Een frustratie

De 94-jarige meneer Hoek schreef een brief schreef naar de krant waarin hij jongeren aanspoorde om geduld te hebben. De toon was niet belerend, eigenlijk een hele sympathieke brief waarin hij uitlegde tien jaar van zijn jeugd te zijn kwijtgeraakt door oorlog en door dienstplicht, en riep de jongens en meisjes op om toch een paar maanden geduld te hebben en zo corona te verslaan. “Jongelui, hou even vol en je kunt over een jaartje weer helemaal los. Ik ben in 1925 geboren en ben ook jong geweest. Wel in een rottijd. In 1940 brak de oorlog uit, ik werd dat jaar 15.” Zo begon hij.

Na een aantal dagen kwamen er wat brieven (e-mails waarschijnlijk) terug, waarin de jongeren uitlegden dat ze begrepen dat de situatie van destijds veel erger was, maar dat ze desondanks ook even hun kant van de zaak wilden belichten. Tot zover allemaal prima en kon ik het allemaal billijken. Totdat ze hun argumenten gingen uitleggen.

“Voor u was dat heel moeilijk, voor ons is dit heel moeilijk. Ik had later aan mijn kinderen willen vertellen hoe mijn eindexamenjaar was. Hoe het gala was, de examenfeestjes. Ik kan die verhalen nooit vertellen, omdat ik die dingen nooit zal meemaken. Gelukkig had ik een diploma-uitreiking, maar ook daar miste ik belangrijke gezichten.”

In maart kwam opeens een groot einde aan mijn middelbare schoolperiode. Op een weekend tijd veranderde alles. Alles werd onzeker: eindfeesten, gala’s, hoe moesten we dat regelen? Ik had het liefst een mooi afscheid gewild met mijn klasgenoten, maar dat ging niet. Ik kreeg een diploma-uitreiking, maar dat voelde gek – op 1,5 meter staan van de mensen die je jarenlang dagelijks hebt gezien en daarna is het ‘tja, tot nooit’.

“Als ik uw verhaal lees, meneer Hoek, dan heeft u veel meer moeten opofferen. Daar ben ik mij van bewust. Maar er is een ding wel heel anders: dit is geen oorlogssituatie. Jongeren hebben maanden niet kunnen feesten. Door die opoffering en het gebrek aan nood, hoe serieus ik corona ook neem, kan je het jongeren niet kwalijk nemen dat ze nu willen inhalen.”

Fragmenten uit de brieven van drie jongeren. Ik vond het toch allemaal vreemd. Maar dat zal komen omdat er in mijn tijd -1985/1990- geen galafeesten werden gehouden. Ik hoefde niet in een pak en in een cabriolet naar school. We hadden ook geen eindexamenfeesten. Ik ben tenminste niet geweest. Nou ja, naar eentje dan, van de Meao, ik was daar de enige niet-geslaagde, maar dat was de schuld van een meisje.

Ik heb avondstudies gedaan. Kreeg ik mijn diploma’s opgestuurd. Lekker interessant voor mijn kinderen. Ik had dus een galafeest moeten hebben omdat ik voor de Mavo slaagde? Je moest nondejuu nogal je best doen om niet te slagen! De Havo, wat een rottijd. Kan me nog de diploma-uitreiking herinneren met koninklijk gezelschap erbij. Gezeur over twee jaar Havo zeg! Later deed ik MBA/SPD de hele rimbam. Dat was pas zwoegen. Hier heb je je diploma! Mijn laatste grote prestatie dateert alweer 8 jaar terug, toen haalde ik mijn eerste officiële titel. Nou ja, een fluttitel die niemand wat zegt, maar toch heb ik moeten zwoegen. Dezelfde avond werd ik uitgenodigd omdat er een collega na tien jaar eindelijk was geslaagd voor HBO marketing. Een feestje. Omdat iedereen een hekel aan haar had waren ik en de directeur de enige. Moeder in haar zuurstokroze mantelpak hield een toespraak, vader met zijn schoenen met kwastjes hield een toespraak….wat een ophef! Ik had niet eens gemeld dat ik geslaagd was die dag.

