Trainingsbroek

Linda zou het leuk vinden als ik vandaag mee zou gaan naar het zwembad dat geopend was voor honden. Het Apeldoornse Boschbad organiseert dit jaarlijks op de laatste dag voordat het zwembad geleegd wordt. Dus zo geschiedde. Het Boschbad is het grootste openluchtzwembad van Nederland en ligt al sinds 1934 in de villawijk Berg en Bos. In Berg en Bos zou de film Flodder opgenomen kunnen zijn. Er wonen uitsluitend rijke blanken die alle vluchtelingen welkom heten, zolang het maar niet in hun wijk is. Hetzelfde geldt voor de toeristen die voor Julianatoren of Apenheul komen, ze zijn welkom maar uiteraard geldt er in de wijk een parkeerverbod tenzij je vergunninghouder bent. Ik moest dus vlak buiten de parkeerzone onze oude Nissan ergens kwijt zien te raken, want zo’n oude auto zomaar in zo’n wijk parkeren zou kunnen leiden tot verpaupering en waardedaling van de woningen. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

jack the buldog Aangekomen in het overigens prachtige zwembad, weet je gelijk waarom je niet naar dit soort dagen moet gaan. Honden zijn geweldige beesten maar je moet niet een paar honderd van de meest fanatieke baasjes bij elkaar gaan zetten. Het is een orgie van door de lucht klinkende hondennamen, geblaf, gespetter en uitgeschud. Onze hond vond het prima. We hadden voor de gelegenheid nog een buurhond geleend en samen sprintten ze over de grasvlakten van het Apeldoornse zwembad, natuurlijk achterna gezeten door allerlei rassen. Tot zover ging het goed. Maar toen. Er was ook een groep racisten in het zwembad. Het waren Stafford terriers met hun baasjes die samenschoolden. Staffords zijn pitbull-achtigen die niet verboden zijn, maar er wel uit zien als vervaarlijke vechthonden. Ze zijn echter bij hun geboorte als een onbeschreven blad en meestal blijft dat ook zo. Het gold ook voor de honden die hier samenschoolden, alleen niet voor hun baasjes. Er stonden er een paar met een trainingsbroek en een bomberjack aan die volgens mij niet in Berg en Bos woonden. Ze hadden nog behoorlijk knappe vriendinnen bij zich. Ik gebruik het woordje ‘nog’ omdat het verval in korte tijd exponentieel toeneemt bij dergelijke types.

Ineens sloeg de vlam in de pan. Een hondje dat niet ééns groot was viel zo’n Stafford aan en de bange Stafford ging gelijk op zijn rug liggen ter overgave. Het hondje ging nog even door met zijn aanval, en de nog behoorlijke knappe vriendinnen die exponentieel verval in korte tijd te wachten stond, gilden. De trainingsbroek kon de vernedering niet aanzien en schopte de aanvaller weg. Het dier sloeg op de vlucht en de trainingsbroek rende erachter aan. Het hondje schoot tussen de mensen door, met de trainingsbroek nog immer achter hem aan. Op zich is het niet gek, een rennende trainingsbroek, maar dat bomberjack erbij, dat zag er niet uit. Het hondje sprong het zwembad in en toen moest de trainingsbroek zich gewonnen geven. “Vuile kankerhond, kanker op!!”, brulde hij terwijl hij terug rende en nog een vrouw tegen de grond drukte. Ik dacht eerst dat hij zelf op zijn muil gleed, maar dat scheen toch een vrouw te zijn. Het vrouwtje van de op de vlucht geslagen hond kwam nog even verhaal halen en zei dat hij z’n gemak moest houden, maar zij moest haar kankerhond bij zich houden, schreeuwde hij.

Dit soort idioten mag helaas nog vrij rondlopen in Nederland. Ze mogen er nog een onderdanige vriendin op na houden ook. Het heerschap stond alweer te lachen. Hij had ze toch maar mooi de waarheid verteld. Dat hij maar kanker in z’n trainingsbroek mag ontwikkelen.

