Los!

Ik sla nooit geliefden, maar vandaag moest ik een uitzondering maken. Ik heb Tammar in haar meest dwarse bui ooit wel eens een trap gegeven, en nog veel vroeger mijn zusje in net zo’n dwarse bui, maar het geeft alleen maar een slecht gevoel. Misschien deed het mij wel meer pijn dan hen. Wat dat betreft begrijp ik niet dat er vroeger zo lustig op los werd geramd door vaders.

Degene die vandaag de klos was, was Lori. Ook zij zit in haar puberteit en neemt het ineens niet meer zo nauw met mijn gezag. Ik speel altijd met haar tijdens het uitlaten, maar als ik “los” zeg, moet ze loslaten. Tot nu toe lukte dat, maar gisteren liet ze het touw waaraan ik trok niet meer los. Ik trok aan haar oor, draaide haar nekvel om, ik deed zelfs een nekklem, maar niets hielp. Ze hield vast. Het enige dat mij nog restte was haar aan de lijn te doen en linea recta naar huis te gaan. Klaar met het spelen. Thuisgekomen vroeg ik me af of ze dat nu begrepen had. Nee natuurlijk niet! Aan de lijn en niet meer spelen is geen straf.

Vandaag probeerde ik het opnieuw. Zelfde touw, zelfde rondje, en zelfde situatie. Ze liet niet los. Ik gaf haar een ram met de leren riem. Bij de tweede liet ze los. Even daarna liet ze weer niet los, maar nu hoefde ik alleen maar te dreigen met de riem, en ze liet los. Ik was weer de baas.

Die laatste zin, die meen ik totaal niet, want ik laat mijn hond luisteren door te slaan of te dreigen en ik ben er helemaal niet trots op. En waarom ik het zo belangrijk vind dat ze loslaat als ik dat zeg weet ik eigenlijk ook niet. Alsof ze een politiehond is. Misschien moet ik er minder een punt van maken als ze een keer niet luistert. Ze luistert toch al beter dan alle vorige honden bij elkaar.

Een geliefde slaan is in het algemeen geen goed idee. Dat moet je niet willen. Zelfs als je dat nooit doet, geef je ze onbedoeld al wel eens een klap in het gezicht. Honden zijn wat dat betreft minder gevoelig. Gelukkig maar. Anders kon het nog wel eens een lastige zaak worden.

Tijden veranderen

We zijn in een hotel in Kijkduin. Hond mee, kinderen thuis. Heeft Linda geregeld voor mijn verjaardag morgen. Zij vindt er niks aan, dat strand, een spelende hond, eten aan een strandtent en een overnachting in een hotel. Maar ze offert zich op voor mij. Dat is wel lief.

Ik word dus 55. Ik ben bijna op de helft. Tegenwoordig worden we veel ouder en mijn generatie begint daarmee. Ik heb mijn hele jeugd smerige groenten moeten eten, dat krijg ik niet meer ongedaan gemaakt, met geen 100 dönerschotels. En appels, elke dag wel twee, maar die vond ik wel lekker. Mayonaise kregen we niet, want dat was ongezond, net als frisdrank. Een dropje per dag, dat kreeg ik, en in het weekend een glaasje goedkope cola en een klein bakje chips. Feest!

Dat alles heeft er voor gezorgd dat mijn binnenste in superstaat moet zijn. En ja, ik merk nog niet zo veel van ouder worden, behalve dan die leesbril. Nou ja, er zijn heus nog wel wat dingetjes die niet meer zo gaan als toen ik dertig was. Toen was ik op mijn top. Maar bijvoorbeeld spierpijn na het sporten, heb ik niet. Zelfs niet de eerste keer na de vakantie. Er zijn zelfs dingen beter geworden. Mijn rug bijvoorbeeld, geeft veel minder klachten als toen ik in de dertig was.

Goed, geestelijk is het allemaal wat lastig. Ik kan er nog steeds niet mee omgaan dat de tijd verstrijkt. Zat er gisteren nog met de huisarts over te praten. Die zei dat ik toch echt niet jonger ging worden. En ja, daar heeft hij waarschijnlijk een punt. Je weet het niet helemaal zeker met de huidige wetenschap, want ook het verouderingsproces van cellen heeft hun aandacht. Maar zelfs als ze dat lukt weet ik niet of we daar blij van moeten worden. Als ik de enige was, dan wel, maar als niemand meer ouder werd, wat is dan nog de waarde van het leven?

