Chris de Korte

Ik zag andere tijden sport, het programma dat mij jaren geleden een logje ontlokte dat op zijn beurt een recordaantal reacties ontlokte, maar deze keer ging het niet over een waterskiester maar over een judotrainer. Chris de Korte is de naam.

Tegenwoordig kunnen we overal ter wereld komen en zijn alle paden gebaand, maar Chris ging als jongeman met de trein naar Vladivostok en vandaar met de boot naar Kioto, Japan. De reis duurde 14 dagen en aldaar aangekomen begon zijn judostage direct. Hij was al behoorlijk sterk, maar de Japanners vonden dat hij er niks van kon. Spartaanse omstandigheden al zou ik ze liever Japans noemen. Een kamer waar net een bed kon staan, weinig eten, soms niks, en de hele dag trainen. De sensei had een bamboestok om ongedisciplineerd gedrag te straffen. Naar eigen zeggen hield hij het vol doordat hij in Nederland bij het korps commando’s had gediend, waar een zelfde hardheid gebruikelijk was.

Maar wat hij leerde was goud. Technieken in het grondgevecht die hier niet bekend waren en die je ook niet even op YouTube kon bestuderen. Na een jaar van hele dagen keiharde training keerde hij terug per boot, als werkend passagier, en bracht de meegenomen kennis over op zijn Nederlandse studenten. Inclusief het niet mogen drinken, de bamboestok, en het trainen in koude en in hitte.

Niet heel veel later kwam hij erachter dat niet drinken voor een Japanner misschien kan, maar dat het in het algemeen de prestaties niet verhoogt. De stok heeft hij wel gehouden, al werd die meer gebruikt om iemand te sturen. 35 jaar later won een van zijn studenten, Mark Huizinga, goud op de Olympische Spelen.

Chris de Korte was een pionier. Een tachtiger inmiddels, maar nog steeds judotrainer. Een man met een sympathieke uitstraling die door zijn avontuur destijds het Nederlandse judo verder heeft gebracht. Op zijn zesentwintigste met de trein dwars door Rusland naar Japan in een tijd dat niemand nog iets wist. Ik vond een paar jaar terug een treinreis naar Berlijn al spannend.

Baasjes..

Wij hebben een logeerhond voor een weekje. Een indrukwekkende reu om te zien, maar een echte softie. (kruising Stafford Terrier en nog iets indrukwekkends) Ik had een rondje met de honden gelopen en loodste de onze, die wat feller is, de auto in. Slome softie kwam er achteraan, maar moest nog langs een aantal andere honden. Drie vrouwen, waarvan twee paniekerig, met drie honden. Eentje aan de lijn in het losloopgebied, dat kun je beter niet doen. Ik hoorde wat geknauw en gepiep achter me, maar sloeg er geen acht op omdat ik met onze hond bezig was. Ik riep Softie bij me en hij sprong achter in de kofferbak.

Toen ik weg wilde rijden kwam een van de paniekerige vrouwen naar me toe. Ze moest haar hond onderzoeken want Softie zou hem aangevallen hebben. (een nog grotere Ridgeback) Ik keek haar wat verbaasd aan en stapte uit mijn auto. Aan haar hond was absoluut niets te zien, die was gewoon net zo paniekerig als zijn vrouwtje, en daarom piepte het beest waarschijnlijk. Ik hoorde mezelf nog zeggen, dat doet-ie anders nooit, hij is de vriendelijkheid zelve. Hoe dan ook, wie er ook begonnen is, de honden bepaalden gewoon even de rangen en standen. Dat gaat meestal met wat gegrom en geknauw, maar god wat weten eigenaren toch weinig van honden. Op het irritante af. Sowieso, aan de lijn in een losloopgebied, dat moet je gewoon niet doen. Dan moet je in een niet-losloopgebied gaan lopen. Dat kan voor de hond een bedreigende situatie zijn en kan hij besluiten in de aanval te gaan.