Discipline

Ik ben te goed. Dat is de treurige conclusie die ik moet trekken nadat ik een week of vier geleden begon met hardlopen. Inmiddels ben ik al twee weken geblesseerd aan mijn knie. Hardlopen dient opgebouwd te worden, maar ik dacht dat ik die uitzondering zou zijn, met mijn 93 kilo. En ik liep te hard van stapel, keihard de valkuil in waar al velen in zijn gevallen. Want ik liep, en ik liep, ik liep om de drie dagen. En ik perste er na twee weken al een hele aardige tijd uit op zes kilometer.

En ik trok mij niks aan van de hardloopmode, ik liep nog gewoon in mijn oude outfit en op mijn oude schoenen waar de demping uit is volgens velen, maar dat schijnt ook weer niet zo belangrijk te zijn volgens deskundigen. Maar ik overbelastte mijn knie, en die doet nu zeer. Ik kan er op lopen, maar niet hard. Ik werd keihard teruggefloten, want ik was alweer op weg naar records, daarbij in mijn achterhoofd wat tijden van collega’s, want zo ben ik. Mijn verstand zet ik uit en mijn bewijsdrang voert de boventoon. Om te hardlopen moet je gedisciplineerd zijn en dat ben ik niet. Je moet je niet laten verleiden om harder, verder of langer te lopen dan een voorzichtig schema, tenzij je natuurlijk een jongeling bent, maar dat ben ik niet met mijn bijna 46 jaar. Ik had de discipline moeten opbrengen om te stoppen na een kilometer of drie, in plaats van door te gaan wat veel gemakkelijker is. En ik had die laatste keer niet moeten gaan lopen, want tijdens het inlopen voelde ik al dat er iets niet goed was.

Dinsdag word ik 46. En nog steeds verbeeld ik mijzelf dingen. Terwijl de wijsheid ondertussen toch eens moet gaan komen. Het verstand is er al heel lang. Mijn hersenen begrijpen best veel. Maar wijsheid, dat is handelen naar je verstand, dat is een totaal andere discipline. Want dan moet je een ander het laatste woord gunnen, en minzaam kunnen glimlachen als je uitgedaagd wordt. Tegen dat soort mensen kijk ik op. Want een tegenpool trekt aan je.

Aan het eind van de dag

Vanochtend reed ik op de A50 en op een brug over de weg stonden in de stromende regen een moeder en haar kind. Eigenlijk stond het kind en de moeder zat er op haar hurken achter. Ondanks de regen keek de moeder vrolijk en samen zwaaiden ze naar het tegemoetkomende verkeer. Ik ben dan de beroerdste niet en toeter even en ik zwaai terug. Want ja, zo heb ik ook vaak gestaan met Hansie. En als de auto’s toeterden, seinden, zwaaiden of een Alfa Romeo waren dan kon dat gevierd worden.

Ik had laatst een moment met Tammar waarbij ik dacht: dit is dus geluk. Geluk is een situatie die je je later met een glimlach zult herinneren. Het was niks bijzonders, een dagelijks ritueel maar de veiligheid was in huis en de boze buitenwereld was ver weg. Ik ervoer het als kind ook vaak, momenten van vertrouwde gevoelens. Tegenwoordig heb ik het door Fox Sports. Iets simpels als een voetbalwedstrijd kijken samen met je zoon, er kan voor mij weinig tegenop. Geen Sail, geen golfclinic, geen sterrenrestaurant of andere dingen waar ik collega’s soms razend enthousiast over hoor vertellen. Routine en controle maken mij gelukkig. Haal mij uit mijn routine, ook door sommigen wel aangeduid als comfortzone, en er ontstaan geheid problemen. Het is iets in mijn hersenen, niks ernstigs. En paar neuronen die niet helemaal goed contact maken of zo. Geen doorslaande stoppen, maar genoeg om het vrije denken te blokkeren. Soms geeft dat problemen maar die worden wel weer opgelost en daarna zodanig gearchiveerd dat ze lastig te raadplegen zijn, zou je dat al willen.

