Rumoer.

Wij wonen nu een jaar in ons nieuwe huis en het bevalt prima tot zover. Nette buurt, zowel ouderen als jongeren in de straat. En stil, veel stiller dan ons oude huis dat aan een fietspad lag en waar aangeschoten fietsers luidruchtig praatten op een nachtelijk tijdstip. Nou ja, als je zo hard praat verdien je ook niet anders dan aangeschoten te worden. Het is dat ik geen buks heb, maar anders…

Afijn, rustige buurt doorgaans hier. Alleen ‘s ochtends vind ik het wel eens lawaaierig als de krant met een dieselauto wordt rondgebracht en als een gehandicapte buurjongen met een taxibusje wordt opgehaald. Vanochtend heel vroeg maakten ze het wel heel bont. Ik keek uit het raam en zag een auto voorbij scheuren en met een noodgang rechts afslaan. Met mijn slaapdronken kop dacht ik alleen: “”

Ietsje later reed er weer een auto door ons doodlopende hofje. En weer één. En toen hoorde ik iemand roepen: “staan blijven!” Ik keek uit het raam en zag een agent met zijn hand op zijn pistool voorbij rennen. Ik zag politieauto’s door de wijk scheuren. Ik dacht: inbreker. Ik kleedde mij aan om onze tuin en garage te checken. Inbrekers prima, maar niet in mijn tuin of garage! Ik trof niemand aan. Ik ging maar weer slapen. Nou ja, slapen…, het was meer wachten tot het tijd was om op te staan.

Toen ik aan het werk was ging de bel. Een buurman (een oudere) kwam vragen of ik iets had gemerkt. Volgens hem had er iemand aan onze poortdeur lopen morren, maar die deur gebruiken wij niet, die zit altijd op slot. Een wazig verhaal, hij leek licht van streek, ik kon er niet echt een touw aan vastknopen. Een plastic zak, een ingegooide ruit, een open garagedeur…

Uiteindelijk bleek het om een hennepkwekerij te gaan bij onze buren van één huis verder. De vorige bewoners zijn van de zomer verhuisd en de nieuwe had ik nog nooit gezien. Ik wist niet eens dat er al nieuwe woonden. 450 planten zijn er weggehaald. Tot elf uur vanavond zijn ze bezig geweest. Dat was het dan waarschijnlijk weer, qua spanning en sensatie. De eerstkomende 20 jaar geen politie meer in deze straat.

De forens

Door de beslagen ruit schijnt de laagstaande zon,

ik rij naar het zuiden, dus zon van links. 

Radio 1, want je moet toch op de hoogte blijven

van een muizenplaag in Friesland

Maar dan neem ik het dappere besluit

Om de knop om te zetten

En muziek vult de binnenkant

Grootse teksten, over liefde, over god en over pijn

en ik rij maar verder naar het zuiden tot ik op mijn werk kom,

want er moet ook een dagelijks leven zijn. 

Vanavond heb ik de zon op rechts.

(Nov 2018, gevonden tussen de concepten)

De wolf en de hond.

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik een wolvin zag. De welpjes liepen achter haar aan en het was vroeg in de middag dus ik had heel veel geluk. Daarna bleef het stil. Ik vond wel regelmatig uitwerpselen waarvan ik vermoedde dat die van een wolf waren.

Een paar weken terug zag ik zo’n wolvendrol midden in het hondenuitlaatgebied. Ik twijfelde, want waarom komt er een wolf hier zo vlakbij? En in dit gebied waar zoveel honden lopen? Er waren een aantal kenmerken waaraan deze drol voldeed om in aanmerking te komen voor de kwalificatie ‘wolvendrol’. Ten eerste, het ziet er wat droger uit dan die van een hond en er zitten haren doorheen. Ten tweede zijn het behoorlijke jongens en ten derde liggen ze midden op het pad. Dat doen honden niet, die gaan even van het pad af. Toen mijn hond er ook nog bovengemiddelde belangstelling voor toonde en er toen overheen plaste, wist ik het eigenlijk zeker. En toen ik gisteren een andere honduitlater hoorde zeggen dat er verderop een wolvendrol lag, wist ik het helemaal zeker, al irriteerde het me wel dat deze nitwit het ook gezien had. En toen ik er vandaag langs liep had er zelfs een hond overheen gepoept.

Er loopt dus een wolf vlakbij. En de honden weten allemaal feilloos dat dit iets bijzonders is. Ze vertonen allemaal raar gedrag. Ik zag laatst een filmpje waarop een wolf door de weilanden liep. Schapen die in hun hele leven nog geen wolf hadden gezien wisten ook instinctief dat dit geen hond was, gezien hun plotselinge onrust. Hoe dat toch werkt in de natuur…

Een kijkje in mijn hoofd.