Ik begreep door het lezen van een paar artikelen over Nietzsche dat ik dezelfde denkwijze heb. Alleen 100 jaar later, maar daar kan ik ook niks aan doen. Was ik 100 jaar eerder dan Nietzsche geboren, had ik nu met de eer gestreken. Hoewel, dan had ik het waarschijnlijk niet opgeschreven omdat er geen weblog was. Hoe dan ook, ik heb hier dingen geschreven die op hetzelfde neerkwamen.

Overigens, voor één nacht in dit hotel betaal ik hetzelfde bedrag als voor één maand huur voor mijn flatje in 1995. Maar toen was ik zesentwintig. Ik verdiende denk ik 2800 gulden bruto, dat verdient mijn 18 jarige zoon nu netto in euro’s. Goed, inclusief reiskosten. Maar toch. Tijden veranderen. Ik niet. Ik blijf altijd hetzelfde.

Kwakkel

Ik lig hier alleen in de veranda. Ik heb meer dan twee uur gelopen met de hond, en er staat een duvel speciaalbier naast me. Ik heb een korte broek aan, op deze voorlopig laatste dag van de zomer. Hij kwam wat moeizaam op gang, en hij was niet zo heet als bij onze oosterburen, maar toch, hij was fijn.

Vanaf morgen gaat het regenen en wordt het kouder. Je hebt er niks over te zeggen maar van mij mocht het nog wel even door. De zon, onze ster, maakt alles schoon wat vies is. Met een beetje hulp van onszelf uiteraard. Hij geeft warmte die we nodig hebben, ik klaag er zelden over. Als we water hebben kunnen we de zon verdragen en ik vind hitte fijn. Tenminste, als ik niks hoef. Dan span ik me graag in, zweten voelt gezond, of ik zoek de schaduw op, ik kan zelf kiezen. Het liefst lig ik in het gras, al dan niet met de hond naast me.

Sneeuw heeft een soortgelijk effect. Als het sneeuwt geeft me dat ook energie. Dan kun je maar door blijven lopen, de kou trotserend, in de wetenschap dat er een warm huis op je wacht. Ik gedij eigenlijk prima in Nederlands extremen. Nu nog leren om alle kwakkeldagen door te komen.

Goed

Toen ik drie weken terug in Frankrijk met de hond op een berg liep, voelde ik mij voor het eerst in maanden weer goed. Ik had een inspanning geleverd, het was heet, ik had water bij me maar het belangrijkste was dat ik in vrijheid liep met Lori. Ik had zoveel vertrouwen in Lori op de bergpaadjes dat ik haar los liet lopen. Een paar dagen eerder durfde ik dat nog niet maar aan de lijn, daar werd het niet veiliger van. Het was een genot om te zien hoe ze voor me uitliep en als ze even uit zicht was stond ze te wachten tot ik eraan kwam. Leven noem ik dat.

Een paar dagen geleden zag ik filmpjes van katten die met slangen aan het spelen waren. Als de slang aanviel ontweken ze hem makkelijk. Ik had dit ook al eens gezien bij een leeuwin die haar welpen rustig bij een giftige slang liet omdat ze wist dat de reflexen van de welpen veel sneller waren dan die van de slang. Lori staat wel eens onze kat Kiwi uit te dagen, en Kiwi haalt dan uit met haar poot. Lori’s kop is vlak bij de kat maar de kat slaagt er geen enkele keer in haar te raken. Bliksemsnelle reflexen.

Vandaag liep ik in het bos en zag een adder. Mijn eerste adder ooit. Ik ben alle andere soorten die in Nederland voorkomen al tegengekomen, maar de adder nog nooit. Lori kwam kijken en ik maakte me geen zorgen. Het instinct is feilloos. Ze onderzocht, ze snuffelde en bij de eerste dreiging nam ze afstand. En ok, een adder is ook geen cobra. Maar wat ik maar zeggen wil, ik word blij van deze hond. Van haar intelligentie, haar behendigheid, haar volgzaamheid, haar gehoorzaamheid. Nu moeten we nog zorgen dat alle bossen opengesteld worden voor loslopende honden, en dat er tienmiljoen Nederlanders verhuizen naar een ander land, dan denk ik dat ik me voortaan weer prima voel. Of, maar dat is wel heel ingrijpend, ik verhuis zelf naar Zuid-Frankrijk.

Sportsokken

Ik zeg wel eens gekscherend dat je nooit moet doen als ik, want ik maak steevast verkeerde keuzes. Ik heb dit een paar maanden terug beschreven in een logje waarin ik Jaap Stobbe noemde, de plaaggeest. Het is ook niet dat als ik de andere keuze gemaakt zou hebben dat het dan wel goed zou zijn uitgepakt want dat is niet zo. Dan zouden de omstandigheden wijzigen, en zou die andere keuze verkeerd zijn uitgepakt. Dat is wat de plaaggeest doet.

