Verslag van Zeeland.

Zeeland is 's winters een ongelofelijk lelijke provincie. Koud, nat, kaal en vlak. Het was er zo mistig dat ik niet kon zien of het water waaraan we stonden zout of zoet was. En ik realiseer me nu pas dat ik geen idee heb aan welk water we gestaan hebben. Het park (Roompot Marina) stelt weinig voor. Maar dat zou ook aan mij kunnen liggen. Een tennisbaan, een voetbalkooi, een speelhal waarin geen flipperkast te vinden was en een sloot met drie verdronken konijnen op de bodem. Het zwembad was wel mooi, maar het zwemmen werd zorgvuldig verpest door neef Dan (bijna 2) die het op een krijsen zette. De topattractie was een 1 meter hoge glijbaan voor onze deur, die Hans geheel zelfstandig kon beklimmen en beglijden. Ik hoefde slechts toezicht te houden en af en toe een hap zand uit z'n mond verwijderen.
Van Kerstsfeer was ook al geen sprake, vooral niet toen ik de accu's van de PlayStation Portable van twee meegereisde pubers verstopt had en de terugverdientijd bij elke klap die ik kreeg met een uur verlengde.

Aan mijn en mijn zwagers lijden kwam pas een einde toen op tweede Kerstdag de hele avond Elvis op tv kwam. Aloha from Hawaii, This is Elvis en Elvis by the Presley's. Een uurtje of vier alleen maar Elvis. Wij hadden twee stoelen naast elkaar op een meter voor de TV gezet. Veronica snapt gelukkig nog hoe ze haar kijkcijfers hoog moet krijgen. Zwager en ik waren het roerend met elkaar eens over maakte niet uit wat. Wij spraken er nog over dat Elvis nu zat op de troon naast God en dat Kerstmis waarschijnlijk naar 8 januari verplaatst zou worden. En Tupelo zou het nieuwe Betlehem worden. En dat wij beiden toch wel erg veel op Elvis leken. De volgende ochtend werden we naast elkaar wakker in hetzelfde bed.

Roompot

Nooit van gehoord, maar ik ga er een klein weekje heen. Ik weet niet eens op welk schiereiland ik moet zijn, maar dat zie ik morgen wel. De dorpsgek van Vaassen is ooit eens onvoorbereid op vakantie naar Zeeland gegaan, maar toen hij na zes uur nog niet op de plaats van bestemming was gearriveerd, en men hem belde waar hij bleef, bleek hij ergens in Drente rond te rijden.
Dat overkomt mij vast niet, ik orienteer mij voornamelijk op de zon die ik aan mijn linkerzijde moet houden. (En een beetje op de auto van mijn zwager, die voor me rijdt.)

Met mijn autodidactische studie Duits gaat het trouwens goed. Ik hoef van de denkbeeldige juffrouw niet op naamvallen te letten omdat een Duitser je prima zal begrijpen ook al gebruik je een verkeerde naamval. En woorden die je niet kent kun je prima omschrijven met ruim 300 woorden die je wel van buiten moet leren. Ja, dat vertelde onze tot leraar omgeschoolde Oost-Duitse grensbewaker er nooit bij!

Ich wünsche euch allen frohe Weihnachten, und es ist Schon spät, komm – wir müssen weg hier,
raus aus dem Wald, verstehst du nicht?
Bis nächsten Woche!

Commandotruien


Sommigen van u kunnen zich misschien nog herinneren dat ik gelogd heb over onze vakantie in de Ardennen, en dat zwager Willy en ik gekleed in commandotruien een overlevingstocht door de Ardennen hebben gemaakt. Niemand op de camping vond ons voor lul lopen. Op de foto ziet u commando Jan en Commando Piet, gekleed in commandotrui, hun beider zonen de grondbeginselen van het commando zijn bijbrengen.

Pas op met stotteraars.

