Onverschillig

We hadden een opvoedkundig probleempje. Onze oudste staat er niet heel florissant voor op school. Zijn cijfers variëren van 5.5 tot 6.3. (ik tel een 7,8 voor examenvak LO II maar even niet mee) Allemaal maar heel matig. En als we nu vertrouwen hadden in een eindsprint dan was dat tot daaraantoe, maar dat hebben we niet. Op zijn minst verwachten we inzet vanaf nu tot aan het examen.

Zondag zat ik met hem aan economie en wiskunde. Ik kwam erachter dat hij na vier jaar nog geen idee heeft hoe zijn rekenmachine werkt. Alleen het hoognodige, maar een getal in het geheugen zetten is hem een raadsel. Omdat ik het al vaker had gezegd, ‘vraag het aan de leraar, kijk in de handleiding,’ en omdat hij duidelijk liet blijken dat hij geen enkele moeite deed om te snappen wat ik uitlegde, zei ik hem op een gegeven moment het maar uit te zoeken.

Toen werd de zwaarste sanctie ingezet. Andere dingen zoals niet gamen, niet logeren, het hielp allemaal niet, maar nu hij één keer niet naar voetbaltraining mocht ging hij volledig over de zeik. Linda appte het naar de voetbaltrainer, die het volledig met ons eens was en nog liet blijken dat hij Hans erg waardeerde op de training. Beleefd, een voorbeeld voor anderen en nooit verzaken. Die mocht hij dan in zijn zak steken, ware het niet dat dat niet ging, want hij was er vandoor. Zonder jas en in korte broek was hij hem het donker in gesmeerd.

En daar zit je dan op de bank, zogenaamd onverschillig te wezen. Ik had vroeger als kind echt het idee dat mijn ouders niet om mij gaven en elk dreigement zonder problemen zouden uitvoeren. (dan slaap je ook maar buiten!) Die zouden het geen probleem vinden als ik het koud had of als ik honger had, althans, dat dacht ik toen. Hans had nog niet gegeten doordat hij boos was. Ik vind het nu ik zelf ouder ben al best lastig om een straf uit te delen, laat staan te handhaven. En wat nu als Hans een heel ander kind is dan ik en gewoon wel echt wegloopt? Ik had zijn bord eten al in de magnetron gezet voor als hij terug zou komen. Ik was er destijds van overtuigd dat ik gewoon geen eten zou hebben gekregen in zo’n geval.

Na drie kwartier ging de bel. Linda deed open. Hij was volledig gekeerd. Godzijdank. Hij had het wel een beetje koud. Gelukkig kon ik hem warm eten brengen.

Het oude normaal

Als de terrassen straks weer open zijn ga ik er een week lang zitten, ongeacht het weer, schreef iemand. Mensen zijn de lockdown zat, en willen hun oude leven weer oppakken. Ik herinner me nog een idioot op het journaal, net nadat de eerste lockdown tot een einde kwam en hij weer het terras op mocht, en stamelend uitbracht: dit hebben we zo verdiend! Ikzelf behoor tot de minst getroffenen van Nederland. Mijn leven is niet ingrijpend gewijzigd en eigenlijk waren de voordelen groter dan de nadelen. Er mocht namelijk niet meer gevlogen worden wat inhield dat allerlei zinloze bijeenkomsten op mijn werk geen doorgang konden hebben (ik hoefde niet naar Budapest) en dat allerlei Amerikanen moesten blijven waar ze waren. Voor mij betekent dat, dat ik beter werk lever. Op zulke momenten kan ik de kar pas echt trekken. En ’s avonds, als ik met de hond buiten loop en het is zo stil op straat, ik denk dat ik dat nog wel ga missen straks.

Er zijn natuurlijk ook nadelen voor mij aan de lockdown. Zo moet je soms een mondkapje op, kan ik niet meer badmintonnen en is het afwachten of de zomervakantie in Frankrijk doorgebracht kan worden. Verder zie ik ook dat veel mensen die mij na staan, wel getroffen zijn door hun opsluiting en door de economische gevolgen, wat ik vervelend vind voor ze. Met name als het ze economisch treft. Op zeker moment komen we hier weer uit, hebben we afweer en is corona verworden tot een griepje. Terrassen gaan weer open en na drie dagen zijn we weer gewend aan het oude normaal. Ik zal daar iets langer voor nodig hebben.

