Precies eenendertig jaar geleden, Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf, had ik mijn eerste liefdeservaring. Ik was 16 en ik lag in de armen van C. Ik was verliefd en ik wilde de tijd wel stoppen, zo gek was ik op het meisje. Ik had al met haar gelopen, we hadden blikken uitgewisseld, gepraat, indruk gemaakt en nu lag ik op haar bed in haar slaapkamer. C. was daarheen gegaan terwijl ik nog in de huiskamer zat, en ik geloof niet dat ik de hint helemaal begreep. Ik vroeg me eerder af waarom ze nu wegging, en voorzichtig zocht ik haar weer op. Dat pakte gelukkig goed uit en ik heb twee uur in haar armen gelegen. Ongetwijfeld één van de mooiste twee uren van mijn leven.
C. woonde in Venhorst en ik in Vaassen en langzaam verloren we het contact. We schreven brieven, en ik beantwoordde die van haar al gauw sneller dan zij de mijne. Reikhalzend keek ik uit naar haar schrijfsels op zoek naar haar liefdestekens die er in het begin nog wel inzaten. Een pasfoto bijvoorbeeld, die ik trots bij me droeg zodat ik ook bewijs had voor mijn klasgenoten. Zij was namelijk geen gewoon meisje, maar een meisje dat bij voorkeur zwarte kleding droeg, naar U2, the Cure en andere vage bands luisterde, bands die ik uiteraard ook ging aanhangen. Als ze Robert Long mooi had gevonden, zou ik haar ook gevolgd zijn.
Ik heb haar niet vaak gezien, een keer of tien hooguit. In 1988 was het allemaal weer voorbij. Zo mooi als Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf zou het nooit meer worden. Maar nu eenendertig jaar later, komt ze weer even langs. Als zoete herinnering.