Madrid

Volgende week ben ik een kleine week in Madrid. Ik had gewoon in de accountancy moeten blijven, daar doen ze niet aan die fratsen. Ik heb nog geluk want het had ook Dubai kunnen worden. Wat je daar toch moet? Kamelen en geen alcohol. Je hebt toch minimaal alcohol nodig om zoiets te doorstaan? Het gaat ook echt nergens over, die zogenaamde teammeetings. Het enige waar ik het nut een beetje van inzie is dat je weet wie je collega’s zijn. Kom dan met z’n alleen naar Nederland, zou ik zeggen, maar ja, hier zijn je collega’s snel uitgekeken. En oké een ontmoeting met je collega’s mag dan nuttig zijn, maar het zou nog veel nuttiger zijn als het bedrijf eens duidelijke procedures op 1 plek zette.

Voor de vorm brengen we weer allerlei problemen mee naar de meeting, die brengen we daar dan ter tafel, vervolgens gaat er iemand nooit meer naar kijken om er zeker van te zijn dat het probleem blijft bestaan, anders heb je geen reden meer voor een volgende meeting. En we krijgen een nieuw systeem waarin straks alle problemen tot het verleden behoren. Dus dan ben je gauw uitgeluld.

Ik vind het niks allemaal, je bent vier dagen weg voor dit soort onzin, je zadelt je gezin op met stress omdat er taken overgenomen moeten worden (ik doe ook nog wel iets in huis) en zelf zit ik vier dagen eenzaam te wezen op een hotelkamer nadat ik tijdens het avondprogramma geacteerd heb dat het leuk was. Blij als het volgende week donderdagavond is.

Werkweek

Ik las over een Chinees bedrijf waar je niet hoefde te solliciteren als je niet bereid was om werkweken van 72 uur te maken. Elon Musk (die van Tesla) was het daarmee eens en zei dat hij soms wel eens 120 uur per week werkte. Dat betekent zeven uur slaap per etmaal en de rest is werken. Ik heb het vaker gezien, mannen die hun werkweek benoemden. Ze werkten al gauw 12 uur per dag. Efficient is het allemaal niet. Ze rekenen ook het uit eten gaan met klanten mee als werk. En hun oeverloze gezwam rekenen ze ook mee.

Na zessen neemt mijn hersencapaciteit af. Als ik een dag heb zitten denken en rekenen is het om die tijd wel klaar. Dat zal helemaal gelden voor iemand die lichamelijke arbeid verricht. Iemand die verantwoording draagt over de veiligheid van anderen mag niet eens zoveel werken. Dat zou levensgevaarlijk zijn. Mijn conclusie is dan ook dat als je zoveel uur per week werkt, je werk niet echt belangrijk kan zijn. Anders zou je het nooit vol kunnen houden.

 

Landgenoten!

Thierry Baudet, dat is Frans voor Dirk Ezel, won laatst vanuit het niets 13 zetels in de Provinciale Statenverkiezingen. Dat was knap van hem. Een beetje dom van de anderen vond ik het ook, want Thierry c.s. konden ongehinderd een aantal keren per uur via de radio een reclameboodschap de lucht in slingeren over hoe slecht Rutte wel niet was. En als je gevoelig bent voor reclameboodschappen dan kon je hier wel eens door beïnvloed raken.

In elk geval, we wensen Thierry veel succes. Zelf zou ik hem wel willen aanraden wat bescheidener te beginnen. Het behalen van 13 zetels voor de provinciale staten verkiezingen -niemand weet precies waar dat voor dient- was voor Thierry reden om een “I have a dream-achtige” speech te houden die verder niemand begreep. Alsof we aan de vooravond stonden van een meteorietinslag die de vernietiging van het leven op aarde zou betekenen. Alsof hij in zijn eentje de tweede wereldoorlog had beëindigd en nu het voortouw moest nemen in een nieuwe koers. Alsof hij aan de rode zee stond en de zee had laten wijken om zijn aanhangers er door te laten.  Ik hou er niet zo van. Ik weet hoe dit soort dingen zijn weerslag heeft op de gewone man. Had je vroeger slechts coaches voor sporters, tegenwoordig heb je ze ook voor werknemers. Masseurs, idem dito. Zei je vroeger tegen een kamer, “ik neem hem”, tegenwoordig moet je je aan de verhuurder presenteren en hem overtuigen waarom jij de beste huurder bent.

