Champion du monde.

St. Laurent du Verdon, 16-07-2018

Quartorze Juillet ging onopgemerkt voorbij. Geen vuurwerk of dronken Fransen gezien. De dag erna, gisteren, werd Frankrijk wereldkampioen voetbal. Met 4-2 wonnen ze van Kroatië, die we waarschijnlijk beter zullen onthouden door hun pressievoetbal en door hun premier, de hartelijke blondine die bij elke wedstrijd van de Kroaten aanwezig was, naar verluid op eigen kosten, en bij de huldiging iedereen die gehuldigd moest worden, innig omhelsde, inclusief onze eigen Björn Kuipers. Maar ook door Modric, de Cruijff van de Balkan, die alles met een bal kan. Hij leek zelfs op Cruijff. De Fransen waren beter, maar indruk maakten ze nooit. En nu zijn ze voord de tweede keer wereldkampioen. Wij nog nooit. Wij tuinden er altijd in. Ik ben jaloers.

Nu regent het op de camping en aan niets valt af te leiden dat de Fransen gisteren hun tweede ster behaalden. Ik heb een lange broek en een vest aangetrokken en zit onder het afdak op de veranda. Het is, zoals voorspeld, koud en het regent. Morgen wordt het weer heet en er komt voorlopig geen regen meer. De natuur moet het er weer even mee doen.

Even in de gaten houden.

Ik zag een jongetje op zijn laatste dag op de basisschool huilend de klas uitlopen, zo in de armen van zijn moeder, die natuurlijk ook stond te grienen. Mijn gedachten dwaalden af naar 1980, toen ik voor de laatste keer de school uit liep, en straal aan het hoofd van school voorbijging, welke mij overigens geheel terecht terugriep om een hand te geven. Dat was het dan. 6 jaar lagere school, op naar de vakantie. Nu duurt de basisschool weliswaar 8 jaar en lopen de emoties wat hoger op, maar toch. Hij was ook niet de enige, het was alsof de grote leider van Noord Korea was gestorven en zijn onderdanen massaal in huilen uitbarstten.

Het ligt niet aan de kinderen hoor. Die kunnen er niks aan doen. Het ligt aan ons, de ouders. We maken overal een drama van tegenwoordig. Als we niet mee mogen doen aan de WK, als het de 17e sterfdag van een ouder is, als de parkiet dood gaat, of als er code geel wordt voorspeld. Mijn ouders waren van een andere generatie, en kinderen waren net iets minder belangrijk dan nu. We waren wel belangrijk, maar net iets minder. Logisch, er waren er ook veel meer vroeger. En we waren stukken lelijker want er waren geen hippe brillen, de kapper kende twee modellen, en onze tanden gingen alle kanten op.

Desondanks, een aandachtspuntje. In elk geval voor de jongens. Er komt ook een tijd dat het land weer verdedigd moet worden.

Caudale Autotomie

Ik kreeg vandaag te maken met een verschijnsel waar ik veertig jaar geleden voor het eerst van hoorde, maar nog nooit had gezien. Een verdedigingssysteem van de natuur, dat precies werkte zoals het bedoeld was. Ik zag een hazelworm en probeerde het beest te pakken. Het beest kronkelt snel weg, maar ik had hem toch. Heel even. Toen had ik alleen zijn staart in mijn hand. Ik realiseerde me binnen een seconde wat er gebeurd was, maar ik was wat in verwarring door het kronkelende staartpuntje wat ik tussen mijn vingers had. Het staartpuntje bewoog met veel kracht in mijn hand en ik moest het goed vasthouden anders zou het uit mijn hand ontsnappen. Over ontsnappen gesproken, van de hazelworm was in drie seconden geen spoor meer te vinden. Ik keek naar het beetje bloed aan mijn vingers en was toch wat verrast. Dat bloed en dat gekronkel had ik niet verwacht, en precies van die verwarring maakte de hazelworm gebruik om te ontsnappen.

Het staartpuntje bleef nog vijf minuten kronkelen, en toen heb ik het maar weggegooid. Thuis zocht ik op Wiki over de hazelworm en zijn staart, en precies wat ik dacht stond beschreven. Dat het beest die twee seconden verwarring nodig had om te ontsnappen. Alleen dat bloed zat me niet lekker. Het beest schijnt zijn staart niet eens zelf af te werpen, maar die zit er gewoon wat zwakjes aan. Spieren trekken samen om overtollig bloedverlies te voorkomen en binnen een paar dagen begint de staart weer aan te groeien. Hij wordt echter niet meer zo lang als dat hij was. Ik zal dus voortaan van de hazelworm afblijven. Van mij had hij sowieso niks te vrezen, en nu is hij zijn staart kwijt. Laat hem dit truukje maar toepassen als hij echt in gevaar is. Het beest schijnt nog beschermd te zijn ook dus, sstt.

Top

Mijn ouders leerden mij dat er geen vanzelfsprekendheden waren in het leven en dat je goed je best moest doen om iets te bereiken. Mijn werd bescheidenheid bijgebracht en ik wist dat ik niet al te veel spatjes moest hebben. Zo ben ik afgeleverd, en nu denk ik dus dat het leven je overkomt in plaats van dat het maakbaar is, en dat er inderdaad geen vanzelfsprekendheden zijn. En dus ben ik dankbaar voor het goede dat me overkomt. Dankbaar aan God, deo existe, mijn ouders, en aan de voorzienigheid.

