Chansons

Misschien hebben jullie ook het programma “Chansons” gezien. Een programma over het Franse Chanson, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, die van de Snollebollekes. Nu heb ik zelden zoiets ergs als de Snollebollekes gezien, maar door het programma “De Slimste Mens” wist ik al dat Rob Kemps zelfspot had, en door het winnen ervan wist ik ook al dat hij anders was dan zijn collega´s van het programma “De biele zangers.”

Rob Kemps wist werkelijk alles over Parijs en het Franse chanson. Kon zelfs de teksten meezingen. Zijn gepassioneerde manier van praten en zijn chemie met Matthijs deden de rest. Ik ben zelf ook wel gek op het Franse chanson, en ken er ook behoorlijk wat, maar in feite is een chanson niks anders dan een liedje in het Frans. Wel een liedje waar de zanger(es) enigszins zijn best in heeft gedaan om een gevoel over te brengen, of dat nu liefde, vrolijkheid of melancholie is.

Kemps en Van Nieuwkerk bezochten plekken waar chansonniers gewoond hebben, interviewden er een paar, bezochten hun laatste rustplaats. (Père-Lachaise) Kemps heeft een aantal maanden in Parijs gewoond, alleen met de bedoeling om meer te weten te komen over het chanson en Parijs. Ik vond het een mooie serie met af en toe een ergernis.

Wat me brengt naar wat ik eigenlijk wilde zeggen, wij hebben in Nederland natuurlijk onze eigen chansonniers. Ze zingen alleen Nederlands, maar dat is het enige verschil. Ik noem een Rob de Nijs, een Frank Boeijen, een Connie Vandenbos, een Henk Wijngaard en de grote meester Benny Neyman. Laatst was ik op bezoek bij een buurman, die mij vertelde dat vóór dat hij er woonde, zijn huis bewoond werd door Ronnie Tober. Dat ik dat toch mocht meemaken. Ik stond in de huiskamer waar de grote Ronnie Tober had gewoond. Eerbiedig boog ik mijn hoofd.

Brood en spelen

Ondanks dat Facebook ook leuke kanten heeft, is het mij sinds een tijdje wel duidelijk dat er meer achter zit dan wat Zuckerberg ooit bedacht, een platform om virtuele vriendschappen te onderhouden. In het begin volgde het die bedoeling nog wel en had je elkaar nog wel eens wat te vertellen, maar ik zie werkelijk nooit meer iemand zeggen: “lekker met m’n mannetje op de bank hangen.”

Niet dat ik daarnaar terugverlang, maar FB lijkt een andere functie gekregen te hebben, namelijk een plek waar boze mensen massaal gehoord kunnen worden. Er worden door bepaalde sites wat berichten geplaatst waarvan je op je vingers kunt natellen dat men er los op zal gaan. Iedereen duikelt over elkaar heen om het slechtste in zichzelf wat zojuist naar boven kwam, onder het bericht te delen. Zo is de rechtsstaat er alleen voor degenen die zonder zonden zijn, en eventueel ook voor criminelen die een goede misdaad hebben begaan, zoals het vermoorden van een andere crimineel. Maar dat geldt niet voor degenen die een misdaad hebben begaan die in de ogen van de verongelijkte burger niet door de beugel kon. Dan is het ophangen, vierendelen, radbraken. Je begrijpt ineens dat een openbare terechtstelling in de middeleeuwen veel bekijks trok.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er opzet in het spel is. Dat hogere machten ons dit vermaak geven zonder dat we het door hebben. We krijgen onze dagelijkse portie opruiende berichten en kunnen ons opgespaarde gal spuwen. De miskende, hardwerkende burger, die niet heeft bereikt wat hij had gehoopt, kan zich weer even laven aan een gemanipuleerd bericht, en duidelijk maken aan de goegemeente dat het een vergissing was dat hij of zij niet is aangesteld als baas van dit land. Zodat deze zich weer nuttig voelt en er weer een dagje werk kan verzetten in plaats van neerslachtig te worden, of erger.

Het kan natuurlijk ook gewoon om de clicks gaan, voor de reclame-inkomsten. Maar ook dan blijft het een complot.

