Zier

Ik ben één dag terug van vakantie en ik maakte de fout om het journaal en/of een actualiteitenrubriek te kijken. Direct voelde ik de druk van de wereld weer op me, terwijl ik weet dat ik me beter niks kan aantrekken van de maatschappij en ze het maar lekker moeten uitzoeken. Dat klinkt egoïstisch, zo is het niet bedoeld. Maar als ik op de Noordzee een gigantisch windmolenpark zie staan, en knappe koppen die daar hun geld mee verdienen hoor zeggen dat het nog zeven keer zo groot moet worden, dan gaat er iets niet goed binnen in mij. Ik vind dat verschrikkelijk en ik wou dat ze ermee ophielden al zie ik dat hele park nooit van mijn leven. Die hele fucking zee is geen zee meer! Het is een grote energiecentrale geworden waar schepen doorheen moeten manoeuvreren. Dat dat zomaar mag zeg!

En dan is er een of andere hotemetoot in Taiwan, ene Nancy, en dat maakt China zo van streek dat ze raketten gaan testen die zoveel rook veroorzaken dat dat hele windmolenpark bij ons weer ongedaan gemaakt is. En de raketten flikkeren ze in de zee.

De mensheid is compleet gek geworden, en straks ga ik een keer dood, heb ik me allerlei dingen ontzegd en kom ik er achter dat die extra pijn die ik mezelf aandeed door me zorgen te maken, geen zier uitmaakte. Want wie kan, door zich zorgen te maken, een el aan zijn lengte toevoegen, zei een wijs man ooit. Ik weet niet eens hoeveel een el is. En waarom zou ik dat willen? Ik ben 1,88 , ik vind het wel genoeg. Ik weet al helemaal niet wat een zier is. Moet ik me zeker ook weer druk om maken? Ik word er alweer moedeloos van. Ben net een dag terug.

De terugreis over de Route du Soleil.

Na iets meer dan 1400 km en ruim 15 uur later zijn we weer thuis, waar het ietsje koeler is, al scheelt het maar een graad of vijf. Hoe ouder ik word, hoe makkelijker ik die afstand lijk af te leggen. De auto helpt natuurlijk ook mee, vroeger deden we dit zonder airco, cruisecontrol, navigatie en met maar een handjevol peekaas. Nu heb ik zes versnellingen en maakt de auto 2500 toeren bij 130. Vrouw en kinderen zeuren niet over de lange reis, dus eigenlijk een eitje.

Waar ik het vroeger een superspannend avontuur vond en ik alle indrukken in me opsloeg, daar ben ik nu gewend en rij er veelal achteloos voorbij. Met mijn gedachten ben ik bij vroeger, mijn jeugd, mijn vader, mijn liefdes van toen, bij mijn kinderen toen ze nog klein waren, kortom, mijn leven tot nu toe, en zo kom ik de tijd wel door. Maar desondanks kan ik wel een paar plekken noemen en waarom ik dat vroeger zo geweldig vond.

De terugreis:

Lyon. Die overweldigende grote Zuid-Franse stad, waar je dwars doorheen gaat en waar je die prachtige Rhône oversteekt. We waren al een uur of vier onderweg voor we Lyon bereikten.

De Péages. Vroeger waren ze nog mooier, toen er nog een Française achter de kassa zat, maar de drukte bij de tolpoorten en het optrekken daarna op een groot betonnen veld dat langzaam smaller wordt en je weer een baan moet kiezen.

Route du soleil. Magische klank en overal vergezichten. Bergen, kastelen, oneindige velden, en heuvels waar niemand woont en wie weet wat voor geheimen er nog schuilen.

Dijon: een eikpunt, je hebt nu zuid Frankrijk verlaten en je komt over een riviertje genaamd: la femme sans tête. De vrouw zonder hoofd. Waarom heet dat zo, en is het wel een riviertje? Behalve het bord heb ik het nooit gezien.

Ergens tussen Dijon en Nancy staat een bordje met: la meuse. Je ziet er niks van, maar volgens mij is dat waar de Maas ontspringt.