En dan deze: “jongeren hebben maanden niet kunnen feesten”. Nou en? Ik heb zovaak maanden niet gefeest. Jaren soms. Ik feest eigenlijk nooit. Ja, soms ga ik naar een verjaardag, big deal zeg. Ik kan er helemaal niks mee. Ik zal zwijgen als een jongere hierover tegen mij begint. Ik ben anders opgevoed en groot geworden, en ik wil hiermee niet impliceren dat ik beter ben opgevoed of groot geworden. Maar ik eiste niks van het leven, en ik verwachtte weinig, en alles wat naar me toe kwam was meegenomen of domme pech. Kortom, er zat een bescheidenheid in mij waar ik misschien nog wel last van heb. Ik drong mij niet op, ik eiste geen plek op, en ik was zeker niet belangrijk. Ik moest respect verdienen, en soms lukte dat, soms niet. Als een meisje mij niet moest dan droop ik af.

Ik wou dat ik in deze tijd was geboren. Dan zong ik mee met Hazes, “Leef alsof het je laatste dag is en pak alles wat je kan aah aah aah aah.” Ik zou helemaal niets voor een ander overlaten. Ik zou de hele dag een grote bek opzetten en mezelf belangrijk maken. Heerlijk!

Het lult maar door.

Arnold Schwarzenegger postte iets op Facebook over dat hij vocht voor gelijke kansen voor iedereen in Amerika. Waarop iemand hem vroeg of hij zeker wist dat hij een republikein was. Waarop Arnold weer antwoordde dat hij een republikein was net als Lincoln, maar dat hij vocht voor een Amerikaans principe en vroeg de democraat waar hij voor vocht. Er kwam geen antwoord meer. Vervolgens vochten duizenden Amerikanen het uit onder zijn status. En toen begreep ik ineens waarom de speech van Martin Luther King 57 jaar geleden niks veranderd had.

Er is een Spaans spreekwoord dat luidt: een wijs man verandert wel eens van gedachten, een dwaas nooit. En niet dat Amerikanen allemaal dwazen zijn, maar het vergt nogal wat om een verandering te bewerkstelligen. Mooie woorden en prachtige speeches gaan het in elk geval niet doen. Maar hoe verandert een mens dan wel van vooroordeel? Volgens mij alleen door ervaringen die tegengesteld zijn aan zijn vooroordeel. Zou ik bijvoorbeeld bang zijn voor Duitse herders, dan zijn er een paar ervaringen met speelse en lieve Duitse herders nodig die mijn angst zullen doen verdwijnen. En zou ik gek zijn op labradors, dan zullen een paar beten van een labrador mij van gedachten doen veranderen. Maar beide incidenten zullen alleen op mij invloed hebben, en heel misschien op mensen die erbij waren.

En dus heeft de speech van Martin Luther King weinig zin gehad. De mensen die erdoor geïnspireerd raakten hadden zijn boodschap in de praktijk moeten brengen zodat positieve ervaringen veranderingen zouden bewerkstelligen. Een Nederlands spreekwoord luidt: Praatjes vullen geen gaatjes. Maar iedereen blijft maar lullen.

Herhalende droom

25 februari 2013, 23 september 2015, 4 januari 2017, 20 januari 2018 en 7 augustus 2020. Dat zijn de datums waarop ik mijn repeterende droom had, en waarvan ik in 2013 al wist dat het een repeterende droom zou worden. Dan droom ik dat ik mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog heb. Gisteren haalde ik hem uit de garage en Hans reed mee. Het ding reed nog als een speer. De tank was bijna leeg en ik dacht nog, ik heb bijna twee jaar met deze tank benzine gedaan. Moet ik nu drie tanks gaan volgooien? (mijn Punto GT stond ook zonder peut, net als mijn huidige Renault) Dat wordt wel een hele dure grap. En toen schoot het in mijn hoofd dat ik deze auto moest verkopen, want die was nu geld waard. Dat gebeurt met auto’s die je werkloos in de garage laat staan. Met de opbrengst van deze en van mijn Renault zou ik een prachtige Alfa kunnen kopen.

