Grote of kleine druppels?

Maurice de Hond ging in discussie met een viroloog van het RIVM. Maurice hamert er nogal op dat het RIVM op de verkeerde dingen focust en dat ze niet naar hem willen luisteren. Maurice heeft ook niet de juiste discussietechniek want hij praat te snel en lijkt zenuwachtig. Daarbij is hij zichtbaar doodmoe van al het onderzoek dat hij heeft gedaan. Ik schets misschien het beeld van een verongelijkt kind dat zijn zin niet krijgt.

En toch sta ik al een poosje achter Maurice. Hij stelt namelijk dat de anderhalve meter afstand onzin is, en dat 95% van de besmettingen via de microscopisch kleine druppels (aerosols) plaatsvindt. En dat stelt hij niet omdat hij dat onderzocht heeft, maar omdat hij kijkt naar onder welke omstandigheden besmettingen hebben plaatsgevonden. En daarbij speurt hij naar virologisch onderzoek dat zijn vermoeden ondersteunt. En dat levert hij ook aan.

Volgens De Hond moet er meer geventileerd worden in huizen, kantoren en gebouwen, en dan zou het afstand houden, zeker buiten, niet meer nodig zijn. En tevens moeten volgens hem de zogenaamde superspread events (grote aantallen mensen in een slecht geventileerde ruimte) niet meer doorgaan totdat er een vaccin is. Maar volgens het RIVM is juist het afstand houden de belangrijkste maatregel. Maar die maatregel beperkt de economie momenteel juist.

Het komt er op neer, de Hond en het RIVM staan lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om wat nu de belangrijkste veroorzaker van een besmetting is. Grote druppels of kleine druppels. Als het de grote druppels zijn, dan is de anderhalve meter belangrijk, zijn het de kleine, dan is anderhalve meter onbelangrijk.

Ik vind het nogal wat, mocht Maurice gelijk hebben. Dat zou betekenen dat we volkomen verkeerd zijn voorgelicht. Het RIVM claimt dat de daling van het aantal besmettingen te danken is aan de anderhalve meter, maar volgens de Hond komt dit omdat er geen superspread events meer hebben plaats gevonden.

We zouden natuurlijk de proef op de som kunnen nemen door onbeschermd de besmette afdeling van een ziekenhuis op te lopen en niets aan te raken en anderhalve meter afstand van iedereen te houden. Vrijwilligers zouden bij het RIVM te vinden moeten zijn.

Slecht voorbereid.

U weet, ik heb niet veel geld. Ik moet sparen voor een derdehands auto en dan moet ik mezelf ook nog wijsmaken dat ik daar blij mee ben. Om in deze situatie te geraken heb ik lang op school gezeten en diverse diploma’s moeten halen. Daarbij heb ik hard moeten werken. Ik zag ooit de krantenbezorger de krant brengen toen ik ‘s ochtends vroeg naar huis ging.

Nu is er ook een of andere lapzwans, genaamd Enzo Knol, die heeft volgens mijn dochter zijn tweede Lamborghini aangeschaft. Het ventje is in de twintig en vlogt. Ik blog! Wat is het verschil? Het verschil is dat half Nederland te beroerd is geworden om te lezen of na te denken, en daar maken types als Enzo dankbaar gebruik van. Hoef je je hele leven niet te werken als je vlogt. En Enzo is niet de enige die veel slimmer is dan ik. Het barst ook van de talentloze zangers die daarom maar gaan rappen. Ook hier zijn de Porsches en Ferrari’s niet aan te slepen.

Wie niet steelt en wie niet erft, zal werken tot hij sterft, dat was één van die leugens die ze je vroeger vertelden. Niemand heeft mij verteld dat je rijk kon worden als je vlogt of rapt. Mij leerden ze wiskunde. Echt, nog nooit nodig gehad in mijn hele leven!

