Stappenteller

Onlangs kwam ik erachter dat er op mijn iPhone een stappenteller zit. Geen idee hoe zoiets werkt, maar het ding telt mijn dagelijkse stappen en weet ook nog hoeveel trappen ik heb gelopen. Zolang je je onbewust bent van deze ingebouwde bemoeizucht, is er geen probleem. Maar zodra je het weet, klik je er toch af en toe op en zie je steevast de mededeling: Zit minder. Beweeg meer. Wees actiever. Ik heb het nog niet anders gezien. Vandaag deed ik welgeteld 3983 stappen en vijf verdiepingen. Veel te weinig volgens Jobs. Maar ik ben verdorie net tijdens het uitlaten van de hond vergeten mijn iPhone mee te nemen. En ik ben nog een paar keer van zolder naar beneden gelopen om koffie te halen, zonder mijn iPhone in mijn zak. Eigenlijk zou je dat dus geen bal moeten kunnen schelen, want het resultaat is hetzelfde. Je doet het tenslotte voor je lijf, niet voor Jobs. Maar toch wringt het dat ik die phone niet bij me had. En zo krijgen ze ook mij langzaam in hun macht. Ze zorgen dat ik mijn telefoon spastisch bij me ga dragen, om zo al mijn gangen te kunnen volgen. Het proces is al onomkeerbaar, nog even en ik ben hun slaaf.

Musk

Elon Musk, het grote wonderkind uit Amerika, stuurde een raket met daarin zijn geesteskind, de elektrische Tesla de ruimte in om daar voor eeuwig in een baan om de zon te cirkelen. De raket spuwde net zoveel C02 uit als dat al zijn Tesla’s bespaarden, gok ik zo. Ik weet het niet met meneer Musk. Ik vertrouw hem niet, net als Steve Jobs en in tegenstelling tot Bill Gates. Waarop dat wantrouwen precies geschoeid is, dat weet ik niet. Want het is ontegenzeggelijk knap wat de beste man allemaal doet. Paypal en Tesla komen van zijn hand, en nu is de man ook nog ruimtepionier die reizen naar Mars mogelijk wil maken. Misschien is het zijn ondernemersdrang die tegengesteld is aan de mijne. Waarom naar Mars als de Aarde veel beter is? Waarom Tesla, zonder fiscale stimulans zou niemand zo’n ding rijden. Maar dat is het niet. Het is de typische Amerikaanse hysterie die me tegenstaat als de man iets doet. Het gaat vergezeld van een geindoctrineerd zooitje juichende werknemers wier rol nog de jaloezie zou opwekken van een Noord Koreaans dictator. Klapvee onder een zweep. Elon wil graag als redder van de wereld te boek komen te staan. Ik zie hem eerder als de grote schurk in een James Bond film.

Belastingparadijs

Met lede ogen zie ik aan hoe mijn beste vriendje van vroeger, die ik uit het oog verloor toen ik dertien was, en dankzij sociale media sinds een paar jaar weer in het oog heb, zich heeft verschoven naar de harde rechtse kant van de maatschappij. Opruiende commentaren over de doodstraf, zelfs voor een inbraak, stemmingmakerij over al het belastinggeld dat wordt afgepakt van de hardwerkende mens en verdeeld wordt over alle gelukszoekers die ons land komen overnemen. Ik schrik van het feit dat hij zich niet heeft beschaafd. Anders kan ik het niet noemen. Weet hij dan niet, of weigert hij in te zien dat Nederland zo gek nog niet is? Heeft hij niet gezien dat de Nederlanders de afgelopen weken het hoge water hebben weten te bedwingen? Waar dat met dezelfde waterstanden 20 jaar geleden nog misging? Ik noem het hier een belastingparadijs. Er worden ook nuttige dingen mee gedaan. En als je minder draagkrachtig bent, zijn je voeten in dit land net zo droog als die van degenen die onder het hoogste tarief vallen. Da’s toch mooi.

