Werkgevers

Het gaat weer een klein beetje beter. Tot overmaat van ramp had ik maandag een sollicitatiegesprek. De hele nacht niet geslapen en ik moest me erheen slepen. Dat ene uur moest ik meer energie hebben dan de hele week ervoor. Het lukte, maar ik denk niet dat het iets gaat worden. Kon niet genoeg acteren dat ik de baan graag wilde en bovendien werd ik doorgezaagd over mijn hele cv en kreeg ik parate kennisvragen waarop ik het antwoord schuldig moest blijven.

Toen de vraag kwam wat ik in mijn vrije tijd deed, gaf ik aan dat ik graag schreef. “Ik schrijf op mijn weblog,” verduidelijkte ik. Dat vonden de heren interessant. Een van hen ging al klaar zitten om het adres op te schrijven. “Maar ik ga jullie het adres niet geven,” zei ik. Dat verbaasde hem kennelijk. “Een weblog is toch openbaar?” “Jazeker,” zei ik, “maar ook anoniem,” “en zeker voor werkgevers,” dacht ik erachteraan.

Ik heb ooit eens dit weblog opgepakt en verhuisd omdat ik erachter kwam dat op de computer van mijn baas mijn weblog onder zijn recente bezochte sites stond. Die man had dus ineens kennis over mij waarvan ik niet wilde dat hij die had. Ik zette mijn virtuele dood in scène, en stopte. Maar ik leefde stiekem door, net als Elvis.

Knoop

Het is inmiddels november en ik zit in de put. Angstig, rusteloos, knoop in mijn maag, doodmoe. Toch is het dieptepunt al geweest. Dat hoop ik tenminste. Kon gelukkig terecht bij mijn eigen huisarts die even de tijd voor me nam. Ik denk dat hij precies de goede vragen stelde over hoe het nu komt dat op mijn 52e nog zo loop te klooien. In elk geval had hij vertrouwen in me, wat mij ook weer wat houvast gaf.

Omdat ik moe ben kan ik haast mijn bed niet uitkomen en om vijf uur stop ik ermee. Ik werk thuis omdat naar kantoor gaan nu te belastend is. Ik denk na over mijn ellende. Wat maakt nu dat veranderingen mij zo kunnen ontregelen? Waarom ben ik niet gewoon als mijn opa, werk je hele leven bij de PTT, en doe gewoon wat je moet doen zonder stress.

We keken samen oude afleveringen van Friends. De hele avond. Gordijnen dicht en ik moest lachen. Ik beet Linda toe dat ik wel lachte maar dat ze niet moet denken dat het al over was. Ze had niet anders verwacht. Door het lachen raakte ik de knoop in m’n maag tenminste even kwijt.

Goh, hoe zou het leven zijn zonder angsten? Moet toch een feest zijn als je zo overal op af stapt? Ik raakte aan de praat met een vrouwelijke collega. Het zijn vrijwel altijd vrouwen als ik aan de praat raak. Zij heeft mijn angsten niet. Toch vertelde ze me dat ze elke week bij een psychiater zat. Ik vroeg haar of ze me wilde proberen uit te leggen waarom. Dat deed ze. En ik dacht: goh, dat had ik nu nooit gedacht van haar. De wereld lijkt aan haar voeten te liggen en totaal in de knoop met haar gedachten. Ik stuurde haar ‘s avonds een lange mail. Ik bleek het goed begrepen te hebben. Ja, natuurlijk. Zo ben ik. Ik begrijp een ander precies. Kan alleen mijn eigen sores niet aan.

En zo heeft elk leven zijn eigen pijn. Soms zichtbaar, soms niet.

Oktober

Ik dacht al een paar keer, het gaat goed. Maar oktober is altijd gevaarlijk. En nu is hij bijna voorbij en lijkt het mis te gaan. Ik wil niet somber of negatief zijn, maar ik ben negatief en somber. Op zo’n moment twijfel ik aan alles wat ik kan. Ik vind het lastig om het over depressie te hebben, maar ik zit er tegenaan. Ik ben niet zo leuk dan, en alleen met mezelf bezig. Geen tijd voor anderen.

