Vakantie 2021

Het is even doorbijten en vakantie voorpret is er niet bij dit jaar, maar er zijn nog twee hindernissen te nemen en dan kunnen we. Het begon natuurlijk met het rood kleuren van Nederland waar niemand op rekende, behalve als je goed naar de twijfels van de deskundigen had geluisterd. Ik zag mijn geld verdampen, maar dat bleek mee te vallen. In dat geval zouden wij het geld terugkrijgen. Ook als iemand positief getest zou worden was dat het geval. Een hele opluchting.

De volgende dag kwam alweer een domper. In Frankrijk zou iedereen boven de 12 die niet was gevaccineerd steeds moeten testen om een restaurant of winkel binnen te mogen. Dat zou geen doen zijn want onze kinderen moesten dan elke twee dagen ergens testen. De volgende dag kwam het bericht dat deze maatregel een maand werd opgeschort, wederom een opluchting.

Toen was ineens de 72-uurstest niet meer geldig en moest het een 24-uurs worden. Dit om het land binnen te komen. Onze test afspraken moesten dus worden verzet. Ondertussen kreeg ik een bult op mijn arm die gelijk is weggehaald door de dokter. Hechtingen er zelf uithalen in Frankrijk en de eerste dagen niet zwemmen. Nu kleurt Frankrijk weer rood. Linda is net hersteld van rugproblemen, dus ik ga vandaag op mijn eerste vakantiedag door mijn rug. Kan amper meer lopen.

Omdat ik mezelf ken had ik drie weken terug al een afspraak met de fysiotherapeut gemaakt, daar moet ik morgen heen. Hopelijk krijgt hij me op de been en kan ik morgen inpakken en zaterdag gaan rijden.

Deze vakantie kan er beter voor gaan zorgen dat hij super wordt…

Een groot mens

Nu ik toch met wereldliteratuur bezig ben, twee weken terug las ik “de kleine prins” van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb het vroeger moeten lezen voor het vak Frans, maar ik had geen idee meer waar het over ging. Net als het verhaal in het vorige logje is ook dit verhaal van de kleine prins een verwijzing naar absurde situaties in de toen moderne wereld. En het laat ons zien dat we onze logische denkwijze verliezen naarmate we ouder worden. Ik zit nu eindelijk ook in die fase. Het heeft lang geduurd, maar ik merk dat ik dingen ga vergeten. Dingen die ik vroeger onmogelijk kon vergeten omdat de herinnering belangrijk voor me was. Maar dat is niet meer zo. De oorzaak is dat ik ouder word, dingen beter kan plaatsen, weet wat er toe doet, en inzie dat sommige herinneringen niet echt waren. Voor mij waren ze echt, maar degenen met wie ik de herinneringen deelde waren ze vergeten. Iets wat mij destijds onmogelijk leek.

Stel dat je ooit een afspraak hebt gemaakt met een dierbare of geliefde, dat je over tien jaar weer op de plek zult verschijnen waar je toen herinneringen deelde met hem of haar, dan is het zinloos om te gaan. Ik had vroeger een buurjongen met wie ik codetaal had. Toen ik hem jaren later via social media op het spoor kwam en hier een hint naar gaf, had hij geen idee. Hetzelfde met jeugdvriendjes. Ze waren totaal vergeten waar ons leven destijds om draaide. Laat staan vriendinnen die je eeuwige trouw beloofden. Volledig onbetrouwbaar.

Nou ja, dat laatste. Ik snap nu dat dergelijke beloftes loos zijn en al waren op het moment dat ze werden gedaan. En omdat ik nu ook zo ben geworden, andere prioriteiten heb ga ik mijn jeugd langzaam vergeten en word ik net als zij. Een groot mens waar de kleine prins niks van snapt.

Please, allow me

Alstublieft, mag ik mij voorstellen, ik ben een man van rijkdom en goede smaak. Zo begon Mick Jagger zijn lied “sympathy for the devil” dat hij schreef naar aanleiding van een boek dat hij las. Master and Margarita van de Russische schrijver Bulgakov. Jagger had het kennelijk in één keer begrepen. Ik kreeg het boek in 2016 en deed toen een poging. Onmogelijk doorheen te komen.

