Dwalend

vos
Ik woon nu al ruim dertig jaar in Vaassen, maar toch presteerde ik het vandaag om hier in de buurt te verdwalen, voor zover je kunt verdwalen in Nederland. Al met al heeft mijn dwaling ruim een half uur geduurd voor ik weer wist waar ik was. Google Maps kon ik niet gebruiken omdat de batterij van mijn iPhone zo zwak was dat hij uitviel. Ik liep tegen een weg aan die ik helemaal niet overgestoken was, dus hoe kon dat vroeg ik me af. Ik volgde de weg, maar wist niet zeker in welke richting ik nou liep. Volgens het kompas moest ik naar rechts, maar dat kwam ik net vandaan, tenminste, dat dacht ik. Ik liep op een heide waarvan ik dacht dat ik hem kende, maar toch niet. Uiteindelijk was ik na twee uur weer terug. In die twee uur ben ik twee mensen tegengekomen. Geen slechte score voor een van de dichtst bevolkte landen ter wereld. Kwam misschien ook door het huwelijk van Prins Harry en Meghan op televisie, en het weer was ook niet al te best, maar toch.

Vanavond keerde ik nog even terug naar het beginpunt van mijn dwaling. Een vos liep op de akker. Ik fotografeerde hem, maar hij was te ver weg. Ik zat op mijn hurken en de hond stond doodstil naast mij. Na een minuut was de hond het zat, gromde en sprintte richting vos. Vos had niks in de gaten totdat de hond op een meter of tien was genaderd. Toen rende de vos de akker over en ik zag mijn hond steeds dichterbij komen. De afstand tot zijn pluimstaart was nog maar een meter of twee, toen bereikte de vos een naastgelegen dennenboomveldje en verdween. Hond gaf het gelijk op en keerde terug. Ik had het moeten filmen, maar was te bezorgd over wat er stond te gebeuren. Toen de hond weer bij me was, zag ik de vos weer. Op 200 meter afstand zat hij midden op het pad. Leek niet onder de indruk van het gevaar waaraan hij zojuist ontsnapt was.

Stereotoren

Ik kreeg een ouderwetse, maar toch nog best moderne stereotoren. Het waren de laatste versies van de stereotoren, al redelijk compact, met compact disk en dubbel cassettedeck. Een platenspeler zat er al niet meer bij, maar die had ik nog. Ik kreeg er ook een handleiding bij, maar een stereotoren heeft voor mij geen geheimen. Alleen de afstandsbediening ontbrak, maar de gulle gever kennende, gaat hij nu gelijk zoeken.

Maar verder dan dit had het nooit hoeven komen, wat mij betreft. Spotify is leuk, Sonos is aardig, maar er gaat toch niks boven ouderwetse luidsprekerboxen, een versterker en een cassettedeck. Ik heb nog bandjes van vijfentwintig jaar geleden, en het is leuk te horen wat ik toen zoal opnam. Het merendeel zijn opnames van cd’s, omdat ik toen kennelijk nog geen cd-speler in de auto had. Maar de van de radio opgenomen nummers zijn het het leukst. Kent u bang van the Riders nog? Ik had hem in geen twintig jaar meer gehoord. Niet te geloven dat ik dat opnam. I swear, van John Michael Montgomery, later nog hopeloos gecoverd door een waardeloze boy-band. En Casser La Voix, hoorde ik ook voorbij komen.

Oude cd’s die al jaren ongebruikt op zolder staan getuigen ook niet bepaald van een verfijnde muzieksmaak. Maar als je van Elvis houdt kun je nooit meer afgaan is mijn motto, dus vooruit, iets met greatest hits waar Tarzan boy op stond. Niet om aan te horen. Waarschijnlijk had ik hem gekocht voor het nummer: better of Alone van Alice DJ, of DJ Jurgen, daar wil ik even vanaf zijn.

Ik hou ook veel van Coldplay, maar ook dat wordt door mijn collega’s die wel een verfijnde muzieksmaak hebben, volledig afgebrand. Ik verbaas me over het lage aantal neuronen verbindingen in hun hersenen. Volgens hun is het slaapverwekkende muziek van lage kwaliteit, maar ze moeten nog een lange weg gaan eer zij ook volledig vrij in hun hoofd zijn en gewoon mooi vinden wat ze mooi vinden. Ik heb tussen mijn cd’s van vroeger ook nog wel spul staan dat ik niet voor mezelf kocht maar om indruk te maken op degene die in mijn platenkast keek. Bob Dylan, Oasis, en als ik ga kijken kom ik vast nog wel meer artiesten tegen die er niks van konden. The Doors, ook zoiets. De meest overschatte band aller tijden, als je het mij vraagt. Muziek. Je raakt er niet over uitgepraat.

