De kans op succes.

De dag begon met een slecht voorteken. Er zat een enorme hoeveelheid vogelpoep op mijn voorruit. Ik hoorde mezelf denken: “dit wordt een schijtdag.” Op mijn werk aangekomen leek het ook een schijtdag te worden. Ik had sales weer tegen me in het harnas gejaagd, en goed ook, want ze moesten het escaleren. Zo heet het in het bedrijfsleven als je er iemand bij haalt omdat je het niet meer kunt winnen. Dus ik zag een e-mail naar allerlei hoge pieten gaan, en om eerlijk te zijn, kneep ik hem wel een beetje. Totdat ik bedacht dat ik best wel sterk stond omdat ik in het bedrijfsbelang handelde, en sales in eigen belang. De zaak loopt nog, ik vermoei u er verder niet mee. Maar ik had lichte zweetplekken onder mijn oksels.

’s Middags was een zogenaamd event waar altijd een spreker uitgenodigd wordt. Omdat ik de doelgroep van het event ben (finance, red.) is mijn advies gevraagd en opgevolgd. Ik had niet zo’n zin in de zoveelste positivo die ging vertellen dat we het helemaal anders moesten gaan doen, dus ik had gekozen voor een lange afstandszwemmer die Olympisch goud heeft gewonnen in Peking. Laten we hem Maarten noemen. Ik had Maarten niet voor niks uitgekozen. Ik kende hem al van tv, en vond hem interessant. Zijn wiskundige achtergrond, zijn ziekte, zijn lichte stotter, en zijn nuchtere kijk op zaken. De kans op een lulverhaal was nihil.

Mijn collega had hem al verteld dat ik hem had uitgekozen dus toen ik aankwam heb ik hem even aangesproken en succes gewenst. Na een plichtmatige speech van onze directeur kwam Maarten. Hij vroeg het publiek wie in de zaal een echte droom had en die met hem wilde delen. Na lang aarzelen was er iemand die een berg boven de 8000 meter wilde beklimmen. Maarten ging er even op door en vroeg toen wie er geen dromen had. Ik moest mijn vinger wel opsteken, omdat mijn collega’s dat gewoon van mij verwachtten. Ik was ook de enige, dus Maarten vroeg waarom ik geen dromen had. Omdat ik het wel prima vond zo, antwoordde ik en ik zou wel zien waar ik over vijf jaar zou zijn. Vervolgens vroeg hij aan de zaal wie er vond dat succes maakbaar was. Zeker driekwart stak zijn hand op. En toen vertelde hij zijn verhaal.

Het werd een prachtverhaal, met een komische wisselwerking tussen zijn ambitieuze zwemvriend Pieter en zijn oplossingsgerichte trainer Marcel enerzijds, en de nuchtere, niet ambitieuze Maarten anderzijds. Hij zou wel zien. Hij wees een paar keer naar mij, omdat hij van mening was dat juist als je je situatie accepteert je daarmee je kans op succes vergroot. Alleen kon hij het logisch verklaren, en ik nu niet meer, hoe ik er ook over nadenk. In elk geval, na afloop zei ik triomfantelijk tegen mijn sales collega, “ik zal wel zien, mijn kansen op succes zijn het grootst.”

Bij het buffet bleek dat al gelijk. Ik zei tegen de kok dat het er goed uitzag, waarop hij antwoordde dat ik er ook goed uitzag. Ik wist met de situatie geen raad, keek hem snel aan en lachte vluchtig om zijn compliment. Maar ik zag dat hij het meende, en ik zag ineens dat hij homo was, hoewel het schijnt dat dat niet aan mensen te zien is. Het was voor hem kennelijk een teken en hij zocht daarna nog een paar keer oogcontact met mij. Ik voelde mij zeer ongemakkelijk, maar wilde er ook geen punt meer van maken in 2015. Ik denk dat ik maar wat ambitieuze doelen ga stellen, om zo mijn kansen op succes weer wat te verkleinen.

