Gas erop

Mijn auto had tijdens de kou vorige week een probleem. Nadat ik hem warm had gereden trapte ik het gas in. Tweeduizend toeren, drieduizend toeren, en er lichtte een lampje op. Een oranje steeksleutel. Ik deed het nog een keer en er ging een rood lampje branden. Stop! Ik dacht, laat ik stoppen, maar de motor was er al mee gestopt. Ik stuurde de auto een zijweg in, maar moest uit alle macht aan het stuur trekken omdat de bekrachtiging was weggevallen. Ik startte de motor opnieuw, de lampjes bleven uit en ik kon door. Ik gaf weer vol gas, en het lampje ging weer branden. Nogmaals vol op het gas en de motor sloeg af. Zolang ik rustig reed was er niets aan de hand, maar bij vol gas ging het mis. Toen de kou na drie dagen minder werd, was het probleem ook weg.

Ik liet mijn auto even uitlezen door een doorgewinterd monteur. Hij sloot de snoeren aan, trok een zorgelijk gezicht en keek op het scherm van de computer. Iets met brandstofdruk die weggevallen was. Hij wiste de melding en zei dat het de kou geweest was. Hij stuurde me weg met twee woorden. “Gas erop,” zei hij. En ik zou dit hele logje niet geschreven hebben als hij dat niet gezegd had. Ik vond het zulke mooie woorden, die twee woorden die betekenden dat er geen probleem was, en dat die ook nooit groter konden worden dan dat hij kon oplossen. Zelfs dat mijn motor nog koud was deerde hem niet. Dit was een man die zwarte rookwolken uit een diesel wil zien. Gas erop! Een prachtig advies van een ervaren automonteur. Uiteraard reed ik gewoon rustig terug naar huis. Het was tenslotte mijn motor die nog koud was.

Mon Amour

Een collega uit Frankrijk was over, en nadat we het werk hadden besproken om negen uur ’s ochtends, hebben we het alleen nog over muziek gehad. De Franse muziek dan. Want ik ben altijd benieuwd wat die Fransen van hun eigen muziek weten. In elk geval meer dan de Duitsers, want twee Duitse collega’s waren over, die wisten werkelijk niks over hun eigen muziek. Dat het laatste nummer van Blof een cover is van Frankfurt Oder, ze hadden geen idee. Nena, het zei ze wel iets, maar het was gewoon niet kuhl om naar Duitstalige muziek te luisteren in hun tijd. Mattias Reim? Wer?

Terug naar de Fransman die het wel allemaal wist. Joe Dassin, France Gall, Michel Fugain, Lenorman, Becaud, hij zong ze zo mee. In het Frans ook nog, dat was dubbel knap. Dur dur d’etre bébé, Tomber la chemise, hij wist ze. Hij constateerde wel dat wij Nederlanders wel alles van vroeger kenden, maar de moderne Franse muziek niet. Daar viel dus nog wel wat te winnen voor de Franse muzikanten. Maar toen speelde ik mijn troef. Connaissez vous La Groupe sans Nom? C’est une groupe très, très connue, de Volendam avec Annie la Peintre et Jean l’Empereur. Hij kende het niet, dus liet ik het horen. Mon Amour. Mon Amour tu es ma rose…

Hij schoot in de lach. Hij moest goed luisteren om het te verstaan. “Et mes fleurs sont fraîches et aimables. “What is an aimable fleur? You can’t say a kind flower? That is rubbish!” Daar gaan we dan. 40 jaar lang een grote hit geweest, met een joekel van een fout erin. Nooit iemand opgevallen. Ik ga ze schrijven, die keizer en die schilder.

Puntentelling

Wat ik niet begrijp aan het voetbal is de puntentelling. Ik dacht altijd dat je kampioen werd als je niet meer ingehaald kon worden door de concurrentie. Nu begrijp ik ook wel dat PSV het landskampioenschap bijna niet meer kan ontgaan, en ik bedank Ajax hartelijk voor het laten liggen van de punten, maar was het nu echt van deze week afhankelijk? Als Ajax nu gewonnen had dan was het verschil zeven en was er een titelstrijdje. Nu komt er geen titelstrijd volgens de NOS. Maar als Ajax volgende week wint en PSV verliest, dan weer wel? Het hele jaar hoor ik al dat PSV kampioen is. Maar twee weken geleden was het verschil nog maar vijf punten en moest PSV uit bij Feyenoord, en rekenden veel Ajax supporters zich al rijk. Na het weekend zou het verschil nog maar twee punten bedragen. Echter, het verschil bedroeg na het weekend in werkelijkheid 7. En nu is het een week later, en is het weer 10. Mensen, het is pas beslist als het beslist is. Dat hebben we gezien in 2015/2016 en ook in veel eerdere edities.

