Oreille

St. Laurent du Verdon, 2 augustus 2019

Of ze iets tegen oorpijn en een verstopt oor had, want mijn oor zat volledig dicht, vroeg ik aan de mevrouw van de apotheek. Het enige wat ze vroeg was of het voor een volwassene of voor een kind was, terwijl ik toch duidelijk ‘mon oreille’ had gezegd, maar ik hoor misschien niet zo goed meer. Ze kwam terug met een doosje. “Ce sont des gouttes” zei ze en het duurde een aantal seconden voordat mij de betekenis van het woord ‘gouttes’ weer te binnen schoot. Druppels dus, en terwijl ik haar vragend aankeek, deed ze geen enkele moeite om het te verduidelijken. Alleen dat het zeven euro nog wat was. Geen spoortje van mededogen. Het hielp nog geen bal ook. Sterker nog, het is alleen maar erger geworden. Ik kan er niet meer op liggen en ik kan niet meer kauwen.

Linda heeft onze huisarts gebeld voor advies. Paracetamol luidde het devies, wat doktersjargon is voor: stel je niet zo aan. Het zou vanzelf overgaan. Linda was het daar wel mee eens. Dat moet wel, want vanochtend had ze nog gezegd, toen ik aangaf volledig uitgeschakeld op de veranda te moeten doorbrengen en dat ik hoopte dat er dan wel wat vrouwen in bikini langs kwamen om mij af te leiden van de pijn, dat het dan ook wel mee moest vallen. En gisteren, toen het nota bene nog niet zo erg was als vandaag, gaf ze aan hoe het dan wel niet moest zijn voor mensen met een constante piep in hun oren, die werden tot wanhoop gedreven en vroegen soms zelfs om euthanasie. Dat irriteerde me natuurlijk, alsof ik me aanstelde, en ik antwoordde dat die mensen zich misschien een heel klein beetje konden voorstellen wat ik doormaakte.

Douce France

St. Laurent du Verdon, 25-07-2019

Er zijn natuurlijk mensen die helemaal niets met een camping hebben. Ik kan ze niet eens ongelijk geven. Maar als die camping in Zuid-Frankrijk ligt en je op het heetst van de dag in de schaduw van een boom op een ligstoel aan het meer ligt, dan verandert dat de zaak. Zonnebril op, boek erbij, koelbox in de buurt en om je heen de geluiden van spelende kinderen in het water. Flarden van Franse zinnen die je niet verstaat maar die zo vertrouwd klinken. Het is 37 graden in de schaduw, vanuit Nederland komen verontrustende berichten over recordhitte van 40 graden, maar hier is het aangenaam. Dit is wat ze bedoelen met “douce France” (Cher pays de mon enfance). Ik heb er “de mes vacances van gemaakt. Ik voelde Linda’s hand op mijn arm. “Je ligt te snurken!”

Gierende banden

Een aantal keren heb ik er al van gedroomd, dat we op vakantie waren en dat het er al op zat. Ik werd dan teleurgesteld wakker en dacht: wat gaat dat toch achterlijk snel! Even later realiseerde ik me dat ik het maar een droom was en zuchtte opgelucht. Maar toch, een nare gewaarwording. Ik moest het even verwerken. Dat ik het vaker gedroomd heb zegt waarschijnlijk iets over hoe ik er naar uitkijk, en over hoe snel die twee weken voorbij gaan.

Maar nu sta ik toch echt aan de vooravond, en ik droom niet. En twee weken gaan snel, dat blijft waar, maar drie weken wordt een stuk duurder, en die zijn uiteindelijk ook zo voorbij. Ik doe het ermee, twee weken is mooi, zeker als je ze nog voor je hebt. En het wordt zo bloedheet dat we het vast spuug en spuugzat zijn over twee weken. Dan rijden we met gierende banden weer naar huis. Maar nu heb ik het nog voor me. We gaan voor het eerst naar dezelfde camping als vorig jaar. Ik meld me vast wel weer in de komende twee weken.

Marokko

Mijn collega was op vakantie geweest. Naar Marokko. Hij zei van tevoren dat het een ontzettend mooi land was. Ik vroeg hem hoe hij dat wist, omdat hij er immers nooit geweest was. Dat was een pesterijtje, omdat hij dat altijd tegen mij zegt als ik iets negatiefs zeg over Amerika. Maar hij had zich er in verdiept, dus had hij gelijk. Verder heb ik er niets over gezegd, maar ik dacht er het mijne van.

Toen hij terugkwam vroeg ik hoe het was. Ja, echt een mooi land, lekker weer. En toen kwamen precies de redenen die ik als vooroordeel in mijn hoofd had, maar die ik niet uitgesproken had. Vervelende mensen die de toerist steeds geld af proberen te troggelen onder valse voorwendsels. Begon het al bij het verhuurbedrijf waar hij betaald had voor een kleine auto met airco, maar een zeer kleine zonder airco kreeg. En verder werd hij doordat hij herkenbaar was als toerist meerdere keren gratis weggebracht naar waar hij moest zijn, alleen bleek dat gratis niet gratis te zijn, ondanks dat ze verzekerd hadden dat het gratis was. En toen hij niet wilde betalen verschenen er vier andere Marokkanen om hem op andere gedachten te brengen. Mijn collega is echter eigenwijs genoeg om toch niet te betalen en ze paardenlul te noemen. Hij had al tegen zijn vrouw gezegd, die op de achterbank zei: “deze is echt wel aardig”, “luister nou, ook deze wil geld hebben straks.” En ja hoor. Maar dan kennen ze hem nog niet.