Dronken

Ik heb mezelf in de war gebracht vandaag. Ik was in de war omdat ik vasthoud aan wat ik denk en niet meega of kan met allerlei nieuwe eigenaardigheden. Ik kreeg het aan de stok met collega’s die mij halsstarrig vonden omdat ik hun nieuw verkregen inzichten niet met gejubel ontving. Zij hadden het licht gezien maar bij mij was het nog donker. Ik zag de voordelen eenmaal niet en zolang ik die niet zie ben ik niet enthousiast. Of er wel iets was van de laatste tien jaar dat ik dan wel kon waarderen, was de vraag. Ik moest hen het antwoord schuldig blijven.

Ik moest een filmpje kijken dat mij zou overtuigen. Twee mannen die zeiden dat je out of the box moet denken, ik heb het al honderden keren gehoord. Ik was wederom niet enthousiast, en men dacht dat ik het expres deed. Ik had diezelfde ochtend nog een filmpje laten zien van twee F1 coureurs in een opgevoerde kever, waarbij ik wel stond te kwijlen. Ik moest maar begrijpen dat er eenmaal verschillen waren in de dingen waar mensen enthousiast van raakten. Maar het verschil voor mij was toch duidelijk dat de out of the box jongens mij probeerden te overtuigen om mijn geld naar hun box 3 te storten, terwijl Coulthard en Button op hun beurt als kinderen zo blij waren in hun snelle Volkswagen Kever uit 1974.

Op de terugweg had ik het weer glashelder. Ik ben in een groot toneelstuk beland waar mensen de werkelijkheid niet meer van fictie kunnen onderscheiden. Alleen als ze dronken zijn kunnen ze nog helder denken. Dan hangen ze aan mijn schouder en schreeuwen ze dat ik gelijk heb. Maar als de drank is uitgewerkt en hun programmering weer in werking treedt, heb ik moeite ze te volgen. Ik was in de war gebracht omdat ik kennelijk altijd dronken ben. Zeker in de auto op weg naar huis.

Causaal verband

Ik moest vandaag noodgedwongen in een ander bos gaan lopen met de hond, want door het mooie weer was het zo vol op de parkeerplaats van het losloopgebied, dat ik er letterlijk niet meer bij paste. Bovendien lopen er dan veel hondloze wandelaars in het hondenuitlaatgebied, en regelmatig zijn die niet gediend van loslopende honden, zelfs al is het een speciaal aangewezen hondenuitlaatgebied. Het is het probleem van met teveel mensen te weinig natuur moeten delen. Geen nood, want twee kilometer verderop is ook een hondenuitlaatgebied, alleen als je dat van de ene kant binnenkomt staat er “hondenuitlaatgebied”, en kom je het van de andere kant binnen staat er: “verboden voor loslopende honden.” Ik zo’n geval neem ik de twijfel van het voordeel.

In dit gebied liep praktisch niemand. Logisch, want er is geen heide, de bossen zijn er dicht en dus zie je nog niks van de zon. Onze hondenuitlaatservice loopt hier vaak, dus mijn hond kent het er. Ze (de hond) is er ook erg op gespitst of haar uitlaatservice er loopt, en toen ze een blaf in de verte hoorde, spitste ze haar oren en wilde het op een lopen zetten. Ik had alle moeite om haar bij me te houden, en kon daarbij mijn ogen niet op het pad houden. Dus trapte ik in een hondendrol die ik normaal zeker gezien zou hebben. Ik gaf de uitlaatservice de schuld van deze rampspoed en beredeneerde dat zij mijn schoen moest schoonmaken. Want ja, je kunt oordelen dat de uitlaatservice hier niks aan kan doen, maar ik weet zeker dat als de uitlaatservice er niet was geweest, de hond niet zo had gereageerd, en ik gewoon voor me had kunnen kijken en de drol had zien liggen. Aangetoond causaal verband.