Zo badminton ik al jaren met witte sportsokken. Ik heb vorig jaar nog twee paar besteld op de psv-fan store. Maar het begon me toch op te vallen dat de meesten geen witte sportsokken meer hadden. Een medespeler, die ik qua kleding altijd een beetje in de gaten hou had hele korte sokken aan, die nauwelijks boven de schoen uitkomen. Dus die bestelde ik laatst ook, 4 paar en een nieuw shirt, dus ik voelde mij weer het heertje.

Gisteren viel mij ineens op dat de betreffende speler witte sportsokken aanhad. I’ll be damned, denk ik dan. En vanochtend lees ik in de krant, dus dan is het waar, dat witte sportsokken weer helemaal hip zijn.

Dus ja, er is niet tegen te vechten. Het maakt niet uit wat ik doe. Ik leg me erbij neer. Het enige voordeel is dat ik anderen uitstekend kan adviseren. Gewoon tegengesteld doen van wat ik doe.

Frustraties.

Wat mij deze week ook nog bezighield waren twee klusjes. Eentje was het zwembad dat ik opgezet had voor de vakantie weer afbreken. Toen ik hem opzette voor Hans de thuisblijver, zag ik in de bodem een groot gat. Muizen waarschijnlijk. Ik plakte het met een stuk plastic van een luchtbed en Hans was gered. Nu, tijdens het afbreken, vond ik dat ik het iets beter moest plakken en ging aan de gang. Schuurpapier, een ander luchtbed opgeofferd, lijm en het plakte voor geen meter. Lang verhaal kort, ik was met mijn engelengeduld twee uur bezig voordat ik het opgaf en het hele zwembad naar de stort deed.

Een dag later, Hans had een andere fiets gekocht omdat die van hem gejat was. Niet op slot gezet, dan is het je eigen schuld, niet die van de dief. De andere fiets was 50 euro en de voorlamp deed het niet, of ik daar even naar kon kijken. Natuurlijk. Ik pakte de fiets en voelde dat die veel te zwaar liep. Na een snelle inspectie vond ik dat de rem niet goed vrij liep. Of hij dat niet gemerkt had? “Jawel maar ik dacht dat zo hoorde.” Ik ging aan de gang, ik haalde de hele boel uit elkaar en kreeg het niet meer in elkaar. Ik fietste (mijn auto stond weer eens bij de garage) met een wiel in mijn hand en een uit elkaar gehaalde trommelrem naar de fietsenmaker. Of hij me kon helpen.

De fietsenmaker was bepaald geen Wheeler Dealer want hij zag mijn onderdelen en zei dat hij een rem nooit zover uit elkaar haalde. Hij kon me dus niet helpen, maar na lang zoeken vond hij nog een gebruikte trommelrem. Die mocht ik voor tien euro hebben. Ik fietste naar huis, om er daar achter te komen dat er een bepaald hoekje miste waardoor je de rem niet kon afstellen. Ik fietste weer terug naar de fietsenmaker, die gaf mij gelijk, en gaf me instructies hoe ik dat kon oplossen. Hij maakte zelfs met zijn slijptol iets (een onderdeel) op maat zodat ik de rem wel kon afstellen. Ik moest dan alleen nog het kabeltje inkorten.

Eenmaal thuis wilde ik aan de gang, bleek dat het op maat gemaakte onderdeel niet meer aan de fiets zat. Zo goed op maat was het dus niet als het van de fiets kon vallen. Ik had niets gehoord, maar dat kan kloppen omdat mijn rechteroor al sinds de vakantie dicht zit. Uren was ik al bezig, twee keer naar de fietsenmaker gefietst toen ik het opgaf en besloot weer een nieuwe fiets te gaan regelen.

Kijk, ik ben blij dat ik veel geduld heb, maar als dat dan niet beloond wordt met resultaat, en het alleen maar verspilde tijd is, nee, dan krijg ik de pest in. Terwijl ik lang geleden al geheel autodidactisch te weten kwam dat ik voor het beste resultaat gewoon beter gelijk iemand kan inhuren in plaats van zelf aan de slag te gaan, uren kwijt zijn, de boel gesloopt te hebben en alsnog iemand kunnen inhuren om het weer te repareren. Ondanks deze kennis pijnig ik mezelf elke keer weer. Misschien moet ik mezelf eens honderd strafregels opleggen. “Ik moet niet zelf aan klussen beginnen maar een handig persoon inschakelen.”

