Dwalend

vos
Ik woon nu al ruim dertig jaar in Vaassen, maar toch presteerde ik het vandaag om hier in de buurt te verdwalen, voor zover je kunt verdwalen in Nederland. Al met al heeft mijn dwaling ruim een half uur geduurd voor ik weer wist waar ik was. Google Maps kon ik niet gebruiken omdat de batterij van mijn iPhone zo zwak was dat hij uitviel. Ik liep tegen een weg aan die ik helemaal niet overgestoken was, dus hoe kon dat vroeg ik me af. Ik volgde de weg, maar wist niet zeker in welke richting ik nou liep. Volgens het kompas moest ik naar rechts, maar dat kwam ik net vandaan, tenminste, dat dacht ik. Ik liep op een heide waarvan ik dacht dat ik hem kende, maar toch niet. Uiteindelijk was ik na twee uur weer terug. In die twee uur ben ik twee mensen tegengekomen. Geen slechte score voor een van de dichtst bevolkte landen ter wereld. Kwam misschien ook door het huwelijk van Prins Harry en Meghan op televisie, en het weer was ook niet al te best, maar toch.

Vanavond keerde ik nog even terug naar het beginpunt van mijn dwaling. Een vos liep op de akker. Ik fotografeerde hem, maar hij was te ver weg. Ik zat op mijn hurken en de hond stond doodstil naast mij. Na een minuut was de hond het zat, gromde en sprintte richting vos. Vos had niks in de gaten totdat de hond op een meter of tien was genaderd. Toen rende de vos de akker over en ik zag mijn hond steeds dichterbij komen. De afstand tot zijn pluimstaart was nog maar een meter of twee, toen bereikte de vos een naastgelegen dennenboomveldje en verdween. Hond gaf het gelijk op en keerde terug. Ik had het moeten filmen, maar was te bezorgd over wat er stond te gebeuren. Toen de hond weer bij me was, zag ik de vos weer. Op 200 meter afstand zat hij midden op het pad. Leek niet onder de indruk van het gevaar waaraan hij zojuist ontsnapt was.

’t Loar

Volgens mij heb ik het mooiste stukje Nederland vanavond gevonden. Niet dat ik er nog nooit geweest was, maar het viel me ineens op, op deze prachtige lenteavond. Op dit soort mooie avonden rij ik geregeld met de hond naar het bos, naar een voor mij nieuwe plek, en op de boswachter na, ben ik geen mens tegengekomen. Op de terugweg reed ik door het nabijgelegen buurtschap ’t Loar. Op een lenteavond als deze een waar paradijs. Het buurtschap is afgelegen en je komt er alleen als je er zijn moet. Je komt er niet doorheen als je ergens naar toe moet. Ik zag een huisje met een schuur en een groot stuk grond waar ik direct zou willen wonen. Ik denk dat iedereen elkaar er kent.

Ik had vroeger een goede kennis die er geboren was, maar die leeft helaas niet meer. Ik las in de geschiedenis van het buurtschap dat het al 4000 jaar bewoond is, en dat ze er een eigen dialect hadden. Ik had mijn kennis dat wel eens horen zeggen, maar toen was ik minder geïnteresseerd. Het dialect dreigt uit te sterven. De herkomst van het eigen dialect is wat onduidelijk, het kan er mee te maken hebben dat de bewoners veelal werkers van het kasteel waren die van buiten kwamen en samen een eigen taal ontwikkelden, maar het kan ook zijn dat de bewoners afstamden van die 4000 jaar oude beschaving en daarom nog een eigen taal hadden. Interessant, zo’n klein buurtschap op drie kilometer hier vandaan.