Natuurlijk kreeg ik bij thuiskomst weinig bijval, maar de wereld zit vol van causale verbanden die we kennelijk maar moeten accepteren. Maar bedacht ik later, waarschijnlijk worden die weer opgeheven door causale verbanden die in ons voordeel aflopen. Ja, dat is het. Het is een soort van bijgeloof, maar dan zonder geloof. Een bijwetenschap eigenlijk. Het kan verstrekkende gevolgen voor de wereld hebben. Hele parallelle universa spelen zich naast ons af. De wereld waarop wij denken te wonen heeft zijn eigen geschiedenis, maar in een parallel universum speelde zich diezelfde geschiedenis af, alleen zag ik de drol op tijd en liep door. Daardoor was ik eerder thuis, want ik hoefde mijn schoen niet af te vegen, en zag zo nog net op televisie iets wat mijn levensvisie helemaal zou veranderen. U moet maar eens gaan kijken in het hiernaast gelegen parallele universum, je gelooft niet wat je leest op mijn weblog daar. Alsof ik een tik van de molen heb gehad. Dankzij de uitlaatservice gebeurde dat dus allemaal niet, en kunt u hier nog steeds terecht voor uiterst betrouwbare verhalen ontsproten uit het toetsenbord van een geestelijk stabiele blogger.

Wereldreis

Morgen vertrekt ze met haar gezin, voormalig blogster Mellody, misschien zegt het sommigen nog iets. Je moet het avontuur maar aandurven, om huis en haard te verkopen, je resterende spullen op te slaan en een wereldreis te maken met je hele gezin. Ze hebben het in hun hoofd gehaald en laten zich niet afremmen door regeltjes en wetten die voorschrijven dat je moet werken om geen pensioengat te creëren, of dat je kinderen naar school moeten en meer van dat soort geneuzel. Ik helaas wel, zodat ik straks gewoon mijn geraniums kan betalen. Ik heb haar vaak gesproken over de aanstaande reis en wilde nooit laten blijken wat ik er van dacht, namelijk: “Help! Doe het niet!” Maar dat zijn mijn eigen angsten. Gelukkig laat ze zich niet tegenhouden en vliegt ze morgen naar Zuid Afrika, het beginpunt van de reis. Als iedereen was zoals ik, hadden we nu geen idee gehad dat er nog andere continenten bestonden. Ik vind haar zo dapper, en had haar altijd al hoog zitten. Als iedereen was zoals zij, bestonden er geen oorlogen denk ik vaak. Het is een schat.

Gisteren zei Linda dat ik de groeten moest hebben en dat ze afscheid hadden genomen. Ik schrok me rot, want ik was vergeten dat het al zover was. Gelukkig was daar Facebook. Facebook heeft ook zijn goede kanten. Ik heb haar uitgezwaaid. En ze zwaaide terug.
Mellody

Klik op de foto om de reis te volgen.

Tien eilanden die u niet kent

U kent allemaal de waddeneilanden. Waarschijnlijk kent u het eiland Pampus ook nog wel. Misschien zelfs dat u van Noorderhaaks heeft gehoord. Maar kent u Steenvliet, Hompelvoet, Dwars in den Weg, Ossehoek, Tiengemeten, De Schelp, De dode Hond, De Zwaan, Vogeleiland of Zuiderstrand? Dat zijn gewoon tien bestaande eilanden in Nederland waar ik nooit van gehoord heb, en het lijkt me sterk dat u er vijf weet te liggen. In Zweden is het heel normaal om een eiland in je bezit te hebben, maar in Nederland zijn ze wat schaarser. Er zijn kennelijk nog onbewoonde eilanden genoeg in Nederland. Sommigen net groot genoeg om en huis op te plaatsen, maar op anderen kun je een kleine stad vestigen. En denk niet dat we er zijn met deze tien eilanden. Er zijn er nog veel meer met of zonder naam. Het barst van de onbewoonde eilanden in Nederland. Misschien een tip om je eens terug te trekken in deze roerige tijden.
eiland

Een verschil van veertig, Tika en waarom?

