Een lang verhaal over gisteren.

We zagen wederom een geweldige film. Toen ik er het eerst over hoorde, wilde ik hem gelijk in de bioscoop zien, maar iets gooide roet in het eten. Yesterday heet de film en gaat over het vreemde verschijnsel dat er iets gebeurt waardoor de Beatles uit de historie zijn verdwenen. Niemand kent ze en niemand kent hun nummers. Een niet zo talentvolle liedjesschrijver kent ze echter wel en brengt ze uit, waardoor hij in korte tijd de beste artiest ter wereld wordt.

Ik zou nog veel meer willen vertellen, maar deze film moet je gewoon zelf kijken. Al is het maar voor de fantastische Beatles muziek. Een dingetje wil ik nog wel verklappen. Er zijn nog twee mensen die de herinnering aan de Beatles wel hebben. Zij hebben hem dus door. Maar, zeggen ze, wij kunnen niet zingen, en je hebt de tekst van dat en dat nummer niet helemaal goed, maar we zijn blij dat je dit gedaan hebt, want de wereld is veel minder leuk zonder muziek van The Beatles. Dat is een waarheid als een koe.

Dit concept van een alternatieve geschiedenis heeft me altijd aangesproken. De dingen lopen zoals ze lopen en we weten niet hoe het zou zijn als het net even anders zou zijn gegaan. Stel dat John, Paul, George en Ringo elkaar nooit waren tegen gekomen, of dat Mozart had nooit de kans gekregen, of dat Elvis niet het lef had gehad om daadwerkelijk de studio in te lopen. Is zoiets mogelijk? Met andere woorden, kan het lot, de loop der dingen, worden ontlopen? Had de geschiedenis anders kunnen gaan dan ze gegaan is?

Ja, zou je kunnen concluderen. Het kan zijn dat iemand al overleed voordat hij tot grootste prestaties kwam. Of dat hij helemaal niet geboren werd zelfs. Het kan dus zijn dat een kind dat vroeg overleed, later een groot tekstschrijver zou worden. Of dat een stel dat besloot om kinderloos te blijven, als het dat niet gedaan had een wereldvoetballer op de wereld had gezet. Of zoals Mercedes een keer in een reclame suggereerde, dat een van hun auto’s een jonge Adolf doodreed. De wereld zou er anders hebben uitgezien. Compleet anders.

Maar zo is het niet, en de dingen gaan zoals ze gaan. Gedane zaken nemen geen keer. En je kunt denken, ik had hier links moeten gaan in plaats van rechts, maar je bent rechts gegaan, en dat heeft die en die gevolgen gehad, en daar hebben we nu mee te kampen. Sommigen denken dat de alternatieve geschiedenissen zich afspelen in andere dimensies. Dus daar is het anders gelopen dan dat bij ons. Terwijl wij, of sommigen van ons, zich ook in die andere dimensies bevinden. Daar loop ik dus ergens rond, en ik ben ergens links gegaan in plaats van rechts, en daardoor ben ik nu piloot in plaats van, tja, wat ben ik eigenlijk?

Volgens mij kan het allemaal niet. Alles moet voorbestemd zijn, en dus lopen de dingen zoals ze lopen. Zelfs als je nu stiekem links gaat terwijl je echt rechts wilde, wist de voorbestemming al dat je die keuze zou maken. Vrije wil, vergeet het maar. Of zoals een groot natuurkundige het zei, als je de plaats en de snelheid van een deeltje exact kunt bepalen, dan kun je ook bepalen wat de plaats en de snelheid van het deeltje op een volgend moment is. En aangezien wij allemaal uit deeltjes bestaan, volgen onze deeltjes een vooraf bepaalde weg. Zou je met een supercomputer plaats en snelheid van alle deeltjes kunnen bepalen, dan weet je ook hoe de toekomst eruit gaat zien.

Het mooie is, volgens een andere natuurkundige, dat zodra wij proberen de plek van het deeltje proberen te bepalen, we zijn snelheid beïnvloeden, en als we zijn snelheid proberen te bepalen, veranderen we zijn plek. Met andere woorden, de toekomst ligt vast, maar we kunnen haar niet voorspellen. Zodra we dat proberen, verandert de toekomst. Maar we zullen nooit weten dat we met een alternatieve toekomst te maken hebben.

