Uit eten in Frankrijk

We zaten gisteren, na lang zoeken, buiten op een terras om te eten. Ik begin een beetje te balen van die standaard Franse menukaarten die tartare de boeuf, burger, entrecôte en magret de canard bevatten. Het lijkt wel overal hetzelfde. Ik had eerst bij een Italiaans restaurant gevraagd, maar dat was vol, dus kwamen we weer bij de beroemde Franse keuken, die geen reet voorstelt. Tartare de boeuf is volgens mij rauw vlees met een rauw ei, een burger zit ik niet echt op te wachten, eenden zwommen onder ons in het water, dus bleef de entrecôte over. In Nederland zeggen we entrecoo en spreken we het op z’n Frans uit, in Frankrijk zeggen ze “ antrecoot.”

Pas de volgende dag ontdek ik dat pâtes, pasta’s zijn, dat wat ik had willen bestellen. Waarom ze dat pâte noemen, geen idee. En op de avond dat je daar moe van het slenteren, eindelijk een plaats hebt gevonden en het nog een kwartier duurt voordat er een serveerster komt, komt er een zonderling drietal met een speaker je rust verstoren met hun dansoptreden. Een soort Braziliaans karate op muziek. De t-shirts gingen uit, behalve bij degene bij wie je dat zou willen, en daarna komen ze met een hoed langs en vervolgens naar het restaurant ernaast. Halen ze waarschijnlijk een paar honderd euro op een avond op voor hun stunts. En even later staat een accordeonduo klaar om je te vervelen. Laat me met rust en zoek werk!

Vanavond gaan we weer. In een poging de ervaring van gisteren, die heus niet slecht was, te perfectioneren.

Slingers

Ik denk dat ik vanavond mijn persoonlijk record laatzwemmen buitenbad heb verbeterd. Half tien dook ik er nog in omdat het nog knap warm was hier. Het was vrijwel donker en ik dacht bij mezelf dat ik vast nog nooit zo laat had gezwommen. Ik hang zelf de slingers maar even op in mijn leven.

Verder maak je hier gekke dingen mee. Een schildpad in het wild, een cactus in het wild, gekko’s op de muur die razendsnel een insect pakken, en jonge vogels op de grond die roerloos blijven in de hoop dat je ze niet ziet. En verder doen we weinig. Ik leerde ooit eens dat je op vakantie geen dingen op een “to do lijstje” moet zetten omdat je daar stress van krijgt. Dus, ben je in Parijs, voel je niet schuldig als je de Eiffeltoren niet hebt beklommen. Zo zijn wij nog niet de Mont-Ventoux op geweest en hebben we Avignon nog niet bezocht. Beide hebben we al twee keer gedaan trouwens en je bent het ook wel een keertje zat. Dus veel verder dan zwemmen, lezen, hond uitlaten, boodschappen doen en uit eten komen we niet. En ik drink drankjes die ik nooit eerder dronk. Rosé en kersenbier. Ik zou vroeger gezegd hebben: “homo.” Nu denk ik daar heel anders over. Nu kan het me geen reet meer schelen. Nou ja, niet helemaal waar, ik ga het natuurlijk niet aan de grote klok hangen.

Robion

Wat me hier zwaar tegenvalt zijn de mogelijkheden om met de hond te lopen. We zitten op een kruising, het huis is verder prima en de tuin met zwembad ook, maar waar is het nationaal park? Gisteren was ik er, maar ik dacht eigenlijk dat Frankrijk barstte van de vrije natuur. Nou hier niet hoor. Goed, je ziet de natuur wel maar je kunt er niet komen. Elk pad dat je ziet is een oprit of afgesloten met een ketting. Heel Frankrijk is bezet door de Fransen.

Hier vlakbij loopt een riviertje, le of la Coulon, maar je kunt er bijna niet bij. De hele rivier is aan weerszijden overwoekerd met bamboe, geen doorkomen aan. Eén plek waar het ons lukte gaat over privé gebied, ik moest onder een slagboom door en dat is vast niet de bedoeling, en de andere is via een moeilijk begaanbaar pad waar je struikelt over stekeltakken of uitglijdt over gladde stenen.