Ik ben dus bang dat als je straks in je bedrijf verkozen wordt tot BHV-er, je er ook een speech aan moet vastknopen. Dat als je mag toetreden tot de personeelscommissie, je ook een speech klaar moet hebben. En dat we straks meer sprekers dan toehoorders hebben. Laat het speechen nou over aan mensen die daar echt voor in de positie zijn en voor momenten dat mensen daar ook behoefte aan hebben. Zoals wanneer er een meteorietinslag dreigt, of je hebt net de oorlog beëindigd, of je staat aan de rode zee en laat deze wijken. Maar 13 zetels in de eerste kamer, kom op zeg. Big deal.

Stakingen in het onderwijs

Het ‘onderwijs’ staakt. Het beoogde doel is meer geld, minder werkdruk. Hoeveel meer geld en hoeveel minder werkdruk is me niet duidelijk. Het enige wat ik snap is dat leraren van de basisschool meer gelijkheid willen tussen docenten op een middelbare school en henzelf. Maar daar zijn de docenten in het middelbare onderwijs weer niet mee gediend. Bovendien kun je dat ook oplossen door die laatste groep minder te betalen, maar het lijkt me dat dat niet de bedoeling is.

Ik zit niet in het onderwijs, maar ik ervaar momenteel ook werkdruk. Van ’s ochtends vroeg tot vaak ’s avonds vroeg wordt het uiterste van mij gevraagd.  Ik moet zeggen dat ik het ook wel eens helemaal gehad heb. Ik zou dan ook wel alle schoolvakanties vrij willen hebben. Ik heb pas één dag vrij gehad sinds de zomervakantie. Het verschil met een leraar is waarschijnlijk dat ik doe wat ik leuk vind, en waar ik goed in ben. Een leraar moet er veel nevenfuncties bij uitvoeren. Hun administratie is vaak een zootje weet ik uit betrouwbare bron, en hun bereidheid tot het volgen van de moderne procedures is niet bepaald hoog te noemen. Hetzelfde geldt voor huisartsen trouwens, met als verschil dat die wel moeten, omdat het hun eigen praktijk is. Leraren zijn meer geneigd die procedures te laten schieten omdat ze er zelf geen baat bij hebben.

Ik heb hetzelfde met dingen die er in het bedrijfsleven bij schijnen te horen, maar waar ik geen enkele baat bij heb. Ik noem maar wat: calls, webexen, vergaderingen,  presentaties, all-hands meetings, wat eigenlijk allemaal hetzelfde is en welk doel het dient is me na al die jaren nog niet duidelijk. Ik denk dat het iets te maken heeft met het aan het werk houden van diegenen die zichzelf erg graag in de schijnwerpers zien staan. Wat ik er van onthou is meestal niks, en de vragen die ik heb worden toch niet met een oplossing beantwoord, en er gaat onnodig veel tijd zitten.

Kortom, iedereen moet gewoon doen waar hij goed in is, en moet daar anderen vooral niet mee lastig vallen. Dus leraren geven les, boekhouders houden boek, en huisartsen artsen huis. Dan heb je veel minder werkdruk. Dan kunnen calls, webexen en weet ik het allemaal afgeschaft worden, gegoten worden in de vorm van een email, en leefde nog iedereen lang en gelukkig.

Moment of fame

Wat wij hier cabaret noemen, hebben ze in Amerika ook, maar ik geloof dat ze het daar stand-up comedy noemen. De cabaretiere was Ellen Degeneres, bekend van haar show, maar oorspronkelijk was ze stand-up comedian. En ze deed het best aardig vond ik, niet dat compleet overspannen Amerikaanse gedoe. Ze deed me in de verte zelfs denken aan Toon Hermans, met haar rustige voorkomen en haar visuele imitaties van alledaagse gebeurtenissen.

Alleen dat publiek zeg, wat zijn Amerikanen toch van plastic. Instemmend gejoel na elke grap die ze maakte over haar coming-out, waarschijnlijk om te laten merken hoe ruimdenkend ze zelf wel waren, en zodoende tegelijkertijd hun bekrompenheid laten blijkend. In Europa toch al een jaar of dertig niet interessant meer. Maar waar het pas echt mis ging was toen Ellen na afloop het publiek de kans gaf om vragen te stellen. Dan kunnen ze zichzelf echt niet meer helpen, en staan ze de meest rare capriolen uit te halen om de aandacht te trekken zodat ze microfoon krijgen. En als ze die dan krijgen dan stellen ze niet een vraag, maar gaan ze eerst zichzelf aanprijzen om uiteindelijk, nadat ze zichzelf volledig voor lul hebben gezet bij een stomme vraag uit te komen. In Nederland zouden ze met de grond gelijk gemaakt zijn door de cabaretier.