Kerstdiner

Ben gisteren weer eens uit eten geweest met mijn werk. Een zevengangen tent, met uitleg over wat je krijgt. Inmiddels heb ik het daar wel mee gehad. Uit respect voor de meisjes die hun verhaal staan te doen, luister ik wel naar wat voor wijn ik krijg, maar het interesseert me geen ene reet. Ook alle details van het eten boeien me niet. Ik kan er dan ook wederom niet veel over vertellen, maar ik ga het toch proberen. Het begon met een amuze. Ik ben gek op amuzes, ooit zou ik nog wel een amuzestruik in de tuin willen hebben. Daarna kwam er iets groens in een schaaltje. Er zat ook kaviaar bij. Erg lekker. Eendeborst heb ik gezien. Risotto. Hertenbiefstuk. Rabarberijs. Allemaal lekker, maar vergeleken bij babi pangang stelt het niet veel voor.

Ik nam maar af en toe een slokje wijn, ik moest nog rijden. En een bobarrangement klinkt leuk, maar daar word je straalbezopen van. Zeven keer een half glaasje wijn is volgens mij nog veel te veel. Dus ik hield het bij twee halve glaasjes. Maar, dan zul je net zien, dan krijg je net geen uitleg, dus ik protesteerde. Wat voor mijn collega weer aanleiding was om de serveerster (daar is vast een mooie engelse term voor) erbij te roepen om toch nog even uitleg te komen geven. Geen idee meer, maar het zou de smaak van de hertenbiefstuk versterken. Ik zei dat ik de proef op de som ging nemen, want ik hou niet van lulverhalen. Dus eerst een hapje hertenbiefstuk, toen een slokje wijn, en toen nog een stukje hertenbiefstuk, en inderdaad, de biefstuk smaakte ineens enorm naar witlof, constateerde ik. Dat scheen te komen omdat ik ook witlof nam in plaats van biefstuk. Nou ja, ik had het even niet gezien.

Ik ben een beetje klaar met deze aanstelleritus. Ik ben verdorie 48 en moet ik mijzelf nu nog steeds voor de gek houden? Er kwam nog een gang met een enorm bord met iets enorm kleins erop. Ik kon het niet laten om tegen mijn collega te zeggen dat mijn bord niet goed was afgewassen. Hij moest daar erg om lachen, en gelukkig maar, ik heb ook wel eens met iemand gezeten die dan zei: ja, als je niet van lekker eten houdt, dan moet je niet naar zo’n restaurant gaan. Sta je gelijk te boek als iemand die van goor eten houdt, en in zijn eigen hoofd klopt die onzin allemaal weer. Nee, mij niet gezien. Morgen weer een kerstdiner met m’n andere werk. Pfff.

Humor is geen kunst

Humor is de hoogste kunstvorm, aldus Theo Maassen. Alle andere kunstvormen kregen er van langs, vooral de schilderkunst. “Hop, drie emmers verf, kwak het tegen een doek, en je hebt een schilderij dat ze ophangen in een museum. Hoe groot denkt u dat de kans is dat als ik drie emmers met plakletters tegen de muur kwak, ik een volledig cabaretprogramma heb?”

Ik moest erg lachen om de show van Theo, maar over zijn stelling kun je discussiëren. Ik moest keihard lachen om misschien de grofste grap die ik ooit hoorde, maar ik moet er wel bijzeggen dat die ten koste ging van een groep die ik zelf ook graag in de zeik zet. Als het ten koste was gegaan van mijzelf, had ik hem waarschijnlijk minder leuk gevonden. Ik stikte ook van het lachen bij ordinaire poepgrappen van hem. Ik heb het ook bij Geer en Goor. Terwijl ik daarna zuchtend zat te kijken naar een stukje van Youp, die volgende week op tv komt. Ook om Freek hoef ik amper te lachen, maar ze boeien me wel.

