Makkelijk praten

Wat ik nooit zal begrijpen is de geldzucht van een voetballer of een coach. Ik weet wel, het sluipt erin en voor je het weet verloochen je jezelf en het standpunt wat je ooit innam. Maar kennelijk went het, of stomp je af. Ik doe mee aan de staatsloterij. Een soort vanzelfsprekendheid want ik kijk nooit of ik iets gewonnen heb, en volgens mij heb ik nooit meer dan €25 gewonnen. Maar als ik mij soms laat verleiden tot dromen over een grote prijs, neem ik ook nooit genoegen met een ton. Nee, als ik de tien miljoen win, hoor ik mezelf dan zeggen. Terwijl het toch al heel mooi zou zijn als je een keer een prijs wint met drie nullen. Maar nee, ik heb het gelijk over tien miljoen, omdat je dan kennelijk pas met je luie reet in een hangmat kunt liggen. Terwijl ik weet dat je hele leven naar de bliksem gaat als je tien miljoen wint. Je wordt onuitstaanbaar, je vrienden worden jaloers op je en gunnen het je niet, je gaat patsen met een dure auto, nee, zo blij moet je niet worden van zo’n prijs.

Vanavond zag ik een interview met Dick Advocaat, de trainer van het door mij zo geliefde PSV, dat weer de kans om uit te lopen heeft laten liggen, maar dat terzijde. Advocaat was bondscoach van België en verdiende daar € 600.000 per jaar. In het interview vond hij dat natuurlijk veel geld, maar niet in vergelijking met wat hij ooit verdiend had en dus verdween hij richting Rusland alwaar hij het tienvoudige ging verdienen. In België waren ook veel problemen en moest alles van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd, zo verdedigde Dick zich, maar, denk ik dan, loop daar niet voor weg en zeker niet als je zoiets van te voren weet. Zes ton bruto, als je het een jaar of drie doet verdien je al bij elkaar wat een gewone sterveling in zijn leven bij elkaar verdient. Je kunt doen en laten wat je wilt en je kunt jezelf altijd recht in de spiegel blijven aankijken, en dat moet eigenlijk het belangrijkste zijn in je leven. Nu ben je een ordinaire geldwolf met miljoenen op de bank en mag je België niet meer in.

Weinig voetballers laten zich niet verleiden door het grote geld. Als Marco van Basten na een aantal jaren Ajax bij AC Milan gaat voetballen kan ik dat nog begrijpen, want zo’n talent wil zich eenmaal met de besten meten. De tijden van Willy van der Kuylen en Sjaak Swart zijn immers definitief voorbij, maar wat heb je als goeie voetballer te zoeken in Turkije, Rusland of het Midden-Oosten? Het is altijd makkelijk praten als je zelf ver van het grote geld verwijderd bent, maar ik moet me toch sterk in mezelf vergissen als ik geld het liet winnen van rechtvaardigheid en eigenwaarde. Afgezien van de vraag of ik zou kunnen verantwoorden of ik zes ton waard zou zijn. Waarschijnlijk wel als ik een supervedette in het voetbal zou zijn. Maar dan voetbalde ik mijn carrière lang voor PSV, tegen zes ton per jaar.

Als ik je te pakken krijg

Ik werd door een collega gewezen op deze clip. We hebben nogal een uiteenlopende smaak. Zij is jonger en houdt van Beyonce, Jelo en al wat dies meer zij. Ik ben ouder en hou van het top 2000 genre. Maar hier hadden we een klik. Het zal vooral de combinatie zijn van het vrolijke nummer, de charismatische zanger, de mooie meiden (kijk vooral even bij 0:10) en de mooiste taal die er is, het Portugees. Portugees, ik spreek het met geen woord, maar ik herken het uit alle talen. Ayrton Senna sprak het en de zangerige klanken in de taal maken het kleine beetje warmbloedigheid wat ik in mij heb, los. Ergens ver in het verleden heeft zich een Spanjaard in mijn geslachtsregister gewurmd.

