Only love

Op radio 5 is momenteel de top 1000 bezig. Een welkome top tussen de toppen met net iets andere muziek dan de top 2000. Er is wel overloop, maar je hoort er veel nummers die je niet vaak meer hoort. “Misschien wordt het morgen beter, maar het wordt toch nooit goed,” van Cornelis Vreeswijk bijvoorbeeld. Geen topper, maar als je hem zelden hoort word je er toch blij van.

Vandaag hoorde ik Only Love van Nana Mouskouri. Mijn gedachten vlogen terug naar 1985, toen het een hit was. Het was destijds de titelsong van een serie die ik me niet meer kan herinneren. Mistrals Daughter heette het, maar ik heb geen idee waar dat over ging. Als je het mij vraagt over een schilder. Ik vond het destijds ook al een prachtig nummer, maar dat kon je niet toegeven op die leeftijd, Nana Mouskouri was belachelijk. Dat vond tenminste mijn buurjongen. Maar dat was ze niet. Ze zong een prachtig lied waar wij thuis blij van werden. Misschien wel omdat mijn moeder haar ellende even kon vergeten als het klonk.

Toen ik het vanmiddag hoorde bracht het zelfs mijn gevoel van die tijd terug. Of dat klopte weet ik niet, want ik voelde me gelukkig, terwijl het een moeilijke tijd was. Havo 4, ik was er niet thuis, en toch verlangde ik er even naar terug. De wiskundeleraar was ook gek op het nummer. “Only luv,” zei hij dan. Die en “Is that all there is” van Peggy Lee waren zijn favorieten. Het laatste nummer kende ik destijds niet, en kon ik ook niet zomaar opzoeken. Toen ik het later eens hoorde, vond ik het een beetje tegenvallen. Zo niet Nana. Only love can make a memory. Misschien is dat wel waar.

Only love, can make a memory, only love can make a moment last

Chansons

Misschien hebben jullie ook het programma “Chansons” gezien. Een programma over het Franse Chanson, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, die van de Snollebollekes. Nu heb ik zelden zoiets ergs als de Snollebollekes gezien, maar door het programma “De Slimste Mens” wist ik al dat Rob Kemps zelfspot had, en door het winnen ervan wist ik ook al dat hij anders was dan zijn collega´s van het programma “De biele zangers.”

Rob Kemps wist werkelijk alles over Parijs en het Franse chanson. Kon zelfs de teksten meezingen. Zijn gepassioneerde manier van praten en zijn chemie met Matthijs deden de rest. Ik ben zelf ook wel gek op het Franse chanson, en ken er ook behoorlijk wat, maar in feite is een chanson niks anders dan een liedje in het Frans. Wel een liedje waar de zanger(es) enigszins zijn best in heeft gedaan om een gevoel over te brengen, of dat nu liefde, vrolijkheid of melancholie is.

Kemps en Van Nieuwkerk bezochten plekken waar chansonniers gewoond hebben, interviewden er een paar, bezochten hun laatste rustplaats. (Père-Lachaise) Kemps heeft een aantal maanden in Parijs gewoond, alleen met de bedoeling om meer te weten te komen over het chanson en Parijs. Ik vond het een mooie serie met af en toe een ergernis.

Wat me brengt naar wat ik eigenlijk wilde zeggen, wij hebben in Nederland natuurlijk onze eigen chansonniers. Ze zingen alleen Nederlands, maar dat is het enige verschil. Ik noem een Rob de Nijs, een Frank Boeijen, een Connie Vandenbos, een Henk Wijngaard en de grote meester Benny Neyman. Laatst was ik op bezoek bij een buurman, die mij vertelde dat vóór dat hij er woonde, zijn huis bewoond werd door Ronnie Tober. Dat ik dat toch mocht meemaken. Ik stond in de huiskamer waar de grote Ronnie Tober had gewoond. Eerbiedig boog ik mijn hoofd.

Veertig jaar later

Ik heb mij soms afgevraagd welke muziek we allemaal missen. We zijn in 2021 aanbeland, en we missen natuurlijk het een en ander. Dit door het overlijden van bijvoorbeeld John Lennon en Elvis Presley. Dit zijn twee grootheden, maar er zijn nog talloze anderen die ons vroegtijdig verlieten en die, als ze zouden zijn blijven leven, ons getrakteerd zouden hebben op talloze hits. Hoe die geklonken zouden hebben, we zullen het nooit weten.

