Geluk

Toen ik vanmiddag als laatste het kantoor verliet, wachtte mij een aangename verrassing op deze vrijdag de dertiende die anders dan andere vrijdagen de dertiende, geheel onopgemerkt aan mij voorbij was gegaan. Op andere vrijdagen de dertiende was er altijd wel een dj op de radio, een facebookbericht of een strip in de krant die je er op voorhand aan herinnerde dat het vandaag de dag des onheils was. Maar nu niet, deze vrijdag de dertiende had zich niet verraden, en werd pas door mij opgemerkt toen ik alweer thuis was.

De aangename verrassing was de vallende sneeuw. Het was een beetje blijven liggen op mijn auto maar het zag er desondanks wat nat uit. Maar toch, het vooruitzicht van de miljoenen vlokken die mijn voorruit zouden raken, maakte dat een lichte opwinding zich van mij meester maakte. Onderweg werd het nog beter. Ik luisterde naar de verkeersinformatie en het weerbericht, en ik bleek in de enige serieuze sneeuwbui te rijden die zich op dat moment in het land bevond. De sneeuw bleef voorzichtig liggen, maar werd onmiddellijk door alle auto’s tot gort gereden. Toch hielden de sneeuwvlokken dapper stand en begonnen langzaam het gevecht met hun vloeibare metgezel, de regen, te winnen.

Het verkeer begon langzamer te rijden, en ik besloot vroegtijdig een afslag te nemen, zodat de kans op niet gestrooide wegen het grootst waren. Ondertussen hield ik de temperatuur scherp in de gaten, die op dat moment precies 0 graden was. Ik had geluk, de sneeuw bleef liggen, het bandenspoor van de auto’s voor mij had even daarvoor nog het wegdek blootgelegd, nu bleef het wit. De temperatuur was gedaald naar -1 graden, en honderduizenden sneeuwvlokken vielen vrolijk om mij heen.

Een donkere avond, vallende sneeuw, winterbanden, een rustige weg, veel groter kan het geluk niet worden. Natuurlijk tartte ik af en toe de grenzen van de grip, die naar mijn zin nog veel te ver weg lagen. De gedachte ging door mij heen dat ik in Nederland altijd op zoek was naar de extremen, omdat de extremen niet zoveel voorstellen. Waarschijnlijk laat je het in Rusland wel uit je hoofd om van de hoofdweg af te gaan.

Toen ik de andere kant van de Veluwe bereikte, en ik me weer naar lager gelegen grond begaf, was de temperatuur gestegen tot het nulpunt. De wegen waren weer nat, geen lol aan te beleven. Maar ik had er ingezeten, in die ene sneeuwbui van betekenis die op dat moment in het land viel. Ik had haar met groot gemak bedwongen.

Verkeershufter.

Ik had er weer eentje vandaag, een gevecht met een Audirijder dat ik glansrijk verloor. De bestuurder was te klein om boven zijn stoel uit te komen, en te krenterig om op zijn auto de optie richtingaanwijzers te nemen. Hij moest zich dus zonder knipperlichten door het verkeer heen wurmen. Eerst kwam hij me rechts voorbij en ik dacht: het zal toch niet? En op het moment dat ik gas bij gaf om het gat te dichten kwam hij tergend langzaam naar links, en dwong mij afstand te nemen. Hier hadden ze hem van mij al mogen elimineren.

Toen het rechts weer wat harder begon te rijden dan links, ging hij naar rechts en haalde weer een paar auto’s in, en drukte hem er weer tergend langzaam tussen. In was in alle staten. Ik toeterde, knipperde, reed tegen zijn achterkant, ging over de vluchtstrook, haalde hem in, ramde hem van de weg, trok hem uit zijn auto en sloeg hem neer. Dat was tenminste het plan. Een paar kilometer later liep ik op hem in en dreigde hem rechts in te halen. Tergend langzaam kwam Satan naar rechts, en weer was ik er niet voorbij. Toen het links weer sneller ging, ging hij weer naar links en was weer weg. Mijn bloeddruk was gestegen tot 290/160 en ik was vastbesloten deze ongelofelijke lul een lesje te leren.

De afslag Elspeet kwam eraan en hij zat op de linkerbaan. Ik reed op de afslag en eindelijk kon ik gas geven om hem in te halen, en ik zat er aan te denken om weer terug de weg op te gaan om voor hem in te voegen. In plaats daarvan kwam hij op het laatste moment van de linkerbaan, zonder richtingaanwijzer, over de rechterbaan, de afslag op, en wat denkt u: voor of achter mij? Juist. Voor mij. Een gat dat er niet was, de auto voor hem remde zodat hij ook moest remmen, ik begreep werkelijk niet waarom hij niet verongelukte?