Onlangs deed ik een nieuwe poging en inmiddels heb ik het boek twee keer gelezen en de tiendelige serie op YouTube gezien. Het boek behoort tot de beste boeken van de twintigste eeuw en nu begrijp ik dat ook. Ik ben wel 50 jaar te laat, want volgens mij is het boek ergens in de jaren ’40 geschreven en eind jaren ’60 pas ongecensureerd op de markt verschenen. Er lopen drie verhaallijnen door elkaar en enigszins in elkaar over. Er is het verhaal over de duivel die Moskou bezoekt, er is het verhaal over Pontius Pilatus die Jezus veroordeelt, en er is het verhaal over de meesterschrijver en zijn geliefde Margarita.

Het boek zit vol met verwijzingen naar het absurde Sovjet regime, die voor mij, vijftig jaar later niet meer te snappen zijn. Desondanks bleef het verhaal mij deze keer boeien en begrijp ik waarom het als meesterwerk wordt gezien. Net als Mick Jagger word ik ook geïnspireerd door dit verhaal over de duivel wiens bestaan ontkend werd in de Sovjet-Unie. We zijn in andere tijden beland. Tijden waarin religie er niet meer toe doet, waarin omgangsvormen er niet meer toe doen, waarin literatuur er niet meer toe doet, waarin wetenschap er niet meer toe doet omdat vrijwel alles al ontdekt is. (volgens Robbert Dijkgraaf)

Alleen de liefde die blijft. Die is van alle tijden. Margarita bestaat echt.

Maatregelen

Ik denk dat er niet veel meer nodig is om mij in de ogen van velen een wappie te laten worden. Niet echt natuurlijk, want als ik een draai maak vind ik anderen wappies, maar mijn vertrouwen in de regering, overheid, wetenschap en de mensheid is nog nooit zo laag geweest. In het bedrijfsleven was ik het al kwijt. Regering hoef ik denk ik niet uit te leggen. Als de wetenschap nu overstapt naar iets waar Maurice de Hond al meer dan een jaar op hamert (ventilatie) dan vraag ik me af wat we daar aan hebben. Verder experimenteert het wat met ruimtereizen en laat het enorme hoeveelheden ruimtepuin in een baan om de aarde zweven, en waarborgt het de gezondheid van veel mensen, in wie ik nu juist mijn vertrouwen aan het verliezen ben.

Frans Timmermans mekkert weer in zijn typische gedramatiseerde stijl over klimaatontkenners en wijst daarbij naar de temperatuur in Canada. Punt gemaakt. Hij profileert zich als redder van de mensheid. Maar hoe meneertje dat wil gaan oplossen bevalt mij totaal niet. “We have no time to waste,” ik heb dat al zo vaak gehoord dat ik het niet meer geloof. En waarom grijpt hij dan niet in met de juiste maatregelen? Nee, we laten de markt bepalen. Met andere woorden, we jagen de consument op kosten om zijn kosten terug te dringen. Als er geen tijd meer te verspillen is dan moet je per direct kolencentrales sluiten en vleesindustrie verbieden. Maar er is kennelijk nog genoeg tijd te verspillen want hij hamert op een verbod voor de brandstofmotor in 2035. Op korte termijn zal dat een enorme extra Co2 uitstoot geven. Ondanks alle reeds genomen maatregelen gaat de Co2 uitstoot in 2021 naar recordhoogte. En dat ligt dan waarschijnlijk aan het feit dat wij ons niet aan de maatregelen hielden.

Hier in de omgeving houden ze zich sowieso niet aan de maatregelen. Hier is zwarte piet nog gewoon zwart, staan ze in de rij voor goedkoop vlees bij de slachterij, rijden ze het liefst diesel en stoken ze hout, veel hout. Ik sprak iemand die was drie à vier weken aan het zagen, maar dan had hij voor de komende zeven jaar weer genoeg. Ik zelf ben vooral bezig met wat voor auto ik hierna zal kopen. Moet ik vast rekening houden met wat de overheid wil? Of zal ik over mijn aangeprate angst heen stappen en maar gewoon doen wat nog mag zolang het niet verboden is? Ja, dat laatste. Een dikke 6 cilinder, dat lijkt me wel wat. Ongeveer de laatste kans. Misschien ben ik wel aan vakantie toe.

