Het achtergrondfilter

Ik ben vanochtend bij de KNO-arts geweest, eigenlijk een assistente, die nog niet zoveel weet. Mijn oren zagen er ineens prima uit maar de gehoortest detecteerde toch een licht verlies aan de rechterkant. Volgens de arts de oorzaak van de tinnitus. “Nietus,” zei ik. Ik had er inmiddels al zoveel over gelezen dat ik mijzelf al een expert acht.

Tinnitus is een ingewikkelde klacht. Het wordt veroorzaakt door gehoorschade, maar het wordt ook veroorzaakt door geen gehoorschade. Tevens kan gehoorschade tinnitusklachten geven, maar gehoorschade kan ook geen tinnitusklachten geven. Zover is de wetenschap al. En dan zijn er nog honderd andere mogelijke oorzaken.

Toch was ik best onder de indruk van wat ik er over gelezen heb. Over hoe het gehoor werkt, hoe het niet dient om spraak te verstaan maar om gevaar te signaleren. Hoe de hersenen kunnen compenseren als er door een verwonding of ontsteking gehoorverlies ontstaat, zodat we toch weten uit welke richting het gevaar komt. En dat de kleine hersenen continue bezig zijn om geluiden te filteren. Is het geluid belangrijk genoeg om door te laten naar de grote hersenen, zodat die kunnen bepalen of er paniek moet ontstaan of dat er niks aan de hand is. Je kunt het je haast niet voorstellen totdat je denkt aan het tikken van de klok dat je alleen hoort als je je er op focust.

Nu kan tinnitus iets te maken hebben met gehoorverlies. Met het loslaten van verbindingen tussen zenuwen en haarcellen. Deze beschadiging schijnt veel sneller op te treden dan de beschadiging van de haarcellen an sich. Bij veel volwassenen is dit het geval. Na het loslaten functioneert de zenuw nog wel. Hij staat als het ware aan, omdat hij snel moet kunnen reageren als er een geluidsignaal door komt. Het geluidsignaal komt niet meer door, maar het aan staan van de zenuw, het stationair draaien ervan, wordt nog wel doorgegeven aan de hersenstam. Omdat het gemiddelde geluid is verminderd, gaat de hersenstam compenseren om het versterkt binnen te krijgen. Dit geluid kan door veel mensen worden waargenomen in een geluidsdichte kamer, waar door het ontbreken van normaal geluid, het gehoor nog beter zijn best gaat doen om geluiden door te krijgen. Het filter belangrijk/onbelangrijk wordt aangescherpt en onbelangrijke boodschappen worden doorgegeven aan de grote hersenen.

Als bovenstaande klopt dan betekent het dat het filter niet goed staat afgesteld bij sommige mensen. Het signaal zou eigenlijk niet doorgegeven moeten worden omdat het onbelangrijk is. Nu wordt dat wel gedaan en raken de grote hersenen van slag door dit bijna niet te negeren geluid. Nu mag ik naar de audioloog. Die zouden kunnen helpen met het aanvaarden. Want kennelijk is het niet de beleefd om de tinnitus te weigeren. Anders zou ik dat doen.

Eerlijk gezegd, nu ik bij de KNO arts ben geweest en heb begrepen dat de oorzaak toch gehoorverlies is en geen andere oor-zaak, en dat ik een van de velen ben waarvoor het niet is op te lossen, is de acceptatie al wat makkelijker. Al leg ik me er nog niet bij neer en lees nog even door.

Laatbloeier in de sneeuw.

Er kan mij niet snel te veel sneeuw vallen. Ik was dan ook euforisch over de weerberichten van gisteren. Natuurlijk viel het wederom tegen, want weerberichten zijn eenmaal niet betrouwbaar. Maar toch, er ligt een laagje sneeuw. Een centimeter of 12 tot 15 en het sneeuwt nog steeds. Wel miezersneeuw, maar beter dan niks. Ik zou natuurlijk vroeg op moeten om “de laatbloeier” te fotograferen, maar vroeg op als er sneeuw is gevallen is niet erg. Gedurende de nacht had ik al een paar keer uit het raam gekeken hoe het er voor stond.