Ik maakte deze week een nieuwe categorie aan genaamd: Mack maakt zich zorgen. Nu is het niet de bedoeling dat ik me extra veel zorgen ga maken, want van nature maak ik me al zorgen genoeg. Eigenlijk was het al gek dat die categorie nog niet bestond. De meeste logjes hebben de categorie “geen categorie” meegekregen, dus misschien moet ik die nogmaals langs om te kijken of ze niet in de nieuwe passen.

Waar ik mij over het algemeen de meeste zorgen over maak is het verschil in hoe de wereld er nu uitziet en hoe hij er veertig jaar geleden uitzag. En dan met name over de waarschijnlijkheid dat dat verschil nog groter gaat worden. Ik heb daar moeite mee. Ik las vandaag bij iemand dat bij hem tussen zeven en acht nog nooit de stem van Matthijs van Nieuwkerk had geklonken omdat hij dan de krant las. En ik dacht aan het spitsuur dat het bij ons om die tijd is. De krant lezen? ’s Ochtends, haastig bij het ontbijt, staand aan het aanrecht. De verdieping verdwijnt, al mijn kennis is oppervlakkig. Er is natuurlijk ook een overvloed aan onzinnige informatie die in onze richting wordt gestraald, en ik vraag me af wat we daarmee moeten. Ik werk bij een bedrijf van 13.000 werknemers en ben een schakel geworden in een enorm proces van factuurverwerking met ik weet niet hoeveel mensen die geestdodend moeten goedkeuren, met eenzelfde eindresultaat als eerst, alleen komen er nu tien mensen, een scanner en een week tijd aan te pas. Hetzelfde kunstje deed ik vroeger in minder dan vijf minuten in mijn eentje, en dan overdrijf ik niks. Het wordt normaal gevonden en iedereen accepteert deze gang van zaken, omdat de accountant het nu eenmaal voorschrijft.

Ik zet me regelmatig af tegen de stroom die langs komt. En toegegeven, dat doe ik alleen tegen goede collega’s. Ik vertel ze dat ik het merkwaardig vind hoe zonder slag of stoot sommige dingen zijn geworden zoals ze zijn geworden. Alsof Tika in haar handen heeft geklapt, wijzigingen heeft aangebracht en nogmaals in haar handen heeft geklapt. Alleen zou Tika nooit zulke rare wijzigingen aan de wereld toebrengen. Zij zou juist nu in haar handen klappen, wijzigingen ongedaan maken en weer in haar handen klappen. En dan zouden wij denken dat we geslapen hebben en weer doorgaan met waar we eigenlijk gebleven waren, de krant lezen aan de keukentafel. De stilte zou ons opvallen al begrepen we niet waarom, maar zou al snel als aangenaam ervaren worden.

De tijd laat zich lastig terugdraaien. Dat geldt ook voor de wereld en Matthijs. Om toch nog enig houvast te hebben blog ik zodat ik terug kan lezen. En ik blog omdat ik weet dat u leest. U bent namelijk niet diegene over wie ik het zojuist had, maar juist diegene die vragen stelt. Als je blogt heb je geschreven over wie je bent en over hoe je denkt. En wat iemand schrijft is een ijkpunt in zijn karakter, en maakt hem betrouwbaar. Geschreven woorden kunnen niet makkelijk ontkend worden en dat maakt dat ze zorgvuldiger worden gekozen. Daarom.