Ik was doodongerust. Vanwege die piep in mijn oren. Ik ging naar de dokter, ze probeerde mij gerust te stellen, hetgeen wel even lukte. “ Gaat weer over,” had ze gezegd nadat ze me controleerde. “Het kan een aantal weken duren.” Maar thuis ging ik alweer zitten internet dokteren en zag dingen die niet klopten. Was ze niet te veel overtuigd dat haar diagnose klopte? De symptomen die ik had werden helemaal niet genoemd. En spoelen met zout water, wat is dat voor homeopathie? Moest ik niet onmiddellijk naar een kno-arts?

Ik lag er wakker van. Niet alleen van het gepiep, maar vooral van de toekomst. Moet ik nu echt zo door, de rest van mijn leven? Ik heb wel eens gehoord van mensen die zich lieten euthanaseren om deze reden. Die zullen het toch wel erger hebben gehad? Hoewel? Gaat dit na mijn dood eigenlijk wel weg? Zo gaan mijn gedachten met me aan de haal op het moment van tegenslag.

Ik werd er letterlijk ziek van. Moe, misselijk, koud, gedeprimeerd. Ik werd weer dat slappe kanariepietje op de bank. Ik kon niet voor me zien hoe dit verder moest. Ik zag al voor me dat ik niet meer kon werken en dat ik geen nieuwe baan meer kon vinden. Ik begon weer met bidden, midden in de nacht. Het onze vader, weesgegroetjes, Jezus en Maria.

Maar ik spoelde met zout water. Volgens de huisarts een rotgevoel. Ik vond dat niet. Een piep in je oor, dat is pas een rotgevoel. Bovendien, dat opsnuiven van zout water geeft een kick, net als cocaïne. Maar veel gezonder. En die traanogen erna zijn ook best stoer.

Inmiddels is de piep minder. Hij is er niet meer constant, en hij is meestal wat zachter. Soms nog wel even luider, maar ik raak niet meer in paniek. Ik slaap weer goed. Heeft de dokter waarschijnlijk toch gelijk. Ik schaam mezelf om hoe heftig ik reageer op ongemakken. Veel mensen hebben veel ergere dingen. Die zeuren ook niet zo, angsthaas! Nou ja, dit ben ik. Altijd al geweest.

Zemelaar

Mijn leven is een grote sinusgolf. Pieken en dalen. Tenminste, ik laat mij meeslepen. Zo kan ik de ene dag voor de spiegel staan en mezelf trots aankijken. Ondanks mijn 51 jaar sla ik iedereen van de baan met badminton (iedereen zijn drie tegenstanders op een avond) en loop ik tien kilometer, heb geen rugproblemen meer, geen blessures, mijn hersenen doen het goed en ik voel me fit. De volgende dag zie ik een oude, vermoeide man, met dun, grijs haar, leesbril, wallen, klein buikje, hangende oogleden, en nog een paar dingetjes die me niet bevallen. Het kan hard gaan. Sinds een paar dagen heb ik er een nieuw ongemak bij. Ik noem het maar voorzichtig tinnitus. Een hoogfrequente pieptoon in mijn hoofd. Het schijnt in je hoofd te zitten. De pieptoon komt me niet onbekend voor, ik ken dit al heel lang. Alleen stond er dan meestal een televisie aan ergens. Of het was eventjes en het verdween weer. Maar nu houdt het al dagen aan. En waar het van komt? Ik heb nooit (zelden) concerten bezocht. Weinig in disco’s geweest. Heel weinig met een koptelefoon op naar muziek geluisterd. Alleen de afgelopen maanden heb ik wel dagelijks oortjes in gehad. Om YouTube filmpjes te bekijken voor het slapen gaan. Maar op zeer laag geluidsvolume. Dat kan het haast niet zijn.

Ik heb altijd gezegd dat een mens niet gemaakt is om ouder dan veertig te worden. Dan is het beste ervan af, en kun je je in de natuur niet meer redden. Maar we leven niet in de natuur, wij leven in gevangenschap. Daar kun je oud in worden. Ik ben alleen niet zo goed in oud worden. Die klachten die ik noem, behalve tinnitus, zijn normaal en ik vind ze al storend. Ik was altijd blij met mijn goed werkende lichaam en mijn zintuigen. Zeuren over ouderdomskwalen is ook gezeur. Wees eerder blij dat je oud wordt, schijn je dan te moeten denken. Zit best wat in. Maar als het in dit tempo gaat dan ben ik over vijftig jaar finaal op! En alleen de eerste veertig deden ertoe. Nou ja, gelukkig heb ik de foto’s nog.

