Caudale Autotomie

Ik kreeg vandaag te maken met een verschijnsel waar ik veertig jaar geleden voor het eerst van hoorde, maar nog nooit had gezien. Een verdedigingssysteem van de natuur, dat precies werkte zoals het bedoeld was. Ik zag een hazelworm en probeerde het beest te pakken. Het beest kronkelt snel weg, maar ik had hem toch. Heel even. Toen had ik alleen zijn staart in mijn hand. Ik realiseerde me binnen een seconde wat er gebeurd was, maar ik was wat in verwarring door het kronkelende staartpuntje wat ik tussen mijn vingers had. Het staartpuntje bewoog met veel kracht in mijn hand en ik moest het goed vasthouden anders zou het uit mijn hand ontsnappen. Over ontsnappen gesproken, van de hazelworm was in drie seconden geen spoor meer te vinden. Ik keek naar het beetje bloed aan mijn vingers en was toch wat verrast. Dat bloed en dat gekronkel had ik niet verwacht, en precies van die verwarring maakte de hazelworm gebruik om te ontsnappen.

Het staartpuntje bleef nog vijf minuten kronkelen, en toen heb ik het maar weggegooid. Thuis zocht ik op Wiki over de hazelworm en zijn staart, en precies wat ik dacht stond beschreven. Dat het beest die twee seconden verwarring nodig had om te ontsnappen. Alleen dat bloed zat me niet lekker. Het beest schijnt zijn staart niet eens zelf af te werpen, maar die zit er gewoon wat zwakjes aan. Spieren trekken samen om overtollig bloedverlies te voorkomen en binnen een paar dagen begint de staart weer aan te groeien. Hij wordt echter niet meer zo lang als dat hij was. Ik zal dus voortaan van de hazelworm afblijven. Van mij had hij sowieso niks te vrezen, en nu is hij zijn staart kwijt. Laat hem dit truukje maar toepassen als hij echt in gevaar is. Het beest schijnt nog beschermd te zijn ook dus, sstt.

Wat ruist er door het struikgewas?

Wat ruist er door het struikgewas? Het is een eh…
Toon Hermans vroeg het zich ooit af, maar hij kon er niet opkomen. Ik liep vandaag in het bos, en ik hoorde iets ruisen in het struikgewas. Het was vlakbij en ik keek in de richting van het geluid. Het klonk vrij serieus, als klein zoogdier, een rat of iets dergelijks. Maar toen zag ik dat het een slang was. Een enorme, want zo’n grote had ik nog nooit gezien in het wild. Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik alleen de staart zag, want de rest was intussen weg geruist. Maar die staart was indrukwekkend te noemen. Donkergroen, en ik schat zeker drie centimeter dik. Ik dook er snel achteraan, als een Freek Vonk, maar ik zag gelijk al niks meer. Ik keerde nog wat bladeren om, maar het beest was spoorloos. Daar zijn ze meester in. Zich onder de grond verstoppen. De twee honden kwamen nog even mee zoeken, al hadden zij geen idee waar ze naar zochten. Ze zagen mij iets onnatuurlijks doen, en dan zijn ze er als de kippen bij. Het was een ringslang, die kunnen makkelijk meer dan een meter lang worden en zijn ongevaarlijk. Voor een mens dan. Voor een kikker zijn ze levensgevaarlijk. Maar na twee jaar slangloos, nu dan toch weer de terugkeer van de slang op de hei.

Ik lees net alleen wel dat een ringslang ook giftanden heeft.Dat wist ik dan weer niet. En ik zou hem zo gegrepen hebben. Voor de foto dan. De giftanden kan hij echter pas gebruiken als hij een prooi achter in zijn bek heeft, en het gif is bepaald geen cobragif. Maar als ik zeg dat ik achter een gifslang aan dook, dan was daar geen woord aan gelogen.

