Chinees

Ik was vrijdagavond alleen thuis, dus ik ging even een patatje halen. Vroeger ging ik dan naar een cafetaria om de hoek, wat nog eerder een echt cafetaria was met een mooie naam, maar toen ik er kwam heette het al Kota Radja. (naam is verzonnen) Het cafeteria was veranderd in een Chinees restaurant/cafetaria en ik vond het er prima. Ik woonde alleen en ik kwam er eens per week. Slechts twee keer in een jaar of tien ben ik er ziek van geworden. Kan een keer gebeuren, dacht ik toen nog.

Toen kwam mevrouw Mack en die had het er na één keer gezien. Het was volgens haar slecht. Ik vond dat wat overdreven, maar voortaan gingen we naar een ander cafetaria en naar een andere Chinees. Tot afgelopen vrijdag ik mijn kans schoon zag. Ik zette de auto voor de deur, en dezelfde Chinese, maar grijzer, hielp mij. Er was niemand in het cafetaria, alleen bij het Chinese restaurant in de kamer ernaast zaten twee mensen. Een Rotterdams accent verraadde dat ze niet wisten wat ze deden. Ik vroeg eerst of ik kon pinnen, want er was in vijftien jaar niks veranderd, en ik zag geen pinautomaat. Dat kon, maar bij de Chinees. De gehele vitrine was leeg, alleen wat blikjes frisdrank stonden er. Het was er donker, en aan het plafond liep een snoer dat helemaal vergeeld en vet was. Dezelfde geprinte lijstjes van 15 jaar terug hingen er nog. Tien frikandellen of tien kroketten voor 10 euro. Er gebeurde hier al vijftien jaar niks, misschien was ik wel weer de eerste klant sinds die tijd. Ik bestelde een patatje met en een broodje frikandel speciaal. Voor haar de normaalste zaak van de wereld, maar het broodje kwam uit de diepvries, dat zag ik. De frikandel moet daar ook vandaan zijn gekomen.

Het smaakte goor. Vroeger vond ik het prima. Maar nu leek het nergens meer op. Hoe de Chinees al die jaren overleefd had, is me een raadsel. Ik vermoed dat je niet wilt weten wat er achter het luikje gebeurt. Ik denk dat er een Chinees gezin boven het cafetaria woont en van de kliekjes leeft. En van die enkele toerist die daar af en toe komt. En van die vrijgezel die daar ééns per week komt en die niet in de gaten heeft wat een bagger het daar is. chinees

Predator

Ik heb het gewoon gedaan. Ik heb de IJssel overgezwommen vandaag. Aan het einde van de kanotocht van Deventer naar Olst dacht ik, het is nu of nooit. Eerst heb ik mij met de donkergrijze klei die aan de oever ligt ingesmeerd. Niet dat dat ergens voor nodig was, maar ik heb dat ooit in de film Predator gezien, en zo was ik onzichtbaar voor warmtecamera’s. Daarna ben ik het water ingedoken, en naar de overkant gezwommen. In het midden is de stroming zo sterk dat je denkt dat je niet meer vooruit komt, maar dat is niet zo. Je drijft alleen af. Uiteindelijk kwam ik maar vijftig meter verderop aan de overkant terecht. Ik was blij. Een lang gekoesterde wens is afgestreept.

De kanotocht was zwaar. Het bleek een opblaasbare kano te zijn, en vooral voorin was het niet te doen. Je rug heeft daar geen steun, en dus raak je snel uitgeput. Op mijn knieën peddelen hield ik ook niet echt lang vol, en uiteindelijk wisselden we van plek. Achterin gaat het stukken beter. In het begin leek het bootje erg instabiel, maar later voeren we vol tussen de boeggolven van de grootste rijnaak. Geen probleem. Ik vond 15 kilometer in dit bootje wel genoeg. Met een betere boot, het dubbele. Tegen de stroming in. kano ijssel

Caudale Autotomie

Ik kreeg vandaag te maken met een verschijnsel waar ik veertig jaar geleden voor het eerst van hoorde, maar nog nooit had gezien. Een verdedigingssysteem van de natuur, dat precies werkte zoals het bedoeld was. Ik zag een hazelworm en probeerde het beest te pakken. Het beest kronkelt snel weg, maar ik had hem toch. Heel even. Toen had ik alleen zijn staart in mijn hand. Ik realiseerde me binnen een seconde wat er gebeurd was, maar ik was wat in verwarring door het kronkelende staartpuntje wat ik tussen mijn vingers had. Het staartpuntje bewoog met veel kracht in mijn hand en ik moest het goed vasthouden anders zou het uit mijn hand ontsnappen. Over ontsnappen gesproken, van de hazelworm was in drie seconden geen spoor meer te vinden. Ik keek naar het beetje bloed aan mijn vingers en was toch wat verrast. Dat bloed en dat gekronkel had ik niet verwacht, en precies van die verwarring maakte de hazelworm gebruik om te ontsnappen.