Het liedje gaat nergens over en bevat nauwelijks tekst. Nossa, Nossa, Assim você me mata, ai se eu te pego. Wow, wow, je wordt nog mijn dood, als ik je te pakken krijg. Maar hoor eens die zomerse klanken en kijk eens naar de meisjes die allen één zijn. Zie hoe ze dezelfde gebaren maken en hoe ze vrij zijn van de dagelijkse beslommeringen, en hoor hoe ze de tekst meezingen. Kijk hun verliefde blikken. Het maakt overigens niet uit in welk land Michel Teló optreedt, overal wordt het nummer meegezongen. Zelfs Hans kende de tekst, zo bleek toen ik het youtube filmpje opzette.

Kortom, ik ben jaloers. Maar niet afgunstig. Hoe weerstaat hij dit vrouwelijk offensief? Ik zing “Nossa, Nossa, asiem vosee mi mata. ai sil tu pego, ai ai sil tu pego.” Linda komt er ook nog in voor. Waarom leren we niet allemaal Portugees op school?

Doorstappen.

Incroyable HulkIk maakte me gisteren klaar voor een rugrondje, d.w.z. een avondwandeling. Wandelen klinkt een beetje traag, je moet juist niet traag lopen, je moet er de sokken in hebben. Volgens mij is daar een mooi Nederlands woord voor: “power walking”. Ik zal echter nooit zeggen dat ik aan power walking doe, maar snelwandelen is ook weer niet wat ik doe. Gewoon doorstappen. Volgens de fysiotherapeut, en ik geloof hem, is lopen de rest van mijn leven belangrijk als ik tenminste niet om de paar maanden met pijn in mijn rug wil zitten. Toen ik echter de achterdeur opendeed, sneeuwde het sigarettenfilters. Overmacht, riep ik gelijk, maar toen bedacht ik me dat een Mack zich niet laat weerhouden door een sneeuwbui. Ik zette mijn muts op, trok mijn handschoenen aan en zette de pas er stevig in.

Ik stapte door de vallende sneeuw en ik voelde mijn conditie per stap toenemen. Op een enkele hardloper en wat auto’s na was ik de enige buiten. Ik liep langs huizen en zag binnen de mensen zitten in een luie stoel. Ze zagen er ontevreden uit, want wie zit er anno 2013 nog ’s avonds in een luie stoel naar buiten te kijken? Óf je zit achter een laptop, óf je hangt in de sportschool, óf je loopt een rondje. Mijn linkerbeen is nog steeds niet oké, maar hindert me niet bij het lopen. Er zit iets van pijn in sommige bewegingen waar ik niet goed de vinger op kan leggen. Maar ik liep lekker en het ging steeds beter. Ik dacht aan Forrest Gump, gooide in gedachten de pijn van de afgelopen weken van me af en zette een looppas in, die pas op zou houden als ik ging slapen. Let wel, we zijn nog steeds in mijn gedachten. Na een half uur was ik weer thuis en ik voelde dat ik energie had opgedaan.

Lopen is goed. Ik ben er van overtuigd. Vandaag deed ik tussen de middag weer een rondje en ik krijg bij terugkomst weer de neiging om een Hulk-pose aan te nemen in plaats van de zoutzakimitatie van de laatste twee maanden. Als ik niet oppas raak ik weer overmoedig en breek ik weer mijn pink. Het is een constant proces, die midlife crisis. Laatst dacht ik nog dat ik het ging accepteren maar nu is er geen haar op mijn hoofd meer die denkt dat ik vanaf nu bejaard ben. Sterker nog, ik wil een bokszak op mijn kantoor.

