp, of Sylvie is de hoer van Amsterdam, maar zodra er een oerwoudgeluid is te horen wordt de wedstrijd stil gelegd? Ik vind het maar discriminatie eerlijk gezegd. Maar dit terzijde. Dat zouden ze in alle gevallen moeten doen waar één speler het doelwit is van de volle tribune.

Bij vrouwen wordt het nog erger. Ik behandel vrouwen namelijk anders dan dat ik mannen behandel. Gewoonlijk ben ik vriendelijker tegen een vrouw. Hoe aantrekkelijker, hoe vriendelijker. Seksisme pur sang, als je het mij vraagt. Maar als ze mij benadeelt, dan zou het zomaar eens kunnen zijn dat ik haar “wijf” noem. Of “mens!” Dat zou ik bij een man nooit doen. Aan de andere kant ben ik ook wel eens uitgescholden voor homo, blanda en bleekscheet.

Ik weet niet of ik hiermee naar de dokter moet. Of u allemaal wel een roomblanke (haha) ziel heeft en dergelijke verschillen nooit opmerkt. Ik geloof niet dat je gelijk een slecht mens bent, mocht je je een keer laten gaan. Ik denk zelfs dat we dit doen omdat we niet helemaal tevreden over onszelf zijn en zo een beter gevoel over onszelf te krijgen. Maar leer ervan. Ik weet dat alle mensen gelijke rechten moeten hebben en dat we iedereen die vriendelijk tegen ons is, vriendelijk terug moeten behandelen. En dat is wat ik probeer te doen. Maar vraag niet van me om verschillen niet meer te zien. Dat gaat niet. Soms zijn die verschillen zelfs mooi in het voordeel van de ander. Zolang je op de voetbaltribune maar wel je bek houdt. Tegen donkere spelers, tegen de scheidsrechter en tegen de tegenstander in het algemeen. En wegwerpgebaren moet je ook niet maken. Ten eerste is dat onbeleefd, en ten tweede als je ze maakt moet het ook een wegwerpgebaar zijn, en geen Hitlergroet.

Sinterklaas

We hebben nu al jaren een zogenaamde pieten discussie. Al jaren ben ik het er niet mee eens dat zwarte piet racisme is. De eerste keer dat ik zwarte piet associeerde met een donkere huidskleur was toen de zwarte Pieten discussie begon. Ik dacht er simpelweg niet over na. En ik ging er vanuit dat dat bij anderen ook zo zou werken. Helaas. Afgelopen weekend werd een donkere voetballer racistisch bejegend en alsof dat al niet erg genoeg was, ook voor K-zwarte Piet uitgemaakt. Te treurig voor woorden, al heeft deze donkere voetballer uiterst goed gereageerd en veel aan sympathie gewonnen.

Als anderen nu toch beginnen om donkere mensen voor zwarte piet uit te maken, dan kan ik niet anders dan hopen dat het gauw gedaan is met de zwarte knecht van de Sint. Ik vond eigenlijk dat de anti zwarte piet demonstranten buiten proportioneel hard de discussie zijn aangegaan. Er was gelijk een vijandigheid gecreëerd die wel een vijandig tegengeluid moest krijgen. De nuance was meteen weg. En de voorstanders hadden het makkelijk kunnen winnen, door er niet op in te gaan, dan was het waarschijnlijk al doodgebloed. Maar als een groepje mensen, die waarschijnlijk geen systematische racisten zijn maar mensen die snel zwichten onder groepsdruk, een donkere voetballer uitmaken voor zwarte piet, ja, dan krijgen de anti’s alsnog gelijk.

Mijn kinderen geloven niet meer, ik ben er finaal klaar mee, van mij mag die hele Sint verdwijnen zodat beide kampen buitenspel worden gezet. Opdonderen Klaas, en neem je pieten mee! Ik ben je racisme zat! Bovendien houden we hier niet van Spanjaarden!

Opschepper

Net als velen ken ik ook het verschijnsel midlife crisis. Alleen bij mij openbaart het zich niet door middel van een motor of een snelle auto, maar door het zuinig zijn op mijn lichaam. Ik ben vijftig, en ook ik heb dat niet schadevrij doorstaan, maar ik sport nog en ik loop einden met de hond. En dus trap ik wel eens in een valkuil. Dat gebeurde een jaar of vijf geleden toen ik in een opschepperige bui beweerde dat ik de 100 meter nog wel in vijftien seconden kon lopen. Op de Havo liep ik de afstand immers in 12,9 seconden, maar daar is geen bewijs van, en misschien is mijn herinnering fout. Maar ik werd niet geloofd. En dus ging ik destijds een beetje trainen als ik de hond uitliet. Ik ging als de gesmeerde bliksem vond ik zelf, alleen binnen de kortste keren had ik hielspoor en was ik een maand of negen bezig om daarvan te herstellen.

Inmiddels sport ik weer, en deze week was er weer een dergelijke discussie en benoemde ik weer mijn Havo tijd. Dan zie je ze al kijken, die lult uit zijn nek. En dus zei ik ook dat ik het nog wel in 15 seconden zou kunnen. Dat zette helemaal kwaad bloed merkte ik, want opscheppen, daar houden mensen eenmaal niet van. Er werd al een stuk afgemeten van 100 meter, en mijn opschepperij werd achter mijn rug doorverteld aan andere collega’s. Men kan het eenmaal niet goed hebben als iemand van vijftig nog dergelijke dingen beweert, zelf zijn ze inmiddels behoorlijk uitgezakt. Maar goed, ik ga natuurlijk niet op een industrieterrein lopen en mezelf voor lul zetten, dat leek me wel rechtvaardig.

Maar ik voelde me toch niet op mijn gemak, dus vanochtend in het bos heb ik even een poging gewaagd. Met gewone kleren, jas, leesbril op, telefoon in mijn linkerhand en in de rechter de lange looplijn haalde ik twee keer 23/u en een keer 24/u, door Waze gemeten. Ik acht mijzelf dus niet kansloos met een hardloopoutfit en een weekje trainen. Maar ik riskeer blessures door mijn grote mond. En stel dat ik het nu wel bewijs, dan zet ik alleen maar meer kwaad bloed bij dat stelletje uitgezakten. Maar beter voortaan alleen claimen wat is gemeten.