Stuurkaartje

In een wereld waarin wij zo ongeveer alle mysteries en mythen wel verklaard denken te hebben blijft er toch een belangrijk mysterie over waar wij allen dagelijks mee te maken hebben. De droom. Alleen al voor de dromen zou je eerder naar bed gaan. Linda droomt realistischer en angstiger dan ik, als een rampenfilm waarin de verhaallijn blijft kloppen en je steeds moet rennen. Van mijn dromen kun je echter geen film maken, het bezoek zou al boe-roepend de zaal verlaten vanwege zoveel onzin. Ikzelf beleef er wel lol aan want ik ben de hoofdpersoon en die blijf ik ook. Alle bijrollen kunnen elke seconde door iemand anders ingenomen worden.

Zo reed ik laatst in mijn auto en ik vond dat hij niet echt hard optrok. Een beetje gewoontjes. Tijdens het proberen veranderde de auto al gauw in een Puch brommer. Er zat niet echt trekkracht in maar het ging vooruit. Ik nam ergens een verkeerde afslag en reed op een onverharde weg op een dijk. Ik kwam langs een caravan met voortent waarin een stel woonwagenbewoners woonden. Een mager mannetje dat veel weg had van één van de boeven uit Pippi Langkous, en van de ander heb ik geen idee meer hoe hij eruit zag. Terwijl ik langs reed zag ik hun belangstelling voor een onschuldig slachtoffer, echter ik reed door. Na een paar honderd meter liep de dijk dood en daar stond ik stil. De kamper die dit natuurlijk wist, was mij achterna gekomen op zijn brommer, want niets leuker dan een verdwaalde burger pesten. Hij kwam aangereden op het doodlopende punt en vroeg om mijn rijbewijs. Omdat hem dat niks aanging, weigerde ik. “Ik moet je stuurkaartje zien,” zei hij toen. Stuurkaartje verzint mijn droom, ik heb dat woord nog nooit gehoord. Toen was ik het zat en gaf hem een hoge trap tegen zijn hoofd, gevolgd door een tweede. Ik zou zeker door een groep achterna gezeten zijn, als ik niet op dat moment wakker werd.

Vreemd maar wel grappig vond ik het. Ik kon het achterna komen terwijl je verkeerd reed wel uit mijn jeugd verklaren, evenals de vraag om mijn rijbewijs. Dat was vroeger een visvergunning, die een groep jongens wilde zien toen ik eens alleen zat te vissen. De trap die ik gaf heeft alleen in gedachten bestaan. Het verleden achtervolgt je, ook in dromen. Mijn nachtmerries zijn doorgaans mild.
pipi

Het weblog van Rob Hamilton

Al jaren volg ik het weblog van Rob Hamilton. Eerst af en toe, maar al jaren dagelijks. Hij is niet de meest ontroerende schrijver, niet de meest kunstzinnige maar wel de meest veelzijdige en veruit de productiefste. Want minimaal drie logjes per dag, en dat al jaren aan een stuk, dat heb ik verder nooit gezien. Het heeft even geduurd voor ik doorhad, en ook nog pas nadat iemand mij er op attendeerde, dat zijn weblog een soort krant met vaste dagelijkse rubrieken is. Nog steeds heb ik de precieze volgorde niet door, maar op maandag start hij met muziek, op zaterdag is er “tien van toen”, op zondag is er een gedicht te lezen en tussendoor zijn er vele vaste rubrieken waarvan ik niet weet of ze vaste dagen hebben. Rob schrijft in lange zinnen die ik inmiddels moeiteloos zou herkennen als komende van zijn hand, maar die ik niet zou kunnen nabootsen. Want krijg het maar eens verzonnen, als een zin zo begint, komt hij van Rob.

