Ik heb nog nooit geinternetbankierd. Dan heb ik over mijn privérekeningen. Dat klinkt achterlijk voor een boekhouder, en dat is het ook. Maar toen ik Linda leerde kennen deed ik mijn betalingen nog via acceptgirokaarten, en dat hadden ze nooit moeten veranderen. Kort daarna werd zij bewindvoerder en zorgde voor betalingen. Ik heb wel eens ooit het saldo bekeken, maar nog nooit een betaling uitgevoerd voor zover ik mij kan herinneren. Uiteraard wel op mijn werk, maar ik heb gewoon geen zin om mijn werk mee naar huis te nemen.
Gisteren moest er iets overgemaakt worden naar de vrienden waar we waren en Linda zei dat we toch in een ideaal tijdperk leefden. Even de app aanklikken, overmaken en klaar. Ik zei dat we dat vroeger oplosten door even je portemonnee te pakken, geld te geven, en klaar. Natuurlijk ben je dan een spelbreker. Maar het is zo waar als de snaartheorie. Eigenlijk zijn we geen zak opgeschoten met alle technologische vooruitgang van de laatste 25 jaar. Het enige wat echt handig en vernieuwend was, is het internet. We gebruiken het wel verkeerd, maar het is handig. De een facebookt, de ander weblogt prachtige stukken die niemand leest, weer een ander kijkt porno, en vaak zijn we op zoek naar kennis die we, zodra we het gevonden hebben, weer vergeten. Maar soms is het handig.
De mobiele telefoon met camera is ook vernieuwend. Overal zijn beelden van. Van jonge meisjes met blote borsten tot een onderwijzer die probeert les te geven. En het bellen in de auto vind ik handig, want ik heb een hekel aan thuis bellen. Bellen en niks doen kan ik niet. Ik wil bewegen als ik bel. Navigatie, ook nuttig, maar dat heeft me net zo vaak de verkeerde kant opgestuurd als de goede. Er zijn situaties geweest dat het me redde, maar ook dat het me enorm veel extra tijd kostte. Ik streep die tegen elkaar weg.
Verder kan ik niks verzinnen wat het leven draaglijker maakt. Ik vind de auto’s niet beter geworden, de tv niet handiger, alles met i-kanmegestolen worden, eigenlijk vind ik het een vrij irritant tijdperk. Het is dat ik niet heb op zitten letten, anders had ik het nooit zover laten komen. Dan had ik ergens ingegrepen. Maar de verandering hou je niet tegen. Sommigen ervaren het als vooruitgang, maar van vooruitgang is pas sprake als iets slecht was, en beter wordt. Vooruitgang is relatief en afhankelijk van de waarnemer, zo ontdekte Einstein. En omdat ik weinig tot geen vooruitgang signaleer de laatste 25 jaar, kan dat niet anders dan betekenen dat ik als waarnemer meebeweeg, daar waar degene die de vooruitgang signaleert, stil staat. Ik heb dit weer prachtig verwoord.