Kijk, die van ons heeft het voorzien op een Jack Russel die veel honden in hun achterpoten bijt. De meeste honden reageren daar niet op, maar die van ons, als ze hem alleen al hoort vliegt ze erop af en geeft het beest ongenadig op z’n lazer. Een echte etterbak is ze dan. Ik heb ook wel eens meegemaakt dat ze een klein hondje dat tegen haar uitviel in haar bek had. Ik was dolblij dat de kleine keffer niks mankeerde, en dat de eigenaresse niets gezien had en alleen haar hondje toesprak met: ja, dat komt er nu van he, moet je maar niet tegen ze blaffen. Daarom heeft ze een muilkorf als ze met de uitlaatservice meegaat. Om uit de tuin ontsnappende bijtertjes tegen zichzelf te beschermen. Eigenlijk meer om te zorgen dat ze mee mag blijven gaan met de uitlaatservice.

Nou ja, het zal allemaal wel. Honden gaan anders met elkaar om dan mensen. Dat is eenmaal zo. Anders kan ik ook wel gaan klagen. Mevrouw, uw hond rook aan de kont van de mijne, ik ga de politie bellen.

Knoop

Ik heb een knoop doorgehakt vandaag. Na een maand of twee van zoeken naar andere auto’s kwam ik op de laatst overgeblevene uit. Een pracht van een bruine Alfa Romeo 159. Ik belde gisteren om te komen kijken maar het bedrijf bleek dicht die dag. Dus zou ik vandaag gaan. Ik had de man aan de telefoon om een prijs te krijgen voor mijn Renault. Het gebruikelijke riedeltje. “Een diesel, dat ligt wat lastig, u zult het al wel meer gehoord hebben”. Ondertussen opende hij de foto’s die ik hem gestuurd had. Zijn toon veranderde. “Hij ziet er prachtig uit,” zei hij. En zoiets streelt nu mijn ego. “Dan zal ik hem zelf verkopen.”(normaal zeggen ze dat hij naar een handelaar moet voor de export naar een land waar ze nog wel dieseldampen inademen) Hij gaf me een prijs waar ik iets mee kon. Zou ik gisteren gegaan zijn, zou ik die auto met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gekocht hebben.

Prachtwagen

Vanochtend belde ik een garage waar de Alfa in onderhoud was geweest, en ook die bevestigden dat het een goeie auto was. En toen nam mijn hoofd het over van mijn hart. De Alfa heeft wat nadeeltjes, zoals problemen met de distributieketting, de waterpomp en koolstofafzetting op de kleppen. Bij elkaar, als het optreedt gauw zo’n € 2000,- Verder is hij iets minder ruim, iets minder krachtig, en ben ik als de dood dat één van de genoemde problemen tijdens een vakantie optreedt, als de familie toch al opgevouwen en met bagage op schoot de reis probeert te doorstaan. Jij ook altijd met je Alfa! Bovendien zou de auto gelijk een grote beurt moeten hebben, ik moet er navigatie in laten zetten, kortom, mijn budget is ontoereikend en mijn huidige auto te goed om er een sprong op vooruit te gaan.

Natuurlijk heeft de Alfa ook voordelen. Hij is supermooi, hij rijdt op benzine (weliswaar geen E10, dus de de dure), hij stuurt als een Alfa en hij klinkt als een Alfa. Bovendien een beige stoffen interieur waar je de koningin in zou kunnen vervoeren. (ik heb het nog steeds over de koningin merk ik)

Wat ik nu ga doen is mijn auto bij laten werken. Motorkap overspuiten, velgen repareren en overspuiten, polijsten. Niet dat je die investering terugverdient, maar als ik nu geen geld uitgeef van mijn autorekening begin ik volgende week weer over een andere auto. Terwijl ik nu ook vakantie heb. Ik wil aan een boek beginnen, niet de hele dag naar auto’s aan het zoeken zijn. Poetsen vind ik wel leuk. Eer van je werk.

