Blues.

Gisteren om deze tijd was ik nog in het bos, genietend van de stilte, nu lig ik al in bed met een kleine ongesteldheid. Een beetje ziekjes, een beetje kouwelijk, een beetje moe, een beetje pijn, alles een beetje. Meestal helpt slapen. Ik vermoed ook dat er iets in mijn rug niet helemaal goed is, maar ik heb al een afspraak met de wonderdokter.

We worden allemaal geconfronteerd met het Corona isolement, dat doet ons ook geen goed. Het is wat saai allemaal, geen sport, geen feestjes, geen concerten, geen vakanties. Ik had mij zo verheugd op de Toppers in de Arena. Ik constateerde dat we al een behoorlijk eind op weg zijn in juli, maar straks is juli voorbij zonder dat we op vakantie zijn geweest. Dat stemde me droef, ook de constatering dat ik kennelijk van mijn vakantie in Frankrijk afhankelijk ben. Ik wist het al wel, dat dat het hoogtepunt van het jaar was, maar nu vind ik het moeilijk om het over te slaan. Het stemt me zelfs somber. Zo leeg is mijn leven kennelijk geworden.

Ik moet op zoek naar zin en invulling. Tevreden zijn met wat je hebt. Op de fiets stappen of met de hond het bos in. Ik weet het ineens niet meer. Het vuur lijkt gedoofd. Mijn hart maakt geen sprongetjes. Wat doe je eraan? Herkent u dit?

Lallende.

Daarnet zapte ik doelloos, wat op zich al een slecht teken is, en bleef ik net te lang hangen bij een concert van de Toppers met een gastoptreden van de Snollebollekes. Als ik zou zeggen dat het verbazing is wat ik voel, zou dat gelogen zijn. Ik ben er niet meer verbaasd over. Als ik zou zeggen dat het ergernis zou zijn, zou dat niet waar zijn. Ik ben niet meer geërgerd. Het is erger dan dat. Ik voel de complete grond onder me vandaan zakken. Zoveel onbenul bij elkaar heb ik niet eerder gezien. En het ergste was, mijn eniggeboren zoon, Hans, hoorde het, zette de pc uit en kwam naast mij zitten. Hij lalde de teksten letterlijk mee. De hele Arena ging uit zijn dak. Johan Cruijff veroorzaakt een wervelstorm in z’n urn als hij zou weten dat het naar hem vernoemde stadion gebruikt werd voor deze bagger. Ofschoon dat niet waar is, Cruijff is wijs en vindt er niks van.

Ik kan er gewoon niet tegen. Ik heb nooit tegen Nederlandstalige feesten gekund, omdat ik namelijk versta wat er gezegd wordt. Ik heb me nooit verbonden gevoeld met het zich laten gaan, in welk opzicht dan ook. Mij krijgen ze niet eens onder narcose. Maar zeker kan ik niet overleven in een stadion vol van hoempapa, derderangs zangers die de sfeer erin proberen te zwaaien en door de ondergrens zakkende dronkaards. Zelfs carnaval is beter. En voordat u nu denkt dat ik me verheven voel, ja, vér! En misschien wil dat juist wel alles zeggen, dat ik, Mack, ver achter op zijn oorspronkelijke levensplan, en misschien nooit meer zijn doelen bereikend, aan het eind van zijn leven terugkijkend en denkend: mwah, kortom, een mislukkeling, zich al te goed voelt voor deze lallende. (ellende van gelal, klemtoon op de en.)

Want ik ben al mijn hele leven op zoek naar wijze mannen of vrouwen, gewoon omdat je niks van het leven begrijpt en wilt weten of zij soms informatie hebben die je inzicht verschaft. Sporadisch vind je er een keer een, na lang zoeken, of eigenlijk, omdat je er bij toeval tegenaan liep en je God op je blote knieën dankt dat je je aan hun wijsheid mocht laven. Misschien tien in heel mijn halve leven heb ik er ontmoet maar als het aankomt op zo debiel mogelijk doen/zijn, bam jonguh, zet de tv maar aan en je vindt er 80.000 in één keer. Moeiteloos.

