Alsof Trump niet aan de macht is

En zo is het alweer september. Je kunt wel halsstarrig vast houden aan het feit dat het officieel nog zomer is, maar het is al koud vroeg in de ochtend, en de herfst komt eraan. Ik liep in het bos vanochtend en zag geen enkel wild dier. Een bron die ’s zomers een walhalla voor kikkers is stond bijna droog. De droogte lijkt een slachting te hebben aangericht. En nu moeten de dieren die het hebben overleefd nog snel hun reserves aanvullen voor het winter wordt. Er komt een strenge winter aan. Alles wijst erop, vooral mijn nek. Als die gaat kletsen, dan weet je dat er een Elfstedentocht zit aan te komen. Het wordt vandaag dan wel weer mooi en warm, en er zal heus nog wel een zwaluw te zien zijn, maar een zwaluw in september is anders dan een zwaluw in juni. In juni weet je dat je de koude seizoenen achter je hebt gelaten en dat de zomer nog moet komen. Dat groene seizoen vol van warmte waarin je je amper kunt voorstellen hoe de winter in hemelsnaam een kans kan krijgen. En toch gebeurt het. Binnenkort wordt de mais geoogst en valt die druilerige, koude regen weer op de modderige akkers. Het is weer voorbij die mooie zomer. Hoe we het elke winter toch weer overleven, het lijkt nu een raadsel.

Maar ik weet hoe het komt. Hebben we nu een heerlijke zomer gehad, straks komen de journaals, de social media en de politici weer met allerlei leuke en zinvolle vraagstukken waar wij dan weer een mening over mogen hebben. Over Zwarte Piet, dodenherdenkingen waarbij we de nazi’s herdenken, straatnamen van zeehelden die boevenstreken uithaalden, Trump die weer iets roept waar we geen last van hebben maar waardoor we toch in opstand komen, en natuurlijk de klimaatverandering. Zo kunnen we ons de hele winter bezighouden, om dan ergens in de zomer op een ver vakantieadres tot rust te komen en je af te vragen wat je je toch in godsnaam druk maakt over Trump. Hier, een liedje. Luister en voel de zomer. Als je het luistert is het alsof Trump helemaal niet aan de macht is.

Die Twee, Louis en Willem.

Vroeger had je het programma Spaan en Vermeegen. Pisa, Verona, Die Twee, Nieuwe Koeien, de regenjas of al wat dies meer zij. Betere t.v. is er nooit meer gemaakt. Ik zag net een filmpje terug over Louis en Willem, die als trainer een team kleine jongetjes coachten. Willem en Louis waren destijds trainer van Feijenoord en Ajax, maar nu coachten ze de pupillen van een jaar of zes.

Willem en Louis waren nog jong, een jaar of vijftig voor Willem, en wat minder voor Louis. Ze coachten de kindjes op een vaderlijke manier, maar stiekem wilden ze niet verliezen van elkaar. Dat leverde geweldige beelden op. “Het zal toch godverdimme niet weer gebeuren,” zei Van Hanegem toen hij op 1-0 achterstand kwam tegen het jonge Ajax. Het fanatisme spatte er vanaf.

Spaan en Vermeegen, ze hebben ruzie gekregen en gingen alleen verder. Het is nooit meer wat geworden. Helaas.

Sissi

romy Er staat hier een kerstfilm aan, Sissi. Het was natuurlijk 1955 en het was een mierzoete tijd, maar ik kan er niet naar kijken. Mijn vrouw, die normaal naar koppenrollende zombieseries kijkt, zwijmelt in haar eentje weg. Franz Joseph, wat een sukkel zeg. Hij doet me denken aan die scherpschutter uit Inglourious Basterds. Het nazigehalte is trouwens toch veel te hoog in deze film, al bestonden er nog helemaal geen nazi’s. Maar je ziet hier de basis gelegd worden. Met Romy Schneider is het trouwens niet goed afgelopen. Nog een tijdje getrouwd geweest met Frankrijks held Alain Delon -geef haar eens ongelijk, weg uit dat suikerspinnenweb van Sissi films- maar dat was een eenmalige opleving die gedoemd was haar leven in een neerwaartse spiraal te storten. Roken, drank, drugs en de dood van haar zoontje deden de rest en op 43-jarige leeftijd was het klaar met Romy. Begraven in Parijs. Bij haar zoon David in het graf. Dat dan weer wel. Straks komt Scrooge. Met hem loopt het beter af. Gelukkig maar. Het is kerst.