Ik keek “Er ist wieder da”. Een komische film over Adolf Hitler die, zonder dat hij snapte hoe, in deze tijd terecht was gekomen. De mensen van deze tijd dachten dat hij een komiek was, want Hitler is immers dood. Ze moesten om hem lachen, maar vonden hem ook wel een beetje eng, aangezien hij een scherpe visie op de maatschappij had, die hij graag deelde op een podium. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de duivel in hem, hij was voor de hedendaagse Duitser gewoon een discussiepartner. Tot iemand in de gaten kreeg dat hij het echt was, en het verhaal waarschijnlijk zich alleen in zijn hoofd afspeelde. Kijk, dat vond ik kunst, die film. Ik moest er niet om lachen, maar ik vond hem wel goed.

Mijn conclusie is wanneer humor kunst wordt, humor niet meer om te lachen is.

Karma

Ik wil er wel graag in geloven, en eigenlijk zit het er zo keihard ingeramd dat ik het ook geloof. Dat boontje om zijn loontje komt. Het is natuurlijk niet zo, maar soms gebeurt het wel. Een cadeau van de voorzienigheid.

Dit gaat niet een geheel schoon logje worden, maar ik vind het geweldig dat iemand Tim Hofman (niet te verwarren met Tom) een zodanige oplawaai heeft verkocht dat hij zijn kaak heeft gebroken. Natuurlijk mag je dat niet vinden en moet het politiek correct met de politie worden opgelost. Zo zou ik het zelf ook gedaan hebben, maar nu iemand anders het anders heeft opgelost, prima. Tim valt op etterbakkerige wijze binnen bij een bedrijf dat niet netjes heeft gehandeld in plaats van daar een advocaat op te zetten. Hij weet daarbij precies wat zijn eigen rechten zijn en denkt zich ook beschermd te weten door de aanwezigheid van de camera. Daardoor staat hij 5-0 voor, dacht hij. Maar nee, het licht ging even uit voor Tim. Prima. Nu lag zijn kaak even in tweeën, en dat blijft een gevoelige plek.

Natuurlijk heeft Tim aangifte gedaan bij de politie, want zo’n publieke afgang kan hij natuurlijk niet lijden. Hij was gewapend met zijn camera, zijn scherpe bek, en dacht dat hij beschermd zou worden door deze intimidatie van de ander. Een misrekening en volkomen verdiend.

Natuurlijk keur ik dit geweld voor de vorm af. Ik zou het zelf ook zeker niet doen. De beste optie is, mocht een vervelende vlogger of presentator het in zijn hoofd halen om uw bedrijf ongevraagd binnen te vallen, schors dan de vergadering, bel de politie, zeg niks en wacht rustig tot ze hem komen ophalen. En zwaai hem vrolijk uit als de politie hem verwijdert. Film dat en zet het op youtube. U wint dan glansrijk.

De reformatorische camping

Er schijnt zoiets te bestaan als een reformatorische camping. Ik wil er niet gelijk een oordeel over vellen, maar oh gruwel. Ik hoorde er vandaag van. Een man, wiens vrouw nog fanatieker was dan hij, vertelde het. Zijn vrouw zat op die camping met hun kinderen. Er was een speeltuintje, waar de kinderen zich konden vermaken. Ze speelden met kinderen van een ander gezin. Alleen mochten die kinderen niet op zondag naar het speeltuintje. Moesten dus maar een beetje voor zich uit gaan zitten staren. De kinderen van de verteller mochten wel, en dat had de kinderen van degenen van wie het niet mocht, ook in verzoeking gebracht. En daar kwam dus heibel van. Gereformeerde heibel.

Ze hebben het wel eens over misdaden die gepleegd worden in naam van het geloof, maar dit vind ik toch ook wel triest. Voor de kinderen. Wat kinderen in het gelovige Nederland allemaal is aangedaan op de dag des Heeren, ik wil het niet eens weten. Ik vraag me af hoe God hier zelf over denkt…