Ik moest even naar de stort, de gratis afvalstromen, en ik kwam vast te staan achter twee auto’s. Een van de auto’s was een oud VW busje waar een heuse hippie mevrouw de bestuurder van was. Ze had lang grijs haar en een bruinige hippiejurk, en toen ze me zag lachte ze naar me. Ik gaf geen aanleiding en ik lachte niet terug, maar dat weerhield haar er toch niet van even later weer lief naar me te lachen.
Ik moet toegeven, ik smolt een beetje, al weet ik niet wat ik met een hippievrouw aan moet. Ze leek ietsje ouder dan ik, maar ik lijk weer jong voor mijn leeftijd, dus waarschijnlijk waren we even oud. Maar ik geloof dat ze met me wilde trouwen, en ik moet toegeven, ik ook wel met haar, al ben ik al getrouwd en al trouwen hippies niet.
Bij haar in het busje stappen dan en de wijde wereld in? Ging ook al niet, want op mijn leeftijd kan ik geen hippie meer zijn, dat gaat er belachelijk uitzien, kalend en een staart. Haar stond het prima trouwens, dat oudere hippie zijn, maar bij mij gaat dat eenmaal niet. Haar busje was ook goor van binnen, en er zat een anti Corona waanzin sticker opgeplakt. Nee, ik zou binnen de kortste keren met haar botsen, over die vieze camper en over dat Corona gedoe. En ik hou ook niet van hippie muziek, trouwens. Desondanks kreeg ze het voor elkaar dat ik kortstondig verliefd op haar was, en toen we onze rotzooi gestort hadden, reed ik achter haar aan. Zij reed door naar de betaalde afvalstroom, en ik reed weer naar huis. Daar scheidden onze wegen alweer, heel kort nadat ze elkaar kruisten.