Ik werd daarnet kortstondig overvallen door een droeve moedeloosheid. We luisterden naar een spotifylijst en er kwam een leuk hitje uit de jaren tachtig voorbij. Windforce 11, van Nadieh. Ik zocht haar even snel na omdat dat nu eenmaal kan tegenwoordig, maar tot mijn schrik was Karin Meis, zo heette ze, al overleden in 1996. Dat was volledig langs mij heen gegaan. En omdat het volledig langs mij was heen gegaan concludeerde mijn hersenen alvast dat het dan ook langs u was heen gegaan en dat ze in volledige eenzaamheid en anonimiteit was gestorven op haar zevenendertigste. Wat vast niet het geval was toen ik er iets langer over nadacht.
Zevenendertig, al 24 jaar dood, ze heeft niet eens de aanslag op 11 september meegemaakt. De ramp met de Koersk niet, niet vlucht MH-17. Ze kende Coldplay niet eens, laat staan Beyonce. Obama, Trump, Golfoorlog, ze heeft geen idee. Corona kent ze niet, internet waarschijnlijk niet eens. De wereld heeft sinds haar dood geen seconde trager om haar as gedraaid. Ik heb in elk geval niet om haar gerouwd, simpelweg omdat ik het niet wist. En dat stemde me treurig. Maar was ik treurig om haar dood, of om het feit dat dat kennelijk kon gebeuren zonder dat ik het wist, of om het feit dat de wereld gewoon door draaide al die tijd? Of misschien omdat ik voelde dat het ons allemaal gaat gebeuren, dat we sterven en dat de belangrijkste gebeurtenissen ons dan niet meer bereiken?
Het is belangrijk te rouwen, net als het eren van de doden. Is het niet voor de doden, dan wel voor degenen die ze achterlieten. Met haar hit riep ze me op om haar op te zoeken zodat ik alsnog het rouwproces, hoe kortstondig ook, in werking kon zetten. Rust zacht verder, Nadieh.

