Wolvenland

Een poosje geleden liep ik met de hond langs een huis waar in de wei een bord stond met daarop de tekst: weg met de wolf. Een foto van een vrouw met een lammetje erbij. Ik was een beetje ontdaan op dat moment omdat ik altijd hoop een wolf te zien en een of andere schapenboer gewoon doodleuk een bord plaatst zonder rekening te houden met mijn gevoelens.

Vanavond keek ik een documentaire genaamd “wolvenland” over de verdeeldheid die de wolf zaait in dit land. Een mevrouw kwam aan het woord en ik herkende haar vrijwel direct van dat bord in de wei. Het bleek haar ook te zijn. Als ik toen geweten had hoe een raar mens het was, had ik om het bord gelachen, maar destijds dacht ik dat het de mening van een weldenkend persoon was.

De vrouw had werkelijk geen enkel ander argument dan dat de wolf hier niet hoorde, en dat haar schapen in gevaar waren. Zij had niet om de wolf gevraagd en nu moest ze ineens haar schapen beschermen. Schapen waren ontzettend lieve dieren volgens haar, eentje was zelfs zo lief dat ze die oud liet worden, de rest ging met vijf maanden naar de slacht, want het leven is hard, zei ze. Daar was ik vorige maand dus van ontdaan! Had het erbij gezegd, dat ze niet helemaal lekker was, dan was er niks aan de hand.

Er kwam ook een schaapherder aan het woord, hij had een heel indrukwekkend verhaal over een aanval van twee wolven op zijn kudde. Hij vertelde hoe intelligent en snel de wolven te werk gingen, dat ze precies leken te weten hoe ze een schaap moesten vasthouden zodat het weerloos was, exact zoals hij het zelf deed als hij een schaap moest scheren. Hij was ontdaan door de aanval, maar ook onder de indruk van de superioriteit en de intelligentie van de wolven. Inmiddels had hij een grote hond aangeschaft zodat de wolven niet meer in het voordeel waren. De hond bleef ‘s nachts bij de schapen op de hei, terwijl de herder naar huis ging. Prima opgelost.

Waar gaat de mensheid uiteindelijk aan ten onder?

Het is een vraag die me al heel lang bezighoudt. Waarschijnlijk voor het eerst toen ik hoorde dat de zon er ooit mee ophoudt. Dat ik op dat moment even dacht: “oh jee!” Maar dat er aan werd toegevoegd dat de mensheid ver daarvoor al verdwenen zou zijn. Het begon bij Duitsers en Japanners. Die waren in aantal aan het afnemen en moesten vrezen voor hun voortbestaan. Duitsland importeert daarom jaarlijks duizenden migranten. Ik dacht dat zolang er twee van het verschillende geslacht zijn er niks aan de hand was. Heel vroeger waren er helemaal geen Duitsers en iets later waren er verrekte weinig, dat zijn er uiteindelijk tachtig miljoen geworden, dus wat is het probleem? Waarom zou die krimp zich niet ineens weer omzetten in groei? Omdat de bevolking vergrijst? Wat maakt dat uit, zolang er ook jonge mensen zijn sterf je niet uit.

Nou ja, zo denk ik wel eens, maar ik geloof dat het de wetenschappers ernst is als ze zeggen dat wij maar een paar honderdduizend jaar zullen bestaan met als argument dat alle voorgangers van de mens ook hooguit een paar honderdduizend jaar bestonden.

Maar wat gaat er nu voor zorgen dat we uitsterven en hoe stierven onze voorgangers uit? Om met dat laatste te beginnen, dat weet niemand. Behalve ik. Onze voorgangers zijn helemaal niet uitgestorven, we zijn langzaam anders geworden. Je kunt het aan sommige mensen nog duidelijk zien. Hoe het kan, geen idee, waarschijnlijk is het hetzelfde proces als dat ik vroeger lang was, en nu met precies dezelfde lengte gemiddeld ben geworden.

Hoe we gaan uitsterven weet niemand, zelfs ik niet, maar er zijn een aantal scenario’s. Een ervan is dat kunstmatig intelligentie zo slim wordt dat het ons als overbodig en bedreigend gaat zien en ons elimineert. Een softwareprogramma print uit zichzelf op een 3D printer een tank en valt ons aan.

