Ochtend.

Vanochtend toen ik de hond uitliet en een andere weg nam kwam ik op een weggetje naar beneden langs een uit de toon vallend gebouw. Het was rechthoekig, uit beton opgetrokken en het had om de zoveel meter een vierkant raam. Het had meerdere etages, ik denk drie, en er kwamen rare geluiden uit de openstaande ramen. Was het seks of was het gewoon raar geschreeuw? Woonden er aso’s of drugsverslaafden of zo?

Toen ik terugkwam besloot ik het AI te vragen. Ik weet inmiddels dat als je AI goed voedt en zelf het meeste speurwerk doet, het uiteindelijk met het juiste antwoord kan komen. Dus ik schreef wat ik gezien had en gaf daarbij aan dat het in het Noordwesten van Monclar was.

AI doet dan net of het je de zorgen uit handen neemt en gaf aan dat het de plaatselijke modelbouw motorclub of iets dergelijks was, en dat het geschreeuw wat ik hoorde waarschijnlijk van enthousiastelingen afkwam en dat ik niet zo wantrouwig hoefde te zijn en wellicht eens naar binnen kon gaan omdat ze dat bij die club wel op prijs stelden. Van die overbodige bemoeizucht waar je niks aan hebt, en bovendien wat hij me op de kaart liet zien was in het zuiden. Dus ik wees hem daar op.

Het gebruikelijke geneuzel, sorry, bedankt voor je oplettendheid, bla bla, laten we het proberen op te lossen. Terwijl ik denk, ik stel een vraag die die motorclub al uitsluit, dus blaas eens iets minder hoog van de toren, gast. Maar Ai heeft geen gevoel, het doet alsof, en blijft zo doen.

Goed, nadat ik op de kaart gezocht had waar ik gelopen had, en zei dat ik tegen de achterkant aan keek, dus dat de voorkant waarschijnlijk aan die en die straat lag, kwam hij met het juiste antwoord. Een zorginstelling voor volwassenen met een verstandelijke beperking. En of ik daar niet eens een bezoek wilde brengen want, bla bla.

Het avondverhaal is nog mooier, maar dat typ ik morgen als ik het nog over weet te brengen in de 40 graden die voorspeld wordt.

40

Ik bemoei me nooit met de keuze van het vakantieadres, omdat dat nu eenmaal lastig genoeg is. Ik geef slechts mijn medegoedkeuring als ze wat gevonden heeft. Vorig jaar was het prima, en nu op sommige punten nog beter. Alleen één ding was ik vergeten te checken, en dat hoorde ik op de heenweg; er zit geen airco in het huis.

En laat dit nu ook net de heetste vakantie ooit worden met temperaturen tot boven de 40 graden. Vannacht was de eerste hete nacht. Nadat ik eerst beneden 15 vliegen had doodgeslagen en daarvan moest bijkomen, lag ik zwetend op een bloedheet matras, de ventilator aan, op mijn telefoon te wachten tot ik het koud zou krijgen. Op de slaapkamer zaten ook vliegen, want ik had overdag de deur open laten staan. Steeds als je zo’n kreng verjoeg voelde je hem twee tellen later weer ergens op je lichaam.

Bloedirrirant, maar ze waren loom geworden. Door de avond of de warmte, dat weet ik niet, dus ik kon ze doodslaan. Alleen als ik er een had, landde de volgende alweer op mijn scherm. Vier heb ik er nog geplet. Gadverdamme.

Uiteindelijk viel ik in slaap. Het viel nog niet tegen. Maar het wordt nog warmer vandaag. Misschien dat ik mij helemaal inspuit met antimuggenspray en buiten ga slapen.

Hittegolf.

Het is hier heet, canicule zeggen de Fransen, en dit is de eerste dag. De vorige dagen waren slechts 30 of 31, vandaag wordt 34 voorspeld. Volgende week 39 op mijn site, 41 op die van Linda. 34 stelt niks voor hier, ik zit onder de parasol bij het zwembad en de thermometer die op de goede plek hangt geeft slechts 28 aan. Mijn auto gaf 32 aan, dus laten we zeggen dat het 30 is.

Gisteren liep ik met Lori in de volle zon, dat was pas warm. Maar wij gaven beiden geen krimp. Hier lijken ze zich ook niet druk te maken over de warmte. In Nederland had dit allang geleid tot verontwaardigde reacties op Facebook, en er zou ook zeker een schuldige worden aangewezen, waarschijnlijk uit linkse hoek.