En toen werd ik wakker. Ik had het opgegeven die zoektocht naar Alfa Romeo’s. Ik heb van de week zelfs een Renault dakkoffer+dakdragers gekocht om mijn besluit kracht bij te zetten. Maar om mijzelf te pijnigen heb ik mijn zoekopdracht nog niet verwijderd. En dus kreeg ik vanochtend de perfecte Alfa voorgeschoteld. Een 159, de juiste motor, het juiste bouwjaar, de juiste kleur, bijna het juiste interieur, de juiste garantie, de juiste kilometerstand en de juiste prijs. Het enige minpuntje was dat het ook een geïmporteerde auto betrof, en verder heb ik liever een stoffen bekleding dan leren. Maar dit was in elk geval licht leer, niet dat lelijke zwarte. Deze had dus niet twee weken geleden voorbij moeten komen. Nu wel, nu doet het me niks meer.

Sterkte Fabio

Ik zag de enorme crash van Fabio Jakobsen (vernoemd naar de verongelukte wielrenner Fabio Casartelli) die een uur gereanimeerd moest worden en daarna vijf uur lang werd geopereerd. Hij liep een verbrijzeld gehemelte en een verbrijzelde luchtpijp op en wordt in een kunstmatige coma gehouden. De ‘boosdoener’, een andere Nederlandse sprinter, drukte hem tijdens de sprint de hekken in en volgens mij deed hij het met opzet. Wat iets anders is dan met voorbedachte rade of dat hij gewild zou hebben dat de ander zo levensgevaarlijk gewond zou raken. Maar in de hitte van het duel kun je soms domme dingen doen, alles om maar te winnen. Een voetballer kan soms ook met gestrekt been inkomen om een ander van het scoren af te houden. Heb je wel genoeg reactietijd om te denken aan de gevolgen van je daad? Natuurlijk heb je er vaak aan gedacht, als hij voorbij komt dan moet ik de rechte lijn blijven volgen. Als hij voorbij komt en mijn tackle komt te laat dan hou ik mijn been laag. Maar als de situatie daar is en je ziet je opponent het duel winnen en er is nog maar één manier om hem van de overwinning af te houden, geef je je dan gewonnen of neem je het enorme risico om de ander zwaar te verwonden? Je bent het tenslotte zelf niet, het is die ander. Zoiets moet je reptielenbrein je vertellen. En dan moet je neocortex je overrulen, als daar nog tijd voor is.

Een voetballer verontschuldigt zich vrijwel altijd na zo’n gore tackle. Bij nader inzien had hij dat toch niet zo gewild. De wielrenner die de crash veroorzaakte sloeg zelf ook over de kop, maar raakte slechts lichtgewond, als je een gebroken sleutelbeen zo mag noemen. Andere renners die volgden sloegen ook over de kop, hoe het met hen is weet ik niet. Maar Fabio, hij moest vrezen voor zijn leven, en nu voor het einde van zijn carrière, als hij bijkomt uit zijn coma.

Formule 1 is zoveel veiliger geworden de afgelopen decennia, maar wielrennen is nog steeds levensgevaarlijk en keihard. In de formule 1 brachten ze chicanes aan, zorgden ze voor brandveiligheid, maakten het chassis zo sterk dat het elke impact aankon, brachten ze systemen aan die nekletsel moeten voorkomen, en zorgden ze door middel van regels dat de auto’s niet steeds sneller werden. Het gevolg is dat ongelukken met zwaar letsel zeldzaam zijn geworden. En qua populariteit heeft de F1 niets ingeboet. Wielrennen moet ook veiliger worden. Om te beginnen moet de hekken bij een eindsprint hoger worden en vast komen te staan zodat er geen renner overheen of tussendoor kan schieten. Een superlichte kooiconstructie om de renners heen misschien? Airbags? Leren pakken? Of gewoon niet zeuren als iemand levensgevaarlijk gewond raakt?