Cheers

Afgezien van het feit dat je je leven niet onder controle kunt hebben, heb ik een periode meegemaakt waarin ik dat niet had. Ik heb het over mijn Havo tijd, 1985-1987. Het was een achtbaan waar ik niet in durfde, maar toch terecht gekomen was. Ik werd geconfronteerd met angsten die niet weggingen, die ik alleen met veel inspanning en hulp doorstond, en die me doodmoe maakten.

In deze hectische tijden waren er twee rustpuntjes. Het weekend en dinsdagavond, als Cheers werd uitgezonden door de NCRV. Dan liet ik mij meevoeren door de begintune die het eigenlijk allemaal samenvatte en de ellende even liet verdwijnen. Ik keek vanuit mijn bed en viel na afloop snel in slaap. Nog maar drie dagen tot aan het weekend.

Beukenoot

Nu zat ik gisteren bij de eindmusical van groep 8, mijn zoontje speelde mee als Barry Badjas, een gladjakker eerste klas, en ineens zag ik de basis die gelegd is op deze school. Ze stonden er met z’n allen op dat podium en niemand viel uit de toon. Het was een eenheid die er stond op te treden, inclusief de van de zijlijn coachende meester. Ik had het me lang niet gerealiseerd, maar hij is nu van de basisschool af. Hier zijn belangrijke dingen gebeurd die in zijn herinnering opgeslagen zullen worden.

Hij gaat naar een middelbare school waar veel van zijn klasgenoten heen gaan. De meester noemde bij elk kind de naam van de school waar het kind heen ging. Twee gingen er in hun eentje naar een nieuwe school. Eentje ging ver weg naar Arnhem om daar de dansacademie te kunnen volgen, en de ander ging in zijn eentje naar een school die een dorp verder ligt dan waar Hans heengaat. Ik heb geen idee waarom, maar ik vind het een beetje triest. Ik zie hem al half voor me, vijftien kilometer fietsend in zijn eentje, die eerste dagen. Ik hoop dat Hans later nog vrienden heeft van nu, iets dat ik door een verhuizing op mijn 13e mis. Ik werd weggerukt uit en gelukkige omgeving, en ik had het op dat moment niet door. Ik dacht dat het normaal was, en dat het gewoon verder zou gaan. En dat ging het ook, maar toch ook niet. Ik kwam op een vreemde school, waar ze een vreemd taaltje spraken, en waar ze zo gesloten waren als de bossen van de Veluwe. Ik veranderde, werd stiller, ingetogener, verlegener. En er gingen meer dingen mis, zoals mijn puberteit die laat op gang kwam, het verlies van mijn vader, en mijn talent tot mezelf terugtrekken groeide.

Ik merk het verschil in het Facebooktijdperk weer. Ik heb veel contacten van basisschool en de brugklas uit Brabant, en geen enkel contact van de middelbare scholen uit Vaassen en Apeldoorn. Mijn beste vriendje van vroeger, ik heb hem 35 jaar niet gezien, sprak mij vorige week op een avond aan omdat zijn vrouw bij hem wegging en vertelde mij het hoe en waarom. Kennelijk zitten er diepe banden in het verleden.

Ik weet nog dat ik twee rollen had op mijn eigen eindmusical. Ik was een minister in een pak en ik was en een conciërge met een stofjas. Ik weet nog de tekst van mijn rol als conciërge- het was maar één zinnetje- terwijl veel mensen zich niet eens kunnen herinneren of ze wel een eindmusical gespeeld hebben. Het is toch triest dat ik dat nog weet. Het heeft niet te maken met een goed geheugen, maar met het lang zijn blijven hangen in het verleden. Al zijn uw problemen nog zo groot, geen probleem voor Beukenoot.

