Acteur

Ik liep vanochtend even naar de apotheek om een pijnstiller te halen, want we hadden te weinig. Mevrouw Mack krijgt als het goed is een nieuwe heup, en tot die tijd is het even doorbijten. Het was vijf minuten volgens Google, maar al lopend kwam ik er al snel achter dat dat de tijd met de auto was. Het was al gauw twee kilometer door de bloedhitte, maar ik ben er intussen aan gewend dus ik stapte vrolijk voort. Mijn poloshirts zijn iets te dik, maar ik vind mezelf te oud voor een gewoon t-shirt. Nou ja, laat ik eerlijk zijn, ik heb haar op mijn rug dat je met een t-shirt ziet, dat vind ik geen gezicht.

Maar goed, ik liep onder de palmbomen door, dat geeft op een of andere manier een gevoel dat je het hier naar je zin moet hebben. En dat had ik. Licht bezweet liep ik de apotheek binnen en vroeg om het medicijn. Hier zijn ze niet kinderachtig, ik kreeg de dubbele sterkte van die in Nederland. Mevrouw Mack kon blij zijn.

Ik liep de twee kilometer terug en acteerde dat ik een Fransman was. Gewoon doen alsof je hier dagelijks loopt en niet teveel zweten. Dat hielp, want een auto stopte om mij de weg te vragen. Daar viel ik dan door de mand, want ik moest bekennen dat ik Nederlander was en hier niet bekend was. Jammer. Ik ben ook te lang om voor Fransoos door te gaan. Verder weet ik wel zeker dat als ik genoeg geld had, ik hier naartoe zou verhuizen. En dan ‘s ochtends een krantje lezen op een terras, en tussen de middag iets eten wat de Fransen ook eten, maar wat wij Nederlanders nooit bestellen.

Met mijn dochter liep ik ‘s middags even naar de boulevard, want ze mocht oorbellen uitzoeken. Op een terras werd ik aangestaard door een Française, die natuurlijk dacht: ‘wat leuk, een vader alleen met z’n dochter.’ Ja, dat dacht ze volgens mijn gedachten. Ze was knap, had lange gele nagels (nagellak, geen bederf) en ik acteer dan dat ik een vader ben, alleen met z’n dochter op vakantie. Dat ging goed, want ze sprak me niet aan, wierp alleen nog een blik op me toen ze wegging. Morgen kom ik haar waarschijnlijk weer tegen en dan is het vroeg genoeg om door de mand te vallen. Ja, het is hier een fijn land.

Johan Cruijff schaal

Vorig jaar op de camping volgden we de Johan Cruijff schaal finale via een liveblog, maar dit jaar heb ik op kosten van mijn werkgever, althans dat hoop ik, een livestream op mijn telefoon aangezet. Er zijn best wat PSV-ers hier, maar desondanks waren het de Ajacieden die traditiegetrouw ons aanspraken op de bij voorbaat door hun gewonnen wedstrijd, pik!

We moesten noodgedwongen op een heel klein schermpje kijken naar een YouTube kanaal waar drie YouTubers de wedstrijd zaten te kijken, en zichzelf reuze interessant vonden. Mijn scherm was gesplitst in 2/3 deel wedstrijd en 1/3 deel YouTubers. Soms maakten ze er 50/50 van als ze zichzelf hilarisch vonden.

De Franse campinggasten in ons straatje moesten lachen om ons geschreeuw bij een doelpunt van de Eindhovenaren. Vijf keer in totaal. We hadden er dan geen professioneel commentaar bij dus wij moesten het met onze eigen kennis van de spelregels doen, maar wij hadden het gevoel dat de Var er weer het nodige aan deed om Ajax te laten winnen. Maar, deze keer zeg ik erbij dat ons beeld heel klein was en we geen uitleg van de commentator hadden, dus misschien zaten wij er deze keer naast.