Op de camping in België hadden we een buurman die nogal gek was van zijn auto. Een getunede VW-bus die er inderdaad erg strak uit zag. Meer dan eens kwam er iemand een foto maken van de bus en buurman Jan glom dan van trots.
Jan stotterde een beetje.
"Het ma-maakt m-mij hele-m-maal n-niet uit waar we na-naar toe gaan op va-vakantie, als ik m-m'n bus maar bij de te-tent kan zetten."
Hij had dus drie keer gebeld naar de camping of ze wel zeker wisten dat de auto bij de tent kon staan, anders ging het feest niet door. Als Hans al naar de auto keek raakte hij al in paniek. Elke dag met een emmer sop zijn setje 22-inch velgen van 5000 euro wassen.
"Jan, waarom koop je toch in hemelsnaam zulke dure velgen?" vroeg ik hem.
"N-nou, het is een h-hobbie v-van me. Anderen g-geven het m-misschien uit aan uitgaan ofzo, ik h-hieraan." "Ik h-heb er zelf voor gew-werkt, ik heb altijd in de wee-wee…"
"W.W.?" vroeg ik.
"N-nee, de we-wegenbouw." verbeterde hij.
<img

Nederland

Ik heb nooit begrepen wat een buitenlander bezielt om op vakantie te gaan in Nederland. Wat moet je hier in godsnaam fotograferen en welke stad onderscheidt zich nou in positieve zin van een mooie stad in Italië of Frankrijk? Welk natuurgebied is hier nu zo bijzonder dat je het speciaal komt bekijken? Warm is het hier ook meestal niet en die groene weilanden langs de snelwegen maken het er ook niet vrolijker op. Nederlanders zijn nors en onvriendelijk en wantrouwend als de pest. En als je al een vrolijkerd tegenkomt is het vaak iemand die vooral erg om zichzelf lacht.
Af en toe denk ik dat het maar goed is dat ik hier nog woon, anders kwam er helemaal geen buitenlander meer hier naartoe.

U ziet, ik kan er zelf even niet opkomen maar u weet vast wel wat dingen te noemen die hier beter en mooier zijn dan in een hoop buitenlanden.

Fantasie op hol maar waar gebeurd.


Op de foto ziet u mij in commandotrui en mijn zwager (geen paniek) zonder. Onze zoontjes Hans en Dan brengen we hier de grondbeginselen van het commando-zijn bij.
Mijn zwager is 40 en ik noem hem commando Piet. Ik ben 36 en hij noemt mij commando Jan. Ik noem de leeftijden er even bij omdat ik wil checken of wij abnormaal gedrag vertonen voor onze leeftijden.
In een eerdere log schreef ik dat wij op een avond -beiden met commandotrui- de Ardennen waren ingetrokken. Onderweg begon het te regenen dus ik begon razendsnel te bewegen. Ik zei tegen commando Piet: "Ik ben de druppels aan het ontwijken."
"Ja, ja, commando Jan, dat zie ik ook wel, dat heb ik ook geleerd tijdens mijn opleiding." Even later wees ik hem op een open plek in het bos.
"Luister, commando Piet, tijdens het Ardennenoffensief zat hier een mitrailleursnest van de Duitsers. Ik heb daar toen in mijn eentje een bom op gegooid, vandaar die open plek."
"Ja, ja, dat weet ik, ik zat daar toen in dat dal daar, wat destijds nog een berg was, maar ik ben iets te hard met de schep in de weer geweest, vandaar dat het nu een dal is."
"Hoe kom jij trouwens aan die schram op je gezicht, commando Jan?"
"Oh, gisteren tijdens mijn nachtelijke expeditie vloog er een straaljager tegen mijn wang, vandaar."
"Stop, commando Jan, voor ons een woeste rivier!" Hij wees mij op een miniscuul stroompje regen dat de heuvel af gleed.
"Hoe gaan wij deze woeste rivier oversteken, commando Piet?"
"Nou, commando Jan," antwoordde ik, "Ik neem gewoon een aanloop en ik slinger me via die liaan die daar hangt naar de overkant."
"Oh, da's goed, dan doe ik dat ook."
"Momentje commando Piet, ik heb al een half uur een rotsblok in mijn schoen, maar dat begint nu wat moeilijk te lopen."
"Blaas jij dat rotsblok even op, commando Jan, dan kan ik mooi die boomstam in mijn oog verwijderen. Dat begint ook wat te prikken."
Tijdens deze trip vielen wij geregeld van het lachen op de grond.
Goed. Na een uurtje of drie keerden wij terug van onze expeditie en u kunt zich misschien een voorstelling maken van welke gevaren wij getrotseerd hebben en hoe wij deze overwonnen hebben. Wij concludeerden dat het maar goed was dat er verder niemand bij was, want dan zou je toch maar mooi de rest van je leven gepest worden. Maar vooruit, sportief als ik ben krijgt u van mij toch een ooggetuigeverslag.