’t Loar

Volgens mij heb ik het mooiste stukje Nederland vanavond gevonden. Niet dat ik er nog nooit geweest was, maar het viel me ineens op, op deze prachtige lenteavond. Op dit soort mooie avonden rij ik geregeld met de hond naar het bos, naar een voor mij nieuwe plek, en op de boswachter na, ben ik geen mens tegengekomen. Op de terugweg reed ik door het nabijgelegen buurtschap ’t Loar. Op een lenteavond als deze een waar paradijs. Het buurtschap is afgelegen en je komt er alleen als je er zijn moet. Je komt er niet doorheen als je ergens naar toe moet. Ik zag een huisje met een schuur en een groot stuk grond waar ik direct zou willen wonen. Ik denk dat iedereen elkaar er kent.

Ik had vroeger een goede kennis die er geboren was, maar die leeft helaas niet meer. Ik las in de geschiedenis van het buurtschap dat het al 4000 jaar bewoond is, en dat ze er een eigen dialect hadden. Ik had mijn kennis dat wel eens horen zeggen, maar toen was ik minder geïnteresseerd. Het dialect dreigt uit te sterven. De herkomst van het eigen dialect is wat onduidelijk, het kan er mee te maken hebben dat de bewoners veelal werkers van het kasteel waren die van buiten kwamen en samen een eigen taal ontwikkelden, maar het kan ook zijn dat de bewoners afstamden van die 4000 jaar oude beschaving en daarom nog een eigen taal hadden. Interessant, zo’n klein buurtschap op drie kilometer hier vandaan.

De naastgelegen bossen herbergen veel grafheuvels. Ik en de hond stonden er vanavond nog bovenop één. Die moeten de eerste bewoners van ’t Loar gegraven hebben. Ze leefden op de raatakkers (celtic fields) en als ze stierven werden ze naar het bos gebracht. Misschien met meerderen tegelijk, ik weet het niet. Maar mooi en geheimzinnig is het er wel. Ik liep verder. Een zwijn wilde oversteken maar toen het ons zag, maakte het weer rechtsomkeert en verdween de bossen in.

Zomeravond, bos, hond en ik alleen. Paradijs.

Het gelegaliseerde piramidespel

Ik keek een programma van omroep Max af. Ik kom tenslotte steeds dichterbij de doelgroep, en geestelijk ben ik er al. Het ging over pensioenen. Wat kun je daar nog over vertellen? Dat er een paar dingen niet kloppen. Dat er gezegd wordt dat mensen steeds ouder worden en daarom langer moeten doorwerken. Op zich klopt dat, maar de redenering is niet dat het daarom noodzakelijk is, maar omdat het daarom redelijk is. Een arts merkte op dat we nu 85 in plaats van 83 worden doordat we twee nieuwe hartkleppen krijgen en 10 pillen per dag. En dat het ook niet waar is dat mensen langer fit blijven. Het schijnt alleen te gelden voor een select groepje rijken, die later alleen nog maar doen waar ze zin in hebben. De meerderheid is minder fit. Ze roken, lijden aan obesitas, stress, depressies en andere geestesziekten.
De pensioensector is een sector waar 20.000 mensen in werkzaam zijn, en waar in de top flink wordt verdiend. Als je politicus bent geweest en je hebt niet al te kritische vragen gesteld over de salarissen van de topbestuurders is dat een pré als je zelf een bestuursfunctie wilt. Verder zit er momenteel 1300 miljard in de pot, terwijl dat tien jaar geleden nog de helft was. En toch gaat het niet best met de pensioenfondsen. Dat valt te lezen in de brieven die ze u schrijven. Hun berekeningen schijnen ook niet altijd te kloppen, maar hé, wie kan dat controleren?

Het wordt natuurlijk steeds lastiger om de pensioenleeftijd werkend te halen. Word je niet voor die tijd als overbodig aan de kant gezet, dan wordt het werk en de stress in veel gevallen te zwaar. Zelf zie ik het gevaar dat ik me steeds meer gedeisd moet houden. Als je jong bent heb je niets te vrezen, voor je huidige werkgever staan er tien anderen klaar. Dus laat ze het heen en weer krijgen. Maar zo na je vijftigste, als je niet heel erg carrière hebt gemaakt, dan wordt het toch een beetje meebuigen met allerlei eikels. En dat moet je dan nog 18 jaar vol zien te houden. Want voor jou tien anderen. Het is een val die je al mijlen van te voren ziet liggen, maar je kunt hem niet ontwijken.

