Oreille

St. Laurent du Verdon, 2 augustus 2019

Of ze iets tegen oorpijn en een verstopt oor had, want mijn oor zat volledig dicht, vroeg ik aan de mevrouw van de apotheek. Het enige wat ze vroeg was of het voor een volwassene of voor een kind was, terwijl ik toch duidelijk ‘mon oreille’ had gezegd, maar ik hoor misschien niet zo goed meer. Ze kwam terug met een doosje. “Ce sont des gouttes” zei ze en het duurde een aantal seconden voordat mij de betekenis van het woord ‘gouttes’ weer te binnen schoot. Druppels dus, en terwijl ik haar vragend aankeek, deed ze geen enkele moeite om het te verduidelijken. Alleen dat het zeven euro nog wat was. Geen spoortje van mededogen. Het hielp nog geen bal ook. Sterker nog, het is alleen maar erger geworden. Ik kan er niet meer op liggen en ik kan niet meer kauwen.

Linda heeft onze huisarts gebeld voor advies. Paracetamol luidde het devies, wat doktersjargon is voor: stel je niet zo aan. Het zou vanzelf overgaan. Linda was het daar wel mee eens. Dat moet wel, want vanochtend had ze nog gezegd, toen ik aangaf volledig uitgeschakeld op de veranda te moeten doorbrengen en dat ik hoopte dat er dan wel wat vrouwen in bikini langs kwamen om mij af te leiden van de pijn, dat het dan ook wel mee moest vallen. En gisteren, toen het nota bene nog niet zo erg was als vandaag, gaf ze aan hoe het dan wel niet moest zijn voor mensen met een constante piep in hun oren, die werden tot wanhoop gedreven en vroegen soms zelfs om euthanasie. Dat irriteerde me natuurlijk, alsof ik me aanstelde, en ik antwoordde dat die mensen zich misschien een heel klein beetje konden voorstellen wat ik doormaakte.

Ongegrond

St. Laurent du Verdon, 26-07-2019

Linda had me verteld over een Nederlander die kwaad bij de receptie stond te tieren. In het Engels zei hij dat hij zich nog nergens zo niet welkom had gevoeld als hier. Hij had 3500 euro uitgegeven en alles wat ze deden was iemand naar hem sturen die geen woord Engels sprak. Hij eiste de manager te spreken te krijgen.

Ik dacht: oei, da’s lullig.

We reden van de camping af en ons kwam een auto tegemoet. Linda zei: dat is die man die zo kwaad was.

Ik dacht: oei, een Audi.

Vandaag in het zwembad wees Linda me op een kale kerel met één getatoeëerd been die lag te telefoneren. Dat is die man die zo boos was, zei Linda. Hij lag tegenover ons en telefoneerde luidruchtig en langdurig. Absurd lang als je het mij vroeg. Ik lag te lezen, dus zijn gesprek was storend. Ik hoorde hem wat Engelse zakelijke termen gebruiken en een aantal hoge getallen noemen. 75.000-100.000, in die orde van grootte, dus hij moest haast wel belangrijk zijn. Zijn vrouw, die er op een afstand nog wel aardig uitzag in haar knaloranje bikini, was hun kinderen aan het vermaken in het zwembad. Toen ze zich bij hem voegde, was zijn telefoongesprek ook ineens snel klaar. Hij vertelde haar wat hij zojuist had besproken en zij keek verveeld.

Ik zei tegen Linda: ik weet nu al dat wat die klacht ook mocht wezen, hij ongegrond was.

Douce France

St. Laurent du Verdon, 25-07-2019

Er zijn natuurlijk mensen die helemaal niets met een camping hebben. Ik kan ze niet eens ongelijk geven. Maar als die camping in Zuid-Frankrijk ligt en je op het heetst van de dag in de schaduw van een boom op een ligstoel aan het meer ligt, dan verandert dat de zaak. Zonnebril op, boek erbij, koelbox in de buurt en om je heen de geluiden van spelende kinderen in het water. Flarden van Franse zinnen die je niet verstaat maar die zo vertrouwd klinken. Het is 37 graden in de schaduw, vanuit Nederland komen verontrustende berichten over recordhitte van 40 graden, maar hier is het aangenaam. Dit is wat ze bedoelen met “douce France” (Cher pays de mon enfance). Ik heb er “de mes vacances van gemaakt. Ik voelde Linda’s hand op mijn arm. “Je ligt te snurken!”