We hebben geen idee

Een ezel stoot zich in het gemeen, niet twee keer aan dezelfde steen. Aangezien ik geen ezel ben, dreig ik dat wel te doen. Vorig jaar zijn we geld kwijt geraakt door een korte vakantie die niet door kon gaan, en D-reizen failliet ging in de tijd dat wij op ons geld terug zaten te wachten. Er is een garantiefonds, maar dat geldt niet voor de familie Mack te V., zoals geen enkel voordeel voor ons geldt, maar uitsluitend voor anderen die we niet kennen. Dit jaar stond ons een mooie zomer te wachten volgens een zekere H. de Jonge. En inderdaad, het aantal besmettingen daalde als een torenvalk in duikvlucht wat alles te maken had met de vaccinatiegraad. Vorig jaar om deze tijd gebeurde exact hetzelfde, ik vraag me af waar het toen mee te maken had, aangezien er toen nog niemand gevaccineerd was. Maar oké, als het ons goed uitkomt dan hebben wij vertrouwen in de regering.

Dus met de dalende besmettingen en het steeds verder toenemend aantal gevaccineerden boekten wij Frankrijk. Iedereen die ik ken die dat ook deed hoefde niet aan te betalen, of heel weinig, wij moesten het volledige bedrag in twee termijnen in juni betalen. “Dat doen we dus niet, ” was mijn reactie, en de tegenreactie was: “dan vervalt uw reservering en bent u de eerste aanbetaling kwijt.” Goed, dan maar wel. Als Frankrijk op oranje zou gaan, zouden wij ons geld terugkrijgen.

Maar nu dreigt Nederland weer op oranje te gaan. (mooie escape voor het reisbureau) Want wij houden ons weer eens niet aan de maatregelen volgens de Jonge. Deze volksverlakker legt altijd de schuld bij ons, nooit bij zichzelf. Hij is die idioot die het een goed idee vond om superspreadevents weer toe te staan. Wat kan er misgaan met 1200 mensen in een benauwd zaaltje? Niks toch? Dan krijgen we zo meteen weer maatregelen die niet helpen en waar wij weer de schuld van krijgen in plaats van dat de man eens inziet dat de besmettingen plaats vinden in benauwde zaaltjes met veel mensen en niet buiten. (BLM demonstratie, geen besmettingen, mensen in overvolle parken, geen besmettingen, voetbalwedstrijden met publiek, geen besmettingen)

Ik zit me werkelijk af te vragen waarom we nu ingeënt zijn. Het was omdat we met z’n allen van het virus af moesten. Nu is dat alweer afgezwakt tot: we worden er minder ziek van. Straks is het: “Het hielp toch niet zo goed als we gedacht hadden. Eigenlijk hebben we geen idee waar we mee bezig zijn. “

Worteldoek

Op deze warme dag waarop Linda plat lag met haar rug, en waar ik ook nog toegezegd had de hond van iemand anders uit te laten, moest ik zo nodig de voor- en achtertuin doen. Achter viel mee, vegen, grasmaaien, kantjes knippen, maar voor moest het worteldoek eruit. Worteldoek is doek waar wortels dwars doorheen groeien en daardoor muurvast in je tuin zit. Heeft geen enkele functie en het weerhoudt liefelijke bloempjes om te groeien, en agressieve woekeraars trekken zich er niks van aan.

Het kostte me alle kracht die ik had, en het water liep van mijn lichaam. Het doek was loodzwaar omdat er zich een laag hard geworden aarde aan vast had gehecht. Een buurman en een buurvrouw kwamen een praatje maken terwijl ik buiten adem was. Het duizelde me een beetje van alle inspanningen. Ik dronk, en zweette harder dan ik drinken kon. Ik deed mijn polo uit tegen de warmte en als een oermens ging ik de strijd tegen de elementen lucht, aarde en water aan. Alleen vuur ontbrak. Uiteindelijk had ik alles eruit. Ik was kapot.