Nou ja, had ik ook maar schofterig veel moeten verdienen en mijn eigen pensioen bv-tje moeten oprichten. Nu is het afwachten. Pensioen was een goed idee. Als je er van gebruik kon maken tussen 1970 en 2000. Degenen daarvoor en daarna, pech gehad.

Typisch Mack

Wij hebben in de tuin zo’n bak waar de AH moestuintjes in zaten. Het was zaaien, maar nooit oogsten. Onze tuin was vorig jaar zomer overwoekerd als het kasteel van Doornroosje. Op een gegeven moment was ik het zat en heb ik alles eruit gehaald. De pompoenen groeiden vijf meter verderop, terwijl hun wortels in de bak zaten. Ik wilde eigenlijk de hele bak weghalen, maar halverwege werd mij een halt toegeroepen.

De winter ging voorbij en de hond gebruikte de bak steeds vaker als buitenmand. Toen dacht ik dat het wel aardig zou zijn om er gras in te zaaien. Ik ben gek op gras en dan zou ik weer één vierkante meter terug hebben. Ik ging naar de bouwmarkt en haalde daar het laatste pak graszaad dat ze hadden. Ik vroeg of ze ook nog een kleiner pak hadden, want ik vond 16,95 wel duur, maar dat was er niet. Toen ik afrekende moest ik 24,95 betalen waarop ik zei dat dat niet klopte. Bleek dat mijn grote pak in het schap van de kleintjes had gestaan, en dus inderdaad 24,95 kostte. Omdat ik het een afgang vond om het pak dan niet te nemen, en omdat mijn dochtertje erbij was en graag wilde helpen, kocht ik het. Ik gaf mijn kluskaart, en het af te rekenen bedrag was ineens nul. Ik was helemaal in mijn nopjes.

Nu heb ik die doos die voldoende was voor zestig vierkante meter in zijn geheel uitgestrooid op mijn ene vierkante meter. Water erbij en afwachten. Ik controleer ieder uur of ik de groene waas al zie ontkiemen. Het enige waar ik niet aan gedacht heb, is een grasmaaier. Zo’n zitmaaier, dat lijkt me wel wat. Typischer Mack dan dit wordt het niet.

Hélène

heleneJulien Clerc trad op in Carré en wij waren erbij. Een zanger van de oude stempel uit de tijd dat je nog moest kunnen zingen om door te breken. En hij kon het nog. Zijn zang was hard, helder en zuiver. Hij was knap, slank, donker en nog steeds vitaal. Het publiek was gemiddeld wat ouder dan wij, en aan het eind werd het een beetje gênant. Overrijpe vrouwen spoedden zich richting de bühne om daar hun danskunsten te tonen aan Julien, die ze overigens perfect negeerde door de zaal in te blijven kijken. Aan het einde had hij nog wel een handje over voor de bijna in katzwijm vallende dames.

Maar…wat zingt die man mooi. Al zijn liedjes zitten vol met liefde en pijn, daarvoor hoef je geen Frans te verstaan. En vanachter zijn piano keek hij steeds lachend de zaal in, met zijn pretogen. Zijn laatste verovering is de dertig jaar jongere Hélène, die hoop ik niks te maken heeft met zijn hit Hélène uit 1987. Dat zal wel gewoon toeval zijn. Of een voorgevoel. Of hij trekt zoveel vrouwen aan dat het onvermijdelijk was dat er eentje Hélène zou heten.

Zondag

6 Mei.Het is stil en onbewolkt. De zon schijnt en de lucht is alleen maar blauw. Alleen een duif en wat zangvogels die je hoort. Niemand met een motormaaier of hogedrukspuit aan de gang, geen auto, geen muziek, niks. Ik zit onder het zonnescherm met een koud biertje. Alleen de hond en ik zijn thuis. Dit is aangenaam. En zeldzaam. Kinderen zijn logeren, vanavond gaan we naar Carré, in het altijd bruisende Amsterdam. Nu hou ik niet zo van bruisende steden als je thuis zo kunt zitten, maar ik had kaartjes gekregen voor mijn verjaardag voor Julien Clerc. Dat leek me nu wel aardig, en ook een geldige reden om die bruisende stad eens aan te doen. Met dank aan PSV. Stel dat ze nog geen kampioen waren en het tot vandaag spannend was gebleven, dan had ik helemaal niet weg gekund. En stel dat PSV geen kampioen was geworden maar Ajax? Dan was ik toch heel die stad niet ingegaan? Dus bedankt PSV. Twee jaar geleden was ik ook in Carré. Toen had het er nog alle schijn van dat Ajax kampioen zou worden. Maar toen had ik me er al bij neergelegd. Het pakte toch nog anders uit. Ach ik dwaal af. Komt vast omdat er een vliegtuigje momenteel de rust verstoort. PSV speelt zo hun laatste wedstrijd van het seizoen, thuis tegen FC Groningen. Spannend. Ik zit nog even in de tuin.