Zelfs in de wijde omgeving vind ik niet een pad dat me de berg opleidt. Zeven kilometer verderop vind ik een plek waar ik m’n auto kon neerzetten en een pad in kon. Er stonden brievenbussen aan de weg, maar het was geen privéweg. Het pad ging omhoog, maar op het hoogste punt stond je midden in de bossen, geen uitzicht om een foto te maken en daarna liep het weer naar beneden. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is dat ik vanaf de weg een pad in loop, waar Karel de Grote nog gelopen heeft en waar sindsdien niets meer is veranderd. Of waar Gerard Depardieu nog in een hitsige film heeft gespeeld met een voor hem veel te knappe Française. Gewoon zoals je je Frankrijk voorstelt. Land van de liefde in de natuur. Of le pays où on se promène son chien.

Terug naar de bron.

We zitten in een huis dat stamt uit 1874. De eigenaresse heeft het ouderwets ingericht. Er hangen foto’s van mensen die vast allang dood zijn, er staan potjes met kruiden, er liggen vloerkleden en het huis is verstevigd met ronde balken, als dat bestaat. Ik zou eigenlijk denken, boomstammen. De deuren zijn van ijzer en de trap is van steen. Er hangen zwaarden aan de muur, er staan boeken, ze had jam gemaakt, ze had rosé koud gezet, en ook een fles water. Geen plastic fles, maar een glazen fles met kroonkurk zodat het water lekkerder smaakt volgens je hersenen. Alles is in stijl. Zoveel details die ik nog niet gezien heb. Overal hangen vissen en hagedissen. In de tuin twee Boeddha beelden.

Zwembad is aanwezig, er is wifi, er zijn mountainbikes, airco boven, er staan houten kisten, leren koffers, er is een overdekt terras met stenen vloer, een ijzeren tuintafel, hier is IKEA nog niet geweest. Salamanders kruipen ‘s avonds over de muren, wachtend bij de buitenlampen op een mot die achteloos landt om dan razendsnel toe te slaan. Het enige nadeel hier zijn muggen. Bij mij kan er geen muggenbult meer bij ondanks insmeren en uitroken. En het is warm. Heel warm. 34 vandaag en het wordt nog warmer. Maar ik loop met een pet en een zonnebril, een rugzak met water op mijn rug, ik vind het wel lekker eigenlijk, die warmte. En de Hollandse herder van 14 maanden kan er ook goed tegen. Onvermoeibaar als altijd. Vandaag liep ze met me een bergpad op. Ik zweten, zij hijgen. Maar boven dronken we water, de bron van al het leven.

Ibis budget

We hadden een hotel geboekt voor een overnachting op de heenreis. Lyon leek ons wel haalbaar gezien vorige reizen. Alleen nu hadden we de hond bij ons. Linda boekte iets in Lyon-Est, je kon er tot zes uur dezelfde dag annuleren. Toen ze boekte had ze een creditcard nodig en toen wist ik het al, dat gaat niet goed. En inderdaad, toen we geboekt hadden kon je ineens alleen annuleren tot 12 uur de dag ervoor. Daar heb je dus niet zoveel aan als je niet weet hoe de reis verloopt maar gezien alle stress die er al was, laat maar, we redden het wel.

Bij de afslag Lyon Est stuurde Linda me de andere kant op, want die had het hotel in haar telefoon. We kwamen in een gare wijk, Part-Dieu, waar we al een keer eerder overnacht hadden, dat was toen best redelijk. Maar deze keer niet. De navigatie gaf aan dat we de trambaan in tegengestelde richting op moesten, en inderdaad, daar zat het hotel. Je kon er alleen niet komen. Na een paar rondjes parkeerde ik in een parkeergarage die er vlakbij zat. Vrijwel niemand in Part-Dieu spreekt Engels, dus in mijn moeizame Frans vroeg ik de weg. Dat bleek verder niet heel ingewikkeld. In het hotel, dat dus niet in Est zat en dat luisterde naar de naam Ibis budget, en gelegen tussen het normale Ibis en nog een ander, vertelden ze me dat waar ik geparkeerd had niet van hun was. In de beschrijving stond dat er een parking bij het hotel zat, en dat was ook zo, op 150 meter afstand, een andere straat in. En in het budgethotel kon je ook niet eten. Maar dat kon er vlak naast. Alleen hadden we de hond, en die konden we niet in de hotelkamer achterlaten.