Ik ging douchen en was nog steeds kapot. En nu is het afwachten of we morgen niet twee krakkemikkigen in huis hebben. Maar het worteldoek is eruit. Wie dat heeft uitgevonden is ook niet wijs.

Varkens

Ik zei vorige week, never fight a pig. Daar werd figuurlijk een mens bedoeld dat zich als een varken gedraagt. En daar schilderen we het varken af als een smerig beest dat te vies is om bij in de buurt te komen. Op één of andere manier is ons eeuwen lang wijsgemaakt dat varkens een lage diersoort zijn. En ik geef toe, heel mooi zijn ze niet. Maar dat je hun vlees niet zou mogen eten volgens sommige religies is mij niet helemaal duidelijk. Tenminste niet waarom hun vlees niet, en dat van een rund wel. Sommigen zeggen dat het is omdat varkens alles eten en runderen alleen grazen. Dat ze daarom onrein zijn. Dat ze in de modder liggen te rollen en stinken.

Het zal allemaal wel. Als het gaat om vlees eten kijk ik liever de andere kant op. Ik hou niet van grote hoeveelheden vlees, niet bijzonder van barbecues, niet van biefstukken, maar ik eet vleeswaren en vrijwel elke dag zit er ergens in het avondeten wel vlees verwerkt. Ik denk er liever niet over na. Als ik vroeger wel eens zei dat het zielig was, zei mijn opa heel beslist: “elke dag vlees heb je nodig”. Dit om zijn dagelijkse stukje vlees niet in gevaar te brengen vermoed ik. Ik vond dat niet zo fijn, dat wegkijken, hoewel ik zelf ook niet actieve pogingen onderneem om te minderen.

Toch zou het mij niet verbazen als we over pakweg 150 jaar op onze huidige massale slachtingspraktijken heel anders terugkijken. Wellicht zoals we nu op de slavernij beginnen terug te kijken. Ik weet niet precies hoelang we dit al doen, dat massale gevreet van vlees, maar volgens mij is dat pas begonnen in de vorige eeuw. Ik denk tenminste niet dat er in 1800 al zo massaal gefokt en geslacht werd. Waarmee ook is aangetoond dat het allemaal wel iets minder zou kunnen om de mensheid te laten overleven.

Hier in de gemeente is een slachthuis in opspraak. Een dierenactivist had daar met de verborgen camera gefilmd en gore praktijken aan het licht gebracht. De betreffende medewerker die de varkens mishandelde is ontslagen. Hij wist precies waar de toezichtcamera’s hingen zodat hij de mishandelingen buiten hun zichtveld deed. Ik heb altijd gedacht dat als je in een slachterij kunt werken je volledig afgestompt moet zijn. Anders hou je dat niet vol. Tegelijkertijd besef ik dat mijn kritiek schijnheilig is. Maar de dierenactivist, die zich 20 dagen lang voordeed als medewerker om zo de misstanden aan het licht te brengen, is een held. Ik zou er nog geen stap binnen willen zetten.

1985

Mijn moeder had gisteren haar eerste controle na haar ziekte en daarmee was het in orde. Niet dat ze blij is, wel opgelucht, maar blij zijn is een stap te ver. De oncoloog, voor wie ze diep respect heeft, had het vooral over haar geestelijke toestand gehad. Dat ze dingen moest gaan ondernemen om blijer te worden.

Ik ging vandaag even bij haar langs om het erover te hebben. Al snel kwam het gesprek op mijn vader. Op die ene dag in februari, waarop hij overleed. En daarbij noemde ze een detail dat ik nog niet kende en dat mij ook weer vochtige ogen bezorgde. De man was pas veertig en het was de dag waarop hij gepland zou sterven. De zuster kwam langs en vroeg wat hij wilde eten. “Ik hoef niet meer te eten want ik ga zo weg,” had hij gezegd. En mijn moeder had in haar wanhoop gevraagd of hij niet mee naar huis wilde, omdat hij er die dag wat beter uitzag en kleur op z’n wangen had. Maar toen hij moest plassen was zijn urine bruin, er was gewoon niks meer aan te doen.