In de tussentijd bouw ik aan herinneringen met een glimlach. Zowel bij mij als bij mijn gezinsleden. De herinneringen die je uit je geheugen raadpleegt bepalen wie je bent, aan het eind van de dag.

Asiel zoeker

Ik begin mij hoe langer hoe meer te ergeren aan Facebook. En ergernissen zijn niet goed. Zie ik vanochtend iemand die het volgende plaatje deelt.
asielzoeker
En het gaat me niet eens om degene die het plaatje deelt, maar om degene die het plaatje de eerste keer plaatste. Dat is een mevrouw uit Rotterdam die Pim Fortuyn vereert als een heilige, terwijl hij natuurlijk gewoon een landverrader was. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om het makkelijke scoren dat men met zo’n plaatje doet. Men schrijft het woord asielzoeker verkeerd en haalt daarna een zielige bejaarde aan. Alsof er -hartgrondige vloek- ook maar iemand die zo’n plaatje deelt of liked een zielige bejaarde in huis neemt! Niemand toch? Er moet alleen even gescoord worden in de wedstrijd zonder scheidsrechter.

En dat is precies wat er mis is met dit al 70 jaar in vrijheid verkerend land. Ik zag daarnet een programma over Rusland, daar verkeert men pas een jaar of 25 in vrijheid. Daar houden ze niet van homo’s en niet van drugs maar, zo zei iemand, wij bemoeien ons niet met het westen. Maar het westen wel met ons, omdat mensen in het westen vinden dat zij de enige juiste manier van samenleven hebben uitgevonden en dat ook willen opdringen aan de rest van de wereld. Daar zit wat in. Het riep zoveel vragen in mij op dat ik er onmiddellijk van in de war raakte. Ik zag iemand die op Facebook een religieus statement maakte en daar was half facebookend Nederland alweer om hem belachelijk te maken. Want de vrijheid van meningsuiting is één, maar het respecteren van een afwijkende mening is iets heel anders.

Ik hecht teveel aan sommige contacten om Facebook te verwijderen. En misschien ben ik ook wel verslaafd aan likes, zoals in de krant stond. Misschien hecht ik teveel aan het verleden en misschien heb ik mijn hoop op de verkeerde dingen gevestigd. Misschien verwacht ik wel te veel en misschien moet ik mij eens wat minder bemoeien met zaken waar ik toch geen invloed op heb. Ik neem geen asielzoeker in huis en ook geen bejaarde. Het is hier geen oorlog tenslotte. Tenminste, als je de vrijheid van meningsuitingsoorlog even niet meetelt.

Lisdodden

Zoals u misschien weet, en anders vertel ik het nu, loop ik elke ochtend om half zeven met de hond langs velden en langs wegen. ’s Winters is dat geen pretje want het is dan koud maar vooral donker. De hond heeft dan een lichtgevende halsband en die halsband zie ik dan in de verte over de akker zweven. Dus ik deed een hoeraatje toen de lente begon en het licht werd. De sloot waarlangs ik liep werd langzaam groen, er verschenen lisdodden (ik heb het even opgezocht, maar dat zijn rietsigaren) langs de kant, eendjes met jongen zochten er hun beschutting en zelfs een enkel visje zag ik soms zwemmen. Je kunt je ’s zomers niet voorstellen dat al dat groen eens weer gaat wijken voor de winter.

En dan de boerenzwaluw. Zwaluwen zijn de mooiste vogels die er zijn. Rank, sierlijk en donkerblauw. Ze zwermden om mijn hoofd, en als ik er eentje een openstaande boerenschuur in zag vliegen, wist ik dat het goed was. Vele zwaluwen maken de zomer zoals u weet. Maar de zwaluwen zijn er niet meer. Hoewel, vorige week zag ik ze nog even. Maar het wordt kouder en nog even en ik loop weer in het donker. Direct na de vakantie wordt de overgang naar de herfst al weer zichtbaar. Het is al niet meer zo heel lang licht en er hangen alweer mistflarden. Overdag kan het nog wel warm zijn, maar het gevoel van de naderende zomer, of dat van de zomer op zijn hoogtepunt, dat moment dat niemand je nog kwaad kan doen ontglipt je al. Maar gelukkig is er dan nog altijd die boerensloot met zijn donkerbruine lisdodden.

