Gas erop

Mijn auto had tijdens de kou vorige week een probleem. Nadat ik hem warm had gereden trapte ik het gas in. Tweeduizend toeren, drieduizend toeren, en er lichtte een lampje op. Een oranje steeksleutel. Ik deed het nog een keer en er ging een rood lampje branden. Stop! Ik dacht, laat ik stoppen, maar de motor was er al mee gestopt. Ik stuurde de auto een zijweg in, maar moest uit alle macht aan het stuur trekken omdat de bekrachtiging was weggevallen. Ik startte de motor opnieuw, de lampjes bleven uit en ik kon door. Ik gaf weer vol gas, en het lampje ging weer branden. Nogmaals vol op het gas en de motor sloeg af. Zolang ik rustig reed was er niets aan de hand, maar bij vol gas ging het mis. Toen de kou na drie dagen minder werd, was het probleem ook weg.

Ik liet mijn auto even uitlezen door een doorgewinterd monteur. Hij sloot de snoeren aan, trok een zorgelijk gezicht en keek op het scherm van de computer. Iets met brandstofdruk die weggevallen was. Hij wiste de melding en zei dat het de kou geweest was. Hij stuurde me weg met twee woorden. “Gas erop,” zei hij. En ik zou dit hele logje niet geschreven hebben als hij dat niet gezegd had. Ik vond het zulke mooie woorden, die twee woorden die betekenden dat er geen probleem was, en dat die ook nooit groter konden worden dan dat hij kon oplossen. Zelfs dat mijn motor nog koud was deerde hem niet. Dit was een man die zwarte rookwolken uit een diesel wil zien. Gas erop! Een prachtig advies van een ervaren automonteur. Uiteraard reed ik gewoon rustig terug naar huis. Het was tenslotte mijn motor die nog koud was.

Daar ging je bijna.

Ik trapte net voor het eerst van mijn leven door de remmen heen. Ik dacht dat dat een jaren zeventig gevaar was. Even daarvoor had ik nog op hogere snelheid moeten remmen, als het daar was gebeurd had de auto het niet kunnen navertellen in elk geval. Nu was het in het dorp, er kwam een auto van rechts, ik remde maar er gebeurde niks en ik reed zo de kruising op. De auto van rechts bleef gelukkig staan en ik kon er langs. Ik dacht in eerste instantie dat het ABS ingreep en dat het glad was, maar er was waarschijnlijk een remleiding gesprongen. In de eerste versnelling reed ik naar de garage en parkeerde hem daar. Ik had de auto vlak daarvoor nog door de wasstraat gehaald en uitgezogen. Een hond achterin was onrustig door het vuurwerk en door het langzame rijden en sprong uit de kofferbak op de achterbank en de voorstoel met z’n smerige poten. Dat vond ik haast erger dan die kapotte rem. Terwijl ik gewoon geluk had dat dit niet drie minuten eerder gebeurde, want toen remde ik een stuk harder.

Er zit in moderne auto’s -deze is 16 jaar oud- een diagonaal gescheiden remsysteem, dat is speciaal bedoeld voor als er een remleiding springt. Dan heb je dus nog één rem voor en één rem achter. Nou vergeet het maar dat je daar iets aan hebt. De remkracht die je dan nog hebt is vergelijkbaar met het zwemmend proberen tegen te houden van een veerpont.

Motorweekend

Na jaren van afwezigheid ben ik aankomende week weer van de partij tijdens een motorweekend. Het motorweekend zal plaatsvinden van dinsdag tot en met donderdag en ik zal met de auto gaan. Waarom het een motorweekend heet, heeft te maken met de historie, toen er nog motoren meegingen en het in het weekend viel.

Ik geef toe dat het een beetje raar is. Vijf jaar geleden had ik nog een Alfa Romeo die je hoog in de toeren kon jagen, scherp stuurde en schakelde, en een prachtig geluid in zijn vooronder had. Dit jaar ga ik mee met een diesel. Hij schakelt wat hakerig, maar hij heeft wel een berg vermogen, en vierwielbesturing.

We gaan naar Duitsland, vroeger beschouwde ik het als aartsvijand nummer 1, nu ben ik iets losser, maar nog steeds op mijn hoede voor een eventuele inval. De initiator van dit hoegenaamde motorweekend wil liever niet naar België of Frankrijk, ik zoek nog naar de reden. Ik vermoed dat die op het culinaire vlak ligt, en daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Belgen en Fransen vreten allerlei gore zooi, Duitsers vooral vette zooi.

