Ik had nooit zo heel veel op met geschiedenis. Nog steeds niet. De Tweede Wereldoorlog vond ik wel interessant, omdat die voor mij enigszins begrijpelijk was. Tenminste, zoals het in het begin werd uitgelegd. Het was de schuld van de Duitsers, en dat konden mijn hersenen bevatten. Later bleek het nog stukken ingewikkelder en smeriger te zijn, maar het bleef de schuld van de Duitsers. Ik besloot op Wikipedia te kijken naar oorlogen waarbij Nederland in de geschiedenis betrokken was. Vanaf het jaar 0 gerekend zijn er zestig oorlogen geweest waar Nederland bij betrokken was. Zestig! We waren vrijwel altijd in oorlog, en sommige oorlogen overlapten elkaar in periode.
We hebben allemaal wel gehoord van de 80-jarige oorlog, en van de Eerste en de Tweede wereldoorlog, maar heeft u wel eens gehoord van de oorlog van Willem Kieft? (1643-1645) Of van de Atjeh-oorlog?(1873-1914) Of van de honderdjarige oorlog (1337-1453, ik zou dit persoonlijk de 116-jarige oorlog genoemd hebben) of, en die vond ik heel verrassend, de driehonderdvijfendertigjarige oorlog tussen de Republiek der Nederlanden en de Scilly eilanden(1651-1986)? We waren verdorie in mijn jeugd in oorlog en niemand vertelde mij iets! Het schijnt de langste oorlog in de geschiedenis van de oorlogen zijn geweest, de vrede werd pas in 1986 getekend. Wat me als laatste opviel aan de lijst, is dat we momenteel weer in oorlog zijn, namelijk met IS. Nu had ik dat wel eens gehoord, maar ik wist niet dat het officieel was. Zo gaat het natuurlijk gewoon door. En leest er in het jaar 2465 iemand op Wikipedia dat wij nu in oorlog waren met IS. En misschien leest iemand mijn weblog. En dat die dan denkt: “Goh, die Mack, in zijn leven heel wat oorlogen meegemaakt en allemaal overleefd!” “Die van 335 jaar, de Golfoorlog, de Irakoorlog, de Afghanistanoorlog, de opstand in Libië, en ook nog IS, nee, die man moet geen leuk leven hebben gehad. En dan toch nog zo gemotiveerd schrijven. Held.”
Het was een keurig nette buurt met mensen van wie je op aan kon. Naast mijn opa en oma woonde een socialist, de heer van Vliet, over wie mijn oma altijd vol bewondering sprak. Aan de andere kant woonde de heer Verweij, over wie zij nauwelijks minder bewonderend sprak. Verderop woonde een gastarbeider, een vriendelijke Italiaan die gebrekkig Nederlands sprak. Op de hoek zat een slager, en op de plek waar de foto is gemaakt zat de bakker. Er stond een telefooncel op de hoek. En alle mensen woonden er in harmonie, tenminste, dat is wat je er van meekreeg.