One man went to mow

Ik werd getipt over het programma “Wheelers dealers” waar ze bezig waren met een oude Alfa Romeo 164 3.0 V6 uit 1991. Ik zie het programma niet zo vaak, simpelweg omdat ik er niet aan denk. De presentator gaat op zoek naar een goedkope oude auto, schat in wat een goede prijs is en samen met zijn monteur proberen ze hem weer in goede staat te krijgen voor weinig geld. De monteur is meestal de klos, want die moet meestal de motor eruit halen en vele onderdelen vervangen. In dit geval was er olielekkage, de remmen waren slecht, de stuurbekrachtiging deed het niet goed, maar met 36 manuren en $1500 aan reparatiekosten verkochten ze de auto met winst, even afgezien van de manuren.

Automonteurs inspireren mij vaak, en zeker degenen die weten waar ze het over hebben. Deze haalde de motor eruit, verving alle riemen, de waterpomp, de koppelingsplaat, en alles met het grootste gemak. Van die prachtige momentsleutels hebben ze, elk stuk gereedschap dat ze nodig hebben is er, en heel specialistisch werk wordt uitbesteed. Als ik het allemaal over mocht doen zou ik automonteur worden.

Nu had ik toevallig een grasmaaier waarvan één wiel zwaar liep. Geïnspireerd door de automonteur ging ik aan de slag en schroefde het ding uit elkaar. Ik begon voortvarend, maar in tegenstelling tot de monteur wist ik niet precies waar de schroeven en bouten voor dienden, dus drie schroeven en een paar bouten verder zat het wiel nog net zo vast als eerst. Uiteindelijk kwam ik er na heel lang hard draaien aan een plastic afdekkapje achter dat het afdekkapje eraf gewipt kon worden. Toen zag ik een bout zitten die moest dienen voor het loshalen van het wiel. Hoezee.

Met mijn leesbril op zag ik dat de bout geen bout was, ik kreeg er tenminste geen grip op met een sleutel. Het was gewoon een ronde as, en het wiel werd erop gehouden met een ijzeren borgdingetje, waar vast wel een woord voor is. Dat dingetje kwam er eerst niet af, maar iets later lukte het toch. Toen kwam het wiel eraf. Ik verwachtte dat het vol gras zou zitten en dat het daarom zwaar liep, maar nee. Een plastic binnenwerk, met smeer erin, dat ik eerst wilde schoonmaken maar later bedacht dat ze bij “Wheelers Dealers” het vet verwijderen, en daarna schoon vet toevoegen. Omdat ik geen vet had, ik ben immers geen monteur, liet ik het zitten. Ik spoot wat wd-40 in kieren en na verloop van tijd draaide het wiel weer een stuk soepeler. Als laatste moest ik het wiel weer terugzetten, en het borgdingetje weer terugzetten. Dat paste natuurlijk net niet. Logisch, want anders zou het niet houden. Een kwartier heeft het me gekost, toen lukte me om het borgdingetje weer op zijn plek te krijgen, het wiel er weer op te zetten, het plastic afdekkapje er weer op te hengsten, en de nutteloos losgedraaide bouten en schroeven weer vast te draaien. De grasmaaier deed het weer. Een staaltje oer-Hollands vakmanschap wat ik daar leverde. Zo voelde het tenminste. Waarschijnlijk als ik niks had losgehaald en gelijk met de olie aan de gang was gegaan, had het ook gewerkt. Maar ja, dan heb je geen verhaal.

Lopend buffet

We gingen uit eten met ex-collega Frits en zijn lieftallige vrouw Margreet. Dat doen we meestal één keer per jaar, maar nu was het vanwege corona twee jaar geleden. Linda had gereserveerd in een Ierse pub waar je ook kon eten. Tenminste, dat dacht ze, want de Ierse pub zat 50 meter verderop. Hartstikke leuk, een Ierse pub, maar een Ierse pub moet wel door zingende Ieren worden bevolkt en niet door Apeldoornse jeugd, vind ik. In elk geval, wij kwamen terecht in een soort kruising tussen een restaurant en een disco.

Daar merkte je in het begin nog niet zoveel van, toen leek het nog meer op een restaurant. Ze zetten ons bij een openstaande deur neer, en omdat het nogal koud was vroeg ik al snel om een andere tafel. Ik had natuurlijk ook de deur dicht kunnen doen, maar dat zet gelijk zo de toon, mede omdat het bedienend personeel door die deur naar de terrassen moest. Op de terrassen zaten alle wappies zonder QR-code. Ik had de telefoon van mijn moeder meegenomen, die heeft een geldige QR, en Frits had een code van internet afgeplukt. Alles in orde bij de check.