Het staartpuntje bleef nog vijf minuten kronkelen, en toen heb ik het maar weggegooid. Thuis zocht ik op Wiki over de hazelworm en zijn staart, en precies wat ik dacht stond beschreven. Dat het beest die twee seconden verwarring nodig had om te ontsnappen. Alleen dat bloed zat me niet lekker. Het beest schijnt zijn staart niet eens zelf af te werpen, maar die zit er gewoon wat zwakjes aan. Spieren trekken samen om overtollig bloedverlies te voorkomen en binnen een paar dagen begint de staart weer aan te groeien. Hij wordt echter niet meer zo lang als dat hij was. Ik zal dus voortaan van de hazelworm afblijven. Van mij had hij sowieso niks te vrezen, en nu is hij zijn staart kwijt. Laat hem dit truukje maar toepassen als hij echt in gevaar is. Het beest schijnt nog beschermd te zijn ook dus, sstt.

Wat ruist er door het struikgewas?

Wat ruist er door het struikgewas? Het is een eh…
Toon Hermans vroeg het zich ooit af, maar hij kon er niet opkomen. Ik liep vandaag in het bos, en ik hoorde iets ruisen in het struikgewas. Het was vlakbij en ik keek in de richting van het geluid. Het klonk vrij serieus, als klein zoogdier, een rat of iets dergelijks. Maar toen zag ik dat het een slang was. Een enorme, want zo’n grote had ik nog nooit gezien in het wild. Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik alleen de staart zag, want de rest was intussen weg geruist. Maar die staart was indrukwekkend te noemen. Donkergroen, en ik schat zeker drie centimeter dik. Ik dook er snel achteraan, als een Freek Vonk, maar ik zag gelijk al niks meer. Ik keerde nog wat bladeren om, maar het beest was spoorloos. Daar zijn ze meester in. Zich onder de grond verstoppen. De twee honden kwamen nog even mee zoeken, al hadden zij geen idee waar ze naar zochten. Ze zagen mij iets onnatuurlijks doen, en dan zijn ze er als de kippen bij. Het was een ringslang, die kunnen makkelijk meer dan een meter lang worden en zijn ongevaarlijk. Voor een mens dan. Voor een kikker zijn ze levensgevaarlijk. Maar na twee jaar slangloos, nu dan toch weer de terugkeer van de slang op de hei.

Ik lees net alleen wel dat een ringslang ook giftanden heeft.Dat wist ik dan weer niet. En ik zou hem zo gegrepen hebben. Voor de foto dan. De giftanden kan hij echter pas gebruiken als hij een prooi achter in zijn bek heeft, en het gif is bepaald geen cobragif. Maar als ik zeg dat ik achter een gifslang aan dook, dan was daar geen woord aan gelogen.

Dwalend

vos
Ik woon nu al ruim dertig jaar in Vaassen, maar toch presteerde ik het vandaag om hier in de buurt te verdwalen, voor zover je kunt verdwalen in Nederland. Al met al heeft mijn dwaling ruim een half uur geduurd voor ik weer wist waar ik was. Google Maps kon ik niet gebruiken omdat de batterij van mijn iPhone zo zwak was dat hij uitviel. Ik liep tegen een weg aan die ik helemaal niet overgestoken was, dus hoe kon dat vroeg ik me af. Ik volgde de weg, maar wist niet zeker in welke richting ik nou liep. Volgens het kompas moest ik naar rechts, maar dat kwam ik net vandaan, tenminste, dat dacht ik. Ik liep op een heide waarvan ik dacht dat ik hem kende, maar toch niet. Uiteindelijk was ik na twee uur weer terug. In die twee uur ben ik twee mensen tegengekomen. Geen slechte score voor een van de dichtst bevolkte landen ter wereld. Kwam misschien ook door het huwelijk van Prins Harry en Meghan op televisie, en het weer was ook niet al te best, maar toch.