In de was gezet

Ik ben een vogel

Zo, ik heb het weer gehaald tot aan de vakantie. Normaal haal ik het ook, en dan sta ik aan de vooravond van twee weken Frankrijk, dan genieten we intens en na afloop gaan we weer 49 weken aan het werk tot aan de volgende. Ja, dat realiseerde ik me gisterenavond ook. Dat is wel een heel leeg leven. En nu Frankrijk er dit jaar niet in zit, zat ik mezelf even vreemd aan te kijken.

Want helemaal duidelijk is het mij niet wat u en ik precies te zoeken hebben op deze aarde. Tenminste, mij is het niet duidelijk wat ik hier doe en mij is ook niet duidelijk hoe u er invulling aan geeft. Mijn leven lijkt misschien wat leeg, maar wat is het verschil tussen mij en een vogel? De vogel heeft niet eens vakantie, die moet 52 weken per jaar werken om te bestaan. En vraagt die vogel zich af waar hij nu eigenlijk mee bezig is? Welnee, die doet gewoon, net als ik vijftig weken lang. De vogel heeft nog het geluk dat zijn medevogels precies eender zijn, in exact hetzelfde schuitje zitten. Het is niet zo dat de ene vogel een dikkere auto rijdt dan de ander, en dat die andere (ik) denkt: hee, waar doet hij dat van?

Gisteren begaf ik mij naar Geleen, een enorm eind weg, om een Alfa Romeo te bezichtigen. Ik ging onverrichter zake weer naar huis, omdat de auto mij niet gelijk de adem benam. Ik zag zelfs een mooiere staan, maar die was al verkocht. Er kwamen een man en een vrouw aanrijden, in een Audi TT, een duur sportmodelletje, om te kijken naar een Alfa 4C voor het vrouwtje, eveneens een duur sportmodelletje. Ze leken van mijn leeftijd, alleen waren het andere types. De man had een staartje, beiden zaten ze onder de tatoeages, ze waren twee maten dikker dan ik, en ze zagen er nogal simpel uit. U begrijpt, ik dacht: waar doen ze het van? Tien keer zoveel geld als ik gingen ze besteden, voor het vrouwtje. Ik ben eenmaal geen ruimdenkend mens die alle vooroordelen aan de kant heeft gezet. Welnee, ik ben een bekrompen burger uit de jaren 60.

Zover rijden voor een auto ga ik niet meer doen. Mijn verouderde navigatie stuurde me zelfs de verkeerde kant uit zodat ik in Duitsland terecht kwam. Ook zoiets debiels! Zonder navigatie zou me dat nooit gebeurd zijn omdat ik dan zelf opgelet zou hebben. Stomme moderne tijd. In de jaren zestig was alles veel beter. En in een volgend leven wil ik huismus worden.

Het verleden wis je niet uit.

Ik betrapte mezelf gisteren op raar gedrag. Laat ik even beginnen bij het begin, 38 jaar geleden. Eind 1982 kwam ik hier wonen en halverwege klas twee van de plaatselijke Mavo haakte ik aan. Een klas vol zonderlingen vond ik, hoewel ze dat van mij ook vonden met mijn zachte g. Maar dat maakte niet uit, een maandje later vond ik ze al niet zo vreemd meer. Er zat bij mij in de klas een jongen waar ik nogal tegenop keek. Hij leek alles te durven, en stond aan de top van de jongens voor wie je moest oppassen. Hij noemde mij alleen bij mijn achternaam, dat versterkte mijn ontzag voor hem nog eens extra. Ook de Ambonezen hadden ontzag voor hem, en doorgaans moest je met hen ook geen ruzie krijgen, wilde je tenminste niet het halve kamp (zo noemden wij dat) achter je aan krijgen. Hij was een branieschopper en zijn gezicht deed me een beetje denken aan dat van Mick Jagger. Slechts een keertje kwam er een klein deukje in zijn imago, toen een een nerd uit een andere klas het aan de stok met hem kreeg en plotseling geen nerd bleek te zijn door hem een schop onder zijn hol te geven, waardoor Mick, laat ik hem zo noemen, afdroop. Later kwam Mick bij de mariniers en daarna kwam hij bij een speciale arrestatie-eenheid van de politie. Ik had het dus goed ingeschat.