Metz. Spreek uit Mess. Het voetbalstadion langs de snelweg, en het geheimzinnige gebouw genaamd Waves. Ik heb het wel eens opgezocht, volgens mij een winkelcentrum.

Het kerkje bij Thionville. Vijfenveertig jaar geleden ongeveer attendeerde mijn oma er me op, het staat vlak langs de snelweg en eist de aandacht op.

Luxemburg, in een minuut of twintig ben je erdoor, je hebt er aire de Berchem en aire de Capellen.

Dan België, waar de wegen slechter worden en je door eindeloze Ardennen rijdt en je je afvraagt wat er zo bijzonder is aan de Veluwe. Je komt over de Baraque de Fraiture, de hoogste heuvel van België.

Net voor Luik, of achter Luik vanuit Nederland gezien kom je langs Tilff, waar je auto het ineens zwaar krijgt zonder dat je het in de gaten hebt. (Alleen op de heenweg, terug zoef je twee kilometer naar beneden)

Luik zelf. Je moet er eigenlijk doorheen rijden, dat is mooier. Ik vind het een geweldige stad al kan ik niet goed omschrijven waarom. De oude troep misschien, de Maas die er dwars doorloopt, het rommelige verloop van de wegen.

Net voor je Nederland weer inkomt ligt het plaatsje Visé. Op een steenworp van Nederland maar tegelijkertijd zo ver van Nederland verwijderd. Oud, Franstalig, rotsachtige heuvels, en het contrast met Nederland kon niet groter.

Dan rij je Nederland in, waar alles groen, vlak en netjes is. Waar het meestal regent als je terugkomt van vakantie, maar vandaag niet, vandaag was het 30 graden toen we er een uur of acht binnenreden.

En als je Nederland weer in bent is het avontuur klaar, dan heeft je auto het weer gehouden, en moet je nog een uur of twee over superstrak asfalt naar de eindbestemming. Daarna duurt het niet lang meer voor je weer moet werken.

Acteur

Ik liep vanochtend even naar de apotheek om een pijnstiller te halen, want we hadden te weinig. Mevrouw Mack krijgt als het goed is een nieuwe heup, en tot die tijd is het even doorbijten. Het was vijf minuten volgens Google, maar al lopend kwam ik er al snel achter dat dat de tijd met de auto was. Het was al gauw twee kilometer door de bloedhitte, maar ik ben er intussen aan gewend dus ik stapte vrolijk voort. Mijn poloshirts zijn iets te dik, maar ik vind mezelf te oud voor een gewoon t-shirt. Nou ja, laat ik eerlijk zijn, ik heb haar op mijn rug dat je met een t-shirt ziet, dat vind ik geen gezicht.

Maar goed, ik liep onder de palmbomen door, dat geeft op een of andere manier een gevoel dat je het hier naar je zin moet hebben. En dat had ik. Licht bezweet liep ik de apotheek binnen en vroeg om het medicijn. Hier zijn ze niet kinderachtig, ik kreeg de dubbele sterkte van die in Nederland. Mevrouw Mack kon blij zijn.

Ik liep de twee kilometer terug en acteerde dat ik een Fransman was. Gewoon doen alsof je hier dagelijks loopt en niet teveel zweten. Dat hielp, want een auto stopte om mij de weg te vragen. Daar viel ik dan door de mand, want ik moest bekennen dat ik Nederlander was en hier niet bekend was. Jammer. Ik ben ook te lang om voor Fransoos door te gaan. Verder weet ik wel zeker dat als ik genoeg geld had, ik hier naartoe zou verhuizen. En dan ‘s ochtends een krantje lezen op een terras, en tussen de middag iets eten wat de Fransen ook eten, maar wat wij Nederlanders nooit bestellen.