Ach, gun die mensen nu hun feestje! Nee! Bom erop. Ik zei het nog tegen Hans, als zo’n Topper nu aankondigt dat het stadion straks plat wordt gebombardeerd dan zingen ze nog: lalalalalaaa laaaaaaaaaa en staan ze met hun bier in hun hand trots naar de camera te acteren dat ze het leuk hebben. Hij moet lachen om mijn ellende.

Goed, verder ben ik een heel redelijk mens, en ben ik gaarne bereid naar uw tegenargumenten te luisteren.

Net niet

En nu net, een dag voor ik dacht het gehaald te hebben, schoot het weer in mijn rug. Die lockdown was niet goed, ik deed wat ik kon, lopen, fietsen, maar dat badminton maakte mijn rug losser. En mijn rug kon sinds ik weer speelde best wat hebben. Maar vier maanden niet spelen was net een dagje teveel. Vanavond konden we weer, maar nu kon ik niet.

Zo denk ik dat het zit. Het hoeft niet te kloppen natuurlijk, feit is ook dat ik ergens lang geleden, ik schat op mijn 35e, ben gestopt met badminton juist vanwege rugproblemen. Het is niet heel ernstig, ik heb het stukken beroerder meegemaakt. En als ik eerlijk ben was het zich al een tijdje aan het aankondigen in de vorm van pijn in mijn bovenbeen. Ik had eerder de fysiotherapeut moeten bellen. Nu ben ik waarschijnlijk over drie weken aan de beurt.

Geen nood, ik ken mijn rug inmiddels. Morgen zal het al wel beter gaan. Maar die Corona lockdown richt ook schade aan, het is niet alleen maar goed. Maar alleen maar goed bestaat niet, er is altijd een gedeelte slecht of er is een groep die het goede als slecht ervaart. Je kunt het dus nooit helemaal goed doen, behalve bij wiskunde.

Aangenaam

Gisterenochtend heb ik 11 kilometer met de hond gelopen. Ik had er weer even zin in. ’s Avonds ging ik nog een stukje fietsen met mijn net geplakte achterband. Midden in het bos kreeg ik alweer een lekke band. Bij het plakken was ik vergeten het euvel te verwijderen, dan heeft het plakken niet zoveel zin. Dus ik liep nog eens vijf kilometer voordat ik bij een weg kwam waar Linda me kon oppikken. Vanmiddag liep ik 8 kilometer met de hond, en vanavond ging ik weer een stukje fietsen. Deels om te proberen of ik deze keer wel goed geplakt had, en deels om weer wat conditie op te bouwen voor badminton, dat aanstaande maandag weer van start gaat. En omdat ik een psychologische gewichtsgrens had overschreden. Ik was over de 100. Dat slaat helemaal nergens meer op.

Dan hebben we nog geluk dat het coronavirus heerst, anders had ik nog naar Frankrijk gemoeten ook met dit lijf. Maar je kunt ook zeggen dat deze gewichtstoename door corona komt. En het sluipt erin hoor, die toename, je hebt het niet in de gaten. Elke dag als ik voor de spiegel sta denk ik: nou, dat gaat nogal prima! Totdat ik me een keer een kwartslag draaide en mijn buikomvang zag. Dat zie je van de voorkant niet zeg!

Ik heb vaker van die grenzen gehad hoor. Ik weet nog dat ik op mijn 18e 78 kilo was. Toen ben ik jarenlang 83 geweest. Na mijn dertigste ging ik ineens naar 87, maar nog niet alarmerend, al kwam de 90 in zicht. Op een gegeven moment was ik 95, dat is nu zes jaar geleden. Toen stopte ik met roken en werd het 97. Zo kent u mij, als 97 kilo wegend. En nu dus ook als 100. Aangenaam. Ik hoop u maar kort te kennen.

Brooke

Ik keek daarnet “the blue lagoon”, een jaren tachtig onzinfilm. Ik zeg wel onzin, maar de film was één grote sensatie destijds. Zoiets was nog nooit vertoond, liefde tussen twee opgroeiende kinderen waarvan er eentje Brooke Shields heette. De mooiste vrouw die ooit heeft bestaan, al denk ik dat ik dat over meerdere vrouwen heb gezegd. En ze deed het met die blonde krullenbol, die onbetekenende zeur, en ze kreeg een baby van hem, al hadden ze geen idee waar die baby vandaan kwam, op hun onbewoonde eiland.