Ik heb voor vaderdag twee nieuwe CD’s gekregen, die ik wat harder zet zodat ik de nagelende diesel niet hoor. En verder ga ik fijn een stukje rijden.

Allez les bleus

laguna-2Ik heb genadeloos toegeslagen vandaag. Ik weet niet wanneer ik begon met zoeken, volgens mij in december, maar ik heb hem gevonden, de ideale auto voor mij in deze fase van mijn leven. Toen ik vorige week schreef dat ik er eentje had uitgekozen, is dat hem toch niet geworden. Dat was namelijk een zilvergrijze Laguna, en mevrouw Mack vond hem als ik het zachtjes uitdruk, saai. Dus had ik mijn zinnen gezet op een zwarte Laguna, met automaat. Maar de afgelopen week heb ik met twee automaten gereden, een conventionele en een DSG, maar ik kan niet overweg met het feit dat iemand anders dan ik bepaalt welke versnelling er wordt ingelegd. Dus die liet ik op het laatste moment ook schieten.

Sinds een paar weken stond er in mijn favorietenlijstje een mooie blauwe Laguna Estate met behoorlijk veel vermogen. Alleen de Alfa die ik had, had meer. En deze Renault was handgeschakeld. En ruim. En mooi. En had weinig kilometers.
Voila, mijn derde Franse Voiture. Het is nu Italië 4,  Japan 3, Frankrijk 3.

Aankooprechtvaardiging.

Ik heb mijn autokeus gemaakt, maar dat was nog geen eenvoudige opgave. Ik heb nu een geschikt exemplaar op het oog, en wil daar zaterdag naar gaan kijken. Het gaat allemaal gepaard met grote ergernis van mijn vrouw, die vind dat ik moet wachten tot maart, omdat in april mijn leasecontract pas afloopt. Maar vrouwen en auto’s, dat gaat niet echt samen. Die begrijpen het niet. Als het een hoogzitter met bekerhouders is, vinden ze het al goed. En ik heb naar hoogzitters met bekerhouders gekeken hoor, en om het nog een beetje leuk voor mezelf te houden zocht ik ze met enorme dieselaggregaten in het vooronder, en bijna was ik om. Tot ik  de reviews las en zag dat die motor niet de betrouwbaarste was die het betreffende merk ooit gemaakt had.

Ik heb zelf op het punt gestaan om een vierwielaangedreven terreinwagen te gaan kopen, een Japanner dus wat zou er in hemelsnaam mis kunnen gaan? Veel, volgens de reviews, ook hier zakte de moed me in de schoenen. Ik surfte van groot naar klein, van diesel naar benzine, ik verzon argumenten  om het allemaal weer goed te krijgen, en uiteindelijk ben ik uitgekomen bij de auto waar ik laatst al in proefgereden heb, en waarvan ik de meeste exemplaren in mijn favorietenlijstje had gezet. Op nummer twee staat de Fiat Croma, wat lijkt me dat een geweldige auto. Volgens de reviews uitstekend, en hoge kilometerstanden zijn geen probleem. Zeeën van ruimte op de achterbank, een lel van een kofferbak, zetels die je thuis zou willen hebben in plaats van je bankstel, en een motor van heb ik jou daar. Twee kleine nadeeltjes. Ik vind hem niet echt mooi, en hij is vrij zwaar.

Ik las laatst een aantal tips waarop je kon letten bij het kopen van een auto, omdat auto’s tegenwoordig een steeds hoger BMI percentage krijgen. Enerzijds door verplichte veiligheid, maar anderzijds door overbodige luxe, carrosserievormen en aandrijvingen. Een panoramadak bijvoorbeeld, weegt extra, maar laat ook veel warmte binnen waardoor de airco weer harder moet werken en de auto onzuiniger wordt. Vierwielaandrijving, het komt zelden van pas, maar je sleept wel altijd het gewicht van de constructie mee. En dan het ergste, er worden steeds meer SUV-achtige modellen verkocht, die qua ruimte niks toevoegen aan de auto waarop ze gebaseerd zijn, maar door het hogere model is er meer staal nodig en weegt de auto zomaar 150 kilo extra, die door een grotere motor gecompenseerd moet worden. Verder stond er nog een tip die iedereen kan toepassen, maar je moet er maar zin in hebben: tank je auto steeds maar halfvol. Je komt er makkelijk 200 km ver mee, en je rijdt constant met een lichtere auto, wat het brandstofverbruik weer ten goede komt.

