Toko

Gisteren had ik voor tussen de middag iets bij de toko gehaald. Voor het eerst van mijn leven was ik in de toko, al ga ik er vanuit dat toko gewoon winkel betekent. Ik zoek het even op, momentje… Ja, klopt. Het viel me wat tegen eerlijk gezegd, en ik probeerde het nog wat op te leuken met Surinaamse sambal, maar dat maakte het eerder slechter dan beter. Het rook niet alleen naar zweetvoeten, het smaakte er ook naar. En toen ik het op had zat ik met een ongekend vol gevoel dat aanhield tot in de avond. Ik was even bang dat ik ziek zou worden. Ik had al foto’s gemaakt van de vitrine en naar huis gestuurd, mijn vrouw heeft Indische roots, vandaar. Nou ja, Indische roots, er schijnt ooit iemand in de familie in Indonesie op vakantie te zijn geweest. Het fijne weet ik er niet van. Maar zij kan uitstekend roedjak, rendang, gadogado en sambaleieren maken. En dat smaakt tien keer beter als die hele toko! En dat heb ik haar ook verteld ’s avonds! Dat heette vroeger “een goede beurt” maken. Ik geloof niet dat je dat tegenwoordig nog kunt zeggen. Desondanks heb ik het toch gezegd.

De schone jonkvrouw

Tijdens de wandeling met de hond daarnet kwam er een auto aan rijden. Hij reed zachtjes en ik dacht dat hij mij de weg ging vragen. Maar hij reed me voorbij en ik dacht, oh ja, de weg vragen is iets van vroeger. Iedereen heeft de weg bij zich tegenwoordig. Dat is natuurlijk best wel zonde voor de man met hond die anderen graag de weg wijst. Je hoeft er niet eens een hond voor te hebben.

Toen ik nog het achteraf mooie vrijgezellenbestaan leefde, kwam ik in mijn, in korte tijd bij elkaar gespaarde, GTI op een zaterdagavond laat naar mijn flatje teruggereden en ik merkte dat een auto een wat vreemde afslag maakte en mij volgde. Ik moest links, rechts, rechts, links, rechts en weer rechts. Als er dan iemand achter je blijft, is de conclusie dat je gevolgd wordt, gerechtvaardigd. Toen ik parkeerde en uitstapte, stapte uit de auto die mij volgde een schone jonkvrouw. Ze had halflang krullend haar en ik zag in haar ogen paniek. Ze probeerde zich goed te houden, maar ik hoorde in haar stem de paniek die ik ook in haar ogen zag. Ze was de weg kwijt, en het lukte haar niet meer om de wijk uit te komen. Ze bleef steeds maar in rondjes rijden. Ik legde haar uit hoe ze eruit moest. links, links, rechts, rechts, links en dan rechtdoor en dan weer links. Ik zag dat ze het probeerde op te slaan, maar weer die paniek. Dit wordt helemaal niks, dacht ik bij mezelf. “Ik rij wel even voor”, zei ik en ik zag de opluchting in haar ogen. “Oh echt, je bent een schat!”, zei ze. Ik deed alsof het me dagelijks overkwam, startte mijn auto en reed haar voor tot waar ze moest zijn. Daar ging ik stilstaan, gaf de richting aan waar ze heen moest, ze zwaaide dankbaar en reed de door mij aangegeven richting op. Weg.

Ik deed heel anders dan ik wilde. Ik had haar op z’n minst een slaapplaats moeten aanbieden. Dat het nu veel te gevaarlijk werd op de weg of zo. Of ik had bij haar moeten instappen en haar de weg naar haar huis moeten wijzen. Ik had haar nummer moeten vragen. Iets! Maar nee, gewoon doen alsof het de normaalste zaak ter wereld was. Geen wonder dat ik zo lang vrijgezel bleef.