En later die dag moest ze ons gaan vertellen dat papa dood was. Het kwam ook zo makkelijk uit haar geheugen dat ik even dacht: geen wonder dat je niet blij bent. Maar dat antwoord van mijn vader op die vraag van de zuster stemt mij droef. Was dat nu bescheidenheid tot op het laatst, wilde hij geen eten meer verspillen omdat hij toch “weg” ging, of had hij geen honger en wist hij dat hij dat ook nooit meer zou krijgen? Ik hoop toch zo dat laatste. Hem kennende was het het laatste. Maar zoals mijn moeder het zei klonk het als het eerste. Hoe dan ook, het is een hele trieste geschiedenis die ons gebeurd is in 1985. Ik voelde zojuist tranen vloeien. Ik wist dat die nog zouden komen na die vochtige ogen van vanmiddag.

Never fight a pig

Ik werd gisteren geconfronteerd met de verdorvenheid van het kapitalisme. Op dat soort momenten vraag ik me af waarom ik nog werk voor dit Amerikaanse bedrijf. Sales is de afdeling waar het om draait. Andere afdelingen zijn niet belangrijk. Dit bedrijf heeft ook de merkwaardige opvatting dat als de omzet omhoog moet, je extra salesmensen moet aantrekken. Die salesmensen krijgen salaris. Daarvoor komen ze naar hun werk en nemen ze de telefoon op, verder doen ze daar niks voor. Pas als er iets verkocht kan worden, komen ze in actie, want dan krijgen ze bonus. Daar draait alles om. Dus denk niet dat een klant waar de verkoop al plaats heeft gevonden nog geholpen wordt. Daar valt immers niks meer aan te verdienen, dus die worden afgepoeierd, meestal doorgeschoven naar een andere afdeling. Bijvoorbeeld de mijne.

Een klant, een groot bedrijf dat miljardenwinsten maakte, vroeg vorig jaar 70% korting op hun onderhoudscontract. Onderhoudscontracten zijn mijn afdeling, dus kwamen ze bij mij terecht. Ze kwamen met een clausule uit hun contract, waarvan ze vonden dat Covid daaronder viel, en claimden daarom korting. Ik meldde dat die clausule helemaal geen betrekking had op Covid en dat die dus niet van toepassing was. “Let’s not make this a legal discussion” was toen ineens hun antwoord. Uiteindelijk kregen ze een eenmalige korting van 25%

Dit jaar, gisteren dus, vroegen ze weer om korting. Ze gaan dan eerst naar Sales. Die zijn het er mee eens dat ik korting moet geven, want dat gaat van mijn bonus af, en niet van die van hun. (mijn bonus stelt niks voor vergeleken bij die van sales, zij krijgen ongeveer 20 keer zoveel) Dus dan moet ik antwoorden dat die beslissing niet bij sales ligt, en dat de korting eenmalig was en dat het er qua Covid beter uit ziet.

In welke wereld ik leefde, was hun vraag, ik moest realistisch gaan doen, de VP Sales was veel beter, en ze wilde een telefonisch gesprek met mij, en ik moest ze vast laten weten wie daar nog meer bij moest zijn om hun korting goed te keuren. Veel vernederender kon het niet. Daaroverheen kreeg ik een mail van de VP sales, die mij niet erg constructief vond, en of ik dit wilde opnemen met mijn hoogste baas, dit was immers een belangrijke klant. Ik weet niet hoe het u zou vergaan in zo’n situatie, maar ik zou ze het liefst de waarheid vertellen.

De waarheid is namelijk dat ze de VP sales graag mochten omdat die mijn korting weggeeft, terwijl hij zelf ook korting kan geven op nieuwe verkopen, maar dat niet doet omdat hem dat geld kost. Dat het bedrijf miljardenwinst maakte vóór corona en die allemaal heeft uitgekeerd aan hun aandeelhouders. Dat ze nu staatssteun van diverse overheden hebben gekregen en weer hun aandeelhouders probeerden uit te keren maar dat werd verhinderd door de Duitse regering. Dat het een stelletje leugenachtige varkens zijn.

