Pretenties

Het is gisteren toch weer in mijn rug geschoten. Bijna een jaar lang ging het goed nu ik vrijwel elke dag een oefening doe. Ik begon al te denken dat ik onkwetsbaar was. Nu ga ik aankomende week een paar dagen naar Milaan, dus het zal de stress wel weer zijn. Milaan is net zo’n stad als Barcelona, jonge mensen, en ook net iets te oude mensen die zich nog tot die categorie rekenen, willen er graag gezien worden. Dat voorspelt weinig goeds, want persoonlijk vond ik Barcelona een van de grootste tegenvallers ten opzichte van de verwachtingen. En mijn verwachtingen waren niet eens geweldig. Mijn verwachtingen van Milaan zijn net iets hoger omdat Italie mij eenmaal meer trekt dan Spanje. Zelf woon ik ook in een dorp met pretenties. Hadden wij hier ooit een van de grootste kerstmarkten van Nederland, nu hoorde ik ook dat wij hier de grootste carnavalsverening van Nederland hadden. Ik kon mijn oren niet geloven. De site zelf bericht van één van de grootste. Nou stelde die kerstmarkt al geen ene hol voor, behalve dan dat er veel kraampjes stonden, maar die carnavalsoptocht hier kan toch echt niet tippen aan wat ik me herinner van mijn Brabantse jeugdjaren. Daar reden gigantische beweegbare poppen op een kar, hier zijn het toch vooral snelgemaakte karren met een spandoek en een paar vrolijke mensen erop. Kwantiteit zegt niks, kwaliteit alles. Maar misschien ben ik ook een negatief mens. Barcelona een saaie stinkstad vinden, pfff.

Tables are turning

Randi Onze hond heeft een klein gedragsprobleempje. ’s Avonds is het het ergst, maar ook op andere momenten wil ze zich laten gelden. Haar rugharen staan overeind en ze begint vast als voorzorgmaatregel te rochelen. Als ze dan een andere hond tegenkomt gaat ze los. Geen houden meer aan, en ik heb de grootste moeite om haar te houden. Ik trek haar aan haar oor, dan begint ze te kermen, maar zodra ik loslaat gaat ze gewoon weer door. Dat is begonnen nadat ze een keer werd aangevallen door twee Stafford terriers. Ze liet het niet op zich zitten en vocht terug. Toen was ik nog trots op haar. Ze had een paar wondjes maar de staffords waren ook niet ongeschonden. Nu is één van de staffords dood -staat geheel los van onze hond- en loopt de mevrouw nog met de andere rond. Die is in zijn eentje iets minder agressief. Als Randi haar ziet, zoals vanochtend, gaat ze weer tekeer. De mevrouw loopt dan hooghartig een andere kant op met zo’n gezicht van: wat een kuthond heb jij. Terwijl de ellende door haar honden is begonnen. De tafels zijn gedraaid.

Wolven op de Veluwe

Wolven houden mij al bezig sinds ik een kleine jongen was. Hoe dat precies zit weet ik niet meer, het moet te maken hebben met mijn drang naar avontuur dichtbij huis. Ik vond het mooie beesten en ik zou willen dat ze terugkeerden naar Nederland, zodat we hier ook iets gevaarlijks hadden. Ik heb er al vaker over geschreven, en een paar jaar geleden was daar de eerste wilde wolf die Nederland bezocht. En nu is er één gesignaleerd op de Veluwe. Onze achtertuin.

We hadden natuurlijk al wilde zwijnen, en voor de vorm zeiden we dat die gevaarlijk konden zijn, maar da’s natuurlijk flauwekul. Zwijnen rennen hard weg als ze je zien. Nu maakt één wolf nog geen wildernis, maar het is een beginnetje. Overigens word ik niet gelijk al te enthousiast, want in tegenstelling tot een blij ei van natuurmonumenten die zegt dat er in Nederland kennelijk ruimte is voor een “toppredator”, roep ik dat pas als hij binnen twee weken niet wordt doodgereden.

Ik denk eerlijk gezegd niet dat wolvenfamilies zich hier gaan vestigen. Daarvoor is het hier te druk, en is er teveel verkeer. Het zal wel bij een enkele verkenner blijven. Die er dan vervolgens achterkomt dat alle natuurgebieden zijn afgezet met hekken en wildroosters en hij niet naar binnen kan. En dus zijn familie niet laat overkomen. Ja, voor wolven zijn we keihard.

Monster

Vandaag liepen we een keer met z’n vieren in het bos om de hond uit te laten. Komt zelden voor want meestal ga ik alleen. Ik was ’s ochtends al gaan fietsen met Tammar, wat ook niet vaak voorkomt, maar vergeleken bij dat eerste, overvloedig. Beweging is belangrijk.