Geen commentaar

Ik mag de komende kabinetsperiode niet zeuren omdat ik niet gestemd heb. Ik mag ook geen commentaar leveren, want dan had ik maar moeten stemmen. Ik mag wel meepraten over derde golf, want ik heb mijn best gedaan die te voorkomen. Ik vertrouwde het voor geen meter, op dezelfde gebiedende toon waarmee Rutte ons eerst opriep: “blijf thuis!” zei hij nu, “ga stemmen!” Vervolgens zei hij dat het veilig was, net zoals laatst de horeca en de winkeliers riepen dat het veilig was. Maar dat gold toen niet. Helaas hebben niet veel mensen mijn voorbeeld gevolgd en gaan we de komende twee weken kijken hoe de cijfers zich ontwikkelen.

Ik hoorde ’s ochtends nog op de radio dat Diederik Gommers had opgeroepen om het stemmen een paar maanden te verplaatsen. Dat legden ze aan Kasja Ollongren voor, die vervolgens reageerde met: “we hebben er zorgvuldig naar gekeken en wij denken dat het veilig is.” Daar sta je dan, op je plek gezet met een non-argument. Hoe dit nu ineens veilig kon zijn was me een raadsel. Ik wantrouwde deze ommezwaai des te meer, zelfs de avondklok werd niet meer gehandhaafd. Ineens was alles weer mogelijk voor het feest van de democratie. Daar werk ik niet aan mee, aan het in beweging krijgen van die miljoenen mensen. Mocht dit goed gaan, dan gaat er meer goed.

Achteraf ben ik ook wel tevreden dat ik niet ben gaan stemmen. De partij waarop ik zou hebben gestemd deed amper mee en is geen schim meer van wat zij ooit was. Dat zou ook een beetje verloren hebben gevoeld. Bepaalde dingen hebben me wel verbaasd, zoals het dansje op de tafel van Sigrid Kaag. Er zat warempel beweging in het mens. Tijd voor nieuw leiderschap, was de loze kreet van D66. Als ik een partij zou oprichten zou mijn kreet zijn: Weer vier jaar Rutte! En ik had geleverd.

Dingen die belangrijk zijn.

Ik denk er sterk aan, het is al 99% zeker, om niet te gaan stemmen deze keer. Ik vind het niet verantwoord dat het doorgaat. De coronacijfers stijgen weer en als je massaal Nederland laat uitlopen om te stemmen is dat vragen om problemen. Tenminste, zo was het wel met andere evenementen of feesten. De verkiezingen worden het feest der democratie genoemd, en feesten zijn niet toegestaan. Wat heb je trouwens aan een nieuw kabinet als je toch dood ligt te gaan aan de beademing van de intensive care?

Ik overdrijf in lichte mate. Hoewel exact dezelfde redenering wel vaak werd gehanteerd als iemand zich niet aan de coronamaatregelen hield. Het doorgaan van de verkiezingen riep bij mij toch vraagtekens op. Waarom mag dit gewoon doorgaan en wordt zelfs de avondklok tijdelijk later ingesteld om dit feest door te laten gaan? Waarom hoor ik geen politicus zich hardop afvragen of dit wel slim is? Zijn de eigenbelangen nu toch te groot geworden en kunnen we het risico op totale overbelasting van de zorg nu wel op de koop toe nemen?

Overigens zou ik wel per brief hebben willen stemmen. Maar daar ben ik niet oud genoeg voor. Niet dat ik weet op wie ik zou stemmen, ik kan al wel wat partijen uitsluiten. Maar daar kom je er niet mee. Uiteindelijk maak ik vaak op de laatste dag een keuze. Niet uit volle overtuiging, maar meer van ‘dan moet het maar.’ Ik kan geen enkele partij serieus nemen namelijk. Maar het land moet toch geregeerd worden. Vroeger had ik dat wel aan de koningin willen overlaten, maar de huidige koning dicht ik niet heel veel talent toe.

Het wordt in elk geval weer een coalitie, wat betekent dat partijen bepaalde standpunten moeten laten vallen. Dat zijn dan meestal de extreemste standpunten, waardoor je uiteindelijk weer een zacht gemiddelde krijgt dat lijkt op het zachte gemiddelde van de vorige keer. En oppositie staat weer in de banken, moord en brand te schreeuwen in de hoop op persoonlijke doelpunten. Poppenkast.

De dingen die ik belangrijk vind in het leven worden grotendeels niet door de politiek geregeld. Die worden door helemaal niemand geregeld. Ik wil bijvoorbeeld weer strenge winters, ik wil wolven, ik wil heel veel minder mensen in Nederland, ik wil minder strenge straffen op snelheidsovertredingen, ik wil een verbod op de VAR, ik wil een verbod op blaaskaken, ik wil een verbod op foute informatie, een verbod op oeverloos geouwehoer, ik wil een verbod op alles met Mol, op de Toppers, op slechte humor, op onrecht, op dierenmishandeling, op zinloze technologie, weet je, eigenlijk heb ik geen idee. Doe maar wat, ik pas me wel aan.