Met mijn dochter liep ik ‘s middags even naar de boulevard, want ze mocht oorbellen uitzoeken. Op een terras werd ik aangestaard door een Française, die natuurlijk dacht: ‘wat leuk, een vader alleen met z’n dochter.’ Ja, dat dacht ze volgens mijn gedachten. Ze was knap, had lange gele nagels (nagellak, geen bederf) en ik acteer dan dat ik een vader ben, alleen met z’n dochter op vakantie. Dat ging goed, want ze sprak me niet aan, wierp alleen nog een blik op me toen ze wegging. Morgen kom ik haar waarschijnlijk weer tegen en dan is het vroeg genoeg om door de mand te vallen. Ja, het is hier een fijn land.

Johan Cruijff schaal

Vorig jaar op de camping volgden we de Johan Cruijff schaal finale via een liveblog, maar dit jaar heb ik op kosten van mijn werkgever, althans dat hoop ik, een livestream op mijn telefoon aangezet. Er zijn best wat PSV-ers hier, maar desondanks waren het de Ajacieden die traditiegetrouw ons aanspraken op de bij voorbaat door hun gewonnen wedstrijd, pik!

We moesten noodgedwongen op een heel klein schermpje kijken naar een YouTube kanaal waar drie YouTubers de wedstrijd zaten te kijken, en zichzelf reuze interessant vonden. Mijn scherm was gesplitst in 2/3 deel wedstrijd en 1/3 deel YouTubers. Soms maakten ze er 50/50 van als ze zichzelf hilarisch vonden.

De Franse campinggasten in ons straatje moesten lachen om ons geschreeuw bij een doelpunt van de Eindhovenaren. Vijf keer in totaal. We hadden er dan geen professioneel commentaar bij dus wij moesten het met onze eigen kennis van de spelregels doen, maar wij hadden het gevoel dat de Var er weer het nodige aan deed om Ajax te laten winnen. Maar, deze keer zeg ik erbij dat ons beeld heel klein was en we geen uitleg van de commentator hadden, dus misschien zaten wij er deze keer naast.

In elk geval, de Johan Cruijff schaal (als je hem wint heet hij zo, als je verliest heet hij de Johan Fruitschaal) is voor de dertiende keer voor PSV!

Strand

Ik was in mijn eentje naar het strand vandaag, ik had een duikbrilletje gekocht omdat ik wilde controleren wat er zoal mijn benen aanraakt als ik in de branding sta. Als een soort mr. Bean legde ik mijn handdoek neer en met duikbril liep ik de zee in. De zee is hier geweldig trouwens, net zoals het strand. Ik dook door een golf en speurde de bodem af. In zoet water kan ik veel vissen herkennen, maar niet in de zee, dus van mij geen kennisoverdracht vandaag. Het zijn zandkleurige vissen, sommige langwerpig, sommige wat minder gestroomlijnd en een paar witte kwallen. De vissen zijn brutaal, komen heel dichtbij en alleen als je je hand naar ze uitsteekt smeren ze hem. Verder is er op de bodem niets, gewoon net als het strand. Ik vraag me altijd af of dat natuurlijk is, of dat al dat zand er door mensen is neergelegd. In elk geval wordt het strand dagelijks kleiner, want iedereen die er geweest is neemt zand mee. Ik vraag me af hoe lang het duurt voordat het strand weg is en in het dorp ligt.

Ik had mijn boek meegenomen en ik besloot dat dit het beste strand is waar ik tot nu toe ben geweest.

Droogte in Frankrijk

Ik vind dat hier in Zuid-Frankrijk een verontrustende droogte heerst. Ik weet het niet zeker natuurlijk, misschien is het wel normaal hier maar ik kan me niet herinneringen dat ik ooit zoveel rivieren droog heb zien staan. Het slootje hier op de camping bevat nog een klein laagje water, waarin een paar beverratten hun onderkomen zoeken. Tevens zie je vissen in schooltjes wanhopig heen en weer zwemmen in het vervuilde water dat op veel plekken al een modderpoel is.

We hebben twee dagen een paar druppels regen gehad. De eerste dag 8 en de tweede dag 12. Nog geen druppel op een gloeiende plaat. Onwillekeurig zit ik hier te wachten op een enorme stortbui, zo eentje die de rivieren weer vult, die de straten doet overlopen, de bosbranden blust en de lucht weer opfrist. Zo eentje waarvan boeren in Nederland zeggen dat je er niks aan hebt, maar boeren in Nederland zeggen wel meer.

