Vrije dag

Na een dagje fijn gewerkt te hebben, kwam ik er om half zes achter dat ik een vrije dag had vandaag. Die is afgeschreven van mijn saldo. Dit gebeurt niet veel mensen, gok ik zo. De meesten hebben dat wel in de smiezen. Vroeger gaf ik nog minder om vrije dagen, ik ergerde me vaak aan mensen die hun leven bouwden om hun vrije dagen. Die kwamen in het begin van het jaar al hun tactische vrije dagen opgeven, wisten precies wanneer Hemelvaart viel, zodat ze de vrijdag erna vrij hadden. Of van die gasten die twee uurtjes overwerkten als ze er vier voor terugkregen. En dan zoveel spaarden dat ze de hele maand december met vakantie waren en daar uitgebreid over uitweidden. Ik vond het niks. Tegenwoordig vind ik een vrije dag ook wel fijn, maar dan moet je hem niet vergeten natuurlijk.

Even over dat schilderij van Rembrandt waar de overheid 150 miljoen voor uittrekt. De Vaandeldrager. Mij maakt dat weinig uit hoor, als de overheid het betaalt hoef ik het niet te doen. Natuurlijk zijn er geluiden van mensen die het belachelijk vinden, en daar valt wat voor te zeggen. Maar er zijn ook mensen die het ontzettend belangrijk vinden dat zo’n schilderij naar Nederland komt, en daar valt ook wat voor te zeggen. Maar heel veel structureels kun je er niet mee, met 150 miljoen. Als ik een voorzichtige berekening maak wat het zou kosten om alle pensioenen jaarlijks te indexeren, dan denk ik dat je met twee miljard per jaar een eind komt. Daar zou je pas echt iets aan hebben. Het klinkt veel, en voor de overheid is het dat ook. Maar voor het bedrijfsleven is het een schijntje. Die zouden dat makkelijk kunnen ophoesten.

Maar ja, dan kom je aan het geld van de aandeelhouders, en dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Of aan de erg zinvolle zakenreizen die ze een paar keer per jaar organiseren. Laat staan de wekelijkse restaurantbezoekjes met uiterst belangrijke klanten. Nee, dat kunnen we ze niet aan doen. Bovendien zouden ze dan moeten gaan werken om aan die 60 uur per week te komen, waar ze het altijd over hebben. Dat is onmenselijk. Dan maar liever de gepensioneerden op een houtje laten bijten. “Ja, sorry mensen, het is eenmaal onbetaalbaar,” zeggen ze dan. “Misschien als meer werknemers bereid zijn om op hun vrije dag te gaan werken, dat het dan lukt. Maar bij ons zit echt geen ruimte meer.”

Foto’s

Ik kreeg via mijn moeder twee fotoalbums in handen. Foto’s uit mijn jeugd. Ik was bepaald niet fotogeniek met uitzondering van de eerste tien jaar van mijn leven. Maar er zaten mooie foto’s bij. Eentje van mij met mijn opa (1901) van moeders kant. Hij was daar al 70, en rookte een sigaar. Ik kan nog zijn wang voelen als ik hem kuste, een schurende wang, maar als kind voelde dat niet raar. In tegenstelling tot mijn andere opa liet deze zich door mij kussen. Ik liet de foto aan Tammar zien, die zei gelijk dat hij er wel heel erg lief uitzag.

Verder kwam ik een foto tegen van mij en mijn vader. Hij leek wel een Franse filmster. Dat vind ik tenminste. Ik heb er mijn profielfoto op Facebook van gemaakt. Wist hij veel dat dat ooit zou kunnen. Hij is hier een jaar of 28 aangezien ik drie ben.

En verder een klassenfoto, vijf havo, een lastige tijd. Kakkers, ruitjesbroeken, college-schoenen. Ik sta ergens in het midden verscholen, maar als ik goed kijk zie ik een meisje dat haar handen op mijn schouders heeft. Carmen heette ze. Van de meesten heb ik de naam niet onthouden. Aan de zijkant staat een jongen die ik me helemaal niet herinner. Hij staat niet strak tegen de ander aan, maar bijna los van de groep. Ik kan zien dat hij geboren is met schisis. Ik upload de foto op schoolbank.nl , waar 10 jaar geleden voor het laatst een bezoeker werd gesignaleerd. Ik begin met het taggen van de namen die ik me nog wel herinner. Een stuk of acht. Nog best een priegelwerk. Opeens zie ik dat de jongen links is weggevallen op de foto. Dit kan niet. Hij ziet er al wat buitengesloten uit, straks zoekt hij door schoolbank, herkent misschien de foto en ziet dat hij eraf gelaten is! Nee, dat kan echt niet. Jammer van het priegelwerk maar ik upload de foto opnieuw, deze keer met hem erbij, en begin opnieuw met de namen toe te voegen die ik weet. Geen geschiedvervalsing hier.

