Bonjour-dis

Elk jaar zoeken we rond deze tijd, en meestal al iets eerder, de vakantie uit. We gaan altijd naar Zuid Frankrijk. Want daar is het mooi, daar is het weer goed, ze spreken er Frans, en daar liggen mijn herinneringen. Sommige mensen reageren er wat vreemd op, zoals een tutje uit de buurt dat zegt: “Als je honderd kilometer verder rijdt zit je in Spanje!” Het gaat om het uitroepteken in de zin, anders was het een nutteloze mededeling. Als je 750 kilometer minder ver rijdt zit je in België. Als je niet rijdt zit je in Nederland.

Nee, het gaat om het uitroepteken. Frankrijk is voor duffe eikels, bedoelt ze ermee. En dan ga ik in de tegenaanval. “Ja, maar ik rij én 100 km minder ver én ik zit in Frankrijk.” Spanje is voor holadijee, vind ik. Tenminste, in haar aanwezigheid vind ik dat. Maar goed. Dit jaar kwamen we er niet goed uit. We krijgen steeds meer wensen en we wilden ook naar hetzelfde gebied als vorig jaar. Maar we gaan eigenlijk nooit naar dezelfde camping terug. Tot ik tot de conclusie kwam dat de camping van vorig jaar ideaal was. Dus boekten we die. Vorig jaar was er een nadeeltje en dat was dat de veranda aan de kleine kant was. Dus ook dat hebben we nu aangepakt door een grotere caravan te huren.

Niet dat er nu geen nadelen meer over zijn, maar er moet iets te zeuren overblijven. Bovendien, nadelen zijn relatief. Gingen we vroeger met een tent naar campings zonder drinkbaar water, tegenwoordig willen we een mobile home met airco, overdekte veranda, gelegen direct aan een meer, niet te massaal maar zeker niet te klein, bergachtige omgeving, mooi weer, een behoorlijke stad in de buurt en dat alles voor onder de duizend euro per week in het hoogseizoen. Nou ja, dat laatste lukt al een paar jaar niet meer. Maar hij is weer geboekt.  Ik besef net dat ik al anderhalf jaar van mijn leven in Frankrijk heb doorgebracht. Bonjour-dis!

Stof tot bloggen

Als iemand je stof tot bloggen geeft, dan moet je bloggen. Het zou een uitspraak van mij kunnen zijn, en dat is het ook. Het was Karin van Raam Open, die me vroeg of zij ook één van de aanstellerige dames was, en waarom ik moeite heb met het volgen van andere bloggers. Het zijn twee vragen waar ik even op in zal gaan.

Om met de eerste te beginnen: Karin moet gezien hebben dat ik bij vriendin Yukiko reageerde door te zeggen dat ik een lijstje bijhield van aanstellerige vrouwen en dat zij daar niet op voor kwam. Ik ken Yukiko inmiddels vrij goed, en ik vind haar een bijzondere vrouw die dingen kan waar ik veel bewondering voor heb. Eén van de dingen die ik bewonder is haar vermogen om haar mening niet op te dringen aan anderen in deze opdringerige tijden. Ze heeft absoluut meer dingen die ik bewonder, maar we geven elkaar slechts één keer per jaar een compliment, dus ik laat het hierbij.
Dat lijstje hou ik uiteraard niet echt bij, maar zou ik het doen, dan heb ik geen reden om je erop te zetten, Karin. Voor wat het waard is. Overigens, in blogland zitten veel minder aanstellers dan op FB/Twitter en wat er allemaal aan meuk is. En aansteller is slechts door mijn ogen gezien, het zegt verder niets.