Voor wie het snapt

Ik was er dichtbij gisteren. Heel dichtbij. Ik was naar de Alfa Romeo gaan kijken die me al weken bezighield. Ik moest er een uurtje voor rijden, naar Rijssen in het verre oosten. Natuurlijk stond er een file van 16 km volgens de radio. Onderweg besloot ik me niet gek te laten maken. Mijn huidige auto rijdt werkelijk uitstekend, dus ik moest wel echt een verbetering ervaren om hem in te ruilen. Bovendien was dit de dealer die telefonisch weinig had geboden, maar alsnog zou ik qua aanschaf niet duur uit zijn. Maar de aanschaf is het probleem niet. Het probleem zit in het verbruik en de onderhoudskosten. Even overwoog ik alweer om te keren, maar ik deed het niet.

Toen ik bij de dealer kwam stond daar werkelijk de allermooiste Alfa die ik ooit had gezien. Ik was er helemaal weg van. Dat zilvergrijs metallic, die perfecte velgen met ronde gaten, die vormen, die lijn, wat een beauty. En ik kon er geen smetje op vinden. Ok, vooruit, op de voorbumper zat één minuscuul stukje waar een stukje lak weg was. Een millimeter. Verder als nieuw. Ik opende de deur en keek binnen. Zo mogelijk nog mooier. Ook hier alles smetteloos, die grijze stoffen bekleding, het stuur, de klokken, de achterbank, en die uitnodigende pook van de automatische versnellingsbak. Ik was verliefd. Ik vond haar mooier dan een praktisch nieuwe Giulia die er naast stond. 3.0 V6 24v stond achterop, om aan te geven dat we hier te maken hadden met een van de beste motoren ooit gemaakt in de autoindustrie, de 6 cilinder Busso van Alfa Romeo.

En toen kwam de deceptie. Ik nam plaats op de uitnodigende achterbank en ik zat wederom met mijn hoofd tegen het dak. De verkoper was inmiddels komen kijken en ik vertelde hem dat ik daar niet kon zitten. Hij was weinig medelevend, maar ik zoek een auto waar iedereen toch goed in kan zitten. Ik probeerde de Giulia en daar paste ik wel op de achterbank. De verkoper zei dat ik dan die moest nemen. Het prijsverschil was 30.000, en bovendien was ik daar niet verliefd op. Met pijn in mijn hart ging ik weer weg, ik moest bijna huilen, ik voelde liefdesverdriet. Ik was zojuist afgewezen door mijn grote liefde.

Thuis vertelde ik over mijn pijn. Linda zei toen, “maar jij zit toch niet achterin? Je moet Hans morgen meenemen, die is niet zo lang als jij. En voor die paar keer dat we er met z’n allen inzitten kan ik toch achterin, en Hans voorin?” Alle hoop kwam ineens weer terug. Ik was blij. En vannacht sliep ik niet. En heb ik het besluit genomen om niet meer terug te gaan. Linda mag mij dit dan gunnen, maar die auto gaat me (ruim gerekend) 200 euro per maand meer kosten. Dat vond ik toch wel heel erg veel. En bovendien hebben we dan minder ruimte, ik zou voor dat geld helemaal niks terug kunnen geven aan mijn gezin. Alleen voor mezelf, een 3 liter V6 met automaat, schitterende lijnen en een prachtig interieur. Ik kon het niet maken. En nu wil Linda niks meer over een andere auto horen.

Hier. Voor wie het begrijpt.

Practice what you preach

We leven in rare tijden. Vroeger was niet alles beter, maar sommige dingen waren duidelijker, met name persoonlijke verhoudingen. Een mens kon respect opbouwen, of niet, dat was zijn eigen keuze. Had je respect opgebouwd, dan was men eerder geneigd je woorden voor waar aan te nemen en je betrouwbaar te achten. Geen onlogische overlevingsstrategie. Had je dat niet gedaan, door nooit te handelen naar wat je predikte, dan hoefde je niet te rekenen op veel aanhangers van jouw beweringen.

