Het heeft me meegezeten.

Ik complimenteerde iemand met zijn auto, zijn huis en het land waarin hij woonde, Frankrijk. De auto was een behoorlijk nieuwe Porsche en het huis een vrijstaande villa in Zuid-Frankrijk. Zijn antwoord was: “dank je, ik heb er ook hard voor gewerkt.” Alsof ik het hem misgunde klonk het een beetje. Terwijl dat beslist niet zo was. Ik was misschien een beetje jaloers op zijn huis, en zo’n 911 is leuk, al zie ik mezelf daar niet in rijden. Wat mijn wenkbrauwen deed fronsen was dat hij zei dat hij er hard voor gewerkt had. Dat houdt toch impliciet in dat iemand die dat allemaal niet heeft, minder hard werkt. Wat er waarschijnlijk aan de hand was, is dat de man lef heeft getoond, hard heeft gewerkt en toen heeft het hem meegezeten. Er zijn mensen die hard werken in loondienst, die worden niet rijk. Er zijn mensen die lef tonen, voor zichzelf beginnen, hard werken en wie het tegenzit. Die worden ook niet rijk. Hij had dus beter kunnen zeggen: het heeft me meegezeten. Want dat is wat het onderscheid maakte.

Haarspeldje

Ik stond in de rij voor het patentbureau met mijn nieuwe vinding. Voor en achter mij allemaal studenten met prachtige technologie, en ik had een haarspeldje. U begrijpt, ik ben aan het dromen. Wat ik met daar haarspeldje moest, ik had geen idee. De rij voor mij werd steeds maar korter en ik had niets anders dan het haarspeldje. Het was niet eens een designspeldje, welnee, het was een rechte, zo’n schuifje. Het onvermijdelijke gebeurde, ik kwam aan de beurt. Wat ik voor uitvinding had. Nou eh, dit haarspeldje. Ik liet het zien. Ineens bleek ik toch meer in mijn mars te hebben dan ik zelf had ingeschat, want het haarspeldje bestond uit twee losse einden zonder verbinding met de u-bocht. Ze hielden elkaar op onverklaarbare wijze in evenwicht en waren perfect evenwijdig. Hoe ik het gedaan had, ik heb geen idee, maar wat je er nu precies mee kon, dat wist ik niet. Maar kunstig was het wel. Ik was in elk geval gered van de complete afgang, want hier zou ik me wel uit redden. Tja, en dan houdt het plotseling op, zo’n droom. Dromenuitleggers onder mijn lezers?

Bescheidenheid siert de mens

Niet om achteraf mijn gelijk te halen, welnee. Maar ik schreef in 2004, toen ik net begonnen was met bloggen dit logje. Een sollicitatiebrief aan mevrouw Karla Peijs, op de functie van verkeersspecialist. Ik doe tevens vast een gratis advies cadeau. Eindelijk, na 14 jaar van afwijzingen, doet men iets met mijn advies. https://www.nu.nl/politiek/5235959/kabinet-steekt-50-miljoen-euro-in-aanpak-gevaarlijke-bermen-n-wegen.html Mevrouw Cora van Nieuwenhuizen is nu minister en pakt dit eindelijk op.

Nou Mack, je zegt nu wel dat je dit niet schrijft om achteraf je gelijk te halen, maar dit riekt toch naar pure pocherij! Ja, dat is inderdaad wel zo, het is puur geblaat en zo briljant was het nu ook weer niet bedacht. Eerder is het schandalig van de overheid dat ze zoiets niet eerder oppakken. Ik weet zeker dat ik betere ideeën heb gehad heb in de tussentijd. Wees niet bang, als er weer eentje wordt opgepakt door de regering, informeer ik u gelijk. Want zo ben ik.

Wilde zwijnen.

Het was eigenlijk al te laat om naar het bos te gaan, maar het leek me wel lekker na deze benauwde dag. De zon was net onder en officieel mag je dan niet meer in het bos komen. Ik loop op een stukje waar ik sinds kort kom, de hond mag er eigenlijk niet los, maar het kan weinig kwaad. Het is een zandweg, aan de linkerkant weilanden en aan de rechterkant een laag hek en het bos. Auto´s komen er niet, voor fietsers is het er te rul, dus hooguit zie je er een ruiter of een andere wandelaar. Aan het eind kun je door het hek het bos in, daar maak ik de hond vast. Er lopen wilde zwijnen, en niet te weinig. Omdat het al donker werd, ging ik het hek niet door, ik wilde de zwijnen niet storen in hun bezigheid. Ik had dat al wel twee keer eerder gedaan, en ik had hun vlucht gefilmd, maar je kunt niet aan de gang blijven. Nu bleef ik achter het hek, en in de schemering zag ik ze weer staan, twintig meter van me vandaan. De zwijnen zien slecht, dus zolang ik stil stond, zagen ze me niet. Er stonden joekels tussen deze keer, grote zwarte keilers en ze maakten onheilspellende geluiden. Geknor, maar ook af en toe een ijselijke gil. De hond weet instinctief dat ze zich beter rustig kan houden, en ik was blij met het hek ertussen. Normaal is er niet zoveel aan de hand, maar in het donker en met hond vertrouwde ik het niet. Als ze je te laat in de gaten hebben en je komt te dichtbij, kunnen ze wel eens een charge inzetten en daar zitten zwijn, hond en ik niet op te wachten. Ik keerde weer om, de zwijnen bleven rustig de grond omwoelen en hoewel ik niet meer opkijk van een zwijn, blijft zo´n grote groep zo dicht bij huis toch bijzonder.

