Zo gaat het voorbij.

oma“Ik hou van jullie, zullen jullie dat nooit vergeten?” Dat zei mijn oma afgelopen maandag toen ik haar voor het laatst in levende lijve zag. Vandaag overleed ze op de hoge leeftijd van 95. Ik heb 43 jaar deze oma gehad, en heb veel herinneringen aan haar. Ze werd mijn oma toen ze 52 was, ik was haar oudste kleinzoon, iets dat ze vrijwel altijd zei als ik bij haar was. Opa en oma kwamen om de week naar Drunen, en wij gingen om de week naar Utrecht en altijd was het voor haar kleinkinderen een feest. Ik logeerde regelmatig bij hen en leerde daar dat de kleine dingen er toe deden. Ze hadden een opklapbed met lakens en dekens en daar sliep je als een roos. Voor de deur stopte de bus zodat je vanuit je bed het stadse geluid hoorde van ronkende dieselmotoren. Elke dag om half acht stonden ze op en elke morgen ging opa brood halen bij de bakker op de hoek. De tafel werd gedekt met een plastic tafelkleed en er stond grof volkoren op tafel. Thee met veel melk in ouderwetse theeglazen. De afwas werd drie keer per dag met de hand gedaan, en ik hielp afdrogen. Ik voetbalde op het veld voor hun huis, en ik liep altijd alle vissers langs die aan de singel zaten te vissen. De nieuwbouwwijk Lunetten was in aanbouw en met mijn opa ging ik een stukje lopen op de bouw. Soms gingen we met de bus naar Hoog Catherijne. We speelden monopolie en om half vijf kwam mijn jongste oom, die nog thuis woonde, uit zijn werk. ’s Avonds keken we televisie en ik hield het er met gemak een week uit.

Veel zomervakanties gingen mijn opa en oma mee met ons, voor vier weken naar Zuid Frankrijk. Om beurten mochten we dan achterin de Ford Taunus bij opa en oma. Uren praatten we dan over wat we onderweg zagen. Dat hielden we vol tot mijn vader, hun zoon, overleed in 1985. Een jaar of 11 geleden verhuisden ze van Utrecht naar Odijk. Mijn opa en oma waren even oud, er zat een week tussen. Mijn opa werd 91 en oma bleef alleen achter. Nog twee jaar heeft ze in Odijk gewoond, en altijd vreesde ze dat ze naar een verzorgingshuis moest, wat uiteindelijk ook gebeurde, twee jaar geleden. Nu is ze er niet meer en is een heel rijk leven voltooid. Een leven dat begon in 1917 in Utrecht en eindigde in Bunnik 2013. Ze had vijf kinderen, 12 kleinkinderen en vele achterkleinkinderen. Tijdens het 65 jarige huwelijksfeest van opa en oma pakte ze de microfoon en noemde ze de naam van mijn vader, dat die vooral niet vergeten mocht worden.

Zo is het leven, zo gaat het voorbij in een vloek en een zucht. Voordat we het weten zijn we er niet meer. God hebbe haar ziel.

Soms….

Mijn oma (95) zal er waarschijnlijk niet lang meer zijn. Als je 95 bent is dat sowieso het geval, maar ik bedoel nu dat het waarschijnlijk hooguit nog twee weken duurt. Ze heeft een lichte beroerte gehad en heeft lichte uitvalverschijnselen. Begrijpen doe ik het leven niet helemaal. Ik heb er vrede mee dat ze doodgaat, want op je 95e is het wel een keer genoeg, maar ik ben wel verbaasd over hoe alles gaat. Met mijn tante die alles regelt heb ik geen contact meer sinds ze mij twee streken leverde, dus snappen we dingen niet helemaal. Er wordt nu alleen nog palliatieve zorg verleend, maar ik vraag me af of mijn oma dat in de gaten heeft. Ze krijgt geen medicijnen meer voor haar hart, en zelf zegt ze niet te weten waarom. Ze heeft ooit een euthanasieverklaring getekend, voor als ze zelf niet meer in staat zou zijn om keuzes te maken, maar leer mij mijn oma kennen, daar bedoelde ze mee wanneer ze het niet meer zou beseffen. Haar korte termijn geheugen is slecht, maar vanavond vertelde ze nog een verhaal over de oorlog dat precies klopte met hoe ze het altijd vertelde. Ze weet nog wie Linda is en ze weet dat mijn tante vannacht bij haar is gebleven. Ze weet op welke datum ik jarig ben.

