Tadaaraatieetoeholadijeee

Carnaval, daar heb ik ondanks een jeugd in Brabant weinig tot niks mee. Als kind vond ik het verkleden wel leuk, en vooral de geschminkte meisjes, want die roken extra aantrekkelijk. Maar na mijn verhuizing naar het Gelderse Vaassen heeft het zich niet doorgezet, ik kreeg een te serieuze inslag waardoor ik niet in staat ben polonaises te lopen of te hossen. Ik ging nog wel eens kijken naar de optocht met mijn kinderen, en of mijn herinnering nu met me aan de haal ging of dat ik het goed zag, maar het was hier een lange, maar armoedige optocht. Het ging meer om de kwantiteit dan om de kwaliteit met snel in elkaar geflanste platte karren en een bak herrie erop. Ik herinnerde mij toch enorme poppen die zelfs konden bewegen in het Brabantse. Hier liep de plaatselijke badmintonvereniging met wat rackets en een netje folders uit te delen.

Toch staat het dorp hier op zijn kop tijdens carnaval, en men spreekt zelfs van het grootste carnaval van boven de rivieren, en zelfs over de grootste carnavalsvereniging van Nederland. Dat laatste blijkt echt zo te zijn, qua aantal leden. Men doopt Vaassen met carnaval om in Rossumdoarp, en aan die naam werd ik vanochtend herinnerd, want ik was het al vergeten. Maarten van Rossum was een nietsontziende veldheer die hier kasteel heeft gehouden. In zijn veldtochten brandde hij complete dorpen plat en belegerde hij om het even welke vijand, zolang hij er voor betaald werd. Eigenlijk was hij een rover, die met gestolen geld her en der onroerend goed kocht. Als hij met zijn leger een stad naderde, vluchtte de bevolking in angst en paniek.

Als je in de Randstad alleen al een straat of een school vernoemt naar een zeeheld, dan heb je tegenwoordig toch een serieus probleem. De complete historie van de zeeheld wordt opgegraven en als die ooit over de schreef blijkt te zijn gegaan, dan kun je wel inpakken met je naam. Wreedheden die begaan zijn in een kolonie of het houden van slaven is genoeg om een demonstratie op gang te brengen tegen de plannen om een straatnaam of school te vernoemen naar Witte de With.

Aangezien de agressie van Maarten van Rossum niet was gericht tegen een minderheid, maar gewoon tegen de vijanden van degenen die hem het meest betaalden, is het allemaal niet zo’n probleem, en kun je tijdens carnaval je hele dorp naar een plunderaar vernoemen. Ik had er zelf nog nooit over nagedacht, en ik slaap er ook niet echt minder om, maar vreemd is het wel. Het is het verschil tussen de Randstad en de rest van het land. Grote Pier -die nog aan de zijde van Maarten gevochten heeft wordt ook vereerd in Friesland. Ook hij maakte geen onderscheid in wie hij over de kling joeg.

Ik ben benieuwd hoe ze Branau am Inn noemen tijdens carnaval.

Verscholen

Als ik ergens allergisch voor ben is het wel voor mensen die dingen beter weten. Dus als ik gelezen heb over dat vrijwel alle zwijnen afgeschoten zijn op de Veluwe zijn (niet echt zo) dan heb je altijd iemand die zegt: hoeveel wil je er zien? Of ik plaats een foto op FB van een plek die ik nog niet kende, dan is er altijd eentje die zegt: je moet maar eens met mij meegaan, dan zie je pas mooie plekken. Irritant volk.

Evenwel liep ik vanochtend op de zelfde plek als vorige week, alleen verder. Ik ging ergens het bos in en al snel was ik de weg kwijt. Hier was ik nog nooit geweest. Het was de Tongerense hei, en ik kwam er wederom vrijwel niemand tegen. Het weer hielp daaraan mee, slechts twee mountainbikers en twee wandelaars, ik blijf dat magisch vinden in één van de dichtstbevolkte landen ter wereld.Tongerense Hei

Al met al geloof ik dat ik acht kilometer heb gelopen, waarvan vijf door voor mij nieuw gebied. Geen hert, zwijn, vos, laat staan wolf gezien. Maar het voelde goed, dat gebanjer door onbekend terrein. Alleen op het laatst, toen ik niet zeker wist welke kant ik op moest, en zowel links als rechts de weg in het oneindige leek te verdwijnen, kreeg ik het een beetje benauwd. Geen zin om straks ergens uit te komen in een plaats waar ik niet moest zijn en vervolgens nog acht kilometer terug naar de auto te moeten.

Een paar kilometer westelijk ligt het verscholen dorp. Een paar nagebouwde hutten die herinneren aan het verscholen dorp dat hier in de oorlog was. De bossen waren hier zo dicht dat er een jaar lang 100 mensen (waaronder Godfried Bomans) konden onderduiken voor de Duitsers zonder gezien te worden. En het zou helemaal niet gevonden zijn als er niet twee op wild jagende SS-ers gezaag hadden gehoord van een van de bewoners en op onderzoek uit gingen. De Duitsers vertrouwden het niet en ondervroegen de jongen die aan het zagen was. Na verhoor lieten ze hem gaan, maar keerden later terug met versterking. Dat gaf de meesten de gelegenheid om te vluchten, maar acht werden er opgepakt en gefusilleerd.

