Hard.

Als ik zin heb en als het relatief rustig op de weg is, trap ik het gas in. Flitsmeister gaf aan dat er twintig kilometer achter mij werd geflitst, dus ik was veilig. Ik verbaas me vaak nog over hoe eenvoudig en snel de auto 170 haalt. Ik had heel even die magisch klinkende snelheid van 180 op de klok, die barrière van vroeger die superveel indruk maakte. Toen moest ik het gas loslaten en de afrit nemen.

Op dat moment verscheen er op Flitsmeister een nieuwe flitser. Precies daar waar ik zojuist had gereden, zo leek het. Dat kon een dure grap worden dus ik moest terug om te checken waar ze stonden en om zo in te kunnen schatten of ze me geflitst hadden en me eventueel voor te bereiden op een enorme bekeuring.

Toen ik de snelweg weer opreed verdween de melding al snel weer en op de aangegeven plek was helemaal niks te zien. Vals alarm, iemand had vast op het knopje melden gedrukt. Misschien wel iemand die mij voorbij zag stuiven, om me te stangen. Goed, dat was gelukt.

Ooit, begin jaren tachtig, reden wij terug uit Utrecht naar huis, Fiat 132, 2.0 5 speed, mijn vader trapte het gas in en reed op met twee motoren. 180 gingen we. Er bestonden nog helemaal geen flitsers. Alleen politie-Porsches. Wat een tijd!

De weg naar kerst.

Ik geloof dat we het nu gevonden hebben. Het zal wel weer een vermogen gekost hebben maar we hebben een standaard voor een kerstboom. Voor een afgezaagde kerstboom, bedoel ik. Hij staat al twee weken en vandaag heb ik water bijgevuld. Er ligt vrijwel geen naald op de grond. En dat na jarenlang een kunstboom te hebben gehad, maar dat vond ik eigenlijk niks. De laatste jaren geëmmer met een boom met kluit. En de genoemde emmer. Nog nooit zoveel naalden op de grond gezien als bij bomen met kluit. Hoe dat kan is me ook een raadsel. Maar dit ding is ideaal. Boom erin, je zet hem vast met een paar klikken en klaar. Vorig jaar stond het ding zo scheef dat ik de top met een touwtje aan de muur had vastgemaakt. En de volgende ochtend lag de hele boom plat in de kamer. De hond had nog aangeslagen ‘s nachts maar ik wist niet waarom.

En dan hebben we nog een kerststalletje. Dat is toch wel de kers op de taart. Vroeger kon ik daar tijden voor gaan liggen om het tafereeltje te aanschouwen. Een kribbe, het kindje Jezus, Maria en haar onbevlekte ontvangenis. Nou ja, ik zeg het even expres fout, omdat de meeste mensen de onbevlekte ontvangenis verwarren met het feit dat Maria zwanger werd zonder gemeenschap met een man te hebben gehad (wat zeg ik dat toch netjes) maar dat is niet zo. Op acht december viert de katholieke kerk met de onbevlekte ontvangenis dat Maria werd verwekt en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt, negen maanden voor de verjaardag van Maria op acht september. Ik ben gek op dit soort simpele dogma’s van de katholieke kerk, maar dit terzijde.

Mijn opa en oma (Maria van zeven september) hadden een veel grotere kerststal. Met losse stukken. Je kon er haast mee schaken. Zelfs Melchior zat erbij. Die stal was indrukwekkend, maar die van ons was liefelijker. Alles en iedereen had een vaste plek en bovenin zweefde een engel. Een cherub eigenlijk, maar dat voert te ver voor een kind.

Laatst reed ik naar Epe en langs de weg in een weiland stond er een levensgrote stal met de beelden van Jozef, Maria en Jezus. Voor hen lagen schaapjes en er stond een ezel. Ik bekeek het tafereel in het voorbijgaan en ik kreeg een warm gevoel. Sommige streng gelovigen zullen het er niet mee eens zijn dat iemand dit waagde te doen, maar ik werd er blij van. Dat werd ik als kind al, en nu ben ik 52. De weg naar kerst is het mooist. Mooier dan het eigenlijke feest.