Het andere punt, ik schreef bij Karin in de reacties op een blogpost, dat ik moeite heb met het volgen van een ander. En dat riep niet alleen bij haar vragen op, maar ook bij mij. Het zit zo: niet alles wat een ander schrijft interesseert me en al snel verslapt dan mijn aandacht en heb ik geen idee wat ik zojuist gelezen heb. Vaak zit dat in de lengte van een blogje, maar het hoeft niet. Terwijl ik mijn eigen bloghistorie wél moeiteloos lees. Egocentrisch misschien wel. Maar ik snap meestal nog waar het over ging en de hoofdpersoon ben ik meestal zelf. Kennelijk vind ik mezelf interessant. Aan de andere kant kon ik bij wijze van spreken ook het telefoonboek lezen. Ik las de meest saaie wetteksten in bed. Contracten in het Engels, ik kan ze lezen. Ik heb ook vaak radio 1 aan in de auto, maar soms denk ik: waar zit ik nu in godsnaam naar te luisteren? Een muizenplaag in Friesland? Geluidsoverlast op Texel? Dalende aandelenkoersen in Brazilië? Het is zelden spectaculair.

Ik vind het lastig om leuke blogs te vinden. Maar komt dat nu werkelijk omdat de blog van een ander niet over mij gaat? Ben ik dan echt zo’n egotripper? Of is het iets volkomen normaals dat je een ander niet altijd leest? Ik voel me er ook wel eens schuldig over en soms dwing ik mezelf om in elk geval even bij de mensen die ik gelinkt heb te lezen. Soms moet ik weer opnieuw beginnen om het verhaal te snappen. En als ik het dan snap, dan reageer ik ook wel. Maar blogs waarin je gelijk iets van jezelf herkent zijn het mooist, maar ook het zeldzaamst. Ik heb ook gemerkt dat het met doorzetten te maken kan hebben. Als ik iemand maar vaak genoeg lees, wordt het vanzelf vertrouwd en herkenbaar. Als ik met een blogger ook buiten het bloggen om contact heb, dan wordt de herkenning ook makkelijker. En sommigen schrijven eenmaal erg goed of weten veel waardoor het interessant wordt. Meestal link ik ze dan, en niet voor de eerste keer houden ze er dan na een week mee op. Normaal vermoed je dan geen verband, maar als het vaker gebeurt, dan roept dat toch vragen op.

Ik probeer mijn eigen blogs kort te houden, meestal korter dan deze omdat ik weet dat kort het prettigst leest. Behalve in een boek natuurlijk, maar dat is weer een heel andere kunst. Vroeger had ik het trouwens steevast over logjes en niet over blogs. Geen idee waarom dat veranderd is. Goed. Dan weet u dit ook weer, als u tot hier bent gekomen.

Homo

Barst ook maar. Ik had al een heel verhaal klaar over wat ik nu vond van het ondertekenen van de Nashville verklaring door Van der Staaij, en nog meer over hoe de samenleving daarop reageerde. Ik was er gisteren aan begonnen en wilde er nog een nachtje over slapen. Of ik wel de juiste overwegingen deed, of ik er morgen (vandaag) nog net zo over dacht, en ja, ik dacht er nog net zo over. Maar de social media hype is alweer zo goed als over, iedereen heeft zijn zegje al gedaan en dan zou ik nog komen. Bovendien, als men er gisteren zo druk mee was maar vandaag al niet meer, dan zal men het ook wel niet echt belangrijk vinden.

Bovendien kwam er een meisje op tv met een vreselijke aangeboren verminking in haar gezicht. Haar gezicht was niet eens zichtbaar maar voor de rest leek ze gezond. Ze had zelfs gekozen om wat langer te wachten met een corrigerende operatie omdat ze dan nog meer kans had. (ze was 14) Ik vond het al erg toen ik een kale plek kreeg. Dan kan die antihomo ophef je wel gestolen worden. Kreeg ik net het bericht dat iemand die ik redelijk goed ken nog maar een week te leven heeft en dan denk je: Homo’s? Is daar iets mis mee?

Ritme

Soms begrijp ik niet waarom ik geen muzikant ben. Maar meestal begrijp ik het wel. Ik kan geen maat houden, ik voel geen timing aan en mijn handen kunnen geen twee dingen tegelijk. En dan zing ik ook nog eens vals. Maar aan de andere kant ben ik wel gefascineerd door muziek. Bijvoorbeeld gisteren.