Weerstand

Wat mij ergens irriteert, hoewel dat niet helemaal het juiste woord is, is dat mensen niet echt oud worden. Hoeveel mensen er nu al dood zijn ten opzichte van 35 jaar terug, het is niet normaal. Neem nu alle hoofden van de middelbare scholen waarop ik zat, allemaal dood. Ook veel leraren hebben inmiddels het loodje gelegd. En waar slaat het op? Het hoofd van de Mavo waar ik zat, dhr. Bosman, was hooguit 60 destijds. Dan had hij nu makkelijk 95 kunnen zijn, of op zijn minst slechts een paar jaar geleden zijn overleden. Maar nee, de man is al bijna drie decennia dood.

Deze gedachte overviel mij laatst en verontrustte me. Mensen die al van middelbare leeftijd waren toen ik klein was, die kunnen nu toch nog makkelijk in leven zijn? Dat is toch niet teveel gevraagd? Ja, natuurlijk is het wel teveel gevraagd. Ik wil gewoon graag vasthouden aan het verleden, het niet kwijtraken of vervreemden van alles.

Toen ik 16 was, liep er altijd een oude man met zijn hond door de straat. De hond was nog ouder dan hij, dus de man liep voorop, en de hond sjokte er achteraan. Soms poepte hij midden op straat, omdat de hond eenmaal te oud was om het nog te snappen. Ik weet nog hoe hij heette want ik bracht de krant bij hem.

Tot mijn grote vreugde zag ik de man vandaag lopen. Nauwelijks veranderd, wat witter nog en ietsje brozer. Maar hij stak de straat over en liep naar zijn auto. Hij reed dus nog auto ook. Eindelijk werd er eens weerstand aan de tijd geboden.

Dag 2589146

Tijdens het ziekbed van mijn vader had ik nog strijd met hem, en hij was sterker dus hij dwong mij om een Zilvervlootspaarrekening te openen. Hij kon niet overweg met mijn onverschilligheid over die hoge rente van zeker vijf procent plus die extra tien aan het eind. Als ik mij goed herinner had ik na zijn overlijden toch een kleine f 2000,- (guldens zijn dat) Een enorm bedrag voor een 17-jarige. Waar ik het aan besteed heb weet ik niet meer. Een rijbewijs kan het niet geweest zijn, want dat kreeg ik van mijn moeder voor het niet roken tot aan mijn 18e. Daar begon ik mee op mijn twintigste. Vier jaar later hield ik er weer mee op. Drie jaar later begon ik weer. En zo nog een paar keer op en af. Maar ik dwaal af. In elk geval, sparen loonde in die tijd.

Vandaag deed ik wat achterstallige administratie, en mijn oog viel op een Comfortspaarrekening van ING -een overblijfsel van de giro/zilvervloot, en ik had 11 cent aan rente. Euro’s weliswaar, maar wat zijn dit voor tijden? Ik deed al heel lang niks meer met die girorekening, al dertien jaar hou ik hem aan zonder dat er nog iets op gebeurt. Kosten eraf, af en toe saldo aanvullen, een pasje bij me dragen dat ik nog nooit gebruikt heb, maar omdat het een “erfenis” van mijn vader was, hield ik hem aan.

Vandaag heb ik die rekening de nek omgedraaid. Het nummer zit in mijn hoofd, in tegenstelling tot het Rabobank nummer dat ik wel gebruik. Ik moest bij de opheffing voor de eerste keer de pin gebruiken, maar ook die zit in het oproepbare gedeelte van mijn geheugen. Net als pi tot zes cijfers achter de komma en de eurokoers toen we hem invoerden. Ik was een beetje gehecht aan die rekening, waar ik nog altijd papieren afschriften van ontving en waar ik geen online toegang tot had, als een der laatste der Mohikanen.