Waar haalt-ie het vandaan.

Op Hemelvaartsdag had ik mij ingeschreven voor een badmintontournooi, maar in de klasse waarin ik viel waren te weinig aanmeldingen dus werden ik en mijn medespeler een klasse hoger ingedeeld. Ook hadden we niet begrepen dat het een landelijk tournooi was, en toen wij aan de beurt waren moesten we tegen Lee Chung Wei en Lin Dan, beiden in hetzelfde flitsende tenue en wij in ons bij elkaar geraapte kloffie, voelden we ons lichtjes geïntimideerd en verloren we alle partijen. Ik ben er een week down van geweest en afgelopen maandag zat het nog in me. Ik overwoog zelfs te stoppen en over te stappen op bridgen.

Vandaag keek ik op YouTube een wedstrijd tussen vier badmintontoppers. Ik sloeg goed in me op hoe zij het deden en was van plan dat vanavond in de praktijk te brengen.

Ik had vanmiddag ook een afspraak met de praktijkondersteuner, bloed- en urineonderzoek, bloeddrukmeting etc. Ik had al wat uitslagen bekeken en volgens mij waren ze niet helemaal goed. De pko was een jonge, enthousiaste vrouw die net haar diploma had en alles met me doornam. En ze vond alles perfect! Mijn cholesterol was iets te hoog, maar niks zorgelijks, suiker prima, nierfunctie uitstekend, bmi goed, urine goed, bloeddruk goed, ze straalde helemaal. Ze vroeg naar mijn alcoholgebruik en ik gaf schoorvoetend toe dat ik dagelijks twee glazen wijn drink. “Vooral mee doorgaan,” zei ze letterlijk. Gezien alle waarden was er geen reden om iets te veranderen, en als dat wel zo was konden we daar altijd nog naar kijken. Ik werd helemaal enthousiast van het mens en ik kijk nu al uit naar de volgende controle volgend jaar.

Ik ging er heen met het gevoel dat het allemaal wat beter moest en ik kwam terug als een 35-jarige. Ik voelde me weer een man. En dat hebben ze geweten vanavond met badminton. Alle partijen gewonnen. Zo zwak eigenlijk dat alleen een enthousiaste jonge meid die met complimenten strooit mij naar dit niveau kan tillen.

Alsof de duvel

Na vijf jaar ongeveer, kom ik erachter dat ik muziek kan streamen in Linda’s auto. Want dat was eigenlijk het enige dat ze miste. En ik heb er eerder naar geïnformeerd, toen kon het wel maar moest er een nieuwe radio in en de bediening via het stuur zou niet meer werken. Ik weet niet eens meer hoe ik erachter kwam, maar ik kon een dingetje bestellen, achter in die radio pluggen en klaar. Ik wilde het geheim houden voor Moederdag, maar net toen ik het besteld had, zegt ze geheel uit de lucht vallend dat ons neefje gebeld had, die bestelde voor zeven euro een dingetje om te streamen, of hij er voor Linda ook een moest bestellen en uiteraard had ze ja gezegd. Zeven euro? De mijne was zestig! Ik was in alle staten. En wel zo dat ik mijn plan wel moest verraden.

Ik ben allang het stadium voorbij dat ik denk dat dit toeval is. Het is een hogere kwade macht die het op mij gemunt heeft. Een soort Jaap Stobbe die mij volgt. Als ik dat vermoeden uitspreek neemt Linda mij niet serieus. Nou ja, tien seconden voordat ze in lachen uitbarst. Maar ik zweer het, een aantal keer per week word ik echt flink gepakt door de plaaggeest. Het gaat zelfs zover dat mijn collega’s weten dat ze precies tegengesteld aan mij moeten doen om flink financieel voordeel te behalen. Dus sluit ik een energiecontract af, dan weten zij dat ze een week moeten wachten omdat de prijzen flink gaan dalen. Hypotheek? Idem dito. Ik verkoop mijn diesel wegens enorme dieselprijzen? Een week erna was de diesel alweer goedkoper dan benzine en de auto die ik terugkocht is altijd kapot. Altijd? Ja, altijd. Vandaag ook, hij staat bij de garage, en ik krijg hem pas vrijdag terug, en dan hopen ze dat het onderdeel dat ze besteld hebben de oplossing is. Ik weet de uitkomst al.

Het gaat nog verder. Ik had geen oude broek meer, dus noodgedwongen moest ik een van mijn broeken bestempelen tot oude broek. Dan neem je uiteraard degene die net iets te groot is. Intussen zit die broek perfect en kan ik hem zonder riem dragen. Alle andere broeken zijn ineens te groot. Nee, dat lieg ik, eentje zit perfect maar die vind ik niet mooi.