Ik liep daar ergens, het groene veld in het midden zijn zonnebloemen, ik liep in het dorre veld links. Vanuit daar had ik uitzicht op onze parasol, maar ik kon niet rechtstreeks ernaar toe en moest weer over het zinderende asfalt en Lori in de berm. Op de terugweg kwam een vervaarlijk blaffende Duitse herder ons achterna, maar wij gaven wederom geen krimp, en de Duitser erkende zijn gelijke in de Hollandse, ondanks dat Lori een slagje kleiner is. Het is hier goed, u moet dit huis een keer boeken.

Ik help de eigenaar, die in Nederland zit, een beetje met zijn onderhoud. Zo heb ik de parasol gesmeerd, een fietspomp gekocht om de banden van de mountainbikes op te pompen, ik draaide een loszittende bout aan en zo komen we er wel.

Vanavond barbecue, nu een biertje. Die zijn wel verrekte klein hier, dus misschien wel twee. Of drie.

Ezels

Beneden ons staan een paard en een aantal ezels. Daar kwam ik achter door het luide gebalk dat hier regelmatig te horen is. Nu ik het een tijdje geobserveerd heb zie ik wat er aan de hand is. Een mannetje is hitsig en beproeft zijn geluk. Het vrouwtje begint luid te balken en trapt met beide poten achteruit. Het geluid klinkt als het oppompen van een luchtbed waarbij de pomp op de terugweg valse lucht aanzuigt.

Verder maakt de enorme parasol een irritant geluid dus ik kocht in de winkel het wondermiddel wd-40 maar ik kreeg het ding niet stil. Bij elk zuchtje wind dat irritante gepiep dat me uit mijn concentratie haalde. Pas na een uur had ik het juiste gat gevonden en spo…legde hem het zwijgen op bedoel ik. Ik was trots dat het gelukt was en zei de rest van de dag met de regelmaat van de klok hoe stil die parasol was. Hoor maar….

Over ezels gesproken, ik hou niet van te lang luieren dus ik ging met Lori naar het water, 120 meter lager en twee kilometer verder. Het was een open weg met nauwelijks schaduw en terug moest ik die 120 meter ook weer klimmen. Ik had geen pet op en ik had geen water bij me en ik hoorde mijn thermostaat schreeuwen dat hier snel een einde aan moest komen. Hijgend kwam ik weer boven. Lori ook, maar die was nog nat van het water en bovendien hijgt ze altijd. Ik minder. Ik was blij dat ik er was. Volgende keer, pet en water. Dan is het een makkie.

Beter

Natuurlijk ging er weer een lampje branden. En nog een waarschuwing voor te lage bandenspanning terwijl ik dat net een dag daarvoor gecontroleerd had. Een band had een heel klein beetje lucht nodig en de melding verdween, iets dat je vroeger nooit zou opmerken, gewoon gedoe om niets. Dat motorstoringslampje weet ik niet, we hebben dat elk jaar, of het nu een Nissan, een Peugeot of een Volvo is, dat maakt niet uit. Het zal aan mijn rijstijl liggen. Alleen Fiat’s en Alfa’s hadden het niet, die begrepen mij waarschijnlijk.

We zitten in Monclar d’Agenais, volgens de kaart heet het Monclar, maar op de borden staat toch echt die toevoeging erbij. Het zal iets met de stad Agen te maken hebben. Zoals Apeldoorn ook wel Apeldoorn van Vaassen wordt genoemd door kenners. Er is hier vrijwel niks, dus ik reed naar de bakker 15 minuten verderop en haalde daar twee baguettes. Quelles baguettes, waren het volgens de verkoopster. Ik zeg, oui, quelles baguettes, ze houden hier kennelijk van toevoegingen.

Naast de bakker stond op straat een vrouw. Ze was dik, armoedig en at een droog stuk stokbrood. Ik gaf haar twee euro. Ze moet een ellendig bestaan hebben, zwervend in de straten van een klein dorpje. Dan hebben wij het stukken beter.

Gîtes

We zitten in de buurt van Vierzon, in een soort B&B, maar dan met meerdere gasten. De eigenaresse is Française en kwam een praatje houden terwijl wij op het terras zaten. Dat begint al goed natuurlijk. Er staan meerdere oude vertrekken (gites) en er is een gezamenlijke binnenplaats. Het is hier stil, op een krekel na en af en toe een auto. Heel wat beter dan dat gare hotel waar we vorig jaar zaten.

De hond kan hier uitgelaten worden, dat was in Part Dieux in Lyon zowat onmogelijk. De auto is comfortabel en we hebben een koelbox op de 12 volt aansluiting. Belangrijker, er zit bier in. Dat kun je soms missen na een lange reis.

