Het braafste jongetje van de klas.

Sinds kort is er openbaarheid over het declaratiegedrag van politici. Het is Nederland op zijn smalst. Wie dit verzonnen heeft, ik weet het niet, maar er wordt een A4-tje vol getypte tekst aan toegevoegd om een lunch van € 25,- te verklaren. Het is werkelijk lachwekkend, vooral de kop van de Telegraaf daarover. Met schreeuwende chocoladeletters daagde de Telegraaf de ministeries uit openheid van zaken te geven. Alsof we hier godsamme in Italië leven. Gevolg van deze openbaarheid is dat er lang gewerkt wordt om de kosten nog te verhogen met het loon van degenen die de bonnetjes met toelichting op internet zetten. Wat er precies wordt gegeten wordt overigens zorgvuldig doorgekrast, zodat alleen zichtbaar blijft waar er gegeten is, en wat het kostte. Het meest interessante blijft dus verborgen.

Het meest schokkende dat er is gevonden, was een declaratie van een gestolen zonnebril door ene W. Bos in 2008. Nou moe! Dat Sharon Dijksma een vliegticket naar Berlijn boekt voor € 601,20 vindt niemand een probleem. Moet u eens googelen wat een vliegticket naar Berlijn tegenwoordig kost. Doe dáár dan iets aan. Daarbij, ministers schijnen een vaste kostenvergoeding van honderden euro’s per maand te hebben, dus een lunch declareren zou ik niet toestaan, als ik het voor het zeggen had. Betaal maar lekker zelf, of doe afstand van je onkostenvergoeding. Waarom ben ik eigenlijk niet de baas van de ministeries?

Nou ja, als u het leuk vindt, hier kunt u snuffelen in de boekhouding van de ministeries.

Ode aan Marco

bastenEen van de meest ontwapenende lachen die ik ooit heb gezien zat op het gezicht van Marco van Basten. Als hij scoorde kwam daar gelijk die jongensachtige lach, die hij nu op zijn 48e, nog steeds niet kwijt is. Hij juichte fysiek als Cruijff, hoog springend en één vuist naar voren zwaaiend. Cruijff was echter geen lacher, Marco wel. Marco, die eigenlijk Marcel heet, maar door zijn familie al snel Marco genoemd werd, lacht onder vrienden. Een jongensachtige ondeugende lach op zijn hoekige kop. Zijn trekken hebben bijna iets Russisch. Toch valt er met Marco niet te sollen. Zodra er afstand moet zijn, bewaart hij die. Zijn lach is open, maar Marco is gesloten. Marco heeft in zijn jeugd iets tragisch meegemaakt, iets waar hij niet over praat maar wat hem waarschijnlijk heeft gemaakt tot de man met de wat dromerige blik, die immer de afstand bewaart en zijn woorden zorgvuldig kiest.

Wij zijn gewend aan zijn naam. Hadden we ooit kunnen wennen aan Marcel van Basten? Zouden we niet beter geweten hebben, of zou hij met de naam Marcel nooit tot grote hoogte zijn gestegen? Of zou hij dat wel, maar bleef er dan iets aan ons knagen, iets dat niet klopte maar we wisten niet wat? Hij is een held, en zonder meer een van de beste voetballers aller tijden. Cruijff was zeldzaam, Gullit was uitzonderlijk, Bergkamp een nationale trots, maar Marco was legendarisch.

http://www.youtube.com/watch?v=orPOMa98JGA

Jongensdroom

205-GTI-1_6-1Ik had hem vannacht weer, de droom waarin ik een auto die ik ooit bezat, nog steeds bleek te bezitten. Ditmaal was het mijn zwarte Peugeot 205 GTI die ik door pure luiheid niet had verkocht, maar ergens had gestald waardoor ik er nu weer gebruik van kon maken. Het was mijn beste auto ooit, de zwarte 205. In werkelijkheid mankeerde er regelmatig iets aan, maar ik was 24 en het was mijn eerste GTI. De strakke dunne sportstoelen, het driespaaks lederen stuurwiel, het gaspedaal dat de auto ook echt enthousiast vooruit kreeg, alles was weer terug in deze droom. Het enige vreemde was dat de auto communiceerde met mijn mobiele telefoon, en dat weet zeker dat dat nooit het geval geweest is. Ik had nog niet eens een telefoon destijds.