Ik ging eerst terug naar de auto, op zoek naar de andere garage. Ik betaalde 3,20 om eruit te komen en toen ik de andere gevonden had, bleek ik daar niet in te kunnen omdat de dakkoffer te hoog was. Ik croste dus weer door die gare wijk, vol van trambanen en onbegrijpelijke stoplichten en parkeerde weer in de eerste garage. Dezelfde plek was nog vrij, 1056, dus daar stond ik weer. Benauwd was het en stinken deed het ondergronds en boven was het niet veel beter. De hond was van slag en wij ook. We hadden nog niet gegeten en de hond was er nog niet uit geweest en in het hotel konden ze ons ook niet vertellen waar dat kon. En dat kon ook nergens, het was één grote stinkwijk met hier en daar een boom.

Ik kocht een flesje water voor 3 euro nog wat en een broodje. De dames wilden niks, ondanks honger. Die sterven liever dan dat ze iets eten wat ze niet bevalt. Terug in het hotel zei ik dat we het ontbijt wilden overslaan omdat ze gezegd hadden dat de hond niet meemocht de ontbijtzaal, of beter, hoek, in. Na enig overleg mocht de hond er toch in.

Dan ben ik bijna 55, ik heb een behoorlijke baan en dan kom ik in een Ibis-budget hotel terecht. Ik weet ook niet hoe het kon gebeuren. Ik liep ‘s avonds met de hond naar een van de bomen die er in de wijk staan, jongeren op scooters ontwijkend, en ik keerde zwetend terug. Onder de douche en slapen. We betaalden nog 26 euro voor de parkeergarage en reden de zwarte zaterdag in. Na zestien kilometer file gingen we de snelweg af. Route National Sept. Daar is een liedje van.

Hierna kon het alleen maar beter worden. In het vakantiehuis had de eigenaresse een fles rosé koud gelegd. Die heb ik dus nu op, in mijn eentje.

Belvilla

Wij zijn weer eens genaaid. Waarom dat bij ons toch zo makkelijk gebeurt weet ik niet, maar feit is dat het eens in de zoveel tijd gebeurt. Is het niet een verzekering, dan is het wel een slotenmaker, is het niet de ene reisorganisatie dan is het wel de andere.

Deze keer is het Belvilla, die we een aanbetaling hadden gedaan voor een vakantie die we in januari boekten. Vlak daarna kwam Hans erachter dat hij precies in die vakantie z’n baret zou halen, dus zouden wij eerder moeten terugkomen om bij die uitreiking te zijn. Prima, vond Linda, het was maar drie dagen eerder, maar niet prima vond ik, die maar één keer per jaar twee weken gaat en geen zin had dat ook nog eens in te korten naar anderhalf, zeker niet als we voor twee betalen.

Achteraf zou dat toch de goedkoopste oplossing zijn geweest, maar achteraf is het mooi wonen. Nu hebben we een duurdere vakantie geboekt in een andere periode, maar Belvilla betaalt ons de aanbetaling van € 700 niet terug. Ze hebben het netjes op een order gecrediteerd hoor, dat wel, maar daar blijft het bij. Elke keer als je belt wordt je met een kluitje in het riet gestuurd en wordt er een nieuwe smoes verzonnen. Dat gaat ongeveer zo als volgt.

