Zo mooi als toen

Precies eenendertig jaar geleden, Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf, had ik mijn eerste liefdeservaring. Ik was 16 en ik lag in de armen van C. Ik was verliefd en ik wilde de tijd wel stoppen, zo gek was ik op het meisje. Ik had al met haar gelopen, we hadden blikken uitgewisseld, gepraat, indruk gemaakt en nu lag ik op haar bed in haar slaapkamer. C. was daarheen gegaan terwijl ik nog in de huiskamer zat, en ik geloof niet dat ik de hint helemaal begreep. Ik vroeg me eerder af waarom ze nu wegging, en voorzichtig zocht ik haar weer op. Dat pakte gelukkig goed uit en ik heb twee uur in haar armen gelegen. Ongetwijfeld één van de mooiste twee uren van mijn leven.

C. woonde in Venhorst en ik in Vaassen en langzaam verloren we het contact. We schreven brieven, en ik beantwoordde die van haar al gauw sneller dan zij de mijne. Reikhalzend keek ik uit naar haar schrijfsels op zoek naar haar liefdestekens die er in het begin nog wel inzaten. Een pasfoto bijvoorbeeld, die ik trots bij me droeg zodat ik ook bewijs had voor mijn klasgenoten. Zij was namelijk geen gewoon meisje, maar een meisje dat bij voorkeur zwarte kleding droeg, naar U2, the Cure en andere vage bands luisterde, bands die ik uiteraard ook ging aanhangen. Als ze Robert Long mooi had gevonden, zou ik haar ook gevolgd zijn.

Ik heb haar niet vaak gezien, een keer of tien hooguit. In 1988 was het allemaal weer voorbij. Zo mooi als Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf zou het nooit meer worden. Maar nu eenendertig jaar later, komt ze weer even langs. Als zoete herinnering.

 

2016

2016 gaat de geschiedenis in als het jaar van de overleden artiesten. Grote namen als David Bowie en Prince verlieten het aardse bestaan, maar ook vele net ietsje minder grote namen als Rick Parfitt, Leonard Cohen, Maurice White en Glenn Frey ontvielen ons, en dan ben ik nog verre van compleet. Bovendien is het jaar nog niet voorbij. Gisteren kwam daar ineens de grote naam van George Michael bij. En hoewel ik erken dat hij een groot artiest was, weet ik niet goed wat ik aanmoet met de tranen die vloeien op Facebook.

Ineens heeft iedereen groot verdriet over George, die slechts 53 mocht worden. Ik schrok even maar dat ik verdriet heb voert te ver. Eigenlijk vind ik er hetzelfde van als zij die nu verdriet hebben ervan vonden toen ik verdriet had over Cruijff.  Een beetje aandachttrekkerij. Want goed, zo’n groot artiest was Cruijff nu ook weer niet, met z’n “oei oei oei, dat was me weer een loei.”

 

De rit ernaartoe

Vanavond is het kerstavond en in 2007 schreef ik al over deze dag die je wist dat zou komen. Als Cruijff het gezegd zou hebben, zou het nu geaccepteerd Cruijffiaans zijn, maar dat is niet zo. Het had gekund, maar Cruijff heeft het niet gezegd, en hij zal het ook niet meer zeggen omdat hij ons ontvallen is in 2016. Ik heb nog steeds moeite het te geloven. Ik heb Cruijff altijd heel hoog gehad, als een kerktoren in de verte. Als hij zijn wijsheden over ons uitstrooide, wist je dat de oplossing simpel was. Nu heb ik toch het gevoel dat hij verder weg ligt. Moet de Rooms Katholieke kerk niet eens onderzoeken of Cruijff wonderen verricht heeft, opdat hij heilig verklaard kan worden? Zelf zou hij dat natuurlijk belachelijk vinden, want wat Cruijff deed was logisch. En wonderen zijn per definitie niet logisch.