Amy

Ik reed naar mijn werk en een DJ haalde het in zijn hoofd om een nummer van UB40 te draaien. Als er iets net niet muziek was, dan was het UB40 wel. Talentloos geklungel. Ik schakelde snel over naar radio 1, de zender die je luistert als je geen leven meer hebt dat iemand nog eens zou willen verfilmen. Dan luister je naar een item over een varkensboer met een nieuwe machine, of over een dijkgraaf die vertelt over de overlast van muskusratten. Totaal oninteressant. Soms vraag ik me af waar ik mee bezig ben in mijn niet aflatende drang iets saais van mijn leven te maken.

Maar nu dan! De presentator draaide ineens een plaatje van Amy Winehouse. Tears dry on their own. Een jaar of twee geleden werd het nummer ook al tijdens het radio 1 journaal gedraaid. Ik vroeg me af of de presentator dat zelf nog wel wist. In elk geval, ik was de andere DJ dankbaar dat hij die bagger van UB40 draaide zodat ik wel moest overschakelen. Amy Winehouse, die schiet haar pijlen dwars door je hart. Wat een vrouw was dat, als ze niet gezopen had. Die wekte tenminste de indruk dat haar leven wel één groot dal van pijn was. En pas als je dat kent, kun je er geloofwaardig muziek over schrijven. En dit gaat over liefdesverdriet in de zomer. Da’s de ergste van de vier soorten liefdesverdriet.

Sterk

Mijn dochter is oersterk. Dat zeg ik niet omdat ze mijn dochter is, ze is gewoon oersterk. Nu merk ik wel de onze hond ook oersterk is, dus voor hetzelfde geld ligt het eraan dat ik slapper word. Maar ik denk het niet. Ze vertelt ook vol trots dat ze de sterkste van de klas is, inclusief alle jongens. Met judo was ze al een groep hoger geplaatst omdat ze iedereen vloerde. En nu moet ik elke avond haar pols met één hand omklemmen, en dan moet zij loskomen. Vroeger noemde ik dat de polsgevangenis, maar ik kan haar niet meer houden. Met alle kracht breekt ze mijn duim los, en dan is de rest een eitje. Ze gelooft haast niet dat ik echt mijn best doe.

Vanavond zei ik dat ze geen illusies moest hebben en ik haar met één hand op de grond kon dwingen. Ik probeerde het maar ze stribbelde tegen. Ik draaide haar arm op haar rug, maar ze weigerde te gaan liggen. Dus ze riep dat ik moest stoppen, en ik zei dat ze op de grond moest gaan liggen. Dat werd huilen. Ik schrok en liet los. Ik had haar pijn gedaan, en ze bleef even huilen en ik zei schuldbewust dat ik dat nooit had mogen doen. Ze snikte dat het niet erg was, maar ik zei dat het wel erg was en pakte haar vast. “Je kon er niks aan doen, papa, het is niet erg.” Ik zei van wel, ik had haar los moeten laten en niet mogen doorgaan om te winnen want ik ben groot. Ik zou het nooit meer doen.

Provinciaaltje

Ik was vanmiddag in Eindhoven om de huldiging van PSV mee te maken, en ik was daar niet alleen. Ik ben niet zo gek op massale volksfeesten, maar mijn zoontje wilde graag en ik wilde het wel eens zien. We hebben de platte kar toegejuicht en hebben de huldiging op het plein gelaten voor wat het was. Een mooi feest, en veel blije mensen. Ik heb geen ongeregeldheid gezien.

Toen ik thuiskwam zette ik VI aan. Ik kijk het de laatste tijd steeds minder omdat ik me steeds vaker erger aan dit amusementsprogramma. Meneer Derksen vond de feestende Eindhovenaren maar een stelletje mongolen. Tevens vond hij de provincialen maar gefrustreerd omdat wij -PSV- zo blij waren met hun overwinning op Ajax. Calimero’s werden we weer genoemd. Want ze deden net of Ajax was gedeclasseerd. Dat was beslist niet zo, en Sjaak Swart was het ermee eens. Dus ja, wat moet je daar dan nog tegen inbrengen? Met 3-0 achter van het veld af, twee rode kaarten en een inhoudend PSV dat de bal rond speelde ter vermaak van het publiek. Van mij mag Ajax altijd zo vertrekken, als ze dat toch niet als pijnlijk ervaren. Na tien minuten ging het alweer vijf minuten over Ajax. De club die Europees veel groter is dan PSV, want die hadden het belangrijkste nieuws gebracht, dit weekend.

Sorry, het is mijn provinciaalse inslag. Mijn frustratie. Dat PSV zo’n nederig clubje is en Ajax zo groot. Ik moet Derksen, eredivisieheld van weleer, met maar liefst 1 doelpunt op zijn conto, eens wat meer leren respecteren.