Le coq est mort.

Frankrijk is mijn favoriete vakantieland, ik ben er al vaak geweest en ik kan er vloeiend bier bestellen, en dat drinkt wel zo makkelijk. Je hoort wel eens Nederlanders zeggen dat Frankrijk een mooi land is maar dat er geen Fransen moesten wonen, maar da's natuurlijk klinkklare onzin. Behalve in het verkeer zijn Fransen uitermate beleefd. Beleefd zijn ze naar mijn beleving trouwens in elk buitenland. Onbeleefdheid is vast een Nederlandse uitvinding. Fransen geven elkaar elke dag een hand of, als er een dame in het spel is, twee kussen en vragen dan: "Ça va?" Precies zoals je het vroeger op school al leerde. En da's wel zo handig want het Nederlands wat je vroeger op school leerde is tegenwoordig volstrekt onbruikbaar.
Jongetjes op straat groeten je gewoon met "Bonjour" wat letterlijk goedendag betekent. Heeft iemand het in Nederland ooit wel eens meegemaakt dat een jongetje goedendag tegen u zei? Ik kan het me niet herinneren in elk geval. Als je iemand van onder de twintig groet wordt er stomverbaasd gekeken en doorgelopen. Op een goeie dag hoor je "hoi". Maar goeiedag, nee, dat kan echt niet meer. Dan word je gepest op school.
Le coq est trouwens wel behoorlijk mort. Ik heb zegge en schrijve precies één Française gezien die de moeite waard was om naar te kijken, maar dat kwam meer door haar licht doorschijnende witte t-shirt met daaronder twee enorme knoppen, dan door haar gezicht. Ik kan me haar gezicht trouwens niet eens herinneren.

Terug van Lynxenjacht.

Wij zijn weer terug van een regenachtige vakantie die ondanks dat erg gezellig en leuk was. De eerste week sliepen wij in een tent en de tweede week in een huisje, wat een enorme vooruitgang was.
In België hebben mijn zwager en ik ieder eenzelfde commando-trui gekocht, code XL en code XXL, waarmee wij op een avond de Ardennen zijn ingetrokken. Volgens onze mede-vakantiegangers liepen wij erg voor lul in dezelfde outfit, maar dat is niet zo want commando's hebben immers altijd gelijke kleding aan.
Twee meegereisde bijna-pubers met een grote mond (11 en 13 jaar) hebben wij onder de duim kunnen houden met een verhaal over lynxen die 's avonds om ons huisje zouden lopen. Toen ik ze in de verte aanwees zagen zij ze ook. Hele kuddes zagen ze. Tijdens een barbecue was mijn zwager even weg en juist op dat moment kwam er een brul van een lynx uit de bosjes die het hele gezelschap naar binnen deed vluchten.
Verder kan ik melden dat Hans het bijzonder naar zijn zin heeft gehad, zo zelfs dat hij voor het eerst los ging lopen, wat redelijk op tijd is, en dat hij nu zelf zijn flesje aan z'n mond zet en drinkt in plaats van dat wij het flesje moeten vasthouden, wat met bijna 15 maanden hopeloos te laat is.
Vandaag was hij om half negen 's ochtends op, heeft hij de hele dag in de auto gezeten en ging om half tien 's avonds naar bed, met tussendoor twee dutjes van twintig minuten en dat alles zonder vervelend te worden. Als dat geen zoon van mij is weet ik het niet meer…