Vanavond keerde ik nog even terug naar het beginpunt van mijn dwaling. Een vos liep op de akker. Ik fotografeerde hem, maar hij was te ver weg. Ik zat op mijn hurken en de hond stond doodstil naast mij. Na een minuut was de hond het zat, gromde en sprintte richting vos. Vos had niks in de gaten totdat de hond op een meter of tien was genaderd. Toen rende de vos de akker over en ik zag mijn hond steeds dichterbij komen. De afstand tot zijn pluimstaart was nog maar een meter of twee, toen bereikte de vos een naastgelegen dennenboomveldje en verdween. Hond gaf het gelijk op en keerde terug. Ik had het moeten filmen, maar was te bezorgd over wat er stond te gebeuren. Toen de hond weer bij me was, zag ik de vos weer. Op 200 meter afstand zat hij midden op het pad. Leek niet onder de indruk van het gevaar waaraan hij zojuist ontsnapt was.

’t Loar

Volgens mij heb ik het mooiste stukje Nederland vanavond gevonden. Niet dat ik er nog nooit geweest was, maar het viel me ineens op, op deze prachtige lenteavond. Op dit soort mooie avonden rij ik geregeld met de hond naar het bos, naar een voor mij nieuwe plek, en op de boswachter na, ben ik geen mens tegengekomen. Op de terugweg reed ik door het nabijgelegen buurtschap ’t Loar. Op een lenteavond als deze een waar paradijs. Het buurtschap is afgelegen en je komt er alleen als je er zijn moet. Je komt er niet doorheen als je ergens naar toe moet. Ik zag een huisje met een schuur en een groot stuk grond waar ik direct zou willen wonen. Ik denk dat iedereen elkaar er kent.

Ik had vroeger een goede kennis die er geboren was, maar die leeft helaas niet meer. Ik las in de geschiedenis van het buurtschap dat het al 4000 jaar bewoond is, en dat ze er een eigen dialect hadden. Ik had mijn kennis dat wel eens horen zeggen, maar toen was ik minder geïnteresseerd. Het dialect dreigt uit te sterven. De herkomst van het eigen dialect is wat onduidelijk, het kan er mee te maken hebben dat de bewoners veelal werkers van het kasteel waren die van buiten kwamen en samen een eigen taal ontwikkelden, maar het kan ook zijn dat de bewoners afstamden van die 4000 jaar oude beschaving en daarom nog een eigen taal hadden. Interessant, zo’n klein buurtschap op drie kilometer hier vandaan.

De naastgelegen bossen herbergen veel grafheuvels. Ik en de hond stonden er vanavond nog bovenop één. Die moeten de eerste bewoners van ’t Loar gegraven hebben. Ze leefden op de raatakkers (celtic fields) en als ze stierven werden ze naar het bos gebracht. Misschien met meerderen tegelijk, ik weet het niet. Maar mooi en geheimzinnig is het er wel. Ik liep verder. Een zwijn wilde oversteken maar toen het ons zag, maakte het weer rechtsomkeert en verdween de bossen in.

Zomeravond, bos, hond en ik alleen. Paradijs.

Toeval

blaireau Een paar jaar geleden zei ik eens tijdens het ontbijt dat ik nog nooit een slang had gezien in het wild. Diezelfde ochtend kruiste er eentje mijn pad. Van de week zei ik dat ik nog nooit een das had gezien in het wild, vanavond stond ik oog in oog met eentje. Een prachtig beest, zo’n das, en niet zo schuw. Toevallig? Ik denk het niet. Ik ben opgehouden te geloven in toeval. Dat heeft geen enkele zin. Dit duidt eerder op een gave die ik verder moet uitbouwen.Aan de andere kant, ik zag vandaag ook voor het eerst twee vuursalamanders in het wild, en daar had ik niet van te voren op gezinspeeld. Nou ja, het is wat hier op de Veluwe. Er zit hier van alles. Zwijnen, herten, vossen, dassen, reeën, slangen, noem maar op. Alleen de wolf, die heb ik nooit gezien.

edit: het waren geen vuursalamanders, maar een uitgezette exoot, de Italiaanse kamsalamander. Vuursalamanders komen op de Veluwe niet voor.