Grensland

Sinds een paar weken volg ik het programma Grensland, over de Russische federatie in al zijn facetten. Het wordt uitgezonden op zondagavond door de VPRO. De VPRO heeft voor mij een hoog betrouwbaarheidsgehalte en ik hoop niet dat ze dat ooit gaan beschamen. Jelle Brandt Corstius reist door het land en interviewt bekende en onbekende Russen, sommigen in dienst van de staat, anderen gewoon als burger. Het mooie aan Jelle is dat hij de Rus niet blootstelt aan westerse kritiek, maar ze hun verhaal laat doen. Dus als zij Poetin een held vinden, dan mogen ze dat zeggen zonder dat Jelle ze in de rede valt. In zijn latere commentaar laat hij hooguit op subtiele wijze weten wat hij er van vindt, zodanig dat het een licht komische ondertoon krijgt. Maar dat kan een dergelijk programma dat is opgenomen in de grauwe Russische winter, goed gebruiken.

Zelf heb ik een Russische collega met wie ik erg goed kan opschieten, ondanks dat ze me soms tot wanhoop drijft. Wanhoop die ik overigens niet laat merken, maar ze slaat het houvast soms onder me weg. Want de dingen die ons eigen Achtuurjournaal soms beweert kan ze afdoen als zwaar overdreven. Zo hebben haar homovrienden uit Moskou helemaal geen moeilijk leven en probeert het westen Poetin zwart te maken. Als ik dan voorzichtig opper dat hij toch de Krim geannexeerd heeft antwoord ze fijntjes dat de Krim gewoon bij Rusland hoort, en daar altijd al bij gehoord heeft. En ja, dan moet ik toegeven dat ik nog nooit van de Krim gehoord had voordat het geannexeerd werd, dus al te veel tegengas geven kan ik niet. Hetzelfde werd overigens in Grensland beweerd door een inwoonster van de Krim; de Krim hoort bij Rusland en ze was blij dat ze weer onder de hoede van Poetin viel.

Op ongeveer dezelfde manier heb ik wel eens met een Israëli gepraat. Ik kon het geen discussiëren noemen omdat ik niet veel van de situatie wist en hij 90% van de tijd aan het woord was. Ik noemde alleen wat ik wist over de moeilijkheden met de Palestijnen, maar hij zei op een toon die niet vijandig was, maar desondanks zo overtuigd en zakelijk klonk dat ik er niets tegen wist in te brengen, dat de joden al duizenden jaren in Israël woonden, dat was geen religie, maar een geschiedkundig feit en dus logisch dat het land beschermd moest worden tegen de Palestijnse agressie.

Het maakt me nog niet eens uit wat er gezegd wordt, het gaat me erom dat mij door mijn westerse nieuwsbronnen iets verteld wordt dat volgens anderen helemaal de andere kant op moet. En als ik dan denk dat ze geïndoctrineerd zijn, dan denk ik dat om mijn eigen gemoed te sussen. Want ik kan niet volhouden dat ik er meer van zou weten dan zij, die uit het land komen, de taal spreken en er nog regelmatig komen. En dat maakt mij bang. Bang dat ik niks weet en ook nooit iets weten zal.

De voetbalsupporter

Ik aanschouwde de man op de tribune. Hij werd niet speciaal in beeld genomen, maar was onderdeel van het publiek. De scheidsrechter had zojuist geen gele kaart getrokken voor een speler van de tegenpartij, en daar was het publiek -in het bijzonder dit onderdeel- het niet mee eens. Er klonk gefluit en de man maakte het “kaarttrekgebaar” in de richting van de scheidsrechter. Hij deed het een keer of vier achtereenvolgens voordat de camera zich weer op het veld richtte. De scheidsrechter had de man niet gezien. Geen van de spelers had de man gezien. In het publiek merkte niemand hem op. Ik was de enige. De gele kaart bleef op zak.