Deze dag, waarvan je hoopte dat hij zou komen, is aangebroken. Ik hoopte ooit dat mijn kinderen samen met mij op kerstavond naar de film Scrooge -A Christmas Carol- zouden kijken. Het verhaal is misschien wel het mooiste verzonnen verhaal ooit, en verzonnen verhalen bestaan echt zoals u weet, anders zou je ze immers niet kunnen lezen. Of kijken in dit geval. De film luidt Kerstmis in, en als ik eerlijk ben is kerstavond met Scrooge het hoogtepunt van Kerst. En vanavond is het dus voor het eerst dat ik met mijn kinderen naar Ebenezer Scrooge ga kijken. De man is net als Cruijff een voorbeeld voor me. Een zelfstandig boekhouder die wars is van marketing en let op de kosten. Als boekhouders de baas waren, zou de kwaliteit van produkten omhoog moeten. Immers, je kunt geen marketing meer gebruiken om je inferieure assortiment te slijten aan omgekochte klanten. Uiteraard gaat Ebenezer veel te ver en verliest hij de menselijkheid uit het oog. Kerstgeesten moeten hem weer op het rechte pad krijgen, goedschiks en kwaadschiks.

Het is met A Christmas Carol net als met de kersthit ‘driving home for Christmas’. De rit is in werkelijkheid mooier dan kerst zelf, maar de suggestie wordt gewerkt dat het andersom is. Misschien kent u het gezegde over het bezit van de zaak, dat is net zoiets. Als het sneeuwt in de avond is dat mooier dan dat er de volgende morgen sneeuw ligt, tenzij het weekend is. De 1999 nummers ervoor zijn mooier dan de nummer 1. De aanloop is belangrijker dan de sprong. Terwijl het juist om de sprong gaat. En Scrooge op kerstavond gaat over kerst. Maar de rit naar kerst toe is het mooist.

 

 

Dank je wel

Wij sturen geen kerstkaarten. Da’s geen principekwestie, dat is je reinste luiheid. Van mevrouw Mack. Zelf heb ik een speciale band met kerstkaarten. Als kind was ik gek op ansichtkaarten. Ik bewaarde ze allemaal in een schoenendoos, en keek ze zo nu en dan eens door. Toen ik voor het eerst op mezelf woonde, kreeg ik er niet meer zoveel, en om het toch nog wat te laten lijken, hing ik de kaarten van het jaar ervoor op.

Ik heb dat zo vaak verteld dat ik niet meer weet of het echt waar is, of dat ik een mooi verhaal vertelde. Feit is wel dat ik gisteren een kaartje kreeg dat aan Mack was gericht, en die vind ik de leukste. Met een compliment voor mijn weblog. En dan weet je weer waar je het voor doet.

Fijne Kerstdagen allemaal.

Brandinstinct

Ik ben een romanticus, tenminste in mijn hoofd. Van mij mogen wonderen bestaan, gewoon naast de wetenschap. Ik heb daar geen moeite mee. Soms lees ik nog in de bijbel, niet omdat het moet, maar omdat het kan. Ik hou van het buitenaardse, het wonderlijke, het spirituele, het wetenschappelijke en van het religieuze. Maar vooral hou ik van sympathieke mensen. Ik kom ze helaas steeds minder tegen. Het is gauw hard tegen hard, en andere meningen worden vakkundig ontmanteld, en lijken niet meer op na gehouden te mogen worden.

Bij mij werkt het zo dat ik bij voorbaat niets aanneem van mensen die vinden dat ze altijd gelijk hebben. Da’s misschien eigenwijs, maar het is ook een principekwestie. Want mensen die hun mening verwarren met een  feit, daar kan ik niks mee. Die moeten maar gaan lesgeven ergens. Al zal het lastig solliciteren zijn, op die manier. Met mijn leraren werkte het al net zo. Als ik ze sympathiek vond, leerde ik veel meer van ze. Wat dat betreft was het jammer dat lang niet al mijn leraren sympathiek waren en ik dus ook nog aan zelfstudie moest doen.