Het zal wel niet toevallig zijn, maar ik ben al een poosje aan het afbouwen met de medicatie die ik daarvoor heb. Dit in samenwerking met de huisarts. Ik denk dat het project mislukt is. Hoewel, ik heb me altijd al afgevraagd hoe effectief het spul is. Ik hoor sommige mensen die het halleluja vinden, en zich gelijk beter gaan voelen. Zodra ze hun pilletje vergeten zijn ze niet meer in staat tot functioneren. Bij mij is dat niet zo. Er is in elk geval niet zo’n direct verband.

Ik heb hier helaas ervaring mee, en ik geloof niet dat een depressie iets te maken heeft met een stofje in je hersenen, zoals ze wel eens zeggen. Natuurlijk zullen veel mensen de gedachten die ik heb niet toelaten, of er anders mee omgaan, maar mijn hersenen vinden het heerlijk om mij in de luren te leggen. Ze gaan liegen over alles, en ik geloof ze. Ze schetsen mij een slechte toekomst voor, ze laten me al mijn kwaliteiten vergeten, en geven mij vooral het gevoel dat ik niks voorstel. En uiteraard gaan deze dingen niet vanzelf, er zijn altijd aanleidingen. Gebeurtenissen. Waarom die dan altijd in oktober plaatsvinden, is me nog niet duidelijk. Najaarsmoeheid, zeggen sommigen. Ik sliep in elk geval als een roos vannacht.

Een stille strijd

Door schade en schande wijs geworden hark ik elk weekend even de tuin aan en veeg ik het terras. Doe ik dat niet dan heb ik straks een hoeveelheid blad in de tuin die bij lange na niet in de groene container past. Het ziet er best cool uit zo’n aangeharkte tuin en een geveegd terras. Ik mag graag even boven gaan staan kijken naar het verschil tussen de tuin van de buurman en die van mij. Normaal is er een stille strijd gaande tussen hem en mij, waar verder niemand van weet, want als ik het gras maai, gaat hij daarna met zijn elektrische grasmaaier zijn gazon te lijf, en daarna pakt hij nog even de verticuteermachine. Zijn gras ligt beter in de zon, dus ik moet harder werken om mijn gras groener te laten zijn, en daar baal ik van. Maar momenteel heeft hij geen tijd, want er is een baby geboren en ligt er in mijn tuin minder blad.

We moeten straks ook weer het garagedak vegen en de dakgoot schoonmaken. Dat dient ook op een tactisch goed moment te gebeuren. Niet te vroeg, want dan kun je het nog een keer doen, maar ook niet te laat, want anders heeft de buurman zijn kant al gedaan en ben ik een loser. Dat gaat ook niet. In elk geval, nu sta ik voor. En toch irriteert het me dat hij kennelijk ook tijd heeft gevonden om te harken anders zou er veel meer blad in zijn tuin moeten liggen. Misschien moet ik een keer ‘s nachts met de hark in de weer en al mijn bladeren over de schutting kieperen. Of is dat vals spelen? Wel, er is geen officiële wedstrijd gaande en er zijn geen regels afgesproken dus dan kun je ook niet valsspelen.

Hij is vorig jaar ook al het dak op geweest om het mosvrij te maken, de uitslover. Zogenaamd omdat hij zonnepanelen kreeg. En volgens mij heeft hij vogels gedresseerd om mijn mos van het dak te kieperen op mijn zojuist geveegde terras. Want, ik heb nog niet geveegd of er ligt alweer zo’n pluk mos op de grond. En als ik het snel opruim dan ligt er na een halfuur een nieuwe. Terwijl als ik mijn terras een tijdje laat verslonzen en een plukje meer of minder mos niet opvalt, dan sparen de vogels het op en wachten ze tot ik weer geveegd heb. Ja, deze man gaat over lijken.

Tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan

Er liepen een man en een vrouw langs me. Een van tweeën geurde naar rozenbottels. Een moment later was het zomer en zat ik op mijn knieën tussen de botanische rozenstruiken. Ik moest de geur opsnuiven om mij verder terug te brengen. Wat deed ik er ook alweer? Ineens zag ik weer de violetkleurige blaadjes van de rozen, en hoe die struiken geplant stonden in het perkje tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan. Achter de liguster bevond zich dit perkje.

Ik plukte rozenbottels, met aan de onderkant zo’n groen hangend kroontje eraan vast dat je er van af kon trekken, en als je dat goed deed, was de bottel aan de onderkant open en kon je het sap en de zaadjes eruit knijpen. Waarom ik dat deed, dat snapte ik niet precies. Dwangneurose waarschijnlijk. En ik had een potje. Een potje met een deksel met gaatjes erin. In het potje zaten blaadjes, rozenbottels en rupsen. Het barste van de rupsen tussen die struiken. Ik had geen duidelijk doel, tenminste niet dat ik mij herinner, behalve zoveel mogelijk rupsen vangen en later weer vrijlaten. Hoe oud zal ik zijn geweest, een jaar of acht?

Ik liep weer door, het was al herfst. Het was niet koud, maar de vleug van geurende rozenbottels bracht me bijna 45 jaar terug en liet mij daar even struinen in dat zomerse rozenbottelveldje tussen de Beukstraat en de Kastanjelaan.

3e persoon enkelvoud

Ik lees best graag in de archieven van deze blog. Dat komt omdat ik de hoofdpersoon goed ken, en mij goed in hem kan verplaatsen. Hij is een aardige gast, heeft best humor en draagt zorg voor zijn lezers. Hij raakt bij mij de juiste snaar. Omdat ik hem erg goed ken, weet ik bijna hoe hij zich voelde toen hij het schreef. Soms was hij wat onzeker, of zelfs angstig om zijn mening te geven. Hij was wat bang dat u hem zou doorzien, dat u zag wat er werkelijk in hem omging, wat zijn dromen, zijn ideeën en zijn verlangens waren. Maar hij gaf hem toch, omdat hij dat op dat moment belangrijk vond.

Maar als ik het zo lees, nu die onzekerheden zijn weggeëbd doordat er tijd is verstreken en er andere onderwerpen met bijbehorende emoties de revue passeerden, ziet het er eigenlijk helemaal niet zo vreemd uit, wat hij deed. Het is allemaal veel gematigder dan hij destijds dacht, hiervoor word je door geen rechter veroordeeld. Nog niet eens aangeklaagd waarschijnlijk terwijl hij bij zichzelf dacht: guilty as hell. Sommige van zijn blogs zouden zo als column kunnen verschijnen als je het mij vraagt. Maar dat komt wellicht doordat ik hem goed ken, en me goed in hem kan inleven.

Hooligan

Het was dit weekend zes jaar geleden dat ik Hans voor het eerst meenam naar een wedstrijd van PSV. Hij was tien jaar en de kaartjes had ik van hem gehad voor mijn verjaardag. Ik vergeet het nooit meer, want voor de wedstrijd nam ik hem mee de fanstore in waar hij iets zou mogen uitzoeken, maar wat hij niet goed had begrepen dus hij liep vlak achter me aan, de hele winkel door en al vrij snel waren we weer bij de uitgang. Niks had hij gevraagd, terwijl ik zeker wist dat er veel was dat hij wel zou willen hebben. Maar Hans, wil je dan geen shirt of zo? Dat wilde hij wel, en dus kochten we een shirt met achterop de naam van zijn grote held, Luuk de Jong.

De wedstrijd konden we snel vergeten, dat was niet veel, maar de avond was onvergetelijk. En op de kop af zes jaar later is hij weer in het stadion, ditmaal met een vriend, in vak oost tussen de zingende die-hards, Luuk de Jong is nog steeds zijn held, al voetbalt die niet meer bij PSV. De wedstrijd werd na 84 minuten op achterstand gestaan te hebben toch nog met 3-1 gewonnen en Hans kwam ‘s nachts nog even langs op het feestje waar wij ook waren. Het was een uiterst benauwde overwinning geweest, maar wij gaven elkaar een high five op de overwinning en zeiden tegen elkaar zoals we altijd doen na een gewonnen wedstrijd: easy win!