Ik wil niet de indruk wekken dat mijn tante haar tegen haar wil aan het euthanaseren is, maar toen ik het vanavond vroeg dacht oma dat ze nog wel kon opknappen en gaf ze aan dat ze nog wel bij ons wilde blijven. Maar als ze wil opknappen zal ze toch vocht en voedingsstoffen toegediend moeten krijgen, en is het niet handig dat haar medicijnen gestopt zijn. Er zijn meer kinderen van haar bij betrokken, en die hebben de informatie uit eerste hand, en zullen dus wel weten wat ze doen. De zusters vond ik overigens krengen die mijn oma betuttelend toespraken zolang wij er niet bij waren, want dat hoorden we op de gang. Van de zuster moesten wij weg omdat oma haar rust nodig had als ze wilde herstellen, maar oma wilde dat we bleven. Ik vroeg waarom ze haar rust wél nodig had maar geen drinken als ze wilde herstellen, maar dat kapte ze af met dat dat onze keus was.

Navraag leerde dat de dokter gezegd had dat ze niet meer zou herstellen, maar de zuster was het daar kennelijk niet mee eens, en had wel meer mensen zien herstellen uit die toestand. Onduidelijk allemaal. Wat ik wel uiterst irritant vond was dat mijn oma steeds aangaf dat ze een droge mond had. Ik heb haar een keer of tien een slokje (niet aangedikte jus d’orange) laten drinken, wat niet mocht vanwege verstikkingsgevaar. Maar dat ging prima, ze verslikte zich niet. Maar zelf kan ze het drinken niet pakken en ze ligt dus uren zonder vocht. Nu komt er wel veel familie langs, maar zoals mijn vader helaas in zijn afscheidsbrief aan mij schreef, vond hij het een slappe-zakkenfamilie. Hij bedoelde daarmee dat er niemand voor ons (de nabestaanden destijds) zou opkomen. Nu, bijna dertig jaar daarna gaat zijn moeder dood, en lijkt het erop dat ze haar laten uitdrogen. Ik hou een slag om de arm en misschien is dit een hele normale en niet onnodig lijden veroorzakende behandeling, maar ik vind het toch wel erg dat als je te oud en te zwak bent om voor jezelf op te komen, dat ze je dan gewoon een bekertje met een rietje naast je bed zetten, maar niemand het je aanreikt. Ik snap sowieso niet dat je uren alleen ligt in de laatste dagen van je leven.

Zwerfvuil

Ik gooi er nog maar een soortgelijk ellendig logje als het vorige tegenaan. Ook oud nieuws over de verhuftering maar als je het verhaal uit de eerste hand hoort, zakt plaatsvervangend je broek af en vraag je je af in wat voor vreemde maatschappij we leven. Een docente ziet zichzelf haar pensioen niet halen in deze functie, terwijl ze vijf jaar geleden daar nog positiever over dacht. Maar haar gezag wordt aan alle kanten ondermijnd, dus wat moet je dan nog? Het gaat over de regel dat er geen mobieltjes in de klas worden getolereerd, en mobieltjes zijn tegenwoordig na het hart het belangrijkste orgaan van de mens. De meeste leerlingen leveren hem voor de les nog gewoon in, maar een toenemend aantal maakt stennis. Als de docente er iets van zegt en het kind niet toelaat tot de klas, staat een uurtje later de vader onaangekondigd en op hoge poten voor de deur om verhaal te halen. Hoe ze het in haar hoofd haalt om zijn zoon geen les te geven? De zaak escaleert en komt tot bij de manager van de docente. Die ondermijnt het gezag om zelf van het probleem af te zijn en staat een uitzondering toe. Het kind moet terug in de les, met mobieltje, het provoceert de docente en voelt zich een hele bink. Het is één schrijnend voorbeeld van een stuk of drie agressie verhalen die ik vandaag van haar hoorde.

Het begint bij de vader die zijn zoon vergat op te voeden. De zoon is een egoïstisch stuk ellende, maar de manager spant toch wel de kroon. De leerling is klant, en negatieve publiciteit moet te allen tijde voorkomen worden. Ondertussen wordt de docente op Facebook te kakken gezet door een clubje verwekkers, want ouders kun je ze toch met goed fatsoen niet meer noemen. Misschien bent u wel net zo verontwaardigd als ik, en snapt u ook niet waarom het jong niet in zijn kladden wordt gegrepen en met een lange zwieper als een bowlingbal over de hal wordt gegooid? Dat schijnt niet te mogen.