Winterbandenwappie

Op een af andere manier associëren mensen mij met winterbanden. Er gaat nu een tekst rond over winterbanden, geheel geschreven in de stijl van wappies met Corona, over dat winterbanden onzin zouden zijn. Die tekst heb ik nu al drie keer toegezonden gekregen. Sneeuw zou niet echt zijn maar uitgevonden door winterbandenfabrikanten, de overheid zou ons kunnen volgen, dat soort grappen. Kennelijk word ik gezien als een winterbandenwappie. Terwijl ik dacht dat ik me toch gebaseerd had op conclusies van testen uitgevoerd door autobladen en de ANWB. Nee joh, doe niet zo mal! Waarom zouden ze naar jou wel luisteren? Als jij wijs begint te lullen horen ze je niet eens en dichten ze je allerlei uitspraken toe die je nooit hebt gedaan. Ze trekken het in het belachelijke. Ze vinden je belachelijk en dit was hun kans om het je te vertellen.

Het zette me aan het denken. Ik heb het vaker ervaren, dat ik bepaalde kennis had opgedaan, of opgedaan dacht te hebben, maar als dat indruist tegen wat anderen uitkomt, dan maken ze je liever belachelijk, dat is makkelijker en je hoeft niet op de argumenten in te gaan. Op zich heel menselijk want zo doen we dat al eeuwen. Ik heb ook altijd discussies op mijn werk met mensen die denken dat hun vakantiegeld en overuren zwaarder belast worden. Tot en met boekhouders aan toe. Nee. Is niet zo. Maar tegenwoordig zeg ik: “ja, klopt. Niet uit laten betalen hoor! Ze naaien je!”

Van die perioden…

Met dochterlief heb ik wel wat te stellen. Wiskunde, elke avond, en elke avond maakt ze weer dezelfde fout ten teken dat ze het niet begrepen heeft. Als ik haar wijs op het feit dat we gisteren precies hetzelfde hadden, wordt ze recalcitrant. “Ja, maar dat verandert niks aan het feit dat ik het nu niet snap,” zegt ze dan. Terwijl ik vind dat ze wat dieper in haar geheugen moet graven om het probleem te zien. Laatst was ze haar rekenmachine kwijt. Haar passer. Haar potlood. Gisteren nog had ze een potlood, vandaag was het weg. “Ik denk dat het op school ligt,” zegt ze dan. Ik word dan boos omdat ze gewoon niks mag verliezen. “Ik verloor vroeger nooit dingen,” zei ik. “Ja, vroeger was alles beter, Jack,” zegt ze dan. Het irriteert me dat ze haar spullen niet op orde heeft.

“Oh ja, en kun je even naar mijn fiets kijken? De ketting ligt eraf en het dashboard is kapot.” Ik vrees dat dit aan ons ligt, want Hans had dezelfde soort opmerkingen. Zijn hele voorband lag aan flarden en dan vroeg hij of ik even kon kijken wat het mandje voorop rammelde nogal. Ik was de keuken aan het opruimen en maakte een sopje. “Je was zeker weer met vriendinnen allerlei dingen op je fiets aan het doen, dat hij kapot is?” Dan is ze nog verontwaardigd dat je dat veronderstelt ook. “Nou leg eens uit,” vroeg ik, en we liepen vanuit de keuken naar de garage. Haar ketting lag er helemaal niet af, en het dashboard was de kettingkast, die was inderdaad kapot. Die moest naar de fietsenmaker.

We liepen terug naar de keuken en de hele vloer was overstroomd. Ik had de kraan laten lopen voor mijn sopje, en de gaatjes die bedoeld zijn om een overstroming tegen te gaan, waren kennelijk te klein. Het water gutste over het aanrecht op de vloer. Nondejuu. Ik gaf Tammar de schuld, want, zo redeneer ik, als ze haar fiets niet kapot had gemaakt, dan had ik de kraan op tijd uitgezet. Oorzaak en gevolg, causaal verband. Daar was ze het dan niet mee eens. Ik had de kraan niet uitgezet, dat was de oorzaak van het gevolg. Nou ja. Ik had toch al niks te doen, nu Linda door haar rug is.

Charisma

De laatste tijd kijk ik op YouTube vaak naar interviews van een Britse professor genaamd Brian Cox. Hij is van mijn leeftijd, ziet er niet uit als een professor, tenminste als je het beeld van Barabas voor je ziet. Brian Cox is natuurkundige die veel van het heelal afweet. Afgezien van mijn interesse in het heelal boeit Brian Cox ook door zijn charisma en door zijn bescheidenheid. We don’t know, zegt hij vaak, doelend op de vele mysteries die er nog zijn.

