Marokko

Mijn collega was op vakantie geweest. Naar Marokko. Hij zei van tevoren dat het een ontzettend mooi land was. Ik vroeg hem hoe hij dat wist, omdat hij er immers nooit geweest was. Dat was een pesterijtje, omdat hij dat altijd tegen mij zegt als ik iets negatiefs zeg over Amerika. Maar hij had zich er in verdiept, dus had hij gelijk. Verder heb ik er niets over gezegd, maar ik dacht er het mijne van.

Toen hij terugkwam vroeg ik hoe het was. Ja, echt een mooi land, lekker weer. En toen kwamen precies de redenen die ik als vooroordeel in mijn hoofd had, maar die ik niet uitgesproken had. Vervelende mensen die de toerist steeds geld af proberen te troggelen onder valse voorwendsels. Begon het al bij het verhuurbedrijf waar hij betaald had voor een kleine auto met airco, maar een zeer kleine zonder airco kreeg. En verder werd hij doordat hij herkenbaar was als toerist meerdere keren gratis weggebracht naar waar hij moest zijn, alleen bleek dat gratis niet gratis te zijn, ondanks dat ze verzekerd hadden dat het gratis was. En toen hij niet wilde betalen verschenen er vier andere Marokkanen om hem op andere gedachten te brengen. Mijn collega is echter eigenwijs genoeg om toch niet te betalen en ze paardenlul te noemen. Hij had al tegen zijn vrouw gezegd, die op de achterbank zei: “deze is echt wel aardig”, “luister nou, ook deze wil geld hebben straks.” En ja hoor. Maar dan kennen ze hem nog niet.

Ik sprak mijn respect uit dat hij niet betaald had, maar dat voor mij nu precies de reden was dat ik niet naar dat soort landen ga. En hij antwoordde dat hij dat snapte, maar dat je dan nergens kwam. Nou ja, ik heb ook geen enkele behoefte om de wereld te zien. Hij wel. We zijn verschillend, maar we zijn elkaars meest gerespecteerde collega. Hij zei nog, ik ga voortaan elke Marokkaan die ik in Nederland tegenkom de weg wijzen. Gratis. Maar niet voor niets.

Bonjour-dis

Elk jaar zoeken we rond deze tijd, en meestal al iets eerder, de vakantie uit. We gaan altijd naar Zuid Frankrijk. Want daar is het mooi, daar is het weer goed, ze spreken er Frans, en daar liggen mijn herinneringen. Sommige mensen reageren er wat vreemd op, zoals een tutje uit de buurt dat zegt: “Als je honderd kilometer verder rijdt zit je in Spanje!” Het gaat om het uitroepteken in de zin, anders was het een nutteloze mededeling. Als je 750 kilometer minder ver rijdt zit je in België. Als je niet rijdt zit je in Nederland.

Nee, het gaat om het uitroepteken. Frankrijk is voor duffe eikels, bedoelt ze ermee. En dan ga ik in de tegenaanval. “Ja, maar ik rij én 100 km minder ver én ik zit in Frankrijk.” Spanje is voor holadijee, vind ik. Tenminste, in haar aanwezigheid vind ik dat. Maar goed. Dit jaar kwamen we er niet goed uit. We krijgen steeds meer wensen en we wilden ook naar hetzelfde gebied als vorig jaar. Maar we gaan eigenlijk nooit naar dezelfde camping terug. Tot ik tot de conclusie kwam dat de camping van vorig jaar ideaal was. Dus boekten we die. Vorig jaar was er een nadeeltje en dat was dat de veranda aan de kleine kant was. Dus ook dat hebben we nu aangepakt door een grotere caravan te huren.

Niet dat er nu geen nadelen meer over zijn, maar er moet iets te zeuren overblijven. Bovendien, nadelen zijn relatief. Gingen we vroeger met een tent naar campings zonder drinkbaar water, tegenwoordig willen we een mobile home met airco, overdekte veranda, gelegen direct aan een meer, niet te massaal maar zeker niet te klein, bergachtige omgeving, mooi weer, een behoorlijke stad in de buurt en dat alles voor onder de duizend euro per week in het hoogseizoen. Nou ja, dat laatste lukt al een paar jaar niet meer. Maar hij is weer geboekt.  Ik besef net dat ik al anderhalf jaar van mijn leven in Frankrijk heb doorgebracht. Bonjour-dis!

Het meisje met de vlinder

In Frankrijk aan het meer, zonden een moeder en haar twee dochters. De moeder was grijs, maar was geen oude vrouw, de dochters waren een jaar of vijftien. Het trio in bikini maakte geen geluid. Ze liepen met z’n drieën het koude meer in, en waren er sneller door dan ik. Een dochter deed iets wat op schoonzwemmen leek, de andere en de moeder keerden snel terug naar hun ligstoelen. Ze hadden alle drie iets moois, iets sierlijks. Toen de schoonzwemmende dochter terugkwam, landde er een vlinder op haar hand. Ze maakte gebaren met haar vrije hand naar de andere twee, en ging verderop in het gras zitten, nog altijd met de vlinder. En toen had ik het pas door. Iemand van dit trio was doof. Of twee, of alledrie, dat heb ik niet kunnen ontdekken. Ze beheersten de gebarentaal, en spraken die met elkaar. Ik kon mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Het mooist vond ik het meisje met de vlinder, die met één hand gebaarde naar de anderen. Het zag er niet uit als een beperking, het zag eruit als een gave.