Veel mensen, Hugo Borst voorop, vinden het maar niks, dat spel van PSV. In de uitwedstrijd tegen Utrecht werd PSV compleet weggespeeld door Utrecht, stond in zijn column. De uitslag was 1-7 in het voordeel van PSV. Nu was het 3-0 voor PSV en werden ze weer compleet weggespeeld door Utrecht, aldus Hugo. En de schitterende omhaal van Luuk de Jong moest weer neergehaald worden door te melden dat Luuk als een zoutzak viel. Gelukkig hoeft niemand gedwongen voor PSV te zijn. Ik voel me thuis bij deze fantastische club uit het zuiden. Kritieken van mensen als Borst neem ik voor lief. Al doen ze soms pijn. Maar kampioen, dat ben je pas als je het bent. We kunnen de platte kar gereed maken, maar hem nog niet naar buiten rijden.

En schaatser!

Ik heb gewerkt vandaag. Niet te zuinig. Twee stallen uitgemest, kippenhok verschoond. Een paar kilometer met de hond gelopen. Dat alles in de ijzige kou. Had ik het koud? Welnee. Dit was genieten. Een schep, een kruiwagen, bevroren buitenkranen, ik voelde me een echte boer. De hele middag was ik bezig met scheppen, kruien, schone houtsnippers en wat een boer zoal allemaal doet. Daarna klopte ik mij af, ging naar binnen, deed mijn laarzen uit, pakte een bokbiertje en zetelde mij op de bank. Tevreden keek ik naar buiten. Niet vaak heb ik lekkerder op de bank gezeten. Na gedane arbeid is het goed rusten. Het is echt waar. Ik voel al mijn spieren weer. Zou ik hier een maandje wonen, dan zou ik oersterk worden. Jerommeke. Mijn doorgaans zachte boekhoudershandjes voelen al ruw aan. Dit voelt goed. Gisteren hebben we nog geschaatst. Twee keer hard op mijn plaat gegaan, maar de pijn aan mijn been voelde prima. Even wakker geschud uit mijn ingedutte leven. “Dan wil je zeker wel boer worden mien jong? En skaatser!”

Paarden, kippen en poolvossen.

Ik lees net over paarden en de kou. Er staan hier drie paarden die een inloopstal hebben, en de stal is eigenlijk niet groot genoeg voor drie. Het past wel, maar meestal staan ze er met z’n tweeën. Volgens de eigenaar regelen ze het allemaal zelf. Er is echter één oud paard bij dat de bejaarde leeftijd van 33 heeft bereikt. Dat paard is ingevallen, dun en zijn vacht ziet er ook niet meer zo mooi uit. Ik zet de oude knol ’s ochtends apart in een wei, waar speciaal voer voor hem klaar staat. De andere twee moeten het doen met hooi. Nu lees ik net dat hooi veruit het beste is voor een paard als het koud is, omdat de vertering van hooi gepaard gaat met enorme warmteontwikkeling in het paardenlichaam. Nu krijgt de oude ook wel hooi, maar hij lijkt zich toch meer tegoed te doen aan het speciale voer en de penen. Ik hoop maar dat hij vaak in de stal gaat staan. Ook in de stal vriest het gewoon, maar misschien net iets minder dan buiten. Er schijnt nogal iets te moeten gebeuren voordat een paard het koud krijgt. Dat zal dan wel. Er zit een enorm verschil tussen hoe een paard zich warm weet te houden en hoe een mens dat kan. Een mens is hulpeloos bij kou. Het zijn zijn grote hersenen die zorgen dat een mens het overleeft. In mijn geval zijn het de hersenen van een ander. Van degene die de c.v. heeft uitgevonden, om precies te zijn. Een paard daarentegen, perfect aangepast aan de winter! Met een tochtvrije en waterdichte wintervacht, een lichaam dat weinig warmte verliest en een andere bloedsamenstelling zodat hij sneller kan opwarmen dan wij. En dan is hij nog maar een paard, niet eens een poolvos. Heb ik ook nog kippen in de schuur zitten, die schijnen er ook goed tegen te kunnen. En dan zijn het nog maar gewone kippen, want tegen de diepvrieskip kan zelfs geen poolvos op. Maar koud, dat is het. Stervenskoud.

