Met redelijk veel plezier luister ik naar Avondspits op radio 1, een programma van Joost Eerdmans. Het gaat mij te ver om hem voormalig politicus te noemen, maar hij heeft in de kamer gezeten voor de LPF. Eerdmans is een echte rechtse rakker, met wie ik het soms ééns ben, soms niet. Hij beseft zelf dat hij soms wat kort door de bocht gaat en hij heeft ook respect voor meer gematigder meningen van de linkerkant, en heel soms geeft hij zelfs gelijk weg. Dat is ook de enige manier waarop je naar iemand met een uitgesproken mening kunt luisteren.
Zijn stelling van vanavond: schrap de privacy van misdadigers. Naar aanleiding van de strafvermindering voor de “kopschoppers” wat een naar woord is. En dan gaat het los op de radio. Half rechts Nederland hangt aan de lijn om te zeggen dat het het ermee eens is. Misdadigers moeten aan de schandpaal. Ze willen het ook niet over verdachten hebben, maar over misdadigers, want op de beelden is duidelijk te zien dat er een misdaad begaan wordt. Een advocaat met een tegengeluid zei: dat vind jij. Maar het gaat erom dat de rechter ook vindt dat er op de beelden een misdaad gepleegd wordt, en pas dan mogen de beelden gebruikt worden als opsporingsmethode. Niet als schandpaalmethode.
Wat ik steeds vaker aan mezelf merk. Ik ben niet zo gek op mensen die roepen dat iemand aan de hoogste boom moet of in dit geval aan de schandpaal. Niet omdat ik daar iets van vind, maar omdat ik vind dat we dat aan de rechter moeten overlaten. Dat vind ik niet alleen, dat is ook zo. De rechters gaan daarover, de mensen niet, dus waarom zouden ze het roepen? Rechters hanteren wetten. Die wetten zijn er in de loop der jaren gekomen omdat we daar om gevraagd hebben. Veel mensen zijn het er niet mee eens dat de rechter de wet hanteert, daar komt het op neer. En daarin schuilt gevaar. Mensen denken zo te komen tot een staat waar geen misdaad meer is, maar er zijn geen staten waar geen misdaad is. En degene die er het dichtst bij komen, zouden we daar willen wonen?
Uiteraard schreeuw ik moord en brand als de misdaad dichter in mijn buurt komt. Ik ben dus geen haar beter. Maar zolang dat niet het geval is, waan ik mij beschaafd en tolerant.
