In deze zware tijden die vakantie heten heb ik mijn toevlucht genomen tot een ingewikkeld boek, dat ik toegestuurd kreeg door een ver familielid waarmee ik vorig jaar weer in contact kwam. Haar vader, een volle neef van mijn vader, was destijds verrukt over het boek, schreef ze. Het boek heet “het heilige bloed en de heilige graal” en heeft hetzelfde thema als “de da Vinci code” alleen werd dit een paar decennia eerder geschreven en is het geen roman, maar een onderzoek naar een bepaalde geschiedenis.
De geschiedenis begint in een bergdorp hier vlakbij, dat ik nog ga bezoeken, en heeft naar verluidt verregaande consequenties voor onze huidige opvattingen over de geschiedenis. Aangezien het nu een paar decennia verder is, en er niks is veranderd in deze geschiedenis zoals ik hem vroeger kende en nu, moet het boek als nonsens worden afgedaan. Tenminste, door mensen die ervoor geleerd hebben.
Ik echter, met mijn levendige fantasie die mij door dit zinloze leven sleept, denk daar anders over. Ten eerste vind ik het ongelofelijk knap van de drie schrijvers hoe ze hun onderzoek hebben gedaan. Dat moet jaren gekost hebben om honderden namen na te trekken, hun betekenis in de geschiedenis te verifiëren, en om deze namen waar mogelijk met elkaar in verband te brengen. Hun bibliografie is tien pagina’s lang. Ten tweede vind ik dat wij, nou ja, laat ik voor mezelf spreken, ik, geen enkele bijdrage meer lever aan de geschiedenis. Vroeger werd er gestreden om van alles en nog wat, en al die slagen werden op hun beurt weer verslagen door de verslaggevers van die tijd, waardoor wij nu ongeveer weten wie welke rol speelde. En ten derde was er vroeger iets om voor te leven en te strijden, er was eer en broederschap, ik zou het volgens mij prima gedaan hebben in die tijd. Nu valt er nog weinig eer te behalen.
Het boek is ingewikkeld, er komen veel woorden in voor die ik niet ken of snap, er worden honderden namen genoemd waarvan ik niet meer kan navertellen wie ze precies waren, en soms lees ik stukken zonder dat ik iets in me opnam. En toch boeit het me mateloos omdat ik weet dat er ergens hier vlakbij, in de Pyreneeën, aan het eind van de negentiende eeuw, een ontdekking gedaan is die nog niet is opgehelderd na tweederde van het boek te hebben gelezen, en waar via tientallen andere geschiedenissen die ergens verband moeten houden met deze ontdekking, die de Christelijke wereld op zijn grondvesten moet doen schudden, wordt toegewerkt naar de onthulling. Die ik natuurlijk al vermoed, maar waarvan ik toch hoop dat hij ook mij in opperste verwarring zal achterlaten.
Ik heb te lang geen boek meer gelezen, zoveel is duidelijk.