Muis 🐭

Het begint altijd met het geluid van een klepperend kattenluik. Dan een mauw, en als er daarna nog een mauw volgt weet je het eigenlijk wel, ze heeft een muis binnen gebracht. Meestal als ik dan in haar richting snel, pakt ze vlug de muis weer op en vlucht door het kattenluik naar buiten. Maar nu ging ze onder de eettafel en liet daar de muis los.

Ik pakte de muis snel voordat die zich realiseerde dat hij moest vluchten. Dat doe ik wel vaker en zet hem dan ergens veilig buiten. Vaak houden ze zich dood, maar niet vandaag. Deze beet me in mijn pink en liet niet los. Ik kermde want het deed zeer. Maar ik kon hem ook niet loslaten omdat ik hem dan midden in de huiskamer kwijt zou zijn. Linda dacht dat ik deed alsof, maar het deed echt zeer. Al kermend wachtte ik af of het kreng los zou laten, maar nee. Ik vermande me en liep met de muis in mijn handen, en zijn tanden in mijn pink naar buiten waar ik hem los liet. Ik bloedde een beetje. Ik wist helemaal niet dat muizen konden bijten. Ik ben ook al eens door een konijn te grazen genomen, die beet nog gemener maar daar kon ik me wel snel bevrijden. Ik dacht dat knaagdieren knaagden, maar ze bijten, gemener dan een hond.

Economie

Ik had vandaag een tien voor economie. Dat kwam zo, Hans moest een PO maken, een praktische opdracht, en ik heb hem geholpen. Een stuk of 30 vragen die ik allemaal met hem heb doorgenomen. En omdat hij niet kan formuleren, heb ik de antwoorden ook nog geherformuleerd. Ik heb zelfs een actueel onderwerp uit het achtuurjournaal verwerkt in zijn antwoorden. Hij heeft zijn gemiddelde cijfer maar liefst opgehaald tot een 5,9, het heldere licht. Natuurlijk weet de leraar dat hij geholpen is. Het zij zo.

Het mooie is, een andere vader, die ik ook ken, eveneens financieel onderlegd, en wiens zoon bij Hans in de klas zit, had slechts een 9,3. Die baalde dus, want ik had hem afgetroefd. Een vorige keer, toen het op pure uitleg aankwam, had zijn zoon een hoger cijfer voor het economieproefwerk dan Hans. Dat stak me toen al een beetje. Nu won ik deze concurrentieslag. Ha! De leraar had tegen zijn zoon gezegd dat het eigenlijk een tien waard was, maar omdat hij vermoedde dat vaders hadden bijgesprongen was hij extra kritisch gaan kijken. Wat natuurlijk extra glans geeft aan mijn tien. Pardon, aan die van Hans.

Rukker

Mijn zoon had het vandaag aan de stok met een oud-voetballer van Ajax. Hij komt hem wel vaker tegen en roept wel eens iets naar hem. Tot nu toe onschuldige dingen. Vandaag maakte hij echter een obsceen gebaar. Hij maakte hem duidelijk dat hij hem een rukker vond. Dat ging te ver, dus de Ajacied stapte uit zijn auto en kwam verhaal halen.

Hij appte het me en mijn eerste reactie was: dat moet je ook niet doen, Hans. Mijn tweede reactie was echter: godsamme, nu komt hij op mijn zoon af, die gast krijgt wekelijks vele ergere dingen naar zijn hoofd geslingerd door allerlei rivaliserende supporters en dan loopt hij altijd stoïcijns door. Nu is het een jochie en dan stap je ineens het schoolplein op? Hij moet toch ook weten dat het multimiljonair worden door een voetbalcarrière gepaard gaat met vervelende confrontaties? Daar ben je op getraind, om dat te negeren.

Thuis vertelde hij me het hele verhaal. Over hoe klein hij was en dat hij hem te verstaan had gegeven dat als hij het nog een keer zou doen, hij hem er tien zou geven. Een mooie juridisch afgedekte bedreiging. Over hoe hij arrogant gedaan had en zijn naam opeiste. Hans was toch een beetje onder de indruk. Hij had excuses aangeboden maar die werden niet aanvaard, hij draaide zich boos om en stapte terug in zijn auto. Ik zei, maak je niet druk, die bedreiging heb je zelf uitgelokt, hij heeft je niet aangeraakt, niks aan de hand. Niet meer dat rukkersgebaar maken naar die patser, maar laat je ook niet intimideren. En toen gaf ik hem een high five.