Ik zei het vandaag nog tegen een ex-collega, dat mijn mening niet erg sterk was. Dat ik nergens van overtuigd ben en dat mijn mening vooral ingegeven wordt door mijn intuïtie. Hij vond juist dat ik wel een duidelijke mening had. Nou, dat is niet zo. Mijn intuïtie zegt mij wie ik moet mijden en wie niet. Als mijn instinct schreeuwt dat iemand niet te vertrouwen is, dan geef ik hem niks. Als het brandalarm op mijn werk afgaat, doe ik niks, tenzij mijn zintuigen aangeven dat er ergens brand is. Verkopers van brandalarmen, die vertrouw ik nog het minst.

 

Het virus van het terrorisme

Er komt een bericht binnen over een aanslag in Berlijn. Hoewel de aanslag nog niet is opgeeist, neem ik maar vast een voorschot: moslim extremisme. Moord op een kerstmarkt. Zijn we dan nu zover dat Kerst, waarbij zelfs in oorlogen een wapenstilstand werd gehouden om de geboorte van Jezus te vieren, het mooiste Christelijke feest, waarbij het altijd zeker was dat we vanaf kerstavond tot en met tweede kerstdag veilig waren, aangevallen wordt? Er is nu een grens overschreden.

Op dit moment is er sprake van negen doden, vijftig gewonden en één aanhouding. Dit zijn wij dan. Een weerloos westen, we kunnen op elk moment aangevallen worden en we weten niet wie het doet. Had de vijand een uniform aan, dan was het makkelijk, maar dit zijn moslimterroristen, die uiterlijk niet te onderscheiden zijn van andere moslims.

De zoveelste aanval op het vrije westen. Moslimterroristen moeten ons niet en willen ons vernietigen. Laten we dat gebeuren, met andere woorden, gaan we door met ons leven en wachten we tot we zelf een keer aan de beurt zijn, of enten we ons in? We worden aangevallen door wankele, gedrogeerde geesten die zich hebben laten wijsmaken dat ze iets moois te wachten staat in ruil voor hun zieke daad. Ze zaaien verwarring en maken gebruik van onze verdeeldheid, en wij weten niet hoe we deze vijand moeten verslaan. Wij kunnen slechts in woorden opkomen voor wat we hier hebben opgebouwd, maar dat houdt het virus niet buiten de deur, het trekt het juist aan.

Het virus waart rond. Virussen bestrijden is moeilijk, want je kunt het pas bestrijden als het aanvalt. Het virus moet bestreden worden door het afweersysteem, en dat kan pas als de aanval is begonnen en het virus zich bekend heeft gemaakt. Tot die tijd is het gewoon een virus dat rondwaart. Je kunt het niet zien en niet herkennen. Pas als iedereen ingeënt is, is het virus voorlopig verslagen. Daarna moeten de omstandigheden gecreëerd worden, waaronder het virus niet weet te overleven. Vervolgens is het wachten op een nieuwe vijand.

 

 

 

 

De eeuwige roem

Een jaar of vijf geleden volgde ik de opleiding fiscaal adviseur. Met goed gevolg, dat ook nog waardoor ik de titel FA mocht voeren. Niet dat ik dat ooit gedaan heb. Sterker nog, ik heb die opleiding voor Jan met de korte lul gevolgd, want ik ging weg bij het administratiekantoor waar de opleiding goed van pas kwam. In mijn nieuwe functie was het niet echt handig, daar bleef het bij fiscale algemeenheden.

Door een overname van het bedrijf waar ik werkte had mijn nieuwe functie nog minder raakvlak met belastingen, en inmiddels ben ik gewoon weer een leek. Ik kwam er tenminste net achter dat er zoiets bestaat als tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. En dat baart mij toch enigszins zorgen. Ik onderhoud mijn kennis niet en dat is natuurlijk jammer. Nu ben ik weer gevraagd voor een andere functie die nog minder raakvlakken met belastingen heeft. Ook met mijn opleidingen en ervaring. Maar ja, ik was opgevallen omdat ik een bepaald trucje goed kon, en nu zitten we in de fase dat er onderzocht wordt of ik in een ander team kan komen werken. Een meer sales ondersteunende rol dan een finance rol, die hier toch zo goed als uitgespeeld was. Ik bedoel, een boekhouder zonder controle is geen boekhouder. Misschien moest ik het gewoon maar eens wagen.

