Ik ben bepaald geen fan van Rumag, in tegenstelling tot mijn vrouw, die het wel hilarisch schijnt te vinden. Net als al haar vriendinnen. Misschien is het juist wel bedoeld voor vrouwen, dat Rumag. Nu zag er ik er net één, en die vond ik dan wel weer grappig. “Of.je.hebt.een.leven.of.je.hebt.een.opgeruimd.huis” Geen dijenkletser, ik geef het gelijk toe, maar ik had eerder die dag exact dezelfde gedachte. Dat kwam zo. Om acht uur vanochtend begon er een paardenlul uit de buurt met een elektrische sloophamer zijn badkamer te verbouwen. Terwijl ik uitsliep omdat ik een leven heb op vrijdagavond. Oh ja, wat dan? Doet er niet toe. Maar deze man, wat zijn ogen zien, maken zijn handen. Bij mij gaat die spreuk ook op, maar dan moet het woordje ‘kapot’ er nog achter.
Ik stond de voortuin te vegen en ik hoorde hem nog steeds bezig. En even verderop was er ook iemand bezig met gelijksoortige geluiden. De terreur van een woonwijk voor jonge gezinnen. Er woont altijd wel een stel dat hun huis wil voorzien van het nieuwste van het nieuwste. Niet omdat het oude het niet meer doet, welnee, omdat ze dat ergens op 2e paasdag hebben gezien. En dan moet dat er komen, koste wat kost. Het stel zonder leven maar met prachtinterieur gaat om tien uur naar bed, om vervolgens de buurt te terroriseren. Eerst met een paar dagen betonboringen, maar erger nog, later met facebook foto’s van een ooguitstekend mooie badkamer. Één grote successtory, hun levens. Maar om acht uur ’s ochtends op zaterdag slaap ik nog. En in je tuin zitten op zaterdag zonder dat er iemand herrie aan het maken is er ook niet meer bij. Om nog maar te zwijgen over die kutbarbecues die aangaan zodra de eerste zonnestraal doorbreekt.
Haar.
Bij mijn zus in huis staat een foto. Het is een foto van mijn vader. Het oog van mijn dochter viel op de foto. “Hee, Hans, kijk hier eens, hier heb je papa toen hij nog haar had!” Hans zei dat het Opa Hans was, en Tammar keek nog eens. “Nee, dat is toch papa?”
Ik heb de foto ook ergens. Ik heb het wel eens vaker gehoord natuurlijk, maar nu fopte ik mijn dochter. Ik ben inmiddels 10 jaar ouder dan mijn vader daar op die foto, al zegt mijn moeder dat hij daar 32 was, maar dat kan volgens mij niet kloppen. Ze heeft wel eens eerder verteld dat die foto gemaakt was voor zijn laatste baan, en dan kan niet eerder dan 1982 geweest zijn. Op mijn 38e werd Tammar geboren, en mijn haar was al dunner dan dat van mijn vader na zijn chemo. Hij had toen een pet om buiten te wandelen, zijn trots was gekrenkt. Ik had natuurlijk ook liever gewoon haar gehad, maar dan waren mijn looks helemaal uit de hand gelopen. Dan had ik het wat langer gehad, achterover gekamd en een Harley gekocht. En misschien wel een tatoo genomen. Tja, kaalheid houdt een mens met beide benen op de grond.
Pasen 2.0
Allereerst wil ik even kwijt dat ik mij enorm erger aan 1 aprilgrappen die niet op 1 april worden gemaakt. En helemaal als de maker dan vindt dat je erin bent getrapt. Ten tweede wil ik zeggen dat 1 april grappen die wel op 1 april worden gemaakt, een niveau hebben dat een tragisch dieptepunt benadert. Eigenlijk vind ik dat het verboden moet worden. Ik vind het kwetsend en niet meer van deze tijd. En zo niet, dan vind ik ze racistisch.