Wij kregen een andere tafel, een hoge tafel tegenover de bar, die in het begin redelijk beviel. Het was er in elk geval warm en je hoefde niet ver te lopen naar de toiletten. De muziek was prima, The Eagles, en Stevie’s wonderhit “I just called to say I love you,” wat zo’n simpel liedje is dat Stevie het met zijn ogen dicht kon spelen. Maar naarmate het later werd, liep er steeds meer jong spul langs onze tafel naar achterin het restaurant, waar het geen restaurant meer was, maar dansvloer. En naarmate er meer van dat jonge spul kwam, werd de kwaliteit van de muziek minder en het volume meer. Verkeerde combinatie.

Vanwege de takkenherrie werd ons wederom een andere tafel aangeboden*, nu weer dicht bij de deur, maar die was inmiddels dicht. De muziek was hier weer prima, ik hoorde Madonna, altijd fijn. Er liep wel steeds meer jong spul naar binnen, wij waren eigenlijk de enige grijsaards in de disco. Ik dacht terug aan de tijd dat ik hier zelf liep op die leeftijd. Zestien, zeventien, je een hele Piet voelend, en naar de kroeg waar ik eigenlijk geen reet aan vond, maar ik moest toch ook kunnen vertellen over mijn uitgaansleven.

Eerlijk gezegd vond ik het maar knap belachelijk, al die kinderen in die kroeg, en ik wist zeker dat we er in mijn tijd allemaal een stuk beter uitzagen, al ben ik blij dat er geen beeldmateriaal van is. De kinderen vonden ons waarschijnlijk ook belachelijk. Zodra het eten op was, en geen minuut later, ging ik afrekenen. “Welke tafel had u,” vroeg iemand van de bediening.

* achteraf denken we dat het niet vanwege de takkenherrie was, maar dat het slecht voor het imago van de tent was dat een stel vijftigers zo tussen die jeugd zat.

Een gelijkwaardig huwelijk

Er zijn drie dingen waar ik nog wel eens aan herinnerd word door mijn eega. Dat zijn achtereenvolgens: een airco in mijn Alfa laten maken voor 830 euro, een schilderij + lijst aan de deur aan laten smeren voor 400 euro en het haar van mijn dochter knippen. (Gratis)

Aan het begin van de coronatijd heeft ze Hans met de tondeuse bewerkt. De arme jongen heeft weken met een pet op gelopen. Laatst heeft ze de airco van haar auto laten maken, voor ook geen misselijk bedrag. Vandaag kom ik laat thuis, ik wil door de voordeur, krijg de sleutel er niet in. Lang verhaal kort, ze heeft zich op laten lichten door een slotenmaker die ons een goedkoop oplegslotje heeft geleverd voor heel veel geld. Zo goedkoop dat ik overweeg om er alsnog iets nieuws in te laten zetten.

Vanaf vandaag hebben we weer een gelijkwaardig huwelijk.

Druk

Nu facebook/Instagram/Whatsapp een wereldwijde storing heeft, zijn het de bloggers die moeten leveren. Ik dus. Maar waar kan ik het nog over hebben? Ik weet toevallig uit eerste hand dat het in Noord Italië regent. Niet gewoon regent, er drijft alweer van alles door de straten. Waar normaal 1100 mm in een jaar valt, viel nu 860 mm in een etmaal. Een nieuw record. Waarom wij er tot nu toe niks over horen weet ik niet. Misschien is de wereldwijde storing op social media belangrijker. We hebben nu nog geen idee wanneer die storing opgelost wordt, waarschijnlijk doet alles het morgen weer. Maar wat als dat niet zo is? Stel nu dat dit morgen nog niet opgelost wordt? Of erger, deze week niet? Of deze maand niet? Dan zullen we toch weer een boek moeten pakken. Ik heb er nog wel een paar liggen, maar ik ben te beroerd om erin te beginnen. Terwijl, als ik begin, ben ik altijd weer blij dat ik het gedaan heb. Dat ik even wat anders doe dan dat scrollen uit gewoonte of verveling om te kijken of er iemand nog iets interessants te melden heeft. Het is zelden het geval. Iemands kat komt in beeld, of iemand is ergens eventjes verontwaardigd over maar is allang weer bij de volgende post aangekomen, iemand heeft iets te koop, of iemand heeft een bepaalde letter in zijn naam waardoor hij zijn schoonzus moet trakteren.