Bezig

Tijdens de terugweg is het mijn taak om mijn gezin snel en veilig thuis te krijgen. Ze zijn het dan zat en willen naar huis. Het kost me nog steeds weinig moeite om 1300 km achter elkaar te rijden. Er is zoveel te zien en te overdenken op de terugweg. Ik vertrok met een halfvolle tank en het leek me handig die eerst zover mogelijk leeg te rijden zodat ik daarna nog maar één keer zou moeten tanken. Toen ik nog 850 km moest, moest ik tanken en het zou krap worden. Vol beladen en met dakkoffer rijdt de auto minder zuinig. In het begin ging het nog wel goed en bleef de actieradius boven de nog af te leggen afstand, maar in Luxemburg veranderde dat bereikte ik het omslagpunt. En toen kon ik ineens 10 km minder ver dan dat ik nog zou moeten. Ik ging langzamer, ik hield de cijfers in de gaten, maar het zag er steeds slechter uit. Totdat ik op het idee kwam om de cruisecontrol eraf te halen, toen won ik langzaam weer kilometers. Je zou zeggen dat een cruisecontrol zuiniger is dan een rechtervoet, maar dat is een fabel.

Ik moest nog 130 km en ik kon nog 130 km. Ik moest nog 120 km, en ik kon nog 130, ik moest nog 110 en ik kon nog 120. Ik moest nog 100 en ik kon nog 120. Uiteindelijk kon ik nog tachtig km en moest ik er nog zestig. Dan gaat mijn reservelampje branden en geeft mijn computer niks meer aan. Ik besloot dat ik het zou halen. En ik haalde het. En zo hou ik mij bezig tijdens een lange rit.

Le centre de nulle part

St. Laurent du Verdon, 23-7-2018

Deze keer zitten we echt dans le centre de nulle part. In vijf kilometer omtrek nog geen bakker te vinden. In twaalf kilometer nog geen supermarkt. In twintig nog geen stadje met een winkelstraatje. Er is hier helemaal niets! Het lijkt Amsterdam wel.

Ik kreeg van een Spaanse collega het verzoek of ik een aanbeveling wilde schrijven op haar linked-in. Sommige mensen hechten daaraan. Ik deed het, uiteraard, maar probeer maar eens 3G te krijgen hier. 4G of WiFi kun je rustig op je buik tatoeëren. Ik schreef de aanbeveling maar moest daarna de camping af om het te kunnen verzenden. Wat je al niet doet voor een collega die je nog niet eens ooit gezien hebt.

Het is hier wel de mooiste omgeving die je je maar kunt voorstellen. Blauwe wateren, groene heuvels, steile rotsen, hoge bergen, smalle wegen, vervallen huisjes, lavendelvelden…. Als er hier nu een bakker was, zou ik hier best kunnen wonen.

Superkniereflex

St. Laurent du Verdon, 18-07-2018

Vandaag zijn we naar het meer van Ste. Croix geweest, hier slechts een paar kilometer vandaan. Ondanks dat Lac Ste. Croix uit hetzelfde water bestaat als ons meer, is de watertemperatuur er veel beter. Daar was de gewenningstijd aan het water slechts twee seconden, hier is dat zeker tien minuten. Ik wijt het aan het feit dat ons meer een St. is en het andere een Ste. Een vrouwelijk meer is kennelijk warmer. Dat geldt voor de meeste vrouwen ook, echter niet voor de mijne. Die heeft het gewoon al over mijn uitvaart. Dat er dan twee dingen genoemd moeten worden waar ik absoluut in uitblink. 1: het opsporen van minuscule lekken in opblaasboten, -zwembaden of -poppen. En 2: mijn superkniereflex.

Dat opsporen van die gaatjes vergt een combinatie van een uitstekend gehoor, extreem gevoelige zenuwbanen in de opperhuid en geduld. Die drie factoren hebben alle gaatjesspeurders gemeen. En je moet verder niet veel te doen hebben, dat helpt ook.

Mijn superkniereflex is ooit opgemerkt door de huisarts. Hij sloeg met z’n hamertje en ging z’n assistente halen. “Ik heb hier een hele mooie, probeer jij het maar eens!” Ik was uiteraard trots op mijn superkniereflex en vertelde het thuis. Sindsdien word ik ermee in de zeik gezet. Pure jaloezie.

Champion du monde.

St. Laurent du Verdon, 16-07-2018

Quartorze Juillet ging onopgemerkt voorbij. Geen vuurwerk of dronken Fransen gezien. De dag erna, gisteren, werd Frankrijk wereldkampioen voetbal. Met 4-2 wonnen ze van Kroatië, die we waarschijnlijk beter zullen onthouden door hun pressievoetbal en door hun premier, de hartelijke blondine die bij elke wedstrijd van de Kroaten aanwezig was, naar verluid op eigen kosten, en bij de huldiging iedereen die gehuldigd moest worden, innig omhelsde, inclusief onze eigen Björn Kuipers. Maar ook door Modric, de Cruijff van de Balkan, die alles met een bal kan. Hij leek zelfs op Cruijff. De Fransen waren beter, maar indruk maakten ze nooit. En nu zijn ze voord de tweede keer wereldkampioen. Wij nog nooit. Wij tuinden er altijd in. Ik ben jaloers.

Nu regent het op de camping en aan niets valt af te leiden dat de Fransen gisteren hun tweede ster behaalden. Ik heb een lange broek en een vest aangetrokken en zit onder het afdak op de veranda. Het is, zoals voorspeld, koud en het regent. Morgen wordt het weer heet en er komt voorlopig geen regen meer. De natuur moet het er weer even mee doen.