Er hadden nog niet veel mensen gereden over de weg naar het bos en er was niet gestrooid. Zo hoort het natuurlijk ook in een natuurgebied. Dan rij je maar wat langzamer. Eenmaal aangekomen op de parkeerplaats was ik vrijwel de enige, behalve dan een groep van zeven langlaufers die ook van die plek vertrok. Ik kon ze gelukkig lopend inhalen want zoveel sneeuw lag er helemaal niet op de open vlakte. Ik vreesde voor mijn foto, en toen ik de weg over de hei in sloeg zag ik dat die helemaal niet besneeuwd was. De wind was zo hard dat de sneeuw daar kennelijk niet landde. Even verderop, bij de laatbloeier viel het mee, en nog verder, in de beschutting van het bos lag overal sneeuw. En het allermooiste was, ik was de eerste. Nog geen voetafdruk of mountainbikespoor te zien. Yes. Alaska op de Veluwe. Ik liep verder, maar niet te ver op mijn snowboots, bovendien is de hond kortharig en het waaide flink, dus een kilometertje of vier was wel genoeg.

Terug bij de auto was er een probleempje dat ik eigenlijk al had gevoeld toen ik parkeerde. Ik had geen enkele grip op gewone banden. De auto ging niet vooruit of achteruit. Ik kon hem zelfs stationair in de versnelling laten draaien en duwen tegelijk, hielp niks. Ik had ook geen zin om hulp van mijn garagehouder te vragen want ik kan niet tegen zijn vernederende lach. Ik moest dus wat anders verzinnen. Ik trok het kleed waar de hond op zit uit de kofferbak en legde het onder de voorwielen. Dat hielp een beetje, maar niet veel. Nu stond ik een halve meter verder vast zonder vooruit of achteruit te kunnen. Na een keer of drie opnieuw het kleed gelegd te hebben stond ik op de weg, maar op een hellinkje. Ik pakte het kleed, gaf gas en tergend langzaam trok de auto zich vooruit. Over een stuk van twee meter deed ik een halve minuut. Toen was ik eruit en kon ik terug naar huis ploegen. Winterbanden, helemaal niet nodig.

Sneeuwval

In 1978 werden wij op een ochtend wakker en lag er dertig centimeter sneeuw. Mijn vader op zijn pantoffels naar het schuurtje achter in de tuin om de laarzen te halen. Het zal mij niet gebeuren morgenochtend. Ik heb mijn snowboots al klaar gezet in de keuken. Ik verwelkom de sneeuw. Een paar weken terug was er ook even die dreiging van sneeuw. Toen heb ik de oprit en het terras geveegd en de tuin aangeharkt. Net als vandaag. De sneeuw moet in een nette tuin vallen. Niet op tientallen takjes en stapels blad. Niet op larixnaalden of op stukjes mos die van het dak zijn gevallen. En zeker niet op speeltjes van de hond die her en der door de tuin zwerven. De sneeuw zal nu genoeg zijn om alles te bedekken, maar de wetenschap dat het onder die witte laag een zootje is maakt de beleving minder.

Tot nu toe is het weinig wat er gevallen is. Als de weermannen mij nu weer in de steek laten, geloof ik ze nooit meer. Ik had vanavond al gehoopt op een rondje met de hond door de sneeuw. Honden vinden het vaak fantastisch, zo’n laag verse sneeuw. Ik ook trouwens. Morgen als ik opsta is de hond jarig. Zeven wordt ze dan. Sneeuw voor haar verjaardag. Dat zal ze leuk vinden.

De cavalerie is onderweg

Ik kan het leuk vertellen vind ik zelf. Het vorige logje was best komisch en positief. Het zegt alleen helemaal niks. Het is een momentopname. Vlak na dat logje waarin het zo goed ging met de oorsuizingen, ging het alweer minder en begon de paniek toe te slaan. Want wat gebeurt hier nu? Is het nu echt zo dat mijn leven hier ophoudt? Tenminste, het leefbare deel ervan? Dramatische gedachten maakten zich van mij meester. Niet veel later was ik in paniek, in angst, tegenwoordig noemen we dit angstaanvallen.

En zo is het ook, je wordt aangevallen door angst, door paniek en je kunt je niet weren. Ik kon niet meer rustig nadenken en niet meer praten. Ik had nog ontspanningsoefeningen geprobeerd, maar daar was het al veel te laat voor. Nu hielp niks meer en moest ik volledig door het dal om op het diepste punt te gaan liggen wachten op hulp. Ik had de huisarts gemaild en een uur later belde hij me. Eindelijk hem, hij die mijn angstklachten vaker heeft behandeld. Niet een van de twee huisartsen die mij eerder hierover hadden gesproken, maar de grote baas zelf. Ik kon amper een woord uitbrengen, maar hij begreep het dus hield hij een monoloog. Hij zei dat hij me naar de KNO-arts zou doorverwijzen. Dit omdat het probleem me dusdanig ontregelde, dat er ingegrepen moest worden. Hij had het over buisjes, of over een maskeerapparaatje, of weet ik veel wat, er moest in elk geval even door een KNO-arts naar gekeken worden. Dat ik een uitnodiging zou krijgen, dat er een wachtlijst was maar dat er door corona nog wel eens iemand uitviel, in elk geval: hou nog even vol, de cavalerie is onderweg. En toen hing hij op. Ik kon toch niets zeggen. Maar ik vond het mooi gezegd, ondanks mijn ellende. Cavalerie, voor mij.

