Kwal

Ik keek gisteren een Netflix serie, iets met gevaarlijke dieren van Azië. Het waren er 72 die streden om de titel “het gevaarlijkste dier van Azië” Nou, dan duurt de avond lang hoor! Ik moest behoorlijk veel doorspoelen omdat ik ook nog ergens naar bed moest, maar om half één had ik uitsluitsel, een verrekte kwal had gewonnen. Als je in zijn tentakels terecht komt, sterf je binnen twee minuten, volgens een overlevende.

Het was nogal Amerikaans aangedikt, maar ik wilde het einde weten. Dus ik maar spoelen door al die reptielen, weekdieren, insecten, geleedpotigen, vogels, zoogdieren en amfibieën. En aan het eind wint dan zo’n miezerig kwalletje. Daar zit je dan drie uur naar te kijken. Ik voelde mezelf knikkebollen, zo lang duurde het. Maar wat nu als een grote haai tegen de kwal aanzwemt? Of als een zoutwaterkrokodil wordt aangevallen door een nest hornaars? Of als een tijgermug een tijger steekt? En waarom heeft zo’n fucking kwal zoveel gif nodig als hij toch maar kleine visjes vangt? Je maakt mij trouwens niet wijs dat zo’n kwal beseft wat hij aan het doen is. En al helemaal niet dat hij zojuist uitgeroepen werd tot Azië’s gevaarlijkste.

Jack

Vanochtend in bed moest ik er ineens aan denken, aan die arts die me 13 jaar geleden vroeg of ze filmbeelden van Hans mochten maken en gebruiken om te laten zien tijdens colleges. Ik heb toen nee gezegd. Ze mochten wel zijn medische gegevens gebruiken, maar die beelden van dat jochie dat moest vechten om te overleven, dat ging me te ver. Hij had een erg slechte start destijds, en natuurlijk had het allemaal voorkomen kunnen worden als er sneller was ingegrepen. Hij had het al te lang benauwd en het duurde ook veel te lang voor men besloot om tot een keizersnee over te gaan. Toen hij geboren werd moest hij aan het ademen gebracht worden, maar ons was niet duidelijk hoe serieus de situatie op dat moment was. De arts vertelde ons doodleuk dat we moesten afwachten wat hij zou overhouden aan deze start. Pas anderhalf jaar later werd er vastgesteld dat alles goed met hem was. Hij had geen schade opgelopen en hij had geen aangeboren longafwijking.

Op mijn weblog plaatste ik de eerste foto’s van Hans en na een paar dagen begonnen ervaren moeders al te roepen dat het kind niks mankeerde. Dat vond ik fijn om te horen, maar ik vond het ook wel een gewaagde uitspraak. Maar ze hadden gelijk, hun moederinstinct vertelde ze kennelijk de waarheid.

Nu is hij dertien en noemt hij me “Jack.” Zoiets sluipt erin en waarom dat precies is weet ik niet, maar het heeft met Jack van Gelder te maken. “Papa, weet je dat je op Jack lijkt,” hoor ik meerdere malen per dag. “Je bent kaal papa, net als Jack.” Soms vraag ik me hardop af of hij echt geen schade heeft opgelopen. Veel meer geluk dan wij kun je niet hebben. Hij is geen uitblinker op school, en ook niet in sport, al schijnt hij het als keeper goed te doen, maar hij is wel super sociaal en veel mensen lopen met hem weg. Met de kennis van nu hadden ze de beelden mogen laten zien in de collegezaal, maar toen kon ik het niet over mijn hart verkrijgen. Jack.

18 Augustus

Het is 18 Augustus, de beste datum van het jaar. Omdat Augustus nu eenmaal de sterkste maand is en de 18e de sterkste dag. Waarom dat zo is, is wat lastig te zeggen. Augustus is sterk verbonden met de zon en met de leeuw. Allebei symbolen van enorme kracht. De zon is van goud en de moedige leeuw heerst als een koning. Hij luiert, maar pas na gedane arbeid. De 18e ligt in het midden in de maand verscholen. 18 is groots. Voor een kind is 18 oud, onbereikbaar ver weg. Een 18-jarige is sterk, hij kan met de volwassenen mee. In 18 augustus zit alle krachten van de aarde opgesloten. Vraag me niet waarom, het is zo. Sterker dan 18 augustus kan het niet worden. Als je vandaag jarig bent, mag je van geluk spreken.

Predator

Ik heb het gewoon gedaan. Ik heb de IJssel overgezwommen vandaag. Aan het einde van de kanotocht van Deventer naar Olst dacht ik, het is nu of nooit. Eerst heb ik mij met de donkergrijze klei die aan de oever ligt ingesmeerd. Niet dat dat ergens voor nodig was, maar ik heb dat ooit in de film Predator gezien, en zo was ik onzichtbaar voor warmtecamera’s. Daarna ben ik het water ingedoken, en naar de overkant gezwommen. In het midden is de stroming zo sterk dat je denkt dat je niet meer vooruit komt, maar dat is niet zo. Je drijft alleen af. Uiteindelijk kwam ik maar vijftig meter verderop aan de overkant terecht. Ik was blij. Een lang gekoesterde wens is afgestreept.