Het zal de klimaatverandering zijn, hoewel hier ook palmbomen staan, misschien is dat hoopgevend. Ik las van de week dat de natuur altijd zoekt naar evenwicht en er zelf niet mee zit dat het droog is. Nee, logisch, de natuur is alomvattend, maar onderdelen ervan zitten er wel mee. Vissen bijvoorbeeld. De natuur heeft ons niet nodig, maar wij de natuur wel. En als de natuur zich van ons wil ontdoen, dan maakt zij helaas geen onderscheid in zij die haar respecteren en zij die dat niet doen.

De wraak naar boven

Tijdens het ontbijt tel ik vier soorten drank. Oasis, melk, koffie, sinaasappelsap, voor iedereen wat. Mevrouw Mack verzucht dat ze blij is dat er tegenwoordig Oasis is, want ze moest altijd op zoek naar Yop, wat kennelijk lastiger was. Ik klaag niet over de jeugd van tegenwoordig want dat is de schuld van mijn generatie, die kennelijk wraak nam op de generatie boven ons. Want wij vinden alles zielig voor onze kinderen, en als iets mislukt, zorgen wij voor een herkansing of een alternatief.

Ik legde uit dat als ik vroeger met mijn ouders op vakantie was, dat je dan gore Franse melk te drinken kreeg, die zo goor was dat je er maar één glas van dronk, liefst helemaal niet, maar het was verplicht, en tegen de tijd dat je eraan gewend was, drie weken later, ging je weer naar huis. En ik voegde eraan toe dat dat wel zo moest, want anders kon mijn vader zijn tweejaarlijkse nieuwe auto niet kopen. Ondertussen keek ik naar mijn veertien jaar oude diesel die minder waard is dan twee weken mobile home verhuur. Ja, die wraak op de generatie boven ons legt ons windeieren.

Het heilige bloed en de heilige graal.

Ik vind het heel lastig om de rest van het verhaal uit het boek hier samen te vatten. Ik heb het al gedaan in concept, maar dat verhaalt over wat ik het interessantst vond en ik weet niet of dat een goed idee is. Ik vond het hele boek super, en ik vind het jammer dat ik het niet kon lezen in de jaren tachtig, toen de impact ervan veel groter was. Er was geen internet om het te controleren dus je moest om het te checken al van hele goede huize komen en het was nog niet deels ontkracht, doordat een belangrijke bron in de jaren negentig voor de rechter toegaf falsificaties in een Parijse bibliotheek te hebben geplaatst en een hele geschiedenis verzonnen te hebben.

Ondanks dat blijft het een boeiend onderzoek, dat je eerst meevoert langs 2000 jaar geschiedenis en dan conclusies trekt die opzienbarend zijn. Het komt erop neer dat in Rennes-le-château aan het eind van de negentiende eeuw bewijs werd gevonden dat Jezus nakomelingen had, en dat die dynastie nog steeds zou bestaan, en dat een geheim genootschap dit bewijs zou bewaken. Aan de hand van echte geschiedenis, interpretaties en apocriefen worden hypotheses uitgebreid en overtuigend getoetst. Het is één grote complottheorie maar in tegenstelling tot die, die we de laatste twee jaar over ons heen kregen, is deze zorgvuldig voorzien van overtuigende mogelijkheden.

Het is de Da Vinci code avant la lettre, het is hetzelfde thema, Dan Brown is zelfs beschuldigd (en vrijgesproken) van plagiaat. En ondanks dat we weten wat we nu weten heeft het boek me toch nieuwe inzichten verschaft. Voor mij was het een eye-opener die mij deed inzien dat dingen die je leerde en denkt te weten, ook anders zouden kunnen zijn.

Il était une fois.