De naastgelegen bossen herbergen veel grafheuvels. Ik en de hond stonden er vanavond nog bovenop één. Die moeten de eerste bewoners van ’t Loar gegraven hebben. Ze leefden op de raatakkers (celtic fields) en als ze stierven werden ze naar het bos gebracht. Misschien met meerderen tegelijk, ik weet het niet. Maar mooi en geheimzinnig is het er wel. Ik liep verder. Een zwijn wilde oversteken maar toen het ons zag, maakte het weer rechtsomkeert en verdween de bossen in.

Zomeravond, bos, hond en ik alleen. Paradijs.

Toeval

blaireau Een paar jaar geleden zei ik eens tijdens het ontbijt dat ik nog nooit een slang had gezien in het wild. Diezelfde ochtend kruiste er eentje mijn pad. Van de week zei ik dat ik nog nooit een das had gezien in het wild, vanavond stond ik oog in oog met eentje. Een prachtig beest, zo’n das, en niet zo schuw. Toevallig? Ik denk het niet. Ik ben opgehouden te geloven in toeval. Dat heeft geen enkele zin. Dit duidt eerder op een gave die ik verder moet uitbouwen.Aan de andere kant, ik zag vandaag ook voor het eerst twee vuursalamanders in het wild, en daar had ik niet van te voren op gezinspeeld. Nou ja, het is wat hier op de Veluwe. Er zit hier van alles. Zwijnen, herten, vossen, dassen, reeën, slangen, noem maar op. Alleen de wolf, die heb ik nooit gezien.

edit: het waren geen vuursalamanders, maar een uitgezette exoot, de Italiaanse kamsalamander. Vuursalamanders komen op de Veluwe niet voor.

Wilde zwijnen.

Het was eigenlijk al te laat om naar het bos te gaan, maar het leek me wel lekker na deze benauwde dag. De zon was net onder en officieel mag je dan niet meer in het bos komen. Ik loop op een stukje waar ik sinds kort kom, de hond mag er eigenlijk niet los, maar het kan weinig kwaad. Het is een zandweg, aan de linkerkant weilanden en aan de rechterkant een laag hek en het bos. Auto´s komen er niet, voor fietsers is het er te rul, dus hooguit zie je er een ruiter of een andere wandelaar. Aan het eind kun je door het hek het bos in, daar maak ik de hond vast. Er lopen wilde zwijnen, en niet te weinig. Omdat het al donker werd, ging ik het hek niet door, ik wilde de zwijnen niet storen in hun bezigheid. Ik had dat al wel twee keer eerder gedaan, en ik had hun vlucht gefilmd, maar je kunt niet aan de gang blijven. Nu bleef ik achter het hek, en in de schemering zag ik ze weer staan, twintig meter van me vandaan. De zwijnen zien slecht, dus zolang ik stil stond, zagen ze me niet. Er stonden joekels tussen deze keer, grote zwarte keilers en ze maakten onheilspellende geluiden. Geknor, maar ook af en toe een ijselijke gil. De hond weet instinctief dat ze zich beter rustig kan houden, en ik was blij met het hek ertussen. Normaal is er niet zoveel aan de hand, maar in het donker en met hond vertrouwde ik het niet. Als ze je te laat in de gaten hebben en je komt te dichtbij, kunnen ze wel eens een charge inzetten en daar zitten zwijn, hond en ik niet op te wachten. Ik keerde weer om, de zwijnen bleven rustig de grond omwoelen en hoewel ik niet meer opkijk van een zwijn, blijft zo´n grote groep zo dicht bij huis toch bijzonder.

