Held

Was ik ooit een held

In iets wat ik heb gedaan

Ben ik ooit bewonderd

Ooit in mijn bestaan

Heb ik een heldendaad verricht

Redde ik een mens het leven?

En deed ik dat heldhaftig

Of meer met angst en beven?

Zijn mijn daden genoteerd

Toch zeker wel die keren

Dat ik in het water sprong

Om het reddend zwemmen aan te leren

Steeds als iemand moest gered

Was iemand mij al voor

Een agent, een brandweerman,

Sean Connery of Roger Moore.

Nee, hooguit geef ik goede raad

Of financieel advies

Het heldendom valt of staat

met balans, winst-en verlies

(kwam ik tegen in een notitieboekje, 2018)

Willem Wilmink en Annie M.G. Schmidt

Ik wilde wel eens dichten
als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
De mooiste verzen richten
Tot een uitgebreid publiek.

Ik wilde wel eens harten raken
als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
Al gauw moest ik mijn poging staken
Want zo eenvoudig bleek dat niet

Hun dichtkunst maakte krasjes
Op de hartstreek en het zielgebied.
Ik heb het over Willem Wilmink
en over Annie M.G. Schmidt

Wellicht na duizend pogingen
te dichten als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
Dat ik dan eens in de buurt kom
Van hun allerminste lied.

Camping ellende.

De buren hebben bonje,
Op een camping in de Dordogne.
De caravan is niet stabiel, het stinkt er en de douche is niet steriel.
De wc die trekt niet door, de ramen gaan niet dicht, het beddengoed is goor, in de keuken is geen licht.
Het warme water is al op, de hele boel staat op z'n kop.
De receptie is gesloten en het weer is ook al kloten.
Hoor de buurvrouw die haar man uitscheldt, hun huwelijk wordt op proef gesteld.
De vakantie is normaal een zegen, maar niet in de Dordognese regen.

Het spinnen van een kat

De wetenschap weet niet met zekerheid,

hoe een huiskat toch kan spinnen

Met niet aflatende gedrevenheid

pijnigt men het hoofd van binnen

Over het raadselachtige geluid

Het komt niet uit z’n snuit

Niet uit z’n bek of uit z’n gat

Nee, niemand snapt de kat.

 

Maar wat de wetenschap niet weet

valt buiten haar domein

Ze is een echte spinnenbeet

Als digi en analfa,  maar dan op katachtigenterrein.

Mijn online Valentijn

 

Valentijn, oh Valentijn,

Verliefd en onbevangen

Wat ben je meer dan schone schijn?

Een kooi houdt je gevangen

 

 Valentijn, oh Valentijn,

Te mooi om niet te delen

Rozengeur en maneschijn

zijn zichtbaar voor zovelen

 

Valentijn, oh Valentijn

Je was een anonieme kaart

Niet langer het privédomein

maar pseudoniem voor niets meer waard. 

 

Ollekebolleke

Nergens zag ik op sociale media, tenminste niet in de kringen waarin ik mij begeef, een melding over het overlijden van Drs P.
Doorgaans is er ook weinig dramatisch aan het overlijden van een vijfennegentigjarige, en zijn woordkunsten sloegen misschien niet bij het grote publiek aan, maar het verbaasde mij toch. En nu ga ik niet beweren dat ik zijn werk goed kende, maar zijn “De Veerpont” en en vooral “de Dodenrit” kon ik erg waarderen. Ik las wat over hem en kwam op de Ollekebolleke. Een dichtvorm die onbegrijpelijk lijkt als je leest wat erover wordt uitgelegd. Dubbele Dactylus, metrum, pointe, puntdicht. Het zal allemaal wel. Maar als je tot je door laat dringen wat er gebeurt dan zit ineens dat ritme in je hoofd. Het ritme waarmee het wordt uitgesproken is bijna hetzelfde als het kinderversje Olleke Bolleke. Alleen doe je niet: Olleke bolleke Rubisolleke Olleke bolleke Knol! Nee, je doet: Olleke Bolleke, Knolleke solleke, Olleke Bolleke, Bolleke Knol! Net iets anders.
Verder moet er op de zesde regel een zes-let-ter-gre-pen-woord komen te staan met de klemtoon op de vierde lettergreep. Lijkt misschien lastig, en dat is het ook, maar ram dat ritme in je hoofd en je hoort het vanzelf. Voor het ritme maakt het niet uit of het een woord is dat uit zes lettergrepen bestaat of juist uit twee van drie, maar in de Ollekebolleke is dat verplicht. Ik heb de regels niet verzonnen. Er zijn nog meer regels aan de Ollekebolleke, maar daar vermoei ik u verder niet mee.