Alles wat de krant haalt, en nog veel meer, komt in zijn weblog aan bod. Politiek heeft zijn grootste interesse, hij zit aan de linkerkant en schrijft daar veelvuldig over. Wat niet wil zeggen dat zijn eigen linkerkant er nooit van langs krijgt. Lang niet iedereen is het met hem eens, en soms is er felle tegenstand. Ik erger me dood aan zijn logjes over PSV, maar kleinigheidjes hou je toch. Maar zelfs als het onbeschofte tegenstand is blijft Rob een heer die vecht met argumenten en niet met scheldwoorden. En als de mond van de commentator niet gesnoerd is, volgt er een tweede uitleg, ook geheel in keurig nette taal. Ik ben zelf ook van de discussies, maar ik ben meer emotioneel, daar waar Rob rationeel is.

Rob weet privé en weblog strikt gescheiden te houden. Niet dat we niks over hem weten, maar zijn weblog is geen dagboek van zijn privé leven. Het geeft wel zijn politieke voorkeuren aan, zijn mening over binnenlandse politici, wereldleiders en over maatschappelijke zaken. Het is een gratis krant die al jaren verschijnt en waardoor ik nog meer dan uit mijn echte krant, op de hoogte blijf van wat er gebeurt in de wereld. Dat gecombineerd met het radio 1 journaal maakt dat ik redelijk weet wat er speelt in het nieuws. Mijn algemene- en geschiedeniskennis worden automatisch op peil gehouden.

Ik moest mijn waardering voor het weblog van Rob even zelf kwijt, want ik vind dat je soms gewoon je waardering moet uitspreken. Ik denk niet dat het nodig is voor zijn motivatie om door te gaan, maar kwaad zal het niet kunnen. Het zou zonde zijn van mijn waardering als ik het niet uitsprak. Dus beste Rob, hou ons nog vele jaren op de hoogte van wat je ervan vindt.

Gebaande paden

Ik heb het uit, het spannende boek van ruim 800 pagina’s van Steven King. Ik kwam er wat moeilijk in, maar toen ik er doorheen was, zat ik er ook middenin. Het boek heeft prachtige ingrediënten zoals een reis terug in de tijd naar 1959, de tijdreiziger die daar verliefd wordt op een vrouw en die erachter komt dat zijn ingrijpen in de geschiedenis catastrofale gevolgen heeft voor de toekomst, waardoor hij weer terug moet om het allemaal ongedaan te maken. Eerst ziet het er naar uit dat hij zijn geliefde mee wil nemen naar de toekomst, maar het verleden verhindert dat en laat haar sterven. Na de “reset” moet hij het verleden laten zoals het is, kan zijn geliefde ook niet gaan ontmoeten, maar besluit haar op te zoeken in het heden. De vrouw is inmiddels 80, en heeft de hoofdpersoon nooit ontmoet, maar toch voelt ze de band die ze met hem in een ander leven had. Ontroerend en schitterend.

Nu ben ik maar in een ander boek begonnen, genaamd “het Venetiaans bedrog” maar het is niet hetzelfde. Verleden en heden lopen wel door elkaar heen, maar niet tegelijkertijd. Het boeit me maar matig, zo’n realistischer verhaal. Sciencefiction- of fantasieverhalen zijn vele malen mooier. Ze nemen je immers mee naar een perfecte wereld, of naar een wereld waar alles nog mogelijk is, zoals wanneer je jong bent en de toekomst nog open ligt. Jaren later moet je accepteren dat die open toekomst slechts voor een enkeling is weggelegd en dat geeft ook wel zoveel rust. Als je jong bent en alles ligt nog open geeft dat onrust. Want al die worsten die je worden voorgehouden hangen veel te hoog en ergens voel je dat al wel, je wilt er alleen niet aan. Onrust.

Dus wat is er mooier dan dat je in de fase bent gekomen dat de richting van de toekomst uit nog slechts een kleine hoek bestaat, maar je tegelijkertijd mee mag leven in de fantasie van bijvoorbeeld Steven King? Weinig. Ja, karten met je zoon, maar dan ben je ook even van het gebaande pad af. De wereld zoals hij is moet af en toe even vergeten en tijdelijk herschapen worden omdat dat in fantasie nu eenmaal kan. Verlies de realiteit gerust even uit het oog, maar zorg wel dat je haar terug weet te vinden. Daarom droom ik liever ’s nachts dan overdag. Wakker worden uit een mooie dagdroom is als een klap in je gezicht, maar ontwaken uit een mooie slaapdroom kan je dag beter laten beginnen.