Waar dit heen moet, ik weet het niet. Er is iets fundamenteel fout, en iedereen snapt wat dat is. Het is als een stokslag die afgeweerd wordt met het gezicht, in plaats van de aanvaller te blokken bij zijn onderarm. Het erge is, dat dit niet een op zichzelf staand voorval is. Waarom treedt niemand op tegen kind, vader en manager? Het is kennelijk zover gekomen, dus moet het ook weer opgelost worden. Ik zie wel manieren, maar dat vergt moed, beleid, trouw en verstand, maar er mag ook weer niet te lang over worden nagedacht, omdat het woekert. Zwerfvuil, werd het genoemd door Ximaar. Dat moet je opruimen voordat het meer wordt.

Tegenlicht en de belastingparadijzen

Ik weet niet wat er daarnet met me gebeurde toen ik Tegenlicht zat te kijken, maar het was alsof er een deel van de wereld instortte. Iets wat ik altijd liever ontkend heb werd weinig verhullend de huiskamer in geramd, kan ik wel zeggen. Het ging over de belastingontwijking van grote multinationals. Ik heb mijzelf altijd voor gehouden dat de mens van nature goed is, en dat er een klein deel slecht is. Er schijnt een groep van 10 miljoen mensen te zijn die alleen geïnteresseerd is in eigen rijkdom. Ongelukkigerwijs zitten deze mensen aan de top van de economische ladder en hebben de touwtjes van de wereld in handen. Er worden belastingconstructies bedacht die zo moeilijk te doorgronden zijn, dat ze legaal lijken, maar dat in feite niet zijn. Schokkend vond ik dat Nederland een belangrijke schakel is in de constructie zodat veel Amerikaanse bedrijven zich hier vestigen, tenminste fiscaal, en met de Nederlandse belastingdienst handjeklap doen. Die belastingdienst die achter de inkomsten van de gewone burger aanzit en hem in de gevangenis zet als hij de boel bedriegt. Nu is het laatste wat ik wil doen de gewone burger aanmoedigen om de belasting te ontduiken, maar feit is wel dat als de grote multinationals een normaal tarief zouden betalen, de gewone burger helemaal de noodzaak niet zou voelen om de belasting te ontduiken.

Het was werkelijk schandalig wat ik zag. Ontwikkelingslanden geven bedrijven die zich daar vestigen een belastingvrijstelling van tien jaar, om multinationals te lokken en om ze de tijd te geven zich te vestigen, daarna moeten ze belasting gaan betalen. Nadat de multinational het land heeft uitgebuit, de grondstoffen uit de grond heeft getrokken en de tien jaar heeft laten verstrijken, verdwijnen ze weer en doen hetzelfde kunstje in een ander land. In Nederland hebben we daar de zogenaamde conserverende aanslag voor uitgevonden om zoiets tegen te gaan, maar het gaat even om het principe. Bedrijven zetten de prachtigste verhalen op hun website over wat ze allemaal wel niet doen voor de wereld, maar bijvoorbeeld Apple betaalt slechts 1,9% belasting over wat ze in het buitenland verdiend hebben, een slordige 10 miljard per jaar. De belastingparadijzen worden in stand gehouden door accountants, banken en advocaten, en de miljardairs die hun belasting ontwijken leven als criminelen, en zijn dagelijks bezig hun sporen uit te wissen.

Ik wist niet dat het zo beroerd gesteld was met de mensheid. Een van de geïnterviewde accountants noemde het terecht een gevaar voor de democratie. De miljarden die in Cyprus gestoken worden zijn vooral om de vermogens te redden van rijke Russen die er de oorzaak van zijn dat de bankensector daar op omvallen staat. Het is de wereld op zijn kop en we kunnen er niks aan doen omdat de hebzucht in de mens woekert en als het er eenmaal zit is het te laat. Een onderzoeksrechter zei dat het alleen op te lossen was als de bevolking in opstand zou komen tegen dergelijke multinationals, iets waar ze op hoopte. Maar waarvan ik weet dat het niet gebeurt, want dan moeten mensen de producten van dergelijke bedrijven boycotten en dat zou betekenen dat we het zonder tablet of smartPhone moesten doen.

