V(e)r(tr)ouw

Ik heb nu twee seizoenen van Wie is de Mol gevolgd. Nou ja, gevolgd, ik hing er wat bij. In het eerste seizoen moest ik wat inkomen, maar in het tweede seizoen wist ik gelijk vanaf aflevering één wie de Mol was. De aanwijzingen werden steeds duidelijker, en ik zag de Mol zichzelf steeds verraden. Waar ik bij alle anderen echte emoties zag, zag ik bij de Mol duidelijk gespeelde opluchting. Ze vonden me wat arrogant, maar ik ben Mack, ik ben de beste.

De finale keek ik niet, want PSV speelde, en bovendien, ik wist toch al wie de Mol was. Totdat het ineens niet mijn Nielson bleek te zijn, maar Merel. Ik had er faliekant naast gezeten. Vanaf dat moment besloot ik niet meer mee te doen aan het raden wie de Mol is, want dat kan ik dus niet. Maar wat het mij wel pijnlijk duidelijk maakte, ik vertrouwde vrouwen kennelijk blindelings, maar mannen niet. Het was in mijn wereld kennelijk niet mogelijk dat een vrouw de boel liep te belazeren. Hun emoties zijn echt, die van mannen zijn gespeeld. Alles wat mannen doen is slechts om indruk te maken op de andere sekse. Dansen bijvoorbeeld, geen man doet dat voor zijn lol. Een Ferrari rijden doe je eveneens niet voor je lol met zo’n keiharde vering, dat gejank en een lage instap. Welnee. Indruk maken op de vrouwtjes.

Kortom, ik ben een illusie armer. Voortaan kan ik ook belazerd worden door vrouwen. Of toch niet? Kon Merel dit alleen omdat het een spel was? Mijn manager is ook een vrouw. Ik vertrouw haar blindelings. Ik ga het maar niet veranderen. Met nieuw verworven kennis schiet je ook niks op.

Piep

Mijn kinderen detecteerden vandaag een piep. Mevrouw Mack en ik hoorden niks. Ze zeiden dat het een harde piep was, maar wij hoorden nog steeds niets. Het bleek een apparaat te zijn dat katten uit je tuin houdt. Ik dacht vroeger dat het mij niet zou gebeuren, een leesbril nodig hebben en hoge tonen niet meer kunnen horen, maar mooi wel. Je ontkomt er kennelijk niet aan als je ouder wordt. Toen ik bijgekomen was van deze constatering, ging ik pas nadenken over het apparaatje. Iemand probeert jonge katten uit zijn tuin te houden, oudere katten horen de piep toch niet.

Ik had twee opa’s, eentje was gek op dieren, de ander moest er niks van hebben, tenzij ze als dood vlees op z’n bord lagen. Die laatste liep hard tot zijn tachtigste, en droeg ook een pieper bij zich waarmee hij honden kon wegjagen die te dicht in zijn buurt kwamen. Hij stond met een bezem een nest broedende duiven uit een boom in zijn tuin te verjagen, want die maakten herrie. Mijn broertje kwam een keer overstuur thuis omdat nadat hij bij opa achterin de auto had gezeten, opa geen poging had gedaan om te remmen voor een paar overstekende eenden, en had die dus doodgereden. Nooit remmen voor een dier, had hij gezegd.

De ander voer zijn motorjacht vast in het riet omdat hij moest uitwijken voor een paar waterhoentjes. Baasje zal jullie niet overvaren hoor! Hij kreeg ruzie met mijn oma omdat die hem stom vond. Die beesten waren echt wel aan de kant gegaan hoor. Deze opa kwam een keer thuis met een wond aan zijn hand en oma vroeg wat er gebeurd was. Hij bleek gebeten te zijn door de hond die hij wilde aaien, maar had niks gezegd omdat hij bang was dat de hond op zijn donder zou krijgen. Hij zei altijd, als iemand niet goed voor z’n beesten is, hoef je er als mens ook niks van te verwachten.

Het moge duidelijk zijn van wie ik het meeste heb, qua gevoel voor dieren. Maar beide opa’s mocht ik graag. Mijn hond geef ik soms en trap als hij in de aanval op een andere hond gaat. Als de kat mij slaat, wat ze soms doet, gooi ik haar door de kamer. Ik ben geen doetje tegen ze. Maar als ze hier zijn, dan zorg ik voor ze. Zelfs muizen vang ik levend, als het lukt. Als ze me opvallen tenminste, want ze horen piepen dat doe ik niet meer.