De eerste keer als je belt krijg je het geld binnen tien werkdagen dagen terug. Na twee weken is er niks dus bel je nog een keer. Dan is er iets fout gegaan, maar dat wordt hersteld en krijg je je geld binnen tien werkdagen terug. Weer twee weken verder vragen ze of je je Iban wel hebt doorgegeven waarmee ze al aangeven dat ze je voor achterlijk houden. Dat hadden ze de twee eerste keren al moeten vragen, als ze dat echt nodig hadden, maar dat hebben ze natuurlijk niet want ze hebben het al. Weer twee weken verder bel je dat je er genoeg van hebt, ondertussen heb je ook nog wat mailtjes gestuurd die niet beantwoord werden, en dan weten ze dat hun smoezen bijna op zijn en beloven ze een spoedmelding met hoogste prioriteit aan de financiële administratie te doen.

Ik heb ze zelf geen enkele keer aan de telefoon gehad, maar Linda was flink over de zeik en drukte de ene eikel weg om een minuut later de volgende aan de lijn te krijgen. Hier past ook niet meer om te zeggen: jij kunt er ook niks aan doen, want dat kunnen ze wel. Ze verlenen geen enkele medewerking, verbinden je niet door met hun leidinggevende, kortom ze zijn deel van deze praktijken.

Ik heb het nu overgenomen, want Linda begaat een moord, en niet dat het mij wel gaat lukken, maar ik heb de rechtsbijstandsverzekering ingeschakeld in de hoop dat die iets kunnen doen. Het bedrijf zit in Zwitserland, dus je kunt er ook nog niet zomaar even een deurwaarder op af sturen, maar ik heb nog wel een aantal Zwitserse collega’s, als laatste redmiddel.

De mensen van de rechtsbijstand zouden binnenkort contact met me opnemen maar ik kon vast aangeven op de site wat ik hoopte te bereiken. Dat waren twee dingen, in de eerste plaats ons geld terug, en in de tweede plaats zou ik graag willen Belvilla toegeeft dat dit een vooropgezette tactiek is om de boel zo te vertragen dat klanten het opgeven en ze zo hun geld afhandig maken. Want nondejuu! Misschien moet ik zelf even langs Zürich. Met een honkbalknuppel.

Wandelschoenen

Mijn nieuwe wandelschoenen bevallen uitstekend. Ik werd in de winkel geholpen door een Française die vond dat ik maat 44 moest nemen in plaats van 43. En omdat ik in zulke situaties geen eigen wil heb, zwichtte ik. Ik liep tien kilometer, moest door een weiland, onder prikkeldraad door, en over een sloot, want ik had een bord gemist waar hoogstwaarschijnlijk opstond dat het pad doodlopend was.

Ik had iets verderop een auto zien rijden dus ik wist dat er een weg moest zijn. Enigszins opgelucht dat ik weer op de weg liep, vervolgde ik mijn weg door het onbekende. Ik geloof niet dat er ooit voor mij mensen waren geweest. Nou ja, die auto dan, die was nog vijf minuten eerder. Wat een land, als het lichtbewolkt en zonnig is! Zoveel plekken waar geen mens komt, en waar koeien je staan aan te gapen.

Ik kwam op een pad dat lichtjes naar beneden liep, naar een snelstromend beekje met een gammel bruggetje erover, aan de andere kant stonden koeien met bellen om hun nek. Aan het begin stond een kruisbeeld. Zo stelde ik me de hemel ook voor, alles klopte aan deze plek.

In Nederland zal ik mijn wandelschoenen ook weer nodig hebben, want er komt binnenkort een pup. Daar mag je in het begin nog niet ver mee lopen, maar als ze een jaar is eist dit ras flinke wandelingen. Ze is een Hollandse herder en ze gaat mijn wandelschoenen snel verslijten.