Het is tenslotte zo dat het nooit zo loopt als dat je gepland had. Dat heb ik nu gezien bij de belastingopleiding. Als ik het geweten had, zou ik niet twee jaar lang vier avonden in de week hebben zitten zwoegen. Maar aan de andere dan hadden we nu dan ook geen blogwet gehad. Niet dat veel mensen zich er nog aan houden, maar dat komt natuurlijk omdat ik er ook geen controle meer op uitoefen. Ik had rijk kunnen worden van de dwangsommen inmiddels. Het zijn er nog maar enkelen die aan de blogwet 2011 voldoen. Die mensen moeten we dan ook koesteren. Ze hebben iets te vertellen en zijn bereid het met de wereld te delen. Sommigen doen dat min of meer anoniem, zoals ik, en anderen doen dat met hun echte naam, die ik hier uit privacyoverwegingen niet zal noemen. Het is anders dan Twitter, waar het gaat om kortstondige roem, ook wel populisme genaamd. Hier gaat het om eeuwige roem. Tenminste, als er geen Sanoma-achtige drama’s gaan plaatsvinden met WordPress. Want daar is geen bestand tegen bestand.

De antirookcampagne.

Ik zag zojuist een discussie op televisie tussen een longarts en de directeur van Philip Morris. Het bedrijf had een nieuwe e-sigaret ontwikkeld, en uit onderzoek was gebleken dat er 90 tot 95% minder schadelijke stoffen in zaten dan in gewone sigaretten. De longarts wilde er niets van weten, en ging vol in de aanval, daarbij geholpen door presentator Twan Huys, terwijl de directeur aanvoerde dat er ondanks al het ontmoedigingsbeleid een groep is die blijft roken, en die ze hiermee tegemoet wilden komen.

Het is natuurlijk lastig, in deze tijd een sigarettenfabriek voeren, het beleid ook nog moeten verdedigen omdat het eenmaal je werk is, en daarbij aangevallen te worden door een longarts en ook nog de publieke opinie tegen te hebben. Het is meer geaccepteerd om in de porno-industrie te werken dan in een sigarettenfabriek. Maar toch moet mij iets van het hart. De staatssecretaris van Volksgezondheid mocht namelijk ook zijn zegje doen, en die zei met triomfantelijke blik dat hij geen uitzondering zou maken op de regels voor de e-sigaret omdat hij niet de staatssecretaris van een beetje volksgezondheid was, maar van volksgezondheid, en dat ook deze nieuwe sigaret nog steeds ongezond was. Alsof de man bij het antirookkamp hoorde dat hier gevormd werd door Twan Huijs en mevrouw de longarts. De longarts vond dat de directeur schijnheilig was om een minder schadelijke sigaret te willen aanprijzen. In plaats daarvan zou die geen tabak meer moeten produceren.

Tja, denk ik dan. Wie is er hier nu hypocriet? De staatssecretaris toch zeker? Verbied dan morgen dat hele roken, als je zo anti bent! En de longarts toch ook, door de staatssecretaris in haar kamp op te nemen? En Twan Huys toch al helemaal, als onafhankelijke presentator? De fabrikant zegt nota bene dat als mensen geen gezondheidsrisico’s willen lopen, ze het roken in het geheel moeten afzweren. Maar voor degenen die dat niet lukt, of die dat niet willen hebben ze een alternatief. Zo slecht vind ik het nog helemaal niet klinken. Ik vind trouwens toch dat als je oud genoeg bent, je zelf moet beslissen of je rookt. Tenminste, het zou niet iemand die niet huilt op je begrafenis mogen zijn, die zich ermee bemoeit. Als je het risico wilt lopen om aan de gevolgen ervan dood te gaan, dan is dat een mensenrecht.

Maar begin gewoon nooit met roken, dat is het allerbeste.

Foutje, bedankt.