Ik kwam uit Duitsland zetten en ik zat op de bijrijdersstoel. Niemand achter het stuur en over driehonderd meter grenscontrole bij Schiphol. Alles gooit mijn droom door elkaar, maar kennelijk wint de wens het van de logica en droomde ik gewoon door. Ik wisselde snel van stoel en reed ergens naar beneden, een soort parkeergarage in. Ineens reed ik langs een tankstation waar ik iemand hoorde zeggen: “kijk eens wat een mooie auto!” Dat ging heel even over mijn auto, maar al snel kwam daar een spelbreker met een Lamborghini Countach die zijn tank stond vol te gooien, en had de opmerking ineens betrekking op zijn auto in plaats van op de mijne. Ik werd overbluft en hoe het verder ging zal ik nooit weten, want de wekker ging. Zeven uur was het, vijftig minuten later zou ik een Renault Megane station naar mijn werk rijden. Dat was de harde werkelijkheid van vandaag.

Beekse Bergen

We reden naar de Beekse Bergen, waar ik heel vroeger, misschien wel 35 jaar geleden al eens geweest was. Ik heb weer dingen geleerd over beesten die me aan het denken zette. Ik weet sinds kort dat zelfs een volwassen olifant gedood kan worden door een troep leeuwen, maar toen ik vandaag een meter verwijderd stond van een enorme neushoorn wist ik zeker dat dit beest geen prooidier kon zijn. Ik heb nooit gezien dat die beesten zo kolossaal zijn. Echt enorm. Ik acht ze in staat om dwars door een auto heen te lopen zonder dat ze het in de gaten hebben. Ze houden van hun eigen poep, daar maken ze een grote berg van. Onvoorstelbaar dat stropers een neushoorn dood krijgen. Die moeten de vuurkracht van een tank hebben, anders is er geen beginnen aan.

En verder: de Afrikaanse wilde hond is de beste jager ter wereld. Daarna volgt de hyena en dan de leeuw. Allemaal groepsdieren. Een troep wilde honden wordt geleid door een dominant echtpaar (net als bij wolven), de hyena’s worden geleid door een vrouwtje en leeuwen door een mannetje. Dat geeft toch te denken. Niet dat leeuwen er niks van kunnen, maar een vrouw aan het roer werkt kennelijk beter, maar nog beter is een man en een vrouw samen aan het roer. Misschien moet ik een deel van het gezag toch eens aan Linda overdragen.

Als laatste: mannetjes in de dierenwereld zijn vaak mooier. Bij mensen is het omgekeerd, bij ons zijn de vrouwtjes mooier. Maar hoe komt dat? Ik heb er even over nagedacht en ik ben eruit. In de natuur heeft een mannetjesbeest vaak wat uiterlijke kenmerken waar hij indruk mee kan maken. Denk aan het gewei van een edelhert, of de verenpracht van een pauw. Allemaal maken ze indruk op de vrouwen en zelfs als ze geen bijzondere uiterlijke kenmerken hebben, zoals de hond, dan piesen ze zo hoog mogelijk tegen een boom aan, wat eigenlijk gelijk staat aan een wedstrijdje vér plassen, iets dat de mannen onder ons als kind allemaal wel eens hebben gedaan. Maar wat maakt de Europese man nu herkenbaar? Als buitenaardse intelligente wezens een natuurdocumentaire over de mens zouden maken, dan zouden ze zien dat de mannetjes een baard hebben. En dat ze kaal werden. Hoe kaler, hoe aantrekkelijker. Het enige wat ik nog moet doen is mijn baard laten staan. Het is een natuurwet en daar valt niet tegen te vechten.

21 februari

Op deze 28e sterfdag van mijn vader was ik vrij. Niet dat er een verband tussen deze twee gebeurtenissen was, het was toeval. 28 jaar is een lange tijd en ik merk dat ik er beter mee omga. Beter is misschien niet helemaal het juiste woord, want je gaat er mee om en de tijd tikt gewoon door. Hij is inmiddels meer opa Hans geworden dan mijn vader. De opa die Hans en Tammar nooit hebben gekend, maar waar ik ze soms toch wel over vertel, zoals vandaag toen er een busje van de Marechaussee met blauw zwaailicht voorbij kwam. Hans vroeg of het politie was, dus ik antwoordde dat het de politie van het leger was, en of hij wist wie daar ook bij gezeten had. “Opa Hans,” zei ik, en Hans zei dat hij al wel dacht dat ik dat ging zeggen. Ik glimlachte erom. Kennelijk vertel ik toch vaker over hem dan ik dacht. Het was een tragische gebeurtenis destijds, die littekens heeft achtergelaten, maar de wond is geheeld.

