Op deze voorlopig heetste dag van het jaar werden bepaalde evenementen aangepast of afgelast. Te heet, te gevaarlijk, en een organisatie moet eenmaal mensen tegen zichzelf in bescherming nemen. Ik zelf kan goed tegen warmte, ik weet niet waarom. Ik zweet wel erg, misschien daarom juist wel, zweten is tenslotte afkoelen.
Ik besloot een grote struik uit de voortuin te graven. Toen ik eraan begon om een uur of tien was het nog koel, maar dat veranderde snel. Ik groef, ik zaagde, ik zweette en ik dronk. Twee buren en de postbode uitten hun bezorgdheid. Om ze gerust te stellen zette ik een hoedje op. En ik moet eerlijk toegeven dat het warm was. Ik sproeide mezelf nat met de tuinslang en toch moest ik af en toe even in de schaduw gaan staan. Ik dacht aan dwangarbeiders. Ik had tenminste nog te drinken. De struik gaf zich niet snel gewonnen. Ik zaagde dikke wortels door, maar hij bleef volharden. Ik zette de schop eronder, maar hij gaf niet mee. Ik wist niet zeker of ik dit ging winnen.
Na vIer uur gaf hij zich over en haalde ik de dikke stronk uit de grond. Ik zag eruit als een kolenboer, maar de triomf was aan mij. Ik had nog een uurtje nodig om alles op te ruimen en aan te vegen, maar ik had mezelf volledig gesloopt.
Na het douchen kon ik amper nog een stap zetten, en ik plofte neer in de veranda. Ik kon vrijwel niet meer bewegen, en ik kreunde bij elke inspanning. Als je eraan toegeeft, wat ik hier deed, dan wordt het ook moeilijk. De struik is weg, de zon is weg, mijn energie is weg. Morgen weer een nieuw avontuur.