Ziedend ben ik uitgestapt, heb mijn eigen auto helemaal in elkaar getrapt en ben door de politie vastgezet om tot bedaren te komen. Tenminste, dat was het plan. Moge zijn zak scheuren en zijn ballen op de grond vallen.

 

We gaan eraan!

Op mijn werk gebeuren grappige dingen, je kunt ze tenminste op een grappige manier vertellen. Maar eigenlijk zijn ze diep triest. Zo liepen wij ons maanden druk te maken over vier mensen die eruit moesten, gevechten met de OR, mailtjes over en weer, en wij wachtten in spanning af. Eindelijk wisten we wie het waren, en al vrij snel daarna is afscheid van de betreffende mensen genomen, na jaren van trouwe arbeid.

We zijn nog geen drie weken verder of we krijgen doodleuk een mailtje dat er 10% van het personeelsbestand uit moet. En we weten niet wie. En eigenlijk lopen we wat verdwaasd rond. Net aan het bijkomen van de heisa om de eerste vier, en nu dit. “Kan dit zomaar,” denken wij dan, maar ja het kan. In andere landen zijn ze al geinformeerd en opgedonderd, bij ons duurt het i.v.m. lokale wetten wat langer.

Dus ja, zo heb je een vaste baan, en zo heb je hem niet. Ontslag op economische gronden, heet het dan. Ikzelf denk de dans te ontspringen, maar daar gaat het even niet om. Ik loop al een jaar inefficient te zijn op mijn werk, dus als ze slim zijn gooien ze mij eruit. Maar dat zien wel dan wel. In elk geval, als je er nu niet bij zit, kun je opgelucht ademhalen. Een weekje. Want dan kan het zomaar zijn dat er ineens 20% uit moet. Het is de waan van de dag, aan de overkant van de plas. Ze willen ons kwijt. We gaan eraan.

Mijnheer de voorzitter

Er was een tijd dat er prachtig werd gediscussieerd. Via mijnheer de voorzitter, met prachtig taalgebruik, zonder te wijzen en zonder emotie in de stem. Wim Kan zette het dan te zijner tijd wel voor gek. Die tijd is voorbij en komt ook niet meer terug. Tenminste, niet snel. Natuurlijk komt het wel terug, als het huidige heelal is vergaan en de geschiedenis zich herhaalt over pakweg 40 miljard jaar, maar dat maken we niet meer mee.

Tegenwoordig wordt er anders gediscussieerd. Door de meeste mensen, welteverstaan. In mijn linklijst, en daar ben ik trots op, zit een aantal mensen dat nog steeds op een constructieve manier discussieert. Ik probeer daarvan te leren, maar heb er best moeite mee. Dat komt omdat ik teveel spreektijd krijg. Als ik mij zou moeten beperken tot de kern, omdat anderen ook hun spreektijd opeisen en bovendien via de voorzitter zou moeten beargumenteren, zou het waarschijnlijk beter gaan.

Ik zag een aankondiging van een programma dat heet: “rot op met je religie.” Men zet een aantal mensen van verschillende geloven bij elkaar, en ook een aantal mensen dat niks gelooft, en dat bovendien vrij fanatiek doet. Ik ga niet kijken omdat ik inmiddels wel weet waar dat toe leidt. Tot schreeuwende mensen die elkaar nog doder wensen dan voordat ze elkaar van hun standpunt probeerden te overtuigen. Het geschreeuw leidt er alleen maar toe dat wie het hardste schreeuwt, gelijk krijgt. En uiteraard ook het programma met de hoogste kijkcijfers, dat heeft ook gelijk.

De SGP wil de doodstraf weer invoeren. Lijkt me een mooie stelling om hier eens op constructieve manier, zonder beschuldigingen over en weer, een boompje over op te zetten.

 

 

ROI

Nu we een paar jaar onderweg zijn in onze strijd tegen de opwarming van de aarde, wil ik graag rendement van mijn investeringen zien. We tanken al jaren Euro loodvrij, we gebruiken geen gloeilampen meer, ons afval wordt gescheiden, er liggen zonnepanelen op de daken en we stappen over op zuinige of hybride auto’s. Dat heeft allemaal niks met geldelijk voordeel te maken, dat is onze milieubewuste instelling.

Eerlijk gezegd verwacht ik wel een beetje dankbaarheid terug van de aarde. Een laagje sneeuw van 5 cm in plaats van 1. Een paar dagen vorst achter elkaar, zodat de er gesproken gaat worden over het bij elkaar roepen van de rayonhoofden. Dan heb ik het nog niet eens over het daadwerkelijk bijeenroepen van de club, maar slechts dat we erover kunnen praten. De Noordpool die weer een stukje aangroeit. Of niet verder smelt op z’n minst. Dat we weten dat we op de goede weg zijn. Dat de sneeuw de discussies verstomt,  zich uitspreidt over stad en land, en daarmee de lelijkheid bedekt en de geluiden dempt. Dat je kunt lopen over bevroren plassen en over knisperende sneeuw, en dat je daarbij droge en warme voeten weet te houden.