En toch, soms vind ik het jammer dat ze hem niet kennen. Hij zou gek op ze zijn geweest, dat weet ik zeker, maar welke opa is dat niet? Ik vraag me af hoe hij met ze om zou zijn gegaan. Zou hij ze ook dagjes meegenomen hebben, en hoe zou hij reageren als ze niet zouden luisteren? Ik kan me helemaal niet voorstellen hoe hij nu zou zijn. Grijs, dat kan haast niet anders. Tenzij je Willem van Hanegem heet word je grijs. Niet kaal denk ik. Ik kan geen auto bij hem verzinnen. Een Volvo misschien, zo’n station? Een Audi gaat ook door mijn gedachten, maar een bescheiden Audi zonder opsmuk. Geen Alfa, dat denk ik niet. Wat zou hij met zijn vrije tijd doen? Hij zou nu 68 zijn. Geen idee. Hij was net als ik een gezinsmens zonder opvallende hobby’s. Zomervakantie, dat vond hij leuk, net als ik. Ik denk wel dat hij een computer zou hebben, hij had in 1983 immers al de ZX-81, als een van de eersten. De levenslijn stopte in 1985 en vanaf dat moment wordt de lijn een nevel die alle kanten opgaat. Er is weinig van te zeggen hoe hij nu geweest zou zijn. Waarschijnlijk milder, want iedereen wordt milder als hij ouder wordt. Verstandig vond ik hem al, maar dat zal mijn vertekende kindsbeeld zijn geweest. In elk geval zou hij zijn kleinkinderen op schoot hebben zitten.

Kinderen zijn hinderen zei vader Cats

pannenkoekenhuis Zondag was Linda met Hans naar vriendinnen die allemaal een kind in de leeftijd van Hans hebben, en beter was het om Tammar niet mee te nemen, omdat ze dan net buiten de boot zou vallen. Tammar vond het prima, omdat ze niet door had dat Hans ging spelen, en nu kon ze rustig naar haar eigen televisieprogramma kijken. Aan het eind van de middag besloot ik haar mee te nemen naar een pannenkoekenhuis, wat ik best een gedoe vond, want ik dacht er met frietjes vanaf te komen, maar wat uiteindelijk een van de betere ervaringen uit mijn carrière als vader bleek te zijn. Tammar was in haar element en ik liet haar grotendeels haar gang gaan. Zo bestelde ze nadat ik een glas melk bestelde, een glas melk mét een rietje, vertelde ze de serveerster dat ze van haar fiets was gevallen, dat ze ook een keer een gebroken arm had, en dat Hans geopereerd was. Eén keer heb ik haar afgeremd en gezegd dat die mevrouw ook druk was, en dat ze niet de hele tijd naar haar verhalen kon luisteren. Maar voor de rest ben ik toch een beetje bang dat ik daas van aanbidding naar haar zit te kijken zonder in te gaten te hebben dat ze een betweterig kind is dat misschien wel irritatie opwekt bij andere volwassenen. Het ontbreekt er nog net aan dat ik mijn ogen dicht doe en mijn beide handen ten hemel spreid. Ze vond het “gezellig” zo met de kaarsjes op tafel.

Hans had leuk gespeeld, maar er was iets niet helemaal goed gegaan. Hij had een film gezien -Snuf de Hond en het spookslot- (door de EO uitgezonden als familiefilm) maar die was wat te heftig voor hem. Volgens een legende spookt het in een kasteel, want vroeger had Zwarte Bertram uit jaloezie met zijn zwaard de staljongen gedood. Dit scheen nogal uitgemeten in beeld te zijn gebracht, en sindsdien durft Hans niet meer naar bed. Zondagnacht heeft hij naast mij geslapen, en me een keer of vier wakker gemaakt met vragen over Zwarte Bertram, maandagavond hebben we om en om op zijn kamer gezeten totdat hij sliep, maar ook die nacht is hij meermaals huilend naar ons toegekomen, en vanavond huilde hij iets minder, maar nog steeds moesten alle lampen aan en heeft Linda een tijdje boven gezeten tot hij sliep.

Snuf de hond klinkt meer als Nijntje, lief klein konijntje, maar nee. Een iets te spannend verhaal voor een jongetje van zeven, (leeftijd vanaf negen jaar) al hebben de andere kinderen die het gezien hebben, nergens last van. Hij is ook wat gevoelig, net als zijn vader vroeger, maar die is inmiddels een ijskoude geworden. Het enige waar ik tegenwoordig nog bang voor ben is de duvel en z’n ouwe moer.