Tot gisteren dan. Nu weten we hoe de hits klinken die we misten. Abba kwam na veertig jaar met nieuwe muziek. “Don’t shut me down” en “I still have faith in you” zijn twee nieuw uitgebrachte nummers. Ik vind het geweldig. Meer dan dat. Dat een band die vroeger met hun muziek de sfeer bepaalde, een band waarvan mijn vader nog een LP kreeg voor z’n verjaardag, een band die de hele jaren zeventig domineerde, die muzikale geniën die ineens vroegtijdig stopten, dat die band na veertig jaar een nieuw album uitbrengt, ja, daar kan ik alleen maar met diep ontzag naar luisteren. Ik lag in bed met de koptelefoon in, luisterde naar de nummers en beeldde me in dat het 1983 was. Er was nog niks aan de hand. Abba was niet gestopt.

Fludeflu

U had natuurlijk gehoord dat Charlie Watts is overleden. De eerste sterfelijke Stone, werd er geschreven, maar volgens mij vergeten ze dan die ene die dood in het zwembad werd gevonden. In elk geval, Charlie was er al vanaf het begin bij. Ik las dat hij een erg goede drummer was, terwijl ik dacht dat hij een middelmatige was. Maar door het blad Rolling Stone (toeval) werd hij op plaats 12 van beste drummers ooit geplaatst.

Nu begeef ik me weer op een terrein waar ik niks van weet. Muzikanten, tenminste de muzikale onder hen, en vooral drummers hebben een grote aantrekkingskracht op mij. Want zij hebben iets wat ik niet heb, namelijk ritmegevoel. Dat ik geen maat of toon kan houden is een ding, maar dat ik ook niet hoor of iets fout gaat is twee. Zo zochten de Stones een nieuwe drummer omdat er eentje niet voldeed. Hoezo niet voldeed? Een drummer is toch een drummer? Beetje ritme houden? Dat werd dus Charlie. Volgens Keith Richards had hij een uniek ritmegevoel. Dan vraag ik me weer af, hoe uniek? Unieker dan Ringo Starr? Unieker dan Hennie Huisman? Ik heb zelf ook een uniek ritmegevoel. Ik kan uit de maat gaan in een zaal vol ritmisch klappende mensen.

U begrijpt: ik begrijp er allemaal niks van. En het frustreert me al jaren. Ik heb een opname van Elvis waarop te horen is dat hij de sessie stopt en zegt dat de drummer er op het einde een zootje van maakt, dus dat de take opnieuw moet. En vervolgens gaat het wel goed, alleen hoor ik geen verschil. Ik worstel al jaren met de vraag of muzikanten mij gewoon belazeren of dat zij echt andere dingen horen dan ik. Ik zie soms dingen die ik niet hoor. Dat een gitarist of bassist even niet meespeelt bijvoorbeeld. Maakt niks uit, de muziek klinkt exact hetzelfde. Zoals Joey uit Friends voor wie al het Frans ook hetzelfde klinkt. Fludeflu.

Top 2000 verbeterd

We hebben de Top 2000 weer achter de rug, en het viel weer niet mee. Ik verwonder me altijd over wat daar in terecht komt. Het is geloof ik de bedoeling dat je de 2000 mooiste liedjes aller tijden benoemt, dus ik snap niet waarom mensen dat niet gewoon doen. Ik ben eens door de lijst gelopen en ik heb er zeshonderd nummers gewoon uit geflikkerd. Dat was niet al te moeilijk, ik gooi al hetgeen niet muzikaal is gewoon weg en alles wat me verveelt ook.

Toen bleek dat ik dit toch een beetje had onderschat, want ik moest ook zeshonderd nummers toevoegen. Ik ben vrijdag begonnen, tot drie uur ’s nachts doorgegaan, zaterdag bijna de hele dag en vandaag weer. Alsof ik verder niks te doen heb, maar het is gelukt. Op het laatst werd het wel zoeken, en het kan zijn dat er hier en daar een nummertje is ingeslopen die er niet in thuis hoort, maar dat mag u dan laten weten. Ook als er een nummer absoluut in moet volgens u, dan kunt u dat aangeven en het zal hier in overweging worden genomen. Ik ben wel de jury, want het is mijn werk tenslotte.