Nou ja, zo kan ik nog uren doorgaan. Hans, die nog nooit een klus heeft geklaard in zijn leven hielp vandaag in de tuin. Ik was zelf aan het werk, dus toen ik koffie kwam halen prees ik hem voor zijn initiatief. Totdat hij het verschil niet zag tussen een wortel en een stroomdraad en zo de hele tuinverlichting aan gort trok. En denk niet dat het nog te maken was, want dat was het niet. Nu liggen de lampen in de container en moet ik voortaan in het donker leven. Ik hoorde een akelige lach van achter de schutting. Het was Jaap Stobbe.

Ziel

Ik ben het fenomeen “feestje” inmiddels wel ontgroeid. Ik hou helemaal niet van feest. Ik zit vanavond op een verjaardag, Linda was niet mee, de kinderen wel, en de mannen en de vrouwen hadden ieder een eigen statafel. Omdat ik wat eerder was zat ik aan een tafel. Je verstaat geen bal van wat er gezegd wordt, je hoort verschrikkelijk slechte muziek, en morgen gaan ze allemaal koningsdag vieren, maar in Apeldoorn schijnt dat Prinsjesdag te heten. Ik wist dat niet en ik vroeg of dat officieel zo was of dat sommige mensen het gewoon zo noemen. Het had te maken met dat er in Apeldoorn zoveel prinsjes woonden, maar volgens mij waren het er maar vier. Ze zaten bij mij op school. Ik vroeg wat ze dan vierden want die prinsen zijn helemaal niet jarig. Maar dat wist de vrouw aan wie ik het vroeg ook niet, en ze vond het ook een vervelende vraag. Ja logisch, ik ramde in één keer die zelfverzonnen status aan diggelen.

Ik zat dan ook vrijwel de hele verjaardag alleen, met mijn ziel onder mijn arm en een Jack Russel op schoot, want die vond mij wel lief. Of ik zelf nog koningsdag ging vieren? Ja, eigenlijk wel. In het bos met de hond, dat lijkt me zoveel leuker dan in zo’n stad hangen. Ik zag nog een filmpje waarbij een hond uit de auto werd gezet en de eigenaar wegreed. Het was in Amerika in een drukke stad, dus de eigenaar was nog niet zomaar verlost van zijn trouwe viervoeter die wanhopig tegen de auto sprong om weer binnen te mogen. Toen wist ik helemaal zeker dat ik niet in de stad wilde zijn morgen. Degene die het incident filmde heeft zich over het hondje ontfermd en hem mee in de auto genomen. Gelukkig maar. Hoe het met de hond- uitzetter is afgelopen weet ik niet. Maar ik denk dat die een zieltransplantatie nodig heeft.

Bodemloos

Een 8,6 had ik voor de praktische opdracht economie van Tammar. Daarmee kan ze nu het examen in zonder een enkele onvoldoende. Dat mag toch een prestatie heten gezien haar avonturen van het laatste anderhalf jaar. Hans had vorige week z’n diplomauitreiking en ondanks dat ze beide geen bollebozen zijn, doen ze het toch behoorlijk. Ikzelf doe het minder. Hoe ik ook mijn best doe, ik kom niet verder. Alles gaat hier kapot, ik kan er niet tegenaan werken. Is het niet de auto, dan is het de andere auto. Is het niet de wasmachine, dan is het de stofzuiger. De laatste schade is van gisteren, een muis heeft de plissé gordijnen kapotgebeten en heeft ook nog mijn computermuis gesloopt. Ik heb hem gevangen en losgelaten, zodat hij terug kan keren en het volgende kan slopen. Ik ben arm geboren en ik ga arm dood.

Verder werkte ik als één van de weinigen vandaag, samen met nog een paar andere losers, en ik dacht dat ik het rustig zou hebben. Maar nee, een klant had een probleem, dus mijn collega had een probleem, dus dat werd mijn probleem. Uren kostte het me. Tegen mij gewoonte in had ik muziek aan. Cd’s, ze staan op alfabet, ik had duidelijk de P en de R te pakken. Elvis, Stones en Gé Reinders, een Limburger waarvan ik niet dacht dat ik z’n cd’s weer eens zou draaien. Soms is z’n muziek wat makkelijk, maar ik begreep ook ineens weer waarom ik dit vroeger veel luisterde. Teksten uit het hart, soms snijdend door de ziel. Het is maar goed dat ik geen Limburgs versta, anders zou je nog ontroerd raken.