In the battles van the voice of holland streden twee bands tegen elkaar. Een band van jongens en een band van meisjes. Ze speelden hetzelfde lied tegelijkertijd. Ik zit dan gefascineerd naar beide drummers te kijken. Die doen namelijk exact hetzelfde. Wat bij mij de vraag oproept: hoe kan dat? Hoe komt het dat beiden op hetzelfde moment op de bekkens slaan en waarom doen ze exact dezelfde afwijkingen van hun normale ritme? Is er maar één mogelijkheid om op muziek te drummen, of is het afgesproken werk? De hersenen van een mannelijke en vrouwelijke drummer werken kennelijk op dat gebied hetzelfde.
Tevens hoorde ik een nummer van John Denver dat op de studioversie geen achtergrondzang heeft. Maar in de live versie wel, viel me ineens op. Hoe werkt dat dan? Hoe weet je hoe hoog of laag je moet zingen? Anouk merkte vorige week in TVOH op dat de tweede stem niet klopte. Ik had geen idee. Muzikanten spreken kennelijk een hele andere taal dan ik. Irritant.

Crisper cas9

In DWDD college tour ging het over DNA, en over het manipuleren daarvan. Intussen is veel mogelijk en in de nabije toekomst zijn er wellicht geen ziektes meer. Alles wat de natuur kan, kan het laboratorium ook, maar sneller. In theorie kan de mens onsterfelijk worden als alles vervangen kan worden.

Zelf denk ik al lang na over de waarde van het leven. Is het wel iets waard? Stel dat er nu vaststaat dat er niets is na de dood, en ik schiet u zonder dat u het vermoedt in uw achterhoofd, dan kunt u me dat moeilijk kwalijk nemen. Ten eerste omdat u nooit heeft gemerkt wat er gebeurd is, en ten tweede doe ik u eigenlijk niets aan. Ja, u had graag verder willen leven, maar ja, dat was toen, nu niet meer. En toch zult u het me van tevoren wel kwalijk nemen. Sterker nog, ik ga ervoor de gevangenis in. En terecht. Maar waarom? Omdat het leven kennelijk toch nog iets waard is. Maar waar komt die waarde dan vandaan? Ons werd verteld dat het in de hemel perfect zou zijn. Er zou geen pijn, geen ziekte en geen kwaad meer bestaan. Langzaam gaan we die kant op. Eerst lossen we de pijn op, dan de ziektes, en dan manipuleren we het kwaad uit de genen, en als we het verouderingsgen ook nog eens onschadelijk maken, dan hebben we de hemel op aarde gecreëerd. En iedereen is gelukkig, want het gen dat depressiviteit veroorzaakt, wordt ook opnieuw geprogrammeerd.

Nou, dan hebben we de hemel niet meer nodig. We winnen allemaal de loterij. Alleen is het bekend dat het winnen van de loterij niet gelukkig maakt. Het zelf verdiend hebben van een vermogen wel. Als de wetenschap ons al zover kan brengen dat we perfect zijn, dan moet het toch helemaal een koud kunstje zijn om ons ook even die loterij te laten winnen. Maar ja, dat is het nou net. Als iedereen hem wint, is de hoofdprijs ineens niet meer zoveel waard. Als iedereen pijnloos, niet depressief, gezond en onsterfelijk is, zou dat ineens wel veel waarde toevoegen? Ik zou hier wel eens met iemand over van gedachten willen wisselen.

Er zit een boodschap in dit logje, dat voel ik zelfs. Maar het is tegelijkertijd een boodschap van nul en generlei waarde, want wat wil ik nu? Dat de wetenschap ophoudt met zoeken naar medische vooruitgang? Nee, integendeel. Ik wil dat ze doorgaan met als mogelijke consequentie dat het leven minder waardevol wordt. En trouwens, normaal sta ik hier helemaal niet bij stil en ben ik gelukkig als de snelweg leeg is. Mits er niemand ziek is natuurlijk. Nou ja, ik kom hier niet uit. Vanavond niet, en ook niet als ik onsterfelijk ben.

