Onverantwoord

Ik deed iets waarvan ik dacht dat ik het niet zou doen en het was zwaar onverantwoord. Voor het eerst gaf ik op de terugweg het stuur over aan Linda. Normaal rij ik het hele stuk zelf, maar omdat we nu om 16:00 vertrokken in plaats van wat we normaal doen, 8:00 uur, heb ik om 00:00 gewisseld, toen waren we net voorbij Dijon en ik probeerde nog wat te slapen voordat ik het stuur weer zou moeten overnemen. Dat lukte praktisch niet, maar soms kan vijf minuten genoeg zijn om je weer fit te voelen.

Toen ik mijn ogen opendeed reden we in Luxemburg en net op dat moment wist Linda niet waar ze heen moest. Ik keek snel op het bord en zei direct: “daarheen” en ze vervolgde de goede route. Dat is zo’n beslissend moment in je mannelijke leven, dat je exact op het juiste moment wakker wordt, je binnen twee seconden de juiste richting aangeeft aan je vrouw, en dat ze beseft dat ze zojuist gered is maar jij daar verder niet op terugkomt en je door vanaf dat moment wakker te blijven aan haar laat weten dat ze weer veilig is. Dat onthoudt ze de rest van haar leven, al is het onbewust. Net als al die keren dat ze bewust onthoudt dat je fout gereden bent.

Ze reed door tot een laatste tankstop in Limburg, waar ik het stuur weer overnam. Niet omdat ze moe was, maar omdat ze mij de kans wilde geven. Ik was wel moe en de opkomende zon maakt het er dan niet beter op. Het laatste stuk was afgesloten en ik kon niet over de A50, waar mijn geest rekening mee had gehouden als zijnde het laatste stuk. Nu werd het nog langer en moest ik omleidingsborden volgen door nauwelijks bekend terrein. Het onverantwoordelijke waar ik het eerder over had sloeg dus niet op het stuur over geven aan Linda even na middernacht, maar op het zelf blijven rijden het laatste half uur. Ik vocht tegen de slaap en besefte dat ik waarschijnlijk met drie Duvels achter elkaar op beter zou rijden. Linda sprak mij twee keer op harde en onaangename toon aan zodat ik schrok. Waarschijnlijk omdat ze me stoorde in mijn slaap. In elk geval, ik was blij dat we de oprit op reden, ik stapte uit en ging naar bed en werd vier uur later wakker. Het was 11:00 en ik was nog steeds moe.

Uitzicht

Ik zat net op de veranda en besloot dat het uitzicht dat ik had het mooiste uitzicht was dat ik ooit had, misschien op de borsten van een klasgenote op de havo na. De zon was net onder en Venus stond boven het middelgebergte te stralen. Het zag er ongeveer zo uit, al geeft de foto het slecht weer.

Als je zo zit op een ijzeren klapstoeltje en je ziet dit dan staat de tijd even stil en denk je niet aan het uitzicht dat je thuis hebt, namelijk op het huis van de overbuurman. Als ik thuis in de veranda zit is het iets beter dan dat, maar het komt nog niet in de buurt van wat je hier ziet. Dat geldt ook voor het rijden hier, ik rij vaak twee keer per dag de berg af en weer op. Laatst deed ik het zonder het gaspedaal te beroeren en de rem zo weinig mogelijk. Als een zeepkist ga je naar beneden maar een stuk minder gevaarlijk. Ik zwaai naar mensen die me voorrang geven en ze zwaaien terug. Sowieso zijn ze hier veel en veel beleefder dan bij ons. Ik loop laatst met de hond door het dorp, staat er een jongetje van een jaar of 13 tegen een muur aangeleund, zegt hij tegen mij in het Frans: “U heeft een mooie hond meneer, goedendag.” In Nederland zou ik op zijn best verwachten, “wat een mooie hond heeft u” maar meestal is het: “dat is een mooie hond!” Dat meneer en goedendag kennen wij sowieso niet meer, wat ergens best jammer is.

