En schaatser!

Ik heb gewerkt vandaag. Niet te zuinig. Twee stallen uitgemest, kippenhok verschoond. Een paar kilometer met de hond gelopen. Dat alles in de ijzige kou. Had ik het koud? Welnee. Dit was genieten. Een schep, een kruiwagen, bevroren buitenkranen, ik voelde me een echte boer. De hele middag was ik bezig met scheppen, kruien, schone houtsnippers en wat een boer zoal allemaal doet. Daarna klopte ik mij af, ging naar binnen, deed mijn laarzen uit, pakte een bokbiertje en zetelde mij op de bank. Tevreden keek ik naar buiten. Niet vaak heb ik lekkerder op de bank gezeten. Na gedane arbeid is het goed rusten. Het is echt waar. Ik voel al mijn spieren weer. Zou ik hier een maandje wonen, dan zou ik oersterk worden. Jerommeke. Mijn doorgaans zachte boekhoudershandjes voelen al ruw aan. Dit voelt goed. Gisteren hebben we nog geschaatst. Twee keer hard op mijn plaat gegaan, maar de pijn aan mijn been voelde prima. Even wakker geschud uit mijn ingedutte leven. “Dan wil je zeker wel boer worden mien jong? En skaatser!”

Sil de strandjutter

Tesselaars hebben een grijze lange baard en een donkerblauwe kabeltrui, zo kun je ze herkennen. De mannen hebben daarbij ook nog een schipperspet op hun hoofd. Ik vraag mij af hoe de Tesselaars dat nu vinden, dat hun eiland ontdekt is door de vastelanders. Mijn eerste herinnering is op dit eiland. Het moet 1972 zijn geweest, ik was twee en een ander jongetje had mijn autootje gepakt. Of ik die van hem, en hij had hem weer teruggepakt, dat staat me niet meer goed bij. Maar ik was hier met mijn ouders en grootouders van moeders kant. Ik liep nu op het strand en moest denken aan Sil de Strandjutter. Die ken ik helemaal niet, en nu ik hem napluis blijkt hij van Terschelling te zijn, maar je moet hier toch ook goed hebben kunnen strandjutten zo’n honderd jaar geleden. Nu niet meer. Er lag een plank, een dode meeuw, en verder veel schelpen. Maar daar kun je niet van leven, heden ten dage. Anders wist ik het wel.

Een enkele reis naar Texel

Dat je met je gezin naar Texel gaat, met twee auto’s omdat je niet zeker weet of je weer eerder terug moet, en om kosten uit te sparen laat je de ene in Den Helder staan. En dat je door bepaalde omstandigheden ineens twijfelt of je de auto wel op slot hebt gedaan, en je dan al op de boot naar Texel zit. En dat je op je mobiele telefoon de handleiding van je auto downloadt om tevergeefs te zoeken naar informatie over vanzelf op slot gaande deuren. We waren in het huisje aangekomen toen ik besloot terug te gaan naar Den Helder. Het duurde tien minuten eer ik de uitgang van het vakantiepark in het donker had gevonden, ik moet de ergernis hebben gewekt van vele vakantiegangers door verhit over de paadjes te scheuren met zeker drie keer de toegestane snelheid van 15 kilometer per uur. En daarna vol gas over dat mistige eiland, op zoek naar die gare boot. Ik had het eigenlijk al gehad met Texel. Bij de boot aangekomen parkeerde ik de auto, zocht naar een kaartjesloket maar ik kon er zo op. Ik bestelde een koffie en vroeg maar even of het voor voetgangers gratis was, omdat ik er zo op liep. Dat klopte, zei de koffiejuffrouw, want ik had op de heenweg al een retourtje betaald tenzij ik was komen zwemmen. Een enkele reis naar Texel bestaat niet. Mijn auto was niet afgesloten. Ik parkeerde hem nog op een betere plek zodat ik helemaal het gevoel had dat mijn reis naar het vasteland niet voor niks was geweest. Ik moest daarna een uur wachten op de retourboot, en in die tijd schreef ik voor u dit logje.