In elk geval, de Johan Cruijff schaal (als je hem wint heet hij zo, als je verliest heet hij de Johan Fruitschaal) is voor de dertiende keer voor PSV!

Strand

Ik was in mijn eentje naar het strand vandaag, ik had een duikbrilletje gekocht omdat ik wilde controleren wat er zoal mijn benen aanraakt als ik in de branding sta. Als een soort mr. Bean legde ik mijn handdoek neer en met duikbril liep ik de zee in. De zee is hier geweldig trouwens, net zoals het strand. Ik dook door een golf en speurde de bodem af. In zoet water kan ik veel vissen herkennen, maar niet in de zee, dus van mij geen kennisoverdracht vandaag. Het zijn zandkleurige vissen, sommige langwerpig, sommige wat minder gestroomlijnd en een paar witte kwallen. De vissen zijn brutaal, komen heel dichtbij en alleen als je je hand naar ze uitsteekt smeren ze hem. Verder is er op de bodem niets, gewoon net als het strand. Ik vraag me altijd af of dat natuurlijk is, of dat al dat zand er door mensen is neergelegd. In elk geval wordt het strand dagelijks kleiner, want iedereen die er geweest is neemt zand mee. Ik vraag me af hoe lang het duurt voordat het strand weg is en in het dorp ligt.

Ik had mijn boek meegenomen en ik besloot dat dit het beste strand is waar ik tot nu toe ben geweest.

De wraak naar boven

Tijdens het ontbijt tel ik vier soorten drank. Oasis, melk, koffie, sinaasappelsap, voor iedereen wat. Mevrouw Mack verzucht dat ze blij is dat er tegenwoordig Oasis is, want ze moest altijd op zoek naar Yop, wat kennelijk lastiger was. Ik klaag niet over de jeugd van tegenwoordig want dat is de schuld van mijn generatie, die kennelijk wraak nam op de generatie boven ons. Want wij vinden alles zielig voor onze kinderen, en als iets mislukt, zorgen wij voor een herkansing of een alternatief.

Ik legde uit dat als ik vroeger met mijn ouders op vakantie was, dat je dan gore Franse melk te drinken kreeg, die zo goor was dat je er maar één glas van dronk, liefst helemaal niet, maar het was verplicht, en tegen de tijd dat je eraan gewend was, drie weken later, ging je weer naar huis. En ik voegde eraan toe dat dat wel zo moest, want anders kon mijn vader zijn tweejaarlijkse nieuwe auto niet kopen. Ondertussen keek ik naar mijn veertien jaar oude diesel die minder waard is dan twee weken mobile home verhuur. Ja, die wraak op de generatie boven ons legt ons windeieren.

Il était une fois.

In deze zware tijden die vakantie heten heb ik mijn toevlucht genomen tot een ingewikkeld boek, dat ik toegestuurd kreeg door een ver familielid waarmee ik vorig jaar weer in contact kwam. Haar vader, een volle neef van mijn vader, was destijds verrukt over het boek, schreef ze. Het boek heet “het heilige bloed en de heilige graal” en heeft hetzelfde thema als “de da Vinci code” alleen werd dit een paar decennia eerder geschreven en is het geen roman, maar een onderzoek naar een bepaalde geschiedenis.

De geschiedenis begint in een bergdorp hier vlakbij, dat ik nog ga bezoeken, en heeft naar verluidt verregaande consequenties voor onze huidige opvattingen over de geschiedenis. Aangezien het nu een paar decennia verder is, en er niks is veranderd in deze geschiedenis zoals ik hem vroeger kende en nu, moet het boek als nonsens worden afgedaan. Tenminste, door mensen die ervoor geleerd hebben.