Angelique

Wat mij gebeurt drie dagen na mijn bericht “foto’s”! Ik had het toch over die wat zielige jongen op de klassenfoto die aan de zijkant stond, die ik me niet herinnerde, maar toen ik de foto uploadde was hij weggevallen? En dat ik het opnieuw ging doen omdat ik het niet op mijn geweten wilde hebben dat hij ooit deze foto zou zien, hem zou herkennen omdat hij de foto ook heeft, en dan zou zien dat hij ervan af was gelaten?

Ik kreeg dus een klassenfoto toegestuurd van een meisje waar ik nota bene het halve schooljaar mee gegaan was, Angelique heet ze, waar ik niet opstond omdat ik aan de zijkant stond en weggevallen was! Alleen mijn hand zie je om de schouder van Hans, een vriendje. Ik zei: “oh leuk, je hebt me eraf geknipt” en stuurde haar de versie waar ik wel opstond.

Verschrikt riep ze dat ze Bianca, van wie ze de foto had gekregen op haar donder zou geven! Maar ondertussen was het haar kennelijk niet opgevallen dat ik er niet opstond! Betekende het dan helemaal niks, Angelique? Ik heb je nog een handje gegeven om onze verkering officieel te bezegelen! Een half jaar lang hadden wij deze status voordat ik het uitmaakte. En dat halve jaar, waarin absoluut niets gebeurde, heeft geen diepe sporen bij je achtergelaten?

Nou ja, ik kan er tegen, ik maakte er een grapje van, dus misschien had die jongen op de havo er ook geen probleem van gemaakt, en zegt het meer over mij dat ik hem wat zielig vond, dan over hem.

Uiterst links, ondergetekende, uiterst rechtsonder, Angelique.

Ach, de meisjes van de basisschool…ze zijn me nog steeds lief. Gaat nooit meer over.

Foto’s

Ik kreeg via mijn moeder twee fotoalbums in handen. Foto’s uit mijn jeugd. Ik was bepaald niet fotogeniek met uitzondering van de eerste tien jaar van mijn leven. Maar er zaten mooie foto’s bij. Eentje van mij met mijn opa (1901) van moeders kant. Hij was daar al 70, en rookte een sigaar. Ik kan nog zijn wang voelen als ik hem kuste, een schurende wang, maar als kind voelde dat niet raar. In tegenstelling tot mijn andere opa liet deze zich door mij kussen. Ik liet de foto aan Tammar zien, die zei gelijk dat hij er wel heel erg lief uitzag.

Verder kwam ik een foto tegen van mij en mijn vader. Hij leek wel een Franse filmster. Dat vind ik tenminste. Ik heb er mijn profielfoto op Facebook van gemaakt. Wist hij veel dat dat ooit zou kunnen. Hij is hier een jaar of 28 aangezien ik drie ben.

En verder een klassenfoto, vijf havo, een lastige tijd. Kakkers, ruitjesbroeken, college-schoenen. Ik sta ergens in het midden verscholen, maar als ik goed kijk zie ik een meisje dat haar handen op mijn schouders heeft. Carmen heette ze. Van de meesten heb ik de naam niet onthouden. Aan de zijkant staat een jongen die ik me helemaal niet herinner. Hij staat niet strak tegen de ander aan, maar bijna los van de groep. Ik kan zien dat hij geboren is met schisis. Ik upload de foto op schoolbank.nl , waar 10 jaar geleden voor het laatst een bezoeker werd gesignaleerd. Ik begin met het taggen van de namen die ik me nog wel herinner. Een stuk of acht. Nog best een priegelwerk. Opeens zie ik dat de jongen links is weggevallen op de foto. Dit kan niet. Hij ziet er al wat buitengesloten uit, straks zoekt hij door schoolbank, herkent misschien de foto en ziet dat hij eraf gelaten is! Nee, dat kan echt niet. Jammer van het priegelwerk maar ik upload de foto opnieuw, deze keer met hem erbij, en begin opnieuw met de namen toe te voegen die ik weet. Geen geschiedvervalsing hier.

Tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan

Er liepen een man en een vrouw langs me. Een van tweeën geurde naar rozenbottels. Een moment later was het zomer en zat ik op mijn knieën tussen de botanische rozenstruiken. Ik moest de geur opsnuiven om mij verder terug te brengen. Wat deed ik er ook alweer? Ineens zag ik weer de violetkleurige blaadjes van de rozen, en hoe die struiken geplant stonden in het perkje tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan. Achter de liguster bevond zich dit perkje.

Ik plukte rozenbottels, met aan de onderkant zo’n groen hangend kroontje eraan vast dat je er van af kon trekken, en als je dat goed deed, was de bottel aan de onderkant open en kon je het sap en de zaadjes eruit knijpen. Waarom ik dat deed, dat snapte ik niet precies. Dwangneurose waarschijnlijk. En ik had een potje. Een potje met een deksel met gaatjes erin. In het potje zaten blaadjes, rozenbottels en rupsen. Het barste van de rupsen tussen die struiken. Ik had geen duidelijk doel, tenminste niet dat ik mij herinner, behalve zoveel mogelijk rupsen vangen en later weer vrijlaten. Hoe oud zal ik zijn geweest, een jaar of acht?

Ik liep weer door, het was al herfst. Het was niet koud, maar de vleug van geurende rozenbottels bracht me bijna 45 jaar terug en liet mij daar even struinen in dat zomerse rozenbottelveldje tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan.

Gelukkige momenten

Eind jaren tachtig was ondanks alles ook een mooie tijd. Waarschijnlijk omdat ik toen nog een onbekende toekomst had. Die heb ik natuurlijk nog steeds, maar qua gevoel ligt het grotendeels vast. Toen was de toekomst de zeer nabije, omdat je je over de verre geen zorgen hoefde te maken.

Zo herinner me ik een donderdagavond, het was koopavond, waarop ik met mijn moeder en zusje naar Apeldoorn reed. Achter de Hema zat nog een grote parkeerplaats in plaats van een overdekt winkelcentrum. Apeldoorn was toen nog een kale stad, maar het had zijn eigen sfeer, met bekende winkels en de vaste orgelman. Later, toen de binnenstad werd opgeknapt verdween die typische sfeer en werd het een nietszeggend geheel. Nu, nu V&D ook weg is en aankopen voornamelijk online gedaan worden is er helemaal niks meer van over. Bom erop en er een mooi park van maken zou mijn idee zijn.

Maar toen, die avond, nadat ik bij de boekhandel de nieuwste Autovisie had gekocht, en ik terugging naar de auto, terwijl moeder en zusje samen nog wat winkelden, las ik de test van de Alfa Romeo 164 3.0 V6. Zelden was een test zo positief. Zelfs de rollenbank deed mee en liet een minimaal vermogensverlies zien en zelfs een hoger koppel dan de fabrikant opgaf. Alles was goed aan die auto, en ik las het geheel in een staat van euforie.

Of het zomer of winter was herinner ik me niet meer, want ik zie voor me dat ik de autoruit op een kiertje had, maar ook dat het al donker was. De donkere avond maakte het compleet. Toen mijn moeder en zusje klaar waren met winkelen reden we weer terug naar huis. In onze warme Mazda 626 (mijn vader had die in 1984 nog nieuw gekocht) over de donkere Zwolseweg, terug naar de knusheid van ons huis.

Het is een herinnering aan een bijzondere avond die typerend was voor gelukkige momenten die er toen ook zeker waren, ondanks alles.

Skiete Willy

Skiete Willy is niet meer. Ik wist niet eens dat hij ziek was. Vorig seizoen heb ik hem nog op de tribune zien zitten, de topscorer aller tijden van de eredivisie, Willy van der Kuijlen. Toen ik een jochie van een jaar of negen was, werd ik voor PSV. Willy van der Kuijlen voetbalde er toen nog. Hij was aanvoerder. Tenminste in mijn herinnering was hij dat. Hij had een kanonskogel van een schot in beide benen. In mijn voetbalboek stond hij, duidelijk herkenbaar met een beetje vreemd zwart haar. Een beetje schuchter kijkend, niet zo’n lefgozertje als bijvoorbeeld Johnny Rep.

