Terugreis in 1975

De Fiat 128 van mijn vader
Door het donker over de A2
buiten zag ik sterren, lantaarnpalen
en soms reed de maan ook met ons mee

Want de maan die kon bewegen
Hij ging even snel als wij
Hij sneed soms door de wolken
Maar was de hele rit erbij.

Van Utrecht naar Den Bosch
Bij de Lek zat ik te gapen
Wij moesten drie rivieren over
Bij de Maas lag ik te slapen

Mijn broertje en mijn zusje
samen op de achterbank
Ik sliep op de vloer
niet tegen wil of tegen dank.

De verhoging in het midden,
De stugge vloermat prikte aan mijn wang
Ik sliep er als een prins
Ik was er veilig en voor niemand bang.

Vijf

Twee jaar geleden toen het had gemoeten, heb ik het niet geplaatst, maar nu liep ik er tegenaan. Het was 26 juni 2010. En eigenlijk zonde om in de concepten te laten staan.

Mijn zoontje vindt zichzelf al groot, al is hij pas vijf jaar.
Hij gedraagt zich als een bink, maar zijn lijf is nog niet klaar.
Zijn bovenlijfje is gespierd, hij rent over het veld,
hij heeft vijf verjaardagen gevierd, maar er pas drie bewust geteld.
Er komt een nieuwe fase waarin hij met een sprongetje,
het kleuterleven ruilt,
voor het leven van een jongetje,
dat niet elke dag meer huilt.

Hij gaat al naar de tweede
deze kleine grote man,
vijf is al zo lang geleden,
ik weet er nauwelijks nog iets van.
Maar als hij ligt te slapen
en ik naar zijn bedje loop,
met zijn welgeschapen hoofdje
liggend op het kussensloop,
zijn haartjes nat, hij ademt zacht,
zijn hoofd bezweet, een warme nacht,
bedenk ik hoe klein en kwetsbaar je nog maar bent
grote, kleine maar pas vijfjarige vent.

Hoera

Mijn ingezonden gedicht voor de dodenherdenking werd afgekeurd. Ik had me een dag vergist volgens het Comité. Jammer, verder vonden ze het erg goed.

Hoera, het is vijf mei, we zijn allen blij, want de Duitsers marcheren niet meer in een rij. Hun schietgeweer doet het niet meer. We zijn weer vrienden en alles is vergeven en vergeten en niemand heeft meer last van zijn geweten. Nee, een oorlog is niet fijn maar nu kunnen we weer vrienden zijn. Hoera, het is vijf mei, we zijn weer vrij, de Duitsers vechten niet meer zij aan zij. Hitler is dood, hoera hoera, de koningin hoeft niet meer te vluchten met de boot. De luftwaffe bestaat nog wel, maar dat staat nu onder navo-bevel. Hoera, de bezetter is verjaagd en alle kopstukken zijn aangeklaagd. Ze zijn opgehangen aan hun nek, hoera, hoera, dat vonden we te gek. Geen razzia’s meer een geen verdwenen fiets, nee oorlog vind ik niets.

Juffrouw Kim

Morgen is een trieste dag. Niet alleen moet Hans afzwemmen ten overstaan van werkelijk elk familielid dat hij heeft, hij neemt ook nog eens afscheid van juffrouw Kim, die met zwangerschapsverlof gaat en die pas terugkomt als Hans in groep 3 zit, bij een andere juffrouw. Omdat Hans erg gesteld is op zijn juffrouw, heeft hij een gedichtje voor haar geschreven. De bedoeling was dat dit gedicht juffrouw Kim pas morgen zou bereiken, nádat ik hem weggebracht had, maar mijn teder beminde heeft het vandaag al afgeleverd bij de juf en bovendien het gedicht al openbaar gemaakt op haar hyvespagina, zodat andere moeders morgenochtend al precies weten dat…nou ja, leest u zelf maar.

Lieve Juffrouw Kim,

Wat is het toch weer snel gegaan
de eerste keer dat ik in jouw klas,
het lijkt alweer zo lang geleden
nog maar een klein Hansje was.

En ik vond het altijd fijn
spelen, werken, kiezen, gymmen,
naar buiten op het plein
en ook nog in het klimrek klimmen.

Het leukste vond ik ‘hulpje zijn’
samen met een maatje
dan zat ik naast jou op de stoel
en maakten we een praatje.

Het Majella theater was ook leuk
dan deden we een dansje
ik met juffrouw Kim
en jij met kleine Hansje.

Mijn mama krijgt nu wel meer tijd
want tien minuten waren niet genoeg
om mijn vorderingen te bespreken
en te horen hoe of ik mij gedroeg.

Nee, dat schoot niet op
we doen er nog een uurtje bij
of nog anderhalf voor ik stop
de rest wacht in een lange rij.

Op woensdag leverde mijn vader,
dat wilde hij altijd zelf,
mij persoonlijk bij je af,
al was het windkracht elf.

Mijn moeder zei dan, “ik breng hem wel,
want jij moet naar kantoor.”
“Ach,” zei papa dan,
“dat is echt niet zo belangrijk hoor.”

“Ik offer mij wel op en bovendien
wil ik zien hoe Hans het rooit.”
“Maar waarom doe je dan een luchtje op?
Dat doe je anders nooit?”

Nou ja, straks krijg je een baby
jongen, meisje, donker, blond
als hij of zij maar spruitjes lust
want die zijn heel gezond.

Tot slot wil ik je bedanken
voor twee fijne jaren in de leer,
ik hoop dat ik weer een leuke juffrouw krijg
anders brengt mijn vader mij niet meer.

Oh ja, mijn zusje Tammar
die wil ook bij juffrouw Kim
geen smoesjes over schoolbeleid
daar trappen wij niet in.

Liefs Hans. (en papa)

Hoe het afliep met het WK van 2010

De Let lette niet op toen de Lappen de regels aan hun hun laars lapten. De Rus rustte rustig op de bank en aanschouwde het schot van de Schot, tegen de schoot van Frans de Fransman, terwijl die net de voorste Let het scoren belette. De Zweed had het heet en veegde het zweet van zijn gezicht. De Belg voelde zich gebelgd want uit het duister kwam de Duitser via de flank naar voren richting de Noren en daar kwam een Afrikaan. De Afghaan wilde niet afgaan en schold de Mongoolse scheidsrechter uit voor mongool. Die trok gelijk rood en een Rhodesiër kon het veld verlaten. Ondertussen spande geen Spanjaard zich nog in en dronken de Arabieren bier geserveerd door de Serven. Uiteindelijk won een Pool de pool en hij waande zich daar in het oosten rijk.

Kanker

Alsof je met een grote groep vluchtenden
over een mijnenveld rent
om je heen hoor je explosies
terwijl jij angstig voorwaarts gaat
biddend dat je er niet op zult stappen.

Dit is mijn gedachte als ik hoor hoeveel mensen om je heen op die mijn trappen. Het lijken er steeds meer te worden. Er moet iets verkeerds in ons eten zitten ofzo. Want het slaat nergens meer op. Of probeert de natuur zich op hardvochtige manier van de mensheid te ontdoen? Zullen we de natuur maar even laten weten dat er ook nog best goeie mensen zijn? Want volgens mij is de natuur een beetje van slag. Maar goed, als je ontsnapt aan kanker, liggen er nog zoveel gevaren op de loer waar je maar beter niet over na kunt denken. Je moet gewoon soms in je hoofd terug naar toen je 8 jaar oud en nog onsterfelijk was.