De reis naar de hemel

Ik zag vandaag op Facebook wat foto’s uit de oude doos rond gaan. Foto’s van eind vorige eeuw, van vakanties in Frankrijk en van Italië in de jaren zeventig. Op een of andere manier heb ik het gevoel dat we in de reservetijd zitten. Destijds was het de tijd waarin alles gebeurde en waarin alles nieuw was. Nu is het anders. De foto’s zijn veel scherper en kleurrijker en staan vol details die je niet wilt zien, en dan bedoel ik niet de tand des tijds. De jaren zeventig zijn lang geleden dus de regen is weggevaagd en de zomer is in de herinnering blijven hangen. Het was heet, maar niet te heet. Het was dor in Zuid-Europa, maar het voelde altijd lekker.

Nog steeds vind ik de zomervakantie het hoogtepunt van het jaar. Werken moet, en ik dwing mezelf het leuk te vinden, maar niets is beter dan de autodeur dichttrekken voor vertrek naar het zuiden voor minimaal twee weken. Mits mijn gezin aan boord is natuurlijk. Vandaag reed ik even naar het dorp in de auto en mijn gedachten dwaalden af naar de zomervakantie. Ik zag ze al zitten achterin en naast me voor een reis naar een onbezorgde tijd. Zoals de hemel in de bijbel staat beschreven zo zijn mijn gedachten aan zomervakanties. Alleen gaat het bij vakanties om een tijdelijk verblijf in het paradijs. Het heeft veel te maken met mijn eigen jeugdherinneringen die misschien wel té goed zijn. Alles klopte in die tijd. Mijn vader was de man en had deswege de leiding, mijn moeder was de vrouw en had dientengevolge de feitelijke leiding, wij waren de kinderen dus wij bepaalden het uiteindelijke beleid. En we hadden verder niemand nodig. Niemand via de telefoon of via internet, wij vijven waren gelukkig. Tenminste, zo dacht ik erover. Niet helemaal waar, want we hadden natuurlijk ook vakantievriendjes en mijn opa en oma waren er ook vaak bij, maar goed, dat was het dan. En als het weer voorbij was die mooie zomer, dan kwamen we thuis en lagen we weer in schone bedden.

De hemel op aarde is een plek waar je uitsluitend achteraf in gedachten kunt zijn. Toen je er was had je het niet zo in de gaten, maar we zijn er allemaal wel eens geweest. Er was vrede, er was liefde en er was geen pijn, zoals dat hoort in hemels. Momenteel bevind ik me in het vagevuur. Ik moet nog lijden maar er is uitzicht op de vakantie. Mijn vakantieblogjes van de afgelopen jaren stroken af en toe niet helemaal met mijn beschrijving van de hemel, maar dat hoort bij het proces van vergeten van narigheid. Anders kom je er nooit natuurlijk.

Vroeger was alles beter.

Regelmatig heb ik het tegen mijn kinderen over vroeger. Ik vertel ze hoe wij het vroeger hadden, net zoals mijn ouders vertelden dat ze ondraaglijk meer leden dan ik als kind. Mijn kinderen zullen later tegen hun kinderen ook vertellen hoe slecht ze het hadden. Zo hoort dat nu eenmaal en als je er niet aan mee doet hou je jezelf voor de gek. Linda zucht meestal als ik het woord vroeger gebruik, en ik schiet meestal in de lach. Want ja, het is waar, ik praat in termen van dat vroeger alles zwaarder en dus beter was.

Had je pijn in je rug, ging je naar de dokter en kreeg je een briefje waarop stond dat je nooit meer hoefde te werken met behoud van een dikke uitkering. Had je medicijnen nodig, ging je naar de apotheek, je nam het spul mee en je zag nooit meer iets terug van de financiële afhandeling. Op school had je leraren die uitsluitend lesgaven en op één of andere manier waren de lokalen altijd schoon zonder dat daar ouders aan te pas kwamen. Als je 150 reed kreeg je een bekeuring van een paar tientjes in plaats van dat er een aanslag op je budget werd gepleegd. Je had ook veel meer ruimte om 150 te rijden. Je kon op een bepaalde leeftijd met pensioen en je geld stond veilig op de bank. Pensioenfondsen keerden ook echt uit wat ze beloofden. Mensen die op tv kwamen konden ook écht wat. De muziek was beter. Op het journaal kwam nieuws, en mensen noemden het daarom ook “het nieuws”.