Tot mijn grote ergernis merkte ik vanochtend dat de gemeente de zijkant van de sloot in zijn geheel had gekortwiekt. Al het groen was weg en een paar eenden zwommen nu in het kale water. Waar bemoeit zo’n gemeente zich in godsnaam mee, vraag ik me dan af. Waarom hebben zij het recht om mijn sloot te kortwieken, en waarom? Wat is dit voor zinloos geweld? Dat zomergevoel zou veel langer kunnen aanhouden als de overheid zich er eens even niet mee bemoeide. Het zou mij niet verbazen als ze ook een zwaluwverjaagmachine op de activalijst hebben staan.

De staatsman

Gisteren en vanavond keek ik Andere Tijden over de staatsman Wim Kok. We zijn nu dertien jaar na zijn aftreden aanbeland, en ik ben er trots op dat ik de staatsman herkende toen ik moest stemmen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me een stuk drukker maak om de man dan om de partij. Dat komt omdat ik nog steeds durf te vertrouwen op mijn intuïtie, en mijn intuïtie herkent echt en onecht.

Omdat Wim Kok echt was, vraag ik me nog steeds af hoe hij zich door verkiezingsperioden heeft heengeslagen. Ik herinner het me niet, maar het kan niet anders dan dat de man zich op de inhoud heeft geconcentreerd en niet op hoe hij overkwam. Tegenstrijdig met het vak van politicus lijkt dat, maar door zich te focussen op de inhoud kwam daar als vanzelf die integere, wijze, bijna vaderlijke uitstraling die ik zo graag zie bij oudere mannen. In mijn ogen is hij de beste minister president die we hebben gehad, zonder anderen te kort te willen doen. Maar hij was de vader des vaderlands, de statige man met het prachtige haar die zijn emoties onder controle had, maar nooit wist te verbergen.

En natuurlijk maakte hij fouten. Maar hij was een leider. Geen leider door krachtige optredens of meeslepende speeches, maar door rust en natuurlijk respect. Eenmaal heb ik de man van dichtbij gezien, bij de opnames van een TV programma in Amsterdam. Ik kon hem gewoon aanraken maar deed het maar niet. Ik aanbid hem niet, maar ik heb ontzag voor de manier waarop hij altijd in de eerste plaats de belangen van het vaderland diende, en in de tweede plaats die van zijn partij, en in de laatste plaats zijn ego. Die volgorde is bij de meeste politici omgekeerd, en daarom worden zij nooit staatsman.

Een end van huis

Ik liep zojuist het laatste rondje van de dag met de hond, en ik hoorde in de verte een gekrijs. Een kwaad kind dacht ik eerst, tot ik dichter in de buurt kwam. Het was een jonge vrouw die uitviel tegen een andere vrouw, die iets ouder klonk. Ze viel uit op een hysterische manier, zoals je dat zelden meemaakt. De hond stond te luisteren naar het vreemde geluid, en ik ving een paar woorden op, maar spoorde de hond aan om door te lopen, omdat zulke trieste dingen eenmaal gebeuren.

Want ja, ik vind het triest als een volwassene zo buiten zinnen kan raken. Ik heb dat zelf nooit meegemaakt en hou in elke situatie enige vorm van controle. Maar dit was een hysterisch geschreeuw waarbij elke remming weg was. Of ze nu niet in de gaten had dat haar geschreeuw tot ver in de omtrek te horen was, of dat het haar niet kon schelen. Als het dat laatste was, dan is het triest dat het zover heeft kunnen komen met iemand, want dan schat ik in dat je een eind van huis bent.