De 24e landstitel

Ik was er niet gerust op. En niet alleen op het vandaag landskampioen worden, ook op het überhaupt kampioen worden. Ik had bij Willem II in het stadion gezeten toen PSV ongenadig op z’n donder kreeg. En PSV had ook in de Arena niets te vertellen gehad. En ik heb het ooit eens mis zien gaan met tien punten voorsprong. De angst kan er ineens in slaan. En na de verloren wedstrijd tegen Ajax en Willem II waren ze er ineens weer, de Ajacieden, zoals alleen zij dat kunnen. Volgens mijn vrouw is dit niet waar en doen alle supporters dat. Ik weet het niet. Gisteren sprak in een PSV-er die er veel meer vertrouwen in had, en zei dat hij allerlei Ajacieden had lopen jennen. Ik zei dat ik dat niet durfde, maar hij ging er vanuit dat PSV toch wel kampioen werd, nu of een andere keer. Het gebeurde nu. Een 3-0 overwinning was genoeg voor de 24e landstitel voor PSV. En nu moet u eens raden wie er hier het fanatiekst Ajacieden aan het jennen is. Mijn vrouw! Ze vindt mijn zoon en vooral mij maar zielo’s als we chagrijnig waren omdat het PSV tegenzat, maar ondertussen kreeg zij op Facebook ook steeds meer berichten van Ajacieden die zich alleen lieten horen als het hen meezat. Ze werd plotseling nog fanatieker dan ik, terwijl dat hele voetbal haar niks interesseert, ze komt alleen op voor Hans en mij. En nu heeft ze voor het raam een vlag en een sjaal opgehangen. Van PSV. Om ze te zieken. Dat zou ik dus nooit gedaan hebben, maar ik sta het oogluikend toe. Zij wil het minimaal een week laten hangen. Ik vind dat het er morgenavond wel weer af mag.

Jax Teller

Jax Teller
Hoe ze het voor elkaar gekregen hebben weet ik niet, maar feit is dat ik uiteindelijk in deze serie werd gezogen. Mijn vrouw heeft hem zeker drie keer in z’n geheel gezien, kan ook vier zijn. Mij ergerde het vooral. Zeven seizoenen van die brommende motorclubtypes die de hele dag elkaar omhelzen en I love you bro roepen. En verder vooral veel geweld en gescheld. Waardeloos vond ik het.
Maar goed, in deze vierde herhaling van zeven seizoenen werd ik in de tweede helft van het laatste seizoen langzaam meegetrokken in dit waardeloze verhaal. En ik wilde de volgende aflevering zien. Op de foto staat Jackson Teller, over smaak valt niet te twisten, maar dat is een knappe man. Jax heeft het geschopt tot president van de Sons of Anarchy, maar weet uiteindelijk niet te ontsnappen uit deze criminele wereld en heeft zich hopeloos en onomkeerbaar in de nesten gewerkt. Hij besluit afscheid te nemen van zijn kinderen, zijn brothers, alle geliefden die hij al heeft moeten begraven, bevrijdt zijn stadje van de laaste criminelen, en stapt nog één maal op zijn motor. Hij wordt gezocht en heeft zeker twintig politieauto’s en -motoren achter zich aan. Het is geen highspeed achtervolging, Jax rijdt gewoon netjes 80 en de politie volgt met loeiende sirenes op gepaste afstand. Jax geniet van zijn laatste rit over zijn Californische wegen, kijkt af en toe achterom en uiteindelijk stuurt hij zijn motor met een glimlach tegen een tegemoetkomende truck. De scène duurt minutenlang, vergezeld van meeslepende muziek.

Ik keek mijn vrouw aan en zei: als je dit zeven seizoenen lang gevolgd hebt, moet deze laatste scène enorm pijn hebben gedaan, want mij doet het al pijn. Ik ging met een triest gevoel naar bed. Jax Teller. Wat een prachtige laatste scène.

Hawking’s laatste vragen opgelost.

Ik lees nog steeds het boek van Stephen Hawking over het heelal. Stephen snapte een paar dingen niet helemaal en ik moet toegeven, het is ook lastig. Zo begreep hij niet helemaal wat er op het moment van de oerknal gebeurde, en waarom het heelal lijkt uit te dijen met exact de juiste snelheid om te kunnen ontsnappen aan haar eigen zwaartekracht. Ik lees altijd in bed tot ik te moe word. Dan heb ik alleen nog het boek voor me, maar neem niks meer op. Ik leg het aan de kant, doe het licht uit en neem me elke keer weer voor om na te gaan denken tot ik het heb. Zo moeilijk kan het niet zijn. Ik denk drie tellen na, en dan slaap ik. En in mijn slaap, loste ik het probleem op. Het was eigenlijk te eenvoudig. Zo eenvoudig dat een man met de intelligentie van Hawking het nooit zou kunnen zien. Ik wel. Ik had het. Ook nog drie tellen nadat ik wakker werd, had ik het. En toen was het weg. Ingestort of ontploft, een van de twee. Vannacht een nieuwe poging.