In verzet.

Ik was wat lamlendig de laatste tijd, door tinnitus vooral, waar ik nogal moe van word. Ik weet inmiddels precies hoe het ontstaat als gehoorschade de oorzaak is, al weet ik niet of dat bij mij ook de oorzaak is. Ik hoor nog steeds scherp en tot 13000 herz ongeveer, waar ik vroeger 19000 haalde. Maar vroeger is voorbij. Vandaag heb ik afscheid moeten nemen van het laatste symbool van mijn jeugdigheid, en dat waren mijn gladde wenkbrauwen. Al een tijdje vragen de kapsters of ze mijn wenkbrauwen moeten bijknippen, maar dan draai ik naar ze toe en vraag triomfantelijk: is dat nodig dan? Dan moesten ze beamen dat het niet nodig was. Ik was de laatste der éénenvijftigers met jeugdige wenkbrauwen. Tot vandaag. De kapster zag een haartje dat een andere richting opgroeide en knipte het weg. Mijn wereld stortte in. (Ja, ik was illegaal bij de kapster vandaag)

Als een verslagen oude man reed ik naar huis. Ik overwoog een Volvo 340 aan te schaffen en wellicht een hoed. Thuisgekomen keek alleen de hond mij nog verwachtingsvol aan. Ik zocht mijn wandelstok maar bedacht me dat ik die nog niet heb. Dan maar zonder naar het bos. Ik liep ver, heel ver. Tenminste, voor een oude man. Ik kwam de mensen met de Huskies van een paar logjes geleden weer tegen, nu waren het er zes, vorige keer vier. De fysiotherapeute die vorige keer een stukje met me meeliep, groette me enthousiast. Dat hielp een beetje.

Ik had alleen ontbeten, het was al vijf uur en ik voelde me hongerig en een beetje slap in m’n benen en moest nog best een eind. Maar omdat het redelijk stil was in mijn hoofd, stiller dan de laatste twee maanden, had ik nieuwe energie gevonden. Ik durfde niet te hopen maar liep door zonder te vertragen om deze flow en stilte vast te houden. Ik was door mijn slapte heen gelopen en kon nu door blijven gaan op reserves. Dat voelde goed, die nieuw aangeboorde energie. De hond liep in hetzelfde tempo mee, trots sjouwend met een grote stok.

Ik had meer dan twee uur gelopen en thuisgekomen ging ik nog even door zonder op de bank te ploffen. Ik gaf de hond eten, ruimde de vaatwasser uit, en stelde voor om Chinees te gaan halen omdat ik Linda’s verbale tegenzin om te gaan koken na twintig jaar feilloos herken. En zo geschiedde. Ik was eerder op de dag nog afgeschreven, maar kennelijk ging mijn diepere zelf daar niet mee akkoord. Waarschijnlijk een stuiptrekking. Een laatste krachtsinspanning om mijn jeugdigheid te behouden. Een protestactie van mijn innerlijke ik.

Rebel

Soms vraag ik me af of ik geestelijk iets mankeer. Want buiten dat mijn verstand het op bepaalde gebieden best goed doet, bekijk ik zaken vaak anders, en daarmee bedoel ik niet te zeggen dat ik ze origineler bekijk en dus beter nadenk. Of out of the box om maar eens een stupide term te gebruiken. Neem nu de rellen van afgelopen week. Die worden door iedereen afgekeurd. En wees niet bezorgd, door mij ook. Maar dat over elkaar heen vallen op social media om te laten zien hoe erg je het afkeurt, daar kan ik niet tegen. Echt totaal niet. Net als dat gelul dat je je laat vaccineren. Val me er niet mee lastig! Ik laat me ook vaccineren, als ik tenminste nog aan de beurt kom, en als iemand anders dat niet doet zal me dat een rotzorg wezen. Of dat eeuwige geëmmer dat we van hulpverleners moeten afblijven. Ja, natuurlijk! Als ik zou zien dat een ambulancebroeder tijdens zijn werk werd lastig gevallen zou ik waarschijnlijk mijn uiterste best doen om zijn belager tegen de grond te werken. Dit zou ik zelfs doen als het een politieagent betrof, en ik heb niet eens een hoge pet op van politieagenten. Maar ik ga ze niet lopen prijzen alsof ze helden zijn. Ze doen ook maar hun werk.