Dans alsof niemand je ziet.

Wat mij de laatste tijd opvalt, al is de laatste tijd een ruim begrip, is dat mensen meer dansen dan vroeger. Dat lijkt een goede ontwikkeling, maar dat is het niet. Er wordt namelijk gedanst door mensen die dat helemaal niet kunnen. Dat is voor mij ook de reden dat ik het niet doe, het ziet er volkomen belachelijk uit als je danst terwijl je het niet kunt, al kun je zelf de misplaatste indruk hebben dat het er cool uitziet.

Ik zie het in tv-programma’s die ik eigenlijk niet zou moeten kijken, zoals ‘Ik Hou van Holland.’ Daar heb je wel eens dat er een fragment geraden moet worden of iets dergelijks, en tijdens het spelen van het fragment staan de gasten -de bekende Nederlanders die niemand kent- te swingen in beeld alsof het hun zevende natuur is en in een poging de kijker te laten denken dat zij hun leven tot the max leven. Ik zag het ook bij een voor mij nieuw programma op NPO 1 waarvan ik de naam niet meer weet, maar wat gepresenteerd wordt door Romy Monteiro en een Volendammer. Drie koppels strijden met elkaar om de punten, maar voor het zover is worden de koppels aangekondigd en mogen ze naar hun plek op de bühne lopen. Dat loopje gaat gepaard met een modern muziekje, en helaas ook met een dansje dat het nog net niet bejaarde koppel meent te moeten uitvoeren. Het ziet er echt niet uit! En denk dan niet: “oh, dat zal niet zo soepel gaan”, nee, het is volslagen kansloos en debiel! Als ik een sponsor van het programma was zou ik mijn commercial terugtrekken, zo slecht. En Romy en de Volendammer gaan ook helemaal los tijdens alle fragmenten. Alsof ze denken dat ze een bloedtransfusie gehad hebben met het bloed van Michael Jackson.

Waarom blijven ze niet gewoon stilstaan tijdens die fragmenten en laten ze de kandidaten niet gewoon normaal naar hun plek lopen? Dan zou ik het een meer dan leuk programma vinden. Nu zit ik me elke minuut te ergeren aan die dansjes van die kaaskoppen. Ik heb het vaker gezegd, als een Nederlander danst dan moet hij de Driekusman dansen of de polonaise lopen, maar vooral niet proberen te swingen als een Zuid-Amerikaanse. Het zal wel weer tegen dovemansoren gezegd zijn, maar ik geef vaak zulke nuttige tips.

Chris de Korte

Ik zag andere tijden sport, het programma dat mij jaren geleden een logje ontlokte dat op zijn beurt een recordaantal reacties ontlokte, maar deze keer ging het niet over een waterskiester maar over een judotrainer. Chris de Korte is de naam.

Tegenwoordig kunnen we overal ter wereld komen en zijn alle paden gebaand, maar Chris ging als jongeman met de trein naar Vladivostok en vandaar met de boot naar Kioto, Japan. De reis duurde 14 dagen en aldaar aangekomen begon zijn judostage direct. Hij was al behoorlijk sterk, maar de Japanners vonden dat hij er niks van kon. Spartaanse omstandigheden al zou ik ze liever Japans noemen. Een kamer waar net een bed kon staan, weinig eten, soms niks, en de hele dag trainen. De sensei had een bamboestok om ongedisciplineerd gedrag te straffen. Naar eigen zeggen hield hij het vol doordat hij in Nederland bij het korps commando’s had gediend, waar een zelfde hardheid gebruikelijk was.

Maar wat hij leerde was goud. Technieken in het grondgevecht die hier niet bekend waren en die je ook niet even op YouTube kon bestuderen. Na een jaar van hele dagen keiharde training keerde hij terug per boot, als werkend passagier, en bracht de meegenomen kennis over op zijn Nederlandse studenten. Inclusief het niet mogen drinken, de bamboestok, en het trainen in koude en in hitte.