Vannacht was dan dat laagje van 1 cm sneeuw gevallen. De eerste idioten stonden het om zeven uur al weg te scheppen. Ik haat dat. Volgens mij zijn dat dezelfde eikels die altijd de auto pakken, te lang onder de hete douche staan, gif spuiten, en geen ruk geven om het lot van de ijsbeer, en hopen dat het weer snel zomer wordt zodat de barbecue aankan. Dat de aarde keihard moge terugslaan.

 

Repeterende droom

Ik had hem vannacht weer, mijn repeterende droom. Ik moet u er helaas mee vermoeien, want zo kan ik in naam van de wetenschap bijhouden wanneer de droom kwam. Overigens geloof ik dat het een nietszeggende repeterende droom is, en geen waarschuwende.

Ik had mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog, ik was vergeten hem te verkopen, en al die tijd had hij ergens ongebruikt gestaan. Andere keren dat ik erover droomde reed ik ermee, maar was de benzine bijna op, en tanken was kennelijk niet mogelijk, maar dit keer had ik hem laten opknappen in de garage om de hoek. En hem niet alleen, ook mijn Rode Fiat Punto GT had een grote beurt gekregen en was weer klaar voor gebruik. Ik verheugde mij op de rit naar mijn werk.

Ik heb deze droom zoals gezegd repeterend, en dit was de eerste keer, dus het is nu afwachten wanneer hij weer terugkomt.

Os

In de jaren zeventig, ik zat in de vierde klas, ben ik zes weken bij vrienden van mijn ouders in huis geweest omdat mijn vader in het AZU lag wegens een zware rugoperatie. Mijn moeder en mijn broertje en zusje logeerden in Utrecht, vlak bij het AZU. Ik moest naar school en ik zat eerst bij andere vrienden, maar voelde me daar erg eenzaam, en gelukkig mocht ik wisselen.

De vrienden waren een jaar of tien ouder dan mijn ouders, en hadden één zoon, die een jaar ouder was dan ik, en ik speelde toch al veel met hem. Ik kreeg er pianoles en schaakles -de zoon was hoogbegaafd, maar dat wist ik toen nog niet- en ik was blij dat ik daar terecht kon. Vooral aan de man des huizes heb ik warme herinneringen. Hij leerde mij schaken, hij was zelf lid van een schaakclub, en hij was altijd opgewekt. Met kerst stond er in de Elsevier altijd een cryptogram die mijn vader en hij onafhankelijk van elkaar oplosten. Hij was er beter in dan mijn vader, die er ook al niet slecht in was, maar wat wil je ook, als je een hoogbegaafd kind op de wereld zet, en mijn vader slechts mij. (dit is zelfspot, geen complex.) Een van de opgaven was: Os. Negen letters. Mijn vader kwam er niet uit, en ome Joop, zo noemde ik hem, had hem al opgelost. Volgens mij is het tegenwoordig een uitgekauwde opgave, maar ik zal het antwoord niet verklappen voor degenen die willen puzzelen.

Op de crematie van mijn vader zie ik hem nog naar ons kinderen toekomen, een ander meisje uit de buurt gaf mij een kus, en ome Joop maakte een grapje in de trant van: “Wat zie ik, zitten jullie kusjes te geven?” Ik vond het uiteraard niet om te lachen, maar dat lag meer aan de omstandigheden.

Gisteren kreeg ik via mijn moeder het bericht dat hij is overleden op 82-jarige leeftijd. Ook aan kanker, al zouden ze dat vroeger waarschijnlijk ouderom genoemd hebben. Morgen ga ik met mijn moeder naar zijn uitvaart. In de eerste plaats omdat mijn moeder het niet zag zitten om alleen te gaan, in de tweede plaats omdat ik hem vroeger goed kende, en ook een beetje omdat mijn vader er niet bij kan zijn.

 

Stof tot nadenken

Ik kan niet zeggen dat 2017 beroerd begonnen is. Goed, het was vies koud, maar dat was de enige kommer en kwel. Niet zo koud als twintig jaar terug, toen de temperatuur zakte tot minus 20. Het was de winter van de tot op heden laatste Elfstedentocht en ik woonde op mezelf in een kleine hatwoning. Alleen wonen vond ik niet altijd leuk, maar ik was wel trots op mijn warme woning met een radiator in de slaapkamer die je bijna niet aan kon hebben, omdat je dan in je slaap de gloeiend hete verwarminsbuis raakte. Geen nood, in de hal hing er ook eentje, die hoefde je maar een kwartslagje open te draaien en ook die werd gloeiend.