Die constante behoefte van mensen om zich maar te profileren op Facebook, ik hoor daar niet bij. Ik ben een dwarspaal en sommigen denken dat ik het expres doe om dwars te liggen. Echt niet, ik voel pure afkeer. Ik klap voor de zorg, stay home, ik laat me vaccineren, ik ben goed, en als jij niet denkt zoals ik ben jij slecht. Dat is eigenlijk wat er wordt bedoeld. Ik heb er een aantal moeten ontvrienden of hun berichten uit moeten schakelen om het enigszins leefbaar te houden voor mezelf.

Ik begrijp die behoefte tot streven naar een perfecte wereld ook niet. Ten eerste is er niet zoiets als een perfecte wereld en ten tweede zou ik me stierlijk vervelen in een perfecte wereld. Ik gedij juist uitstekend in moeilijkere omstandigheden mits die omstandigheden voor iedereen gelden. Enorme sneeuwval, onbegaanbare paden, mislukte computermigraties, pandemieën, stroomuitval, extreme hitte, afgelast carnaval, alien-invasies, onbegonnen werk, ijdele hoop, dames in nood, nou ja, wat raar wellicht. Ik hoop niet dat ik u afschrik.

Portemonnee aan een touwtje.

Van de zomer kwam ze naar me toe met haar treurige verhaal dat haar vriend en vader van haar kinderen het had uitgemaakt. Daar stond ze dan, ze had al twee keer ternauwernood een ontslagronde overleefd, en nu dit. Haar roots liggen in Berlijn, waar ze nog steeds een huis heeft, al is dat meer van de familie, maar waar ze nog vaak even heen gaat om haar moeder te bezoeken en om vrienden te ontmoeten.

Later vertelde ze dat haar man haar al een paar keer had bedrogen, maar dat ze toch bij hem was gebleven. En nu was ze alsnog aan de kant gezet. Ze overweegt om terug te gaan naar Berlijn, en om haar kinderen mee te nemen. Ze heeft de beslissing eigenlijk al genomen, maar ze heeft het haar dochtertjes nog niet verteld. Ik zeg haar steeds dat ze dat snel moet doen, maar ze stelt het maar uit.

Een paar maanden terug kreeg haar man Corona en moest in quarantaine in een vakantiehuisje. Zij bracht hem eten en hij zat alleen en was dankbaar. Zo dankbaar dat hij haar weer hoop bood. Ik legde haar uit dat dat niet klopte, dat dat geen goede uitgangspositie was. Ze begreep het.

Wat later trok zij met haar dochters uit het huis naar een nieuw huis, in de buurt van het oude. Twee weken daarna kwam de vrouw met wie hij destijds was vreemd gegaan bij hem inwonen. Ze zei dat het haar pijn deed, en dat ze het liefst naar Berlijn zou vertrekken om maar niet steeds geconfronteerd te worden met haar ex en zijn nieuwe liefde.

Vandaag had ze de telefonische hulp van haar ex nodig en ze vertelde me dat ze het moeilijk vond. Dat als hij haar terug wilde ze terug zou gaan. Ik heb haar de waarheid verteld. Dat dat helemaal nergens op sloeg. Ze zei dat ze er niks aan kon doen, dat was haar hart. Ik zei dat ze dan maar haar hoofd moest gebruiken maar dat ze niet ging terugvallen in een emotionele, labiele en afhankelijke toestand voor haar man, die zich gedraagt als een lul. En dat ik al helemaal niet wilde horen dat hij de liefde van haar leven was en dat ze nooit meer gelukkig bij een ander zou worden. Ik werd boos op haar. Vrouwen, ze kunnen soms zo ontzettend tegen beter weten in, ronduit stom doen. Alsof er een portemonnee op straat ligt met een touwtje eraan. Nu is ze weer in Berlijn waar ze hopelijk tot die grijze brij laat doordringen wat ik heb gezegd. Want ik heb gelijk.

Een ontzettend gaaf land.

Ik liep daarnet buiten met de hond gedurende de avondklok en bedacht me wat een achterlijke maatregel dit eigenlijk is. Al helemaal in een dorp als Vaassen. Een buitenproportionele maatregel die weinig oplevert. En goed, we komen dit wel door en het raakt me niet hard, maar het gemak waarmee dit er doorkwam! Zowel van de kant van de overheid als van de kant van veel Nederlanders. En als dit nu niet werkt, wat is dan het volgende? Waarom is er in Duitsland eigenlijk geen avondklok? Gaat dit niet veel en veel te ver? Dat vraag ik me nu gewoon af.