Stakingen in het onderwijs

Het ‘onderwijs’ staakt. Het beoogde doel is meer geld, minder werkdruk. Hoeveel meer geld en hoeveel minder werkdruk is me niet duidelijk. Het enige wat ik snap is dat leraren van de basisschool meer gelijkheid willen tussen docenten op een middelbare school en henzelf. Maar daar zijn de docenten in het middelbare onderwijs weer niet mee gediend. Bovendien kun je dat ook oplossen door die laatste groep minder te betalen, maar het lijkt me dat dat niet de bedoeling is.

Ik zit niet in het onderwijs, maar ik ervaar momenteel ook werkdruk. Van ’s ochtends vroeg tot vaak ’s avonds vroeg wordt het uiterste van mij gevraagd.  Ik moet zeggen dat ik het ook wel eens helemaal gehad heb. Ik zou dan ook wel alle schoolvakanties vrij willen hebben. Ik heb pas één dag vrij gehad sinds de zomervakantie. Het verschil met een leraar is waarschijnlijk dat ik doe wat ik leuk vind, en waar ik goed in ben. Een leraar moet er veel nevenfuncties bij uitvoeren. Hun administratie is vaak een zootje weet ik uit betrouwbare bron, en hun bereidheid tot het volgen van de moderne procedures is niet bepaald hoog te noemen. Hetzelfde geldt voor huisartsen trouwens, met als verschil dat die wel moeten, omdat het hun eigen praktijk is. Leraren zijn meer geneigd die procedures te laten schieten omdat ze er zelf geen baat bij hebben.

Ik heb hetzelfde met dingen die er in het bedrijfsleven bij schijnen te horen, maar waar ik geen enkele baat bij heb. Ik noem maar wat: calls, webexen, vergaderingen,  presentaties, all-hands meetings, wat eigenlijk allemaal hetzelfde is en welk doel het dient is me na al die jaren nog niet duidelijk. Ik denk dat het iets te maken heeft met het aan het werk houden van diegenen die zichzelf erg graag in de schijnwerpers zien staan. Wat ik er van onthou is meestal niks, en de vragen die ik heb worden toch niet met een oplossing beantwoord, en er gaat onnodig veel tijd zitten.

Kortom, iedereen moet gewoon doen waar hij goed in is, en moet daar anderen vooral niet mee lastig vallen. Dus leraren geven les, boekhouders houden boek, en huisartsen artsen huis. Dan heb je veel minder werkdruk. Dan kunnen calls, webexen en weet ik het allemaal afgeschaft worden, gegoten worden in de vorm van een email, en leefde nog iedereen lang en gelukkig.

The Prodigy

Afgelopen week overleed de zanger van The Prodigy. Ik had wel eens gehoord van de naam, maar er zit dan ook iets in mijn hoofd dat weet dat het mijn muziek niet is. Ik zocht het even op, en een nummer zei me wel iets. Reggae, house en kinderstemmetjes door elkaar. Typische jaren negentig bagger. De andere nummers waren zo mogelijk nog erger. In mijn hoofd is er geen begrip voor mensen die dit wel mooi vinden. Omdat ik de democratie respecteer klaag ik ze nog net niet aan, maar om deze misvattingen van de fans in mijn hoofd weer recht te krijgen, denk ik dat ze zich graag willen onderscheiden van de massa, en daarom maar vage baggermuziek zijn gaan aanhangen. U denkt misschien dat ik een grapje maak, maar helaas, zo werkt het echt in mijn hoofd. Het bestaat gewoon niet, dat je zulke talentloze troep goed vindt. Er moet iets kapot zijn in je hoofd.

Met mijn collega, die een nog veel bredere muzieksmaak heeft dan ik, besprak ik het kort. Tot mijn afgrijzen zei hij dat hij graag nog eens naar een concert van ze gegaan zou zijn. Ik vergruisde van binnen. Hij had voor mij cd’s gebrand met Franse chansons. Hij luisterde naar Frank Sinatra. Hij vond Elvis de beste zanger ooit. Hij waardeerde dezelfde jaren-80 muziek als ik. En nu dit!