Toen ik vanochtend op de PSV app een melding kreeg dat Mister PSV was overleden, raakte me dat. Nog net niet zoals een paar jaar geleden toen Cruijff overleed, maar het kwam in de buurt. En juist die verrekte Cruijff was er de oorzaak van dat Willy van der Kuijlen niet echt is doorgedrongen in het Nederlands Elftal. In 1974 bedankte Willy zelfs al voor de eer. Cruijff en Neeskens waren de baas en dulden geen tegenspraak. Van Beveren, de beste keeper van de wereld van dat moment, en tevens eigenzinnige Amsterdammer pikte dat niet en Willy was solidair met Jan van Beveren. Dus vertrok het Nederlands Elftal naar Duitsland voor het WK van 74 zonder de beste keeper, zonder één van Nederlands beste voetballers aller tijden, en met een Cruijff die in de finale zo aangeslagen was door een val van de Duitsers dat hij geen moment zijn niveau haalde. Daar ging onze beste kans om wereldkampioen te worden.

Later zat Willy veelvuldig op de tribune bij PSV. Vaak kwam hij in beeld om een nieuwe speler te verwelkomen of om een prijs uit te reiken. Ik was trots op deze man als boegbeeld van PSV. Weer een icoon minder. Ik ben 51, er zijn al zoveel jeugdhelden heengegaan.

Loosdrecht

Voor mijn moeders verjaardag namen wij, broer, zus en ik haar een dagje mee naar het verleden. Mijn moeder heeft haar jeugd, tenminste de vakanties, doorgebracht op de Loosdrechtse plassen. Mijn opa en oma hadden een boot, in de jachthaven van Breukelen, eentje waar je de vakanties op kon doorbrengen. Ik ben ook nog wel eens meegevaren vroeger.

We hadden een sloep gehuurd en maakten een tocht van een uur of zes over de Vecht, de Drecht en de Loosdrechtse plassen. Ik herkende de plek van de boot van mijn Opa, al mochten er nu alleen zeiljachten liggen. Het buitenzwembad was er nog, als kind heb ik er gezwommen en ik ving er een grote brasem. Voor mijn moeder gingen de herinneringen nog verder terug. Die vond het geweldig ondanks dat ik aan het roer stond.

Wat mij opviel is hoeveel steenrijken er moeten zijn in Nederland. Langs de Vecht stonden al leuke optrekjes, midden in de plassen lagen complete eilanden met villa’s erop. Aan de oevers stonden overal borden met “geen toegang, bijtende honden”. Drugscriminelen dacht ik. Ik vond het ook mooi, hoewel het op mij niet dezelfde aantrekkingskracht uitoefent als op mijn moeder. Ik hou niet zo van bezet gebied, in dit geval door de rijken die alle stranden gekaapt hebben. De jachthavens zijn niet vrij toegankelijk terwijl het juist zo leuk is om over die steigers te lopen. Op een woonboot wonen lijkt me nu ook niet geweldig, zonder dat ik precies kan duiden wat er dan aan scheelt. Ik denk iets met “het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”

Nou ja, doet er niet toe, de weergoden waren ons gunstig gestemd, beter weer konden we niet hebben om te varen. En ik manoeuvreerde door sluizen, langs boten, meerde aan voor de lunch, en lag stil voor dichte bruggen alsof ik nooit anders gedaan had.

Brooke

Ik keek daarnet “the blue lagoon”, een jaren tachtig onzinfilm. Ik zeg wel onzin, maar de film was één grote sensatie destijds. Zoiets was nog nooit vertoond, liefde tussen twee opgroeiende kinderen waarvan er eentje Brooke Shields heette. De mooiste vrouw die ooit heeft bestaan, al denk ik dat ik dat over meerdere vrouwen heb gezegd. En ze deed het met die blonde krullenbol, die onbetekenende zeur, en ze kreeg een baby van hem, al hadden ze geen idee waar die baby vandaan kwam, op hun onbewoonde eiland.