Donderdag gaat hij alweer. Het hooliganisme begint bezit van hem te nemen. Dit heb ik gestart. Er is geen weg meer terug. Maar de band tussen hem en mij kon slechter.

Chansons

Misschien hebben jullie ook het programma “Chansons” gezien. Een programma over het Franse Chanson, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, die van de Snollebollekes. Nu heb ik zelden zoiets ergs als de Snollebollekes gezien, maar door het programma “De Slimste Mens” wist ik al dat Rob Kemps zelfspot had, en door het winnen ervan wist ik ook al dat hij anders was dan zijn collega´s van het programma “De biele zangers.”

Rob Kemps wist werkelijk alles over Parijs en het Franse chanson. Kon zelfs de teksten meezingen. Zijn gepassioneerde manier van praten en zijn chemie met Matthijs deden de rest. Ik ben zelf ook wel gek op het Franse chanson, en ken er ook behoorlijk wat, maar in feite is een chanson niks anders dan een liedje in het Frans. Wel een liedje waar de zanger(es) enigszins zijn best in heeft gedaan om een gevoel over te brengen, of dat nu liefde, vrolijkheid of melancholie is.

Kemps en Van Nieuwkerk bezochten plekken waar chansonniers gewoond hebben, interviewden er een paar, bezochten hun laatste rustplaats. (Père-Lachaise) Kemps heeft een aantal maanden in Parijs gewoond, alleen met de bedoeling om meer te weten te komen over het chanson en Parijs. Ik vond het een mooie serie met af en toe een ergernis.

Wat me brengt naar wat ik eigenlijk wilde zeggen, wij hebben in Nederland natuurlijk onze eigen chansonniers. Ze zingen alleen Nederlands, maar dat is het enige verschil. Ik noem een Rob de Nijs, een Frank Boeijen, een Connie Vandenbos, een Henk Wijngaard en de grote meester Benny Neyman. Laatst was ik op bezoek bij een buurman, die mij vertelde dat vóór dat hij er woonde, zijn huis bewoond werd door Ronnie Tober. Dat ik dat toch mocht meemaken. Ik stond in de huiskamer waar de grote Ronnie Tober had gewoond. Eerbiedig boog ik mijn hoofd.

Brood en spelen

Ondanks dat Facebook ook leuke kanten heeft, is het mij sinds een tijdje wel duidelijk dat er meer achter zit dan wat Zuckerberg ooit bedacht, een platform om virtuele vriendschappen te onderhouden. In het begin volgde het die bedoeling nog wel en had je elkaar nog wel eens wat te vertellen, maar ik zie werkelijk nooit meer iemand zeggen: “lekker met m’n mannetje op de bank hangen.”

Niet dat ik daarnaar terugverlang, maar FB lijkt een andere functie gekregen te hebben, namelijk een plek waar boze mensen massaal gehoord kunnen worden. Er worden door bepaalde sites wat berichten geplaatst waarvan je op je vingers kunt natellen dat men er los op zal gaan. Iedereen duikelt over elkaar heen om het slechtste in zichzelf wat zojuist naar boven kwam, onder het bericht te delen. Zo is de rechtsstaat er alleen voor degenen die zonder zonden zijn, en eventueel ook voor criminelen die een goede misdaad hebben begaan, zoals het vermoorden van een andere crimineel. Maar dat geldt niet voor degenen die een misdaad hebben begaan die in de ogen van de verongelijkte burger niet door de beugel kon. Dan is het ophangen, vierendelen, radbraken. Je begrijpt ineens dat een openbare terechtstelling in de middeleeuwen veel bekijks trok.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er opzet in het spel is. Dat hogere machten ons dit vermaak geven zonder dat we het door hebben. We krijgen onze dagelijkse portie opruiende berichten en kunnen ons opgespaarde gal spuwen. De miskende, hardwerkende burger, die niet heeft bereikt wat hij had gehoopt, kan zich weer even laven aan een gemanipuleerd bericht, en duidelijk maken aan de goegemeente dat het een vergissing was dat hij of zij niet is aangesteld als baas van dit land. Zodat deze zich weer nuttig voelt en er weer een dagje werk kan verzetten in plaats van neerslachtig te worden, of erger.