Ergo, de dingen moeten zijn loop hebben. Dus het kon niet zo zijn dat de Beatles elkaar niet waren tegengekomen. Het lag al vast na de oerknal. Gisteren was de dag voor vandaag. Maar morgen is vandaag gisteren. Maar eergisteren was gisteren morgen. Dus kun je net zo goed zeggen dat de oerknal gisteren plaatsvond. Want vandaag wordt vanzelf gisteren.

Our souls at night

We keken een geweldige film. Ik verwachtte er niet superveel van, maar wel een beetje. Our Souls at Night, zo heet de film, gaat over een een bejaarde weduwnaar (Robert Redford) en een bejaarde weduwe (Jane Fonda) die bij elkaar in de straat wonen. In de eerste scene komt de vrouw vragen aan de man of ze met hem het bed wil delen. Het gaat niet om seks, maar omdat ze niet kan slapen als ze alleen is. De nachten in eenzaamheid vindt ze het ergst.

De volgende nacht slapen ze samen in haar bed en langzaam ontstaat er liefde tussen de twee. Ze krijgen een tijdje de verzorging van een kleinkind op zich, met wie ze gaan kamperen ergens in de wildernis van Amerika. Naast hun tent hadden ze een kampvuur gemaakt, dat lieten ze gewoon uitbranden terwijl ze gingen slapen. Hoef je hier in Nederland niet te proberen. Alleen wildkamperen al is hier niet toegestaan, laat staan een kampvuur maken. Leven is hier niet de bedoeling. Natuurlijk mag een dergelijke gelukszalige situatie niet blijven bestaan van de voorzienigheid, dus volgt een breuk, en de volgende nacht slaapt de oude man weer alleen in zijn eigen bed, koud, kil en triest.

Linda en ik hadden het erover. Zij vond het eigenlijk best logisch dat als je bij elkaar in de straat woonde dat zoiets gebeurde. Ik scande even snel welke buurman ze bedoelde, maar kon er zo geen bedenken. Jane Fonda zag er geweldig uit. Dat vond ik. Zeventig en mooier heb ik ze zelden gezien. Ze deed me denken aan mijn Russische ex-collega. Die ziet er ook vast zo uit als ze zeventig is. Maar dan ben ik al dik in de tachtig. Als ik tenminste de langstlevende ben. En dan moet ik nog zo’n pruik als Robert Redford op de kop zien te tikken, anders slaat het ook nergens op.

Skiete Willy

Skiete Willy is niet meer. Ik wist niet eens dat hij ziek was. Vorig seizoen heb ik hem nog op de tribune zien zitten, de topscorer aller tijden van de eredivisie, Willy van der Kuijlen. Toen ik een jochie van een jaar of negen was, werd ik voor PSV. Willy van der Kuijlen voetbalde er toen nog. Hij was aanvoerder. Tenminste in mijn herinnering was hij dat. Hij had een kanonskogel van een schot in beide benen. In mijn voetbalboek stond hij, duidelijk herkenbaar met een beetje vreemd zwart haar. Een beetje schuchter kijkend, niet zo’n lefgozertje als bijvoorbeeld Johnny Rep.

Toen ik vanochtend op de PSV app een melding kreeg dat Mister PSV was overleden, raakte me dat. Nog net niet zoals een paar jaar geleden toen Cruijff overleed, maar het kwam in de buurt. En juist die verrekte Cruijff was er de oorzaak van dat Willy van der Kuijlen niet echt is doorgedrongen in het Nederlands Elftal. In 1974 bedankte Willy zelfs al voor de eer. Cruijff en Neeskens waren de baas en dulden geen tegenspraak. Van Beveren, de beste keeper van de wereld van dat moment, en tevens eigenzinnige Amsterdammer pikte dat niet en Willy was solidair met Jan van Beveren. Dus vertrok het Nederlands Elftal naar Duitsland voor het WK van 74 zonder de beste keeper, zonder één van Nederlands beste voetballers aller tijden, en met een Cruijff die in de finale zo aangeslagen was door een val van de Duitsers dat hij geen moment zijn niveau haalde. Daar ging onze beste kans om wereldkampioen te worden.

Later zat Willy veelvuldig op de tribune bij PSV. Vaak kwam hij in beeld om een nieuwe speler te verwelkomen of om een prijs uit te reiken. Ik was trots op deze man als boegbeeld van PSV. Weer een icoon minder. Ik ben 51, er zijn al zoveel jeugdhelden heengegaan.