Ik echter, met mijn levendige fantasie die mij door dit zinloze leven sleept, denk daar anders over. Ten eerste vind ik het ongelofelijk knap van de drie schrijvers hoe ze hun onderzoek hebben gedaan. Dat moet jaren gekost hebben om honderden namen na te trekken, hun betekenis in de geschiedenis te verifiëren, en om deze namen waar mogelijk met elkaar in verband te brengen. Hun bibliografie is tien pagina’s lang. Ten tweede vind ik dat wij, nou ja, laat ik voor mezelf spreken, ik, geen enkele bijdrage meer lever aan de geschiedenis. Vroeger werd er gestreden om van alles en nog wat, en al die slagen werden op hun beurt weer verslagen door de verslaggevers van die tijd, waardoor wij nu ongeveer weten wie welke rol speelde. En ten derde was er vroeger iets om voor te leven en te strijden, er was eer en broederschap, ik zou het volgens mij prima gedaan hebben in die tijd. Nu valt er nog weinig eer te behalen.

Het boek is ingewikkeld, er komen veel woorden in voor die ik niet ken of snap, er worden honderden namen genoemd waarvan ik niet meer kan navertellen wie ze precies waren, en soms lees ik stukken zonder dat ik iets in me opnam. En toch boeit het me mateloos omdat ik weet dat er ergens hier vlakbij, in de Pyreneeën, aan het eind van de negentiende eeuw, een ontdekking gedaan is die nog niet is opgehelderd na tweederde van het boek te hebben gelezen, en waar via tientallen andere geschiedenissen die ergens verband moeten houden met deze ontdekking, die de Christelijke wereld op zijn grondvesten moet doen schudden, wordt toegewerkt naar de onthulling. Die ik natuurlijk al vermoed, maar waarvan ik toch hoop dat hij ook mij in opperste verwarring zal achterlaten.

Ik heb te lang geen boek meer gelezen, zoveel is duidelijk.

Warm hè?

Wat was het warm vandaag zeg! Wij hadden er weinig last van maar we zagen de thermometer oplopen tot 40 graden om vijf uur ‘s avonds. Af en toe, niet te vaak moeten we eruit, om te tanken of voor een sanitaire stop, en dan voel je alsof je je in een heteluchtoven bevindt.

Ik heb 40 graden nooit eerder meegemaakt, maar het iets teveel van het goede. Het voelt niet vrij, zoals 32 graden op een stralende dag dat wel doet. Zelfs een zinderende 34 op een Franse Aire vind ik niet vervelend. Maar dit, dit is overdreven.

Ik voelde aan mijn banden en besloot ietsje minder hard te gaan rijden. Een klapband door oververhitting, daar zit ik niet op te wachten. Ik weet niet eens of ik bij de gevarenzone in de buurt was, maar met 40 graden vind ik het allemaal geen vanzelfsprekendheid, dat alles maar heel blijft. Gelukkig deed het dat wel en zijn we verder dan gepland. In de buurt van Valence zitten we. Waar het om half 11 nog steeds 31 graden is. Nu slapen met airco, geen overbodige luxe op de bovenste verdieping van een hotel. Morgen nog een kleine 400.

Onbetaalbaar

Morgen rijden we naar Zuid-Frankrijk. Ons huis wordt twee weken bewoond door een zogenaamde bijstandsmoeder met twee kinderen die op een kleine flat in Apeldoorn wonen. Haar twee dochters konden niet wachten om ons huis te betrekken. Tv op de slaapkamers van de kinderen, een ligbad, een tuin met een veranda, bosrijke omgeving, wij zijn er al blij mee, maar de beide meisjes konden helemaal niet wachten. We hebben het zwembadje ook maar voor ze opgezet. Leuk dat ze het zo leuk vinden.

Geheel belangeloos is dit natuurlijk niet. We hebben wel een kat, een aquarium, bloemen in de tuin, vogels, eekhoorns en egels die rekenen op hun dagelijks brood. De hond is naar een vertrouwd adres, tegen gelijke kosten waarvan wij in 1981 met een gezin van vijf drie weken op vakantie konden.

De totale kosten van de vakantie beginnen ook de spuigaten uit te lopen trouwens. Ik durf het niet eens hardop uit te spreken. Maar wij maken herinneringen voor dat geld. En die zijn onbetaalbaar.