Het doet me denken aan de man die kwam solliciteren en vertelde over de enorm goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden bij z’n huidige werkgever. Auto en telefoon van de zaak, 30 vakantiedagen, 2 extra maanden, bonussen… Waarom hij er dan wegging, vroeg de nieuwe werkgever? Omdat het bedrijf failliet ging. Tja, zo staat de BV Nederland ervoor ben ik bang. Nergens is meer geld voor dus wordt aan alle verworven rechten geknaagd. Ik ben niet in de positie om te klagen, maar neem wel waar dat er iets te royaal is geleefd in het verleden. De opmerking dat vroeger alles beter was, geldt waarschijnlijk alleen voor de periode 1946-1980. Fijn dat ik daarvan in elk geval een deel heb meegemaakt.

Auw.

Weet u wat de meest gevreesde vis ter wereld is? De witte haai? Nee. De Barracuda? Lachertje. De Piranha? Wederom fout. De meest gevreesde vis ter wereld is een visje van een centimeter of vijf lang dat voorkomt in het Amazonegebied en luistert naar de naam Candiru. Hij is ook bekend als Willy Fish of in het Nederlands, de plasbuisvis. De Candiru is een parasietvis waarvan wordt beweerd dat hij tegen een urinestraal op kwam zwemmen en zich zo een weg weet te banen in de urinebuis. Eenmaal daar aangekomen wurmt hij zich naar binnen en zet zijn weerhaken uit en leeft van het bloed die die actie veroorzaakt. Gruwelijk. Het kan zowel mannen als vrouwen overkomen. Natuurlijk zal de vis spoedig sterven als hij niet onder water is, maar hij zit daar wel vast en gaat niet meer weg. Het vrouwelijke lichaam overleeft het, omdat de weerhaken door aanwezige zuren worden opgelost en de vis weer verdwijnt zoals hij is binnengekomen, maar de arme man heeft die zuren niet en zal sterven aan een enorme ontsteking, mits hij naar het ziekenhuis gaat.

Ik vraag me af wie of wat een dergelijke sadistische vis bedenkt. Goed, als de vis in een urinebuis terecht komt is er sprake van een vergissing omdat hij op zoek is naar kieuwen van andere vissen. Net als dat een witte haai een mens aanvalt, dan is er ook sprake van een vergissing. Maar wat heb je daar aan als het leed al geschied is? Vissen zijn dom en maken dergelijke vergissingen. Ze zeggen wel eens dat elk beest nuttig is, maar deze mag van mij vanavond nog uitsterven. Wat kan het nut zijn van een parasiet? Hij houdt zichzelf in leven door het bloed van zijn gastheer zonder de gastheer te doden omdat ze dan geen bloed meer hebben. Als ik even snel redeneer: nutteloos. Zouden ze er niet zijn, zou niemand ze missen. Ze hebben het bij parasieten over een gastheer, maar onder een gastheer versta ik iemand die zijn best doet het zijn gasten naar zijn zin te maken. In dit geval vind ik het een onsmakelijk woord, gastheer. Slachtoffer of prooi was beter op zijn plaats geweest. Pechvogel desnoods.

In elk geval, ga nooit naar het Amazonegebied, als het toch moet, ga niet zwemmen, en als u toch gedwongen wordt, plas nooit in het water. Mocht het toch misgaan, laat u dan uit uw lijden verlossen door een school piranha’s. Waarom een grappenmaker een bepaalde spray Candira noemt, is mij een raadsel.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Vandellia_cirrhosa

Ik kom eraan!