Niet heel veel later kwam hij erachter dat niet drinken voor een Japanner misschien kan, maar dat het in het algemeen de prestaties niet verhoogt. De stok heeft hij wel gehouden, al werd die meer gebruikt om iemand te sturen. 35 jaar later won een van zijn studenten, Mark Huizinga, goud op de Olympische Spelen.

Chris de Korte was een pionier. Een tachtiger inmiddels, maar nog steeds judotrainer. Een man met een sympathieke uitstraling die door zijn avontuur destijds het Nederlandse judo verder heeft gebracht. Op zijn zesentwintigste met de trein dwars door Rusland naar Japan in een tijd dat niemand nog iets wist. Ik vond een paar jaar terug een treinreis naar Berlijn al spannend.

Baasjes..

Wij hebben een logeerhond voor een weekje. Een indrukwekkende reu om te zien, maar een echte softie. (kruising Stafford Terrier en nog iets indrukwekkends) Ik had een rondje met de honden gelopen en loodste de onze, die wat feller is, de auto in. Slome softie kwam er achteraan, maar moest nog langs een aantal andere honden. Drie vrouwen, waarvan twee paniekerig, met drie honden. Eentje aan de lijn in het losloopgebied, dat kun je beter niet doen. Ik hoorde wat geknauw en gepiep achter me, maar sloeg er geen acht op omdat ik met onze hond bezig was. Ik riep Softie bij me en hij sprong achter in de kofferbak.

Toen ik weg wilde rijden kwam een van de paniekerige vrouwen naar me toe. Ze moest haar hond onderzoeken want Softie zou hem aangevallen hebben. (een nog grotere Ridgeback) Ik keek haar wat verbaasd aan en stapte uit mijn auto. Aan haar hond was absoluut niets te zien, die was gewoon net zo paniekerig als zijn vrouwtje, en daarom piepte het beest waarschijnlijk. Ik hoorde mezelf nog zeggen, dat doet-ie anders nooit, hij is de vriendelijkheid zelve. Hoe dan ook, wie er ook begonnen is, de honden bepaalden gewoon even de rangen en standen. Dat gaat meestal met wat gegrom en geknauw, maar god wat weten eigenaren toch weinig van honden. Op het irritante af. Sowieso, aan de lijn in een losloopgebied, dat moet je gewoon niet doen. Dan moet je in een niet-losloopgebied gaan lopen. Dat kan voor de hond een bedreigende situatie zijn en kan hij besluiten in de aanval te gaan.

Kijk, die van ons heeft het voorzien op een Jack Russel die veel honden in hun achterpoten bijt. De meeste honden reageren daar niet op, maar die van ons, als ze hem alleen al hoort vliegt ze erop af en geeft het beest ongenadig op z’n lazer. Een echte etterbak is ze dan. Ik heb ook wel eens meegemaakt dat ze een klein hondje dat tegen haar uitviel in haar bek had. Ik was dolblij dat de kleine keffer niks mankeerde, en dat de eigenaresse niets gezien had en alleen haar hondje toesprak met: ja, dat komt er nu van he, moet je maar niet tegen ze blaffen. Daarom heeft ze een muilkorf als ze met de uitlaatservice meegaat. Om uit de tuin ontsnappende bijtertjes tegen zichzelf te beschermen. Eigenlijk meer om te zorgen dat ze mee mag blijven gaan met de uitlaatservice.

Nou ja, het zal allemaal wel. Honden gaan anders met elkaar om dan mensen. Dat is eenmaal zo. Anders kan ik ook wel gaan klagen. Mevrouw, uw hond rook aan de kont van de mijne, ik ga de politie bellen.