Vrede

Ik had niet eerder van hem gehoord, en ik zal hem hoogstwaarschijnlijk ook weer vergeten, Paul Moerman, de oudste veteraan uit de tweede Wereldoorlog die onlangs overleed op 104-jarige leeftijd. Maar hij had een prachtige zin voor ons waarvan ik sterk de behoefte voel om die hier te citeren: vrede is een wankele muur die moet worden ondersteund. Ik heb lang niet meer zo’n mooie zin gelezen en daar moest ik verder maar niets meer aan toevoegen.

Tere huidjes en fluwelen handschoentjes.

Vroeger, waren we duidelijker naar elkaar. Als je een laag iq had kreeg je de aanduiding debiel. Als je iq nog lager was kreeg je op je rapport keurig de aanduiding imbeciel, en als je iq zo laag was dat het niet te meten viel, dan was je idioot.

Debiel en imbeciel zijn scheldwoorden geworden die gevoelig liggen, maar idioot kun je nog rustig gebruiken. Premier Rutte bijvoorbeeld, vindt regelmatig mensen idioot. Meestal wordt de term gebruikt om mensen die onwettelijk gedrag vertonen, aan te duiden. Hetgeen verder niets met idiotie te maken heeft. Het is gewoon een algemeen aanvaard scheldwoord, en het doet ook minder pijn om voor idioot te worden uitgemaakt dan voor debiel of imbeciel. Mongool is dan weer veel krachtiger, maar dat woord kun je als premier echt niet bezigen vanwege het grote aantal mensen met het downsyndroom.

Ik bedoel maar. Uitgescholden worden is niet leuk, maar het heeft een functie. Je kweekt er een olifantenhuid door. Turk, dat was bij ons vroeger ook een scheldwoord dus je riep het vooral tegen niet Turken. Neger was dan weer geen scheldwoord, maar is dat nu wel. Nikker, dat was het scheldwoord, al gebruikte mijn oma dat nog gewoon om een vriendinnetje aan te duiden. Dat nikkermeisje zei ze dan. Jood kan nu als scheldwoord worden gebruikt, maar vroeger moest je smous zeggen om ze te beledigen.

Tegenwoordig kun je alles als scheldwoord gebruiken, je zet er eenvoudigweg het woord kanker voor. Maar daar hou ik niet van. Hoer op zichzelf is al krachtig genoeg. Aan de andere kant kun je tegenwoordig bijna geen enkel scheldwoord meer gebruiken, omdat er altijd wel een groep is die zich daardoor beledigd voelt. Wat volgens mij ook precies de functie van een scheldwoord is.

Bovenstaande schreef ik gisterenavond op mijn mobiele telefoon toen ik in bed lag. Ik was nog niet helemaal tevreden en besloot het morgen (vandaag) te verbeteren of aan te vullen. Totdat ik vanochtend een interview met Youp van het Hek las, waarin hij het ineens had over scheldwoorden. Waardoor ineens al het gras voor mijn voeten werd weggemaaid. Maar de aanleiding van al dit fraais was een kennis die fysiotherapeut is en werkt met gehandicapten. Ze kreeg van haar oudere cliënten rapporten onder ogen, waarin ze werden aangeduid als imbeciel en debiciel. Zo zei ze het. Ik wist dat al, maar op dat moment werden de fundamenten voor dit logje gelegd.

Don’t know much…

Dankzij mijn kinderen leer ik weer dingen die ik al vergeten was. Goniometrie bijvoorbeeld, maar vandaag ook hoe het ook alweer werkt met plaatsbepaling op aarde door middel van coördinaten. Noorderbreedte, zuiderbreedte, westerlengte, oosterlengte. Nederlands en economie beheers ik nu waarschijnlijk beter dan op de middelbare school, net als geschiedenis, al nam ik daar snel afscheid van. Geschiedenis is nu trouwens veel zwaarder dan dertig jaar geleden, er is tenslotte dertig jaar bijgekomen. In Engels ben ik véél beter dan dat ik ooit op school was en dat geldt voor Frans ook, zij het in mindere mate. Dat ik wiskunde op Havo niveau heb weten te halen vind ik met terugwerkende kracht knap. Ik ben blij dat mijn kinderen niet op het VWO zitten, anders had ik toch op een gegeven moment moeten afhaken en dat is niets voor mij. Als ik begin met haken, dan haak ik het ook af.