Het mannetje van de mens.

We zijn weer op ons vertrouwde adres in Schubbekutteveen. Het is als thuis, maar dan ergens op een onvindbare plek in Drenthe. We hebben hier een vrijstaand huis, en er zijn stallen met paarden. Drie paarden inmiddels. De verantwoordelijkheid voor de paarden neem ik op me. Zwaar werk. Waterleidingen zijn afgesloten wegens de kou, dus sjouwen met waterbakken en zware balen met hooi voeren. Wat eten die beesten een hoeveelheden! Ik begrijp nu waar de uitdrukking ‘honger als een paard’ vandaan komt. Het is stervenskoud buiten, maar binnen kunnen we de temperatuur gewoon regelen. Je verwacht het niet hier in dit onontgonnen gebied. Het mooiste is als je door de achterdeur naar buiten stapt. Dan is daar het grote niets. Ik loop met de hond langs een kanaal, de kou trotserend. Je voelt je gelijk weer man hier. Tevreden snoof ik de kou op. Ik dacht zelfs dat ik in de verte een wolf spotte, maar het zal wel een vos of een hond zijn geweest. Er stond trouwens een bericht op social media: weer wolf gespot op Veluwe. Dat doen ze expres volgens mij, van die weerwolf. En de nacht hier, die is ook zo zwart. Ik dacht vroeger dat je in Frankrijk de sterren beter zag omdat je hoger zat, maar nee, dat is het niet. Ik vloog vorige week via Zeeland over de Randstad naar Schiphol, het is één langgerekt lint van lichtvervuiling. Hier is het aardedonker. En koud. Morgen het ijs weer uit de drinkbakken hakken. Katten, kippen, paarden, vissen en een hond hebben we hier. Pas als die allemaal geen goede plek voor de nacht hebben, kan ik gaan slapen. Zo werkt het hier in de wereld van honderd jaar terug. En anders doe ik net alsof. Doe ik net of het min 30 is. En of ik een wolf zag. Want met een lullige -2 of een loslopende hond hoef ik u niet vermoeien.

Reservaat

Op Urk woont een aantal idioten. Nu wonen die natuurlijk in elk dorp, maar nadat ik een aantal Urksgenoten op de radio hoorde over hun nieuwe zeeheldenbuurt, werd ik een beetje onpasselijk. Zoals bekend hebben een aantal zeehelden flink huisgehouden in overzeese gebiedsdelen, en eigenlijk hadden we daar niet over moeten horen. J.P Coenstraat. Zeeheld, 1587-1629. Dat was alle informatie die we hadden moeten hebben. Niks aan de hand. Helaas, het zijn er de tijden voor, het verleden wordt opgediept en uitgeplozen door amateurhistorici, en de rapen zijn gaar. En dan worden er misstanden aan de kaak gesteld waar we eenmaal wat mee moeten doen. Ok, geen probleem, je kunt er niet omheen, dit wordt onhoudbaar. Niet op Urk. Daar openen ze een nieuwe zeeheldenbuurt.

Op de radio kwam een oude Urker opheldering geven. Zijn zalvende stem met rollende R gaf me de kriebels. Ik hoorde hem de statenbijbel in gedachten al bulderend opdreunen. We moesten voorral niet naarr de negatieve dingen kijken, maarr deze helden eerren om al het goede wat ze voor het Vaderrland hebben betekend. Wie zonderr zonden is, werrpe de eerrste steen. Aanvoegende wijs. Verre van blijven, zo’n gek die ergens in zijn leven is gestopt met nadenken in z’n reservaat.

Adolf Hitlerstraat. 1889-1945, uitvinder van de VW Kever.