Dwalend

vos
Ik woon nu al ruim dertig jaar in Vaassen, maar toch presteerde ik het vandaag om hier in de buurt te verdwalen, voor zover je kunt verdwalen in Nederland. Al met al heeft mijn dwaling ruim een half uur geduurd voor ik weer wist waar ik was. Google Maps kon ik niet gebruiken omdat de batterij van mijn iPhone zo zwak was dat hij uitviel. Ik liep tegen een weg aan die ik helemaal niet overgestoken was, dus hoe kon dat vroeg ik me af. Ik volgde de weg, maar wist niet zeker in welke richting ik nou liep. Volgens het kompas moest ik naar rechts, maar dat kwam ik net vandaan, tenminste, dat dacht ik. Ik liep op een heide waarvan ik dacht dat ik hem kende, maar toch niet. Uiteindelijk was ik na twee uur weer terug. In die twee uur ben ik twee mensen tegengekomen. Geen slechte score voor een van de dichtst bevolkte landen ter wereld. Kwam misschien ook door het huwelijk van Prins Harry en Meghan op televisie, en het weer was ook niet al te best, maar toch.

Vanavond keerde ik nog even terug naar het beginpunt van mijn dwaling. Een vos liep op de akker. Ik fotografeerde hem, maar hij was te ver weg. Ik zat op mijn hurken en de hond stond doodstil naast mij. Na een minuut was de hond het zat, gromde en sprintte richting vos. Vos had niks in de gaten totdat de hond op een meter of tien was genaderd. Toen rende de vos de akker over en ik zag mijn hond steeds dichterbij komen. De afstand tot zijn pluimstaart was nog maar een meter of twee, toen bereikte de vos een naastgelegen dennenboomveldje en verdween. Hond gaf het gelijk op en keerde terug. Ik had het moeten filmen, maar was te bezorgd over wat er stond te gebeuren. Toen de hond weer bij me was, zag ik de vos weer. Op 200 meter afstand zat hij midden op het pad. Leek niet onder de indruk van het gevaar waaraan hij zojuist ontsnapt was.

’t Loar

Volgens mij heb ik het mooiste stukje Nederland vanavond gevonden. Niet dat ik er nog nooit geweest was, maar het viel me ineens op, op deze prachtige lenteavond. Op dit soort mooie avonden rij ik geregeld met de hond naar het bos, naar een voor mij nieuwe plek, en op de boswachter na, ben ik geen mens tegengekomen. Op de terugweg reed ik door het nabijgelegen buurtschap ’t Loar. Op een lenteavond als deze een waar paradijs. Het buurtschap is afgelegen en je komt er alleen als je er zijn moet. Je komt er niet doorheen als je ergens naar toe moet. Ik zag een huisje met een schuur en een groot stuk grond waar ik direct zou willen wonen. Ik denk dat iedereen elkaar er kent.

Ik had vroeger een goede kennis die er geboren was, maar die leeft helaas niet meer. Ik las in de geschiedenis van het buurtschap dat het al 4000 jaar bewoond is, en dat ze er een eigen dialect hadden. Ik had mijn kennis dat wel eens horen zeggen, maar toen was ik minder geïnteresseerd. Het dialect dreigt uit te sterven. De herkomst van het eigen dialect is wat onduidelijk, het kan er mee te maken hebben dat de bewoners veelal werkers van het kasteel waren die van buiten kwamen en samen een eigen taal ontwikkelden, maar het kan ook zijn dat de bewoners afstamden van die 4000 jaar oude beschaving en daarom nog een eigen taal hadden. Interessant, zo’n klein buurtschap op drie kilometer hier vandaan.

De naastgelegen bossen herbergen veel grafheuvels. Ik en de hond stonden er vanavond nog bovenop één. Die moeten de eerste bewoners van ’t Loar gegraven hebben. Ze leefden op de raatakkers (celtic fields) en als ze stierven werden ze naar het bos gebracht. Misschien met meerderen tegelijk, ik weet het niet. Maar mooi en geheimzinnig is het er wel. Ik liep verder. Een zwijn wilde oversteken maar toen het ons zag, maakte het weer rechtsomkeert en verdween de bossen in.

Zomeravond, bos, hond en ik alleen. Paradijs.