Ik heb een tennisarm, heb ik dat al verteld? Valt reuze mee hoor, je kunt er nog best veel mee. Badminton spelen bijvoorbeeld. Alleen het bovenhands overslaan om warm te worden lukt niet goed, maar ik heb toch een hekel aan een warming-up. Altijd al gehad. Volgens mij gaat dat ook ten koste van je beschikbare energie, dus nu begin ik gewoon gelijk, en heb ik er geen last van. Mijn hond warmt ook nooit op voordat ze achter een stok aan sprint. Volgens mij kan dat ook helemaal niet in de natuur, opwarmen. Daar heb je helemaal geen tijd voor. Je moet gelijk klaar zijn. Alleen een koudbloedige moet opwarmen in de zon, en op dat moment ben je kwetsbaar. De fysiotherapeut behandelt mijn arm met shockwave, ik hoop dat ze weet wat ze doet. Ze zegt dat ze het eerst nog meer moet beschadigen om het beter te laten helen. Ik ben natuurlijk geen deskundige op dit gebied, maar het baart mij wat zorgen.

Goed, hier moet u het maar weer mee doen. Hopelijk is is de wereldwijde storing snel opgelost. Want ik voel nu al druk.

Dag Pieter

Zo’n condoleance went nooit. Ik kende de familie van Pieter niet, maar ik begrijp nu waar hij zijn hartelijkheid vandaan had. De mensen stonden met hun verdriet iedereen te troosten. En zelfs aan mij die ze toch niet kennen, lieten ze hun waardering blijken. Het regende en de rij was lang. Erg lang. Om drie uur zou het beginnen maar om kwart voor drie liep het al. Ik hoorde dat het om zeven uur pas klaar was.

Ik geloof niet dat ik ooit bij het afscheid van zo’n jong mens ben geweest. En ik geloof niet dat ik ooit zo’n rij heb gezien. Ik hoop dat het zijn familie heeft goedgedaan. Voor hun begint het na de crematie pas, de leegte en het besef dat de wereld gewoon doordraait. Maar ik denk niet dat Pieter vergeten wordt. Hij maakte indruk tijdens zijn leven, en nu nog steeds. Een witte kist, afgedekt, veel bloemen en de hartverscheurende teksten op de linten. Gewoon mooi. Dag Pieter.

Zo!

Zit ik even in de auto, moet een of andere columnist, die ongetwijfeld over zichzelf denkt dat hij op de radio thuishoort, mij weer even over de zeik helpen. Hij had het namelijk over Henkie de Jong. Dat dat zo’n begenadigd voetballer is, die in 2018 kon kiezen tussen PSG, Manchester City, en Barcelona. Omdat Barcelona van kinds af aan zijn droomclub was, en bovendien omdat Messi daar speelde, koos Henkie voor Barcelona.

En toen ging het mis met Barcelona, Messi vertrok en wat kregen ze ervoor in de plaats? Luuk de Jong! Tot overmaat van ramp konden de fans nog denken dat hij de broer van Henkie was. De begenadigde voetballer Henkie moest dus maar snel maken dat hij een andere club vond.

Kijk, nu snap ik best dat Luuk geen Messi is. Er is ook niemand die dat denkt. Hij is zelfs geen sierlijke doelpuntenmachine, al was zijn omhaal tegen Willem II op de lat mooier dan die van Van Basten tegen FC Den Bosch, maar Luuk is geen Messi. Ook geen van Basten of Bergkamp, zelfs geen van Persie of van Hooydonk. Maar Luuk is Luuk, en harde werker, een aanspeelpunt, een balvaste spits, die ooit gedeeld topscorer werd in de eredivisie, en ook nog alleen maar doordat Tadic van de VAR zoveel penalty’s mocht nemen.

Deze Luuk wordt door deze columnist op de radio even te kakken gezet, want dat scoort lekker, en als je en passant Henkie de Jong nog even het hoofdonderwerp van je column maakt, dan zit je veilig. Maar Henkie is een overschatte voetballer. Dat zag ik vanaf moment één. Goed, hij leukt zijn statistieken op door in wedstrijden tegen mindere tegenstanders veel balletjes risicoloos terug en breed te geven, waardoor hij bovenaan staat in de lijst van succesvolle passingen.