Regen

Het regent op de camping. Ik zit alleen op de veranda, de rest heeft binnen of bij de receptie een onderkomen gezocht. Het is weekend, dus er komen en gaan vandaag vele campinggasten. Die zullen veelal in 1500 km file staan, veroorzaakt door zwarte zaterdag en een bijkomend formule 1 weekend in Spa-Francorchamps wat zonder dat ik het wist een paar weken eerder is dan normaal. Ik volg het niet meer zo intensief, sinds Max toch alles wint. Belgen vinden het leuk om de Nederlanders op Facebook op te naaien door te zeggen dat Max Belg is omdat hij in België is geboren. En ik vind dat ook wel grappig, dat dat ze nog lukt ook.

Ik dacht dat het 1997 was toen ik de F1 van Spa bezocht. Max’ vader, Jos, van wie ik een groot fan was, reed toen nog. Hij knalde er keihard af en werd door een helikopter naar het ziekenhuis in Luik gebracht. Schumacher won zoals zo vaak.

Wij overnachtten in een camper in Theux, hadden geen toilet en moesten in een kuil poepen. We gingen op de fiets naar het circuit, over een lange weg die veelal bergop voerde, zodat we onze lichaamsbeweging voor de rest van de week al gehad hadden. Vooral ik, omdat ik geen mountainbike had maar een fiets met terugtraprem zonder versnellingen. Als extra handicap trapte hij door en moest ik de band om de vijfhonderd meter oppompen. Naar beneden was een hachelijk avontuur omdat het veel te steil was voor de zwakke achterrem. Maar het werd een van mijn mooiste weekenden ooit, ondanks de ontberingen en de vele regen.

Nu moet de regen hier snel stoppen want ik zit slechts onder de veranda te lezen. Mijn nieuwe wandelschoenen moeten nodig worden getest.

Jura deel 2.

De laatste jaren miste ik steeds de steile heuvel bij Tilff, vlak voorbij Luik. Voor mij sinds 1993 onvergetelijk. Ik ben er nu achter waarom ik die miste, je moet niet het bord Luxemburg volgen, je moet dwars door de stad Luik. Sowieso leuker. Die heuvel is een test voor de auto. Komt-ie er tegenop in de hoogste versnelling of moet je terug? Mijn vorige auto wist volgepakt in de zesde versnelling nog te versnellen, maar in 1993 viel mijn Mazda 323 1.3 gewoon stil. Deze auto maakte zelf de keuze terug te schakelen, dus die lol was ook gauw over.

Verder werd de route naar Luxemburg afgeraden door Belgische verkeersdienst dus pakten we een afslag eerder, richting Longwy. Tot mij stomme verbazing was ik ineens veel eerder in Frankrijk dan anders! Logisch als je Luxemburg overslaat en ik vroeg mij af hoe ik daar al die jaren in had kunnen trappen.

Vandaag was het droog, en zoals Ria al opmerkte, eigenlijk veel fijner dan die bloedhitte. Die hitte is alleen goed om bruin te worden en als je aan het water ligt, maar het kan ook irriteren. Bij het ontbijt bijvoorbeeld, of bij het avondeten wil je niet die koperen ploert in je gezicht. Ik herinner me van vorig jaar dat het om elf uur ‘s avonds nog 30 graden was en je nog steeds in je blote bast zat te zweten. Nu sterf je het af van de kou ‘s avonds op de veranda, tenminste, als je in je blote bast blijft zitten.

Hans vermaakt zich wat minder dan normaal, want er zijn hier geen leeftijdsgenoten volgens hem. Tammar, die vorig jaar de caravan niet heeft verlaten, is nu elke avond weg en heeft vanmiddag gezwommen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ik heb met Hans een ronde van drie uur rond het meer gelopen, over bergpaden en gladde afdalingen. Na afloop ben ik naar intersport gereden en heb nieuwe schoenen gekocht, aangezien de stenen door de zolen van de andere kwamen en ik nog steeds moeilijk loop van de pijn. Hans op zijn legerkisten had nergens last van. Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat die soldaten het maar makkelijk hebben vergeleken bij mij.

De terugreis over de Route du Soleil.