Ik mailde niks terug, maar ondertussen stuurde het bedrijf mij al een uitnodiging voor een call die ik geweigerd heb. Ik antwoordde, ik heb i.v.m. het kwartaaleinde nu geen tijd, ik kom binnenkort terug met een voorstel voor een call. Toen stuurde ze een nieuwe uitnodiging voor 1 juli, ik zei dat dat te vroeg was, het moest 5 juli worden. Toen kreeg ik er eentje voor vijf juli.

Mijn baas zei me: never fight a pig. You will both get dirty but the pig will like it.

Het droevige lot van een hondenbezitter

Op een regenachtige dag als deze zal het volgende tafereeltje menig hondenbezitter bekend voor komen. Met paraplu en lange lijn gaan we naar de uitlaatstrook, waar de hond zijn behoefte mag doen en er geen opruimplicht is. Het plenst, dus binnen de kortste keren zijn hond en schoenen van de baas drijfnat. De hond gaat eerst zitten voor een plasje en loopt daarna door richting uitlaatstrook. Daar aangekomen moedig ik haar aan om haar behoefte snel te doen want dan kunnen we terug. “Poepie doen!” Waarom je zo raar praat tegen een hond weet ik ook niet, maar dit soort dingen sluipt erin. Als er een medemens in de buurt is, zeg je dat niet, dan zwijg je gewoon.

De hond snuffelt door het decimeters hoge gras en wordt nog natter. Ze kromt haar rug vast om aan te zetten. Nee, toch niet. Ze loopt verder en begint te draaien. Oh, wacht, wat zie ik daar, een vogel? Da’s interessant, en ze staat weer op. Dan sjouwt ze weer verder en ziet een opening in de struiken waar alleen zij door kan. Ik blijf op straat staan en buk mij om te zien wat ze doet. Ze dreigt met de lange lijn om een struik heen te lopen dus ik moet haar weer terugtrekken. Dan probeert ze het aan de andere kant, maar ook dreigt de lijn vast te lopen dus ik trek haar weer terug. Ze komt weer uit de struik en banjert verder. Ze gaat weer op zoek naar een geschikte plek en begint te draaien. Dat draaien duurt al langer dan normaal en ineens ziet ze iemand die ook zijn hond uitlaat. Ze komt uit haar positie en schiet er op af, ik trek haar terug en zeg dat ze haar gemak moet houden.

De man met de hond loopt door de struiken waar ik langs loop, en mijn hond weet dat. Die is meer gefocust op de hond aan de andere kant en maakt even geen aanstalten meer. Ondertussen plenst het door. Pas als die andere hond weg is gaat ze weer een poging doen, alleen nu weer terug, richting huis. Huis is verlokkelijk in deze regen dus ik merk dat ze iets te hard richting huis gaat. Ik trek haar weer de andere kant op en onder protest gaat ze mee. Dan eindelijk, als alle omstandigheden mee zitten, draait ze weer rond in het hoge gras, maar ik geloof het pas als ik het zie, maar deze keer komt daar een net te dunne smurrie uit, die belandt precies een meter naast de paal waarop staat: “geen opruimplicht tussen de palen.” Ik besluit toch dat dit een poging tussen de palen was en keer om, huiswaarts. Bij de straat waar we in moeten wil ze rechtdoor naar de andere uitlaatstrook. Ik loop even mee en ze begint weer moeilijk te draaien. Het ritueel van zojuist dreigt zich te herhalen. Ik loop al voor paal met die enige paraplu die ik kon vinden en die de tekst “merde, il pleut” bevat en als ze na een minuut alleen nog een plasje heeft gedaan, neem ik haar mee naar huis. Wacht maar tot tussen te middag, voor de volgende.

In de garage droog ik haar af, maar binnen schudt ze zich alsnog uit. Vieze modderpoten achterlatend op de vloer…