Toen ik een jaar of vijftien was en de Apeldoornse Courant bezorgde in Vaassen, stond een mevrouw een Mercedes in elkaar te rammen met een zwabber. Heel even dacht ik dat ze de ruiten aan het schoonmaken was, tot de eerste ruit bezweek. En systematisch werkte ze zich rondom de auto, net zolang tot alle ruiten aan diggelen lagen. Een groepje mensen waaronder ik stond wat verbluft te kijken. Ze ging naar binnen, kwam weer naar buiten en riep in onze richting of er iemand kon komen. Niemand leek zich geroepen te voelen, en ik zie nog steeds de wanhoop in haar ogen toen niemand reageerde. Ik voelde me wel enigszins geroepen, maar er stonden volwassenen tussen die dat klusje beter hadden kunnen klaren. Niet veel later kwam de politie en nam de man des huizes mee, die ik hoorde zeggen dat ze ineens buiten zinnen raakte.

Hoe het verder afliep of wat de aanleiding was weet ik niet, maar het kan een indruk maken. Als de vrouw geweten had dat ik me dit dertig jaar later nog zou herinneren, zou ze misschien iets rustiger hebben gedaan. Hoewel, waarschijnlijk ook niet. Als de geest uit de fles is, zie hem dan maar eens terug te krijgen.

De waterskiester

In 2011 schreef ik over Willy Stähle, naar aanleiding van een uitzending van Andere Tijden Sport. Het bericht haalde een record aantal reacties. Ik was zo gefascineerd door het fenomeen waarvan ik nooit eerder had gehoord, dat ik alles over haar opzocht. Ik maakte zelfs een google alert aan voor als iemand haar zou noemen op internet. Mijn eerste en enige google alert. En in al die tijd schreef er niemand over haar. Tot vanavond. 61 jaar werd ze, waarvan ze er meer dan dertig in een rolstoel doorbracht en de laatste 10 jaar een teruggetrokken leven leefde. Rust zacht Willy.

1954-2015
1954-2015

Het is tenslotte al augustus.

Als in Nederland een zwarte zich beledigd voelt omdat een kind hem zwarte piet noemt, dan is dat hier de schuld van zwarte piet. Terwijl er vijf partijen in het geding zijn, dus waarom zou zwarte piet de hoofdschuldige zijn? Nou, vast omdat het de kleinste aanpassing vergt om hem blank te vegen. Niemand die het in zijn hoofd haalt de zwarte te schuld te geven want die kan er eenmaal ook niks aan doen dat hij zwart is. Zwart zijn ligt in Nederland gevoelig en is helemaal niet leuk, dat zie je ook aan de lading die het woord “zwarte” heeft. Maar volgens Wikipedia is het beter om het woord zwarte te gebruiken dan het woord neger. Als ik het over en blanke heb bedoel ik daarmee een bleekscheet. Een bleekneus. Tja, wij blanken zijn eenmaal lelijke witte inteeltkoppen dus waarom zouden we ons superieur voelen? De enige reden daarvoor is omdat we hier in de meerderheid zijn. En ik kan natuurlijk gewoon zeggen dat wij lelijke witte inteeltkoppen zijn, want ja, ik ben immers zelf blank. Met het aanduiden van zwarten moet ik duidelijk voorzichtiger zijn. Zij en wij, het zullen over een aantal jaren verboden woorden zijn omdat het steeds minder geaccepteerd wordt dat je jezelf of anderen tot een groep rekent. Tenminste, als het zover komt dat zwarte piet ons land niet meer bezoekt.