Nu klinkt het allemaal wel leuk, maar je hebt er natuurlijk geen flikker aan allemaal. Het zit je alleen maar in de weg. Zo ben ik intens tevreden met een boterham met kaas, of met een bord spaghetti en een flesje bier. Biefstuk, daar doe je mij geen plezier mee, evenals dure wijn. Ik heb gemerkt dat alles boven de 20 euro steeds beroerder gaat smaken, en dan probeer ik echt eerlijk aan mezelf te blijven. Ik heb wel geleerd, en vroeger geloofde ik dat niet, dat de omgeving en de beleving om maar eens een jeukwoord te gebruiken, ook veel goed of fout aan de smaak kunnen doen. Maar over het algemeen vind ik eten en drinken overdreven. Misschien zelfs wel een beetje respectloos om zo duur gaan zitten vreten ergens.

Zo kan ik ook helemaal niks met het woord ‘top.’ Ik was laatst bij iemand die vond alles top. Nou ja, dat vond hij niet, dat zei hij steeds. Een top stuk vlees, een topwijn, een topgezelschap, alles was top. Bij mij bestaat top alleen in de sport en om het hoogste punt van een berg aan te duiden. Voor de rest kan wijn lekker zijn evenals een gehaktbal, en een gezelschap kan leuk zijn. Maar dan moet er niet eentje tussen lopen die alles top vindt. Want top is top en niet voor de gewone man. Ik heb vanavond nasi gegeten, met twee satéstokjes. Kan godsamme geen topbiefstuk tegenop.

Smeren, kleren en weren.

Smeren, kleren en weren was het devies van een arts van de week op het jeugdjournaal. Hij maakte de kinderen bewust van de sluipmoordenaar die de zon is. Pet op, zonnebril op en volledig bedekt en ingesmeerd de zon in. Zo is het tegenwoordig. Onze huisarts is anders. Die adviseert, 20-30 minuten per dag onbeschermd de zon in. Ik ben als kind zo vaak verbrand, nou ja, ik was wat rood. Trok wel bij.

Gisteren heb ik in de tuin gewerkt. Omdat ik over twee weken in Frankrijk moet zijn voor een vakantie, dacht ik dat ik vast een laagje ultraviolet moest laten zetten. Uiteindelijk ben ik dus uren in de weer geweest, en ja, het was iets te lang. Het is een beetje pijnlijk onder de douche. Maar het voordeel is dat de witte verf er nu af is en ik niet die eerste dagen daar in Frankrijk als een kreeft hoef door te brengen.

Ok, het is niet goed om te verbranden, dat lijkt me duidelijk, maar godsamme, er kan ook helemaal niks meer tegenwoordig. Een keertje verbrand zijn zeg, pff. Mijn overgrootvader zou er allang niet meer moeten zijn als het zo slecht was als ze zeiden.

Modus

Mevrouw Mack’s oude Japanner is niet meer onder ons. Het ding had ongetwijfeld nog jaren meegekund, maar we hadden geen zin meer om er kosten voor te maken. Ze had haar zinnen gezet op een Renault Modus, en na een paar weken zoeken heb ik er vorige week eentje gevonden. Het is een briljant klein autootje. Hij heeft ruimte genoeg voor twee honden in de achterbak, de achterbank is verstelbaar zodat de kinderen ook een zee van ruimte hebben, hij heeft meesturende verlichting in het donker, getint glas, en alles werkt weer. Behalve de airco, maar die wordt bijgevuld. En hij zit niet meer onder de deuken, butsen en krassen. Er is hier iemand de koning te rijk. Het model ziet er alleen niet uit, maar ach, een kniesoor die daar op let. Voor belachelijk weinig geld rijdt ze er weer perfect bij.
modus

Verval

Ik stond in de rij bij de broodjeszaak en naast mij stond een meisje dat er vanaf een meter of vijftig afstand wel aantrekkelijk uit zou kunnen zien. Nu was ze daar iets te dichtbij voor, met haar veel te brede wenkbrauwen en haar blauwe lange nepnagels. Ze riep ook nog eens veel te hard naar haar moeder die aan een tafeltje was gaan zitten, wat of die wilde hebben. Toen ze aan de beurt was blèrde ze naar haar moeder of ze er uien op wilde. Die wilde dat.

In de rij stond ze onophoudelijk op haar telefoon te spelen. Ik kijk ook meestal wel even een keer, zeker als het lang duurt, maar dit hield niet op. Die blauwe nepnagels veegden onafgebroken over het scherm. Wat kan er in hemelsnaam zo belangrijk zijn, vroeg ik me af, en ik spiekte om te kijken of ik er achter kon komen. Ik herkende alleen Facebook en Whatsapp, maar tussendoor ging ze nog naar een aantal schermen. Tot ze weer bij Facebook en Whatsapp uitkwam. Deze jongedame was aan het zoeken of er ergens nog iets gebeurde in haar leven. Maar veel meer dan bij mij was dat niet. Al leek het wel zo.