In deze zware tijden die vakantie heten heb ik mijn toevlucht genomen tot een ingewikkeld boek, dat ik toegestuurd kreeg door een ver familielid waarmee ik vorig jaar weer in contact kwam. Haar vader, een volle neef van mijn vader, was destijds verrukt over het boek, schreef ze. Het boek heet “het heilige bloed en de heilige graal” en heeft hetzelfde thema als “de da Vinci code” alleen werd dit een paar decennia eerder geschreven en is het geen roman, maar een onderzoek naar een bepaalde geschiedenis.

De geschiedenis begint in een bergdorp hier vlakbij, dat ik nog ga bezoeken, en heeft naar verluidt verregaande consequenties voor onze huidige opvattingen over de geschiedenis. Aangezien het nu een paar decennia verder is, en er niks is veranderd in deze geschiedenis zoals ik hem vroeger kende en nu, moet het boek als nonsens worden afgedaan. Tenminste, door mensen die ervoor geleerd hebben.

Ik echter, met mijn levendige fantasie die mij door dit zinloze leven sleept, denk daar anders over. Ten eerste vind ik het ongelofelijk knap van de drie schrijvers hoe ze hun onderzoek hebben gedaan. Dat moet jaren gekost hebben om honderden namen na te trekken, hun betekenis in de geschiedenis te verifiëren, en om deze namen waar mogelijk met elkaar in verband te brengen. Hun bibliografie is tien pagina’s lang. Ten tweede vind ik dat wij, nou ja, laat ik voor mezelf spreken, ik, geen enkele bijdrage meer lever aan de geschiedenis. Vroeger werd er gestreden om van alles en nog wat, en al die slagen werden op hun beurt weer verslagen door de verslaggevers van die tijd, waardoor wij nu ongeveer weten wie welke rol speelde. En ten derde was er vroeger iets om voor te leven en te strijden, er was eer en broederschap, ik zou het volgens mij prima gedaan hebben in die tijd. Nu valt er nog weinig eer te behalen.

Het boek is ingewikkeld, er komen veel woorden in voor die ik niet ken of snap, er worden honderden namen genoemd waarvan ik niet meer kan navertellen wie ze precies waren, en soms lees ik stukken zonder dat ik iets in me opnam. En toch boeit het me mateloos omdat ik weet dat er ergens hier vlakbij, in de Pyreneeën, aan het eind van de negentiende eeuw, een ontdekking gedaan is die nog niet is opgehelderd na tweederde van het boek te hebben gelezen, en waar via tientallen andere geschiedenissen die ergens verband moeten houden met deze ontdekking, die de Christelijke wereld op zijn grondvesten moet doen schudden, wordt toegewerkt naar de onthulling. Die ik natuurlijk al vermoed, maar waarvan ik toch hoop dat hij ook mij in opperste verwarring zal achterlaten.

Ik heb te lang geen boek meer gelezen, zoveel is duidelijk.

Warm hè?

Wat was het warm vandaag zeg! Wij hadden er weinig last van maar we zagen de thermometer oplopen tot 40 graden om vijf uur ‘s avonds. Af en toe, niet te vaak moeten we eruit, om te tanken of voor een sanitaire stop, en dan voel je alsof je je in een heteluchtoven bevindt.

Ik heb 40 graden nooit eerder meegemaakt, maar het iets teveel van het goede. Het voelt niet vrij, zoals 32 graden op een stralende dag dat wel doet. Zelfs een zinderende 34 op een Franse Aire vind ik niet vervelend. Maar dit, dit is overdreven.

Ik voelde aan mijn banden en besloot ietsje minder hard te gaan rijden. Een klapband door oververhitting, daar zit ik niet op te wachten. Ik weet niet eens of ik bij de gevarenzone in de buurt was, maar met 40 graden vind ik het allemaal geen vanzelfsprekendheid, dat alles maar heel blijft. Gelukkig deed het dat wel en zijn we verder dan gepland. In de buurt van Valence zitten we. Waar het om half 11 nog steeds 31 graden is. Nu slapen met airco, geen overbodige luxe op de bovenste verdieping van een hotel. Morgen nog een kleine 400.