Wat gaat er in zo’n man om, vraag ik me af. Wat denken zijn hersenen? Hoe is hij hier ooit mee begonnen? Is het een kwestie van als jonge jongen naar het stadion gaan en na verloop van jaren te vergroeien met het publiek? Voelt hij zich inmiddels zo’n belangrijk onderdeel van de club dat hij meent dat hij zich met de wedstrijdleiding mag bemoeien? Gelooft de man werkelijk dat de scheidsrechter hem opmerkt? En gelooft hij dat, al mocht de scheidsrechter dat doen, hij hem op andere gedachten kan brengen? Of weet hij, nadat hij zijn leven wijdde aan het supporterschap, niet meer beter en is dit een automatische reactie geworden? Is hij teleurgesteld dat de scheidsrechter hem niet zag, of is hij er van overtuigd dat de scheidsrechter hem wel gezien heeft en het de volgende keer niet meer in zijn hoofd haalt die kaart niet te trekken? Of is hij gewoon een Spanjaard en kan hij niet anders?

Ik begrijp het niet. Ik probeer van nature zo weinig mogelijk kritiek te uiten op hen wiens beroep ik niet beter zou kunnen uitvoeren. Want in het publiek staan is één, in het veld voor het oog van tienduizenden de leiding hebben is twee. Mijn respect voor de stoïcijnse scheidsrechter is vele malen groter dan dat voor de verongelijkte voetbalsupporter.

Sushi

Op een door mijn werk georganiseerde borrel in een club nam ik bij gebrek aan bitterballen een hap sushi. Sushi in een club, beter gaat het niet worden. Later zag ik dat ik de sushi met twee stokjes had moeten pakken en het geheel door een sausje had moeten halen. Maar ik proefde die zilte smaak en probeerde het weg te slikken. Ik kreeg het niet goed doorgebeten en dus bleef het in mijn slokdarm hangen terwijl het ook nog in mijn mond zat. Lichte paniek. Welke gek heeft dit uitgevonden? Na een minuut had ik het weg en kon maagzuur zijn vernietigende werk gaan doen terwijl ik een slok bier nam.

Ik vraag me al langere tijd af hoe het kan dat sushi aan terrein wint in Nederland. Over smaak valt niet te twisten maar dat wil niet zeggen dat je het niet belachelijk mag vinden als iemand sushi lekker vindt. Want hoe kan zo’n kleffe zoute hap nu wedijveren met een bitterbal of een stukje kaas? Ik vind het zelfs een beetje irritant dat mensen dit lekker vinden omdat het helemaal niet te vreten is voor een westerling! Het zijn ook altijd de wat hippe types die dit eten, let maar op. Als u nu denkt: “ik vind het ook lekker,” dan weet ik dat u een hip type bent dat zich graag laat zien in een club. Ik heb ook geen idee waar het woord club vandaan komt, want een club was altijd iets met sport. Je kon als kind ook een club oprichten en daar konden je populairste vriendjes dan bij. Maar het was zeker geen horecagelegenheid terwijl het dat nu ineens wel is. Er is ook niks anders aan een club dan aan een kroeg aan het water. Ik zit nog niet in de leeftijd dat ik zeg dat het mijn tijd wel zal duren. Nee, ik zit nog in het verzet helaas. Van mij mag iedereen zich verslikken in sushi en clubs mogen in een zinkgat verdwijnen. Ik aard niet in een club. Ik wil bier, bitterballen en lachen. Ik ontvluchtte de warmte daarbinnen samen met een collega. We zaten aan de rand van het water en al snel hadden we een goed gesprek. Ik had het niet in de gaten, maar dat zei ze later tegen een andere collega die ons kwam halen, dat we een diep gesprek hadden. En dat was helemaal niet zo, alleen zitten we op dezelfde golflengte en hadden we het over onze kindertijd.

Toen we terug naar binnen gingen was de sushi op. Helaas. Ik bestelde nog een biertje tussen mijn droge witte wijn drinkende collega’s en keerde weer eens huiswaarts. Ik ben niet gewoon gebleven, het is voor mij eenvoudigweg onmogelijk om anders te worden. Het is jammer, want het zou zoveel deuren hebben geopend. Als ik straks in mijn graf lig na te denken over mijn leven, dan is dat een stuk saaier geweest doordat ik geen sushi waardeerde. Aan de andere kant heb ik het idee dat als ik sushi waardeer, ik veel eerder in mijn graf lig. Banzai!