En nu ik mij toch aan het ergeren ben. Pasen. Het feest van de herrijzenis van Christus. Wij deden er niet al te veel aan vroeger. Kerst was kennelijk belangrijker. Voor veel christenen niet begreep ik later, en ergens was dat ook wel te begrijpen. Want wat maakte Jezus nu bijzonder? Dat hij geboren werd of dat hij opstond na zijn dood? Nou ja, voor ons was die geboorte kennelijk belangrijker. In elk geval, Pasen is intussen het nieuwe kerst aan het worden. Met tradities als eieren zoeken, de uitvoering van the Passion en de Matthäus-Passion. En gezellig samenzijn. Laat me met rust, gek! Vier Pasen als een christen, of vier het zelf, maar val anderen er niet mee lastig. Nog even en ik zit straks op Secretaressedag bij mijn familie. Gezellig samen te zijn.
Stoute flap
Onbewust geef ik mijn huisdieren een koosnaampje. Onze eerste hond was flappiesokkie, de tweede mackiespekkie en dit is “de stoute flap”. Dat komt omdat haar wangen een beetje hangen, en omdat ze nogal irritant is, maar ik haar ook wel lief vind. Ergens. “Gaat de stoute flap mee?”, “wil de stoute flap een koekje?” “welterusten stoute flap!”
Maandenlang heeft Linda zich ingehouden en er niks van gezegd, maar vanochtend kwam de frustratie er ineens uit. “Praat toch godsamme eens normaal tegen die hond man, je bent toch geen kind?” Daarna ging ze het belachelijk maken. Met zo’n stemmetje. “ja stoute flap, hallo stoute flap” Ik schoot enorm in de lach toen ik hoorde hoe belachelijk het klonk. Maar nu heeft ze het wel kapot gemaakt. Ik kan het nooit meer zeggen vanaf nu. Ja, nog een keertje appte ik vanavond naar huis: “zeg maar tegen de stoute flap dat het baasje eraan komt.” Dat vond ze dan wel weer grappig. Maar voor de rest is het nu voorgoed kapot tussen stoute flap en mij. 
“We”
Ik moet zeggen dat wij Nederlanders niet snel de hoop opgeven. Of eigenlijk moet ik het anders formuleren, wij geven de hoop ontzettend snel op, maar pakken die hoop bij het minste of geringste ook weer op. Dus worden we weer wereldkampioen voetbal na een 3-0 overwinning tegen het derde van Portugal. En dat voelt wel fijn eigenlijk. Het doet niet eens terzake of we wel mee mogen doen met het WK. Dat is een detail dat niet in de weg mag staan van onze mars naar de finale. Als het besef dan doordringt dat dat toch echt niet gaat gebeuren, stapt men net zo makkelijk over naar België of Duitsland om daar supporter van te worden. Weinig ruggengraat.
Bij mij spelen er toch andere zaken. Nu Nederland niet meedoet ben ik hooguit tegen Duitsland, maar niet voor een ander team. Mij gaat het niet om het feest na de overwinning, maar meer om het gevoel van de overwinning. En dat krijg ik eventueel alleen van het Nederlands Elftal, niet van Duitsers of Fransen. Dus dit jaar wordt het niks. Het had nog wat kunnen worden als de Engelsen ruggengraat hadden getoond en hun team hadden teruggetrokken wegens Russische interventie op hun grondgebied. Nu houden ze het lafjes bij het niet op de tribunes laten verschijnen van wat hooggeplaatste Engelsen. Er zullen wel geldelijke belangen spelen. Als het het Nederlands Elftal was geweest dat om die reden werd teruggetrokken, had ik daar uitstekend mee kunnen leven. Zelfs als ze in kansrijke positie waren. Want eer is belangrijker dan glorie.
Toko
Gisteren had ik voor tussen de middag iets bij de toko gehaald. Voor het eerst van mijn leven was ik in de toko, al ga ik er vanuit dat toko gewoon winkel betekent. Ik zoek het even op, momentje… Ja, klopt. Het viel me wat tegen eerlijk gezegd, en ik probeerde het nog wat op te leuken met Surinaamse sambal, maar dat maakte het eerder slechter dan beter. Het rook niet alleen naar zweetvoeten, het smaakte er ook naar. En toen ik het op had zat ik met een ongekend vol gevoel dat aanhield tot in de avond. Ik was even bang dat ik ziek zou worden. Ik had al foto’s gemaakt van de vitrine en naar huis gestuurd, mijn vrouw heeft Indische roots, vandaar. Nou ja, Indische roots, er schijnt ooit iemand in de familie in Indonesie op vakantie te zijn geweest. Het fijne weet ik er niet van. Maar zij kan uitstekend roedjak, rendang, gadogado en sambaleieren maken. En dat smaakt tien keer beter als die hele toko! En dat heb ik haar ook verteld ’s avonds! Dat heette vroeger “een goede beurt” maken. Ik geloof niet dat je dat tegenwoordig nog kunt zeggen. Desondanks heb ik het toch gezegd.