Hij had nog een oudere broer, die zat toen in de hoogste klas, en Mick schepte wel eens over hem op. Hoe sterk die dan wel niet moest wezen. Beide jongens wonen nog steeds in het dorp, Mick zie ik nooit omdat die kennelijk altijd geheime operaties uitvoert, maar zijn broer heeft een dochter die bij mijn dochter in de klas zit. Sterker nog, die spelen met elkaar. En dus, gisteren op het afscheidsfeest van de klas, stonden daar alle ouders, en ook de broer van Mick. Ik had hem al wel eens eerder gesproken, maar ook nu ging ik naast hem staan. Deze jongen had het tot officier bij de Marechaussee geschopt, net iets minder indrukwekkend dan Mick, maar toch. Hij was inmiddels 55 en ik 50. Vroeger op school onbereikbaar voor mij maar nu, ouder geworden was hij beter toegankelijk. En dan ga ik daar een beetje naast staan en wat onverschillig met hem praten, alsof ik helemaal geen ontzag voor zijn verleden heb, en hij praatte gewoon terug. Tja. Hij kende me niet eens vroeger, maar ik wist destijds dat je met hem niet hoefde te spotten. Nu lachte hij om mijn grapjes.

Ik realiseerde me wel dat het raar was. Niet dat hij er iets van heeft gemerkt, maar ik probeerde toch indruk op hem te maken. Nou ja, het verleden wis je kennelijk niet zomaar uit.

Blues.

Gisteren om deze tijd was ik nog in het bos, genietend van de stilte, nu lig ik al in bed met een kleine ongesteldheid. Een beetje ziekjes, een beetje kouwelijk, een beetje moe, een beetje pijn, alles een beetje. Meestal helpt slapen. Ik vermoed ook dat er iets in mijn rug niet helemaal goed is, maar ik heb al een afspraak met de wonderdokter.

We worden allemaal geconfronteerd met het Corona isolement, dat doet ons ook geen goed. Het is wat saai allemaal, geen sport, geen feestjes, geen concerten, geen vakanties. Ik had mij zo verheugd op de Toppers in de Arena. Ik constateerde dat we al een behoorlijk eind op weg zijn in juli, maar straks is juli voorbij zonder dat we op vakantie zijn geweest. Dat stemde me droef, ook de constatering dat ik kennelijk van mijn vakantie in Frankrijk afhankelijk ben. Ik wist het al wel, dat dat het hoogtepunt van het jaar was, maar nu vind ik het moeilijk om het over te slaan. Het stemt me zelfs somber. Zo leeg is mijn leven kennelijk geworden.

Ik moet op zoek naar zin en invulling. Tevreden zijn met wat je hebt. Op de fiets stappen of met de hond het bos in. Ik weet het ineens niet meer. Het vuur lijkt gedoofd. Mijn hart maakt geen sprongetjes. Wat doe je eraan? Herkent u dit?

Lallende.