De zachte weg

Vrijdag bracht ik Hans naar Judo, inmiddels heeft hij de groene slip, wat inhoudt dat hij tussen de oranje band en de groene band inzit. Hij heeft een mooi judopak en zijn band is van dikke stof, veel mooier dan het reepje rafelige stof dat ik destijds tot mijn beschikking had. Ik had de blauwe band toen we verhuisden en daarna ben ik nog één keer naar judo geweest, maar ik wilde niet meer. Voetbal en judo ruilde ik in voor zwemmen en badminton. Van dat judo heb ik nog altijd spijt. Ik zou het misschien tot de zwarte band hebben geschopt, al wordt er niet geschopt met judo. Judo betekent letterlijk “zachte weg” en in die zin ben ik nog steeds een beoefenaar van de edele judosport. Ik doe veel langs de zachte weg, omdat dat immers de meest prettige weg is. De buiging (groet) is een teken van respect, maar ook dat je laat zien dat je de ander geen kwaad gaat doen.

Hans moest opdraven voor een demonstratie van meester Thijs, een jongen van net twintig schat ik in, een vriendelijke maar onverschrokken blik in zijn ogen, derde dan, en sterk in de zachte weg. Hij heeft de kinderen onder controle, maakt een grapje met ze, maar roept ze net zo makkelijk weer tot de orde. Meester Thijs zette een heupworp in en daar vloog Hans door de lucht en landde op de grond zonder af te slaan. Dat kwam hem op een strenge blik te staan, waardoor Hans alsnog afsloeg, maar dan heeft het geen zin meer. Dat moest dus opnieuw en wederom ging Hans door de lucht, maar ditmaal sloeg hij wel goed af. Ik heb wel enige bewondering voor Thijs. Ik heb ook eens meegedaan aan zijn les, toen Hans net was begonnen, en ik verbaasde me hoe hij als jonge jongen mij, een veertiger vertelde wat ik moest doen. Het was de gewoonste zaak van de wereld en niets in mij protesteerde. Hij was de meester, ik de leerling. Thijs is een goeduitziende jongen, zeker als hij zijn blauwe judopak aanheeft, en sommige moeders spreken hem wel erg vaak aan. Ik had een vraag over het nieuwe judopak van Hans, er zat iets aan de broek niet goed, en hij liet me zien hoe het moest. Daarvoor maakte hij speciaal zijn derde dan los zodat ik een stiekeme blik op zijn buikspieren kon werpen. Dat doe je op mijn leeftijd, die is ook een soort slip, je zit tussen de kracht en het verval in. Het viel me nog enigszins tegen, ik had een wasbord verwacht. Maar toen bedacht ik me dat wasbordjes slechst uiterlijk vertoon zijn en met judo niks te maken hebben.

Hieronder zie u Meester Thijs San voor zijn examen zwarte band (1e dan) zijn tegenstander keer op keer vloeren.

Phil Collins

Vrij onopvallend ging hij naar mijn idee als soloartiest door de jaren ’80 heen. Hij had lak aan uiterlijk vertoon en maakte zijn muziek. Iedereen kon hem wel waarderen en door de hoeveelheid kwaliteit die hij afleverde wist iedereen dat hij een grote was. Maar toch, net niet de superster die anderen iconen uit de jaren ’80 waren, al deed hij er muzikaal niet voor onder. Hij had goede nummers die hun weg naar de top 100 aller tijden wel vonden. Ze hoorden in de lijst zonder eruit te springen. In the air tonight, One more night en Against all odds zijn daar voorbeelden van. Hij hoorde bij de jaren ’80 maar zou pas opgevallen zijn als hij er niet was.

Op de radio kwam “In the air tonight” voorbij. U kent het allemaal wel. Een goed nummer, maar wel wat saai. Totdat hij aan het einde los gaat op zijn drums. Hij zingt en ramt ritmisch op de drums, wat in mijn ogen een groter wereldwonder is dan de Chinese muur. Hoe kan zoiets? Spoel gerust door naar 3:30, en kijk eens hoe hij los gaat en steeds harder gaat zingen. Zijn drumstokken blijven echter even hard op de drums neerkomen. Misschien kijk ik er meer tegen op dan een ander omdat ik in een ritmisch klappende zaal nog uit de maat ga, maar potverdorie wat vind ik dit knap.