Het kan natuurlijk ook gewoon om de clicks gaan, voor de reclame-inkomsten. Maar ook dan blijft het een complot.

One man went to mow

Ik werd getipt over het programma “Wheelers dealers” waar ze bezig waren met een oude Alfa Romeo 164 3.0 V6 uit 1991. Ik zie het programma niet zo vaak, simpelweg omdat ik er niet aan denk. De presentator gaat op zoek naar een goedkope oude auto, schat in wat een goede prijs is en samen met zijn monteur proberen ze hem weer in goede staat te krijgen voor weinig geld. De monteur is meestal de klos, want die moet meestal de motor eruit halen en vele onderdelen vervangen. In dit geval was er olielekkage, de remmen waren slecht, de stuurbekrachtiging deed het niet goed, maar met 36 manuren en $1500 aan reparatiekosten verkochten ze de auto met winst, even afgezien van de manuren.

Automonteurs inspireren mij vaak, en zeker degenen die weten waar ze het over hebben. Deze haalde de motor eruit, verving alle riemen, de waterpomp, de koppelingsplaat, en alles met het grootste gemak. Van die prachtige momentsleutels hebben ze, elk stuk gereedschap dat ze nodig hebben is er, en heel specialistisch werk wordt uitbesteed. Als ik het allemaal over mocht doen zou ik automonteur worden.

Nu had ik toevallig een grasmaaier waarvan één wiel zwaar liep. Geïnspireerd door de automonteur ging ik aan de slag en schroefde het ding uit elkaar. Ik begon voortvarend, maar in tegenstelling tot de monteur wist ik niet precies waar de schroeven en bouten voor dienden, dus drie schroeven en een paar bouten verder zat het wiel nog net zo vast als eerst. Uiteindelijk kwam ik er na heel lang hard draaien aan een plastic afdekkapje achter dat het afdekkapje eraf gewipt kon worden. Toen zag ik een bout zitten die moest dienen voor het loshalen van het wiel. Hoezee.

Met mijn leesbril op zag ik dat de bout geen bout was, ik kreeg er tenminste geen grip op met een sleutel. Het was gewoon een ronde as, en het wiel werd erop gehouden met een ijzeren borgdingetje, waar vast wel een woord voor is. Dat dingetje kwam er eerst niet af, maar iets later lukte het toch. Toen kwam het wiel eraf. Ik verwachtte dat het vol gras zou zitten en dat het daarom zwaar liep, maar nee. Een plastic binnenwerk, met smeer erin, dat ik eerst wilde schoonmaken maar later bedacht dat ze bij “Wheelers Dealers” het vet verwijderen, en daarna schoon vet toevoegen. Omdat ik geen vet had, ik ben immers geen monteur, liet ik het zitten. Ik spoot wat wd-40 in kieren en na verloop van tijd draaide het wiel weer een stuk soepeler. Als laatste moest ik het wiel weer terugzetten, en het borgdingetje weer terugzetten. Dat paste natuurlijk net niet. Logisch, want anders zou het niet houden. Een kwartier heeft het me gekost, toen lukte me om het borgdingetje weer op zijn plek te krijgen, het wiel er weer op te zetten, het plastic afdekkapje er weer op te hengsten, en de nutteloos losgedraaide bouten en schroeven weer vast te draaien. De grasmaaier deed het weer. Een staaltje oer-Hollands vakmanschap wat ik daar leverde. Zo voelde het tenminste. Waarschijnlijk als ik niks had losgehaald en gelijk met de olie aan de gang was gegaan, had het ook gewerkt. Maar ja, dan heb je geen verhaal.