Tegenwoordig hebben we daar wat op gevonden. Neem de heisa rond Johan Derksen die het besluit van het Nederlands Elftal om niet meer met VI te praten wegens vermeend racisme, pareerde met een ijzersterk argument over hypocrisie van het Nederlands Elftal door wel te gaan voetballen in Qatar, waar slavernij nota bene nog steeds bestaat. (practice what you preach.) Dit sterke argument betitelen we dan als “whataboutism” en we hoeven niet meer in te gaan op het argument van Johan. Exact hetzelfde doen we dan als waar we Johan van beschuldigen. (Johan zou niet ingaan op de beschuldiging aan zijn adres.) Het liefst plaatsen we in de comments van social media ook nog een link naar de Wikipagina over Whataboutism, zodat het er ook nog eens uitziet alsof we weten waar we het over hebben. Een win-win, want we hoeven er niet op in te gaan en we komen intelligent over.

Het is zo tegenstrijdig als iets. Het gaat er bij whataboutism alleen maar om dat je de eerste bent die de ander erop betrapt, ongeacht of het argument van de ander veel sterker was. Zo win je tegenwoordig de discussie. De beste argumenten zijn daarmee zinloos geworden, terwijl het vroeger toch vrij normaal was dat je pas betrouwbaar werd geacht als je deed wat je verkondigde. Dat hoeft tegenwoordig niet meer. Je kunt rustig Opeldealer zijn en beweren dat Opel de beste auto’s maakt en zelf een VW rijden. Als iemand je dan beschuldigt van inconsequent gedrag kun je dat makkelijk pareren met een ingewikkelde latijnse term, “tu quoque” (jij-bak), omdat de geldigheid van de bewering dat Opels goede auto’s zijn, kennelijk niet in het geding is. “Nee, waarom rij jij dan een VW” zou voor mij een uitstekend argument zijn om deze dealer niet te geloven. Maar zeg gewoon “tu quoque” en je brengt mij in diskrediet, inderdaad precies datgene wat ik eerst deed met mijn door mijn alarmbel ingegeven jij-bak. Dus is het ook niet gek dat we wat in de war zijn, allemaal.

Geen idee

Sinds wij verhuisd zijn, in december, ben ik een foto van mijn vader kwijt. Hij moet ergens in een doos liggen maar ik heb alle dozen al nagekeken. Het was een uitvergrote zwartwit pasfoto die ik had sinds zijn overlijden, nu alweer 35 jaar geleden. Op zich is het geen ramp, want dezelfde foto staat ook bij mijn moeder, broer en zus, bovendien moet hij gewoon ergens zijn. Maar frappant is het wel. Na de verhuizing waren er een aantal dingen zoek, maar alles behalve deze foto is weer boven water gekomen.

Nu was het vandaag natuurlijk vaderdag, en voor de vijfendertigste keer heb ik al geen cadeautje voor hem meer. Ik weet ook niet wat ik al die keren gegeven zou hebben, hoor. Boeken en luchtjes waarschijnlijk. Veel meer kan ik ook niet verzinnen. Misschien was het dan wel anders gelopen, was ik rijk geworden, en had ik auto’s kunnen uitdelen, net als Elvis.

undefined

Ach ja, ik zou af en toe een ritje met hem in mijn auto gemaakt hebben. Dan zou hij waarschijnlijk onder de indruk zijn geweest van het vermogen van mijn Alfa 3.2 V6, maar hij zou toch de verstandigere auto rijden. (Niet dat ik die Alfa heb, maar nu ik toch aan het fantaseren ben) Inmiddels zou hij 75 zijn, dan rij je sowieso geen Alfa meer. Hij zou al zeker 15 jaar gepensioneerd zijn en ik heb geen idee van hoe zijn vrijetijdsbesteding eruit had gezien. Vakanties in Frankrijk wellicht, misschien was hij met vaderdag wel weg. Geen idee. Dat is wat 35 jaar dood betekent, dat je geen idee meer hebt.