Mijn opa werd altijd een uitslover genoemd door mijn moeder als hij op de camping liep en iedereen in het Frans groette. Monsieur-dame! Maar dat was gewoon hoe het vroeger hoorde en nog steeds gebruiken ze een soortgelijke beleefdheidsvorm. In Nederland zou je zeker zestig jaar in de tijd terug moeten om hetzelfde te horen. Welke afslag hebben wij toen genomen?

Wat ik fout doe in mijn leven is dat ik maar twee weken per jaar leef zoals ik dat wil, en de overige vijftig zoals dat van me verwacht wordt. Hoe verander ik dat?

Frankrijk

Wat ik vrij apart vind nu ik het zie is het zwembad hier. Als je er niet bij bent zul je het niks bijzonders vinden maar toen we aankwamen was het zwembad wat groenig. Ik zag aanslag op de bodem en tegen de zijkanten en er stond iets in de Franse handgeschreven instructies over dat je er iets in moest gooien. Chloor waarschijnlijk. De eigenaars, een wat ouder stel, zeiden dat ik niks hoefde te doen. En inderdaad, we zijn nu een week verder en het zwembad is helder blauw. De aanslag op de bodem weg is weg, alles weer blauw, echt een vakantieplaatje. De kracht van een filter met chloor.

Het nadeel is wel dat ikzelf ook helemaal wit uitsla. Nog geen spatje bruin ondanks bloedverzengende temperaturen. Maar ik kom ook niet veel in de zon. Scheelt weer zonnebrandcrème. Volgend jaar zoeken we een minder hete plek. Niet eens voor onszelf, maar wandelen met de hond is er amper bij. In de buurt is geen riviertje, tenminste niet deze zomer, dus het is zes kilometer rijden om haar even te laten spelen in het water. Ik wil eventueel wel suggesties maar reacties die iets buiten Frankrijk suggereren worden direct verwijderd. Zeker als het Turkije, Kroatië, Griekenland of Thailand betreft.

Het dorpje met de winkels ligt 300 meter lager. Een genot om erheen te rijden, je auto op het plein te parkeren, een beetje Françaises kijken een boodschap te doen en op de klanken van Enter Sandman weer naar boven te scheuren. Ik weet ik ben er al iets te oud voor en ik weet niet hoelang dit nog door kan gaan zonder finaal voor lul te staan, maar tegen die tijd ga ik wel naar Kroatië.

Bakker

Ik zocht een andere bakker omdat Linda de croissantjes van degene waar we kwamen niet lekker vond. Ik stuurde mijn auto door centre ville en spotte een boulangerie, maar geen parkeerplaats. Ik reed iets door, een overvolle kleine parkeerplaats op maar er was geen plek. Ik draaide om en hoorde een klap. Een stoeprand die ik niet had gezien had een stuk spatbord van mijn auto losgetrokken. Chagrijnig gaf ik er een trap tegenaan en schopte het weer vast. Lichte schade, hoge kosten.

Toen ik een betere parkeerplaats had liep ik naar de bakker. Maar na een kilometer zag ik die nog niet, dus ging ik weer terug. Ik had 100 meter de andere kant op gemoeten. Deze bakker was nog kleiner en ik kocht brood. Zeven euro tachtig. Ik pakte mijn pasje maar de bakker gaf aan dat hij geen pinautomaat had. Ik had een vijfje en wat losse munten maar niet genoeg. De bakker zei dat er een pinautomaat op 35 meter zat. Dat zal ik verkeerd verstaan hebben want het was 350 meter. Ik ging terug, rekende af en reed huiswaarts. Het brood werd in elk geval gewaardeerd, dat was dan nog iets.

Frankrijk is niet geschikt voor Volvo’s. Ze komen de helling niet op en ze waarschuwen niet voor stoepranden. En je kunt ze niet keren op smalle weggetjes zodat ik elke keer 500 meter de verkeerde kant op moet om om te keren. Ik moet een andere.