Wij hadden de hond uit het vorige logje weer meegenomen en beide honden rosten door het moeras dat het een lieve lust was. Tot er uit tegenovergestelde richting een man aankwam met een klein hondje, Monster. Toen Milo (da’s pas een monster) een kijkje ging nemen maakte Monster zich uit de voeten. Het baasje ging er achteraan en wij liepen verder. Na een kwartier kwamen we het baasje weer tegen, zonder Monster. Spoorloos. Het hondje had de benen genomen. Wij zochten maar even mee, maar na een uur was hij er nog niet. De baas had inmiddels zijn fiets opgehaald om sneller te kunnen zoeken. We hadden zijn telefoonnummer gekregen, mochten we Monster vinden. Ik maakte me een beetje zorgen, want Monster was maar klein, en de roofvogels die er vlogen, groot.

We reden naar huis, met een ronde om het natuurgebied heen om te kijken of we Monster nog ergens zagen. Maar nee. Eenmaal thuis informeerden we per app naar Monster, maar die was nog steeds spoorloos. Ik was bang dat het hondje verdronken was, het gebied is erg drassig, ik had al natte voeten van het zoeken, en sommige stukken waren ronduit verraderlijk. Ik besloot mijn fiets te pakken en terug te gaan naar het gebied waar Monster was zoekgeraakt. Aan de andere kant van het gebied zag ik haar baasje weer en nog steeds geen spoor. Het was nu bijna twee uur geleden en we moesten nu serieus gaan zoeken in het drassige gras, de rietkragen en de bosjes. Ik ging te voet de vlakte op en het baasje deed hetzelfde op een ander punt.

Maar toen kwam na tien minuten het verlossende appje, hij was gevonden. Goddank. Het baasje kwam me tegemoet en bedankte me oprecht voor het helpen zoeken. Een kleine moeite natuurlijk, als het mijn hond was geweest zou ik het ook fijn gevonden hebben als er hulptroepen kwamen. Monster was zelf naar huis gelopen. Zo eindigt het een spannend avontuur meestal in Nederland. Een soort van moeras, roofvogels, vossen, ik begon de moed al op te geven om hem nog levend terug te vinden, staat-ie gewoon thuis. Nou ja, eind goed, al goed. Ik had mijn beweging weer gehad vandaag.

Losse flodders

Het spannende avontuur is ten einde. De gevonden munitie is zojuist afgeleverd bij en in beslag genomen door de politie. Laat ik vooropstellen dat ik vind dat de politie prima werk levert. Zo nu en dan. Maar ik weet nog vroeger dat ze recruteerden met de kreet: ‘als je mond je sterkste wapen is’.

Communicatie is in elk geval niet hun sterkste wapen. Dat gaat gewoon geen enkele keer goed. Ik zocht het nummer van de politie Epe op hun site en belde het. Ik legde uit dat we munitie hadden gevonden, dat ik in Vaassen woonde, en mij werd verteld dat ik nu met Utrecht belde en dat ik dus verkeerd zat. Ik sputterde tegen dat ik gewoon het nummer van Epe belde, maar mevrouw was onvermurwbaar en herhaalde: “ja, verkeerd, maar geeft niks, ik verbind u wel even door”. Dan ben ik natuurlijk al geirriteerd want mij wordt een fout in de schoenen geschoven die ik niet gemaakt heb.

Ik krijg de volgende aan de lijn. Ik vertel wie ik ben en waar ik woon, en of ik nu goed zit. Ja, ik zat goed. “Mooi, wij waren afgelopen weekend in Drenthe en zus en zo”…”Moment, ik verbind u even door met de politie Drenthe”. Voordat de man dat kon doen floot ik hem terug en zei dat ik niet de politie Drenthe wilde hebben, maar dat ik wilde weten wat ik met de vondst moest doen. Nou, dat wist de man ook niet, maar hij zou me laten terugbellen.

De volgende dag werd ik teruggebeld door een mevrouw en ik legde uit dat ik een kogelriem had gevonden. Of er nog kogels inzaten, vroeg ze. Daar was mijn ergernis weer. Ten eerste zou ik een lege kogelriem niet herkennen of melden en ten tweede had ik dat al twee keer verteld. Ik legde uit dat het losse flodders waren, maar nog niet afgeschoten -dat had ik inmiddels achterhaald- en dat die gevaarlijk waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei de agente. Maar of ik dan langs kon komen op het bureau, en dat er dan eventuele inbeslagname zou volgen. Maar, daar werd wel de nadruk op gelegd, ik moest niet om vijf voor vijf komen, want om vijf uur sloten ze. Dus ik moest vroeg uit mijn werk vertrekken, zodat een dienstdoende agent niet tien minuten hoefde over te werken. Ergernis, ergernis.

Vandaag meldde ik mij met Hans op het politiebureau, om een uur of kwart over vier, en de dienstdoende agente wist nergens van. Ze was wel vriendelijk, dat moet erbij gezegd worden. Of ik een afspraak had gemaakt. “Nee”, legde ik uit, “ik ben gebeld met het verzoek of ik langs kon komen op het bureau”. Ze bekeek de kogels en ik zei dat het waarschijnlijk ongebruikte losse flodders waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei ze. Ergernis, ergernis. Je bent potverdorie politie, je draagt een wapen, dan weet je toch wel hoe gebruikte en ongebruikte kogels eruit zien?