Het mag misschien de makkelijkste aanpassing lijken om zwarte piet af te schaffen, maar is dat ook zo? Lost het iets op van het gevoel van discriminatie dat een zwarte ervaart? Welnee, in een veilig en overvloedig land dat zelden op CNN genoemd wordt, moet men blijven zoeken naar dingen die niet kloppen, anders lost het gevoel van eigenwaarde op. Anders wordt Nederland een soort Luxemburg, het land waar niks gebeurt en waarover niemand iets weet. Maar buiten dat, houdt de zwarte wel genoeg rekening met de blanke? Die laatste moet immers zo maar even zijn vaderlandse trots aan de kant zetten omdat de zwarte wellicht beledigd is. Weigert hij dat, dan volgen er al snel verdachtmakingen. Hij zou wel eens een sympathisant van foute ideologieën kunnen zijn. Terwijl hij slechts hunkert naar de tijd toen Sinterklaas een feest was waarvan het hele land gelukkig werd. En nu staat de verjaardag van de goedheiligman onder druk. Wie garandeert mij dat de blanke niet verbitterd wegkwijnt in het verleden en een zondebok zoekt? Moet daar dan geen rekening mee worden gehouden?

Zou het misschien kunnen dat in plaats van bij Zwarte Piet, de schuld bij het beledigende kind gezocht moet worden? Ook dat ligt gevoelig. Een kind kan immers aan niet zoveel dingen iets doen. Hij ziet een zwarte, associeert zijn huidskleur met zwarte piet en zegt: “hee, zwarte piet!” Zo doen kinderen dat eenmaal. De mijne ook hoor, elke dag gebeurt het wel een keer. Ikzelf deed het vroeger ook aan de lopende band. Bij elke zwarte die ik zag riep ik: “hee Zwarte Piet!” Kan me voorstellen dat dat op een gegeven moment gaat irriteren. En zeker in deze tijd waarin je kinderen geen draai meer om hun oren mag geven voor zo’n opmerking. Als vierde betrokken partij komen de ouders van het kind aan bod. Zij gaan toch ook niet vrijuit. Zij behoren immers hun kind te corrigeren maar in plaats daarvan schamen ze zich dood als de situatie zich voordoet en lopen met een rood hoofd door met hun winkelkarretje. Maar wat is er nu makkelijker dan om in het bijzijn van de zwarte, het kleine kind duidelijk te maken dat de meneer of mevrouw in kwestie geen zwarte piet is maar slechts een man of vrouw met een donkere huidskleur, en dat hij of zij zeker geen pepernoten bij zich heeft?

De vijfde partij, en zeer zeker medeschuldig aan de hele discussie zijn de opruiende sociale media. Wat zouden westerse landen een stuk beter af zijn zonder hen. Door hen zit Nederland vol met olifanten die eerst muggen waren. Misschien is er zelfs nog wel een zesde schuldige. En is dat degene of datgene die of dat er voor gezorgd heeft dat wij verschillen zien. In één oogopslag stellen wij het ras vast van de ander. Wit, zwart, geel, rood. Instinctief wordt ons ingegeven dat het voor de overlevingskansen handiger is als je begeeft onder hen die het meest op je lijken. Het racisme als overlevingsinstinct. Al willen we niet, onze hersenen maken onderscheid. Dat onderkennen van verschillen is er nog lang niet uitgeëvolueerd. Kennelijk biedt het een evolutionair voordeel om te discrimineren, zo zou men, niet geheel vrij van cynisme, kunnen stellen.

Het zou mooi zijn als we het niet meer zouden zien, zoals mijn hond het niet uitmaakt of hij een zwarte, een witte of een gevlekte soortgenoot tegenkomt. Zolang het maar een kwispelende soortgenoot is. Met enige trots kan ik zeggen dat ik het steeds minder zie. Vroeger zag ik het als collega’s een kleurtje hadden of als een voetbalelftal uit veel donkere spelers bestond. En net nu ik dat amper meer in de gaten heb, loopt Dafne Schippers de 200 meter in een wereldtijd en legt iedereen er de nadruk op dat ze blank is. Er zijn in de Zwarte Pietendiscussie vele verdachten. Ik heb al zes mogelijke daders in kaart gebracht. Het was nog maar augustus toen de discussie weer oplaaide. Ik weet niet of ik er nog zin in heb in december.

Uilen.