Helikopter

Hans en ik maakten een rondvlucht met een helikopter boven de Verdon. Ik had nooit in een helikopter gezeten en Hans had überhaupt nog nooit gevlogen. Met al dat glas om je heen heb je een mooi uitzicht, maar ik moest wel even slikken bij het opstijgen. Best hoog, en er stond een briesje dat af en toe vat kreeg op de helikopter. Op zo’n moment vertrouw ik maar op de piloot en z’n kunsten.

Française

We waren in Riez, bij een restaurantje waar we al een paar jaar komen, maar waar ze ons nog niet kennen. Ik kende het bedienend personeel ook niet, want dat is elk jaar anders. Er liep een ouderwetse mademoiselle rond. Met ouderwets bedoel ik, ouderwets mooi. Ik vond de haan een beetje dood de laatste jaren. Frankrijk stond toch bekend om haar Françaises vroeger. De laatste jaren vond ik het wat magertjes, met voornamelijk dertien in een dozijn getatoeëerde meisjes.

Nee, dan deze. Superdun, lang krullend donker haar, prachtige gebruinde benen, betoverende donkere ogen, een blauw jurkje met gympen eronder, en helaas een mondkapje voor. Maar ze was mooier dan roodkapje, sneeuwwitje en Assepoester samen. Uiteraard ben ik alleen in de positie om gade te slaan, ik zeg niet eens helaas, want mijn tijd is geweest, maar de haan leeft weer.

Toen ik bij haar afrekende gaf ik haar uiteraard een vette fooi. Ah, merci monsieur! Vous etes d’ou? D’ Hollande, c’est loin! Vous etes ici aux vacances? Allemaal keurige, professionele vragen. En ik maar braaf alles beantwoorden, als een deftige heer uit Nederland. Terwijl ik natuurlijk liever met mijn motor was gekomen, haar achterop had gezet, en net als in een film de verte ingereden, haar hoofd tegen mijn schouder rustend. En dat het daarmee eindigt. Niet dat je daarna weer alledaagse vragen moet beantwoorden. Wat zullen we vandaag eens gaan doen? Wat eten we? Het wc-papier is op. Laat je de hond uit? Godsamme man!

Zielig.

Ik zag een jonge vrouw, ik groette haar de eerste keer omdat ze bij haar tent zat en er een Nederlandse auto bij stond. Ik zag haar bij het meer, ze was er sneller door dan ik en daardoor ook sneller aan de overkant. Ik zei iets tegen haar dat ze lachend beantwoordde. En toen kreeg ik door dat ze hier alleen was. Ze was best dik, had zichtbare pigment vlekken en ik vond haar best aantrekkelijk. Ook wel een beetje zielig, eerlijk gezegd. Maar dat ben ik, altijd voorbarige conclusies trekken. Linda en ik liepen langs haar tent en ik zei tegen haar: ben je alleen op vakantie? En ze begon honderduit te vertellen en lachte in elke zin. Dat ze morgen verder trok naar de Pyreneeën, daar kwam haar vriend ook naartoe want die had geen zeven weken vrij, en ze vond het ook niks om met bevriende stellen met kinderen mee te gaan, en dit deed ze al jaren zo. Ik zei dat ik haar avontuurlijk vond maar dat wuifde ze weg met: “ach, het is maar de Provence hè? “

Ze had een behoorlijk grote tent opgezet, maar ze moest nog even ergens langs de decathlon want door de harde grond waren veel haringen krom, vertelde ze lachend. Ze reed in haar eentje door Frankrijk, kampeerde op verschillende plekken en vond het de normaalste zaak van de wereld. En ik dacht dat ze een beetje zielig was. Ik ben zelf een beetje zielig. Ik zou dat nooit durven, me alleen gaan zitten vermaken op een camping omdat anderen dan denken dat ik zielig ben. Bekrompen gewoon.