Heibel op de kartbaan

Gisteren zag ik mijn kans schoon. In het nucleaire pretpark Wunderland Kalkar is een kartbaan. Ze hebben er ook zogenaamde doppelkarts. Daarin kon Hans met mij meerijden. Hans maakte zich een beetje zorgen over de snelheid en het slippen toen we in de rij stonden, maar het waren geen snelle karts en als het te hard zou gaan kon ik natuurlijk zachter. Toen we aan de beurt waren stonden we samen met een paar einzelkarts en nog twee doppelkarts aan de start. Hans en ik in laatste positie maar na een ronde hadden we de twee andere doppels al ingehaald. Hans vond het prachtig en ik zo mogelijk nog meer. Want wees eens eerlijk, wat is er mooier voor een vader dan met zijn enthousiaste zoon in een autorace te zitten en als een duivel over de baan te racen? Daarna haalden we de einzelkarts ook in die op het rechte stuk wel sneller waren maar die ik in de bochten voorbij kon steken. Ik concentreerde me op de race en Hans hield bij hoever we voor lagen. Langs de kant zag ik mensen naar ons wijzen, ze zagen dat we hard gingen. We lagen eerste en liepen twee ronden uit. Totdat ik in druk verkeer hard van achter werd aangetikt en we in de rondte gingen. We moesten wachten tot de anderen voorbij waren en tot een baanmedewerker ons achteruit geduwd had voordat we verder konden. Volgens Hans hadden we nog één ronde voorsprong.

Na afloop kwam het Duitse meisje dat me van de baan had getikt naar me toe. In haar moedertaal zei ze op verontschuldigende toon dat ze me haar verontschuldigingen wilde aanbieden omdat ze tegen ons aan was gereden. Op mijn beurt ben ik dan ook de beroerdste niet en zei dat het kon gebeuren en dat het geen probleem was. Maar is het nu typisch Duits of niet, zo keurig je verontschuldigingen komen aanbieden? Of is het typisch Nederlands als het je opvalt?

Dwars

Zo, hoe het gebeurt weet ik niet, maar het gebeurt me ondanks dat ik het probeer te voorkomen. Nu moet ik volgende maand naar Helsingborg en de maand erop naar Stockholm en Spanje. En waarvoor? Omdat mensen, vele malen belangrijker dan ik, dat hebben besloten. Ik word dus geleefd en daar hou ik niet van. Dus dan ga ik tegensputteren. In werkelijkheid is het natuurlijk gewoon een extra week betaald verlof, maar ik vind het allemaal vrij zonde van het geld en bovendien kan ik niet zonder Linda niet zonder me. En dan word ik dwars. Niet dat ik hier tegenaan ga schoppen want dan hebben ze door dat ik het niet leuk vind, voor zover ze dat al niet ruiken, maar tegen de commerciëlen bij ons. De geldwolven.

Zo mailde de op een na grootstverdiener van ons bedrijf mij of het salaris voor het weekend over gemaakt kon worden. De man heeft nooit ergens tijd voor maar wel hiervoor. Nu was ik dat toch al van plan en heb het vandaag gedaan, maar niet voordat ik hem een mailtje teruggestuurd had met de mededeling dat ik het had overgemaakt maar dat ik de directeur niet kon bereiken. En dat als hij niet binnen een uur zou goedkeuren, het te laat was om de salarissen nog voor het weekend eruit te krijgen. Met een Bcc aan de directeur. Kwam niet meer bij.

De op twee na grootstverdiener liep wat scheef. Waarop ik zei dat dat kwam omdat hij zijn gewetensengel van zijn schouder had gerost en dat hij dus nu gebukt ging onder de duivel die nog op zijn andere schouder zat. Hilariteit alom. Een verkoopster die met alle trends meewaait en over alle nieuwe dingen enthousiast is, gedurende precies een dag, daarna hoor je haar er niet meer over, vond een bepaalde afspraak buitengewoon belangrijk waarop ik haar vertelde dat zij alles buitengewoon belangrijk vond. Schaterlachen overal.