Wij gaan naar de Ardennen

Wij vertrekken morgen voor twee weken naar het verre buitenland. Onze station zit zo vol dat wij de hoedenplank thuis moesten laten, wat automatisch inhoudt dat mijn hoeden niet meekunnen.
Omdat mijn schoonzus niet zover wilde rijden (Zuid-Limburg was het maximale) heb ik na lang onderhandelen kunnen bewerkstelligen dat we de eerste week naar de Ardennen (de frisse lucht is even wennen) gaan. De tweede week gaan we naar de Vogezen want ik heb haar wijsgemaakt dat dat vlak bij de Ardennen is. Eigenlijk wilde ik naar de Alpen maar dat lukte niet omdat ze wist dat die ver weg zijn. Uiteindelijk ben ik best tevreden met het resultaat want de eerste week zitten wij zowat op Eau Rouge. Ik zal proberen het baanrecord voor stationdiesels daar te verbeteren.
In de Vogezen zijn mevrouw Mack en ik al een keer eerder geweest. Daar barst het van de Linxen volgens de borden. ("Kijk, daar rechts, een linx!" Ah, net weg.") Dat vonden wij toen nog bijzonder omdat er toen nog geen poema's op de Veluwe zaten en nu wel volgens de krant.
Ik zie dat morgen inmiddels vandaag is geworden, ik moet hoognodig naar bed dus ik maak mijn excuses voor de abrupte onderbr

Il meurt ici.

Ik weet niet of er onder de onder de lezers campingliefhebbers zijn maar met de zomervakantie nog in het verschiet wil ik het toch eens over een paar dingetjes hebben.
Ik zelf vind een camping erg leuk. Uiteraard wel als het mooi weer is maar zelfs als je 's nachts in je tentje ligt en er klettert een Zuid-Franse stortbui op je tentdoek is het genieten. Vooral als je overal op de camping paniekerige mensen hoort jammeren omdat hun tent wegspoelt en jij lekker warm in je slaapzak ligt te meuren. De eerste twee dagen is het even wennen maar dan weet je al niet beter. 's Ochtends vroeg stokbrood en croisantjes halen en aan een opklaptafeltje ontbijten, tegenwoordig kennen ze in Frankrijk pindakaas, dus alles is naar wens.
's Middags zwemmen of een berg beklimmen en 's avonds eten, afwas doen (dat is wel klote trouwens) en dan lekker bij het getjirp van de krekels in je luie stoel naar de sterren kijken. Een jerrycan rode wijn erbij, ik begrijp niet hoe mensen een camping niet leuk kunnen vinden.

Helaas kent de Zuid-Franse camping ook een groot nadeel en dan heb ik het over het hurktoilet. Wie dat heeft uitgevonden moeten ze voor straf met z'n kop onder dat gat vastbinden. Altijd als je binnenkomt heeft er iemand het gat gemist en zit je tegen andermans schijt aan te kijken. De voetjes zijn altijd zwart van de schoenen die erop gestaan hebben en de plons die je veroorzaakt is door het hele toiletgebouw te horen. "Daar valt er weer één", denk ik altijd bij mezelf als ik zo'n plons hoor. Bovendien val je na een halve minuut achterover omdat je als blanke Europeaan niet gewend bent meer dan één spier te gebruiken bij het bouten.
Vroeger, toen ik nog schaamte had, ging ik altijd de eerste drie dagen niet en dan wachtte ik tot in het holst van nacht nummer drie, en liep stilletjes naar het toiletgebouw. 's Nachts is er niemand en kun je lekker kracht zetten. Behalve als ik ga dan, want ik zit nog niet of je hoort de deur weer openvliegen. Je houdt je zo stil mogelijk en naast je gaat iemand ongegeneerd zitten drukken. Je maakt alle fases van je buurman mee en pas als hij weg is kun je weer verder. Als je klaar bent en je probeert ongezien weer weg te komen, komt altijd je Franse buurman ook nog even toileteren. Je kijkt elkaar hulpeloos aan en een beschamende groet in de vorm van een benepen 'bonsoir' klinkt zachtjes door het gebouwtje. 'De stank is van de vorige, hoor' zou eigenlijk de eerste zin moeten zijn die je bij Franse les zou moeten leren in plaats van: Voici monsieur Duroc. Il est de Brest. Want daar heb je echt geen reet aan.