Ik wil alleen maar zeggen, de bossen zijn hier uitgestrekt, en vroeger moet het er helemaal een paradijs geweest zijn, toen er nog niet overal wegwijzers en bordjes stonden waar je wel en niet in mocht.

 

Lees verder Verscholen

Ooit

Naar verluid woont hier een wolf in de buurt. De buurt is de Noord-Veluwe, en laat dat nu net daar zijn, waar ik woon. Ik besloot op zoek te gaan. Ik moet de hond meenemen, of een fiets, want een in zijn eentje wandelende man in het bos is bij voorbaat verdacht. Ik nam de hond mee om mijn snode plannen te verhullen. Ook thuis had ik het niet verteld, tenminste niet van te voren. “Ik ga nog even met de hond naar het bos hoor!”

Ik ging niet naar het losloop gebied deze keer, maar naar een hei waarvan ik vermoedde dat de wolf er zich schuilhield. Het eerste weekend dat wij hier woonden, in 1983,  fietsten we ook over deze hei, dat weet ik nog. We zagen twee reeën, want wolven waren er toen nog niet. Verder ben ik er niet vaak geweest. Een keer of tien denk ik. Gemiddeld kom ik er eens in de 3,5 jaar. Vroeger mocht je er nog met de auto komen zelfs. Ik trainde er mijn rijvaardigheid op de zandweg.

Nu was het er uitgestorven. De zon stond irritant laag, en scheen vol op mijn linkerkant. Als de wolf links zat, zou ik hem niet zien. Maar ik liep door tot de zon onder was. Toen keerde ik om. Behalve wat fluitende vogels hoorde ik niks meer. Toen het echt begon te schemeren hoorde ik een diergeluid uit het bos komen dat ik niet kon thuisbrengen, maar het leek niet op een wolf. Ik liep anderhalf uur over de hei, maar geen spoor van een wolf. Niet dat ik het echt verwachtte, maar je kunt toch moeilijk niet op zoek gaan, als je al je halve leven wacht op zijn terugkeer. Ooit hoop ik hem op de foto te zetten.

Chinees

Ik was vrijdagavond alleen thuis, dus ik ging even een patatje halen. Vroeger ging ik dan naar een cafetaria om de hoek, wat nog eerder een echt cafetaria was met een mooie naam, maar toen ik er kwam heette het al Kota Radja. (naam is verzonnen) Het cafeteria was veranderd in een Chinees restaurant/cafetaria en ik vond het er prima. Ik woonde alleen en ik kwam er eens per week. Slechts twee keer in een jaar of tien ben ik er ziek van geworden. Kan een keer gebeuren, dacht ik toen nog.

Toen kwam mevrouw Mack en die had het er na één keer gezien. Het was volgens haar slecht. Ik vond dat wat overdreven, maar voortaan gingen we naar een ander cafetaria en naar een andere Chinees. Tot afgelopen vrijdag ik mijn kans schoon zag. Ik zette de auto voor de deur, en dezelfde Chinese, maar grijzer, hielp mij. Er was niemand in het cafetaria, alleen bij het Chinese restaurant in de kamer ernaast zaten twee mensen. Een Rotterdams accent verraadde dat ze niet wisten wat ze deden. Ik vroeg eerst of ik kon pinnen, want er was in vijftien jaar niks veranderd, en ik zag geen pinautomaat. Dat kon, maar bij de Chinees. De gehele vitrine was leeg, alleen wat blikjes frisdrank stonden er. Het was er donker, en aan het plafond liep een snoer dat helemaal vergeeld en vet was. Dezelfde geprinte lijstjes van 15 jaar terug hingen er nog. Tien frikandellen of tien kroketten voor 10 euro. Er gebeurde hier al vijftien jaar niks, misschien was ik wel weer de eerste klant sinds die tijd. Ik bestelde een patatje met en een broodje frikandel speciaal. Voor haar de normaalste zaak van de wereld, maar het broodje kwam uit de diepvries, dat zag ik. De frikandel moet daar ook vandaan zijn gekomen.

Het smaakte goor. Vroeger vond ik het prima. Maar nu leek het nergens meer op. Hoe de Chinees al die jaren overleefd had, is me een raadsel. Ik vermoed dat je niet wilt weten wat er achter het luikje gebeurt. Ik denk dat er een Chinees gezin boven het cafetaria woont en van de kliekjes leeft. En van die enkele toerist die daar af en toe komt. En van die vrijgezel die daar ééns per week komt en die niet in de gaten heeft wat een bagger het daar is. chinees

Predator

Ik heb het gewoon gedaan. Ik heb de IJssel overgezwommen vandaag. Aan het einde van de kanotocht van Deventer naar Olst dacht ik, het is nu of nooit. Eerst heb ik mij met de donkergrijze klei die aan de oever ligt ingesmeerd. Niet dat dat ergens voor nodig was, maar ik heb dat ooit in de film Predator gezien, en zo was ik onzichtbaar voor warmtecamera’s. Daarna ben ik het water ingedoken, en naar de overkant gezwommen. In het midden is de stroming zo sterk dat je denkt dat je niet meer vooruit komt, maar dat is niet zo. Je drijft alleen af. Uiteindelijk kwam ik maar vijftig meter verderop aan de overkant terecht. Ik was blij. Een lang gekoesterde wens is afgestreept.