Of de klassieke meteoriet valt en maakt een einde aan onze ooit zo mooie wereld. We zagen hem niet aankomen met al onze apparatuur en we zouden dood zijn voordat we door hadden wat er gebeurde.

De vruchtbaarheid van de mens neemt langzaam af. Het is al aan de gang, het aantal zaadcellen van de man veertig jaar geleden was aanmerkelijk hoger dan dat van de tegenwoordige man. Hoe dit precies tot het einde gaat leiden weet ik niet, aangezien er uiteindelijk maar één zaadcel nodig is, en we het hebben over een afname van 100 miljoen tot zestig miljoen.

Een allesverwoestende kernoorlog, die gaan spaan heel laat van de wereld? De slechte omgang van de mens die zorgt voor een afname van de hoeveelheid insecten met rampzalige gevolgen? Een wereldwijde milieuramp zoals een wereldwijde overstroming of een opwarming die niemand overleeft?

Zelf denk ik dat de mens ten onder zal gaan aan zijn eigen succes, hij zal zo perfect worden dat hij niet meer sterft aan ziekte, ouderdom, of honger. Hij hoeft niet meer te werken, geen kennis te vergaren omdat die overal voorhanden is, hij hoeft niet meer gezond te leven, zelfs geen pijn meer te lijden, hij verliest al zijn creativiteit, kortom in zijn streven alles beter te maken heeft hij het leven volkomen doelloos gemaakt en de enige manier om uit die ellende te geraken is door het massaal op te geven. Door het zicht op de aanstaande dood krijgt het leven kortstondig zijn zin terug en iedereen sterft als een gelukkig mens.

En zo zal het gaan. En lang voordat dit gebeurt ben ik er niet meer. En nadat dit scenario zich heeft voltrokken en de mensheid lang en breed is verdwenen zal men mij in één adem noemen moet Leonardo da Vinci.

Mannelijk

Ik voelde best druk om een logje te plaatsen, want ik voldoe niet aan mijn eigen blogwet van 2011, waardoor de weblogger gehouden is om minstens een keer per week te bloggen, tenzij er een dringende reden is om dat niet te doen. Ik ben inspiratieloos maar dat is geen dringende reden. Ziekte geldt wel, maar ik was niet ziek, hooguit voelde ik me slecht en onzeker door mijn plasprobleem wat inmiddels weer beter gaat. Ik ben weer gestopt met de medicijnen om te kijken of het nu weer minder gaat. Want van de bijwerkingen werd ik niet goed. En dat stond niet in de bijsluiter, dat je van het lezen van de bijwerkingen niet goed zou worden.

Die raakten aan mijn mannelijkheid, wat kennelijk nog erg belangrijk voor me is. Het middel werd bijna erger dan de kwaal. Ik las laatst op social media dat het probleem van oud worden is dat het kind dat je was, gevangen komt te zitten in een gebrekkig lichaam. Ik had gelijk mijn twijfels, al herken ik het kind in mij nog steeds. Maar een jong mens zal mij gewoon een ouwe lul vinden, niks kind in een gebrekkig lichaam. Sterker nog, mijn lichaam is zo gebrekkig nog niet, en wat er gebrekkig aan is wordt veroorzaakt door mijn eigen verwaarlozing.

Goed, aan sommige dingen doe je niks, maar ik speelde laatst twee singles achter elkaar, en merkte dat ik toch wat moe was. Een stuk intensiever dan een dubbel. Maar om nu te gaan hardlopen om aan m’n conditie te werken gaat me wat ver op mijn leeftijd. Toch vroeg ik me af als ik tien kilo minder zou wegen en mijn conditie zou op peil zijn, hoe goed zou ik dan nog kunnen zijn ten opzichte van vijfentwintig jaar terug? Ik was geen topspeler dus die status zou ik nog steeds moeten kunnen bereiken.

Dat is mijn mannelijkheid en het kind in me. Die geven het niet op en voelen nog steeds de drang zich te meten met anderen.