Alles is beleving

Ik was in Milaan de afgelopen dagen en ik vond het er schitterend. Misschien is Italië wel het mooiste land ter wereld. Maar dat heeft vooral te maken met je eigen beleving. Want ik genoot al van de taxirit door industriegebied en ik vroeg aan de chauffeur of we al op het dichtbij gelegen Monza reden. Mijn collega stond doodsangsten uit. Toeterend en gebarend en hard remmend vond de man zijn weg door het verkeer. Alfaatjes scheurden links en rechts voorbij. Dat onderdeel van het land bevalt me heel erg. De binnenstad is overweldigend mooi, ik zou er een moord voor doen als wij ook zo’n kathedraal in Vaassen hadden. Aan de andere kant, dan zou Milaan niet meer bijzonder zijn. Het overdekte winkelcentrum met Gucci, Armani, en allerlei andere oorlogsmisdadigers completeerde het gevoel dat ik had om op een bijzondere plaats te zijn.

Ik at een pizza, een dunne met weinig beleg, en hij smaakte uitstekend. De minuscule kopjes koffie ook. De mannen zijn slank, lopen in keurige pakken en hebben strakke baardjes. De vrouwen zijn slank en klein en proberen er iets van te maken. Het slonsgehalte is wat lager dan gemiddeld, dat valt wel op. Italianen zijn drukke praters. Maar ik vind ze niet overdreven vriendelijk. Het vliegtuigpersoneel was ronduit chagrijnig zelfs. Dat doet de KLM stukken beter. Maar het maakt niet uit, mijn beleving was positief. En daarmee staat of valt het beeld wat verder niet overeen hoeft te komen met de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt toch schromelijk overschat, het gaat om de beleving.

Pretenties

Het is gisteren toch weer in mijn rug geschoten. Bijna een jaar lang ging het goed nu ik vrijwel elke dag een oefening doe. Ik begon al te denken dat ik onkwetsbaar was. Nu ga ik aankomende week een paar dagen naar Milaan, dus het zal de stress wel weer zijn. Milaan is net zo’n stad als Barcelona, jonge mensen, en ook net iets te oude mensen die zich nog tot die categorie rekenen, willen er graag gezien worden. Dat voorspelt weinig goeds, want persoonlijk vond ik Barcelona een van de grootste tegenvallers ten opzichte van de verwachtingen. En mijn verwachtingen waren niet eens geweldig. Mijn verwachtingen van Milaan zijn net iets hoger omdat Italie mij eenmaal meer trekt dan Spanje. Zelf woon ik ook in een dorp met pretenties. Hadden wij hier ooit een van de grootste kerstmarkten van Nederland, nu hoorde ik ook dat wij hier de grootste carnavalsverening van Nederland hadden. Ik kon mijn oren niet geloven. De site zelf bericht van één van de grootste. Nou stelde die kerstmarkt al geen ene hol voor, behalve dan dat er veel kraampjes stonden, maar die carnavalsoptocht hier kan toch echt niet tippen aan wat ik me herinner van mijn Brabantse jeugdjaren. Daar reden gigantische beweegbare poppen op een kar, hier zijn het toch vooral snelgemaakte karren met een spandoek en een paar vrolijke mensen erop. Kwantiteit zegt niks, kwaliteit alles. Maar misschien ben ik ook een negatief mens. Barcelona een saaie stinkstad vinden, pfff.

Stappenteller

Onlangs kwam ik erachter dat er op mijn iPhone een stappenteller zit. Geen idee hoe zoiets werkt, maar het ding telt mijn dagelijkse stappen en weet ook nog hoeveel trappen ik heb gelopen. Zolang je je onbewust bent van deze ingebouwde bemoeizucht, is er geen probleem. Maar zodra je het weet, klik je er toch af en toe op en zie je steevast de mededeling: Zit minder. Beweeg meer. Wees actiever. Ik heb het nog niet anders gezien. Vandaag deed ik welgeteld 3983 stappen en vijf verdiepingen. Veel te weinig volgens Jobs. Maar ik ben verdorie net tijdens het uitlaten van de hond vergeten mijn iPhone mee te nemen. En ik ben nog een paar keer van zolder naar beneden gelopen om koffie te halen, zonder mijn iPhone in mijn zak. Eigenlijk zou je dat dus geen bal moeten kunnen schelen, want het resultaat is hetzelfde. Je doet het tenslotte voor je lijf, niet voor Jobs. Maar toch wringt het dat ik die phone niet bij me had. En zo krijgen ze ook mij langzaam in hun macht. Ze zorgen dat ik mijn telefoon spastisch bij me ga dragen, om zo al mijn gangen te kunnen volgen. Het proces is al onomkeerbaar, nog even en ik ben hun slaaf.