Dat een grootheid als Cliff Richard niet in de lijst voorkomt is voor mij onbegrijpelijk. Dat heb ik dus hersteld. Ik ben niet zo’n fan van Muse met hun rare geluid en hun complottheorieën, niet van the Prodigy en ook niet van Rammstein. Weg ermee. Verder ben ik geen groot fan van Anouk en van the Doors, dus ook daar heb ik er een aantal van weggegooid. Ik heb zelfs grote bands als Pink Floyd en Metallica niet in alle gevallen gespaard. In blauw is wat er nieuw door mij is ingezet, erachter staat wat eruit ging.Nou ja, kijk maar. Samen komen we er vast wel. We zijn nu bijna bij de Top 2000 zoals hij had moeten zijn.

De jaren negentig.

Er wordt wel eens gezegd dat de muziek van tegenwoordig niet meer is wat het geweest is. Ik begrijp tot op zeker hoogte wat daarmee bedoeld wordt omdat ik de jaren negentig heb meegemaakt. Daar stortte het totaal in elkaar. De jaren 90 waren de novembermaand van de eeuw. Druilerig. Het was de opkomst van de Housemuziek. Acda en de Munnik konden de hitlijsten domineren met hun depressieve inslag, maar die kale koppen in hun trainingspakken waren het ergst. Hoe lang die ellende heeft aangehouden weet ik niet zeker, maar het kostte moeite om er weer uit te kruipen. In het volgende decennium klommen we er op zeker moment uit, en inmiddels is de muziek wel weer terug op niveau. Zo kijk ik er tenminste tegenaan.

Je had natuurlijk nog wel af te rekenen met die zogenaamde DJ’s als Tiesto en Armin van Buuren of hoe heetten ze allemaal. Ik deed er wat lacherig over want DJ’s waren in mijn ogen de mannen die een radioprogramma op Hilversum 3, Radio 3, NPO 3 presenteerden en niet degenen die hun laptop inplugden en de hele avond met hun armen omhoog stonden te zwaaien. Tot daar op een gegeven moment Avicii ten tonele verscheen en ik moest erkennen dat daar toch wel iets bijzonders gebeurde. Met misschien wel als hoogtepunt Titanium van David Guetta. Inmiddels ook al weer bijna tien jaar oud, maar ik zou best toen dit nummer uitkwam, 25 jaar willen zijn geweest en het mee willen schreeuwen op een bescheiden feestje. Ach, je kunt niet je hele leven een wilde boekhouder zijn.

Love again

Vroeger maakten ze nog wel eens duetten. Tegenwoordig ook nog wel, en heel soms zit er een mooie tussen, zoals die van Lady Gaga en Bradley Cooper, maar vroeger gebeurde dat toch vaker. Dan kon je ermee optreden in een televisieshow en stroomden de centen binnen. En natuurlijk bedoel ik wel gelegenheidsduo’s, niet Saskia en Serge of iets dergelijks. Nee, gelegenheidsduo’s bestaande uit twee supersterren zoals Lionel Richie en Diana Ross, Sheena Easton en Kenny Rogers, of zoals ingesloten video met John Denver en Sylvie Vartan.

En kijk dan eens even hoe dat gaat. Je gelooft ieder woord. Ze hebben na een lange tijd van leegte, van pijn en van mislukte relaties de liefde weer gevonden. De professionaliteit waarmee beide sterren deze act uitvoeren. Het begint er al mee hoe John de lach van de presentator die ze aankondigt overneemt en dan het duet inzet. En let eens op die subtiele hoofdbewegingen van Sylvie, en als ze haar partij heeft gezongen hoe ze verwachtingsvol naar John kijkt. Ze verleidt John bijna met haar ogen. “Kus me dan,” lijkt ze bijna uit te stralen. John kijkt haar liefdevol aan, en net op het moment dat u en ik (de mannen) Sylvie hartstochtelijk zouden kussen, kijkt hij weer naar de camera en zingt zijn volgende stuk. Bij een klein muzikaal intermezzo houden ze elkaar stevig vast en schuifelen ze dicht tegen elkaar aan. Als Sylvie haar gedeelte bijna weer klaar heeft, raakt John even haar schouder aan voordat hij zelf weer aan de bak moet. Het is één grote blijde boodschap. Als het nummer is afgelopen nadat ze beiden tegelijk de laatste vocale uithaal deden, schurkt zij zich nog even tegen hem aan, zoals alleen een verliefde vrouw dat kan.