Morgen verder naar de Lot. You hate the fucking lot, zingt Lola Young. Maar daar bedoelt ze niet de rivier of de streek mee. Maar wel leuk om te zingen. Het wordt wel heet, en dat vind ik overdag wel lekker, maar ik moet zeggen dat deze koele avond buiten ook niet te versmaden is. Nou ja, je kunt niet alles hebben.

Tijdreis

Ik was inspiratieloos en moe. Ik had laat vakantie en ik moest voor een paar collega’s waarnemen. Ik heb, vind ik zelf, buitengewoon gepresteerd op mijn werk, maar dat weet verder niemand, behalve Linda die het aanhoorde en er de spot mee dreef toen ik het vertelde.

Maar ik heb het gehaald, vandaag was mijn eerste vakantiedag en morgen vertrekken we. Er gaan geen kinderen meer mee, alleen de hond. Dus er gaat als het goed is verbetering komen in de frequentie van mijn verhaaltjes.

Het wordt weer Zuid Frankrijk, ik weet niet of ik ooit nog een ander land ga bezoeken in de zomervakantie. Het is niet eens dat ik Francofiel ben, ik heb nu immers een Volvo, en Franse kaas kan me gestolen worden. Maar het is die jaarlijkse reis naar het verleden die ik niet wil missen. De wegen, de borden, de plaatsnamen, de korenvelden, de hitte, de taal, ik kan er niks aan doen, het brengt me allemaal terug naar een tijd die ooit was.

Deze tijd is anders, niet slecht, maar minder magisch. En altijd fijn dat jullie mijn geneuzel willen aanhoren. Dat maakt deze tijd mooier dan hij eigenlijk is. Ach, het valt ook wel mee als je geen journaal kijkt of internet leest. Dan is er vrij weinig aan de hand.

Vakantieherinneringen

Ik bedacht laatst hoe ik vroeger blij kon zijn met iets simpels. Een pas geslepen zakmes bijvoorbeeld. Of nieuwe batterijen in m’n zaklamp. Vlak voor de vakantie kregen we dat, het zakmes stond symbool voor het avontuur dat we zouden gaan beleven. Het mes was noodzakelijk om te overleven op vakantie, je moest er wilde takken mee kunnen wegkappen, je moest er gevangen vissen mee kunnen schoonmaken, je moest jezelf ermee kunnen verdedigen en als ik iets ouder was geweest moest ik me er ook mee kunnen scheren.

De zaklamp, fel als een laserstraal, was om je weg te kunnen vinden op een donkere camping, om je vijanden mee te verblinden en om ‘s avonds tegen het tentdoek te kunnen schijnen, zoals je in andere tenten ook wel eens zag als je er langs liep. En ik had een werphengel met blinker, om grote roofvissen mee uit het meer te halen.

Er was zelfs een jaar dat we een walkman hadden, voor op de achterbank. Het was drie dagen rijden met de auto met caravan naar Salles Curan. Er waren nog geen snelwegen in Frankrijk, wij kregen ze in elk geval niet te zien. Eindeloos lange rechte wegen door korenvelden, dodelijk saai, en de vakantieboekjes die we bij aanvang hadden gekregen waren dan allang uit. We waren blij als het je beurt was om bij opa en oma in de auto te mogen, want die reden ook mee. Daar kon je mee praten en ze praatten ook terug. In de Fiat van mijn ouders hing een strenger regime. Tenminste, je moest niet verwachten dat je steeds zo uitgebreid antwoord kreeg op je aanhoudende vragen.

De eerste dag kwamen we net voorbij Parijs, en hoorde ik mijn opa over Verdun, de tweede dag door het centraal massief en had hij het over de Tarn en Montpelier en de derde dag hoefden we nog maar een klein stukje en kwamen we ‘s ochtends op de camping aan. En daar bleven we dan drie weken, en als je de heen- en terugreis meetelde, waren we bijna vier weken weg. Geweldige tijden waren het, en dit is de reden dat ik nog steeds ieder jaar naar Frankrijk wil. Nog ruim twee weken…

Marburg

Ik ben terug uit Duitsland, we zaten in de mooie universiteitsstad Marburg. Het is verbazend hoe dichtbij een totaal andere wereld ligt. Alsof Nederland met een shovel vlak is gemaakt en alle heuvels over de grens geduwd zijn. Het was het jaarlijkse motorweekend waar het onderdeel motor steeds verder naar de achtergrond zakt, en waarbij de nadruk meer op weekend komt te liggen. Zo togen wij met de auto naar Bad Nauheim, de legerplaats van Elvis Presley, een feit waar ze daar erg trots op zijn, en terecht. Ik stond op plekken waar hij had gestaan, en stond voor het huis waar hij had gewoond. Daar woont nu de familie Müller in, die het verbouwd hebben en geen fans toelaten. Er staat een oude Mercedes naast, en het geheel straalt geen rijkdom uit. Toch moet het huis een vermogen waard zijn. Als Elvis er niet had gewoond zou ik een dergelijk huis in Vaassen schatten op negen ton, maar ik denk dat als het te koop komt, het een nulletje meer opbrengt.