Bruce Lee

Toen wij vroeger een videorecorder hadden, ging ik vaak naar de plaatselijke videotheek. Er zit er hier nog steeds eentje, maar dat schijnt een dekmantel te zijn voor snode activiteiten. Ik huurde het liefst martial arts films. Bruce Lee was mijn favoriet. Enter the Dragon, the way of the dragon, fist of fury, ik heb ze allemaal wel gezien. Bruce maakte tijdens het vechten nogal vreemde geluiden. Soms klonk het als een vechtende kat, meestal als een kip die een ei legt. Kortom, volslagen belachelijk en daarbij kon hij nog niet acteren ook. Hij kon arrogant kijken, dat was gewoon lachwekkend. Zijn pogingen tot het aanbrengen van humor hier en daar waren dat ook. En niet omdat die humor zo goed was.

Toch had hij een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Ik oefende zijn traptechnieken en ondertussen deed ik een kip na. Als ik mijn armen in de gevechtshouding bracht maakte ik zelf het geluid van de luchtverplaatsingen die je hoorde als Bruce het in de film deed. Ik bewoog zelfs lichtvoetig als een kungfu master. Ik sloeg houten planken doormidden met mijn hand.

Nu ben ik de one inch punch aan het oefenen. Bruce ontwikkelde deze stoot die meer impact had dan de slag van een karateka. Je vuist slechts op een inch afstand van het te raken doel. Al je “chi” moet in de stoot zitten, je lichaam is slechts de uitvoerder van je wil. Alle krachten van het universum komen samen in jouw vuist. En als je de stoot geeft vliegt je tegenstander meters achteruit.

De volgende stap die ik moet nemen is een shaolin monnik worden. Die trainen elk lichaamsdeel zo dat het hard als ijzer wordt. Met hun hoofd slaan ze een stoeptegel doormidden, ze kunnen een naald zo gooien dat die dwars door een ruit vliegt, en zelfs hun edele delen zijn gehard. Je kunt ze erin trappen zonder dat ze een kik geven. Om dit te bereiken binden ze met een touw een auto aan hun scrotum en slepen deze meters voort. U denkt misschien dat ik een grapje maak, maar er is geen woord gelogen.

Daarna ben je een keiharde, onverslaanbare vechtmachine geworden. En mocht dat toch niet lukken kun je altijd nog een sleepdienst beginnen.

Hondenperikelen.

Mijn hond had gisteren ruzie. Met een Ridgeback reu. Het ging om een koekje, iemand gaf het haar maar het viel op de grond. Toen de Ridgeback het wilde pakken pikte ze dat niet. Het vrouwtje van de Ridgeback schreeuwde in paniek. Ze had me al eens eerder aangesproken dat mijn hond de hare had gebeten, maar dat was onzin. Nu was het wel zo, maar andersom ook. Beiden kwamen niet ongeschonden uit de strijd. Allebei een bloedend oor.

Vanavond liep ik met haar in het bos en ineens zag ik een paar wilde zwijnen die mij niet zagen. Ik was veel te dichtbij en ze hadden bij elkaar wel twintig kleintjes. Ik maakte wat lawaai om de zwijnen te waarschuwen en met een luid geknor stoven ze alle kanten op. Ik had grote moeite om de hond tegen te houden aan de lange lijn. Ze is enorm sterk als ze zich met vier poten kan afzetten in het zand. Een kleintje had het niet gemerkt en zette het pas op een lopen toen ik tot twee meter genaderd was. Het beestje sprintte finaal de verkeerde kant uit. Honderd meter verder kwam ik het beestje weer tegen, het was nu wel tweehonderd meter van z’n moeder verwijderd.

Daar voelde ik me wel schuldig over al kon ik er ook niks aan doen dat de zwijnen mij te laat opmerkten. Meestal in de natuur vinden ze elkaar weer, daar ga ik dan maar vanuit. Moet er niet snel een vos zijn kans grijpen natuurlijk. De hond had de avond van haar leven en ik vraag me serieus af wat ze zou doen als ze los was. Afgezien van dat ze door het zwijn werd opengereten, zou ze het zwijn aanvallen of ziet ze het als een spel? Haar jankende gepiep doet vermoeden dat ze heel graag zo’n kleintje zou willen hebben, omdat ze eenmaal gek is op alles wat jong is. Ze lag in elk geval zeer tevreden in haar mand te snurken.