Inmiddels ben ik een beetje bekomen van de schrik, en ergens wist ik dit wel, alleen wilde ik er nooit te diep over nadenken. Onze belastingwetten zitten goed in elkaar, maar wat heb je daaraan als de belastingdienst afspraken buiten die wetten om maakt? Ik zit nu met het gevoel dat ik een marionet ben die precies doet wat die groep van tien miljoen mij voorschrijft, zonder dat ik het weet. Wie kan ons nu nog helpen?

Twee dingen

Er zijn twee essentiële zaken in dit leven die iedereen leert, behalve ik. Het eerste is seksuele voorlichting en het ander is schoenstrikken. Nooit heb ik seksuele voorlichting gehad. Niet op school, niet van mijn ouders, nooit. Alles wat ik weet heb ik door zelfstudie en door het luisteren naar vriendjes geleerd. Toen het eenmaal zover was stond ik dan ook zonder deugdelijk diploma voor de zware taak. Ik was onwennig, maar ik sloeg mij er dapper doorheen. De volgende dag kende ik het geheim dat al die jaren een geheim gebleven was.

Toen ik op mijn werk vertelde dat ik voor het eerst vader werd zei de grote baas: “Gefeliciteerd en goed gedaan! Ik wist niet dat je dat kon. Nou ja, elke boerenlul kan het, maar evengoed gefeliciteerd.” En zo is het natuurlijk ook, iedere boerenlul kan het. Je hebt er geen les voor nodig, daar ben ik het levende bewijs van.

Hoe anders vergaat het met schoenstrikken. Vlak na mijn generatie werd het schoenstrikdiploma landelijk ingevoerd. Ik heb het van mijn vader geleerd. Ook de dubbele knoop. Toch heb ik bovengemiddeld vaak last van losse veters. Zo ook laatst op mijn werk. Ik deed mijn veters vast en een collega zag dat de lussen van mijn veters niet naar links en rechts wezen, maar naar boven en onder. “Dat komt” zei hij, “omdat je links over rechts knoopt en niet rechts over links.” Ik keek hem wat glazig aan en hij strikte mijn veters. “Hier, rechts over links en dan strikken.” Mijn veters zaten ineens horizontaal en gingen niet meer los. Het is heel onwennig, rechts over links, want links over rechts kan ik met mijn ogen dicht, maar rechts over links is beter. Nu ben ik 43 en heb eindelijk geleerd hoe je veters strikt. Ik draag met trots te titel: Mack, die overal te laat achter komt.

Hapjes

Heb ik nog verteld dat we vorige week tapas hebben gegeten bij de Mexicaan? Wat klinkt dat hè? Het was een tegoedbon die ons erheen bracht. In mijn herinnering is één van de lekkerste gerechten die ik ooit gegeten heb, iets met Mexicaanse kip na een dag honger lijden in Engeland. De verwachtingen waren dus hoog. Ik had nog nooit tapas gegeten, tenminste, als je het niet letterlijk vertaalt. Want we hebben allemaal wel eens een voorgerechtje gegeten natuurlijk. Als je in een tapasrestaurant eet, eet je voorgerechten als hoofdgerecht, dat is alles. Geef het een naam, en je hebt weer een rage. Ik weet wel, tegen de tijd dat ik de rage ontdek is hij allang weer voorbij, maar wij namen dus in de nasmeulende fase van het vuur plaats bij de Mexicaan. Een vriendelijke serveerster met donker haar moest voor Mexicaanse doorgaan, maar iedereen weet dat er helemaal geen Mexicanen zijn in Nederland. Ik mocht het menu even zien, maar wat we kregen stond al op de tegoedbon, onbeperkt tapas. Mijn oog viel op een biertje waar ik wel eens van had gehoord, Corona. Omdat ik dan toch bij een nep-Mexicaan zit, wil ik ook wel eens zo’n nep bier proberen. Even later werd het flesje voor me neergezet, een citroen in de hals gepropt en zoek het maar uit. Ik drukte onmiddellijk op de serviceknop. Waar mijn glas was? Corona gaat uit het flesje, meneer. Een variant op: “zit al in een glas.”