Gierende banden

Een aantal keren heb ik er al van gedroomd, dat we op vakantie waren en dat het er al op zat. Ik werd dan teleurgesteld wakker en dacht: wat gaat dat toch achterlijk snel! Even later realiseerde ik me dat ik het maar een droom was en zuchtte opgelucht. Maar toch, een nare gewaarwording. Ik moest het even verwerken. Dat ik het vaker gedroomd heb zegt waarschijnlijk iets over hoe ik er naar uitkijk, en over hoe snel die twee weken voorbij gaan.

Maar nu sta ik toch echt aan de vooravond, en ik droom niet. En twee weken gaan snel, dat blijft waar, maar drie weken wordt een stuk duurder, en die zijn uiteindelijk ook zo voorbij. Ik doe het ermee, twee weken is mooi, zeker als je ze nog voor je hebt. En het wordt zo bloedheet dat we het vast spuug en spuugzat zijn over twee weken. Dan rijden we met gierende banden weer naar huis. Maar nu heb ik het nog voor me. We gaan voor het eerst naar dezelfde camping als vorig jaar. Ik meld me vast wel weer in de komende twee weken.

Waar blijft de tijd?

Ik wilde even iets met u delen. Het gaat namelijk om mijn kinderen. Die worden in minder dan geen tijd groot. Veertien en tien zijn ze nu. Het is niet dat ik spijtig terugkijk omdat ik er te weinig bij ben geweest, want dat is niet zo. Ik heb ze bewust meegemaakt en ik heb elk moment bewust beleefd. En dan heb ik het niet eens zo zeer over belangrijke momenten zoals een eindmusical of een zwemdiploma, maar ook over een willekeurige ochtend waarop we opstaan, als we patat haalden, of we aan tafel zaten. Ik ben hun vader en ik heb een uiterst infantiel niveau van grapjes. En dat laatste werkt natuurlijk niet altijd meer bij ze. Ik pas mijn niveau wel aan, maar ik merkte laatst bij jonge kinderen van een collega dat ik weer helemaal in mijn element kwam toen ik hoorde dat ze pizza zouden eten en ik tegen ze zei: oh, spinazie? Dat is lekker! Neehee Pizza! Enz. enz.

Goed, die van mij zijn dus tien en veertien. Hans is al bijna net zo groot als ik. Laatst drong tot me door dat ze niet tot in de eeuwigheid met ons mee op vakantie gaan. Ik schrok. Niet mee op vakantie, en dan? Dan zit ik daar met Linda! De paniek sloeg toe. Ik kalmeerde mezelf door me te realiseren dat het nog wel minimaal vijf jaar duurt voordat ze allebei niet meer meegaan, en als ze een beetje op mij lijken gaan ze nog twintig jaar met ons mee, maar toch. Ze worden ouder en dat heeft ook z’n charmes, maar die koppies toen ze klein waren en ze nog om al mijn grapjes lachten….

De eikelprocessierups

Erger dan de eikenprocessierups is de levensgevaarlijke eikelprocessierups. Vergeleken bij het beetje jeuk dat de eikenprocessierups veroorzaakt en waarvan het hele land in rep en roer raakt, veroorzaakt de eikelprocessierups pas echte schade. In polonaise langs de schacht lopen ze de processie naar boven richting eikel. Daar aangekomen slaan zij hun weerhaken uit en zijn ze alleen nog operatief te verwijderen. Als je niet binnen 24 uur in het ziekenhuis bent, is er geen redden meer aan en moet je voortaan zonder eikel door het leven. Of met een donoreikel, ook niet echt waar je op zit te wachten.

Sorry, maar ik krijg het niet meer uit mijn hoofd. Gisteren liep ik in het bos en zag bomen gemarkeerd met een roodwit lint met daarop het onheilspellende woord “eikenprocessierups”. Dat in combinatie met de dodelijke berichtgeving in de media maken dit in mij los. Ik heb die nesten een paar keer staan bekijken, big deal zeg. Een nest rupsen in een web. Het maakt de rebel in mij los. We hebben weer eens iets in Nederland.

Held

Was ik ooit een held

In iets wat ik heb gedaan

Ben ik ooit bewonderd

Ooit in mijn bestaan

Heb ik een heldendaad verricht

Redde ik een mens het leven?

En deed ik dat heldhaftig

Of meer met angst en beven?

Zijn mijn daden genoteerd

Toch zeker wel die keren

Dat ik in het water sprong

Om het reddend zwemmen aan te leren

Steeds als iemand moest gered

Was iemand mij al voor

Een agent, een brandweerman,

Sean Connery of Roger Moore.

Nee, hooguit geef ik goede raad

Of financieel advies

Het heldendom valt of staat

met balans, winst-en verlies

(kwam ik tegen in een notitieboekje, 2018)