Met ons gaat het nog altijd goed.

Ik zag een minidocumentaire over Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, evenbeeld van mijn overbuurman, eveneens gepromoveerd, praat zelfs op dezelfde manier, maar dat terzijde. Peter Hein is nogal goed met cijfers, sterker nog, hij is er een kei in. Volgens Peter Hein was vroeger niet alles beter. Hij schrijft daarover in zijn boek ‘met ons gaat het nog altijd goed. ‘ Ik verschil daarover sterk van mening met hem. Volgens Peter Hein is mijn nostalgisch sentiment een sentiment van alle tijden, en werd dit al gebezigd in het verre verleden. Dat wist ik dan toevallig, Socrates beklaagde zich 2400 jaar geleden al over de jeugd van tegenwoordig, maar dat bewijst alleen dat hoe verder je teruggaat, hoe beter het was.

Peter Hein gaf een voorbeeld over de vakantie in zijn jeugd, met de auto naar de Costa Brava, dat was al heel wat in zijn tijd. Tegenwoordig was het nog nét geen vakantie voor armoedzaaiers, zo zei hij ongeveer. Ik zie niet in waarom dat zijn stelling dat vroeger niet alles beter was zou bekrachtigen. Mijn vakantie gaat met de auto naar Frankrijk, ik haal de Costa Brava niet eens, maar dat doe ik bepaald niet uit armoede. Dat iedereen nu met het vliegtuig naar Amerika kan, moet het argument zijn dat nu alles beter is. Overigens had hij nog een sterker argument, Spotify. Als Peter Hein dat vroeger had gehad, zou hij zo blij zijn geweest! Ja, allicht, ik zou ook blij zijn als je me nu Blohist gaf. Maar dat wordt pas over dertig jaar uitgevonden. Je moet het nu met Spotify doen. Het is juist de andere kant op. De langspeelplaat is bezig met een come-back.

Zijn sterkste argument was dat er per jaar een miljoen miljonairs in China bijkomen. Als gevolg daarvan hoefden honderden miljoenen mensen in China nu niet meer te vrezen voor honger, maar hebben een menswaardig bestaan. Het zou niet eerlijk van me zijn om de Chinezen dat te misgunnen. Maar heeft dat te maken met vroeger, toen alles beter was, of gewoon met een ellendige dictator die zijn volk minachtte?

Wat ik wel knap vind van Peter Hein (ik vind hem sowieso knap) is zijn vermogen om dingen positief te zien. Dat heb ik een stuk minder. Bij mij is het glas half leeg. Wel een glas met een smerig drankje. Ik vond het vroeger ook echt beter. Zelfs de dingen die niet beter waren, waren beter. En dat sommige mensen deze tijd beter vinden is ook logisch, deze tijd is het vroeger van de toekomst. Waarmee ik maar wil zeggen, ik kan ook wel bij het CBS werken.

Het achtergrondfilter

Ik ben vanochtend bij de KNO-arts geweest, eigenlijk een assistente, die nog niet zoveel weet. Mijn oren zagen er ineens prima uit maar de gehoortest detecteerde toch een licht verlies aan de rechterkant. Volgens de arts de oorzaak van de tinnitus. “Nietus,” zei ik. Ik had er inmiddels al zoveel over gelezen dat ik mijzelf al een expert acht.

Tinnitus is een ingewikkelde klacht. Het wordt veroorzaakt door gehoorschade, maar het wordt ook veroorzaakt door geen gehoorschade. Tevens kan gehoorschade tinnitusklachten geven, maar gehoorschade kan ook geen tinnitusklachten geven. Zover is de wetenschap al. En dan zijn er nog honderd andere mogelijke oorzaken.

Toch was ik best onder de indruk van wat ik er over gelezen heb. Over hoe het gehoor werkt, hoe het niet dient om spraak te verstaan maar om gevaar te signaleren. Hoe de hersenen kunnen compenseren als er door een verwonding of ontsteking gehoorverlies ontstaat, zodat we toch weten uit welke richting het gevaar komt. En dat de kleine hersenen continue bezig zijn om geluiden te filteren. Is het geluid belangrijk genoeg om door te laten naar de grote hersenen, zodat die kunnen bepalen of er paniek moet ontstaan of dat er niks aan de hand is. Je kunt het je haast niet voorstellen totdat je denkt aan het tikken van de klok dat je alleen hoort als je je er op focust.