Na iets meer dan 1400 km en ruim 15 uur later zijn we weer thuis, waar het ietsje koeler is, al scheelt het maar een graad of vijf. Hoe ouder ik word, hoe makkelijker ik die afstand lijk af te leggen. De auto helpt natuurlijk ook mee, vroeger deden we dit zonder airco, cruisecontrol, navigatie en met maar een handjevol peekaas. Nu heb ik zes versnellingen en maakt de auto 2500 toeren bij 130. Vrouw en kinderen zeuren niet over de lange reis, dus eigenlijk een eitje.

Waar ik het vroeger een superspannend avontuur vond en ik alle indrukken in me opsloeg, daar ben ik nu gewend en rij er veelal achteloos voorbij. Met mijn gedachten ben ik bij vroeger, mijn jeugd, mijn vader, mijn liefdes van toen, bij mijn kinderen toen ze nog klein waren, kortom, mijn leven tot nu toe, en zo kom ik de tijd wel door. Maar desondanks kan ik wel een paar plekken noemen en waarom ik dat vroeger zo geweldig vond.

De terugreis:

Lyon. Die overweldigende grote Zuid-Franse stad, waar je dwars doorheen gaat en waar je die prachtige Rhône oversteekt. We waren al een uur of vier onderweg voor we Lyon bereikten.

De Péages. Vroeger waren ze nog mooier, toen er nog een Française achter de kassa zat, maar de drukte bij de tolpoorten en het optrekken daarna op een groot betonnen veld dat langzaam smaller wordt en je weer een baan moet kiezen.

Route du soleil. Magische klank en overal vergezichten. Bergen, kastelen, oneindige velden, en heuvels waar niemand woont en wie weet wat voor geheimen er nog schuilen.

Dijon: een eikpunt, je hebt nu zuid Frankrijk verlaten en je komt over een riviertje genaamd: la femme sans tête. De vrouw zonder hoofd. Waarom heet dat zo, en is het wel een riviertje? Behalve het bord heb ik het nooit gezien.

Ergens tussen Dijon en Nancy staat een bordje met: la meuse. Je ziet er niks van, maar volgens mij is dat waar de Maas ontspringt.

Metz. Spreek uit Mess. Het voetbalstadion langs de snelweg, en het geheimzinnige gebouw genaamd Waves. Ik heb het wel eens opgezocht, volgens mij een winkelcentrum.

Het kerkje bij Thionville. Vijfenveertig jaar geleden ongeveer attendeerde mijn oma er me op, het staat vlak langs de snelweg en eist de aandacht op.

Luxemburg, in een minuut of twintig ben je erdoor, je hebt er aire de Berchem en aire de Capellen.

Dan België, waar de wegen slechter worden en je door eindeloze Ardennen rijdt en je je afvraagt wat er zo bijzonder is aan de Veluwe. Je komt over de Baraque de Fraiture, de hoogste heuvel van België.

Net voor Luik, of achter Luik vanuit Nederland gezien kom je langs Tilff, waar je auto het ineens zwaar krijgt zonder dat je het in de gaten hebt. (Alleen op de heenweg, terug zoef je twee kilometer naar beneden)

Luik zelf. Je moet er eigenlijk doorheen rijden, dat is mooier. Ik vind het een geweldige stad al kan ik niet goed omschrijven waarom. De oude troep misschien, de Maas die er dwars doorloopt, het rommelige verloop van de wegen.

Net voor je Nederland weer inkomt ligt het plaatsje Visé. Op een steenworp van Nederland maar tegelijkertijd zo ver van Nederland verwijderd. Oud, Franstalig, rotsachtige heuvels, en het contrast met Nederland kon niet groter.

Dan rij je Nederland in, waar alles groen, vlak en netjes is. Waar het meestal regent als je terugkomt van vakantie, maar vandaag niet, vandaag was het 30 graden toen we er een uur of acht binnenreden.

En als je Nederland weer in bent is het avontuur klaar, dan heeft je auto het weer gehouden, en moet je nog een uur of twee over superstrak asfalt naar de eindbestemming. Daarna duurt het niet lang meer voor je weer moet werken.