Ik heb het nu drie keer geprobeerd, maar ik kom niet tot een verhaal. Ik leg mijzelf de druk op om tot een logje te komen, maar alles wat ik in mijn rampzalige jeugd heb meegemaakt, staat al beschreven. En de dagen op mijn werk staan ook al niet bol van de spanning, al denken sommigen van wel, alleen vanwege het feit dat als ze me proberen te bereiken, ik in het buitenland ben. Puur toeval, en ik hou niet eens van in het buitenland zijn voor niet-vakantie doeleinden. Kortom, schrijversblok. Is ook eigen schuld, want ik Wordfeud tegenwoordig en als er iets dodelijk is voor je fantasie dan is het wel Wordfeud. Ik herinner me een strip van Jean, Jeans, et les enfants waarin Jans verzuchtte dat haar man als hobby kruiswoordpuzzels deed. Wordfeud is niet anders natuurlijk, al zit er een competitieelement in. Je voelt je toch weer even op en top atleet als je zo’n Feud gewonnen hebt. En atleet, dat heb ik me lang niet meer gevoeld.

Vroeger als ik sprong, dan sprong ik. Nu kom ik vooral neer en schudt mijn rug na. Afgelopen vrijdag, na alle fysieke ongemakken van de laatste tijd, ging ik door mijn rug. Ik voelde me echt een ongelukkig wrak. Ik moest nog naar de tandarts ook, om een gaatje dat bij nader onderzoek geen gaatje bleek te zijn, te laten vullen. Gelukkig vond ze na lang zoeken een andere zodat ik lekker op de stoel kon blijven liggen. Zo’n tandartsstoel geeft overal ondersteuning en vergeleken bij mijn rugpijn stelt boren niks voor. Mijn vroegere tandarts vond nooit gaatjes, maar deze juffrouw maakt gebruik van hulpmiddelen om gaatjes te vinden. Ze zei dat het in verband met mijn rug ook wel op een ander moment mocht, maar geen denken aan. Boren met die hap. Nu is mijn gebit weer gaatjesvrij en ik ben wonderbaarlijk snel hersteld van vrijdag. Ik heb wel gelopen, dat wel, want ik wil er iets aan doen. Mijn been protesteert nog steeds een beetje, maar niet genoeg om me te beperken bij het lopen. Ik ben 1,89 en 89 kilo, wat de perfectie benadert. Het enige dat nog moet gebeuren is sterkere spieren kweken. Opdrukken, dat ga ik doen. Oh nee, push-ups, zo heet dat. Mijn record is 78 keer, maar toen woog ik slechts 78. Nu moet ik dus 89 keer kunnen halen. Ik kom er weer aan!

Niet op mijn hoede.

Ik heb het weer gehad, het lange weekend met collega’s in Garmisch. Het viel mee, maar niet heel erg. De avonden waren leuk, maar de dagen wat minder. Gisteren in de bus zaten we met alleen nog onze groep van tien, en iedereen zocht een plek voor zich alleen, verspreid door de bus. Ik denk dat we elkaar een beetje zat waren. Zondag was nog de beste dag omdat ik toen mee ging met de skiers, en mijn leukste collega, een schone van Marokkaanse afkomst mij overhaalde om te gaan rodelen. Ik huurde twee rodels, betaalde 11 euro en we rodelden met de sleeplift naar boven en van de helling af naar beneden. Zo deden we dat een paar keer, ik voelde me als een blije hond die achter een stok aan rent. Tijdens de gezamenlijke lunch werden de rodels gestolen. We hadden ze geparkeerd tussen die ski’s maar daar waar ik ze had neergezet was een lege plek. Ik vroeg aan mijn collega of zij ze al had weggebracht maar dat was niet het geval. Ik ging het verhaal vertellen bij de verhuurder maar die zei dat wij verantwoordelijk waren en dat we maar iedereen af moesten gaan om de nummers op de slee te controleren.

Nee dus. Ik had geen zin om elke nietsvermoedende rodelaar als potentiele dief te behandelen, bovendien kom je niet ver zonder ski’s in de bergen. De man verwachtte dat ik honderden meters op eigen kracht omhoog zou klimmen om iedereen te controleren. De groeten. Ik heb nog overwogen om de schade te gaan vergoeden, maar collega’s vonden dat ik dat niet moest doen omdat ze die slees heus wel zouden terugvinden. Niemand zou die dingen in de kabelbaan mee naar beneden nemen. Daar zat wat in, bovendien, als ik de schade zou vergoeden en ze vonden ze daarna terug, krijg je je geld echt niet terug. Ze hadden een kopie van mijn rijbewijs gemaakt, en ze hadden mijn gegevens dus vinden konden ze me toch wel, mochten ze niet boven water komen. Auf wiedersehen.