De kunst met de aanschaf van een auto is dat je naar jezelf toeredeneert. Je aankoop rechtvaardigen. Cognitieve dissonantie, heet dat ook wel met twee lelijke woorden. Ik ben daar goed in. Zo moest het eerst een station worden, maar nu is dat niet per se nodig. Terwijl als ik een station had gekozen, ik gezegd had dat dat toch wel heel fijn is. Ik kan elke autokeuze rechtvaardigen. Als het allemaal doorgaat, vertel ik u volgende week wat het is geworden.

Geluk

Toen ik vanmiddag als laatste het kantoor verliet, wachtte mij een aangename verrassing op deze vrijdag de dertiende die anders dan andere vrijdagen de dertiende, geheel onopgemerkt aan mij voorbij was gegaan. Op andere vrijdagen de dertiende was er altijd wel een dj op de radio, een facebookbericht of een strip in de krant die je er op voorhand aan herinnerde dat het vandaag de dag des onheils was. Maar nu niet, deze vrijdag de dertiende had zich niet verraden, en werd pas door mij opgemerkt toen ik alweer thuis was.

De aangename verrassing was de vallende sneeuw. Het was een beetje blijven liggen op mijn auto maar het zag er desondanks wat nat uit. Maar toch, het vooruitzicht van de miljoenen vlokken die mijn voorruit zouden raken, maakte dat een lichte opwinding zich van mij meester maakte. Onderweg werd het nog beter. Ik luisterde naar de verkeersinformatie en het weerbericht, en ik bleek in de enige serieuze sneeuwbui te rijden die zich op dat moment in het land bevond. De sneeuw bleef voorzichtig liggen, maar werd onmiddellijk door alle auto’s tot gort gereden. Toch hielden de sneeuwvlokken dapper stand en begonnen langzaam het gevecht met hun vloeibare metgezel, de regen, te winnen.

Het verkeer begon langzamer te rijden, en ik besloot vroegtijdig een afslag te nemen, zodat de kans op niet gestrooide wegen het grootst waren. Ondertussen hield ik de temperatuur scherp in de gaten, die op dat moment precies 0 graden was. Ik had geluk, de sneeuw bleef liggen, het bandenspoor van de auto’s voor mij had even daarvoor nog het wegdek blootgelegd, nu bleef het wit. De temperatuur was gedaald naar -1 graden, en honderduizenden sneeuwvlokken vielen vrolijk om mij heen.

Een donkere avond, vallende sneeuw, winterbanden, een rustige weg, veel groter kan het geluk niet worden. Natuurlijk tartte ik af en toe de grenzen van de grip, die naar mijn zin nog veel te ver weg lagen. De gedachte ging door mij heen dat ik in Nederland altijd op zoek was naar de extremen, omdat de extremen niet zoveel voorstellen. Waarschijnlijk laat je het in Rusland wel uit je hoofd om van de hoofdweg af te gaan.

Toen ik de andere kant van de Veluwe bereikte, en ik me weer naar lager gelegen grond begaf, was de temperatuur gestegen tot het nulpunt. De wegen waren weer nat, geen lol aan te beleven. Maar ik had er ingezeten, in die ene sneeuwbui van betekenis die op dat moment in het land viel. Ik had haar met groot gemak bedwongen.

Repeterende droom

Ik had hem vannacht weer, mijn repeterende droom. Ik moet u er helaas mee vermoeien, want zo kan ik in naam van de wetenschap bijhouden wanneer de droom kwam. Overigens geloof ik dat het een nietszeggende repeterende droom is, en geen waarschuwende.

Ik had mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog, ik was vergeten hem te verkopen, en al die tijd had hij ergens ongebruikt gestaan. Andere keren dat ik erover droomde reed ik ermee, maar was de benzine bijna op, en tanken was kennelijk niet mogelijk, maar dit keer had ik hem laten opknappen in de garage om de hoek. En hem niet alleen, ook mijn Rode Fiat Punto GT had een grote beurt gekregen en was weer klaar voor gebruik. Ik verheugde mij op de rit naar mijn werk.

Ik heb deze droom zoals gezegd repeterend, en dit was de eerste keer, dus het is nu afwachten wanneer hij weer terugkomt.