Ik vroeg hem hoe dit kon. Er klonk net uit mijn computer “the promise you made” van Cock Robin. Ik zei: “het lijkt toch in helemaal niets hierop?” Hij vond dat een vreemde redenering. Ik niet. Ik legde uit dat we van harmonie hielden, dat dat onze gemeenschappelijke factor in de muziek was. En the Prodigy deed niet aan harmonie. Die ramden maar wat. Het deed me pijn, ik voelde me verraden.

Wendy van Dijk

WendyWendy van Dijk, dat vind ik nu echt een aantrekkelijke vrouw. Haar glimlach doet mij smelten. Ik zou zo alles voor haar opgeven als ik recht in haar armen mocht lopen. Het is mijn reptielenbrein dat mij deze verwerpelijke gedachte ingeeft. Haar lieve stem, die mooie ogen, betoverend is ze gewoon. Onweerstaanbaar.

Totdat ze haar beroep als presentatrice oppakt. Wat een enorm zeikwijf zeg! Zeg verdomme eens waar het op staat! Nee, altijd alles vergoelijken, en als er bij TVOH een kandidaat was die niet gekozen werd -en niet voor niks- dan roept Wendy altijd: “nou, maar volgend jaar kom je terug, en dan draaien al die stoelen om!” Nee, helemaal niet! Het was gewoon bagger, en diegene moet nooit meer terugkomen. En als je dat dan niet kunt zeggen, Wendy van Dijk, hou je dan tenminste op de vlakte. Maar nee, Wendy moet de kandidaat toch vooral het gevoel geven dat de jury het niet goed zag, en de kandidaat vooral niet met een rotgevoel naar huis laten gaan. Welnee, we waren er bijna vanaf, gaat Wendy weer zorgen dat de talentloze weer moed krijgt en het opnieuw probeert. Wendy is niet van het slechte nieuws. Daar kan ze niet mee omgaan. Alles moet positief benaderd worden. Gadverdamme! Nog niet zo heel lang geleden zei ze over die gladjakker waar ze mee getrouwd is dat hij zo’n heer was, en dat hij altijd de deur voor haar openhield. Nee, wij gooien de deur in je smoel dicht, Wendy! En nu, waar blijf je nu met je mooie praatjes over die gladjakker? Bah, wat een nep-emoties. Wat een tut-hola.

Het stoerste wat ze ooit gedaan heeft is dat ze haar voorgenomen huwelijk met die andere gladjakker, X, op het laatste moment heeft afgezegd. Zo! Vrouwen moeten gewoon zichzelf zijn, en niet alleen op internationale vrouwendag of als ze thuis zijn, nee, ook op andere dagen en als ze een TV programma presenteren. Maar Wendy van Dijk, die doet mijn hart smelten. Machteloos ben ik tegen haar.

Tadaaraatieetoeholadijeee

Carnaval, daar heb ik ondanks een jeugd in Brabant weinig tot niks mee. Als kind vond ik het verkleden wel leuk, en vooral de geschminkte meisjes, want die roken extra aantrekkelijk. Maar na mijn verhuizing naar het Gelderse Vaassen heeft het zich niet doorgezet, ik kreeg een te serieuze inslag waardoor ik niet in staat ben polonaises te lopen of te hossen. Ik ging nog wel eens kijken naar de optocht met mijn kinderen, en of mijn herinnering nu met me aan de haal ging of dat ik het goed zag, maar het was hier een lange, maar armoedige optocht. Het ging meer om de kwantiteit dan om de kwaliteit met snel in elkaar geflanste platte karren en een bak herrie erop. Ik herinnerde mij toch enorme poppen die zelfs konden bewegen in het Brabantse. Hier liep de plaatselijke badmintonvereniging met wat rackets en een netje folders uit te delen.