Jolijt bij de dokter

Ik heb een leeftijdsgerelateerd mannenprobleempje wat recent erger is geworden. Ik belde de dokter en zijn eerste reactie was: “Oh jongen, dan ben je er vroeg bij!” Tja, daar was ik al bang voor. Soms hoor ik leeftijdsgenoten naar het toilet gaan en dan ben ik jaloers op het geluid dat ze produceren. Mij lukt dat alleen nog na vele glazen bier. Goed, u weet nu wat het probleem is, en de dokter vroeg me langs te komen en urine mee te nemen. “Ik hoef geen liters,” zei hij nog.

Nou, als ik liters kon produceren had ik hem niet gebeld, en na een uur had ik een laagje van misschien een centimeter, en niet in een emmer. Ik vreesde natuurlijk het onderzoek wat zou volgen, want jaren geleden deed hij al eens een onderzoek bij me en refereerde toen lachend aan een eventueel prostaatonderzoek, want nog veel gênanter zou zijn. Die woorden hebben me nooit losgelaten.

Ik kwam bij de dokter die in z’n korte broek liep, zoals hij zomer en winter doet, en hij riep me binnen, gewoon bij de assistente op haar kamer. Hij legde me uit dat de urine brandschoon was en hoe het probleem werd veroorzaakt, en dat ze dat tegenwoordig vrij goed met medicijnen konden oplossen. Nu bleek hij ineens legio patiënten van eind veertig, begin vijftig te hebben met dit probleem. Het rijmde niet helemaal met wat hij eerder had gezegd, en ik vermoed dat hij het zei om me gerust te stellen. Hij zei dat de prostaat bij veel mannen vergroot is, en dat je dat kunt voelen, maar je kunt niet voelen in hoeverre dat het probleem veroorzaakt, dus dat onderzoek was nu niet nodig. “Jij vreesde zeker al voor zo’n onderzoek”, lachte hij en ik beaamde. De assistente zei echter dat het bij mij wel moest, maar die bleek ook in het complot te zitten. Waarop de dokter tegen haar zei dat ik vast mijn kuisheidsgordel al om had gedaan thuis.

Eenmaal thuis vertelde ik mijn manager dat mijn leven voorbij was na het opsommen van een paar ouderdomskwaaltjes, maar ze is Duits en heeft weinig gevoel voor humor. Dus ze vertelde dat ik aan mijn mindset moest werken, en dat er nog genoeg leuke dingen waren om voor te leven.

Waarop ik een knappe 14 jaar jongere collega vroeg of ze met me mee uit wilde om samen een kruiswoordpuzzeltje te doen. Ik had een lachsalvo verwacht, maar kreeg een hartje en een “I would love to”. En zo krijg ik die mindset nooit gericht op het bejaarde leven dat me te wachten staat.

Karel over Paul.

Er was een man op de radio, wiens stem ik niet kon thuisbrengen maar hij klonk bekend. Ik moest uit de context opmaken wie hij was. Hij praatte over Paul van Vliet van wie vandaag bekend werd dat hij was overleden. De man klonk Haags en heette kennelijk Karel, omdat Paul hem eens tegenkwam en zei: dag Karel, het leven is soms best zwaar hè?

Karel was tien jaar jonger dan Paul, en Karel wilde ook cabaret gaan doen, alleen was hij dusdanig geïntimideerd door het tekstuele geweld van Paul en van de onlangs ook overleden Wim de Bie, dat hij daar maar vanaf zag en de helft van een komisch muziekduo werd. Toen wist ik het, en zocht het thuis na. Het ging hier om Karel de Rooij, de echte naam van Mini, van Mini en Maxi.

Waarom ik dit vertel is omdat hij mooi vertelde over Paul. Hij had een licht Haags accent, net genoeg om het te ontdekken, en lang niet genoeg om als Haagse Harrie door te gaan. Niet bekakt, maar netjes en troostend. Hij klonk als een man die de afgelopen vijftig jaar uit de eeuwigheid pakte en je ergens aan het begin van die tijdspanne terugplaatste. Alsof hij je heimwee naar weleer in een keer genas.

Uiteraard was hij bedroefd door het verlies van zijn vriend, die hij nu nooit meer op het strand zou tegenkomen, zoals al honderden keren eerder. Maar Karel was de juiste man om een ode aan Paul te brengen, hij deed dat puurder dan Youp en Freek het later vanavond op televisie kwamen doen.