Op een nacht werd er minus 20 gemeten in het land en ik werd wakker van de kou die door het bovenlichtje kwam, het bovenlichtje dat nog nooit dicht was geweest sinds ik er woonde. Maar dat werd de eerste keer, en ik was weer volledig beschermd tegen de ijzige kou, en dat maakte mij trots en gelukkig. Ik leerde toen dat als je een dak boven je hoofd had, en je had warmte, een schoon bed en eten, je al heel wat had. Vanuit die basis kun je je leven verder uitbouwen/inrichten. Ik spreek soms jonge mensen die staan te popelen om zodra de financiën het toelaten hun rijtjeswoning te kunnen inruilen voor een twee onder een kap. Omdat dat kennelijk zo gaat. Ik ben voorzichtiger, en zie eigenlijk ook wel het voordeel van onze tussenwoning. Het is er even droog en warm als in een duurder huis, en het bed is er even schoon. Oké, in de zomer zou een grotere tuin fijn zijn, maar dan beeld ik mij gewoon in dat het grasveldje voor ons huis de tuin is. Met wat verbeelding kom je een heel eind.

Aan iedereen die dit leest: een goede basis en voor 2017 ook een mooie uitbouw gewenst

Autoliefde

Ik ben weer aan het uitkijken naar een andere auto. Heb eenmalig een leaseauto gehad, maar de grote veroveraar waar ik nu voor werk vond niet dat mijn functie een leaseauto mocht hebben, dus er komt geen nieuwe. Het grote voordeel van een leaseauto is natuurlijk dat je een nieuwe auto hebt tegen weinig kosten, maar er zitten ook nadelen aan. Namelijk dat de auto moet voldoen aan bepaalde wensen van een werkgever, hij moet representatief zijn, soms mag je maar uit bepaalde merken kiezen, ik mocht zelfs geen benzine maar moest een oliestoker, maar het grootste nadeel vind ik dat je geen band met de auto krijgt.

Zo heb ik hem nooit in de was gezet, tenminste niet met de hand, iets wat ik met al mijn eigen auto’s wel gedaan heb. Wassen deed ik hem sowieso maar weinig. Ik vind het wel een mooie auto en bovendien probleemloos, die Renault Megane Estate, en dat laatste kon niet van alle leaseauto’s gezegd worden. Maar zelfs van problemen met een eigen auto vind ik het wel mooi dat het tenminste jouw problemen zijn. Je moet er een zo goed mogelijke oplossing voor zien te vinden, en als ze gerepareerd zijn voel je je weer de koning te rijk, terwijl je met een leaseauto toch een gevoel van onvrede krijgt.

In dat kader heb ik gistereen onze oude, gebutste en gedeukte, gekraste en vervaalde privé auto met 218.000 op de klok eens even fijn in de was gezet en schoongemaakt. Hij rijdt als een zonnetje en heeft amper mankementen. Een digitaal computertje dat niet altijd alle tekens laat zien zodat je het soms niet kunt aflezen. Een gebroken pinnetje van een afdekklepje waardoor het niet meer dichtklemt, een klein opklaptafeltje aan de achterzijde van de bestuurdersstoel dat niet meer dichtklemt. Meer dan wat gebruikssporen kan ik niet verzinnen na 12 jaar intensief gebruik. Ik zou de rit naar Zuid Frankrijk nog makkelijk aandurven met deze onverwoestbare Japanner. Misschien moet de nieuwe auto een kleinere worden, en gebruiken we de oude Nissan als familieauto. Voorlopig staat alleen mevrouw Mack mij in de weg, die het niet ziet zitten om met die auto op vakantie te gaan. Ik heb nog even om haar te bewerken.

 

An American Trilogy

Ik hoorde hem vandaag voorbij komen in de top 2000, An American Trilogy van Elvis Presley. Elvis begon dit nummer ten uitvoer te brengen in de jaren 70, en inmiddels is het nummer populair op crematies en wordt het ook vaak opgedragen aan het Amerikaanse leger. Het nummer is in elkaar gezet door Mickey Newbury.

American Trilogy , gezongen door Elvis, je kunt de pijn voelen.

Elvis hoorde als kind zijn moeder het nummer vaak zingen als ze stond af te wassen of iets van dien aard. Wat hij zijn moeder dan precies hoorde zingen is mij onduidelijk want het lied is een medley van drie beroemde Amerikaanse 19e eeuwse liedjes.

Dixie , klinkt alsof het door de Dubliners ten uitvoer wordt gebracht. (I wish I was in a land of cotton, where old times were not forgotten)

All my trials (hush, little baby don’t you cry)

The Battle Hymn of the Republic (glory glory haleluja)

Zonder een gezonde dosis Amerikaans nationalisme hadden we dit prachtige nummer nooit gekend. Nummer 1348 stond het slechts, maar het staat erin, dat is het belangrijkst. Heb ik ook eens lesgegeven a la Don Leo Blokhuis.