Bordezac

Ik vraag mij af hoe het leven hier in de winter is.

Het uitzicht is hier prachtig, maar het dorp zelf heeft niks. Ik moet zes kilometer rijden voor een bakker en ook om met de hond water op te zoeken. De riviertjes hier zijn compleet drooggevallen en daar waar ik met Lori heenga staan waarschuwingsbordjes voor sterke stroming. Niet in juli in elk geval, want het water staat ondiep. Aan het strand eromheen zie ik dat het soms een meter hoger staat. Maar misschien wel meer.

Ik heb de helling opgegeven, ik dacht dat ik en de auto er wel aan zouden wennen, maar de stank die de auto voortbrengt als hij naar boven moet komt van de versnellingsbak, en die hou ik liever heel. Hoe ze zulke hellingen hier verzinnen is me een raadsel.

Verder is het weggetje hiernaartoe zo smal dat je niet kunt keren. Ik probeerde het maar ik ramde al een steen met de trekhaak. Het is hier geen omgeving voor Volvo’s. Ik moet weer een Franse auto met handbak hebben. Of een vierwielaangedreven auto, dat lukt ook wel.

Met mijn schouder gaat het goed. Ik heb een hardnekkige blessure waardoor ik lang niet kon badmintonnen, maar de pijn is nu bijna weg. Over twee weken zal ik de mannen op de club die overmoedig waren geworden door mijn afwezigheid weer even op hun plek zetten. Ik doe hier conditie op door te lopen met Lori, dus ze kunnen hun borst natmaken.

Maar in de winter is het hier koud, ligt er sneeuw en kun je hier alleen per sneeuwscooter komen. Toch zou ik het wel willen proberen. Er is hier alleen geen wifi dus werken wordt lastig, maar verder is het hier ideaal voor een kluizenaar. Wat nog beter zou zijn, een huis in een uitgehakte rots, dat hebben ze hier ook. Hoe ze het allemaal doen is me een raadsel, maar ze bouwen hier op de hoogste berg.

Helling

Eigenlijk is het vreemd. We maken een reis van 1200 km en ik bereid het amper voor. Het enige wat ik deed was één bandenspanningscheck en de auto wassen en uitzuigen. Dat is traditie maar het heeft weinig zin. Na een dag is de auto van binnen één grote zwijnenstal.

Vroeger peilden we olie, controleerden we de verlichting en de vloeistoffen en kenden we de regels in het buitenland en stippelden we de route uit. Niks van dit alles. Rijden zoals de Navi aangeeft zodat je je onderweg begint af te vragen waarom je deze weg eigenlijk volgt.

Na 1200 km kwamen we aan, een piepklein dorpje, een smal weggetje waar maar één auto tegelijk door past, en tot overmaat van ramp een enorm steile helling waar m’n auto met grote moeite tegenop komt. Geen asfalt, veel geslip, veel ingrepen van het tractieconrolesysteem, bijna stilvallen en ternauwernood kom ik boven. Linda gaat hier niet rijden. Maar ik ga hier niet geheelonthouden. Dat betekent dat ik alleen de laatste helling stomdronken het stuur moet overnemen. Nou ja, dan is het waarschijnlijk ook minder spannend.

Voorpret

Morgen gaan we weer op vakantie. Vorig jaar met z’n tweeën plus hond, nu gaan dochter en vriend ook mee. Daar was ik niet onverdeeld blij mee trouwens. Niet omdat ze meegingen, maar om de ruimte die ze innemen in de auto.

Ik heb lang geprobeerd om ze met de trein of vliegtuig te laten gaan, maar ze vochten ook lang terug. Uiteindelijk ben ik gezwicht, omdat ik gewoon niet hard genoeg ben. Ik had kunnen volharden en als ze het niet geregeld hadden zou ik zonder hen gaan, zoals vaders van vroeger dat deden. Maar nee, ik schikte in.