Daarnet zapte ik doelloos, wat op zich al een slecht teken is, en bleef ik net te lang hangen bij een concert van de Toppers met een gastoptreden van de Snollebollekes. Als ik zou zeggen dat het verbazing is wat ik voel, zou dat gelogen zijn. Ik ben er niet meer verbaasd over. Als ik zou zeggen dat het ergernis zou zijn, zou dat niet waar zijn. Ik ben niet meer geërgerd. Het is erger dan dat. Ik voel de complete grond onder me vandaan zakken. Zoveel onbenul bij elkaar heb ik niet eerder gezien. En het ergste was, mijn eniggeboren zoon, Hans, hoorde het, zette de pc uit en kwam naast mij zitten. Hij lalde de teksten letterlijk mee. De hele Arena ging uit zijn dak. Johan Cruijff veroorzaakt een wervelstorm in z’n urn als hij zou weten dat het naar hem vernoemde stadion gebruikt werd voor deze bagger. Ofschoon dat niet waar is, Cruijff is wijs en vindt er niks van.

Ik kan er gewoon niet tegen. Ik heb nooit tegen Nederlandstalige feesten gekund, omdat ik namelijk versta wat er gezegd wordt. Ik heb me nooit verbonden gevoeld met het zich laten gaan, in welk opzicht dan ook. Mij krijgen ze niet eens onder narcose. Maar zeker kan ik niet overleven in een stadion vol van hoempapa, derderangs zangers die de sfeer erin proberen te zwaaien en door de ondergrens zakkende dronkaards. Zelfs carnaval is beter. En voordat u nu denkt dat ik me verheven voel, ja, vér! En misschien wil dat juist wel alles zeggen, dat ik, Mack, ver achter op zijn oorspronkelijke levensplan, en misschien nooit meer zijn doelen bereikend, aan het eind van zijn leven terugkijkend en denkend: mwah, kortom, een mislukkeling, zich al te goed voelt voor deze lallende. (ellende van gelal, klemtoon op de en.)

Want ik ben al mijn hele leven op zoek naar wijze mannen of vrouwen, gewoon omdat je niks van het leven begrijpt en wilt weten of zij soms informatie hebben die je inzicht verschaft. Sporadisch vind je er een keer een, na lang zoeken, of eigenlijk, omdat je er bij toeval tegenaan liep en je God op je blote knieën dankt dat je je aan hun wijsheid mocht laven. Misschien tien in heel mijn halve leven heb ik er ontmoet maar als het aankomt op zo debiel mogelijk doen/zijn, bam jonguh, zet de tv maar aan en je vindt er 80.000 in één keer. Moeiteloos.

Ach, gun die mensen nu hun feestje! Nee! Bom erop. Ik zei het nog tegen Hans, als zo’n Topper nu aankondigt dat het stadion straks plat wordt gebombardeerd dan zingen ze nog: lalalalalaaa laaaaaaaaaa en staan ze met hun bier in hun hand trots naar de camera te acteren dat ze het leuk hebben. Hij moet lachen om mijn ellende.

Goed, verder ben ik een heel redelijk mens, en ben ik gaarne bereid naar uw tegenargumenten te luisteren.

Net niet

En nu net, een dag voor ik dacht het gehaald te hebben, schoot het weer in mijn rug. Die lockdown was niet goed, ik deed wat ik kon, lopen, fietsen, maar dat badminton maakte mijn rug losser. En mijn rug kon sinds ik weer speelde best wat hebben. Maar vier maanden niet spelen was net een dagje teveel. Vanavond konden we weer, maar nu kon ik niet.

Zo denk ik dat het zit. Het hoeft niet te kloppen natuurlijk, feit is ook dat ik ergens lang geleden, ik schat op mijn 35e, ben gestopt met badminton juist vanwege rugproblemen. Het is niet heel ernstig, ik heb het stukken beroerder meegemaakt. En als ik eerlijk ben was het zich al een tijdje aan het aankondigen in de vorm van pijn in mijn bovenbeen. Ik had eerder de fysiotherapeut moeten bellen. Nu ben ik waarschijnlijk over drie weken aan de beurt.

Geen nood, ik ken mijn rug inmiddels. Morgen zal het al wel beter gaan. Maar die Corona lockdown richt ook schade aan, het is niet alleen maar goed. Maar alleen maar goed bestaat niet, er is altijd een gedeelte slecht of er is een groep die het goede als slecht ervaart. Je kunt het dus nooit helemaal goed doen, behalve bij wiskunde.