En inderdaad, vandaag op mijn werk kwam het mailtje. Dat ik de spullen niet had teruggebracht, dat ik aangegeven had dat ze gestolen waren maar dat het mijn verantwoordelijkheid was en ze aangifte hadden gedaan bij de politie. En dat de politie contact met me op zou nemen. Ik was in alle staten. Mijn collega voelde zich schuldig omdat ze mij had overgehaald om te gaan rodelen, maar ik zei dat het haar schuld niet was. Ik sta al bekend als een iemand die weinig met Duitsers opheeft, maar nu kwam het naziverleden wel weer heel makkelijk boven. Ik was ook niet erg blij met het feit dat het een arrogant mailtje in het Duits was en besloot gewoon in het Nederlands terug te reageren. Mijn directeur zei dat ze dat toch niet zouden begrijpen en dat hij eerst wilde lezen wat ik wegstuurde, maar ik zei dat hij zich er niet mee moest bemoeien en dat als zij mij in het Duits aanspraken, ik hen in het Nederlands antwoordde.

Mijn mail was briljant, vond bijna iedereen. Iets over dat wij Nederlanders niet gelijk iedereen met een slee als potentiele dief zagen, dat als hij de politie inschakelde dat hij dat moest doen om te vermelden dat er dieven op z’n berg rondliepen en dat we nog fietsen tegoed hadden en dat ik zonder ski’s geen schijn van kans had om iedereen af te gaan. Iedereen lachte om mijn licht ontvlambare status en bijna niemand toonde medelijden. Ik klikte op verzenden en de mail werd vrijwel gelijk als onbestelbaar terugbezorgd. De kopie aan de directeur ging er wel door.

Het gelach werd harder toen bleek dat de mail nep was. Ik ben er met twee benen tegelijk ingetrapt. En ik had het kunnen weten. Ik had de directeur al zachtjes horen praten, en dat kan hij normaal gesproken helemaal niet. Er stond der Polizei in plaats van die Polizei. Ik heb nog geroepen dat ik ging kijken of de mail geen grap was, maar de details klopte en niemand, behalve mijn Marokkaanse collega, was erbij geweest, dus het moest wel kloppen. Ik vloekte alles bij elkaar toen ik erachter kwam. Het plan was al in Duitsland bedacht en mensen schijnen mij de vragen over de details te hebben gesteld. Ze hebben mij gevoerd en ik heb gehapt. Mijn schone Marokkaanse collega zat ook in het complot, terwijl ik haar vertrouwde. Ik heb geroepen dat je alleen een hond kunt vertrouwen en voor de rest niemand. Maar goed, het was op zich een goeie grap. Jammer dat het weer ten koste van mij moest. Mijn wederpoets is al bedacht, maar is misschien wat lastig uitvoerbaar. Maar ik ga het proberen. Niet te snel uiteraard.

We gaan het helemaal anders doen!

Ik was vanochtend voorlopig voor de laatste keer bij de fysiotherapeut en spontaan heb ik weer meer last van mijn been. Pijn kun je het nu niet echt meer noemen, maar toch loop ik weer iets moeilijker dan gisteren. Ik kwam wat aan de praat over mijn leeftijd en dat ik toch wel het gevoel had dat het beste eraf was. Dat ik bij het minste of geringste last kreeg van mijn rug en dat dat toch de leeftijd moest zijn. Dat ik nu 43 was en het wel begon te merken. Ik gaf nog net niet alle hoop op. Hij was het er niet mee eens. Hij zei dat hij nu 44 was en zich in de bloei van zijn leven voelde. Dat hij nog steeds hard de berg af skiede en dat hij zich prima voelde. Ik bekeek hem nog eens, en schatte hem toch wel bijna tien kilo lichter dan ik. Ik zei dat hij ook wel in een wat betere conditie verkeerde, maar die kreeg ik terug met de opmerking dat ik daar zelf bij was.