Verder ging het vorige maand helemaal fout met het huisje dat we hadden geboekt. We kregen het bericht dat we het geannuleerd hadden en we zouden de aanbetaling van €800 kwijt zijn. Dat heeft nog voor de nodige razernij gezorgd in dit huis. Gelukkig kwam het allemaal weer goed.

Toen kwamen de hittegolf en de bosbranden en wederom kregen we de nodige stress in plaats van voorpret. Ik kwam erachter dat ik mijn vakantie niet helemaal goed had aangevraagd, dus ik moest werken tot de laatste dag, en had alleen vanavond om in te pakken en voor te bereiden.

En we kwamen er vorige week achter dat ons reeds lang geboekte hotel voor de tussenstop helemaal niet op de route lag. Dus moet ik over Parijs en vijftig kilometer om, om er te komen. En nu denk ik er ineens aan dat ik helemaal niet getankt heb, dus dat moet morgenvroeg nog.

Als dit geen geweldige vakantie gaat worden weet ik het ook niet meer.

Terug

Dat was het dan weer, de laatste avond van een bloedhete vakantie, de eerste in 21 jaar met z’n tweeën. Hans werd hier verwekt aan de Lot, en van Tammar weet ik het ook nog precies. Hoe ik dat weet? Gewoon, dat weet ik. Een soort Annunciatie. Net als dat je bij kleiduiven schieten voelt als je raak gaat schieten. Dan zit alles mee, geen zijwind, geen zenuwen, je weet het gewoon. Wat heeft dit met deze vakantie te maken? Niets, behalve dat we toen ook met z’n tweeën aan de Lot zaten.

Twee weken terug lijkt een eeuwigheid geleden. Dat we bij ons overnachtingshotel aankwamen, dat we de hond daar uitlieten en dat we hier aankwamen en verblijd werden door het uitzicht. Inmiddels begint het te wennen, de mevrouw van de bakker herkent me al, ik rij met de zender RFM op en hoor nieuwe Franse hits, en ik loop ‘s middags bij het meertje om Lori te af te laten koelen.

Wonderlijk hoe snel het went. Zou ik hier nog twee weken zijn zou er vanzelf een albinopet op mijn hoofd groeien. Maar de hitte is nu mooi geweest. Het is hier sinds wij kwamen niet onder de 33 graden geweest, en het was vier keer 39 of hoger. Nou ja, het zakte ‘s avonds natuurlijk wel onder de 33, maar het bleef warm. De natuur moet hier tot woensdag wachten voor er enige tegen van betekenis gaat vallen.

Morgen ben ik weer blij dat ik thuis ben, en overmorgen wil ik weer terug. Zo werkt het al jaren.

Mannetje

Linda wil nogal eens vroeg opstaan om met de hond te gaan wandelen, zo ook in Frankrijk. Hier zoekt ze wandelroutes en rijdt er met de auto naartoe. Vanochtend stond ze om zes uur op en vertrok. Om zeven uur stuurde ze een appje met: ik heb een probleem. Om tien voor negen las ik dat pas en schrok. Ik appte terug en keek op haar locatie en zag dat ze al een uur op dezelfde plek stond. Ik kreeg geen antwoord en ik belde. Ze nam niet op en ik werd ongerust. Ik schoot in mijn kleren maar kon geen kant op, maar toen stuurde ze een foto.

Ze stond vast met de auto. Ik was enigszins opgelucht, gezien haar geschiedenis blijf je altijd alert, en bedacht wat ik kon doen. Niet veel. Ik dacht eerst om er met de mountainbike heen te gaan, maar dat zou haast gekkenwerk zijn, dus ik zocht een taxi. Een vrouw in een ander land in een dergelijke situatie moet bijstand hebben.