Ik was inmiddels thuis, en luisterde op de oprit nog even naar het gesprek wat maar niet op leek te houden, en zette de radio uit. Ik wist genoeg. Dit was een niet zo’n hele bekende Nederlander uit vervlogen tijden, die je in de tien minuten dat hij aan het woord was, mee terugnam naar de tijd dat alles nog normaal was.

Diffuus.

Nu we het er toch over hebben, ik vind dat het rapporteren van grensoverschrijdend gedrag alle grenzen overschrijdt. Nu weer een minister met een rode baard, die daar zit om te verhullen dat hij nog een kind is, die met een deur heeft geslagen en gescholden. Nou nou! Als ik vroeger tegen mijn baas zei dat ik iets niet snapte, bulderde hij: wat snap je nu eigenlijk wel? Ik vond dat stiekem wel grappig. Of als ik tegen het advies van een andere baas inging, hoorde ik boos: “verdomme, ik heb toch gezegd dat…“

Het probleem dat het heeft veroorzaakt is dat ik niet meer tegen harde geluiden kan. Dan bedoel ik geen onweer, maar mensen die een hard geluid maken zonder zich te bekommeren om een ander. Dat krijg je ervan! En verder heeft het veroorzaakt dat ik absoluut niet tegen tere zieltjes meer kan. Die niet een keer slikken of op hun tanden bijten, of nog beter, terug schelden. In plaats daarvan gaan ze naar HR om een procedure aan te spannen.

Laatst was er hier een man die met de beste bedoelingen een meisje van achter in een volle kantine besloop, haar liet schrikken en haar daarbij aanraakte. Het kind schrok zich te barsten maar de moeder ging het seksualiseren. Dat hij haar niet hoefde aan te raken. Gelukkig was mijn vrouw erbij, die toch al een bloedhekel aan die moeder heeft en zei tegen haar: “serieus?”

Uit een ander tijdperk komend, erger ik me steeds meer aan het gebrek aan incasseringsvermogen van de mens. Er kan wel eens iets misgaan in je leven en het kan zelfs zijn dat een ander een keer boos op je wordt en daarbij zijn stem verheft, of zelfs schreeuwt. Diegene heeft vaak zelf een probleem, maar zie dat ook eens in, in plaats van het op jezelf te betrekken. Mijn moeder zei dan altijd: misschien heeft hij wel ruzie gehad met zijn vrouw.

Ik kan nog wel tig voorbeelden noemen van grensoverschrijdend gedrag naar en door mij, wat destijds niet zo werd aangemerkt, waarschijnlijk omdat de grenzen verder weg lagen. Daar word je hard van, werd er vaak gezegd. Een harde ben ik nooit geworden. Wel naar mezelf, zelden naar anderen.

“Die vieze PSV’er”

In 2007 was er het wonder van PSV. De ploeg stond op de laatste speeldag derde maar ging alsnog met de titel aan de haal. Ik herinner me dat ik een dag daarvoor ergens op een verjaardag zat waar een Ajacied mij zat te jennen omdat zij er wel even met de schaal vandoor zouden gaan.

Op Koninginnedag 2007, een dag na het wonder kwam ik de betreffende Ajacied tegen in het dorp en ik zei spottend iets tegen hem over dat hij niet zo voorbarig had moeten zijn. Hij had een gezicht als een oorwurm.

Gisterenavond op een feestje kwam ik zijn zoon tegen. Zijn zoon is voor Utrecht juist omdat zijn vader zo fanatiek voor Ajax is. Ik kom zijn vader haast nooit meer tegen maar tot op de dag van vandaag schijn ik volgens zijn zoon “die vieze PSV’ er te zijn.” Met zijn zoon hebben we wat vaker contact en laatst legde hij aan z’n vader uit wie Linda was, en toen had hij dat gezicht weer getrokken en gezegd: “oh, van die vieze PSV’ er”. Dat is nu een titel die ik met trots draag, 16 jaar na dato, want kennelijk raakt het hem nog steeds. Had hij die avond ervoor normaal gedaan, had ik niet naar hem toe hoeven gaan, die betreffende Koninginnedag in 2007.

Een groot goed.