Toeval

blaireau Een paar jaar geleden zei ik eens tijdens het ontbijt dat ik nog nooit een slang had gezien in het wild. Diezelfde ochtend kruiste er eentje mijn pad. Van de week zei ik dat ik nog nooit een das had gezien in het wild, vanavond stond ik oog in oog met eentje. Een prachtig beest, zo’n das, en niet zo schuw. Toevallig? Ik denk het niet. Ik ben opgehouden te geloven in toeval. Dat heeft geen enkele zin. Dit duidt eerder op een gave die ik verder moet uitbouwen.Aan de andere kant, ik zag vandaag ook voor het eerst twee vuursalamanders in het wild, en daar had ik niet van te voren op gezinspeeld. Nou ja, het is wat hier op de Veluwe. Er zit hier van alles. Zwijnen, herten, vossen, dassen, reeën, slangen, noem maar op. Alleen de wolf, die heb ik nooit gezien.

edit: het waren geen vuursalamanders, maar een uitgezette exoot, de Italiaanse kamsalamander. Vuursalamanders komen op de Veluwe niet voor.

Dodenherdenking

De dag begon wederom met een nare droom, een terroristische aanslag deze keer, maar die viel in het niet bij wat er gebeurde toen ik facebook opende. Ik ga het niet eens vertellen, ik heb het ook niet afgekeken, maar ik heb het automatisch afspelen van video’s uitgezet. Dan maken wij ons druk over een lawaaiprotest op de dam. Een aandachtsvrager, een beroepsprotestant die dodenherdenking wil verstoren omdat hij het er niet mee eens is dat wij ook oorlogsmisdadigers herdenken, volgens deze goochemerd. “Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.” Ja, daar zitten ook oorlogsmisdadigers bij, dat klopt. En zakkenrollers, verkrachters, pedofielen, NSB’ers, noem maar op. In plaats van die oorlogsmisdadigers zouden wij juist de slachtoffers die ze gemaakt hebben moeten herdenken. Neen! Niet omdat ik ze minder belangrijk vind, maar omdat de herdenking straks nergens meer over gaat. Als je Indonesische slachtoffers gaat herdenken, moet je ook de Russische slachtoffers gaan herdenken die door Nederlandse SS’ers zijn vermoord. En uiteindelijk ook de Duitse. Als je iedereen herdenkt, herdenk je niemand. Er is ook niemand die een oorlogsmisdadiger staat te herdenken tijdens dodenherdenking. Niemand die denkt, “ach die Anton Mussert, die heeft gestreden voor onze vrijheid.” Nee, opzouten. We herdenken de goede kanten van de Nederlandse doden die gevallen zijn. We zijn hen dankbaar en we willen ze elk jaar nog laten voelen dat we ze niet vergeten zijn. En we willen ze laten weten dat hun dood niet voor niks was omdat wij dankzij hen in vrijheid leven, al maken we er af en toe een potje van. Maar we zullen hen en de verschrikkingen niet vergeten, en we zien in dat we die vrijheid moeten bewaken. Dat is wat we aan het doen zijn. Paardenlul!

Fijne vent.

Ik werd gisteren wakker uit een nare droom. Misschien was het wel een nachtmerrie, al was het ochtend. Er kwamen collega’s in voor die me hadden verraden. Ze doen alsof ze je mogen, maar uiteindelijk hebben ze je gewoon gebruikt voor eigen gewin. En alsof dat niet erg genoeg was, ik kon het verhaal niet kwijt aan mijn bloedeigen moeder. Die reageerde onverschillig. Ik wilde er met een pistool (dat kwam in de droom voor) een einde aan maken. Toen ging de wekker en moest ik snel uit die depressie. Dat duurt even. Even douchen en de krant lezen, toen was ik er wel weer uit.

Maar daar vervliegt je vertrouwen in de mensheid even in een boze droom. Je zou jezelf ervoor van kant maken. Het zijn natuurlijk maar boze geesten en ik kan ze verjagen, maar beangstigend is het wel. Ze liggen op de loer. Ze kunnen me niks maken, maar ik ben me ervan bewust dat het allemaal zo kan omslaan. Dat houdt me met beide benen op de grond, dus ergens ook wel goed. Als ik mijn angsten niet had, zou ik een onuitstaanbare gladjakker zijn geworden. Nu ben ik gewoon een fijne vent.