Maar de mooiste, vond ik zelf, betrof een externe consultant, hockey, tennis en roken, 22 jaar, die aan tafel vertelde dat zijn kruisband was gescheurd en dat hij volgende week geopereerd zou worden. Iemand merkte op dat het resultaat van zo’n operatie afhankelijk kon zijn van de arts die je trof. Hij antwoordde dat hij geopereerd werd door een collega van zijn vadejrrr dus dat dat helemaal goed kwam. Waarop ik opmerkte dat het er natuurlijk wel vanaf hing of zijn vader dan ook arts was. Zou zijn vader loodgieter zijn dan zou ik er nog niet al te zeker van zijn. Whoehaahaha klonk het aan tafel.

Dus ja. Misschien vinden ze het in Zweden wel gewoon leuk als ik kom.

De natuur vecht terug.

Het razendspannende boek dat ik aan het lezen ben gaat over iemand die het verleden probeert te veranderen. Maar het verleden laat zich niet graag veranderen en vecht terug. De hoofdpersoon wordt op allerlei manieren tegengewerkt zodat het verleden niet veranderd kan worden. Iets dergelijks gebeurt ook als je probeert in te grijpen in de natuur. Zoals ik twee weken geleden. Ik heb namelijk een glazen bak met guppen. Voor de vakantie zaten daar acht vissen in die allemaal groot geworden zijn nadat ze bij mij begonnen waren als 3 milimetervis. Door een wonderlijke speling van de natuur bleken het zeven mannetjes en één vrouwtje te zijn. En dat is een verkeerde verhouding omdat mannetjes geneigd zijn op vrouwtjes te jagen. De juiste verhouding is twee vrouwtjes op ieder mannetje. Na de vakantie zaten er ineens vijf nieuwe 3 milimetervisjes in. Ik besloot wat aan de verkeerde verhoudingen te doen en kocht een klein kweekbakje waar de kleintjes in konden, voordat die werden opgegeten door de grote. Twee mannetjes gaf ik weg aan de buurvrouw, omdat die juist vrouwtjes had bijgekocht maar sindsdien waren al haar mannetjes doodgegaan. Ik had er dus nog zes over, één vrouwtje en vijf mannetjes. Daarna kocht ik er vier vrouwtjes bij.

Vanaf dat moment ging het mis. Eerst stierven er twee mannetjes. Ik had toen vijf vrouwtjes en drie mannetjes. Prima verhouding. Toen verdwenen er langzaam vissen. De katten waarschijnlijk. Ik had nog twee mannetjes en drie vrouwtjes. Prima verhouding. Toen ging er nog een vrouwtje dood. Daarnet ging er weer een vrouwtje dood. Nu heb ik nog één vrouwtje en twee mannetjes. (even afgezien van de 3 milimetervisjes waarvan we nog niet weten wat het zijn). Nu is mijn conclusie dat de natuur zich niet graag laat veranderen. Ze vecht terug. Als zij vindt dat er meer mannetjes dan vrouwtjes moeten zijn, dan is dat zo. Dan kun je wel denken dat je in gaat grijpen, maar de natuur is sterker. Ze fluistert zelfs de katten in dat ze moeten helpen de verhoudingen te herstellen.

Bijkomende relativiteitstheorie

Ik zag laatst een documentaire over planten over de gehele wereld. Nooit geweten dat planten zo interessant kunnen zijn. Zo schijnen er dus planten te zijn die dieren gebruiken voor hun voortbestaan. Nu wist ik wel dat insecten en vogels stuifzand verspreidden naar andere stampers en meeldraden, maar dat de planten ze ook daadwerkelijk gebruiken, nee, dat wist ik niet. Planten hebben kennelijk hersenen en daarmee controleren zij de dieren. En die dieren hebben geen idee. Die denken gewoon dat ze stuifmeel aan het verzamelen zijn, maar dat schijnt niet zo te zijn. Toch wel wonderlijk hoor, dat denkvermogen van hogere wezens. Wij bijvoorbeeld, maken ons zorgen over de uitstervende ijsbeer, maar de ijsbeer heeft geen idee en gaat door waar hij mee bezig was, de Noordpool verkennen.