Toen stuurde ze een spraakbericht dat ze iets aan het regelen was en dat ze me wel op de hoogte zou houden en of er een touw in de auto lag. Dat lag er, en ik wachtte af. Ik ging maar stofzuigen en de keuken opruimen, dat was nog niet gebeurd, dat eerste zelfs in twee weken nog niet. Ik kreeg weer een berichtje dat ze dacht dat er een tractor kwam en even later kreeg ik deze foto:

Toen volgde ik haar via de locatie en ik wist niet zeker of ze nu reed of niet. Dan stond ze weer stil, dan reed ze met 7 km/u, helemaal gerust was ik niet. Reed ze of liep ze?

Een paar minuten later zag ik fatsoenlijke snelheden en kwam ze weer deze kant op. Ik bereidde mij vast voor op nog naar de bakker moeten en met de hond naar het water, want dat was haar doel, maar gezien de paniek was dat in het water gevallen.

Toen ze hier langs kwam rijden zat ik in de tuin en hoorde een vrolijke toeter. “Gelukkig, daar zit nog leven in,” dacht ik. Toen stapte ze uit met een stokbrood onder haar arm en ze was gewoon aanspreekbaar. Ik had gedacht een uitgeputte en huilende vrouw aan te treffen. Er kwam een enthousiast verhaal over hoe mooi het daar was en dat Lori overal kon rennen en zwemmen. Ja maar, mijn mannelijke heldenrol dan? Oh, ze had zichzelf vastgereden maar omdat het zo vroeg was kon ze nog nergens aanbellen en was ze eerst gaan wandelen. Daarna wilde ze ergens bellen maar toen kwam ze -voor de tweede keer in een hulpbehoevende situatie- Nederlanders tegen. En die Nederlanders hadden een Franse schoonmaakster en die schoonmaakster regelde iemand met een trekker. Ondertussen had ze de garage in Nederland gebeld die haar vertelde hoe het sleepoog werkte.

Waar het dus op neerkomt, zij staat haar mannetje in doodenge (ja toch) situaties en ik ben goed in stofzuigen. Het is ook toch niet gek dat ik soms last van midlifecrises heb?

Avond.

Er is hier op zondagavond een lokale markt waar etenswaren uit de streek worden verkocht volgens het bord. Vorige week liepen wij er al even overheen en zagen de Fransen massaal aan tafels zitten met eten en drinken. Dat wilden wij ook wel, dus de volgende zondag, gisteren dus, togen wij ernaartoe.

Het was bloedheet nog, maar even snel douchen, een schoon shirt en een vleugje eau de toilette en wij konden ons mengen onder de plaatselijke bevolking van Zuid Frankrijk. Wij zouden er in op gaan, en in het Frans converseren over Molière en Honoré de Balzac. Wij zouden de fijnste wijnen proeven en ons de geneugten van de streek laten welgevallen.

Dus, toen we daar kwamen zagen we frites met magret de canard, foi grasse, rosé en allerlei salades. Ze hadden niet eens frikandellen. Bovendien liepen alle Fransen met een bord in hun hand dat ze kennelijk van huis hadden meegenomen. Toen ik iets van aanstalten maakte om in een rij te gaan staan zag ik dat ze allemaal een blauw briefje met daarop iets geschreven in hun hand hielden. Ook geen idee waar ze glazen of bestek vandaan haalden. En ondanks dat ik normaal makkelijk het werk van Jean-Paul Sartre uitdiep, kon ik nu even niet op het woord bestek komen, de warmte waarschijnlijk, en ik wilde ook niet overkomen als een onervaren Noorderling, wat ik ook helemaal niet ben natuurlijk. Alleen al mijn voornamen (Maurice Emile) stralen uit dat Frankrijk geen geheimen voor mij heeft.

Goed, we keerden dus onverrichter zake terug naar ons huisje wat 150 meter terug was en aten daar sla, gebakken aardappels en steak hachee. Dat dan weer wel.