De schone jonkvrouw
Tijdens de wandeling met de hond daarnet kwam er een auto aan rijden. Hij reed zachtjes en ik dacht dat hij mij de weg ging vragen. Maar hij reed me voorbij en ik dacht, oh ja, de weg vragen is iets van vroeger. Iedereen heeft de weg bij zich tegenwoordig. Dat is natuurlijk best wel zonde voor de man met hond die anderen graag de weg wijst. Je hoeft er niet eens een hond voor te hebben.
Toen ik nog het achteraf mooie vrijgezellenbestaan leefde, kwam ik in mijn, in korte tijd bij elkaar gespaarde, GTI op een zaterdagavond laat naar mijn flatje teruggereden en ik merkte dat een auto een wat vreemde afslag maakte en mij volgde. Ik moest links, rechts, rechts, links, rechts en weer rechts. Als er dan iemand achter je blijft, is de conclusie dat je gevolgd wordt, gerechtvaardigd. Toen ik parkeerde en uitstapte, stapte uit de auto die mij volgde een schone jonkvrouw. Ze had halflang krullend haar en ik zag in haar ogen paniek. Ze probeerde zich goed te houden, maar ik hoorde in haar stem de paniek die ik ook in haar ogen zag. Ze was de weg kwijt, en het lukte haar niet meer om de wijk uit te komen. Ze bleef steeds maar in rondjes rijden. Ik legde haar uit hoe ze eruit moest. links, links, rechts, rechts, links en dan rechtdoor en dan weer links. Ik zag dat ze het probeerde op te slaan, maar weer die paniek. Dit wordt helemaal niks, dacht ik bij mezelf. “Ik rij wel even voor”, zei ik en ik zag de opluchting in haar ogen. “Oh echt, je bent een schat!”, zei ze. Ik deed alsof het me dagelijks overkwam, startte mijn auto en reed haar voor tot waar ze moest zijn. Daar ging ik stilstaan, gaf de richting aan waar ze heen moest, ze zwaaide dankbaar en reed de door mij aangegeven richting op. Weg.
Ik deed heel anders dan ik wilde. Ik had haar op z’n minst een slaapplaats moeten aanbieden. Dat het nu veel te gevaarlijk werd op de weg of zo. Of ik had bij haar moeten instappen en haar de weg naar haar huis moeten wijzen. Ik had haar nummer moeten vragen. Iets! Maar nee, gewoon doen alsof het de normaalste zaak ter wereld was. Geen wonder dat ik zo lang vrijgezel bleef.
Gevoelstemperatuur
De gevoelstemperatuur lag vandaag op -/- 15 graden volgens de weermannen en -vrouwen. Ik krijg meestal zure oprispingen van de term gevoelstemperatuur, immers het gaat er geen graad harder van vriezen. Het kan zes weken achter elkaar gevoelstemperatuur -/-20 zijn, als het in het echt maar -2 is krijgen we geen Elfstedentocht. Echter, vandaag moest ik toegeven dat het wel ernstig koud was. Bijna niet vol te houden, die koude wind die overal doorheen leek te gaan. Had ik maar een vacht, dacht ik vandaag. De hond leek het namelijk niet te deren. Die liep gewoon met een stok te zeulen als alle andere dagen. Ik heb wel eens poolvossen bij -50 echt en gierende wind in actie gezien. Geen centje pijn, die beesten. Een wonder van de natuur. Hoe is het nu mogelijk dat uitgerekend de mens met zijn onbedekte huid zo succesvol kon worden? Die had volgens de evolutietheorie allang kapot moeten zijn. En toch lopen we hier rond, een beetje de dominante soort uit te hangen. We heersen over alles wat wel een vacht heeft. Met dit soort koude zet je dat aan het denken. Er klopt iets niet. We spelen vals, of we zijn een handje geholpen. De mens mag het dan van zijn intelligentie hebben, ik ben op sommige dagen ook intelligent maar ik had het nog steeds koud. Dus voortaan wachten tot de echte lente begint eer je de winterkleding opbergt en niet op de meteorologische, want dan kan het wel eens verkeerd met je aflopen. En wat mij ook aan het denken zet, als ze het begrip meteorologische lente niet hadden uitgevonden, hadden mijn sjaal, muts en handschoenen nu nog niet op zolder gelegen, en had ik die hele gevoelstemperatuur niet in de gaten gehad. Twee totaal overbodige zaken.