Negativiteit

Er is een zorgelijke ontwikkeling gaande. Het probleem is namelijk dat mijn soort ernstig gediscrimineerd wordt en er staat niets in de grondwet over mijn soort. Maar mijn soort is de mens van middelbare leeftijd die het niet meer weet. Ik lijk steeds minder te begrijpen en ik heb ook geen aanpassingsvermogen. Zo is er iemand in de buurt, ik denk te weten wie het is, hij woont niet eens bij mij in de straat, die grijpt elke gelegenheid aan om met een drilboor zijn huis te verbouwen. Op tweede kerstdag zag ik hem timmerend bezig in zijn veranda. Als je geen geld hebt voor een duur huis dat af is, koop het dan ook niet in bouwvalstaat zodat je lekker jarenlang de hele dag herrie kunt maken. Ik zit er aan te denken om ’s nachts een keer een baksteen door zijn ruit te keilen.

Verder, mijn buurman. Compleet gestoord, al zullen anderen wel vinden dat hij een geweldige vader is. Vanaf het moment dat hij uit zijn werk komt is hij luidruchtig aanwezig en praat keihard en onafgebroken met zijn kinderen tot het moment dat dat tot klerejong gevormde kind van hem gaat slapen. Dan kan hij ineens stil zijn. Ik zei tegen Linda, als je nog zoveel energie hebt als je uit je werk komt, dan doe je daar ook geen fuck.

En dan komt het maatschappelijke gezeik er nog overheen. Je kunt je televisie niet aanzetten, of er is er eentje aan het drammen tot in het oneindige. Derksen, Akwasi, iedereen heeft er een mening over, en ik ben het spuugzat. Feit is dat als je ergens over begint, en je houdt het vol, het op een gegeven moment waar is. Kwestie van de langste adem hebben.

En ook zeer zorgelijk, ik vertrouw de overheid niet meer. Ze blijven maar lullen over droogte terwijl ik gisteren tot aan mijn middel wegzakte in het moeras. Ik word er gewoon chagrijnig van. Ben ik vrolijk over de regenbuien van de laatste dagen, staat er in de krant dat het drinkwater wellicht op de bon moet. Volgens mij is het doel om mijn soort geestelijk kapot te maken. Zodat ik me zorgen ga maken en meer geneigd ben hun adviezen te volgen. Want een Nederlander die niet bezorgd is wordt mondig en maakt zelf wel uit wat hij doet.

Zo, alle negativiteit weer even van me afgeschreven, ik kan weer verder. Waar liggen de bakstenen?

Een dappere poging

Ik was bijna zover. Ik had een andere auto op het oog, die zag er op de foto’s schitterend uit. Ik had een goed bod voor mijn Laguna, bijna twee keer zo hoog als dat slechte bod van laatst, dus ik ging er heen. Het was wel vreemd, want voor het eerst in mijn leven toonde ik interesse in een Duitser, dat heb ik niet eerder gehad. Maar, zo maakte ik mezelf wijs, Opel is recent onderdeel geworden van Peugeot, dus Opel is Frans. Dat deze witte Insignia turbo nog van voor de overname was, zag ik maar door de vingers.

Ik had een afspraak gemaakt om de auto te bekijken en voor een proefrit. Ik had her en der al wat lijntjes uitgegooid, want een auto kopen is geen proces dat je in je eentje doet. Dat heeft goedkeuring nodig van mensen met verstand van techniek, van mensen die kunnen rijden, van mensen die er rationeel naar kijken en van mensen met gevoel voor emotie. De auto had wel een klein nadeeltje, hij was uit Italië geïmporteerd. Dan kun je vrijwel niet zeker zijn van de kilometerstand, maar de onderhoudsboekjes waren ingevuld, hij zag er echt prachtig uit, het leek allemaal in orde, hoewel het een koud kunstje is om de kilometerteller terug te draaien en wat stempels te vervalsen. Maar goed, de auto zat strak in de lak, had een beetje stoeprandschade aan één velg en had een heel klein krasje op het portier. Dat mocht geen naam hebben.

En toch, toen ik aankwam stond de auto warm te draaien, dat bevalt me al niet, en ondanks dat hij in schitterende staat verkeerde deed hij me niks. Daar zit toch nog wat onverwerkt anti Duits sentiment ben ik bang. Ik kreeg niet het idee dat hier nu een 220 pk monster stond, wat hij wel was. En toen ik achterin plaatsnam zat ik met mijn hoofd vast tegen het dak. Echt belachelijk voor zo’n grote auto. In een Fiat Panda is dat beter voor elkaar en dat overdrijf ik niet.