Toeval

blaireau Een paar jaar geleden zei ik eens tijdens het ontbijt dat ik nog nooit een slang had gezien in het wild. Diezelfde ochtend kruiste er eentje mijn pad. Van de week zei ik dat ik nog nooit een das had gezien in het wild, vanavond stond ik oog in oog met eentje. Een prachtig beest, zo’n das, en niet zo schuw. Toevallig? Ik denk het niet. Ik ben opgehouden te geloven in toeval. Dat heeft geen enkele zin. Dit duidt eerder op een gave die ik verder moet uitbouwen.Aan de andere kant, ik zag vandaag ook voor het eerst twee vuursalamanders in het wild, en daar had ik niet van te voren op gezinspeeld. Nou ja, het is wat hier op de Veluwe. Er zit hier van alles. Zwijnen, herten, vossen, dassen, reeën, slangen, noem maar op. Alleen de wolf, die heb ik nooit gezien.

edit: het waren geen vuursalamanders, maar een uitgezette exoot, de Italiaanse kamsalamander. Vuursalamanders komen op de Veluwe niet voor.

Wilde zwijnen.

Het was eigenlijk al te laat om naar het bos te gaan, maar het leek me wel lekker na deze benauwde dag. De zon was net onder en officieel mag je dan niet meer in het bos komen. Ik loop op een stukje waar ik sinds kort kom, de hond mag er eigenlijk niet los, maar het kan weinig kwaad. Het is een zandweg, aan de linkerkant weilanden en aan de rechterkant een laag hek en het bos. Auto´s komen er niet, voor fietsers is het er te rul, dus hooguit zie je er een ruiter of een andere wandelaar. Aan het eind kun je door het hek het bos in, daar maak ik de hond vast. Er lopen wilde zwijnen, en niet te weinig. Omdat het al donker werd, ging ik het hek niet door, ik wilde de zwijnen niet storen in hun bezigheid. Ik had dat al wel twee keer eerder gedaan, en ik had hun vlucht gefilmd, maar je kunt niet aan de gang blijven. Nu bleef ik achter het hek, en in de schemering zag ik ze weer staan, twintig meter van me vandaan. De zwijnen zien slecht, dus zolang ik stil stond, zagen ze me niet. Er stonden joekels tussen deze keer, grote zwarte keilers en ze maakten onheilspellende geluiden. Geknor, maar ook af en toe een ijselijke gil. De hond weet instinctief dat ze zich beter rustig kan houden, en ik was blij met het hek ertussen. Normaal is er niet zoveel aan de hand, maar in het donker en met hond vertrouwde ik het niet. Als ze je te laat in de gaten hebben en je komt te dichtbij, kunnen ze wel eens een charge inzetten en daar zitten zwijn, hond en ik niet op te wachten. Ik keerde weer om, de zwijnen bleven rustig de grond omwoelen en hoewel ik niet meer opkijk van een zwijn, blijft zo´n grote groep zo dicht bij huis toch bijzonder.

Pretenties

Het is gisteren toch weer in mijn rug geschoten. Bijna een jaar lang ging het goed nu ik vrijwel elke dag een oefening doe. Ik begon al te denken dat ik onkwetsbaar was. Nu ga ik aankomende week een paar dagen naar Milaan, dus het zal de stress wel weer zijn. Milaan is net zo’n stad als Barcelona, jonge mensen, en ook net iets te oude mensen die zich nog tot die categorie rekenen, willen er graag gezien worden. Dat voorspelt weinig goeds, want persoonlijk vond ik Barcelona een van de grootste tegenvallers ten opzichte van de verwachtingen. En mijn verwachtingen waren niet eens geweldig. Mijn verwachtingen van Milaan zijn net iets hoger omdat Italie mij eenmaal meer trekt dan Spanje. Zelf woon ik ook in een dorp met pretenties. Hadden wij hier ooit een van de grootste kerstmarkten van Nederland, nu hoorde ik ook dat wij hier de grootste carnavalsverening van Nederland hadden. Ik kon mijn oren niet geloven. De site zelf bericht van één van de grootste. Nou stelde die kerstmarkt al geen ene hol voor, behalve dan dat er veel kraampjes stonden, maar die carnavalsoptocht hier kan toch echt niet tippen aan wat ik me herinner van mijn Brabantse jeugdjaren. Daar reden gigantische beweegbare poppen op een kar, hier zijn het toch vooral snelgemaakte karren met een spandoek en een paar vrolijke mensen erop. Kwantiteit zegt niks, kwaliteit alles. Maar misschien ben ik ook een negatief mens. Barcelona een saaie stinkstad vinden, pfff.