De stoel.
Gisteren overleed hij, Stephen Hawking, de aan de rolstoel gekluisterde ALS patiënt die maar liefst 76 werd. Als ik het goed begreep was hij de oudste ALS patiënt ooit. Sinds 1985 kon hij niet meer praten en al ver daarvoor raakte hij verlamd. Decennia lang was hij totaal verlamd, alleen zijn hersenen bleven onaangetast. Al die tijd heeft hij zitten nadenken in zijn stoel.
Zijn boek -a brief history of time- is meer dan tien miljoen keer verkocht. Ik las in de krant dat het door de complexiteit misschien ook wel het meest onuitgelezen boek ooit was. Dat geldt dan niet voor mij. Ik heb het al vijf keer uitgelezen en ben gisteren aan de zesde keer begonnen. Als eerbetoon. Deze keer denk ik niet dat ik alles ga snappen, zoals ik vorige keren dacht maar al snel bedrogen uitkwam. Het valt gewoon niet te snappen, maar voor mij is dat geen probleem. Ik hoef dingen niet per se te begrijpen. Ik vraag me sommige dingen gewoon niet af. Ze zijn eenmaal zo. Zo kwam ik er vanochtend achter wat Michael Jackson eigenlijk bedoelde in zijn lied Billy Jean. Billy Jean, is not my lover, she’s just a girl who claims that I am the one, the chair is not my son. Voor mij is dat echt geen reden om op onderzoek uit te gaan hoor, als de stoel niet je zoon is. Klopt als een bus namelijk, ik ken niemand die een stoel als zoon heeft. Hooguit een pietsie overbodig van Michael, om dat te vermelden. Goed, bleek het dus te gaan om een kid en niet om een chair. Zing dat dan duidelijk, denk ik dan. Wat ik wel moet toegeven is dat ik het nummer ineens briljant vond doordat ik de tekst begreep. Vanaf 1982 tot 2018 was de stoel niet mijn zoon. Prima, niks aan de hand. En in een ochtendje wordt het ineens duidelijk. Dat is nu wat de aan een rolstoel gekluisterde Stephen bedoelde met zijn brief history of time. De stoel is weg, voor mij en ook voor Stephen. Ik ben benieuwd of hij weer loopt en of hij nu zijn onderzoek kan voltooien. Of hij dan nu eindelijk het geheim van het heelal heeft ontfutseld.
Wie is de mol?
Dit was het eerste seizoen dat ik mee begon te kijken, mijn zoontje wordt wat groter, en vond het een leuk programma. Ik werd altijd afgeschrikt door het woord “mol”. Ik was bang dat John en Johnny er mee te maken hadden, dus heb ik de eerste twintig jaar gemist. Zoals waarschijnlijk iedereen wist ik van tevoren wie de mol was. Mijn tactiek was namelijk om niet op de aanwijzingen te letten, maar op de lichaamstaal van de kandidaten. En daar kwam uit dat Jan de minst verdachte was, en Ruben de meest verdachte. Alleen op het laatste moment, toen er nog twee kandidaten over waren en ze dus nu alle twee wisten wie de mol was, zag ik aan de lichaamstaal van Jan dat hij het was. En hij was het dus. Al die tijd heeft hij mij en velen enorm in de luren gelegd door veel op de voorgrond te treden, heel verontwaardigd te doen als een ander een fout maakte, en openlijk Ruben verdacht te maken. Alleen Ruben, die samen met Jan wist dat hij niet de Mol was, had dus een minder vertroebeld beeld en identificeerde als enige de juiste Mol. Achteraf, nadat alles bekend werd en ze de molacties terug lieten zien, vond ik mezelf stom dat ik Jan niet verdacht. Volgend jaar ben ik er weer bij.