Kleur bekennen

Ik vind racisme een lastig ding. Van mij wordt verwacht dat ik geen kleur zie, maar die zie ik desondanks. Dat is net zoiets als dat je nergens aan mag denken. Onmogelijk. Ik ga dan ook niet beweren dat ik geen racist ben. Ik probeer geen racist te zijn, dat is iets heel anders.

Op de radio was een discussie over racisme bij de politie in Rotterdam. Naar aanleiding van de mishandeling van een paar blanke jongens door een groep donkere jongens had een aantal politieagenten in een besloten whatsapp groep racistische teksten gebruikt. Iets met kutafrikanen en klotenegers. De burgemeester van Rotterdam had het echter voor de agenten opgenomen. Hij zei uitdrukkelijk dat hij niet de indruk had dat de agenten racisten waren, ze hadden zich alleen schuldig gemaakt aan ontoelaatbaar racistisch gedrag, maar hij vond ontslag te ver gaan, dus bleef het bij een schriftelijke waarschuwing. De agenten verdienden een tweede kans volgens Aboutaleb.

De gasten in de studio mochten commentaar leveren en hun meningen varieerden. Een betrokken advocaat zei dat een politieagent trouw heeft gezworen aan de grondwet, en volgens artikel 1 van de grondwet, etc. etc. Ze waren het er echter allemaal over eens dat het racistische teksten waren. Ik twijfelde. Want ik bedacht nog even wat er gebeurd was. Een groep donkere jongens had een paar blanke jongens mishandeld op straat. In artikel 1 staat dat iedereen gelijk behandeld moet worden, onder gelijke omstandigheden. Zouden donkere jongens die zich normaal gedragen ook zo bejegend worden door de agenten? Of zou dergelijke terminologie ook gebruikt worden als een groep blanken een paar donkeren in elkaar rost? Lijken mij terechte vragen om te kunnen beoordelen of dit racisme was.

Nog meer verontwaardiging

Ik geloof dat ik de enige was die Mark Rutte wel geloofde toen hij zei dat hij zich het voorval met Omtzigt niet meer herinnerde. De man werkt 80 uur per week, ik 40 en vergeet al wel eens wat ik gisteren gedaan heb. Bovendien, als Rutte gezegd had dat Omtzigt inderdaad voorbij was gekomen als potentiële minister, was er weinig aan de hand geweest. De reden om te liegen was niet groot genoeg, vond ik.

Toen ik dit opperde op mijn werk vond iemand het ‘grappig’ om te zien dat ik slachtoffer was van 10 jaar VVD in de regering. Terwijl ik de afgelopen dertig jaar niet heb gestemd op de VVD. Altijd noemen mensen het grappig als ze iets irritant vinden, ik vind dat een irritante gewoonte. Volgens hem werd Rutte de hand boven het hoofd gehouden door de kamer. De kamer zou weten dat hij loog, maar desondanks niet ingrijpen. Een groot complot dus! En complotdenkers zijn wappies, zoals we weten.

Wat mij verder opviel was de grote poppenkast die ontstond, vergeef mij deze oneerbiedige uitdrukking. Maar wat ik ongeloofwaardiger vind is de oppositie, die bloed rook. Geen enkele intentie om recht te doen, slechts het bungelen van Rutte aan een zijden draadje was voor hen als het ruiken van een gewond dier waarop gejaagd moest worden. Zelf aan de macht komen leek hier het hogere doel. En dit is tevens de reden waarom ik 99% van de politici al vrijwel mijn hele leven niet geloofwaardig vind.

Tegen mij spreekt dat ik ik Lance Armstrong ook geloofde toen hij loog. En dat ik de VAR ook geloof als ze zeggen dat ze iedereen gelijk behandelen. Maar ik geloof dat Rutte hier niet zulke kwade intenties had als ze ons willen doen geloven. Tenzij Omtzigt nu binnen korte tijd jammerlijk omkomt bij een verkeersongeluk. Dan ga ik twijfelen.

Verontwaardiging

Er was een hoop gedoe over gereformeerden die zich niet aan de coronaregels hielden. Ik heb me er amper in verdiept omdat ik het een heel oninteressant onderwerp vind. Het kan zijn dat ik daarom misschien niet helemaal een juiste voorstelling van zaken geef.

De gereformeerden gingen met z’n zeshonderden een kerk binnen en daar ontstond oproer over. Omdat er in zo’n refodome meestal wel een paar duizend mensen passen, ga ik er vanuit dat ze zich aan de anderhalvemeterregel hielden. Of er een mondkapjesplicht geldt in de kerk weet ik niet. Verder worden ze beschermd door in de eerste plaats God en in de tweede plaats de grondwet. Deze volgorde kan omgedraaid worden, afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt.