Vanzelfsprekend was het niet terecht dat die krullenbol de rol kreeg en ik niet! Ik had ook wel met Brooke op een onbewoond eiland gewild. Maar wat echt magisch was aan de film was het feit dat daar van alles in gebeurde terwijl je niets zag. Maar die suggestie die werd gewekt was al voldoende. Je kon de film bespreken met het meisje dat je op het oog had, in mijn geval was dat C., hoewel C. de film met mij besprak voor ik hem ooit gezien had. Dat zij met mij over een dergelijk onderwerp wilde praten maakte mij al euforisch. Dit kon wel eens betekenen dat ze het ook wel zag zitten om met mij op een onbewoond eiland te gaan wonen.

Helaas, ik was niet daadkrachtig genoeg om haar hart te veroveren en ik was niet cool genoeg om advances te maken waardoor haar interesse op den duur vervaagde. Het bleef bij mooie momenten waarop ik te lang teerde. Maar Brooke, die is nooit meer weggegaan. Brooke is die film. Zeg je Brooke, dan zeg je “blue lagoon”. En dan zit je in de jaren tachtig, toen alles nog alle kanten op kon.

Grote of kleine druppels?

Maurice de Hond ging in discussie met een viroloog van het RIVM. Maurice hamert er nogal op dat het RIVM op de verkeerde dingen focust en dat ze niet naar hem willen luisteren. Maurice heeft ook niet de juiste discussietechniek want hij praat te snel en lijkt zenuwachtig. Daarbij is hij zichtbaar doodmoe van al het onderzoek dat hij heeft gedaan. Ik schets misschien het beeld van een verongelijkt kind dat zijn zin niet krijgt.

En toch sta ik al een poosje achter Maurice. Hij stelt namelijk dat de anderhalve meter afstand onzin is, en dat 95% van de besmettingen via de microscopisch kleine druppels (aerosols) plaatsvindt. En dat stelt hij niet omdat hij dat onderzocht heeft, maar omdat hij kijkt naar onder welke omstandigheden besmettingen hebben plaatsgevonden. En daarbij speurt hij naar virologisch onderzoek dat zijn vermoeden ondersteunt. En dat levert hij ook aan.

Volgens De Hond moet er meer geventileerd worden in huizen, kantoren en gebouwen, en dan zou het afstand houden, zeker buiten, niet meer nodig zijn. En tevens moeten volgens hem de zogenaamde superspread events (grote aantallen mensen in een slecht geventileerde ruimte) niet meer doorgaan totdat er een vaccin is. Maar volgens het RIVM is juist het afstand houden de belangrijkste maatregel. Maar die maatregel beperkt de economie momenteel juist.

Het komt er op neer, de Hond en het RIVM staan lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om wat nu de belangrijkste veroorzaker van een besmetting is. Grote druppels of kleine druppels. Als het de grote druppels zijn, dan is de anderhalve meter belangrijk, zijn het de kleine, dan is anderhalve meter onbelangrijk.

Ik vind het nogal wat, mocht Maurice gelijk hebben. Dat zou betekenen dat we volkomen verkeerd zijn voorgelicht. Het RIVM claimt dat de daling van het aantal besmettingen te danken is aan de anderhalve meter, maar volgens de Hond komt dit omdat er geen superspread events meer hebben plaats gevonden.

We zouden natuurlijk de proef op de som kunnen nemen door onbeschermd de besmette afdeling van een ziekenhuis op te lopen en niets aan te raken en anderhalve meter afstand van iedereen te houden. Vrijwilligers zouden bij het RIVM te vinden moeten zijn.

Slecht voorbereid.

U weet, ik heb niet veel geld. Ik moet sparen voor een derdehands auto en dan moet ik mezelf ook nog wijsmaken dat ik daar blij mee ben. Om in deze situatie te geraken heb ik lang op school gezeten en diverse diploma’s moeten halen. Daarbij heb ik hard moeten werken. Ik zag ooit de krantenbezorger de krant brengen toen ik ‘s ochtends vroeg naar huis ging.

Nu is er ook een of andere lapzwans, genaamd Enzo Knol, die heeft volgens mijn dochter zijn tweede Lamborghini aangeschaft. Het ventje is in de twintig en vlogt. Ik blog! Wat is het verschil? Het verschil is dat half Nederland te beroerd is geworden om te lezen of na te denken, en daar maken types als Enzo dankbaar gebruik van. Hoef je je hele leven niet te werken als je vlogt. En Enzo is niet de enige die veel slimmer is dan ik. Het barst ook van de talentloze zangers die daarom maar gaan rappen. Ook hier zijn de Porsches en Ferrari’s niet aan te slepen.