Voldongen feit

We hebben hier iemand in huis die wil verhuizen. Mijn vrouw. Niet dat ze alleen wil verhuizen, welnee, was het maar zo eenvoudig. Nee, ze wil dat wij meegaan. Terwijl verder niemand wil. Haar tactiek is dodelijk efficiënt. Het begon met het een keer ter sprake brengen, het langzaam uitbreidend tot een vast gespreksonderwerp als er visite kwam, en nu is het een voldongen feit waar niet meer aan is te ontkomen. Terwijl er nooit mee ingestemd is, dat weet ik zeker. Met dezelfde tactiek zijn hier ook een hond en een kat binnengehaald. Wat zeg ik, zo kwamen er ook kinderen en ben ik getrouwd! Zij benoemt het, ze noemt het nog een keer, ze praat erover met anderen, ze praat er nog een keer over met anderen en het is een voldongen feit. Ik vind het knap. En ze begon er ook over vlak nadat we dit huis voor duizenden euro’s hadden laten opknappen, ook zo’n gave.

De kinderen protesteren luidkeels, want die vinden de tuin en hun kamer groot genoeg. Nu moet ik toegeven dat ik de tuin ook wel een ergernis vind. En de ruimte in de huiskamer is toch drie keer per jaar veel te klein, mijn eigen verjaardag vier ik om die reden al niet meer. Nou ja, ook omdat ik niet zo’n feestbeest ben en ik die verjaardagen elkaar veel te snel vind opvolgen. Laatst kwam ter sprake dat we nog geen vakantie hadden geboekt, en waarom ze dat nog niet had gedaan? Welnu, ze was aan het sparen voor de verhuizing. Nee nou wordt-ie mooi! Gaat het ook nog ten koste van mijn vakantie!

Nou ja, als ik dit zo lees is het net of we volledig langs elkaar heen leven. Maar zo gaat het hier eenmaal. Mevrouw Mack zoekt al jaren de camping uit, meestal in november, en zolang het in Frankrijk is, stem ik in. Goed, ik geloof dat het misschien wel eens goed is om eens iets anders te gaan betrekken. Ik hoopte het te kunnen rekken totdat we in een aanleunwoning zouden kunnen, maar dat ga ik niet redden. Dus heel voorzichtig kijk ik ook eens mee naar wat er zoal te koop is. Het huis van de buren komt binnenkort ook te koop. Als we dat er nu bij kopen, dan is het toch klaar? Dan hoeven we niet te verhuizen en wordt alles toch flink groter. Ik ga het eens in de groep gooien. Daarna ga ik dat nog een keer doen. En dan ga ik het er met u over hebben. En later nog eens.

Trouw

Ik zag de laatste twintig jaar wel eens vage berichten van marketeers met hun wijsheden. Over hoe bedrijven tegenwoordig hun best moesten doen om goed personeel te krijgen. En wat ze moesten doen om het te houden. Ik ben uit de tijd dat het andersom was. Als werknemer moest je je best doen om bij een bedrijf te komen.

Ik werd benaderd door een (mij bekend) bedrijf om daar eens te komen praten. Ik heb het beleefd afgeslagen. Want kennelijk zit er toch iets in wat die marketeers allemaal te mekkeren hadden. Ik zie even niet in hoe dat bedrijf mij los zou moeten weken van mijn plek. Ten eerste heb ik interessant werk. Ten tweede heb ik vrijheid. Ten derde heb ik een fijne manager die mij nog een persoonlijke kerstkaart stuurde vanuit Duitsland waarmee ze liet blijken dat ze blij met me was. En het Amerikaanse bedrijf waar ik zit heeft goede arbeidsvoorwaarden. Nadelen zijn er ook, het blijven Amerikanen die snelle winsten willen, ik zit niet meer in finance, al reken ik meer dan ooit, en de situatie nu is zo goed dat die niet gaat blijven, want zoiets blijft nooit.

Maar dat is geen reden om nu al te gaan uitkijken naar een ander bedrijf. Maar dat is Linkedin. Daar gooi je al je lijnen uit in de hoop dat je een grotere vis vangt. Bij mijn profiel staat dat ik nog bij mijn vorige werkgever werk. Ik vind mijn vis groot genoeg momenteel. Ik gooi mijn lijnen wel uit op het moment dat men mij niet meer waardeert. Want voor mij blijft dat de grootste drijfveer, waardering van mensen die je respecteert.