Pretenties

Het is gisteren toch weer in mijn rug geschoten. Bijna een jaar lang ging het goed nu ik vrijwel elke dag een oefening doe. Ik begon al te denken dat ik onkwetsbaar was. Nu ga ik aankomende week een paar dagen naar Milaan, dus het zal de stress wel weer zijn. Milaan is net zo’n stad als Barcelona, jonge mensen, en ook net iets te oude mensen die zich nog tot die categorie rekenen, willen er graag gezien worden. Dat voorspelt weinig goeds, want persoonlijk vond ik Barcelona een van de grootste tegenvallers ten opzichte van de verwachtingen. En mijn verwachtingen waren niet eens geweldig. Mijn verwachtingen van Milaan zijn net iets hoger omdat Italie mij eenmaal meer trekt dan Spanje. Zelf woon ik ook in een dorp met pretenties. Hadden wij hier ooit een van de grootste kerstmarkten van Nederland, nu hoorde ik ook dat wij hier de grootste carnavalsverening van Nederland hadden. Ik kon mijn oren niet geloven. De site zelf bericht van één van de grootste. Nou stelde die kerstmarkt al geen ene hol voor, behalve dan dat er veel kraampjes stonden, maar die carnavalsoptocht hier kan toch echt niet tippen aan wat ik me herinner van mijn Brabantse jeugdjaren. Daar reden gigantische beweegbare poppen op een kar, hier zijn het toch vooral snelgemaakte karren met een spandoek en een paar vrolijke mensen erop. Kwantiteit zegt niks, kwaliteit alles. Maar misschien ben ik ook een negatief mens. Barcelona een saaie stinkstad vinden, pfff.

Tables are turning

Randi Onze hond heeft een klein gedragsprobleempje. ’s Avonds is het het ergst, maar ook op andere momenten wil ze zich laten gelden. Haar rugharen staan overeind en ze begint vast als voorzorgmaatregel te rochelen. Als ze dan een andere hond tegenkomt gaat ze los. Geen houden meer aan, en ik heb de grootste moeite om haar te houden. Ik trek haar aan haar oor, dan begint ze te kermen, maar zodra ik loslaat gaat ze gewoon weer door. Dat is begonnen nadat ze een keer werd aangevallen door twee Stafford terriers. Ze liet het niet op zich zitten en vocht terug. Toen was ik nog trots op haar. Ze had een paar wondjes maar de staffords waren ook niet ongeschonden. Nu is één van de staffords dood -staat geheel los van onze hond- en loopt de mevrouw nog met de andere rond. Die is in zijn eentje iets minder agressief. Als Randi haar ziet, zoals vanochtend, gaat ze weer tekeer. De mevrouw loopt dan hooghartig een andere kant op met zo’n gezicht van: wat een kuthond heb jij. Terwijl de ellende door haar honden is begonnen. De tafels zijn gedraaid.

Wolven op de Veluwe

Wolven houden mij al bezig sinds ik een kleine jongen was. Hoe dat precies zit weet ik niet meer, het moet te maken hebben met mijn drang naar avontuur dichtbij huis. Ik vond het mooie beesten en ik zou willen dat ze terugkeerden naar Nederland, zodat we hier ook iets gevaarlijks hadden. Ik heb er al vaker over geschreven, en een paar jaar geleden was daar de eerste wilde wolf die Nederland bezocht. En nu is er één gesignaleerd op de Veluwe. Onze achtertuin.

We hadden natuurlijk al wilde zwijnen, en voor de vorm zeiden we dat die gevaarlijk konden zijn, maar da’s natuurlijk flauwekul. Zwijnen rennen hard weg als ze je zien. Nu maakt één wolf nog geen wildernis, maar het is een beginnetje. Overigens word ik niet gelijk al te enthousiast, want in tegenstelling tot een blij ei van natuurmonumenten die zegt dat er in Nederland kennelijk ruimte is voor een “toppredator”, roep ik dat pas als hij binnen twee weken niet wordt doodgereden.

Ik denk eerlijk gezegd niet dat wolvenfamilies zich hier gaan vestigen. Daarvoor is het hier te druk, en is er teveel verkeer. Het zal wel bij een enkele verkenner blijven. Die er dan vervolgens achterkomt dat alle natuurgebieden zijn afgezet met hekken en wildroosters en hij niet naar binnen kan. En dus zijn familie niet laat overkomen. Ja, voor wolven zijn we keihard.