Gevoelstemperatuur

De gevoelstemperatuur lag vandaag op -/- 15 graden volgens de weermannen en -vrouwen. Ik krijg meestal zure oprispingen van de term gevoelstemperatuur, immers het gaat er geen graad harder van vriezen. Het kan zes weken achter elkaar gevoelstemperatuur -/-20 zijn, als het in het echt maar -2 is krijgen we geen Elfstedentocht. Echter, vandaag moest ik toegeven dat het wel ernstig koud was. Bijna niet vol te houden, die koude wind die overal doorheen leek te gaan. Had ik maar een vacht, dacht ik vandaag. De hond leek het namelijk niet te deren. Die liep gewoon met een stok te zeulen als alle andere dagen. Ik heb wel eens poolvossen bij -50 echt en gierende wind in actie gezien. Geen centje pijn, die beesten. Een wonder van de natuur. Hoe is het nu mogelijk dat uitgerekend de mens met zijn onbedekte huid zo succesvol kon worden? Die had volgens de evolutietheorie allang kapot moeten zijn. En toch lopen we hier rond, een beetje de dominante soort uit te hangen. We heersen over alles wat wel een vacht heeft. Met dit soort koude zet je dat aan het denken. Er klopt iets niet. We spelen vals, of we zijn een handje geholpen. De mens mag het dan van zijn intelligentie hebben, ik ben op sommige dagen ook intelligent maar ik had het nog steeds koud. Dus voortaan wachten tot de echte lente begint eer je de winterkleding opbergt en niet op de meteorologische, want dan kan het wel eens verkeerd met je aflopen. En wat mij ook aan het denken zet, als ze het begrip meteorologische lente niet hadden uitgevonden, hadden mijn sjaal, muts en handschoenen nu nog niet op zolder gelegen, en had ik die hele gevoelstemperatuur niet in de gaten gehad. Twee totaal overbodige zaken.

De stoel.

Gisteren overleed hij, Stephen Hawking, de aan de rolstoel gekluisterde ALS patiënt die maar liefst 76 werd. Als ik het goed begreep was hij de oudste ALS patiënt ooit. Sinds 1985 kon hij niet meer praten en al ver daarvoor raakte hij verlamd. Decennia lang was hij totaal verlamd, alleen zijn hersenen bleven onaangetast. Al die tijd heeft hij zitten nadenken in zijn stoel.
Zijn boek -a brief history of time- is meer dan tien miljoen keer verkocht. Ik las in de krant dat het door de complexiteit misschien ook wel het meest onuitgelezen boek ooit was. Dat geldt dan niet voor mij. Ik heb het al vijf keer uitgelezen en ben gisteren aan de zesde keer begonnen. Als eerbetoon. Deze keer denk ik niet dat ik alles ga snappen, zoals ik vorige keren dacht maar al snel bedrogen uitkwam. Het valt gewoon niet te snappen, maar voor mij is dat geen probleem. Ik hoef dingen niet per se te begrijpen. Ik vraag me sommige dingen gewoon niet af. Ze zijn eenmaal zo. Zo kwam ik er vanochtend achter wat Michael Jackson eigenlijk bedoelde in zijn lied Billy Jean. Billy Jean, is not my lover, she’s just a girl who claims that I am the one, the chair is not my son. Voor mij is dat echt geen reden om op onderzoek uit te gaan hoor, als de stoel niet je zoon is. Klopt als een bus namelijk, ik ken niemand die een stoel als zoon heeft. Hooguit een pietsie overbodig van Michael, om dat te vermelden. Goed, bleek het dus te gaan om een kid en niet om een chair. Zing dat dan duidelijk, denk ik dan. Wat ik wel moet toegeven is dat ik het nummer ineens briljant vond doordat ik de tekst begreep. Vanaf 1982 tot 2018 was de stoel niet mijn zoon. Prima, niks aan de hand. En in een ochtendje wordt het ineens duidelijk. Dat is nu wat de aan een rolstoel gekluisterde Stephen bedoelde met zijn brief history of time. De stoel is weg, voor mij en ook voor Stephen. Ik ben benieuwd of hij weer loopt en of hij nu zijn onderzoek kan voltooien. Of hij dan nu eindelijk het geheim van het heelal heeft ontfutseld.

Wie is de mol?

Dit was het eerste seizoen dat ik mee begon te kijken, mijn zoontje wordt wat groter, en vond het een leuk programma. Ik werd altijd afgeschrikt door het woord “mol”. Ik was bang dat John en Johnny er mee te maken hadden, dus heb ik de eerste twintig jaar gemist. Zoals waarschijnlijk iedereen wist ik van tevoren wie de mol was. Mijn tactiek was namelijk om niet op de aanwijzingen te letten, maar op de lichaamstaal van de kandidaten. En daar kwam uit dat Jan de minst verdachte was, en Ruben de meest verdachte. Alleen op het laatste moment, toen er nog twee kandidaten over waren en ze dus nu alle twee wisten wie de mol was, zag ik aan de lichaamstaal van Jan dat hij het was. En hij was het dus. Al die tijd heeft hij mij en velen enorm in de luren gelegd door veel op de voorgrond te treden, heel verontwaardigd te doen als een ander een fout maakte, en openlijk Ruben verdacht te maken. Alleen Ruben, die samen met Jan wist dat hij niet de Mol was, had dus een minder vertroebeld beeld en identificeerde als enige de juiste Mol. Achteraf, nadat alles bekend werd en ze de molacties terug lieten zien, vond ik mezelf stom dat ik Jan niet verdacht. Volgend jaar ben ik er weer bij.