Ik weet het niet zeker maar de vrijheid van meningsuiting is een groot goed, ooit bedoeld om grote denkers het recht te geven om in het openbaar hun mening te geven zonder daarvoor vervolgd te worden door de staat, en ook te kunnen rekenen op bescherming door diezelfde staat tegen represailles door burgers.

Die grote denkers mis ik heel erg. Herman Finkers is er één, Freek de Jonge is er één, misschien een handjevol filosofen en een hele enkele politicus die ze liever een functie elders geven. Maar merendeels geeft de vrijheid van meningsuiting bescherming aan Driekus Achterberg die geen school heeft afgemaakt, geen krant kan lezen, en het NOS journaal afdoet als links gezwets.

Weg met de wolf.

Deze foto maakte ik vanmiddag en het bord irriteerde me. Niet zozeer het statement maar het feit dat een boer met schapen uit eigenbelang tegen de wolf is. Want schapen houden vind ik onnatuurlijk. En ze vervolgens slecht beschermen en gaan lopen miepen dat de wolf weg moet met argumenten die niet alleen geen hout snijden maar ook nog eens volledig uit een sprookjesboek ontsproten zijn.

Ik ben van mening dat er veel te veel boeren zijn in Nederland. Weg ermee! Ze vervuilen het milieu, hebben het grootste deel van onze grond in handen, weigeren zich te verdiepen in feiten en als ze iets niet zint overtreden ze massaal de wet en hinderen ze anderen met hun tractors. Daarbij roepen ze leuzen als no farmers no food. Wat op zich klopt. Maar no nature no life klopt ook, en beide stellingen zijn niet aan de orde.

Voorgaande alinea zou kwaad bloed kunnen zetten bij boeren, maar ik meen het niet. Ik wil alleen even aangeven hoe kwetsend meningen kunnen zijn. De wolf is een prachtig dier en het is een zege dat we bereikt hebben dat hij terug is in dit volledig uit de hand gelopen land.

Schapenhouders zijn naar mijn mening niet eens boeren. Het zijn hobbyboeren net als mijn hobby de verbrandingsmotor is. Mag ook niet meer verkocht worden in 2030, dat is tegen mijn eigenbelang. Maar ja, mensen wijzer dan ik hebben daartoe besloten.

De kip of het ei

Met de hond gaat het dankzij medicijnen weer beter en ze rent er lustig op los. Vandaag door een stuk weiland wat niet was afgezet, en ik vind dat een mooi gezicht. Toen ik terugkwam bij de auto sprak een man mij aan, of ik wel wist dat er reekalfjes waren. Hij had zijn jagerskleren nog aan.

Ik zei dat ik er goed op zou letten, wat natuurlijk een beetje onzin is, want als de hond gaat, dan gaat ze. Ze zit wel vaker achter een ree aan, maar dat is volslagen kansloos en komt ze tien minuten later met haar tong op haar poten terug. Maar reekalfjes is natuurlijk een ander verhaal. Ik begrijp de bezorgdheid van de man wel, maar ik loop speciaal in een gebied waar geen borden staan dat de hond er niet los mag, en op sommige paden staan die er wel, maar daar ga ik niet in of hou haar daar vast. Natuurlijk heeft hij een punt, mijn hond zou zo’n reekalfje, omdat het naar baby ruikt, niet doden, maar aflikken omdat ze gek is op alle baby’s. Wat natuurlijk ook dodelijk is, maar goed, zoiets is mij nog nooit gebeurd na drie honden, en om nu je hond altijd maar te moeten vasthouden vind ik ook niet terecht. Een hond heeft ook recht om te rennen. Ik ging vroeger naar het daarvoor aangewezen uitlaatgebied, maar ook daar stikt het van de reeën en zwijnen, en ik loop daar niet lekker in de drukte.

Toen zei hij dat de wolf er al zoveel pakte dat ze niet moesten hebben dat er ook nog honden zich tegoed deden aan reeën. Hij was afgelopen nacht op telling geweest en ze telden 180 edelherten, maar geen kalfjes, allemaal de schuld van de wolf. Ik ben natuurlijk niet bij de telling geweest, en ik zou het raar vinden als elf wolven op de de Noord Veluwe zouden zorgen voor het uitsterven van het edelhert. Wolven horen hier niet, zei hij.