Op de terugweg over de autobahn haalde ik 248 km/u. Het is daar toegestaan, en voor me reed een andere auto met dezelfde snelheid. Maar ik besloot dat het eens en voorlopig niet meer was. Ik zeg niet nooit, omdat je dat nooit moet zeggen, maar ook omdat ik het gevoel had dat er nog iets meer inzat en je weet nooit door welke overmoed je nog eens wordt uitgedaagd. Maar ik ben Max Verstappen niet en deze snelheid was me gewoon te veel. Dat merkte ik ook toen ik mijn poging moest staken, aan de snelheid waarmee ik een voorligger naderde. Mijn remweg inclusief reactietijd zou ongeveer 400 meter zijn, en dan gaan ze er vanuit dat je een noodstop maakt. Maar dat doe je niet bij die snelheid, dan raak je de rem slechts voorzichtig aan, uit angst dat je van de weg slipt. Mijn remweg was nog twee keer zo lang.

‘s Avonds in het café dronk ik twee biertjes. Halve liters eigenlijk. Ik bleef aan de bar zitten, kijkend naar de barjuffrouw die allerlei cocktails aan het maken was. Dat is nog hard werken, en dat schudden schijnt boven je hoofd te moeten gebeuren. Ik dacht dat dat was om indruk te maken op de meisjes, maar zij was zelf een meisje dus dat kan het niet zijn. Mij boeien die cocktails sowieso niet, en ik ga zeker niet om sex on the beach vragen aan zo’n meisje. En al helemaal niet aan een mannelijke bartender. Bovendien, in de wijde omgeving was geen strand te bekennen.

Laatste dag

Vandaag was onze laatste dag en het lijkt er sterk op dat ik beter terugga dan dat ik heenging. Dit was een goede vakantie waarin ik amper toeristen heb gezien. Men spreekt hier ook gebrekkig Engels, wat volgens mij een teken is dat er niet veel toeristen komen. Dat heb ik geloof ik nog niet eerder meegemaakt.

Ik maakte een bergwandeling met de hond, ik weet niet of het bergen of heuvels zijn, maar het was in elk geval verrekte steil. Op losliggende stenen moest ik me aan takken omhoogtrekken en om de twintig meter klimmen moest ik stoppen om op adem te komen. De watervoorraad voor Lori en mij ging er snel doorheen. Ik liep hier laatst ook al, toen deed ik haar aan de lijn omdat ik bang was dat ze ergens naar beneden zou storten. Maar dat liep nog veel moeilijker dus ik vertrouwde op haar behendigheid. En behendig is ze. Ze bleef op de paden, liep vast vooruit en wachtte tot ik weer in zicht kwam, en ze liep uiterst kwiek naar boven en beneden. Als ze een rots op moest nam ze een sprong en deed dat uiterst nauwkeurig. Ik was amper bang dat ze naar beneden zou storten, en toegegeven, het liep steil af, maar het waren geen diepe ravijnen waar we langs liepen.

Ik gaf haar vier keer water, ze hijgde als een paard, maar bleef voorop lopen. Eigenlijk voelde dit fantastisch, ik, zwetend en op de toppen van mijn kunnen, en de hond los in de vrije natuur op een niet geheel ongevaarlijke route. Ik vroeg me op de weg naar boven soms af waar ik aan begonnen was.

Uiteindelijk kwamen we weer in het dorpje waar ik op een terras ging zitten zweten en Lori bij me lag te hijgen. De Leffe die ik bestelde liet veel te lang op zich wachten, maar werd uiteindelijk gebracht door een heerlijk ruikende serveerster. De rien, je vous en prie, zei ze. Even later ging ik het biertje afrekenen, zeven euro. Een grote Leffe. De hond bleef keurig liggen toen ik binnen was. Ik geloof dat waar ik voor vreesde, namelijk dat de hond een belasting zou zijn, ongegrond was. Ze was een verrijking.