Vanzelfsprekend was het niet terecht dat die krullenbol de rol kreeg en ik niet! Ik had ook wel met Brooke op een onbewoond eiland gewild. Maar wat echt magisch was aan de film was het feit dat daar van alles in gebeurde terwijl je niets zag. Maar die suggestie die werd gewekt was al voldoende. Je kon de film bespreken met het meisje dat je op het oog had, in mijn geval was dat C., hoewel C. de film met mij besprak voor ik hem ooit gezien had. Dat zij met mij over een dergelijk onderwerp wilde praten maakte mij al euforisch. Dit kon wel eens betekenen dat ze het ook wel zag zitten om met mij op een onbewoond eiland te gaan wonen.

Helaas, ik was niet daadkrachtig genoeg om haar hart te veroveren en ik was niet cool genoeg om advances te maken waardoor haar interesse op den duur vervaagde. Het bleef bij mooie momenten waarop ik te lang teerde. Maar Brooke, die is nooit meer weggegaan. Brooke is die film. Zeg je Brooke, dan zeg je “blue lagoon”. En dan zit je in de jaren tachtig, toen alles nog alle kanten op kon.

Het mag dan illusie zijn…

Voor het eerst in bijna 35 jaar ben ik in het bezit van een gloednieuwe LP. Het is “a head full of dreams” van Coldplay. Ik heb de cd al een paar jaar in bezit, voor ons is het de ultieme “Frankrijk cd” omdat we hem veel in de auto draaiden tijdens de vakantie. Ik had net toevallig vorige week mijn oude platenspeler naar beneden gehaald en de nieuwe naar boven gebracht omdat de oude eenmaal veel beter klonk dan de nieuwe.

Maar die nieuwe van Coldplay zeg, dat zijn twee vinyl lp’s, maar toch is het geen dubbel LP. Ze schijnen dat te doen omdat als je minder nummers op een kant zet, de kwaliteit toe kan nemen. De LP’s zijn massief en zwaar, terwijl ik vroeger een lichtere schijf hoger inschatte omdat ik dacht dat licht meer high-tech was. Dat gevoel van hoe je een LP moest vastpakken is nooit weggeweest. Je laat hem uit de hoes glijden en vangt hem op tussen de binnenkant van je duim en met je middelvinger en ringvinger ondersteunde je hem en zo kon je hem inklemmen tussen je vlakke handen en hem op de pick-up leggen zonder de boven-of onderkant aan te raken.

En dan bracht je de naald naar het begin en liet je met een hendeltje de naald zachtjes zakken op het begin van de plaat. Dan hoor je een licht tikje en een zacht gezoem, iets wat ze bij de cd hadden opgelost, en begon de naald de groeven van de lp te verkennen en versterkte dat geluid via de boxen. (Ik snap nog steeds niet hoe het werkt) In elk geval, doordat je die handmatige moeite had gedaan, klonk het geluid schitterend. Zo mooi zelfs dat je nu die hele lichte kraakjes weer waardeert en het gevoel hebt dat de het geluid veel echter is. Dat de bassen veel sterker zijn, dat de band zich dichterbij je bevindt.

En natuurlijk, als je dit vroeger niet hebt meegemaakt dan zul je het onzin vinden, en dat begrijp ik ook. Volgens mij als ik de cd aanzet, zou ik het niet eens in de gaten hebben, dat verschil in geluid in het voordeel van de platenspeler. Iets dat ik eind tachtiger jaren ook al zei, maar dan in het voordeel van de cd-speler.

U begrijpt het wel, ik ben wat ouder. Ik heb het nog over platen- en cd-spelers. Ik heb niks anders. Ik zou niet eens weten wat de moderne manier van muziek beluisteren is. Spotify volgens mij. Het mag dan allemaal illusie zijn, je wordt door je hersenen gefopt, maar dat neemt niet weg dat zolang je je laat foppen, het wel jouw waarheid is.