Mensen die in Amerika zijn geweest vertellen me wel eens dat Amerikanen in het echt heel aardig zijn, en niet zo dom als ze overkomen. Waarom ze dan zo dom overkomen is me een raadsel. Ik ken er via mijn werk een aantal, en het zijn over het algemeen rare lui. Misschien kent u de uitdrukking “een te grote broek aantrekken”, dat geldt voor Amerikanen letterlijk en figuurlijk. Zij schijnen onze bescheidenheid maar vreemd te vinden. Gelukkig begint het publiek van Jan Dino en andere hysterische stand-up comedians zich ook steeds meer te laten horen. Want het is natuurlijk vreemd dat de man of vrouw op het podium meer aandacht krijgt dan jij, Jan Publiek, die toch zeker ook recht heeft op zijn moment of shame.

Jimmy Johnson vs Patrick Huisman

Sommige dingen zijn toevallig, of ze worden zo door je geest gemanipuleerd dat ze toeval lijken. Beide namen in de titel zullen u waarschijnlijk niks zeggen, en mij zei alleen de laatste iets. Patrick is een Nederlands coureur en in 2005 schreef ik iets over hem. En vanochtend bij het opstaan dacht ik daaraan, ik weet niet waarom. Maar Patrick mocht destijds in een F1 auto rijden, en toen hij daarna gevraagd werd hoe het was antwoordde hij: abso-fuckinglutely better than the best sex. Zijn moedertaal is Nederlands en de vraag was ook in het Nederlands. Ik denk dat hij wat indruk probeerde te maken op de popiejopies van de de F1, Olav Mol en Tom Coronel.

Daarnet keek ik een filmpje van Jimmy Johnson, een Amerikaans Nascar kampioen, die een paar rondjes in de F1 auto van Fernando Alonso mocht rijden. Op de vraag wat hij er van vond, antwoordde hij: Ik denk dat ik nog weken blijf glimlachen. Het is de meest opwindende gevoel dat ik ooit in een auto heb gehad. Vergelijk het met gevoel dat je hebt als kind, als je met kerst de kamer binnenloopt en de kerstboom staat er. 

De bescheiden Nascar kampioen uit Amerika tegen de opgeblazen Porsche cup coureur uit Nederland. Vanochtend dacht ik aan die aanstellerige term van Huisman, en zojuist laat een Amerikaan zien hoe je het ook kunt omschrijven.  

Een flesje bubbles

Ineens was het alweer gebeurd. Ik had het nooit gehoord, want dan had ik er iets aan gedaan, maar ineens hoorde ik het overal. Het is erin geslopen en voordat ik het wist was het ingeburgerd. Een flesje bubbles. Een flesje bubbles! Iedereen heeft het over een flesje bubbles! En daar bedoelen ze dan champagne mee.

Nu vind ik champagne al uit de hand lopen, maar als je het dan “een flesje bubbles” noemt, loop ik gillend naar huis. Dat is de enige plek waarvan ik zeker weet dat ik er die term niet zal horen. Wat de mensheid bezielt, ik heb het me vaak afgevraagd, maar ik geloof niet dat het tij te keren is. Ik ben de strijd tegen gekte aan het verliezen. Wat moet ik nu doen? Me aansluiten bij de flesje bubbleszeggers om niet uit de toon te vallen, of moet ik het belachelijk gaan maken en op dat moment een fles Spa rood opendraaien? Ligt dit nu aan mij? Waarom pakken ze die mensen niet op, die dat zeggen?

Een collega viel binnen en kwam iets vragen over Linked-in. Ik zei dat ik het niet wist, omdat ik nooit op Linked in keek. Hoe ik dan ooit aan een andere baan dacht te komen, vroeg ze verbaasd. Tja, daar had ik natuurlijk niet van terug. Goh, nooit over nagedacht. Hoe deed ik dat vroeger eigenlijk? Tijd voor een flesje bubbles.