Aangenaam

Gisterenochtend heb ik 11 kilometer met de hond gelopen. Ik had er weer even zin in. ’s Avonds ging ik nog een stukje fietsen met mijn net geplakte achterband. Midden in het bos kreeg ik alweer een lekke band. Bij het plakken was ik vergeten het euvel te verwijderen, dan heeft het plakken niet zoveel zin. Dus ik liep nog eens vijf kilometer voordat ik bij een weg kwam waar Linda me kon oppikken. Vanmiddag liep ik 8 kilometer met de hond, en vanavond ging ik weer een stukje fietsen. Deels om te proberen of ik deze keer wel goed geplakt had, en deels om weer wat conditie op te bouwen voor badminton, dat aanstaande maandag weer van start gaat. En omdat ik een psychologische gewichtsgrens had overschreden. Ik was over de 100. Dat slaat helemaal nergens meer op.

Dan hebben we nog geluk dat het coronavirus heerst, anders had ik nog naar Frankrijk gemoeten ook met dit lijf. Maar je kunt ook zeggen dat deze gewichtstoename door corona komt. En het sluipt erin hoor, die toename, je hebt het niet in de gaten. Elke dag als ik voor de spiegel sta denk ik: nou, dat gaat nogal prima! Totdat ik me een keer een kwartslag draaide en mijn buikomvang zag. Dat zie je van de voorkant niet zeg!

Ik heb vaker van die grenzen gehad hoor. Ik weet nog dat ik op mijn 18e 78 kilo was. Toen ben ik jarenlang 83 geweest. Na mijn dertigste ging ik ineens naar 87, maar nog niet alarmerend, al kwam de 90 in zicht. Op een gegeven moment was ik 95, dat is nu zes jaar geleden. Toen stopte ik met roken en werd het 97. Zo kent u mij, als 97 kilo wegend. En nu dus ook als 100. Aangenaam. Ik hoop u maar kort te kennen.

Brooke

Ik keek daarnet “the blue lagoon”, een jaren tachtig onzinfilm. Ik zeg wel onzin, maar de film was één grote sensatie destijds. Zoiets was nog nooit vertoond, liefde tussen twee opgroeiende kinderen waarvan er eentje Brooke Shields heette. De mooiste vrouw die ooit heeft bestaan, al denk ik dat ik dat over meerdere vrouwen heb gezegd. En ze deed het met die blonde krullenbol, die onbetekenende zeur, en ze kreeg een baby van hem, al hadden ze geen idee waar die baby vandaan kwam, op hun onbewoonde eiland.

Vanzelfsprekend was het niet terecht dat die krullenbol de rol kreeg en ik niet! Ik had ook wel met Brooke op een onbewoond eiland gewild. Maar wat echt magisch was aan de film was het feit dat daar van alles in gebeurde terwijl je niets zag. Maar die suggestie die werd gewekt was al voldoende. Je kon de film bespreken met het meisje dat je op het oog had, in mijn geval was dat C., hoewel C. de film met mij besprak voor ik hem ooit gezien had. Dat zij met mij over een dergelijk onderwerp wilde praten maakte mij al euforisch. Dit kon wel eens betekenen dat ze het ook wel zag zitten om met mij op een onbewoond eiland te gaan wonen.

Helaas, ik was niet daadkrachtig genoeg om haar hart te veroveren en ik was niet cool genoeg om advances te maken waardoor haar interesse op den duur vervaagde. Het bleef bij mooie momenten waarop ik te lang teerde. Maar Brooke, die is nooit meer weggegaan. Brooke is die film. Zeg je Brooke, dan zeg je “blue lagoon”. En dan zit je in de jaren tachtig, toen alles nog alle kanten op kon.