Dames en heren

Lamonzie-Montastruc, 28 juli 2017.

We moeten het maar niet meer hebben over de eerste tien dagen van de vakantie waarin mijn huid geen tint bruiner is geworden. Vandaag is de eerste zonnige dag met een temperatuur van 27 graden. Bloedheet voor Dordognese begrippen.

Zwager en ik leuken het voor onszelf maar een beetje op met ons gloednieuwe petanque spel. Tijdens het spel geven we ons eigen commentaar.

“Dames en heren, u kijkt nu naar twee atleten, de kampioenen van het edele petanque spel, die nu alles wat ze in zich hebben zullen moeten geven in deze bijna onmenselijke omstandigheden. Beide heren worden begeerd door vrijwel alle jonge dames, maar ze zijn dan ook niet voor niets de campingkampioenen van deze gevaarlijke sport waarbij de jongens van de mannen worden gescheiden. De boule weegt maar liefst 720 gram, dames en heren, u kunt zich voorstellen aan welke risico’s deze waaghalzen, deze dare-devils, deze besten van de besten, zich blootstellen. De een is tevens campingkampioen badminton geworden en de ander mag zich campingkampioen pingpong noemen. Deze multi-atleten zijn werkelijk tot de extreemste prestaties in staat.”

Nou, en daarna begeven wij ons weer met een gevulde afvalzak naar het afvalinzamelpunt, complete losers die we zijn. Dames en heren!

Camping ellende.

De buren hebben bonje,
Op een camping in de Dordogne.
De caravan is niet stabiel, het stinkt er en de douche is niet steriel.
De wc die trekt niet door, de ramen gaan niet dicht, het beddengoed is goor, in de keuken is geen licht.
Het warme water is al op, de hele boel staat op z'n kop.
De receptie is gesloten en het weer is ook al kloten.
Hoor de buurvrouw die haar man uitscheldt, hun huwelijk wordt op proef gesteld.
De vakantie is normaal een zegen, maar niet in de Dordognese regen.

Roken

Mijn stoppen-met-roken pogingen zijn altijd succesvol. Ik heb het nu drie keer gedaan en in totaal zal ik van alle jaren die zijn verstreken sinds ik begon, en dat zijn er nu 28, er tien niet gerookt hebben. Ik heb dus 18 jaar wel gerookt en dat klinkt als meer dan ik me kan voorstellen.

Nu ben ik drieënhalf gestopt maar mijn vrouw helaas niet. Ze kocht twee sloffen in Luxemburg en Luxemburg gaat haar niet helpen te stoppen. Ten eerste is een pakje er twee euro goedkoper en ten tweede zijn de plaatjes op de pakjes niet afschrikwekkend. Een naakte man die in foetushouding op bed ligt. Roken verhoogt het risico op impotentie, staat er. Nu moedigt ze mij aan om ook weer te gaan roken, dat lijkt haar heerlijk rustig.

Luik

Lamonzie-Montastruc, 19-7-2017

Vlak na Luik, op de E25 bij Tiff, zit een helling op de snelweg. Ik weet niet hoeveel het stijgingspercentage is, maar ik weet wel dat ik er in 1993 niet tegenop kwam. Het duurde een moment voor ik doorhad dat ik terug moest schakelen, want ik dacht dat mijn dertienhonderdje het begeven had.

Eenmaal in drie ging het weer gestaag omhoog en kon ik weer versnellen. Het moment is me altijd bijgebleven, niet in de laatste plaats doordat me op dat moment een Porsche 911 voorbij kwam stuiven die geen enkele moeite met de helling had.

Vaak heb ik de helling bij Tiff nog genomen, maar nog nooit ging ik er zo goed op als dit jaar. Mijn 210 pk sterke Laguna trok in zijn zesde versnelling tegen de helling op alsof die er niet was. Ik koos de meest linkerbaan en gaf nog wat gas bij, net als de donkerblauwe Porsche 24 jaar geleden.