Gas erop

Mijn auto had tijdens de kou vorige week een probleem. Nadat ik hem warm had gereden trapte ik het gas in. Tweeduizend toeren, drieduizend toeren, en er lichtte een lampje op. Een oranje steeksleutel. Ik deed het nog een keer en er ging een rood lampje branden. Stop! Ik dacht, laat ik stoppen, maar de motor was er al mee gestopt. Ik stuurde de auto een zijweg in, maar moest uit alle macht aan het stuur trekken omdat de bekrachtiging was weggevallen. Ik startte de motor opnieuw, de lampjes bleven uit en ik kon door. Ik gaf weer vol gas, en het lampje ging weer branden. Nogmaals vol op het gas en de motor sloeg af. Zolang ik rustig reed was er niets aan de hand, maar bij vol gas ging het mis. Toen de kou na drie dagen minder werd, was het probleem ook weg.

Ik liet mijn auto even uitlezen door een doorgewinterd monteur. Hij sloot de snoeren aan, trok een zorgelijk gezicht en keek op het scherm van de computer. Iets met brandstofdruk die weggevallen was. Hij wiste de melding en zei dat het de kou geweest was. Hij stuurde me weg met twee woorden. “Gas erop,” zei hij. En ik zou dit hele logje niet geschreven hebben als hij dat niet gezegd had. Ik vond het zulke mooie woorden, die twee woorden die betekenden dat er geen probleem was, en dat die ook nooit groter konden worden dan dat hij kon oplossen. Zelfs dat mijn motor nog koud was deerde hem niet. Dit was een man die zwarte rookwolken uit een diesel wil zien. Gas erop! Een prachtig advies van een ervaren automonteur. Uiteraard reed ik gewoon rustig terug naar huis. Het was tenslotte mijn motor die nog koud was.

Mon Amour

Een collega uit Frankrijk was over, en nadat we het werk hadden besproken om negen uur ’s ochtends, hebben we het alleen nog over muziek gehad. De Franse muziek dan. Want ik ben altijd benieuwd wat die Fransen van hun eigen muziek weten. In elk geval meer dan de Duitsers, want twee Duitse collega’s waren over, die wisten werkelijk niks over hun eigen muziek. Dat het laatste nummer van Blof een cover is van Frankfurt Oder, ze hadden geen idee. Nena, het zei ze wel iets, maar het was gewoon niet kuhl om naar Duitstalige muziek te luisteren in hun tijd. Mattias Reim? Wer?

Terug naar de Fransman die het wel allemaal wist. Joe Dassin, France Gall, Michel Fugain, Lenorman, Becaud, hij zong ze zo mee. In het Frans ook nog, dat was dubbel knap. Dur dur d’etre bébé, Tomber la chemise, hij wist ze. Hij constateerde wel dat wij Nederlanders wel alles van vroeger kenden, maar de moderne Franse muziek niet. Daar viel dus nog wel wat te winnen voor de Franse muzikanten. Maar toen speelde ik mijn troef. Connaissez vous La Groupe sans Nom? C’est une groupe très, très connue, de Volendam avec Annie la Peintre et Jean l’Empereur. Hij kende het niet, dus liet ik het horen. Mon Amour. Mon Amour tu es ma rose…

Hij schoot in de lach. Hij moest goed luisteren om het te verstaan. “Et mes fleurs sont fraîches et aimables. “What is an aimable fleur? You can’t say a kind flower? That is rubbish!” Daar gaan we dan. 40 jaar lang een grote hit geweest, met een joekel van een fout erin. Nooit iemand opgevallen. Ik ga ze schrijven, die keizer en die schilder.

Puntentelling

Wat ik niet begrijp aan het voetbal is de puntentelling. Ik dacht altijd dat je kampioen werd als je niet meer ingehaald kon worden door de concurrentie. Nu begrijp ik ook wel dat PSV het landskampioenschap bijna niet meer kan ontgaan, en ik bedank Ajax hartelijk voor het laten liggen van de punten, maar was het nu echt van deze week afhankelijk? Als Ajax nu gewonnen had dan was het verschil zeven en was er een titelstrijdje. Nu komt er geen titelstrijd volgens de NOS. Maar als Ajax volgende week wint en PSV verliest, dan weer wel? Het hele jaar hoor ik al dat PSV kampioen is. Maar twee weken geleden was het verschil nog maar vijf punten en moest PSV uit bij Feyenoord, en rekenden veel Ajax supporters zich al rijk. Na het weekend zou het verschil nog maar twee punten bedragen. Echter, het verschil bedroeg na het weekend in werkelijkheid 7. En nu is het een week later, en is het weer 10. Mensen, het is pas beslist als het beslist is. Dat hebben we gezien in 2015/2016 en ook in veel eerdere edities.