Het zijn ineens roerige tijden op mijn werk. Veel veranderingen op til, en ik mocht vandaag weer even de boekhouder spelen. Want dat ben ik allang niet meer, voor degenen die dat niet wisten. Ik heb een dure Engelse jobtitle die heel weinig zegt over mijn werkzaamheden. Ik lijk op een manager, maar dan zonder mensen onder me, en die dus niks te vertellen heeft.

Het ligt mij wel, dingetjes uitzoeken. De loonadministratie had een foutje gemaakt, zodanig dat mijn volledige 13e maand nu aan belasting opgaat en ik die vaarwel kan zeggen. Sterker nog, ik vrees dat ik in december inclusief dertiende maand netto minder ga overhouden dan in een normale maand. Ik realiseerde me het pas toen ik het de rest had uitgelegd, maar bij hen was de impact stukken minder. Die anderen wisten ook gewoon dat we een dertiende maand kregen, ik niet. Dat is wel typisch voor mij, ik denk nooit over dat soort dingen na. Mijn salaris is éénmalig afgesproken, en daarna kijk ik er niet meer na, en weet dus ook niet hoeveel het is, vooral niet netto, en ik heb ook geen idee wanneer het komt. Ik bemoei me thuis ook niet met de financiën, maar dat hoeft ook niet want die taken heb ik uitbesteed aan mijn vrouw. Of zij heeft ze zich toegeëigend, dat kan het ook zijn. Vreemd blijft het echter wel dat ik hier thuis niet zou weten hoe ik ergens geld naartoe moet overmaken. Of dat ik weet hoe het er voorstaat op de bankrekeningen. Zeker voor de ex-boekhouder die op zijn werk wel alles onder controle hield.

Stiekem vond ik het wel leuk dat de loonadministrateur bij mij kwam vragen hoe het nu werkte, met de bijzondere beloningen. Een sorry voor de fout kon er niet af, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ook lastig is om zulke dingen vooraf goed in te schatten. Bovendien, als ik beter had opgelet, had ik het al veel eerder kunnen zien. Maar ja, mijn werk is het niet meer, die loonadministratie. Wat het nog wel is, daarover een andere keer meer.

De Goelag Archipel

Ik lees Solzjenitsyn, de Goelag Archipel. Waarom? Omdat ik het even zat was, die thrillers allemaal met de politie en de boef. Dus ik dacht, ik zet hoog in, op een van de beste schrijvers ter wereld. In het begin vond ik het wat vreemd, want het leek slechts een verslag van de feiten. Het las wat lastig met al die Russische namen en termen en het vorderde maar langzaam. Maar ineens had hij me en voelde ik de man aan. Ik denk te begrijpen waarom, al ben ik pas op gang gekomen in het boek.

Aleksandr Solzjenitzyn heeft ook een politie en boef roman geschreven. Alleen is de politie de boef, en de boef is onschuldig. Hij trekt conclusies over Rusland, het apparaat, het volk, het systeem en de toekomst. Hij overleefde het strafkamp, en op straffe van weer een strafkamp, schreef hij in het geheim het boek. Zijn radar voor wie te vertrouwen was en wie niet, heeft hem nooit in de steek gelaten.

Ik had vroeger ontzag en angst voor Rusland, en zag het als een land waar ze je voor het minste of geringste naar Siberië stuurden. Sinds ik een Russische collega heb, had ik het beeld van het onvriendelijke Rusland wat bijgesteld. Zij zegt dat het allemaal wat overdreven is, en dat de Sovjettijd een goede tijd was. Nu ik dit boek lees, weet ik dat mijn beeld klopte en dat van mijn ervaringsdeskundige collega niet. Dat lijkt wellicht het toppunt van arrogantie, maar dat komt volgens Solzjentisyn omdat Rusland niet afgerekend heeft met het verleden en ze niet de schuldigen van het misdadige systeem voor het gerecht heeft gebracht. Want wat zou Rusland de wereld nou kunnen leren zonder eerst in het reine te komen met zichzelf, zo vraagt de schrijver zich af. Als ik het uit heb, vertel ik verder.