Ik sprak mijn respect uit dat hij niet betaald had, maar dat voor mij nu precies de reden was dat ik niet naar dat soort landen ga. En hij antwoordde dat hij dat snapte, maar dat je dan nergens kwam. Nou ja, ik heb ook geen enkele behoefte om de wereld te zien. Hij wel. We zijn verschillend, maar we zijn elkaars meest gerespecteerde collega. Hij zei nog, ik ga voortaan elke Marokkaan die ik in Nederland tegenkom de weg wijzen. Gratis. Maar niet voor niets.

Bonjour-dis

Elk jaar zoeken we rond deze tijd, en meestal al iets eerder, de vakantie uit. We gaan altijd naar Zuid Frankrijk. Want daar is het mooi, daar is het weer goed, ze spreken er Frans, en daar liggen mijn herinneringen. Sommige mensen reageren er wat vreemd op, zoals een tutje uit de buurt dat zegt: “Als je honderd kilometer verder rijdt zit je in Spanje!” Het gaat om het uitroepteken in de zin, anders was het een nutteloze mededeling. Als je 750 kilometer minder ver rijdt zit je in België. Als je niet rijdt zit je in Nederland.

Nee, het gaat om het uitroepteken. Frankrijk is voor duffe eikels, bedoelt ze ermee. En dan ga ik in de tegenaanval. “Ja, maar ik rij én 100 km minder ver én ik zit in Frankrijk.” Spanje is voor holadijee, vind ik. Tenminste, in haar aanwezigheid vind ik dat. Maar goed. Dit jaar kwamen we er niet goed uit. We krijgen steeds meer wensen en we wilden ook naar hetzelfde gebied als vorig jaar. Maar we gaan eigenlijk nooit naar dezelfde camping terug. Tot ik tot de conclusie kwam dat de camping van vorig jaar ideaal was. Dus boekten we die. Vorig jaar was er een nadeeltje en dat was dat de veranda aan de kleine kant was. Dus ook dat hebben we nu aangepakt door een grotere caravan te huren.

Niet dat er nu geen nadelen meer over zijn, maar er moet iets te zeuren overblijven. Bovendien, nadelen zijn relatief. Gingen we vroeger met een tent naar campings zonder drinkbaar water, tegenwoordig willen we een mobile home met airco, overdekte veranda, gelegen direct aan een meer, niet te massaal maar zeker niet te klein, bergachtige omgeving, mooi weer, een behoorlijke stad in de buurt en dat alles voor onder de duizend euro per week in het hoogseizoen. Nou ja, dat laatste lukt al een paar jaar niet meer. Maar hij is weer geboekt.  Ik besef net dat ik al anderhalf jaar van mijn leven in Frankrijk heb doorgebracht. Bonjour-dis!

Het meisje met de vlinder

In Frankrijk aan het meer, zonden een moeder en haar twee dochters. De moeder was grijs, maar was geen oude vrouw, de dochters waren een jaar of vijftien. Het trio in bikini maakte geen geluid. Ze liepen met z’n drieën het koude meer in, en waren er sneller door dan ik. Een dochter deed iets wat op schoonzwemmen leek, de andere en de moeder keerden snel terug naar hun ligstoelen. Ze hadden alle drie iets moois, iets sierlijks. Toen de schoonzwemmende dochter terugkwam, landde er een vlinder op haar hand. Ze maakte gebaren met haar vrije hand naar de andere twee, en ging verderop in het gras zitten, nog altijd met de vlinder. En toen had ik het pas door. Iemand van dit trio was doof. Of twee, of alledrie, dat heb ik niet kunnen ontdekken. Ze beheersten de gebarentaal, en spraken die met elkaar. Ik kon mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Het mooist vond ik het meisje met de vlinder, die met één hand gebaarde naar de anderen. Het zag er niet uit als een beperking, het zag eruit als een gave.

Bezig

Tijdens de terugweg is het mijn taak om mijn gezin snel en veilig thuis te krijgen. Ze zijn het dan zat en willen naar huis. Het kost me nog steeds weinig moeite om 1300 km achter elkaar te rijden. Er is zoveel te zien en te overdenken op de terugweg. Ik vertrok met een halfvolle tank en het leek me handig die eerst zover mogelijk leeg te rijden zodat ik daarna nog maar één keer zou moeten tanken. Toen ik nog 850 km moest, moest ik tanken en het zou krap worden. Vol beladen en met dakkoffer rijdt de auto minder zuinig. In het begin ging het nog wel goed en bleef de actieradius boven de nog af te leggen afstand, maar in Luxemburg veranderde dat bereikte ik het omslagpunt. En toen kon ik ineens 10 km minder ver dan dat ik nog zou moeten. Ik ging langzamer, ik hield de cijfers in de gaten, maar het zag er steeds slechter uit. Totdat ik op het idee kwam om de cruisecontrol eraf te halen, toen won ik langzaam weer kilometers. Je zou zeggen dat een cruisecontrol zuiniger is dan een rechtervoet, maar dat is een fabel.

Ik moest nog 130 km en ik kon nog 130 km. Ik moest nog 120 km, en ik kon nog 130, ik moest nog 110 en ik kon nog 120. Ik moest nog 100 en ik kon nog 120. Uiteindelijk kon ik nog tachtig km en moest ik er nog zestig. Dan gaat mijn reservelampje branden en geeft mijn computer niks meer aan. Ik besloot dat ik het zou halen. En ik haalde het. En zo hou ik mij bezig tijdens een lange rit.