Het is immers geen oorlog, er hoeft geen verzet gebroken te worden. We kregen al die mondkapjes die eerst niet werkten en toen misschien een beetje. En nu de avondklok die misschien ook een beetje helpt. Tot acht procent maar liefst.

En nu hebben we rellen. Wat dacht Rutte nou? Dat er hier alleen maar brave burgers woonden die netjes alle bevelen opvolgden? Dat er geen tuig woont dat in opstand zou komen? Lekker naïef. Nee, die avondklok lijkt een bijzonder slecht idee. Ontzettend gaaf land, hè, Mark? Nu moeten we nog oppassen dat dit niet geheel uit de hand loopt en straks het leger ingezet moet worden. Want dat ontbreekt er nog aan, soldaten in de straten.

Gebrek aan visie

Je dient je natuurlijk gedeisd te houden, maar ik merk dat ik wel erg cynisch word de laatste tijd. Met als triest dieptepunt de avondklok. Nu hebben wij een hond, dus die sleur je gewoon mee, maar ik zag op televisie ook al een jonge vrouw die antwoordde op de vraag wat ze nog buiten deed zo laat, dat ze haar puppy kwijt was en dat ze die aan het zoeken was. Midden in de stad. Je zag de spot in haar ogen.

Ik word cynisch omdat ik slecht tegen de negatieve berichtgeving meer kan. Het R-getal is dan wel onder de 1, maar nu is er een extra R-getal,waarvan gedacht wordt dat dat zich wel boven de 1 bevindt. Ze weten het niet zeker, maar je kunt niet zeker weten dus ik geloof, ik geloof, ik geloof.

Ik word cynisch van aanvoerders van de schaapskudde. Kijk, als jij keurig de regels opvolgt, dan lijkt me dat prima. Maar die mensen die de hele dag overal vooraan staan en tegen iedereen die het wil horen maar ook tegen hen die het niet willen horen, zeggen dat het eenmaal nodig is, en dat je daarom mee moet doen. Weet je wat nodig is? Dat iedereen een chip krijgt geïmplanteerd zodat de overheid weet waar je bent en ook nog wat je denkt. Ik heb toch niets te verbèèèhrgen, roepen ze in dat geval.

En waar ik het meest cynisch van word is het feest van de democratie dat er aan zit te komen. Want feesten zijn verboden, maar nu denken de politici daar toch wat anders over. En het allerallercynischt, u begrijpt mij, werd ik van Wopke Hoekstra, die het nodig vond om nu vast de aanval op zijn bondgenoot Rutte te openen. Een landverrader, noem ik zo iemand. Hij verweet Rutte “gebrek aan visie.” Dan ga ik over mijn nek. Wat een verschrikkelijk afgezaagd argument. Dat gebruikt ook elk bedrijf als er een nieuwe directeur moet komen. Gebrek aan visie gebruik je als je een gebrek aan argumenten hebt.

Avondklok

Wat mij betreft is er nu een grens overschreden. Ik ben nu van een schaap een wappie geworden. Ik ben nu echt pissig over dat kritiekloos accepteren door Nederlanders van iets dat wordt geadviseerd door deskundigen. “Oh, een wetenschapper zegt het, dan volg ik dat blindelings.” Nou, er is niet zoiets als een professor dokter avondklok. Op journaal zie ik alleen maar domme ganzen zeggen: “tja, vervelend, maar het is nodig!” Nodig voor wat? En hoe weet jij dat? Om te zorgen dat jongeren nu voor het begin van de avondklok elkaar gaan opzoeken, en door te gaan met feesten tot half vijf ’s ochtends?

Om te zorgen dat het R-getal onder de min 1 komt? Om de Britse variant waarvan niemand weet wat het is te weren? Wat de hel is er aan de hand met de mensheid? Alsof er verdomme een killer virus rondwaart. Ik heb tinnitus, zit nog niet in de acceptatiefase, als ik dit kon ruilen voor een flinke corona deed ik het gelijk. En dan nog eens wat, ik ga me helemaal niet aan die onzin avondklok houden. Ik ben één keer per week ’s avonds op visite bij mijn moeder. Dat doe ik niet voor m’n eigen lol, dat doe ik voor haar. Omdat ze sowieso al eenzaam is, ziek is, niet buiten durft te komen door dat stomme virus en verder niemand meer spreekt. Dus nu mag ze helemaal wegkwijnen. Omdat de politiek als de dood is dat die avondklok werkelijk effect heeft en ze dus die boot niet durven te missen. Alsof het oorlog is inderdaad. Die vergelijking schijn je niet te mogen maken als voorbeeldige burger. Tja, ik heb toch geen zin om een voorbeeldig burger te zijn.