Dat dit duo niet met elkaar getrouwd is mag een wonder heten. Hij Amerikaan, zij Française. Hij inmiddels dood na een vliegtuigongeluk, zij is er nog na twee auto-ongelukken.

Guantanamera

Het is een prachtig lied, dat vond ik altijd al. Zeker als Nana Mouskouri of Julio Iglesias het zong. Maar dat was voor ik er ooit iets van begreep. Door de serie “la casa de papel” zocht ik het op en vond ik tientallen verschillende uitvoeringen. Het gaat over een vrouw uit Guantanamo en over het verzet tegen de bezetter in Cuba.

Ineens sloegen de versies van Mouskouri en Iglesias nergens meer op. Laat staan Rob de Nijs met z’n Anna Paulowna. Dit lied dient gezongen te worden door een oude Cubaan met een sigaar. De mooiste versie naar mijn mening is deze, al wordt deze niet slechts gezongen door één oude Cubaan.

Zo’n lied hebben wij Nederlanders niet. De passie die van de dansende mensen afstraalt al helemaal niet. Dansen is daar anders dan bij ons. Daar ziet het er niet onnatuurlijk uit, waarschijnlijk omdat ze het kunnen. Zo’n lied moet ook haast uit ellende voortkomen, vandaar dat wij zoiets niet kennen. Viva Hollandia is ons strijdlied. Ik zal u de link besparen.

Bohemian Rhapsody

Ik heb gisteren de veelgeprezen film over de nog meer geprezen band Queen, Bohemian Rhapsody gezien. De film was genomineerd voor vijf Oscars en won er vier. Ik vond er niet veel aan. Het enige interessante vond ik om te zien hoe de nummers tot stand kwamen, en de muziek zelf. Verder deed de acteur die Freddy Mercury speelde mij in niets aan hem denken. Eerlijk gezegd dacht ik in het begin dat hij Mick Jagger moest voorstellen.

Nu ken ik Freddie buiten het podium niet, maar op het podium had hij een bijna ongeëvenaarde zelfverzekerdheid die zich uitte in felle twinkelogen en strakke, snelle bewegingen. Als ik het goed zag waren de ogen van de acteur zelfs blauw, in plaats van bruin. De hele film lang bleef ik met een ongemakkelijk gevoel zitten. John Deacon, die leek nog het meest echt.

Ik was dus enigszins teleurgesteld in de film. Niet in de band. De band maakte in 1985 een van de beste rentrees ooit gemaakt op het Live Aid concert. Na een wat mindere perioden speelden ze, en vooral Freddy, op Live Aid de sterren van de hemel. Ik weet het nog, het was dat op dat moment al duidelijk dat Queen de show had gestolen. We hebben het er nu nog over. Een paar jaar later, vroeg in de morgen, hoorde ik volkomen onverwacht dat Freddy was overleden aan aids.

Een van hun beste nummers, als je het mij vraagt, en ik denk ook een studio opname, want David en Freddie zie je nooit samen tijdens dit nummer.

Ritme

Soms begrijp ik niet waarom ik geen muzikant ben. Maar meestal begrijp ik het wel. Ik kan geen maat houden, ik voel geen timing aan en mijn handen kunnen geen twee dingen tegelijk. En dan zing ik ook nog eens vals. Maar aan de andere kant ben ik wel gefascineerd door muziek. Bijvoorbeeld gisteren.

In the battles van the voice of holland streden twee bands tegen elkaar. Een band van jongens en een band van meisjes. Ze speelden hetzelfde lied tegelijkertijd. Ik zit dan gefascineerd naar beide drummers te kijken. Die doen namelijk exact hetzelfde. Wat bij mij de vraag oproept: hoe kan dat? Hoe komt het dat beiden op hetzelfde moment op de bekkens slaan en waarom doen ze exact dezelfde afwijkingen van hun normale ritme? Is er maar één mogelijkheid om op muziek te drummen, of is het afgesproken werk? De hersenen van een mannelijke en vrouwelijke drummer werken kennelijk op dat gebied hetzelfde.
Tevens hoorde ik een nummer van John Denver dat op de studioversie geen achtergrondzang heeft. Maar in de live versie wel, viel me ineens op. Hoe werkt dat dan? Hoe weet je hoe hoog of laag je moet zingen? Anouk merkte vorige week in TVOH op dat de tweede stem niet klopte. Ik had geen idee. Muzikanten spreken kennelijk een hele andere taal dan ik. Irritant.