Vanavond was er op televisie een arts microbioloog met ook een dergelijk charisma. Ik luisterde geboeid. Ik bedacht ineens hoe belangrijk charisma eigenlijk is, tenminste als je een boodschap moet overbrengen. En dat eigenlijk maar weinig mensen iets dergelijks bezitten, die desondanks toch belangrijke boodschappen proberen over te brengen. Hugo en Mark bijvoorbeeld, wie luistert daar nog naar? Zijn ze ook nog zo stom om hun boodschap al te lekken zodat het wat minder hard aankomt op het moment dat zij er mee komen. Het gevolg is eerder dat niemand ze nog serieus neemt.

Ik geloof niet dat charisma aan te leren is. Ik heb het ook bij hele jonge mensen gezien dus het is ook geen kwestie van leeftijd of ervaring. Het is een manier van naar de wereld kijken, van naar jezelf kijken, onbevreesd maar niet overmoedig. Zelfverzekerd met geaccepteerde tekortkomingen. Het is een nauwelijks waarneembare glimlach die je altijd bij je draagt. Het is een oeverloos vertrouwen in de goede afloop.

Only love

Op radio 5 is momenteel de top 1000 bezig. Een welkome top tussen de toppen met net iets andere muziek dan de top 2000. Er is wel overloop, maar je hoort er veel nummers die je niet vaak meer hoort. “Misschien wordt het morgen beter, maar het wordt toch nooit goed,” van Cornelis Vreeswijk bijvoorbeeld. Geen topper, maar als je hem zelden hoort, word je er toch blij van.

Vandaag hoorde ik Only Love van Nana Mouskouri. Mijn gedachten vlogen terug naar 1985, toen het een hit was. Het was destijds de titelsong van een serie die ik me niet meer kan herinneren. Mistral’s Daughter heette het, maar ik heb geen idee waar dat over ging. Als je het mij vraagt over een schilder. Ik vond het destijds ook al een prachtig nummer, maar dat kon je niet toegeven op die leeftijd, Nana Mouskouri was belachelijk. Dat vond tenminste mijn buurjongen. Maar dat was ze niet. Ze zong een prachtig lied waar wij thuis blij van werden. Misschien wel omdat mijn moeder haar ellende even kon vergeten als het klonk.

Toen ik het vanmiddag hoorde bracht het zelfs mijn gevoel van die tijd terug. Of dat klopte weet ik niet, want ik voelde me gelukkig, terwijl het een moeilijke tijd was. Havo 4, ik was er niet thuis, en toch verlangde ik er even naar terug. De wiskundeleraar was ook gek op het nummer. “Only luv,” zei hij dan. Die en “Is that all there is” van Peggy Lee waren zijn favorieten. Het laatste nummer kende ik destijds niet, en kon ik ook niet zomaar opzoeken. Toen ik het later eens hoorde, vond ik het een beetje tegenvallen. Zo niet Nana. Only love can make a memory. Misschien is dat wel waar.

Only love, can make a memory, only love can make a moment last

Gedachten aan de haal.

Het ging wat beter dit weekend, ik had niet meer die knoop al is het oppassen. Ik lag net in mijn eentje op de bank een programma te kijken over jonge succesvolle mensen. En niet succesvol in de zin van dat ze veel geld verdienen, want vaak bevestigen die het idee dat ik al had: blijf uit hun buurt. Nee, dit waren studenten die iets nuttigs deden. Klimaatverbeteraars. Ik voelde me gelijk weer minder goed. Waarom heb ik de wereld niet verbeterd? Waarom ben ik niet gaan studeren en heb ik niet gewerkt aan een belangrijk project? Het enige dat ik gedaan heb is meewerken aan de winsten van de aandeelhouders. Totaal betekenisloos werkte ik aan de maandcijfers, zodat de aandeelhouders konden zien wat ze allang vermoedden, namelijk dat ze weer winst hadden gemaakt.

Ziet u waar het misgaat in mijn hoofd? Ik zie het zelf wel. Ik kan er alleen niks aan doen. Zo gaat dat denk ik met depressiviteit. Je oordeelt onredelijk hard over jezelf en komt dan altijd tot de conclusie dat je niets voorstelt. Nu moet iemand mij van dat idee gaan afhelpen. Wat een hele opgave gaat worden. Zoals Youp van ‘t Hek ooit vertelde dat hij het knap vond van Emile Ratelband om een zaal vol boerenlullen met een hondenkop te laten zeggen: “ik ben geen boerenlul, ik heb geen hondenkop!”