Maar waar is hij nu, nu Messi er niet is? Nu ligt het waarschijnlijk aan zijn medespelers die niet goed genoeg zijn. Tuurlijk, fans van Henkie. Tijd voor een andere club? Welnee, een subtopper als Barcelona is prima voor hem. En misschien kan de plaatselijke sportkrant nog een columnist gebruiken.

Pieter

Gisteren kregen we het onwerkelijke en verschrikkelijke bericht dat een vriend was overleden. (28 sept) Ik noem hem vriend omdat hij vriendelijk naar ons en naar iedereen was. Niet omdat hij onze beste vriend was, maar de benaming “kennis” zou geen recht doen aan de band. We zochten hem twee keer op in Frankrijk omdat hij daar in de zomervakantie altijd werkte in een restaurant. Ik ontmoette hem daar voor het eerst, Linda kende hem al als zoon van de plaatselijke slager, en noemde deze meer dan twee meter lange jongen altijd Pietertje.

Ik heb het er nooit zo op, nieuwe mensen ontmoeten, maar Pieter was gelijk goed. Hoe kon zo’n jongeman al zo’n charisma bezitten? Hij kende half Vaassen en half Vaassen kende hem. Op Facebook nooit een onvertogen woord en altijd alleen complimenteus. Misschien het lot van een ondernemer uit een klein dorp, maar voor zover ik hem kende (en dat was echt niet heel goed) was hij ook zo, een grote, vriendelijke reus.

En ineens, op je 27e pas, ga je liggen op bed omdat je je niet lekker voelde en werd je nooit meer wakker. Ik wist best dat het leven niet eerlijk was, maar dit slaat helemaal nergens op. Dit zag niemand aankomen. Ik vind het verschrikkelijk dat zo’n fijne jongeman er ineens niet meer is, en dat zijn familie en vrienden voortaan zonder hem moeten. Beste Pieter, hoe kon dit nu? Rust zacht jongen, voor jouw dood heb ik geen woorden, wel voor jouw korte leven, bij deze.

Slappe hap

Ik heb gisteren iets gedaan wat mijn vrouw niet mag weten. Waarom schrijf je het hier dan op? Omdat ik anders met een zware last rondloop, en ik weet dat ze hier bijna nooit leest, tenzij ze getipt wordt dat er iets leuks staat. Op zich al een belediging, maar goed. In elk geval, iedereen die dit leest en die haar kent: mondje dicht tegen haar.

Want het is niet best wat ik deed, denk ik. Het gaat om het verbreken van een bond met haar en het aangaan van een nieuwe met mijn dochter. Die was als straf een week haar telefoon kwijt, buiten schooltijden. Ze had het bont gemaakt op school, dat heeft u hier wel kunnen lezen. Linda is dan wel streng, maar toch kwam er vervroegde vrijlating voor Tammar zodat ze dit weekend haar telefoon weer terughad op voorwaarde dat, bla bla. Slappe hap als je het mij vraagt.

Een andere algemene regel is dat er niet gefietst mag worden met de telefoon in de hand. Nu kwam ik haar vandaag tegen, ik zat in de auto, zij reed op de fiets, nog in haar proeftijd, met twee losse handen en aandachtig lezend op haar telefoon. Ze had me niet gezien, ik toeterde niet, maar deed wat ik moest doen en reed toen snel naar huis. Vlak voor ons huis reed ze weer keurig met twee handen aan het stuur, telefoon opgeborgen.

We reden tegelijk de oprit op en voor ze naar binnen ging hield ik haar tegen. Ik vroeg haar waar ze helemaal mee bezig was. Ze deed geen poging tot ontkennen en was schuldbewust. Omdat haar telefoon weer in gevaar kwam, vroeg ze me: “wil je het alsjeblieft niet tegen mama zeggen?” U begrijpt wel van wie ze hier het meest onder de indruk zijn.

Goed, ik heb haar laten beloven dat dit niet meer voorkomt, en indien toch, telefoon kwijt! En ik ga onverwacht langs haar route naar school rijden om te controleren. Dan weet ze dat ook. Slappe hap als je het mij vraagt. En nog stoken in de verhoudingen hier ook. Slecht hoor, echt slecht. Straffen is niet mijn specialiteit. Ik zou een uiterst slecht rechter zijn.