Knoop

Ik heb een knoop doorgehakt vandaag. Na een maand of twee van zoeken naar andere auto’s kwam ik op de laatst overgeblevene uit. Een pracht van een bruine Alfa Romeo 159. Ik belde gisteren om te komen kijken maar het bedrijf bleek dicht die dag. Dus zou ik vandaag gaan. Ik had de man aan de telefoon om een prijs te krijgen voor mijn Renault. Het gebruikelijke riedeltje. “Een diesel, dat ligt wat lastig, u zult het al wel meer gehoord hebben”. Ondertussen opende hij de foto’s die ik hem gestuurd had. Zijn toon veranderde. “Hij ziet er prachtig uit,” zei hij. En zoiets streelt nu mijn ego. “Dan zal ik hem zelf verkopen.”(normaal zeggen ze dat hij naar een handelaar moet voor de export naar een land waar ze nog wel dieseldampen inademen) Hij gaf me een prijs waar ik iets mee kon. Zou ik gisteren gegaan zijn, zou ik die auto met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gekocht hebben.

Prachtwagen

Vanochtend belde ik een garage waar de Alfa in onderhoud was geweest, en ook die bevestigden dat het een goeie auto was. En toen nam mijn hoofd het over van mijn hart. De Alfa heeft wat nadeeltjes, zoals problemen met de distributieketting, de waterpomp en koolstofafzetting op de kleppen. Bij elkaar, als het optreedt gauw zo’n € 2000,- Verder is hij iets minder ruim, iets minder krachtig, en ben ik als de dood dat één van de genoemde problemen tijdens een vakantie optreedt, als de familie toch al opgevouwen en met bagage op schoot de reis probeert te doorstaan. Jij ook altijd met je Alfa! Bovendien zou de auto gelijk een grote beurt moeten hebben, ik moet er navigatie in laten zetten, kortom, mijn budget is ontoereikend en mijn huidige auto te goed om er een sprong op vooruit te gaan.

Natuurlijk heeft de Alfa ook voordelen. Hij is supermooi, hij rijdt op benzine (weliswaar geen E10, dus de de dure), hij stuurt als een Alfa en hij klinkt als een Alfa. Bovendien een beige stoffen interieur waar je de koningin in zou kunnen vervoeren. (ik heb het nog steeds over de koningin merk ik)

Wat ik nu ga doen is mijn auto bij laten werken. Motorkap overspuiten, velgen repareren en overspuiten, polijsten. Niet dat je die investering terugverdient, maar als ik nu geen geld uitgeef van mijn autorekening begin ik volgende week weer over een andere auto. Terwijl ik nu ook vakantie heb. Ik wil aan een boek beginnen, niet de hele dag naar auto’s aan het zoeken zijn. Poetsen vind ik wel leuk. Eer van je werk.

In de was gezet

Ik ben een vogel

Zo, ik heb het weer gehaald tot aan de vakantie. Normaal haal ik het ook, en dan sta ik aan de vooravond van twee weken Frankrijk, dan genieten we intens en na afloop gaan we weer 49 weken aan het werk tot aan de volgende. Ja, dat realiseerde ik me gisterenavond ook. Dat is wel een heel leeg leven. En nu Frankrijk er dit jaar niet in zit, zat ik mezelf even vreemd aan te kijken.

Want helemaal duidelijk is het mij niet wat u en ik precies te zoeken hebben op deze aarde. Tenminste, mij is het niet duidelijk wat ik hier doe en mij is ook niet duidelijk hoe u er invulling aan geeft. Mijn leven lijkt misschien wat leeg, maar wat is het verschil tussen mij en een vogel? De vogel heeft niet eens vakantie, die moet 52 weken per jaar werken om te bestaan. En vraagt die vogel zich af waar hij nu eigenlijk mee bezig is? Welnee, die doet gewoon, net als ik vijftig weken lang. De vogel heeft nog het geluk dat zijn medevogels precies eender zijn, in exact hetzelfde schuitje zitten. Het is niet zo dat de ene vogel een dikkere auto rijdt dan de ander, en dat die andere (ik) denkt: hee, waar doet hij dat van?