Een last van mijn schouders

Ik kwam een vrouw tegen in het bos die ik al bijna veertig jaar ken. Ik ken haar niet heel goed, maar ze woont al die tijd in de wijk waar ik woonde en wederom woon. Soms kwam ik haar tegen bij gezamenlijke kennissen en ook waren we een tijdje lid van dezelfde badmintonclub. Haar zoon heeft de mijne keeperstraining gegeven en zo loop je elkaar af en toe tegen het lijf.

Ik zwaaide naar haar en ze zwaaide terug. Toen ik dichterbij was zei ze dat ze me aan mijn houding al herkende. Ik vroeg of ik soms raar liep, maar nee, dat maakte ik er zelf van. (Ik benader het graag van de negatieve kant, bovendien werd er vroeger altijd gezegd dat ik rechtop moest lopen.) Ze zei juist dat ik zo rechtop liep en dat dat haar opviel, omdat ze het een mooie houding vond. Ik zei haar dat me dat verbaasde omdat ik vroeger vaak te horen kreeg dat ik mijn schouders naar voren had hangen. Ze beaamde dat ik dat vroeger deed. Maar nu liep ik mooi en dat moest ik zo houden. Toevallig drie weken terug was ik ook aan de praat met haar en noemde ik mijn leeftijd. Ze dacht dat ik jonger was. Deze vrouw is scheutig met complimenten. Mocht u een compliment willen, zal ik haar langs sturen.

In elk geval, ze komt me tegen op een moment dat ik de wereld nog lang niet aan kan, maar dit vertelt ze me wel. Ik loop rechtop. Er is kennelijk een last van mijn schouders gevallen in de loop der tijd.

Rode baret

We keken een informatiefilm over de luchtmobiele brigade. Hans denkt er sterk over om die opleiding te gaan volgen. Geen kinderachtige jongens. Hij herkende al veel vanuit zijn huidige opleiding zoals opdrukken, voorligsteun, hardlopen en overal maar weinig tijd voor krijgen. Warempel als ik hem zie is hij al een hele vent en het zal niet lang meer duren eer ik het onderspit delf.

Momenteel daag ik hem niet uit, mijn geestelijke toestand laat dat niet toe en ik ben al moe als ik eraan denk met hem te moeten stoeien. Als ik de jongens in die opleiding bezig zie snap ik niet waar ze de energie en het doorzettingsvermogen vandaan halen. De mijne zijn op. Toch was ik ook altijd bezig met kracht en uithoudingsvermogen. Tot niet zo heel lang geleden deed ik ook nog aan opdrukken voor ik naar bed ging. Wilde ik vroeger graag enigszins gespierd zijn, nu wil ik alleen nog op gewicht zijn. Voor de rest wil ik vooral rust.

De jongens van de luchtmobiele brigade sprongen in vrachtwagens en werden God mag weten waar naartoe gebracht met hun zware tassen, de instructeurs staan ‘s ochtends op de deuren te bonken en roepen “reveille!” Wat doe je jezelf aan? Elke keer zeg ik tegen hem, “Hans, het is nog niet te laat voor Havo met Frans.” Het zal de leeftijd zijn…

Herstellende

Mijn toestand is er een van rust, gelatenheid. Mijn gevoel lijkt weg, maar niet mijn humor. Nog steeds zie ik razendsnel een grap die ik kan maken, maar ik doe het niet. Ik voel geen vreugde, maar ook geen ellende of angst. In mij is een bom afgegaan en nu ben ik herstellende. Ik ben ver weg van waar het gebeurde en herstel nu rustig ergens in een blokhut ver van de bewoonde wereld. Het is vredig, en ik heb de wapens opgeborgen. Het innerlijke vuur is slechts een waakvlam.

Ik moest snel in een call, ik was het vergeten. Ik had nog een paar minuten. Ik typte op teams aan mijn collega, “ik haal snel koffie en ik moet nog naar de wc.” Ik wilde eigenlijk zeggen, “ik moet nog pissen,” want zo zeg je dat tegen je collega waar je dagelijks mee omgaat. Maar ik zei: “naar de wc”, want pissen zeg je alleen als je onverschrokken bent, als je je de baas voelt over de situatie. In mijn geval zou je zelfs van overmoedig kunnen spreken, want pissen past eigenlijk niet bij me.

Over een tijdje, dan ben ik weer terug, stresslevel weer naar het oude normaal, maak ik weer grapjes, en ben ik soms overmoedig. Maar welke van de twee ben ik nu echt? De normale die soms overmoedig wordt en pissen zegt, of degene die ik nu ben, die zich bewust is van het hellende vlak en zijn grapjes achterhoudt? Die laatste voelt ook wel goed. Maar die is tijdelijk. Die wil straks weer meer.