Om een lang verhaal kort te maken: ik schrijf het niet bij in mijn top 10 van gastronomische ervaringen. Kippenlever hoef je bij ons niet mee aan te komen en na drie olijven heb ik er wel genoeg. Daarbij werden de gerechten die wel lekker waren, want die zaten er ook tussen, onbeperkt nageserveerd per 10 gram tegelijk en met tussenpozen van drie kwartier. Bovendien was het niet meer precies hetzelfde. Wat in de eerste ronde ossenhaaspuntjes waren, was in de tweede ronde taaie biefstuk met een sausje om de aandacht af te leiden. Het beste nieuws was dat we maar 11 euro hoefden af te rekenen, vanwege de voedselbon.

Volgende keer gewoon weer de Chinees, die voor mij persoonlijk nog steeds hoog boven in de voedselketen staat.

Zwavelstokjes

’s Avonds lees ik momenteel voor uit een sprookjesboek. Vanavond koos Hans het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes. Ik had geen idee. Net als bij het meisje met de eierstokjes, de parodie van Herman Finkers, klonk de titel bekend maar kon ik niks vertellen over de inhoud. Nu wel. Het meisje met de zwavelstokjes is het droevigste sprookje dat ik ooit heb gelezen, en het droevige einde zag ik ook niet aankomen. Als niet toevallig het sprookje daarna bij het programma twee voor twaalf werd genoemd, had ik er nu niks over geschreven. Maar dat gebeurde wel, dus voilá.

Het blijkt hier te gaan om een protestsprookje van H.C. Andersen tegen het aan hun lot overlaten van de armen. Het meisje had niks, geen schoenen, geen jas, geen moeder, alleen een zuipende, scheldende vader. Ze probeert zwavelstokjes te verkopen maar niemand koopt op die betreffende koude dag. Naar huis durft ze niet want dan zal haar vader boos zijn omdat ze niks verkocht. Om zich zelf te warmen steekt ze een zwavelstokje aan en krijgt een visioen van een warme kachel. Ze steekt er nog één aan en krijgt een visioen van eten. Uiteindelijk steekt ze ze allemaal aan en ze ziet haar overleden grootmoeder die haar glimlachend wenkt. Het meisje smeekt of ze met haar oma mee mag en haar oma neemt haar mee naar een warme plek waar ze geen honger en kou meer lijdt. De volgende dag vinden mensen het meisje dood in de sneeuw. Een glimlach om haar mond. Bam! Droeviger had ik het zelf niet kunnen verzinnen. Hans was slechts teleurgesteld dat het verhaaltje afgelopen was en informeerde gelijk naar het verhaal op de volgende bladzijde: Ali B. en de veertig rovers.

In Nederland kennen we intussen andere problemen, maar in andere landen is het verhaal misschien nog wel actueel. Hier zou het land op zijn kop staan als zoiets zou gebeuren. We zouden het een week later weer vergeten zijn, maar toch. De verzorgingsstaat heeft zijn intrede gedaan en onze verantwoordelijkheid voor de armen overgenomen. Nu er aan de stoelpoten van de verzorgingsstaat gezaagd wordt, moeten we misschien zelf weer ouderwets gaan verzorgen. Misschien zou links wat minder hard zagen dan rechts, maar dat er gezaagd wordt is geen pesterij, maar een poging tot reparatie van wat kapot is gemaakt door inhalige beleggers. Hans Christaan Andersen noemde ze met een vooruitziende blik: de mensen die geen zwavelstokjes kochten en die het meisje aan haar lot overlieten. Om het leed enigszins te verzachten gaf hij het meisje een glimlach toen ze stierf. Ze mocht met haar oma mee. Omdat veel mensen tegenwoordig ernstig twijfelen of je wel met je oma mee mag als je sterft, is het voor de gemoedsrust misschien goed om vooral wel zwavelstokjes te kopen. Misschien had Andersen het niet moeten doen, van die glimlach. Voor het shockeffect. Koud, kil, honger, niet naar omkijken, geen visioen, ellende, dood, klaar. Maar dan was het geen sprookje, maar een verhaal. Dat werd een paar jaar later in Frankrijk geschreven en heette Remi, alleen op de wereld.