Dromenpuutje

Zojuist dacht ik gedurende een seconde dat er een alarm afging. Ik schrok want we hebben geen alarm en mijn auto volgens mij ook niet. Bovendien staat die 50 meter verderop geparkeerd. Toen ik deze gevolgtrekkingen in die seconde had verwerkt, schoot ik naar beneden omdat ik me realiseerde dat het Tammar was die lag te gillen in haar bed. Een rat. Een rat in haar bed, dat is waar ik aan dacht. Waarom dat mijn eerste gedachte was weet ik niet, maar het klonk alsof ze gebeten werd. Toen ik haar kamer opkwam jammerde ze dat ze heel eng had gedroomd, maar ze wist niet meer wat. En of ik het even tegen mama kon gaan zeggen. Mama sliep al, maar ik ben het even gaan zeggen. “Komt ze eraan?”, vroeg Tammar. Ik legde haar uit dat ik nu bij haar was en dat een droom niet echt is. Ze werd vrij snel weer rustig en vroeg of de deur open mocht blijven staan, anders zou de droom weer terugkomen. Ja, daar ben ik nu ook bang voor, dat die droom weer terugkomt. Ik heb het vaker meegemaakt, met Hans, maar ook met mezelf, dat als je doorslaapt de droom weer verder gaat.

Vanavond las ik aan Hans het laatste hoofdstuk voor uit het boek “Pinkeltje en Klaas Vaak”. Over hoe dromenpretje en dromenpuutje de kinderen met een zak zand te lijf gaan. Dromenpretje strooit wit zand voor de kinderen die lief zijn, Dromenpuutje strooit rood zand voor de kinderen die stout zijn. Dick Laan, de schrijver, is nog uit een andere generatie. Een zwarte pop heet onbeschaamd ‘roetmopje’, iets wat tegenwoordig tot zware protesten onder de blanke bevolking zou leiden. Meneer Dick Laan deed ook nog een sterk staaltje ongegeneerde zelfpromotie. Pinkeltje heeft in het verhaal een droombril en kan daarmee zien wat iedereen droomt. Pinkeltje vraagt wat meneer Dick Laan droomt, en krijgt prompt te zien dat Dick Laan in een kamer zit vol met boze vaders die geen Pinkeltje meer willen voorlezen aan hun kinderen, maar daarna komen er duizend kinderen die roepen dat hun vaders elke avond Pinkeltje moeten voorlezen. Geboren in 1894, dat verklaart veel.

Mijn hart is inmiddels weer bekomen van de schrik, en ik ga slapen. Dromenpuutje moet maar eens bij mij langs komen als hij durft. Tammar stout geweest! Hoe verzinnen ze het?

De vaatwasser

De vaatwasser piepte drie keer ten teken dat het programma klaar was. Het was in de reclame van een programma dat ik zat te kijken en Linda zat boven in bad. Ik ruimde de vaatwasser uit, maar heel voorzichtig, zodat boven niet het gerammel van de pannen te horen was. Met een fluwelen hand schoof ik de pannen in elkaar en zette ze op hun plek. Het bestek kwakte ik niet in de la, maar legde alles geluidloos in het daarvoor bestemde bakje. Zelfs plastic bakjes waar ik normaal niet van weet waar ze horen te staan, gaf ik een plaats, zodat ze uit het zicht waren. De vaatwasser sloot ik daarna weer helemaal, zonder sporen achter te laten. Het is zo’n dingetje, die vaatwasser. Het is niet helemaal duidelijk wiens taak het is om hem uit te ruimen, dus als ik het doe wil dat niet zeggen dat ik daarna bewierookt wordt, want daarmee zou Linda aangeven dat het eigenlijk haar taak is, terwijl er de afgelopen maanden een duidelijke verschuiving in mijn richting heeft plaatsgevonden als het gaat om het uitruimen van de vaatwasser.

Maar goed, ik wist dus niet helemaal zeker of ze als ze beneden kwam de vaatwasser zou opentrekken en dan blij verrast zou zijn, (anders had ze me wel gehoord in de keuken) of dat ze mij zou vragen of ik de vaatwasser even wilde uitruimen. Het werd het laatste. Overdreven geërgerd en mokkend liep ik naar de vaatwasser. Voordat Linda de kans had om mij een veeg uit de pan te geven trok ik hem open en constateerde droog: “Oh, hij is al uitgeruimd.” Een eikel, dat ben ik volgens haar.