Ziet u wel eens een uil in het wild? Ik zie ze uiterst zelden, de laatste keer is alweer een paar jaar geleden. Het grappige is wel dat als je er een ziet in het donker, je gelijk weet dat het een uil is. Hoe dat komt? Uilen zijn apart. Uilen zijn kille jagers met superkrachten. Ten eerste gaat geen enkele andere vogel ’s nachts vliegen, dus dat is al een indicatie dat je met een uil te maken hebt. En ten tweede heeft een uil een kenmerkende langzame vlucht. Hij klapwiekt minder vaak met zijn vleugels dan andere vogels. Niet alleen minder dan een kolibrie, maar ook minder dan een gans.

Zijn vleugels zijn relatief groot en bol van boven zodat de lucht sneller langs de bovenkant moet dan langs de onderkant. Dit creëert een drukverschil en opwaartse kracht voor de uil. Het basisprincipe van de vliegtuigvleugel. Daarbij heeft de uil stille veren. Geluiddempende veren welteverstaan. Hij zal zonder dat je het hoort vlak langs je heen kunnen vliegen. Een uil is een Stealth jachtbommenwerper, al ver voordat er Stealth jachtbommenwerpers waren uitgevonden.

Verder kan de uil verticaal opstijgen. Zoals een Hawker Harrier. Hij kan stil boven de grond blijven hangen op zoek naar een prooi. Zoals een Airwolf supersonische militaire helikopter. Alsof het nog niet genoeg is kan de uil in het donker zien. Niet als een kat, maar nog veel beter. Als een infrarood camera. Grote ogen en extreem gevoelige oogzenuwen zorgen dat een uil in het donker een muis op de grond ziet lopen.

Een van de mooiste supereigenschappen vind ik het gehoor van de uil. Nog in het ei hoort het uilskuiken zijn moeder al en trekt haar aandacht met een kreet. De oren van de uil bevinden zich links en rechts op verschillende hoogten zodat hij weet dat als het geluid zijn linkeroor eerder bereikte, het van beneden kwam en als het zijn rechteroor eerder bereikte, het van boven kwam. Technisch vernuft van de bovenste plank. Dan heeft hij ook nog een kop die de vorm heeft van een radiotelescoop. Ik heb me in Westerbork wel eens verbaasd over afstand waarover zo’n vorm nog geluiden opvangt. De uil kan er een muis die onder de sneeuw loopt mee lokaliseren. Dan draait hij zijn kop ook nog moeiteloos 270 graden om zijn zintuigen maximaal te benutten. Speciaal ontwikkelde bloedvaten zorgen ook dan nog voor bloedtoevoer naar de hersenen.

Als de uil deze militaire wapens allemaal heeft ingezet en zijn prooi heeft gelokaliseerd, stort hij zich met een noodgang op de ongelukkige die door de impact op zijn minst gedesoriënteerd is, maar meestal gelijk dood.

De BBC zond het allemaal uit vanavond, en ik toen ik de vorm van de kop zag en dacht aan mijn verbazing in Westerbork verloor ik mijn geloof in de evolutietheorie. Tenminste, als enige verklaring voor het ontstaan der soorten. Hoe het dan wel gegaan is, ik heb geen idee, maar het kan toch niet zo zijn dat er een duif was die trek in vlees kreeg en daarom in een uil transformeerde? En daarbij bedacht dat het misschien handig zou zijn om zijn oren op verschillende hoogten te laten groeien om zo razendsnel geluid te kunnen lokaliseren. De uil is met militaire precisie ontwikkeld, geschapen, misschien wel geëvolueerd Deo Volente, dusdanig dat hij een set unieke jachteigenschappen heeft dat geen ander beest bezit. Eén klein ontwikkelingsfoutje heeft hij maar. Hij kan niet functioneren in de regen. Stille vederen kunnen niet waterdicht zijn, luidt een oude natuurkundige wet. Regen is zijn Waterloo, zijn Kryptonite. Maar iedereen heeft een zwakke plek.
kerkuil