De navelstreng

Dat doorknippen van de navelstreng, dat vond ik nu maar vreemde symboliek. Ik heb het twee keer gedaan, maar beide keren waren mijn kinderen al geheel los van moeder gemaakt door een keizersnee. Ze laten er een symbolisch stukje aanzitten, zodat papa kennelijk het gevoel krijgt dat hij ook een functie heeft. Ondanks dat ik het onzin vond, onderging ik het. Ik was de artsen en de verpleegsters veel te dankbaar voor het veilig ter wereld brengen van onze kinderen en het in leven weten te houden van mijn vrouw, dus moet je ze iets gunnen. In elk geval geen kwaad bloed zetten. Ik knipte de overgebleven twintig centimeter eraf, maar niet zonder moeite. Taai spul, zo’n navelstreng. Zijn er eigenlijk vrouwen die dat wel eens gedaan hebben, of is dit een puur mannelijke aangelegenheid? Moeten we deze symboliek maar in ere houden, of kan het afgeschaft worden in de geest van de tijd? Het heeft geen functie, dus laat de dokter het maar doen.

In tegenstelling tot het doorknippen door de vader, heeft de navelstreng meer dan symbolische waarde. Zonder navelstreng geen leven. Eerst is daar de navelstreng, daarna groeien aan beide uiteinden een placenta en een foetus. Negen maanden lang fungeert de navelstreng als levensader voor de baby, daarna wordt hij nutteloos, soms zelfs nog gevaarlijk. Als we geboren zijn houden we de rest van ons leven een aandenken aan de tijd dat we in het donker groeiden, de navel. De navel is het mooiste litteken dat er bestaat. Zonder navel zou uw buik er niet uitzien. Overal op je lichaam kun je littekens missen, maar niet je navel. Koester dus uw navel. Het is het enige bewijs dat u geboren bent. Mensen zonder navel moet u dan ook nooit vertrouwen. Zij zijn niet geboren uit een moeder, maar hier waarschijnlijk neergezet door kwade krachten, teneinde onze planeet over te nemen. Wees voorbereid, en verdenk iedereen die vreemd gedrag vertoont van navelloosheid. Nodig hem desnoods uit voor het zwembad. Verzint hij smoesjes, dan weet u genoeg.

De functie van onmetelijkheid

Ik heb vanavond de wereldkaart bestudeerd. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de wereld groot is in de ogen van een mens. Echter, vergeleken bij Jupiter stellen we niet zo heel veel voor. Jupiter is een skippybal, de aarde is een tennisbal. De zon is echter weer velen malen groter dan Jupiter maar de zon is op haar beurt maar weer een klein sterretje. De grootst bekende ster heeft een diameter van 2,8 miljard kilometer, terwijl die van de aarde slechts 40.000 kilometer bedraagt. Schaal 1: 70.000, honderden miljarden keren groter. Ik bedoel, wat is groot. Het licht zou er al 2,5 uur over doen om die ster rond te trekken, terwijl het met de aarde in een fractie van een seconde klaar is. Dan hebben we het grootste object in ons heelal gehad, en zelfs dat grote object is zo klein dat het praktisch niet meer waarneembaar is in een melkwegstelsel. Van melkwegstelsels zijn er weer miljarden, dus waar hebben we het eigenlijk over als we het over groot hebben? En dan heb ik het alleen nog maar over het ons bekende heelal.

De mens is de enige ons bekende soort in het hele heelal die in staat is zich af te vragen hoe groot groot is. Wij zijn zo intelligent dat we ons allerlei dingen afvragen die de relevantie voorbij gaan. Een hond maakt zich hooguit druk om de grootte van een bot, of om de grootte van een andere hond, en hij kan dat aardig inschatten. Een slang wil zich nog wel eens vergissen in de grootte van een prooi, en spuugt hem dan weer uit, met de pest in dat hij grootte niet feilloos kan inschatten.

Ik vind het op zijn minst vreemd wat de bedoeling van de onmetelijkheid is. Op zich zouden we genoeg hebben gehad aan een aarde met een dampkring er omheen. Goed, de zon hebben we nodig, de maan en wat sterren, maar daar had een grote koepel omheen kunnen zitten en dan was het goed geweest. Echter, dan hadden wij ons nu toch echt afgevraagd wat er zich achter die koepel zou bevinden. Wij zouden dat verdacht vinden en de speculaties zouden niet van de lucht zijn. Nu zit die koepel aan de rand van de onmetelijkheid en hebben we daar minder moeite mee. Het is de ver van mijn bed show. De grootte van het heelal zorgt ervoor dat we niet achterdochtig worden. Dat moet de functie van onmetelijkheid zijn.

http://www.youtube.com/watch?v=2LUQVzerseI&feature=youtube_gdata_player

Een heldhaftig, vernederend avondje.