De kanotocht was zwaar. Het bleek een opblaasbare kano te zijn, en vooral voorin was het niet te doen. Je rug heeft daar geen steun, en dus raak je snel uitgeput. Op mijn knieën peddelen hield ik ook niet echt lang vol, en uiteindelijk wisselden we van plek. Achterin gaat het stukken beter. In het begin leek het bootje erg instabiel, maar later voeren we vol tussen de boeggolven van de grootste rijnaak. Geen probleem. Ik vond 15 kilometer in dit bootje wel genoeg. Met een betere boot, het dubbele. Tegen de stroming in. kano ijssel

Een kolkende IJssel

Vijf jaar geleden maakte ik een afspraak met iemand die vandaag ingelost gaat worden. We zouden gaan kanovaren op een ‘kolkende’ IJssel. Ik heb geen idee meer hoe ik hierop kwam, waarschijnlijk had het te maken met mijn hang naar avontuur in de achtertuin. De wolven zijn er inmiddels, en een rivier overzwemmen is een van die andere dingen die ik avontuurlijk vind. Nu mag je tegenwoordig geen rivier meer overzwemmen, dat is gevaarlijk, en dat is natuurlijk jammer, maar het is te druk met schepen.

Maar varen mag wel, en nu zullen we dus het kolkende water van de IJssel trotseren. Watervallen, stroomversnellingen, draaikolken, keerwateren, en natuurlijk de watermonsters die zich in de IJssel schuilhouden, aan al deze gevaren zullen wij niet blootgesteld worden. Nee, dit wordt natuurlijk roeien en na een kilometer hebben we spijt. Hopelijk gaan we stroomafwaarts.

Een droge overdenking.

Mijn laatste vrije dag breng ik bier drinkend door in de achtertuin. Ik weet even niets beters. Vroeger vond ik de verhalen van kleine Hiawatha die de regendans danste erg grappig. Nu begrijp ik pas dat het bittere ernst moet zijn geweest, de droogte. Een plas in het bos die er het hele jaar is, staat kurkdroog. Dit is Nederland, dus het zal wel loslopen, maar ik kan me dit niet herinneren, zo’n lange periode van droogte. Straks gaat het regenen, en hard ook, en dan zult u ongetwijfeld aanlopen tegen een landbouwer die zegt dat de natuur niets heeft aan een stortbui. Ik zou er voor kiezen om er niet op in te gaan. In Afrika stortregent het altijd na een lange periode van droogte, en ineens ontkiemen de zaden die daar al maanden lagen te wachten. Er ontstaan rivieren en meren en de olifanten geven het startsein voor het regenfeest.

Desalniettemin is het de bedoeling dat ik morgen op zolder werk terwijl de koperen ploert vol op m’n dak schijnt. Je snapt niet wat mensen zichzelf aandoen met werken. Ik weet wel dat ik morgenavond uit deze luie stemming ben en dat de samenleving mij er alweer van heeft overtuigd dat het erg nuttig is wat ik doe. En dat ik dan weer gehersenspoeld een jaar verder werk, tot aan de volgende vakantie. En zo verder tot aan mijn pensioen, als dat ooit komt, en zo verder tot de dood, die ooit komt. En wat je hier dan in de tussentijd hebt gedaan, dat zal toch altijd het grootste raadsel uit de geschiedenis van de raadsels blijven.

Het meisje met de vlinder

In Frankrijk aan het meer, zonden een moeder en haar twee dochters. De moeder was grijs, maar was geen oude vrouw, de dochters waren een jaar of vijftien. Het trio in bikini maakte geen geluid. Ze liepen met z’n drieën het koude meer in, en was er sneller door dan ik. Een dochter deed iets wat op schoonzwemmen leek, de andere en de moeder keerden snel terug naar hun ligstoelen. Ze hadden alle drie iets moois, iets sierlijks. Toen de schoonzwemmende dochter terugkwam, landde er een vlinder op haar hand. Ze maakte gebaren met haar vrije hand naar de andere twee, en ging verderop in het gras zitten, nog altijd met de vlinder. En toen had ik het pas door. Iemand van dit trio was doof. Of twee, of alledrie, dat heb ik niet kunnen ontdekken. Ze beheersten de gebarentaal, en spraken die met elkaar. Ik kon mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Het mooist vond ik het meisje met de vlinder, die met één hand gebaarde naar de anderen. Het zag er niet uit als een beperking, het zag eruit als een gave.