Gisteren begaf ik mij naar Geleen, een enorm eind weg, om een Alfa Romeo te bezichtigen. Ik ging onverrichter zake weer naar huis, omdat de auto mij niet gelijk de adem benam. Ik zag zelfs een mooiere staan, maar die was al verkocht. Er kwamen een man en een vrouw aanrijden, in een Audi TT, een duur sportmodelletje, om te kijken naar een Alfa 4C voor het vrouwtje, eveneens een duur sportmodelletje. Ze leken van mijn leeftijd, alleen waren het andere types. De man had een staartje, beiden zaten ze onder de tatoeages, ze waren twee maten dikker dan ik, en ze zagen er nogal simpel uit. U begrijpt, ik dacht: waar doen ze het van? Tien keer zoveel geld als ik gingen ze besteden, voor het vrouwtje. Ik ben eenmaal geen ruimdenkend mens die alle vooroordelen aan de kant heeft gezet. Welnee, ik ben een bekrompen burger uit de jaren 60.

Zover rijden voor een auto ga ik niet meer doen. Mijn verouderde navigatie stuurde me zelfs de verkeerde kant uit zodat ik in Duitsland terecht kwam. Ook zoiets debiels! Zonder navigatie zou me dat nooit gebeurd zijn omdat ik dan zelf opgelet zou hebben. Stomme moderne tijd. In de jaren zestig was alles veel beter. En in een volgend leven wil ik huismus worden.

Het verleden wis je niet uit.

Ik betrapte mezelf gisteren op raar gedrag. Laat ik even beginnen bij het begin, 38 jaar geleden. Eind 1982 kwam ik hier wonen en halverwege klas twee van de plaatselijke Mavo haakte ik aan. Een klas vol zonderlingen vond ik, hoewel ze dat van mij ook vonden met mijn zachte g. Maar dat maakte niet uit, een maandje later vond ik ze al niet zo vreemd meer. Er zat bij mij in de klas een jongen waar ik nogal tegenop keek. Hij leek alles te durven, en stond aan de top van de jongens voor wie je moest oppassen. Hij noemde mij alleen bij mijn achternaam, dat versterkte mijn ontzag voor hem nog eens extra. Ook de Ambonezen hadden ontzag voor hem, en doorgaans moest je met hen ook geen ruzie krijgen, wilde je tenminste niet het halve kamp (zo noemden wij dat) achter je aan krijgen. Hij was een branieschopper en zijn gezicht deed me een beetje denken aan dat van Mick Jagger. Slechts een keertje kwam er een klein deukje in zijn imago, toen een een nerd uit een andere klas het aan de stok met hem kreeg en plotseling geen nerd bleek te zijn door hem een schop onder zijn hol te geven, waardoor Mick, laat ik hem zo noemen, afdroop. Later kwam Mick bij de mariniers en daarna kwam hij bij een speciale arrestatie-eenheid van de politie. Ik had het dus goed ingeschat.

Hij had nog een oudere broer, die zat toen in de hoogste klas, en Mick schepte wel eens over hem op. Hoe sterk die dan wel niet moest wezen. Beide jongens wonen nog steeds in het dorp, Mick zie ik nooit omdat die kennelijk altijd geheime operaties uitvoert, maar zijn broer heeft een dochter die bij mijn dochter in de klas zit. Sterker nog, die spelen met elkaar. En dus, gisteren op het afscheidsfeest van de klas, stonden daar alle ouders, en ook de broer van Mick. Ik had hem al wel eens eerder gesproken, maar ook nu ging ik naast hem staan. Deze jongen had het tot officier bij de Marechaussee geschopt, net iets minder indrukwekkend dan Mick, maar toch. Hij was inmiddels 55 en ik 50. Vroeger op school onbereikbaar voor mij maar nu, ouder geworden was hij beter toegankelijk. En dan ga ik daar een beetje naast staan en wat onverschillig met hem praten, alsof ik helemaal geen ontzag voor zijn verleden heb, en hij praatte gewoon terug. Tja. Hij kende me niet eens vroeger, maar ik wist destijds dat je met hem niet hoefde te spotten. Nu lachte hij om mijn grapjes.

Ik realiseerde me wel dat het raar was. Niet dat hij er iets van heeft gemerkt, maar ik probeerde toch indruk op hem te maken. Nou ja, het verleden wis je kennelijk niet zomaar uit.