Nu kan tinnitus iets te maken hebben met gehoorverlies. Met het loslaten van verbindingen tussen zenuwen en haarcellen. Deze beschadiging schijnt veel sneller op te treden dan de beschadiging van de haarcellen an sich. Bij veel volwassenen is dit het geval. Na het loslaten functioneert de zenuw nog wel. Hij staat als het ware aan, omdat hij snel moet kunnen reageren als er een geluidsignaal door komt. Het geluidsignaal komt niet meer door, maar het aan staan van de zenuw, het stationair draaien ervan, wordt nog wel doorgegeven aan de hersenstam. Omdat het gemiddelde geluid is verminderd, gaat de hersenstam compenseren om het versterkt binnen te krijgen. Dit geluid kan door veel mensen worden waargenomen in een geluidsdichte kamer, waar door het ontbreken van normaal geluid, het gehoor nog beter zijn best gaat doen om geluiden door te krijgen. Het filter belangrijk/onbelangrijk wordt aangescherpt en onbelangrijke boodschappen worden doorgegeven aan de grote hersenen.

Als bovenstaande klopt dan betekent het dat het filter niet goed staat afgesteld bij sommige mensen. Het signaal zou eigenlijk niet doorgegeven moeten worden omdat het onbelangrijk is. Nu wordt dat wel gedaan en raken de grote hersenen van slag door dit bijna niet te negeren geluid. Nu mag ik naar de audioloog. Die zouden kunnen helpen met het aanvaarden. Want kennelijk is het niet de beleefd om de tinnitus te weigeren. Anders zou ik dat doen.

Eerlijk gezegd, nu ik bij de KNO arts ben geweest en heb begrepen dat de oorzaak toch gehoorverlies is en geen andere oor-zaak, en dat ik een van de velen ben waarvoor het niet is op te lossen, is de acceptatie al wat makkelijker. Al leg ik me er nog niet bij neer en lees nog even door.

Laatbloeier in de sneeuw.

Er kan mij niet snel te veel sneeuw vallen. Ik was dan ook euforisch over de weerberichten van gisteren. Natuurlijk viel het wederom tegen, want weerberichten zijn eenmaal niet betrouwbaar. Maar toch, er ligt een laagje sneeuw. Een centimeter of 12 tot 15 en het sneeuwt nog steeds. Wel miezersneeuw, maar beter dan niks. Ik zou natuurlijk vroeg op moeten om “de laatbloeier” te fotograferen, maar vroeg op als er sneeuw is gevallen is niet erg. Gedurende de nacht had ik al een paar keer uit het raam gekeken hoe het er voor stond.

Er hadden nog niet veel mensen gereden over de weg naar het bos en er was niet gestrooid. Zo hoort het natuurlijk ook in een natuurgebied. Dan rij je maar wat langzamer. Eenmaal aangekomen op de parkeerplaats was ik vrijwel de enige, behalve dan een groep van zeven langlaufers die ook van die plek vertrok. Ik kon ze gelukkig lopend inhalen want zoveel sneeuw lag er helemaal niet op de open vlakte. Ik vreesde voor mijn foto, en toen ik de weg over de hei in sloeg zag ik dat die helemaal niet besneeuwd was. De wind was zo hard dat de sneeuw daar kennelijk niet landde. Even verderop, bij de laatbloeier viel het mee, en nog verder, in de beschutting van het bos lag overal sneeuw. En het allermooiste was, ik was de eerste. Nog geen voetafdruk of mountainbikespoor te zien. Yes. Alaska op de Veluwe. Ik liep verder, maar niet te ver op mijn snowboots, bovendien is de hond kortharig en het waaide flink, dus een kilometertje of vier was wel genoeg.

Terug bij de auto was er een probleempje dat ik eigenlijk al had gevoeld toen ik parkeerde. Ik had geen enkele grip op gewone banden. De auto ging niet vooruit of achteruit. Ik kon hem zelfs stationair in de versnelling laten draaien en duwen tegelijk, hielp niks. Ik had ook geen zin om hulp van mijn garagehouder te vragen want ik kan niet tegen zijn vernederende lach. Ik moest dus wat anders verzinnen. Ik trok het kleed waar de hond op zit uit de kofferbak en legde het onder de voorwielen. Dat hielp een beetje, maar niet veel. Nu stond ik een halve meter verder vast zonder vooruit of achteruit te kunnen. Na een keer of drie opnieuw het kleed gelegd te hebben stond ik op de weg, maar op een hellinkje. Ik pakte het kleed, gaf gas en tergend langzaam trok de auto zich vooruit. Over een stuk van twee meter deed ik een halve minuut. Toen was ik eruit en kon ik terug naar huis ploegen. Winterbanden, helemaal niet nodig.