Nu redeneren wij mensen vanuit onszelf en wij vinden dat wij observeren en controleren. Maar is dat wel zo? Worden wij op onze beurt ook niet gebruikt door planten? Of door andere wezens die we niet herkennen als zodanig? En dat die wezens zich zorgen maken over onze ontwikkeling maar dat wij denken dat we gewoon de aarde aan het bevolken zijn? Kan natuurlijk makkelijk. Wij denken natuurlijk van niet, maar bekijk het eens vanuit het perspectief van de mier. Die bouwt zijn infrastructuur in de mierenhoop en dat is zijn wereld. Hij heeft geen idee van de menselijke soort, simpelweg omdat zijn denkvermogen dat niet toelaat, denk ik. Maar zo kan het dus ook goed mogelijk zijn dat ons denkvermogen of misschien onze zintuigen niet toelaten dat wij onze meerderen niet waarnemen.

Vanuit dat perspectief ziet de wereld er ineens heel anders uit. Niet vanuit onze zintuigen, maar vanuit ons denkpatroon. Want ja, wat zouden we ons nog langer druk maken? Straks komt er zo’n rotjong die de mierenhoop in elkaar trapt. Daar doen we niks aan. Na de speciale en de algemene relativiteitstheorie is het nu, 100 jaar later tijd voor deze derde variant, die alleen nog even in formulevorm gezet moet worden.

Overdenkingen op 18 augustus

Vandaag zou mijn vader jarig zijn. 69 zou hij worden, een leeftijd die ik niet goed kan bevatten, tenminste niet voor hem. Ik weet nog toen hij ziek was en er nog sprake was van enige optimisme, dat hij tegen mijn moeder in zijn naïeve hoop zei: “Als ze het tot 70 konden verlengen zou ik ervoor tekenen.” Maar dat konden ze helaas niet. Bijna 30 jaar is hij al niet meer op deze wereld. 30 jaar is onvoorstelbaar lang.

18 augustus is voor mij een machtige datum. De verjaardag van mijn vader, de machtige leeuw. Ik weet geen mooiere datum dan 18 augustus. In één oogopslag vertelt de datumcombinatie mij dat het een belangrijke dag is. Een hete, droge, zomerse dag met een koele, heldere nacht. De leeuw ligt te rusten op een rots. Zo spiegelt deze datum mij zich voor. Als hij niet zo vroeg was gestorven zou ik waarschijnlijk niet zo’n overdreven lyrisch beeld van hem hebben gehad. Want de eerste gedachten zijn altijd aan een knappe man met een blik die zich niet goed laat omschrijven. Stoer is niet het goede woord, minzaam ook niet, ik weet het niet. Misschien is trots nog wel het beste woord. Het is een blik van ingehouden geluk. Het straalde er niet vanaf, maar er was iets mee. Een blik die een rotsvast vertrouwen uitstraalde, maar waar je, als je beter keek, ook onzekerheid in kon zien.

Onder die trotse blik ging onzekerheid schuil, onzekerheid die hij op zijn 40e nog niet helemaal had overwonnen. Daarvoor moet je ouder worden, net als ik zelf ervaar dat mijn onzekerheden minder zijn geworden, hoewel ze nooit zullen weggaan. Maar op de leeftijd van 69, als je gepensioneerd bent en je je niet meer beter voor hoeft te doen dan je bent, zullen de meeste van je onzekerheden wel weggeëbd zijn. Of ze hebben plaatsgemaakt voor nieuwe, dat is misschien realistischer.

Nee, ik heb werkelijk geen idee hoe het nu zou zijn tussen mijn vader en mij. Toen hij ging was ik te jong om me al tegen hem afgezet te hebben, en te jong om zijn gedragingen te doorzien waardoor ik nu altijd opgescheept zit met dat beeld van die machtige leeuw die jarig was op 18 augustus. Anders zou hij nu “pa” zijn, in plaats van “papa” zoals ik hem nog altijd noem.