Veel mensen, Hugo Borst voorop, vinden het maar niks, dat spel van PSV. In de uitwedstrijd tegen Utrecht werd PSV compleet weggespeeld door Utrecht, stond in zijn column. De uitslag was 1-7 in het voordeel van PSV. Nu was het 3-0 voor PSV en werden ze weer compleet weggespeeld door Utrecht, aldus Hugo. En de schitterende omhaal van Luuk de Jong moest weer neergehaald worden door te melden dat Luuk als een zoutzak viel. Gelukkig hoeft niemand gedwongen voor PSV te zijn. Ik voel me thuis bij deze fantastische club uit het zuiden. Kritieken van mensen als Borst neem ik voor lief. Al doen ze soms pijn. Maar kampioen, dat ben je pas als je het bent. We kunnen de platte kar gereed maken, maar hem nog niet naar buiten rijden.

En schaatser!

Ik heb gewerkt vandaag. Niet te zuinig. Twee stallen uitgemest, kippenhok verschoond. Een paar kilometer met de hond gelopen. Dat alles in de ijzige kou. Had ik het koud? Welnee. Dit was genieten. Een schep, een kruiwagen, bevroren buitenkranen, ik voelde me een echte boer. De hele middag was ik bezig met scheppen, kruien, schone houtsnippers en wat een boer zoal allemaal doet. Daarna klopte ik mij af, ging naar binnen, deed mijn laarzen uit, pakte een bokbiertje en zetelde mij op de bank. Tevreden keek ik naar buiten. Niet vaak heb ik lekkerder op de bank gezeten. Na gedane arbeid is het goed rusten. Het is echt waar. Ik voel al mijn spieren weer. Zou ik hier een maandje wonen, dan zou ik oersterk worden. Jerommeke. Mijn doorgaans zachte boekhoudershandjes voelen al ruw aan. Dit voelt goed. Gisteren hebben we nog geschaatst. Twee keer hard op mijn plaat gegaan, maar de pijn aan mijn been voelde prima. Even wakker geschud uit mijn ingedutte leven. “Dan wil je zeker wel boer worden mien jong? En skaatser!”

Paarden, kippen en poolvossen.

Ik lees net over paarden en de kou. Er staan hier drie paarden die een inloopstal hebben, en de stal is eigenlijk niet groot genoeg voor drie. Het past wel, maar meestal staan ze er met z’n tweeën. Volgens de eigenaar regelen ze het allemaal zelf. Er is echter één oud paard bij dat de bejaarde leeftijd van 33 heeft bereikt. Dat paard is ingevallen, dun en zijn vacht ziet er ook niet meer zo mooi uit. Ik zet de oude knol ’s ochtends apart in een wei, waar speciaal voer voor hem klaar staat. De andere twee moeten het doen met hooi. Nu lees ik net dat hooi veruit het beste is voor een paard als het koud is, omdat de vertering van hooi gepaard gaat met enorme warmteontwikkeling in het paardenlichaam. Nu krijgt de oude ook wel hooi, maar hij lijkt zich toch meer tegoed te doen aan het speciale voer en de penen. Ik hoop maar dat hij vaak in de stal gaat staan. Ook in de stal vriest het gewoon, maar misschien net iets minder dan buiten. Er schijnt nogal iets te moeten gebeuren voordat een paard het koud krijgt. Dat zal dan wel. Er zit een enorm verschil tussen hoe een paard zich warm weet te houden en hoe een mens dat kan. Een mens is hulpeloos bij kou. Het zijn zijn grote hersenen die zorgen dat een mens het overleeft. In mijn geval zijn het de hersenen van een ander. Van degene die de c.v. heeft uitgevonden, om precies te zijn. Een paard daarentegen, perfect aangepast aan de winter! Met een tochtvrije en waterdichte wintervacht, een lichaam dat weinig warmte verliest en een andere bloedsamenstelling zodat hij sneller kan opwarmen dan wij. En dan is hij nog maar een paard, niet eens een poolvos. Heb ik ook nog kippen in de schuur zitten, die schijnen er ook goed tegen te kunnen. En dan zijn het nog maar gewone kippen, want tegen de diepvrieskip kan zelfs geen poolvos op. Maar koud, dat is het. Stervenskoud.