Fraude am Fahren

Dankzij mijn weblog weet ik dat ik op 25 februari 2013 dezelfde droom had als afgelopen nacht. Toen schreef ik al dat het een repeterende droom was. En ik wist wel dat ik de droom eerder had gehad, maar toen ik  teruglas moest ik wel glimlachen om een bepaald detail dat ik nu weer had gedroomd. Namelijk dat ik te lui was geweest om mijn auto te verkopen, en dat die nog ergens stond gestald zodat ik er gebruik van kon maken. Het was mijn zwarte 205 GTI 1.6 uit 1987. Ik reed er voorzichtig in, want hij had tenslotte bijna 20 jaar stilgestaan. In mijn droom was niet het feit verwerkt dat ik er twee en een half jaar terug in mijn vorige droom nog in reed. Wat niet klopte was dat er een vreemd digitaal metertje inzat, dat iets volslagen onduidelijks mat, terwijl het afgelopen nacht nog helemaal duidelijk voor me was.

Waarom komt deze droom steeds terug? Het zit in dat lakse aspect en is gericht op mij. Ik kan mezelf makkelijk tekort doen, dat is een latent gevaar. Ik probeer niet laks naar mezelf te zijn, maar dat kost moeite. Natuurlijker is om gewoon op de bank te gaan liggen en kijken wat er gebeurt. Nou, dan komt me een 205 GTI aanwaaien. Had ik hem nu maar netjes verkocht destijds, dan had me dat geld opgeleverd waarmee ik iets nuttigs had kunnen doen. Sparen voor een VW diesel bijvoorbeeld, dat toonbeeld van Duitse degelijkheid. Dan had die nu voor de deur staan pronken en had iedereen mijn succes kunnen aflezen. Maar ineens blijkt de Duitse droom in duigen te vallen, te zijn gebaseerd op een illusie, op Fraude am Fahren. Zoals de VW baas in Amerika zei: we totally screwed up! En ja, onder het beeld van de Duitse degelijkheid is een bom afgegaan, en geen kleintje ook. De hele economie van Duitsland is nu juist gebaseerd op dat aspect. Duitse degelijkheid. In één klap wordt door VW die reputatie te grabbel gegooid. De hele economie van het land wordt op het spel gezet. Juist zij, dat VAG concern dat ooit werd opgericht door de nazi’s onder de naam KDF, moest de kluit belazeren. Dat VAG concern dat nu wanhopig bezig is met damage-control, omdat als het valt, het heel Wolfsburg, voorheen KDF-stadt, en misschien wel heel Duitsland met zich meetrekt. Want vertrouwen komt te voet en gaat per Golf GTI.

Duitsland, dat net duizenden vluchtelingen heeft binnengelaten om voor eens en altijd af te rekenen met dat verleden dat ze kennelijk achtervolgt, maar dat ze verder alleen maar voorspoed bracht. En nu zitten ze daar, terwijl de wortels van het land zijn doorgezaagd. Het zal mij verbazen als er niet de totale pleuris uitbreekt op korte termijn. Ik zou de oostgrenzen vast dichtgooien hier. Laten we hopen dat het niet gebeurt, maar VW dat moedwillig ons leefklimaat schaadt en ons misleidt is rot. Onder Winterkorn moest het ten koste van alles het grootste autoconcern ter wereld worden, en daar had ik altijd al vraagtekens bij. Dat je beste wilt worden snap ik, maar de grootste? Het deed me denken aan een andere Duitser die de grootste wilde worden. Onder die druk is het concern gezwicht en bouwde sjoemelsoftware om te kunnen winnen. En daar gaan ze nu een hoge prijs voor betalen. Duitsland werd mede degelijk gemaakt door VW. Zijn ze er nu toch ingetuind?