Wie niet steelt en wie niet erft, zal werken tot hij sterft, dat was één van die leugens die ze je vroeger vertelden. Niemand heeft mij verteld dat je rijk kon worden als je vlogt of rapt. Mij leerden ze wiskunde. Echt, nog nooit nodig gehad in mijn hele leven!

Voor wie het snapt

Ik was er dichtbij gisteren. Heel dichtbij. Ik was naar de Alfa Romeo gaan kijken die me al weken bezighield. Ik moest er een uurtje voor rijden, naar Rijssen in het verre oosten. Natuurlijk stond er een file van 16 km volgens de radio. Onderweg besloot ik me niet gek te laten maken. Mijn huidige auto rijdt werkelijk uitstekend, dus ik moest wel echt een verbetering ervaren om hem in te ruilen. Bovendien was dit de dealer die telefonisch weinig had geboden, maar alsnog zou ik qua aanschaf niet duur uit zijn. Maar de aanschaf is het probleem niet. Het probleem zit in het verbruik en de onderhoudskosten. Even overwoog ik alweer om te keren, maar ik deed het niet.

Toen ik bij de dealer kwam stond daar werkelijk de allermooiste Alfa die ik ooit had gezien. Ik was er helemaal weg van. Dat zilvergrijs metallic, die perfecte velgen met ronde gaten, die vormen, die lijn, wat een beauty. En ik kon er geen smetje op vinden. Ok, vooruit, op de voorbumper zat één minuscuul stukje waar een stukje lak weg was. Een millimeter. Verder als nieuw. Ik opende de deur en keek binnen. Zo mogelijk nog mooier. Ook hier alles smetteloos, die grijze stoffen bekleding, het stuur, de klokken, de achterbank, en die uitnodigende pook van de automatische versnellingsbak. Ik was verliefd. Ik vond haar mooier dan een praktisch nieuwe Giulia die er naast stond. 3.0 V6 24v stond achterop, om aan te geven dat we hier te maken hadden met een van de beste motoren ooit gemaakt in de autoindustrie, de 6 cilinder Busso van Alfa Romeo.

En toen kwam de deceptie. Ik nam plaats op de uitnodigende achterbank en ik zat wederom met mijn hoofd tegen het dak. De verkoper was inmiddels komen kijken en ik vertelde hem dat ik daar niet kon zitten. Hij was weinig medelevend, maar ik zoek een auto waar iedereen toch goed in kan zitten. Ik probeerde de Giulia en daar paste ik wel op de achterbank. De verkoper zei dat ik dan die moest nemen. Het prijsverschil was 30.000, en bovendien was ik daar niet verliefd op. Met pijn in mijn hart ging ik weer weg, ik moest bijna huilen, ik voelde liefdesverdriet. Ik was zojuist afgewezen door mijn grote liefde.

Thuis vertelde ik over mijn pijn. Linda zei toen, “maar jij zit toch niet achterin? Je moet Hans morgen meenemen, die is niet zo lang als jij. En voor die paar keer dat we er met z’n allen inzitten kan ik toch achterin, en Hans voorin?” Alle hoop kwam ineens weer terug. Ik was blij. En vannacht sliep ik niet. En heb ik het besluit genomen om niet meer terug te gaan. Linda mag mij dit dan gunnen, maar die auto gaat me (ruim gerekend) 200 euro per maand meer kosten. Dat vond ik toch wel heel erg veel. En bovendien hebben we dan minder ruimte, ik zou voor dat geld helemaal niks terug kunnen geven aan mijn gezin. Alleen voor mezelf, een 3 liter V6 met automaat, schitterende lijnen en een prachtig interieur. Ik kon het niet maken. En nu wil Linda niks meer over een andere auto horen.

Hier. Voor wie het begrijpt.