De kanotocht was zwaar. Het bleek een opblaasbare kano te zijn, en vooral voorin was het niet te doen. Je rug heeft daar geen steun, en dus raak je snel uitgeput. Op mijn knieën peddelen hield ik ook niet echt lang vol, en uiteindelijk wisselden we van plek. Achterin gaat het stukken beter. In het begin leek het bootje erg instabiel, maar later voeren we vol tussen de boeggolven van de grootste rijnaak. Geen probleem. Ik vond 15 kilometer in dit bootje wel genoeg. Met een betere boot, het dubbele. Tegen de stroming in. kano ijssel

Caudale Autotomie

Ik kreeg vandaag te maken met een verschijnsel waar ik veertig jaar geleden voor het eerst van hoorde, maar nog nooit had gezien. Een verdedigingssysteem van de natuur, dat precies werkte zoals het bedoeld was. Ik zag een hazelworm en probeerde het beest te pakken. Het beest kronkelt snel weg, maar ik had hem toch. Heel even. Toen had ik alleen zijn staart in mijn hand. Ik realiseerde me binnen een seconde wat er gebeurd was, maar ik was wat in verwarring door het kronkelende staartpuntje wat ik tussen mijn vingers had. Het staartpuntje bewoog met veel kracht in mijn hand en ik moest het goed vasthouden anders zou het uit mijn hand ontsnappen. Over ontsnappen gesproken, van de hazelworm was in drie seconden geen spoor meer te vinden. Ik keek naar het beetje bloed aan mijn vingers en was toch wat verrast. Dat bloed en dat gekronkel had ik niet verwacht, en precies van die verwarring maakte de hazelworm gebruik om te ontsnappen.

Het staartpuntje bleef nog vijf minuten kronkelen, en toen heb ik het maar weggegooid. Thuis zocht ik op Wiki over de hazelworm en zijn staart, en precies wat ik dacht stond beschreven. Dat het beest die twee seconden verwarring nodig had om te ontsnappen. Alleen dat bloed zat me niet lekker. Het beest schijnt zijn staart niet eens zelf af te werpen, maar die zit er gewoon wat zwakjes aan. Spieren trekken samen om overtollig bloedverlies te voorkomen en binnen een paar dagen begint de staart weer aan te groeien. Hij wordt echter niet meer zo lang als dat hij was. Ik zal dus voortaan van de hazelworm afblijven. Van mij had hij sowieso niks te vrezen, en nu is hij zijn staart kwijt. Laat hem dit truukje maar toepassen als hij echt in gevaar is. Het beest schijnt nog beschermd te zijn ook dus, sstt.

Wat ruist er door het struikgewas?

Wat ruist er door het struikgewas? Het is een eh…
Toon Hermans vroeg het zich ooit af, maar hij kon er niet opkomen. Ik liep vandaag in het bos, en ik hoorde iets ruisen in het struikgewas. Het was vlakbij en ik keek in de richting van het geluid. Het klonk vrij serieus, als klein zoogdier, een rat of iets dergelijks. Maar toen zag ik dat het een slang was. Een enorme, want zo’n grote had ik nog nooit gezien in het wild. Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik alleen de staart zag, want de rest was intussen weg geruist. Maar die staart was indrukwekkend te noemen. Donkergroen, en ik schat zeker drie centimeter dik. Ik dook er snel achteraan, als een Freek Vonk, maar ik zag gelijk al niks meer. Ik keerde nog wat bladeren om, maar het beest was spoorloos. Daar zijn ze meester in. Zich onder de grond verstoppen. De twee honden kwamen nog even mee zoeken, al hadden zij geen idee waar ze naar zochten. Ze zagen mij iets onnatuurlijks doen, en dan zijn ze er als de kippen bij. Het was een ringslang, die kunnen makkelijk meer dan een meter lang worden en zijn ongevaarlijk. Voor een mens dan. Voor een kikker zijn ze levensgevaarlijk. Maar na twee jaar slangloos, nu dan toch weer de terugkeer van de slang op de hei.

Ik lees net alleen wel dat een ringslang ook giftanden heeft.Dat wist ik dan weer niet. En ik zou hem zo gegrepen hebben. Voor de foto dan. De giftanden kan hij echter pas gebruiken als hij een prooi achter in zijn bek heeft, en het gif is bepaald geen cobragif. Maar als ik zeg dat ik achter een gifslang aan dook, dan was daar geen woord aan gelogen.