Ik wil niet te vroeg juichen maar omdat mijn eigen geheimen nooit veilig bij mij zijn doe ik het toch: mijn rug voelt sterk. Het was niet zo dat ik constant pijn had, maar als ik veel moest bukken moest ik toch weer vaak rechtop gaan staan om stijfheid weg te laten trekken. Ik ben vorige week begonnen met hardlopen en wat simpele ouderwetse krachttraining van drie minuten per avond, en ik heb het gevoel dat ik weer alles aankan. Ik weet dat dat niet zo is, maar ik buk me een ongeluk en voel er niks van. Het zal ook de kick zijn van het hardlopen en misschien houden mijn hersenen me voor de gek, ik hou daar rekening mee. Maar feit is dat ik me nu weer onkwetsbaar voel en dat gevoel is lang weggeweest. Vorige week heb ik drie keer een klein stukje gelopen, de eerste keer ging goed, de tweede keer ging beter, maar na de derde keer keerde de pijn in mijn linkerbovenbeen terug. Ik heb de huisarts om advies gevraagd, maar geen probleem, gewoon nog radiculaire pijn. Prima, even rust gehouden deze week en hoppa, daar liep ik vanavond mijn eerste vijf kilometer sinds jaren. En eigenlijk was ik amper moe toen ik terugkwam, maar dat werd ook veroorzaakt door de kick van het weten dat ik u dit verhaal mocht gaan vertellen. De winnaar voelt geen pijn, dat effect.

Toen ik terugkwam en op de bank wat zat uit te hijgen, stond er een programma aan waar we allemaal wel van gehoord hebben. Help, mijn man is klusser. Wat een schandelijk programma! Ik had het nog nooit gezien maar zoiets vernederends heb ik zelden gezien. Goed, het enige wat de vernedering rechtvaardigt is het feit dat de man zijn vrouw laat wonen in een krot. Maar dat is geen kwade opzet, de situatie is hem gewoon boven het hoofd gegroeid. Hij wordt op straat overvallen door een presentator van wie ik zeker weet dat die nog nooit een hamer in zijn hand heeft gehad, en hij krijgt het ene verwijt na het andere. Dan gaat de presentator met hem mee naar zijn huis, alwaar hij de wind van voren krijgt van zijn vrouw, die in een tochtig en vochtig huis woont. De presentator neemt het volledig voor de vrouw op, en de man, nota bene in marineuniform, breekt op televisie. Hoe heeft hij haar dit aan kunnen doen? Hij belooft beterschap en aanvaardt de hulp van het klusteam, dat hem vervolgens vernedert door werkelijk het hele huis onder de loep te nemen en te melden waar de arme man het allemaal heeft laten verslonzen. Dan gaan ze aan het werk, hij moet meehelpen, maar hij wordt wederom vernederd, doordat hij naast het klusteam nogal stuntelig overkomt. Ja, vind je het gek? Laat dat klusteam eens een 40mm snelvuurkanon hanteren op een marineschip! Losers.

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, was de vrouw zwanger -weet ik niet eens zeker- en moest ze naar het ziekenhuis voor een echo of iets dergelijks. De marine klusser heeft eindelijk zijn draai een beetje gevonden tussen het klusteam dat zijn huis aan het repareren is, komt die negroïde presentator die nog nooit een hamer heeft vastgehouden hem weer verwijten dat hij aan het klussen is terwijl hij in het ziekenhuis moet zijn bij zijn vrouw. De onhandige man weet zich niet goed raad, laat zich afbluffen en druipt af naar het ziekenhuis, alwaar zijn vrouw hem in de armen valt. Dat dan nog wel. Maar hij had in moeten grijpen. Hij had tegen die Winston moeten zeggen dat hij zich even lekker met zijn eigen zaken moest bemoeien en dat zijn vrouw zich prima zou redden met een echo. We hebben het hier over een marinier, die kan toch niet even te kakken worden gezet door Marvin die hem in een watje probeert te veranderen? Bah. Zijn collega mariniers hadden de presentator moeten zekeren aan een helikopter en hem een rondje boven de stad laten bungelen, met zijn betweterige gedrag. En de hele familie de Mol erbij.

Goed, de vrouw van de marineman, die al heel blij mocht zijn dat ze een marineman had weten te strikken, had misschien wel een klein beetje gelijk dat het zo niet langer kon met dat huis, maar ze mag wel eens even iets verzinnen om het goed te maken met deze sympathieke jonge militair. Zestig jaar lang de afwas alleen doen ofzo.