Ik ging gisteren aan de slag en kwam er niet uit. En vandaag zie ik dat Drs P zijn eigen rouwadvertentie vanuit het hiernamaals heeft geregisseerd. Ik weet dat het woord briljant tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt, maar hier is een briljant op zijn plaats. Als volgt:
rouwadvertentie Drs. P
Mijn eerste Ollekebolleke ooit is een betuiging van eer aan deze actie. De Limerick is er kinderspel bij.

Lastige uitdaging
dusdanig te rijmen
op zo’n manier dat een
versje ontstaat

de doctorandus had
Ontegenzeggelijk
uit het hiernamaals een
topper paraat.

Terugreis in 1975

De Fiat 128 van mijn vader
Door het donker over de A2
buiten zag ik sterren, lantaarnpalen
en soms reed de maan ook met ons mee

Want de maan die kon bewegen
Hij ging even snel als wij
Hij sneed soms door de wolken
Maar was de hele rit erbij.

Van Utrecht naar Den Bosch
Bij de Lek zat ik te gapen
Wij moesten drie rivieren over
Bij de Maas lag ik te slapen

Mijn broertje en mijn zusje
samen op de achterbank
Ik sliep op de vloer
niet tegen wil of tegen dank.

De verhoging in het midden,
De stugge vloermat prikte aan mijn wang
Ik sliep er als een prins
Ik was er veilig en voor niemand bang.

Vijf

Twee jaar geleden toen het had gemoeten, heb ik het niet geplaatst, maar nu liep ik er tegenaan. Het was 26 juni 2010. En eigenlijk zonde om in de concepten te laten staan.

Mijn zoontje vindt zichzelf al groot, al is hij pas vijf jaar.
Hij gedraagt zich als een bink, maar zijn lijf is nog niet klaar.
Zijn bovenlijfje is gespierd, hij rent over het veld,
hij heeft vijf verjaardagen gevierd, maar er pas drie bewust geteld.
Er komt een nieuwe fase waarin hij met een sprongetje,
het kleuterleven ruilt,
voor het leven van een jongetje,
dat niet elke dag meer huilt.

Hij gaat al naar de tweede
deze kleine grote man,
vijf is al zo lang geleden,
ik weet er nauwelijks nog iets van.
Maar als hij ligt te slapen
en ik naar zijn bedje loop,
met zijn welgeschapen hoofdje
liggend op het kussensloop,
zijn haartjes nat, hij ademt zacht,
zijn hoofd bezweet, een warme nacht,
bedenk ik hoe klein en kwetsbaar je nog maar bent
grote, kleine maar pas vijfjarige vent.

Hoera

Mijn ingezonden gedicht voor de dodenherdenking werd afgekeurd. Ik had me een dag vergist volgens het Comité. Jammer, verder vonden ze het erg goed.

Hoera, het is vijf mei, we zijn allen blij, want de Duitsers marcheren niet meer in een rij. Hun schietgeweer doet het niet meer. We zijn weer vrienden en alles is vergeven en vergeten en niemand heeft meer last van zijn geweten. Nee, een oorlog is niet fijn maar nu kunnen we weer vrienden zijn. Hoera, het is vijf mei, we zijn weer vrij, de Duitsers vechten niet meer zij aan zij. Hitler is dood, hoera hoera, de koningin hoeft niet meer te vluchten met de boot. De luftwaffe bestaat nog wel, maar dat staat nu onder navo-bevel. Hoera, de bezetter is verjaagd en alle kopstukken zijn aangeklaagd. Ze zijn opgehangen aan hun nek, hoera, hoera, dat vonden we te gek. Geen razzia’s meer een geen verdwenen fiets, nee oorlog vind ik niets.