Tja, dan heb je aan mij een slechte en krijgen we al gauw een discussie. Hij zei dat er ook al geen moeflons meer waren. Waarop ik zei dat moeflons hier niet horen, die komen uit bergachtig gebied uit Corsica, waar ze de bergen in kunnen vluchten. En dat die wolf hier gewoon naartoe is gekomen omdat hij vindt dat hij hier wel hoort. Dat was bewezen niet waar zei hij, want in Groningen hadden ze een paardentrailer vol met wolven aangehouden die hier werden losgelaten. Ik vroeg of hij soms dacht dat als heel Duitsland vol met wolven zat, dat ze dan netjes bij de grens omkeerden?

En hij vroeg aan mij of het soms leuk was dat als je schapen houdt, en je vind er ’s ochtends dertig dood? Waarop ik weer zei dat er nu al vijf jaar wolven lopen, als je er nu nog geen hek om gezet hebt, dan ben je zelf verantwoordelijk. Waarop hij niet het bekende verweer had, maar een beter, namelijk dat jaren geleden we vonden dat de hekken weg moesten zodat het wild meer doorgang had. Nou, dat wist ik dan niet, maar een wolf is ook wild, waarom heeft een wolf minder rechten? Omdat die het andere wild dood maakt.

Pff. Het is niet eenvoudig hondenbezitter te zijn en dagelijks tussen de middag een ronde te maken. Het kwam hierop neer, de man vond dat er teveel wolven waren, en ik vind dat er teveel mensen zijn.

Drie kwartier

Dat wonen in dezelfde wijk als waar ik woonde toen ik jong was is niet altijd handig want ik ben teveel herinneringen aan het ophalen. Aan de jaren tachtig om precies te zijn, die ik kennelijk toch leuker vond dan ik mezelf doorgaans wijsmaak. Want ik zou sommige momenten willen herbeleven en vast willen houden. Aan veel huizen in deze wijk heb ik wel een herinnering, al was het maar omdat ik de krant hier bezorgde. Ik begin ook weer magische gedachten te krijgen, iets wat ik mezelf in het eerste decennium van dit millennium afleerde.

Tijd zou nooit uitgevonden moeten zijn, elke seconde die verstrijkt komt nooit meer terug. Met elke seconde lopen je cellen ouderdomsschade op die niet meer ongedaan gemaakt kan worden. Woensdag overleed iemand die ik al bijna mijn leven lang ken. Niet heel goed, maar dat maakt niet uit, hij is voorgoed weg. Het huis waar hij woonde zal nooit meer hetzelfde zijn.

Ouder worden is iets waar ik moeite mee heb omdat je steeds minder toekomst hebt, en die toekomst steeds vaster lijkt te liggen. In het bos worden ze nog erger, die gedachten aan vroeger. Tijdens mijn ronden met de hond zie ik ook hoe het bos is veranderd. Plekken waar je vroeger kon komen zijn nu verboden toegang, en niemand weet waarom.

Ik besloot laatst dat vanaf het moment dat ik het besloot, ik voortaan elke dag een dag jonger zou worden in plaats van ouder. In het begin zou nog niemand het doorhebben, maar op een gegeven moment zou het moeten gaan opvallen. Maar een tijdje later bedacht ik dat het niet handig was om als enige jonger te worden en alle anderen ouder. Ik zou helemaal niemand van vroeger meer tegenkomen. Bovendien, mijn hersenen zouden weliswaar jonger worden, maar mijn geheugen zou minder worden, het zou tenslotte morgen -voor mij gisteren- niet meer weten wat er vandaag gebeurde.

Ineens snapte ik wat er gebeurt als je dement wordt. Dan word je met de dag jonger. Dat is het voordeel ervan. Ik besloot het proces toch maar weer om te keren en gewoon weer ouder te worden. Uiteindelijk heeft mijn verjongingsproces maar drie kwartier geduurd, dat gaat niemand opvallen.

Of ik het ooit zal leren, dat ouder worden, dat denk ik niet. Ik ben gedoemd te blijven mijmeren over vroeger en over wat had kunnen zijn. Dreaming my life away.