Hij legde me uit dat mijn rug niet perse een zwakke plek hoefde te blijven als ik maar ging lopen. Ik kreeg een technisch verhaal over drukverschillen en doorbloeding en ik geloofde hem. Ik gaf hem een hand en stapte in mijn auto. Het eerste wat ik deed was Linda bellen met de mededeling dat we het helemaal anders gingen doen. Niet dat ik haar kon bereiken, dat niet, en toen ze ’s middags terugbelde was de essentie van mijn opgewektheid alweer weg, waardoor het verhaal niet goed overkwam en ze geen idee had waar ik het nu eigenlijk over had, en ze snapte al helemaal niet waarvoor ik nu gebeld had.

Maar goed, het is dus nog niet te laat. Ik had me er eerlijk gezegd al wel bij neergelegd dat ik er voortaan een tandje af zou moeten halen. Maar dat blijkt dus niet nodig. Er kan eigenlijk makkelijk nog een tandje bij. We gaan het helemaal anders doen! Wanneer is de volgende Tour?

Kou

poolvos

Ik kan ’s nachts al wakker worden als ik koude lucht die door het raam komt voel, ons leenkonijn is echter buiten in zijn hok. Er hangt een dekbed over zijn hok, daarover een plastic zeil, en daarover nog een plastic afdekhoes. Ik heb nog een kwak hooi in het slaaphok gegooid, nu moet hij zich toch warm kunnen houden. Niet dat het nu vorstvrij is daarbinnen want zijn water bevroor afgelopen nacht nog steeds, maar je moet wat. En ach, ik weet heus wel dat een konijn dat altijd buiten is er goed tegen kan, maar ik kan ’s nachts wakker liggen en denken aan het konijn dat rillend in zijn hok zit. De kans dat ik daarvan wakker lig is kleiner als ik gezorgd heb dat hij droog en beschut zit.

In het wild leven ook konijnen, maar die zitten diep onder de grond en bovendien met meerdere soortgenoten. Die hebben het niet koud, integendeel, die stinken hun hol uit. En dan lopen er nog allerlei beesten die geen hol hebben, tenminste niet één om in te wonen, die het ook overleven. Herten bijvoorbeeld. Of zwijnen. Vogels. Elk beest heeft zo zijn eigen manier om zich warm te houden, dat heeft de natuur goed geregeld. Nou ja, niet helemaal waar, het is gewoon een kwestie van de sterksten die overleefd hebben. De naakte poolbeer bijvoorbeeld, is allang uitgestorven. Heeft ook maar kort geleefd. Net als de dungeschubde ijsvis, hoor je ook niks meer van. Dat waren wat voorbeelden waaruit blijkt dat de natuur het ook niet altijd goed heeft.

Maar dan de mens. Sommigen kunnen door middel van jarenlange training een uur in een bak met ijsklontjes zitten. Sommige trainen dan nog harder en halen een uur en tien minuten. Maar echt opschieten doet dat natuurlijk niet. Een westers exemplaar van de mens overleeft nog geen twee minuten in ijskoud water. Hij rilt als hij van zijn huis door de sneeuw naar zijn auto moet lopen. Terwijl ieder weldenkend dier gek wordt van vreugde bij de aanblik van zoveel sneeuw. Nee, dat de mens het overleefd heeft en de naakte poolbeer niet, is vreemd. Je zou haast zeggen dat hij hulp van buitenaf gehad moet hebben. Maar goed. Als dit konijn weer naar zijn rechtmatige eigenaren terug gaat over een paar maanden, pas ik niet meer op een buitendier in de winter. Tenzij iemand een poolvos of een ijsbeer heeft, dan vind ik het niet erg.