Toen dacht ik: “wat heeft het dan voor zin om te gaan proefrijden,” en heb het niet gedaan. Als een auto je niks doet ben je ook niet bereid hem zijn fouten te vergeven. Dus kom ik waarschijnlijk nooit los van een Fransman of een Italiaan. Maar ik heb een dappere poging gedaan.

Verwarring

Er zijn twee zangers die ik altijd door elkaar haal. Als ik de de naam van de ene weet, dan kan ik nooit op de naam van de andere komen. En elke keer als ik de ander dan heb gevonden, ben ik de één weer kwijt. Het zijn alletwee Britse zangers, dat weet ik. Het doet me een beetje denken aan het Pauliverbod. Of nee, aan die andere natuurkundige wet die ik hier altijd mee verwar. Dat je onmogelijk tegelijkertijd de snelheid en de positie van een deeltje kunt weten omdat de meting van de één de ander beïnvloedt. Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg is dat, zocht ik net op. Volgende keer verwar ik dat weer met het Pauliverbod. Als ik dus op de naam van die ene ben gekomen, verdwijnt de naam van de ander. Of andersom. Dat komt door de “meting”.

In elk geval, vanochtend draaiden ze op de radio een nummer van de één. Dat bleek dus Brian Ferry te zijn. Die is van de hit: “Let’s stick together”. Die je dus niet moet verwarren met “Addicted to love” van die andere. Robert Palmer dus. Maar goed, nou ben ik de naam van die eerste alweer kwijt. Dat komt dus door het Heisenbergverbod. Nu niet meer vergeten, Brian Palmer, met Slave to both worlds.

Vanuit een regenachtig Vaassen

Vanuit mijn veranda, in de stromende regen breng ik u het volgende logje. Sinds mijn opa in de jaren 80 altijd achter in zijn tuin zat, onder een afdak van plexiglas golfplaten heb ik een fascinatie voor het buiten zijn en droog blijven. Op vakantie wil ik altijd een mobile home met veranda, maar soms betekent dat gewoon dat ze er een afdakje boven gemaakt hebben wat tegen de zon beschermt, maar amper tegen de regen. Mijn opa zat meestal boontjes te doppen of aardappels te schillen, soms maakte hij een kruiswoordpuzzel. En nu zit ik hier zelf, in korte broek, met de laptop op schoot. De verkoper van dit huis was dan wel een gehaaide jongen door snel nog even 3000 op de prijs te doen nadat ik de vraagprijs had geboden en te zeggen dat hij de andere kijkers dan af zou zeggen, maar ik ben ook niet voor één gat te vangen en heb gezegd dat hij dan zijn launchset moest laten staan. En nu zit ik daar dus op, op een van de duurste launchsets van Nederland, terugdenkend aan de jaren 80 en al die andere momenten dat ik de baas was over de regen.

In de historie van mijn weblog is dit onderwerp meermaals aan de orde geweest, maar ook heb ik het vaak over gras gehad. En nu heb ik ook gras. Ik heb het net nog gemaaid, vlak voor de regenbui losbarstte, en het groeit behoorlijk naar tevredenheid. Alleen die hond ruïneert het soms door erop te plassen. Dan heb je een uur later al een gele plek in je gras. Gelukkig heb ik nu Linda ervan overtuigd dat als ze het ziet, de hond op haar donder te geven. Die vond mij eerst een aansteller, maar inmiddels snapt ze mijn liefde voor gras wel.