Heel veel is er niet aan de hand, en nieuwswaarde heeft het al helemaal niet omdat we allang wisten dat dit gebeurde. Desondanks haast zich toch een legertje journalisten naar de plek des onheils om het nieuws te verslaan. Want ook dat is een grondrecht, dat de journalist het nieuws kan verslaan. Het is hun nobele taak om de rest van het land op de hoogte te brengen van wat zich nu weer voor snode gebeurtenissen afspelen, binnen of buiten onze landgrenzen.

In werkelijkheid komen de journalisten geen nieuws verslaan, maar maken. Het nieuws valt wat tegen en moet een beetje op gang geholpen worden door wat provocerende vragen. Als de nobele journalist dan vraagt: maar geeft u dan helemaal niet om de besmettingen, dan doet hij dat omdat hij oprecht bezorgd is. Bezorgd over zijn kijkcijfers welteverstaan, niet over de volksgezondheid. Dat er eentje een paar klappen kreeg van een refo was wel weer goed voor de oplage. Met die verontwaardiging daarover heb ik niet zoveel. In mijn ogen had de journalist naar Den Haag moeten gaan, om daar een minister aan de tand te voelen over de grondwet.

Verspilde tijd

Ik dwaalde weer een beetje af in Wikipedia en kwam terecht bij De Meester en Margarita van Michail Boelgakov. Ik heb een slap aftreksel van het boek in mijn boekenkast staan, ben er ooit eens in begonnen, maar het heeft nergens indruk gemaakt. Ik kan me er geen letter meer van herinneren in elk geval.

In 1966 werd het boek, zwaar gecensureerd, uitgegeven in de Sovjet Unie en werd het gelijk een bestseller. De schrijver heeft vele jaren aan het boek gewerkt, vanaf 1928 tot aan zijn dood in 1940. Het bevat drie verhaallijnen die enigszins door elkaar lopen. Door velen wordt dit boek bestempeld als het beste boek ooit geschreven. Omstreeks 1967 kreeg Mick Jagger, destijds 24 jaar, het boek van zijn toenmalige vriendin, Marianne Faithfull, en las het in rap tempo uit.

Mick, en vele anderen, begreep het boek op zijn vierentwintigste. Hij snapte dat de duivel op bezoek was in Moskou voor het lentebal, hij snapte het afwijkende bijbelverhaal en hij herkende nog meer vermomde personages en raakte zo geïnspireerd dat hij het nummer “Sympathy for the Devil” schreef. Wat door vele anderen weer niet begrepen werd en gezien werd als godslastering, of in elk geval als het bewijs dat Rock ’n Roll niets anders dan verderf was.

Ik ben nu 51, en heb er niets van begrepen. Ik begreep niet wie de duivel was, wat hij in Moskou kwam doen, en ik herkende de andere personages niet. En nu ik er iets over gelezen heb voel ik mij veel te oud om de schade nog te kunnen herstellen. De schade van alle literatuur die ik gemist of niet begrepen heb. Ik wist zelfs niet dat Sympathy for the devil op dit boek was gebaseerd. Wat heb ik in vredesnaam al die tijd gedaan?

Het was een mooie tijd.

Ik stond vandaag in de file, voor het eerst in een jaar. Onwillekeurig dreven mijn gedachten terug naar begin jaren negentig, toen ik vaak in de file stond en ik Autovisie las. Autovisie was destijds een volgens eigen zeggen onafhankelijk blad, en dat wil ik ook niet bestrijden, maar ze hadden wel een duidelijke politieke afkeur. Voornamelijk tegen de minister van Verkeer en Waterstaat, welke positie destijds werd bekleed door Hanja Maij-Weggen. Een vrouwelijk ijskonijn. Autovisie had het altijd over files, over hoe de automobilist werd uitgebuit en over snelheidsboetes. Het was allemaal onrechtvaardig. De hele wereld was onrechtvaardig.

En nu zijn we 31 jaar verder en die problemen zijn er nog steeds. Alleen zitten we nu in een tijd waarin we wel andere dingen aan ons hoofd hebben dan files en bekeuringen. Het lijkt zo ver weg, die tijd dat je onbekommerd kon klagen over niks. Ik heb het gelukkig wel meegemaakt. Het ging allemaal nergens over. Het was een mooie tijd.