Ze liep naar achter en daar hoorde ik een gesprek met een hardpratende agent die wel gelijk zei, “het zijn losse flodders van het leger en die moeten in beslag worden genomen”. De agente kwam de boodschap overbrengen en vroeg bezorgd of ze ons wel verteld hadden dat in beslagname moest gebeuren?

Pff, het zijn hartstikke aardige mensen hoor, die agenten. En dat ze slecht communiceren, oké, oké, het zal wel, dat ze weinig verstand van kogels hebben vind ik opmerkelijk, maar dat ze zich godsamme drukker maken dat er niet overgewerkt moet worden dan dat ze mij gelijk instrueren hoe om te gaan met niet afgeschoten losse flodders, dat tekent voor mij toch wel een beetje de staat van het land. Kansloos als we aangevallen worden.

Een waar democraat.

Ik heb mijn democratische plicht gedaan en dat is nu eens niet ‘stemmen’, want dat is zo makkelijk, maar opkomen voor hen die zich niet kunnen verdedigen. ‘Hen’ zijn in dit geval twee zilveresdoorns die gekapt dreigen te worden door de gemeente. Ik had nog twee dagen om mijn bezwaarschrift in te dienen, en dat heb ik gedaan. Ik had nog nooit van zilveresdoorns gehoord, maar als ik uit mijn raam kijk staan er twee grote bomen die dat kennelijk zijn.

Iemand had een kapvergunning aangevraagd om er drie extra parkeerplaatsen aan te leggen. Voor drie extra parkeerplaatsen moesten deze twee zogenaamde toekomstbomen, beeldbepalend voor de buurt, wijken. Want de parkeerdruk zou te hoog zijn, en bovendien zou de verkeersveiligheid gebaat zijn bij die extra parkeerplaatsen.

Nee, dit overstijgt de democratische plicht van het stemmen. Dit is waar de democratie pas echt om gaat! Opkomen voor de zwakkeren en voor hen die geen stem hebben. Het zal wel niks uithalen, maar als ik straks naar een kale betonnen vlakte zit te kijken, hoef ik het mezelf in elk geval niet te verwijten. Hoewel ik me nog zou kunnen vastketenen aan een van die bomen. En mijn kinderen aan de ander. Er was trouwens ook nog een paardenkastanje in het kapproject betrokken. Maar die staat in een andere straat, dus daar heb ik geen bezwaar tegen gemaakt. Niet omdat ik niet om paardenkastanjes geef, maar omdat ik me niet wil bemoeien met politiek buiten mijn straat.

Ondernuts

Ik fietste vandaag naar Epe, mijn kroost moest mij verplicht en met tegenzin vergezellen. Ik wist ook niets beters, maar als ik niet ingreep zat mijn kroost de hele dag achter de computer. De enige bestemming die ik kon bedenken was Hans toekomstige school, dan wist hij vast de weg. Tammar werd snel enthousiast, maar Hans zorgde dat hij steeds verder achterop raakte, zodat hij mij flink irriteerde.

Toen we aankwamen zei hij: “mooi, kunnen we dan nu terug?” Ja hoor, dan kunnen we terug. Ik maakte nog even een foto om aan het thuisfront te laten weten waar we waren -het thuisfront waardeert het erg als ik Hans de weg wijs- en op dat moment kwam er een stel met een hond en een kind aanlopen. Ik zag eerst de vrouw, natuurlijk, blond, slank en een zonnebril, en toen pas de man. Het mannetje. Ik dacht nog, hoe komt dat ventje nu weer aan zo’n vrouw, maar toen zag ik het. Het was een ex-international, ex-Ajacied en huidig technisch directeur van Ajax. Ik noem geen namen uit privacy overwegingen.

Ik zei tegen Hans: “dat is Marc Overmars, die ken je toch wel?” “Jawel, dat is toch de Marcel Brands van Ajax,” zei hij? Vanaf dat moment klaarde zijn humeur op. We gingen niet vragen om een foto of handtekening, want dat zou nergens op slaan, omdat wij altijd grapjes ten koste van Ajax maken. Dan kun je nu ook niet om een handtekening vragen, dat is een belangrijk principe. Tenminste, dat was het vroeger. In deze tijd kun je beter met alle winden meewaaien, dat brengt je veel verder.

Op de foto die ik maakte had ik per ongeluk het gezin Overmars vastgelegd. Heel in de verte en onherkenbaar. De laatste keer dat ik hem tegenkwam is 25 jaar geleden, in een disco, ook in Epe. Hij had toen al de mooiste meiden om hem heen. Allemaal hoopten ze in de gunst te komen van de jonge Ajacied. Maar er kon er maar een winnen. Die liep nu naast hem. Labrador en zoon erachter. In de zon. Gewoner kon het niet.