Toch staat het dorp hier op zijn kop tijdens carnaval, en men spreekt zelfs van het grootste carnaval van boven de rivieren, en zelfs over de grootste carnavalsvereniging van Nederland. Dat laatste blijkt echt zo te zijn, qua aantal leden. Men doopt Vaassen met carnaval om in Rossumdoarp, en aan die naam werd ik vanochtend herinnerd, want ik was het al vergeten. Maarten van Rossum was een nietsontziende veldheer die hier kasteel heeft gehouden. In zijn veldtochten brandde hij complete dorpen plat en belegerde hij om het even welke vijand, zolang hij er voor betaald werd. Eigenlijk was hij een rover, die met gestolen geld her en der onroerend goed kocht. Als hij met zijn leger een stad naderde, vluchtte de bevolking in angst en paniek.

Als je in de Randstad alleen al een straat of een school vernoemt naar een zeeheld, dan heb je tegenwoordig toch een serieus probleem. De complete historie van de zeeheld wordt opgegraven en als die ooit over de schreef blijkt te zijn gegaan, dan kun je wel inpakken met je naam. Wreedheden die begaan zijn in een kolonie of het houden van slaven is genoeg om een demonstratie op gang te brengen tegen de plannen om een straatnaam of school te vernoemen naar Witte de With.

Aangezien de agressie van Maarten van Rossum niet was gericht tegen een minderheid, maar gewoon tegen de vijanden van degenen die hem het meest betaalden, is het allemaal niet zo’n probleem, en kun je tijdens carnaval je hele dorp naar een plunderaar vernoemen. Ik had er zelf nog nooit over nagedacht, en ik slaap er ook niet echt minder om, maar vreemd is het wel. Het is het verschil tussen de Randstad en de rest van het land. Grote Pier -die nog aan de zijde van Maarten gevochten heeft wordt ook vereerd in Friesland. Ook hij maakte geen onderscheid in wie hij over de kling joeg.

Ik ben benieuwd hoe ze Branau am Inn noemen tijdens carnaval.

Verscholen

Als ik ergens allergisch voor ben is het wel voor mensen die dingen beter weten. Dus als ik gelezen heb over dat vrijwel alle zwijnen afgeschoten zijn op de Veluwe zijn (niet echt zo) dan heb je altijd iemand die zegt: hoeveel wil je er zien? Of ik plaats een foto op FB van een plek die ik nog niet kende, dan is er altijd eentje die zegt: je moet maar eens met mij meegaan, dan zie je pas mooie plekken. Irritant volk.

Evenwel liep ik vanochtend op de zelfde plek als vorige week, alleen verder. Ik ging ergens het bos in en al snel was ik de weg kwijt. Hier was ik nog nooit geweest. Het was de Tongerense hei, en ik kwam er wederom vrijwel niemand tegen. Het weer hielp daaraan mee, slechts twee mountainbikers en twee wandelaars, ik blijf dat magisch vinden in één van de dichtstbevolkte landen ter wereld.Tongerense Hei

Al met al geloof ik dat ik acht kilometer heb gelopen, waarvan vijf door voor mij nieuw gebied. Geen hert, zwijn, vos, laat staan wolf gezien. Maar het voelde goed, dat gebanjer door onbekend terrein. Alleen op het laatst, toen ik niet zeker wist welke kant ik op moest, en zowel links als rechts de weg in het oneindige leek te verdwijnen, kreeg ik het een beetje benauwd. Geen zin om straks ergens uit te komen in een plaats waar ik niet moest zijn en vervolgens nog acht kilometer terug naar de auto te moeten.

Een paar kilometer westelijk ligt het verscholen dorp. Een paar nagebouwde hutten die herinneren aan het verscholen dorp dat hier in de oorlog was. De bossen waren hier zo dicht dat er een jaar lang 100 mensen (waaronder Godfried Bomans) konden onderduiken voor de Duitsers zonder gezien te worden. En het zou helemaal niet gevonden zijn als er niet twee op wild jagende SS-ers gezaag hadden gehoord van een van de bewoners en op onderzoek uit gingen. De Duitsers vertrouwden het niet en ondervroegen de jongen die aan het zagen was. Na verhoor lieten ze hem gaan, maar keerden later terug met versterking. Dat gaf de meesten de gelegenheid om te vluchten, maar acht werden er opgepakt en gefusilleerd.

Ik wil alleen maar zeggen, de bossen zijn hier uitgestrekt, en vroeger moet het er helemaal een paradijs geweest zijn, toen er nog niet overal wegwijzers en bordjes stonden waar je wel en niet in mocht.

 

Lees verder Verscholen