Als ik over mijn huidige werk moet vertellen ben ik altijd beschamend snel klaar. Dan klinkt het alsof het helemaal niets voorstelt. En het mooier maken dan het is, is ook niets voor mij. Toch vergt het soms het uiterste van mijn kunnen. Spitten in archieven, zoeken naar bewijzen, onderhandelen met klanten of met andere afdelingen, zoeken naar contracten, clausules daaruit vinden, procedures begrijpen en volgen, rekenen, veel rekenen. En fouten herstellen, veel fouten herstellen. Incasseren, geen geld maar voornamelijk gezeik.

Soms noem ik het ongeschoold werk, maar dat is omdat ik opgeleid ben om financiële administraties te voeren en daar zit wat frustratie bij. Maar Engels, Nederlands, Frans, Duits, economie, aardrijkskunde, rekenen, recht, maatschappijleer, handelswetenschappen, typediploma, informatica, de hele rimram komt toch weer van pas. Alleen natuurkunde, biologie en scheikunde, daar zie ik niks van terug. Dat voelde ik instinctief aan, dat ik die vakken met een gerust hart kon laten vallen. Daar heeft een beetje boekhouder helemaal niks aan.

In het spoor van de Porsche

Ergens in de jaren tachtig zag ik in de buurt een rode Porsche 911 Targa rijden. Het was herfst en de Porsche liet de een spoor van dwarrelende bladen achter zich. Het was voor mij als zeventienjarige een magisch moment. Tegenwoordig kijk ik amper op van een Lamborghini, maar destijds was een Porsche genoeg om mij in extase te brengen. Een Porsche was zo snel, zo mooi en zo onbereikbaar.

Een Porsche heb ik dan bepaald niet, maar mijn auto kreeg ik terug van een reparatie nadat ik al maanden met een tikkend geluid rondreed. De zogenaamde homokineet was versleten en nu vervangen. In combinatie met de optische verbeteringen die er onlangs zijn aangebracht besloot ik het spoor van de Porsche te volgen. Ik heb een diesel maar dat kan mijn rijplezier nauwelijks drukken. Qua vermogen zit ik maar een dertig paardenkrachten achter de Porsche van destijds en qua koppel versla ik hem ruim. Niet dat mijn auto er ook maar bij in de buurt komt, en scheuren deed ik niet, maar een dwarrelspoor van bladeren trok ik ook. En ik voelde mij minimaal even gelukkig achter het stuur als de Porsche-bestuurder destijds. Dat gevoel creëer je zelf. Het was dezelfde weg, ruim dertig jaar later.

Vergelijking

Ik moest mijn zoon leren hoe het scheermes te hanteren. Het is weer zo’n momentje in mijn leven. Voor hem waarschijnlijk niet, maar voor mij toch zeker wel. Hij vroeg het, want dat gekloot met slechte scheerapparaten schoot ook niet op. Hans is behalve in de omgang niet zo handig. Dus als ik zei, “andersom”, dan draaide hij het mesje naar de buitenkant zodat hij zich met plastic stond te scheren.

Ik hielp hem ook met wiskunde. Het berekenen van de snijpunten van een parabool en een lijn. Dan denk ik direct: Abc-formule, maar die leren ze niet meer. Ze leren inklemmen, wat een soort gokken is. Je klemt het antwoord in tussen twee foute antwoorden. Ik dacht er het mijne van. De Abc-formule is kennelijk te lastig, dus die schaffen we maar af. De waarheid is dat ik helemaal niet direct aan de Abc-formule dacht, ik was hem zelfs straal vergeten, maar ik kwam hem weer op het spoor doordat ik een kwadratische formule niet kon ontleden. Best lastig nog, maar toen ik vijftien was behoorde de Abc-formule tot de examenstof van de mavo, en kennelijk was dat niet hetzelfde als 4 vmbo.

Toen ik vijftien was overleed mijn vader. Hij kon me niet helpen met scheren of met de Abc-formule. Toen ik vijftien was, was hij zwaar ziek. Ik heb Hans’ levensloop altijd met die van mezelf vergeleken. Hij is nu op de leeftijd dat ik het alleen moest gaan doen. De vergelijkingen gaan vanaf nu uit elkaar lopen. Tot de vijftienjarige leeftijd, zover kon ik de vergelijking oplossen. Hoe het verder moet qua opvoeding is nu de vergelijking met meerdere onbekenden. Van mijn kant bezien dan, Hans maakt zich niet druk. Die lost hem wel op.