Practice what you preach

We leven in rare tijden. Vroeger was niet alles beter, maar sommige dingen waren duidelijker, met name persoonlijke verhoudingen. Een mens kon respect opbouwen, of niet, dat was zijn eigen keuze. Had je respect opgebouwd, dan was men eerder geneigd je woorden voor waar aan te nemen en je betrouwbaar te achten. Geen onlogische overlevingsstrategie. Had je dat niet gedaan, door nooit te handelen naar wat je predikte, dan hoefde je niet te rekenen op veel aanhangers van jouw beweringen.

Tegenwoordig hebben we daar wat op gevonden. Neem de heisa rond Johan Derksen die het besluit van het Nederlands Elftal om niet meer met VI te praten wegens vermeend racisme, pareerde met een ijzersterk argument over hypocrisie van het Nederlands Elftal door wel te gaan voetballen in Qatar, waar slavernij nota bene nog steeds bestaat. (practice what you preach.) Dit sterke argument betitelen we dan als “whataboutism” en we hoeven niet meer in te gaan op het argument van Johan. Exact hetzelfde doen we dan als waar we Johan van beschuldigen. (Johan zou niet ingaan op de beschuldiging aan zijn adres.) Het liefst plaatsen we in de comments van social media ook nog een link naar de Wikipagina over Whataboutism, zodat het er ook nog eens uitziet alsof we weten waar we het over hebben. Een win-win, want we hoeven er niet op in te gaan en we komen intelligent over.

Het is zo tegenstrijdig als iets. Het gaat er bij whataboutism alleen maar om dat je de eerste bent die de ander erop betrapt, ongeacht of het argument van de ander veel sterker was. Zo win je tegenwoordig de discussie. De beste argumenten zijn daarmee zinloos geworden, terwijl het vroeger toch vrij normaal was dat je pas betrouwbaar werd geacht als je deed wat je verkondigde. Dat hoeft tegenwoordig niet meer. Je kunt rustig Opeldealer zijn en beweren dat Opel de beste auto’s maakt en zelf een VW rijden. Als iemand je dan beschuldigt van inconsequent gedrag kun je dat makkelijk pareren met een ingewikkelde latijnse term, “tu quoque” (jij-bak), omdat de geldigheid van de bewering dat Opels goede auto’s zijn, kennelijk niet in het geding is. “Nee, waarom rij jij dan een VW” zou voor mij een uitstekend argument zijn om deze dealer niet te geloven. Maar zeg gewoon “tu quoque” en je brengt mij in diskrediet, inderdaad precies datgene wat ik eerst deed met mijn door mijn alarmbel ingegeven jij-bak. Dus is het ook niet gek dat we wat in de war zijn, allemaal.

Geen idee

Sinds wij verhuisd zijn, in december, ben ik een foto van mijn vader kwijt. Hij moet ergens in een doos liggen maar ik heb alle dozen al nagekeken. Het was een uitvergrote zwartwit pasfoto die ik had sinds zijn overlijden, nu alweer 35 jaar geleden. Op zich is het geen ramp, want dezelfde foto staat ook bij mijn moeder, broer en zus, bovendien moet hij gewoon ergens zijn. Maar frappant is het wel. Na de verhuizing waren er een aantal dingen zoek, maar alles behalve deze foto is weer boven water gekomen.

Nu was het vandaag natuurlijk vaderdag, en voor de vijfendertigste keer heb ik al geen cadeautje voor hem meer. Ik weet ook niet wat ik al die keren gegeven zou hebben, hoor. Boeken en luchtjes waarschijnlijk. Veel meer kan ik ook niet verzinnen. Misschien was het dan wel anders gelopen, was ik rijk geworden, en had ik auto’s kunnen uitdelen, net als Elvis.

undefined

Ach ja, ik zou af en toe een ritje met hem in mijn auto gemaakt hebben. Dan zou hij waarschijnlijk onder de indruk zijn geweest van het vermogen van mijn Alfa 3.2 V6, maar hij zou toch de verstandigere auto rijden. (Niet dat ik die Alfa heb, maar nu ik toch aan het fantaseren ben) Inmiddels zou hij 75 zijn, dan rij je sowieso geen Alfa meer. Hij zou al zeker 15 jaar gepensioneerd zijn en ik heb geen idee van hoe zijn vrijetijdsbesteding eruit had gezien. Vakanties in Frankrijk wellicht, misschien was hij met vaderdag wel weg. Geen idee. Dat is wat 35 jaar dood betekent, dat je geen idee meer hebt.