Het heeft de afgelopen tijd best veel geregend. De grond is hier alweer een paar dagen vochtig in plaats van kurkdroog. Gerrit Hiemstra haast zich steeds te zeggen dat het de droogte allemaal niet oplost, maar volgens mij zit hij er behoorlijk naast. Je hoort de natuur een zucht van verlichting geven. Ik denk dat hij dat alleen maar zegt om de mensen weer wat munitie mee te geven op verjaardagen. “Het helpt allemaal niks hoor, die regen.” Ik had vroeger een baas die zelfbenoemd natuurexpert was. Dat was uitsluitend gebaseerd op het feit dat hij op de Veluwe geboren was en dus wel meer moest weten dan een bioloog wiens kennis slechts theoretisch was. Die zat ook altijd te beweren dat een flinke bui niks hielp tegen de droogte. Dat had hij van de boeren gehoord, maar verder kon hij het ook niet verklaren. De grond nam het niet op, het water verdampte, het spoelde zo het kanaal in, het ketste weer terug de lucht in, het ging overal heen behalve de grond in. U weet wel, zo’n bui waar heel Afrika naar smacht, en als hij dan valt tovert hij het hele landschap om in een groene oase. Maar dat is allemaal fake, want het helpt niks.

Nu ligt de waarheid altijd in het midden, dat hoorde ik vanochtend weer bij de buren die een verjaardag in de tuin hadden. Een discussie over anderhalve meter, dit slaat nergens op en dat niet, en de overheid zegt ook maar wat, en uiteindelijk zegt iemand: ach, het ook maar net wat je wilt geloven. Alle meningen in één klap teniet gedaan. Mooi vind ik dat, dat iemand die niet wordt gehinderd door enige kennis van zaken zo iedereen aftroeft. En dat vang ik toch maar mooi allemaal op hier in de veranda.

Risicomijdend

Je kunt soms dilemma’s hebben. Het dilemma is, ik wil graag een andere auto. Maar ho, dat is geen dilemma. Dat is gewoon een wens! Om het nu toch een dilemma te maken, ik wil mijn huidige auto niet kwijt. Ik kreeg laatst een slecht bod, en een nog slechter verhaal. Alsof ik geen band met mijn auto zou hebben. Alsof ze er niks meer mee konden dan hem af te stoten naar “de handel.” We hebben het hier wel over een pracht van een stationwagen met volledige onderhoudshistorie. Een lel van een voiture, een limousine bijna, die nog vele jaren dienst kan doen. En zo’n verkoper doet dat dan even af als vergane glorie.

Hij had wel een sterke troef, hij had een Alfa Romeo te koop. Zo mogelijk nog mooier, al verschillen daarover de meningen. Ik kan mijn auto eigenlijk alleen inruilen tegen een Alfa Romeo. En dan niet zomaar eentje, eentje van 20 jaar oud, maar in nieuwstaat. Ik geloof niet dat er de afgelopen week een dag is voorbijgegaan zonder dat ik haar vijf keer kwijlend had bekeken. Deze was precies de goeie, de juiste kleur, de juiste velgen, de juiste bekleding, een plaatje. Ze had alleen geen handbak, dat vond ik in eerste instantie jammer. Inmiddels heb ik het haar vergeven.

Het zijn risico’s, maar ik ben al zo risicomijdend. Ik heb inmiddels ook op een andere Alfa gereageerd, in een mindere kleur, met mindere velgen, met mindere bekleding. Zij was wel nieuwer en had een facelift gehad, maar ik vind het oudere model echter. Eigenlijk deed ik het puur om te kijken wat deze verkoper me terug zou geven.

De andere optie is dat ik mijn huidige auto hou. Dan laat ik hem uiterlijk wat opfrissen en ook naar hem zal ik af en toe verlekkerd staren. Dat lokken ze uit, die auto’s. Ik lees wat reviews van andere alfarijders, maar dat zijn bijna allemaal handige jongens met prachtige verhalen. En dan bedoel ik niet gladjakkers met mooie praatjes, maar jongens die zelf iets kunnen vervangen aan hun auto. En dat ze dan een mooie review schrijven over dat ze hun Subaru verkochten voor 1300 euro, en met dat geld brandend in hun zak met de trein naar het verre Groningen afreisden om daar uiteindelijk voor 1250 euro een Alfa Romeo te kopen en nog 50 euro overhielden voor benzine ook. En dat ze dan een paar dingetjes lieten repareren of vervingen en inmiddels 80.000 km verder zijn in een auto waar ze lyrisch over zijn zonder al te grote problemen. Dat wil ik ook! Maar ja. Risicomijdend hè?