22-11-63

Het is niet dat ik geen inspiratie meer heb, want mijn fantasie is onuitputtelijk, maar ik ben in een boek begonnen van bijna 900 bladzijden. En zelfs ik heb daar even tijd voor nodig. Het boek is getiteld 22-11-63 en geschreven door Stephen King. Ik lees zelden romans, maar deze werd mij opgedrongen door mijn vrouw, die hem zelf niet gelezen had, maar toch wist dat het een boek voor mij zou zijn. En dat klopt wel, want ik vind het een spannend verhaal. Moest er de eerste 50 bladzijden even inkomen, maar nu ik de 200 gepasseerd ben zit ik er middenin.

Wat deze lezer enorm interessant vindt is de tijdreis die de hoofdpersoon kan maken. De tijdreis wordt verder niet verklaard, de mogelijkheid is er gewoon. Maar afgezien daarvan zijn er wel strikte voorwaarden aan de tijdreis. En natuurlijk is de bedoeling om in te grijpen in het verleden om het zo anders te laten verlopen, zodat wij er in ons eigen heden, nu, ook nog profijt van hebben. De schrijver moet met zoveel dingen rekening houden en hij mag geen fout maken, anders haak ik af. Dat tijdreizen wil ik hem vergeven, want dat schijnt theoretisch te kunnen volgens een zekere Einstein. Maar na die absurditeit moet het verder kloppen. Ik wil niet aan het einde blijven zitten met vragen of tegenstrijdigheden, zoals in films die ik niet begrijp. Want daar heb ik een hekel aan. (Het is wit en rond en geen pingpongballetje? Stiekem toch een pingpongballetje!) Maar ik mag toch verwachten dat dat wel aan King overgelaten kan worden?

Ga ik nu weer even verder lezen.

Bad moon rising

Ik mag wel zeggen dat ik een muziekliefhebber ben, maar ach, wie is dat eigenlijk niet? Mijn interesse is breed, mijn kennis is smal. Als ik muzikaal zou zijn, zou ik drummer willen zijn. Het lijkt me geweldig het ritme te mogen dicteren aan de band. En drummers kunnen zo schijnbaar moeiteloos inhaken bij om het even welke band. Een poosje geleden, bij de avondvierdaagse hier ter plaatse, speelde de fanfare. Een klein drummend donker meisje stond afgezonderd van de andere trommelaars tussen de blazers. Ze hakte er op los dat het een lieve lust was. Haar drumstokken ramden werkelijk boven alles uit en zij bepaalde het tempo. Ze had een houding alsof ze zeggen wilde: er wordt niet zonder mij gespeeld. Het was geweldig te zien hoe ze daar stond, ze kon de rest van haar lichaam met moeite stil houden, zo leek het.

Drummer dus, maar niet voor mij weggelegd. Ik zit vaak mee te drummen met mijn handen, maar ik raak geen enkel ritme. Ik hou geen maat en mijn handen kunnen niet in verschillende tempo’s bewegen. Jammer, maar zo is het. Bij de muziek die ik luister, luister ik vaak aandachtig naar de drums. Mooie roffels of pssjsses van de bekkens, ik ben er gek op. En wat ik helemaal mooi vind, is de afwisseling die ze af en toe in het ritme aanbrengen. Het zal wel een naam hebben die ik niet weet, maar elke drummer voelt aan wanneer hij even een paar maten anders moet slaan, liefst met een dreun op de bekkens erbij, om vervolgens weer strak het ritme te drummen. Geweldig.

Nu hoorde ik vanmiddag een nummer, waar dat volgens mij niet gebeurt, die afwisseling. Volgens mij is het van het begin tot het eind exact hetzelfde ritme. Oke, helemaal op het eind hoor je een extra klapje maar dat is om aan te geven dat het afgelopen is. Het is een nummer van Creedence Clearwater Revival met, zo lijkt het, de vaste begeleidingsband van Elvis Presley. Luister naar “There’s a bathroom on the right.” Een no-nonsense drummer. Rechttoe, rechtaan, als een boekhouder. Klopt het?